Direct naar hoofdmenu / zoekveld

Uitgangspuntennotities Deelraad 041006






Uitgangspuntennotities

voor de

Programmabegroting


2007






INHOUDSOPGAVE




Inleiding 3
Programma Burger, participatie en integratie 4
Programma Welzijn 7
Programma Onderwijs en kennis 14
Programma Economie en werken 17
Programma Beheer buitenruimte 21
Programma Veilig 24

Programma Bouwen 30

Programma Toerisme, recreatie en vrije tijd 34

Programma bestuur en bedrijfsvoering 36


Totaal overzicht financiële (knel)punten

Staat van reserves





Inleiding

In dit document is per programma beschreven hoe aan het door u vastgestelde bestuursakkoord in 2007 invulling wordt gegeven.
Aan de deelraad ligt de vraag voor of de beschreven aanpak, maatregelen, voorgenomen activiteiten en aangegeven prioritering als basis voor de programmabegroting 2007 gehanteerd kan worden. Indien de beschreven aanpak budgettaire consequenties heeft is dit in zowel de tekst als aan het begin van ieder programma aangegeven. Vooral het voortzetten of zelfs uitbreiden van in 2006 met eenmalige (veelal externe) middelen gestarte projecten drukt fors op de deelgemeentelijke begroting. Terwijl tegelijkertijd de ontwikkeling van het deelgemeentefonds slechts toereikend is om loon- en prijsstijgingen op te vangen.


Dit betekent dus dat uw deelraad keuzes moet maken welke activiteiten/projecten doorgang dienen te vinden en welke financiële dekking daarbij past. Voorgesteld wordt om onvermijdelijke structurele knelpunten in 2007 te dekken uit de structurele vrije ruimte in de begroting. Enig financieel risico zit in de post Nieuwe beleidsvoornemens, die vanuit de jaarlijkse renteopbrengsten in de begroting wordt opgenomen. Tot heden beschikte de deelgemeente over aanzienlijke reserves, waardoor de rente-inkomsten substantieel waren. Naarmate de inzet van reserves toeneemt, daalt de totale omvang van de reserves en daarmee de rente-inkomsten.
Structurele knelpunten kunnen slechts met eenmalige middelen gedekt worden indien tegelijkertijd voorzien wordt in een beleidslijn die de structurele financiering verzekert. Eenmalige middelen die aangewend kunnen worden zijn vooral die reserves, waaraan geen harde bestemming is gegeven of waarvan de omvang dusdanig is dat “afroming” mogelijk is. Hierbij is te denken (zie de bijlage “Staat van reserves”) aan de Reserve aansturing uitvoeringsorganisaties en de Reserve Accommodatiebeleid. Structurele dekking kan slechts gevonden worden door herprioritering, taakstellingen of bezuinigingen. Daarbij moet bedacht worden dat de financiële afbouw van opdracht- en subsidierelaties uit oogpunt van zorgvuldigheid een doorlooptijd kennen.

Aan het eind van het document treft u een totaaloverzicht aan van de onderwerpen, die financieel in de begroting verwerkt moeten worden. Dit kan pas gebeuren, nadat u zich hierover heeft uitgesproken – inhoudelijk en financieel -. In de periode ná de uitgangspuntendiscussie zal de verwerking in de definitieve programmabegroting plaatsvinden.

Programma Burger, Participatie en Integratie



Financiën ongewijzigd beleid


Afbeelding 1




Speerpunten en beleidswijzigingen

  1. Het stimuleren van burger- en bewonersinitiatieven en initiatieven van vrijwilligersorganisaties zal worden voortgezet.

  2. De participatie van de Feijenoordse bewoners zal worden bevorderd.

  3. Een strakke organisatie van de wijkanalyse zal leiden tot duidelijke prestatie-afspraken.met professionele ondersteuners (opbouwwerk, welzijnswerk)

  4. De jaarlijkse tevredenheidsmeting zal ook in 2007 (en verder) worden uitgevoerd.


Indien de deelraad bovenstaande speerpunten onderschrijft dan zal dit tot gevolg hebben, dat budgetten binnen de deelgemeentelijke begroting vrijgemaakt dienen te worden:


Afbeelding 2


Inleiding

In de programmabegroting 2006 was sprake van een programma “Burger en Bestuur”, met daarin aandacht voor de bewonersparticipatie en de bewonersondersteuning. Ook was er een programma “Sociaal Samenleven”, waarin aandacht werd besteed aan het vrijwilligersorganisaties, bewonersinitiatieven en projecten gericht op de versterking van de sociale structuur.

In de hernieuwde opzet van de programmabegroting 2007 is afgesproken te komen tot een programma “Bewoners, Participatie en Integratie”.

In dit programma wordt “participatie” van bewoners breed opgevat. Het gaat zowel om de participatie in de beleidsprocessen, zoals deze met de bewonersorganisaties is afgesproken, als om de maatschappelijke participatie, het vrijwilligerswerk en de bewonersinitiatieven die er zijn om de leefbaarheid in de wijken te verbeteren. Dit kan betrekking hebben op verbeteringen op het gebied van Schoon, Heel en Veilig, maar ook op het gebied van de sociale cohesie en het samen wonen van diverse groepen bewoners.

Met dit programma wordt de basis gelegd voor:

  • integraal en gebiedsgericht beleid voor wat betreft het bevorderen van participatie, burgerinitiatief en vrijwilligerswerk en

  • een duidelijke omschrijving van rollen en verantwoordelijkheden van de spelers op dit terrein.

Tevens wordt invulling gegeven aan de visie van een overheid die bewonersinitiatieven stimuleert en faciliteert in de meest ruime zin van het woord en waarbij de rol van de overheid bescheiden is als het gaat om het regelen van zaken voor bewoners.


Naast de bewonersorganisaties en de organisaties van de bewoners (waaronder alle vrijwilligersorganisaties en bewonersinitiatieven worden begrepen) gaat het in dit programma ook over de professionele ondersteuning van de bewonersorganisaties en de organisaties van bewoners. Tevens wordt een aantal projecten gericht op de versterking van de sociale structuur opgenomen, zoals Mensen maken de Stad en de Buurtbemiddeling.


In dit programma wordt kort ingegaan op de volgende thema’s.

  • bewonersorganisaties

  • burgerinitiatieven en vrijwilligers

  • emancipatie en integratie

  • professionele ondersteuning

  • projecten


Prioriteiten

De bewonersorganisaties zijn het eerste aanspreekpunt voor het deelgemeentebestuur als “wijkpartij” om vanuit hun deskundigheid input te leveren aan de wijkprogramma’s en zijn de gesprekspartners voor het bestuur om de concept-wijkprogramma’s te bespreken. De bewonersorganisaties worden daarbij geacht een volwaardige vertegenwoordiger te zijn van de bewoners en van de belangrijke bewonersgroeperingen en organisaties van bewoners.


Burgerinitiatieven, bewonersinitiatieven, initiatieven van vrijwilligersorganisaties zijn van vitaal belang voor de deelgemeente en voor de sociale structuur in de wijken en buurten. In toenemende mate worden burgers gestimuleerd initiatieven te nemen en is er vanuit de deelgemeente aandacht voor de vrijwilligersorganisaties en de belangrijke rol die zij voor vele bewoners spelen. Dit heeft de afgelopen bestuursperiode geleid tot moties over “het burgerinitiatief”, tot het formuleren van een ruimhartiger subsidiebeleid t.a.v. vrijwilligersorganisaties en bewonersinitiatieven en tot het instellen van het Fonds Nieuwe Initiatieven. Hiermee worden bewoners en vrijwilligersorganisaties gestimuleerd om initiatieven te nemen gericht op het verbeteren van de leefbaarheid in de meest brede zin van het woord in de buurt of wijk. De dialoog met vele vrijwilligersorganisaties is geïntensiveerd. Dit is een lijn die in 2007 zal worden voortgezet.

Emancipatie en integratie.

Een groot gedeelte van de bewoners van onze deelgemeente is van niet-Nederlandse afkomst. Integratie is daarom een thema dat belangrijk is voor de deelgemeente. Onder integratie wordt verstaan dat alle bewoners van de deelgemeente de mogelijkheid hebben maatschappelijk te participeren en “vooruit te komen”. Hierbij wordt een belangrijk accent gelegd op de “opvoeders”. Deze groep verdient extra aandacht omdat zij het voorbeeld geven aan hun kinderen en in staat moeten zijn hun kinderen in de schoolloopbaan adequaat te ondersteunen. Zo is veel van de inspanning in het kader van de wet op de inburgering (per 1-1-2007 van kracht) gericht op deze doelgroep.

Het bevorderen van de emancipatie en integratie van de Feijenoordse bewoners is een element waar op structurele wijze in het welzijnswerk en in projecten aandacht aan wordt geschonken.


Professionele ondersteuning

De ondersteuning van de bewonersorganisaties is van oudsher een van de functies van het opbouwwerk. Zij leveren administratieve ondersteuning en inhoudelijke ondersteuning conform de afspraken die in de werkplannen van de bewonersorganisaties zijn gemaakt.

Van belang is dat de deelgemeente de opdrachtgever is van het opbouwwerk: de deelgemeente bepaalt de opdracht en de inzet van het opbouwwerk. Om dit te kunnen bepalen wordt de wijkanalyse gemaakt in overleg met de bewonersorganisaties en partijen als de politie, de corporaties, vrijwilligersorganisaties en het welzijnswerk. De deelgemeente heeft de ambitie dit proces strakker te organiseren, waarbij de prestatie-afspraken met de professionele ondersteuners, waar overigens ook het sociaal cultureel werk toe wordt gerekend, eenduidig, concreet en helder worden geformuleerd.


Projecten

In het programma burger, participatie en integratie hoort een aantal projecten thuis, dat betrekking heeft op de versterking van de sociale structuur en het bieden van ondersteuning aan bewonersinitiatieven. Hierbij valt te denken aan een project als mensen Maken de Stad, waar bewoners van straten komen tot afspraken over de omgang met elkaar en het beheer en onderhoud van de voor de straat vitale voorzieningen. Te denken valt ook aan de projecten van vrouwenstudio’s in zelfbeheer, die we in de deelgemeente kennen in een semi-professionele en vrijwillige variant. In deze multiculturele studio’s gaat het om sociale activering, taalverwerving, emancipatie en integratie.

Ook een project als buurtbemiddeling kunnen we in dit kader noemen. Daarnaast zijn er natuurlijk de activiteiten van de vele vrijwilligersorganisaties, die de deelgemeente rijk is.


Financiën

De aandacht is de afgelopen jaren sterk gericht geweest op het versterken van de sociale structuur door het initiëren van projecten, het versterken van de banden met de vrijwilligersorganisaties en het komen tot goede werkafspraken met bewonersorganisaties en de professionele ondersteuning.

Dit heeft tot gevolg gehad, dat al in een vroeg stadium zich een aantal knelpunten voordeden in de lopende begroting 2006. De middelen van het Fonds Nieuwe initiatieven raakten uitgeput. De reguliere middelen voor het vrijwilligerswerk waren half juli 2006 vergeven.

Corporaties wensen te komen tot uitbreiding van de buurtbemiddeling voor de gehele deelgemeente. De kosten van de vrouwenstudio’s stijgen door wegvallen van fondsen en een andere financieringssystematiek van de gemeente Rotterdam.

Een project als Mensen maken de Stad is tot nu toe gefinancierd uit Europese middelen: voortzetting daarvan zal een beroep doen op de middelen van de deelgemeente.

Een stevige sociale structuur en een toereikend voorzieningenniveau voor de ondersteuning van bewonersinitiatieven en vrijwilligerswerk, opgeteld bij de noodzakelijke aandacht voor de projecten gericht op integratie en emancipatie, kan alleen op het huidige niveau worden gehouden door externe middelen te verwerven.





Programma Welzijn


Financiën ongewijzigd beleid


Afbeelding 3



Speerpunten en beleidswijzigingen

  1. Als 4e pijler van het programma Jeugd zal een beleidskader Jeugdparticipatie opgesteld worden.

  2. In de deelgemeente wordt gestreefd naar het realiseren van een XL-versie van JONG.

  3. De sluitende aanpak zal verder doorgezet en verfijnd worden.

  4. Er wordt een gemeenschappelijke visie op het sociaal cultureel werk (SCW) geformuleerd.

  5. Het project “vroegsignalering achter de voordeur” zal voortgezet worden.

  6. De Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) zal worden ingevoerd


Indien de deelraad bovenstaande speerpunten onderschrijft dan zal dit tot gevolg hebben, dat budgetten binnen de deelgemeentelijke begroting vrijgemaakt dienen te worden:



Afbeelding 4


Inleiding

In de nieuwe opzet van de programmabegroting is het programma “welzijn” opgenomen. In dit programma gaat het om de werksoorten van het welzijnswerk die bij de Stichting Welzijn Feijenoord zijn ondergebracht: het sociaal cultureel werk, de sociale activering en de maatschappelijke dienstverlening.

Ook wordt het thema “jeugd” behandeld: de overlastgevende jeugd, voorzieningen voor de jeugd, de sluitende aanpak en problemen rond voortijdig schoolverlaten. Tot slot zijn de thema’s wijkaccommodaties, gezondheid, armoede, ouderen en de ontwikkelingen rond de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO) onderdeel van het programma.


Relaties met andere programma’s.

In de opzet van de programmabegroting is ervoor gekozen om de onderdelen participatie, bewonersondersteuning, het vrijwilligerswerk en integratie in het programma burger, participatie en integratie op te nemen. Aangezien het bevorderen van de (maatschappelijke) participatie ook een belangrijk thema is binnen het programma welzijn, wordt gewezen op de samenhang met het programma burger, participatie en integratie.

Tevens is ervoor gekozen onderwijs en kennis in een apart programma onder te brengen, waarbij het vooral gaat om de Onderwijskansenzones en daaraan gerelateerde thema’s, die, als vanzelfsprekend, ook een relatie hebben met het thema jeugd, maar ook met integratie.


Stedelijk en deelgemeentelijk beleid

Met de komst van de WMO en de voornemens van het huidige college van B en W zoals “het Pact op Zuid”, “het Robuust Sociaal Programma”, “Feijenoord Zet Door” en “het Sociaal Platform Rotterdam” zijn de samenwerkingsrelaties, onder andere op het gebied van welzijn en tussen stad en deelgemeenten de afgelopen maanden geïntensiveerd. In grote lijnen kunnen we stellen dat de gemeente (en de diensten) vooral de rol op zich nemen de kaders te formuleren. De deelgemeenten zijn verantwoordelijk voor een gebiedsgerichte vertaling, invulling en uitvoering daarvan.

Belangrijk is ook dat de deelgemeente Feijenoord verstandig omgaat met alle belangstelling waarin zij zich mag verheugen. Vele projecten op het gebied van sociaal, fysiek en economie vinden in Feijenoord een proeftuin. Het streven te komen tot een integraal en gebiedsgericht beleid impliceert dat de beoordeling van projectvoorstellen zorgvuldig moet gebeuren, alvorens in te stemmen en over te gaan tot uitvoering. Er moet voldoende draagkracht zijn, voldoende capaciteit en de projecten moeten daadwerkelijk bijdragen aan de integraliteit en kwaliteit van de gebiedsgerichte aanpak.


Prioriteiten

In het programma welzijn zijn er volgend uit het programakkoord vier thema’s die met nadruk aandacht verdienen, omdat hier de meest nijpende problemen worden ervaren.

Het gaat hierbij om “jeugd”, “armoede”, “ouderen” en “gezondheid”.


Jeugd

Voor wat betreft de jeugd zijn het de reeds bekende thema’s die zorgen baren. Vroegtijdig schooluitval, overlastgevend gedrag, onvoldoende mogelijkheden in de buitenruimte en een lage graad van jeugdparticipatie.

Binnen de deelgemeente Feijenoord wordt gewerkt aan:

  • het komen tot laagdrempelige, toegankelijke en outreachende voorziening rond / voor school, stage, werk, opvoeding en hulp, naar het model van een one-stop-shop voor jongeren. Wij denken hierbij aan een uitgebreide variant van het huidige Jong-centrum.

  • Meer mogelijkheden voor sport en spel, beter benutten van de buitenruimte, door efficiënter gebruik van schoolpleinen, speeltuinen en speelplekken in de openbare ruimte. Aanleg van nieuwe speelplekken in Bloemhof en Hillesluis.

  • Meer aandacht voor jeugdparticipatie en projecten op dat gebied en het verbeteren van de dialoog tussen jong en oud.

  • Jongeren die over de schreef gaan aanspreken, grenzen stellen, opvoeden, signaleren van problemen en oplossen. Dit betekent versterking van de Dosa-functie, extra inzet leerplicht en extra (specifieke) opvoedingsondersteuning, waarbij vooral wordt gedacht aan de inzet van meer gezinscoaches.


Ontwikkelingen en prioriteiten

Belangrijke aandachtspunten binnen het programma Jeugd zijn ondermeer het voorkomen van schooluitval en het optimaal benutten van de (openbare) buitenruimte. Daarnaast is het belangrijk jongeren de mogelijkheden te bieden zich te ontwikkelen en ontplooien. Om dit te realiseren is het van belang dat er een, op de behoefte van jongeren toegesneden, (inpandig) activiteitenaanbod is in de verschillende wijken. Tenslotte is een belangrijk punt de aanpak van overlastgevend gedrag.


Voorkomen van schooluitval.

Een aantal accenten, zoals beschreven in Pact op Zuid en programma akkoord van het DB, worden opgenomen; bijvoorbeeld laagdrempelige outreachende wijkgerichte voorzieningen (intensieve leerplichtambtenaar, maar ook opvoedingsondersteuning en gezinscoaching).

Aandacht voor vroegtijdig schoolverlaten is er ook in de ambitie meer maatregelen op het gebied van ouderparticipatie te nemen en mentoraatprojecten voor risicoleerlingen. Zie hiervoor het programma onderwijs en kennis.


Activiteitenaanbod en buitenruimte

Om het (inpandig) activiteitenaanbod zoveel mogelijk in overeenstemming te brengen met de wensen en behoeften van de jongeren, worden jongeren betrokken bij het samenstellen van dit aanbod. Ook in het benutten van de buitenruimte voor de jeugd hebben jongeren zelf een belangrijke stem. Zo wordt er jaarlijks in alle wijken van de deelgemeente een jeugdschouw gehouden waarbij jongeren onder begeleiding van een jongeren- of opbouwwerker hun wijk ingaan om te kijken wat er goed gaat en wat er beter kan. Ook wordt er in 3 wijken per jaar een zgn. quick scan speel-, sport- en hangplekken uitgevoerd. Zo worden de ontwikkelingen en de behoeften rond speelplekken regelmatig gepeild, de uitkomsten dienen als input voor het deelgemeentelijk beheer en beleid. Na de zomer zal worden gestart met de uitvoering van een quick scan in de Afrikaanderwijk. Verder wordt, voor wat betreft de buitenruimte, ook ingezet op het openstellen na schooltijd (en verbeteren) van schoolpleinen voor kinderen en jongeren.


Op het gebied van jeugdparticipatie worden er in de deelgemeente steeds meer initiatieven ontplooid. Hierbij valt o.a. te denken aan Pimp my Block (Vreewijk), jeugdambassadeurs en jongerenbuurtbemiddeling. In de loop van het jaar zal een beleidskader jeugdparticipatie aan het programma Jeugd worden toegevoegd.


Het personeelsbestand van Thuis Op Straat (TOS) is in 2006 onder druk komen te staan door de uitstroom van ID / TOS- medewerkers. Omdat TOS voor het grootste deel gedragen wordt door de inzet van deze ID medewerkers komt hiermee het voortbestaan van TOS onder druk te staan. Er wordt gezocht naar alternatieven, door het creëren van stage- en leerwerkplekken en door deelnemers van reintegratieprojecten in het TOSproject op te nemen. Of deze oplossingen voldoende zijn om het huidige niveau van activiteitenaanbod te continueren, is echter de vraag.


JONG XL

In Feijenoord is er begin 2006 een zgn. “virtueel” JONG centrum gerealiseerd. Naar een definitieve fysieke JONG locatie wordt momenteel gezocht. Het JONG centrum is een samenwerkingsverband waarin partners uit de stedelijke en deelgemeentelijke infrastructuur participeren en gezamenlijk investeren in een sluitende keten van voorzieningen op het gebied van o.a. jeugdgezondheidszorg en opvoedingsondersteuning. Het streven is om voor Feijenoord een extra grote (XL) variant op het “standaard” JONG-concept te creëren, waarbij XL staat voor (o.a.) de toevoeging van de deelgemeentelijke sluitende aanpak (o.a. DOSA). Uitgangspunt voor een JONG XL is het idee van de zgn. “one-stop-shop”; een laagdrempelige (één loket) voorziening waar kinderen, jongeren, hun ouders en medeopvoeders terecht kunnen met alle vragen en het pand pas weer verlaten als ze òf zijn geholpen òf een concrete (vervolg-)afspraak op zak hebben.



Overlastgevende jeugd

Sluitende aanpak (DOSA)

Binnen het deelprogramma Jeugd is een van de prioriteiten de aanpak van hinderlijke en overlastgevende jeugd. Alles wordt in het werk gesteld om jongeren zo goed mogelijk te laten opgroeien en zo te voorkomen dat zij zich op een vervelende wijze in de wijken manifesteren. Hiertoe is de afgelopen periode hard gewerkt aan het sluitend maken van de jeugdaanpak. Door het inrichten van de deelgemeentelijke organisatie sluitende aanpak komt er steeds meer zicht op de achterliggende oorzaken van de jeugdproblematiek. Zo wordt steeds beter gestuurd op het inzetten van de juiste oplossingen. Het is hiervoor noodzakelijk structureel te investeren in de samenwerking tussen uitvoerenden op wijkniveau; waaronder de continuering van de Jeugdoverleggen op wijkniveau die periodiek, onder begeleiding van de deelgemeente, plaatsvinden. De wijkveiligheidsindex 2006 laat zien dat bewoners jongerenoverlast ervaren. Voorkomen en bestrijden van hinderlijk en overlastgevend gedrag van jongeren heeft nog steeds een hoge prioriteit. Doorzetten en steeds verder verfijnen van de sluitende aanpak blijft nodig. Het aantal meldingen van jongeren die risicogedrag c.q. overlastgevend gedrag vertonen is dusdanig in omvang toegenomen dat het noodzakelijk is gebleken de DOSA-capaciteit verder uit te breiden.


Uit de analyse van de sluitende aanpak, zowel op deelgemeentelijk DOSA niveau als ook op stedelijk niveau, blijkt het volgende:

Er is een grote groep oudere jongeren (18-23 jarigen), die niet (meer) binnen de vrijwillige hulp- en dienstverlening kan worden geholpen en die niet (meer) aanspreekbaar is op zijn gedrag. Deze jongeren voldoen bijvoorbeeld niet aan de gestelde criteria en/of zijn onvoldoende gemotiveerd om onder drang of dwang hun gedrag bij te stellen. Wel veroorzaken zij vaak een aanzuigende werking voor de jongere generatie.

Voortijdig schoolverlaten (verlaten van school zonder startkwalificatie) en (daarop volgende) jeugdwerkeloosheid is een belangrijke risicofactor voor het ontwikkelen van hinderlijk dan wel overlastgevend gedrag. De aanpak en het terugdringen van voortijdig schoolverlaten verdient dan ook blijvend aandacht. Een aantal preventieve maatregelen is opgenomen in het programma onderwijs en kennis. Een andere belangrijk instrument wordt de uitvoering van CTC in de deelgemeente.


Communities that Care – Veilig Opgroeien in deelgemeente Feijenoord

Jeugdcriminaliteit, geweld, problematisch alcohol- en drugsgebruik, schooluitval en tienerzwangerschap zijn onder jongeren in de samenleving zorgwekkende fenomenen. Zij bedreigen hun gezondheid en daarmee hun toekomst. Een aanpak die in een zo vroeg mogelijk stadium problemen signaleert en achterstanden effectief weet te bestrijden, kan voorkomen dat jongeren afglijden en hardnekkige en moeilijk oplosbare problemen krijgen. Communities that Care – Veilig Opgroeien (CtC-VO) in Feijenoord is zo’n aanpak.


De ontwikkeling en implementatie van CtC-VO in de deelgemeente richt zich in eerste instantie op twee geprioriteerde wijken, te weten Katendrecht en Feijenoord. Deze prioritering blijft van kracht, maar wegens het - op verzoek van de scholen voor voortgezet onderwijs- uitstellen van de scholierenenquête naar september / oktober 2006, lijkt ruimte te ontstaan om in 2007 deze methodiek voor meerdere wijken tegelijk in gang te zetten.

Een Stuurgroep en Kernteam zullen op deelgemeentelijk niveau en een preventieteam per wijk worden opgericht. Eind 2006 zijn de resultaten van de scholierenenquête voorhanden. Mede aan de hand van deze door de jongeren zelf geleverde gegevens en andere stedelijke en deelgemeentelijke gegevens worden de probleemgedragingen en de risico- en beschermende factoren in de wijk vastgesteld, geanalyseerd en geprioriteerd en vindt een programma-inventarisatie plaats. Vervolgens worden de lange-termijndoelen t.a.v. probleemgedrag en de risico- en beschermende factoren beschreven. Ook wordt het plan met programma’s / voorzieningen in de wijk opgenomen met samenhangend aanbod om risicofactoren te verminderen en beschermende factoren te versterken. Tenslotte door de initiatiefnemers gezamenlijk: de uitvoering. Deze werkwijze dient op korte termijn tot resultaat te hebben dat de op deelgemeente- en wijkniveau opererende partijen, die zich met jeugd bezighouden, tot een verbeterde en versterkte samenwerking komen.

Met de regelmatig terugkerende scholierenenquête is de effectiviteit van deze aanpak concreet te meten. Ervaringen elders hebben aangetoond dat significante verschillen pas op de langere termijn (9-12 jaar) zichtbaar worden.



Armoede

Veel van de problemen in onze deelgemeente hebben te maken met de magere sociaal-economische positie van onze bewoners. Er is gemiddeld een laag opleidingsniveau, hoge werkloosheid en velen zijn langdurig aangewezen op de bijstand. De voedselbanken kunnen de vraag niet meer aan en ook zijn er in toenemende mate signalen van winkeliers dat “het kopen op de pof” (vooral in de allochtone gemeenschappen een gangbare praktijk) hen het water tot aan de lippen doet stijgen.

Natuurlijk is werk en economische zelfstandigheid het antwoord op problemen rond armoede, maar we moeten er van uitgaan dat grote groepen die economische zelfstandigheid niet zullen realiseren.

Bij de aandacht voor dit probleem is het van groot belang dat bewoners geïnformeerd worden over mogelijkheden van inkomensondersteunende maatregelen, de mogelijkheden hiertoe zijn onlangs aan uw raad gepresenteerd. We zien dat er veel onbekendheid is met deze maatregelen. Ook zien we dat in wijken, waar Sociaal Raadslieden, het Maatschappelijk Werk en Ouderenadvieswerk hun diensten (gebundeld) aanbieden, en waar praktische hulp beschikbaar is bij het invullen van formulieren en ondersteuning bij de correspondentie, er goede resultaten worden geboekt en er vele mensen worden bereikt. Wij pleiten dan ook voor wijkvoorzieningen, laagdrempelig met een concrete hulp- en dienstverlening in de vorm van bijvoorbeeld een formulierenbrigade.



Ouderen

In het ouderenbeleid hebben stad en deelgemeente gekozen voor de volgende thema’s als hoofdpunten voor het beleid in de periode 2007 en verder:

  • bestrijden en voorkomen van sociaal isolement (ondermeer door huisbezoeken);

  • continueren van het armoedebeleid (ondermeer door de inzet van de ouderteams van SoZaWe);

  • versterken van de mantelzorgondersteuning (het steunpunt mantelzorg bij SWF);

  • blijvende aandacht voor allochtone ouderen.


Wat dit laatste punt betreft is er in toenemende mate aandacht voor het boven tafel krijgen van hulp- en zorgvragen van allochtone ouderen, met name uit de Turkse, maar ook de Marokkaanse gemeenschap. Er zijn signalen dat de drempels voor deze ouderen, als het gaat om toegang tot voorzieningen en regelingen, erg hoog zijn.


Gezondheid

Door de GGD worden gezondheidsonderzoeken gedaan. Naar aanleiding van deze onderzoeken is er voor onze deelgemeente een aantal thema’s te benoemen waarop extra inzet gewenst is. Deze thema’s zijn:

- Voeding en Beweging: een te groot aantal kinderen en jongeren in onze deelgemeente kampt met overgewicht. Naast extra inzet op “bewegen”, bijvoorbeeld door het creëren van extra schoolsportverenigingen in meerdere wijken, willen we zowel jongeren als hun ouders bewuster maken van de keuze voor “voeding”. Mogelijkheden om dit te bereiken zijn bijvoorbeeld het Schoolkantine-project (GGD) en voorlichting aan ouders bij zelforganisaties (samenwerking GGD en deelgemeente).

-  Preventie van depressie bij jongeren: met het project “Tip voor je dip” worden leraren en intern begeleiders op scholen getraind in het signaleren van kenmerken van (beginnende) depressie klachten.

- Ook voorlichting en extra aandacht voor diabetes zal in dit kader nader worden uitgewerkt.



Lokale zorgnetwerken

In 2007 wordt in de deelgemeente de pilot 'vroegsignalering geweld achter de voordeur’ voortgezet. De pilot is een onderdeel van de stedelijke aanpak van huiselijk geweld. In het project vroegsignalering wordt de nadruk gelegd op het eerder ingrijpen in situaties van huiselijk geweld, het begeleiden van slachtoffers en getuigen naar behandeling en het zonodig straffen van plegers van huiselijk geweld.

De lokale zorgnetwerken vervullen een belangrijke rol in de aanpak: in de deelgemeente is een lokaal team aanpak huiselijk geweld geformeerd onder leiding van de coördinator van de zorgnetwerken, waarin de interventies worden besproken. In de lokale teams nemen ondermeer het AMW en het ouderenadvieswerk deel. De uitkomsten van de pilot vroegsignalering worden met alle deelnemende organisaties geëvalueerd en beschreven, waarna vanaf 2008 implementatie volgt in de andere Rotterdamse deelgemeenten.


Naast de bovenstaande thema’s gaan we in de programmabegroting in op een aantal andere belangrijke ontwikkelingen.



Het Sociaal cultureel werk

Naar aanleiding van een motie die, in de vorige collegeperiode, door de deelraad is aangenomen, wordt er gewerkt aan een gemeenschappelijke visie op het sociaal cultureel werk (SCW) met als doel te komen tot duidelijke prestatieafspraken. Dit traject wordt begeleid door het Risbo. Het gaat hier voornamelijk om het SCW voor volwassenen.

Het activiteitenaanbod voor kinderen wordt voor ongeveer 80% afgesproken in het kader van de Onderwijskansenzones (Brede schoolactiviteiten). Ook leerlingen van het voortgezet onderwijs zullen in toenemende mate deelnemen aan SCW-activiteiten die binnen de onderwijskansenzones worden afgesproken.

Voor ouderen is het streven aan te sluiten bij de prioriteit die in het kader van de WMO wordt gegeven aan de zgn. servicewijken. Hier ontstaan woon-zorg zones en ook samenwerkingsverbanden tussen verzorgingstehuizen, zorgaanbieders en het SCW, die binnen deze afspraken een activiteitenaanbod ontwikkelen.

Het SCW voor jeugd (inpandig jongerenwerk) is met het jongerenwerk samengevoegd en binnen SWF nu één werkveld geworden. Het gaat hierbij dus om het tienerwerk, activiteitenaanbod voor jongeren en aandacht voor overlastgevend gedrag.

Voor volwassenen gaan de gedachten uit naar een laagdrempelige “basisvoorziening” voor inloop, ontmoeting, signalering en verwijzing van kwetsbare burgers. Daarnaast krijgt het SCW nadrukkelijker de taak bewonersinitiatieven te ondersteunen: zoals eerder opgemerkt in het programma over burgerparticipatie: het accent verschuift van het organiseren van activiteiten voor bewoners naar het ondersteunen van bewoners die zelf activiteiten organiseren.


Naast de hiervoor beschreven ontwikkelingen wordt er kritisch gekeken naar het activiteitenaanbod en de mate waarin de voornemens worden gerealiseerd. Ook wordt door zgn. benchmarking een oordeel gegeven in hoeverre de kosten van de werksoort in overeenstemming zijn met de kosten die vergelijkbare (deel)gemeenten met een vergelijkbaar aanbod van SCW-activiteiten.

Vooralsnog zullen de prioriteiten zijn:

  • versteviging van het aandeel van het SCW in de onderwijskansenzones, waarbij in toenemende mate de VO-scholen worden betrokken;

  • duidelijke afspraken over een basisvoorziening in elke wijk waar de “basale” functies van het SCW worden aangeboden;

  • accentverschuiving van het organiseren van activiteiten naar het ondersteunen van bewoners(groepen);

  • actieve rol van de SCW-coördinatoren in het maken van wijkanalyses;

  • heldere afbakening van het SCW met het opbouwwerk;

  • duidelijkheid over de kosten in relatie tot het aanbod en het bereik van het SCW;

  • ontwikkeling van SCW in het kader van de servicewijken.



Welzijns- en wijkaccommodaties

Algemeen

In een vorige raadsperiode is een ambtelijke nota op weg naar een geïntegreerd accommodatiebeleid opgesteld. De noodzaak om hierin een duidelijke richting kiezen is nog steeds actueel. Op basis van de nota zullen in samenspraak met de raad de kaders voor een accommodatiebeleid moeten worden vastgesteld, waarna in 2007 het accommodatiebeleid nader uitgewerkt en geïmplementeerd dient te worden.

Aandachtspunten in 2007 voor wat betreft de Feijenoordse accommodaties zijn de asbest-problematiek, aanpassingen op grond van het bouwbesluit en handhaving, planvorming voor de Nieuwe Persoonshal en ’t Kopblok en de renovatie van het Afrikaanderplein

De eerste twee onderwerpen leiden tot forse investeringen- niet alleen in Feijenoord, maar ook bij de andere deelgemeenten - die de draagkracht van de deelgemeenten ver te boven gaan en zijn daarom als financieel knelpunt door de gezamenlijke deelgemeenten neergelegd bij het (vorige) college.


Voorts is er binnen de deelgemeente een dringende behoefte om een Centrum voor Natuur- en Milieu-educatie (CNME) centrum te realiseren. Nu is de deelgemeente volledig aangewezen op de CNME centra in Charlois en IJsselmonde. De deelgemeente Charlois heeft al aangedrongen op een oplossing in verband met capaciteitsproblemen en de kosten. De realisatie van een CNME-centrum in de deelgemeente zal vanuit een budgettair neutraal vertrekpunt vorm moeten krijgen..



Maatschappelijke hulp- en dienstverlening

De komst van de WMO per 1-1-2007 wordt door de deelgemeente aangegrepen om door middel van een zgn. benchmarking te onderzoeken of de maatschappelijke dienstverlening voldoet aan de normen / eisen die hieraan gesteld worden. Hierbij gaat het om het Algemeen Maatschappelijk werk, het Ouderenadvieswerk en de Sociale Activering (de OK-banken).

Het gaat hierbij voornamelijk om de vraag of de omvang van de voorzieningen toereikend is, of het aantal trajecten of klantcontacten in overeenstemming is met de geldende normen per FTE en of de kosten van de voorzieningen in verhouding staan tot de prestaties. Aangezien de subsidierelatie thans is ingericht op gangbare normbedragen, wordt niet verwacht dat de benchmarking grote afwijkingen laat zien.

In 2007 wordt verdere invulling worden gegeven aan de WMO. Hiervoor worden stedelijke kaders ontwikkeld, die een deelgemeentelijke, gebiedsgerichte vertaling moeten krijgen. Voor de deelgemeente is het tot stand brengen van een of meerdere WMO-loketten een opgave die ons in 2007 wacht. Daarnaast is het thema “participatie” in de WMO van groot belang. Hierbij gaat het enerzijds om de maatschappelijke participatie van bewoners en anderzijds om participatie in de vorm van bewonerspanels, cliëntenverenigingen en andere belangengroepen. Het doel is om de inrichting van de voorzieningen op het gebied van welzijn en zorg kritisch te volgen en waar nodig de beleidsmakers gevraagd en ongevraagd van advies te voorzien.


De subsidies aan de voorzieningen voor maatschappelijke dienstverlening zijn structureel en reeds lang lopend. De bench marking kan eventuele correcties op de subsidiebedragen tot gevolg hebben.





Programma Onderwijs en kennis



Financiën ongewijzigd beleid


Afbeelding 5



Speerpunten en beleidswijzigingen


  1. Kwaliteitsverbetering van de Brede School door wijkprogrammering in het activiteitenaanbod op te nemen


  1. De structuur van opvoedingsondersteuning zal versterkt worden.


  1. In het kader van de invoering van de wet op de Inburgering zullen bewoners benaderd worden, er zal getoetst worden en cursussen zullen worden opgelegd.


  1. Er zal vorm gegeven worden aan nieuwe ouderparticipatie projecten.


  1. Er zal invulling gegeven worden aan de stedelijke wens om Schoolmaatschappelijk werk (SMW) uit te breiden, zodat 15% van de leerlingen wordt bereikt (nu wordt stedelijk 6% van de leerlingen bereikt).


Indien de deelraad bovenstaande speerpunten onderschrijft dan zal dit tot gevolg hebben, dat budgetten binnen de deelgemeentelijke begroting vrijgemaakt dienen te worden:




Benodigd budget






Bijdrage deelgemeente in ID-knelpunt SenR


55.300

2007 en verder

Stagebeleid


20.000

2007 en verder






Inleiding

In de deelgemeente zijn de achterstanden van leerlingen groot. Dit geldt voor zowel allochtone als autochtone leerlingen. Van de 33 basisscholen zijn er 31 achterstandsschool. Bijna 42% van de Feijenoordse leerlingen verlaat het voortgezet onderwijs zonder startkwalificatie. De CITO score behoort tot de laagste van Rotterdam: 530,2.

Belangrijke onderdelen van het deelgemeentelijk beleid zijn daarom de versterking van de onderwijsstructuur (OKZ, brede school, SMW), opvoedingsondersteuning en ouderbetrokkenheid.


Om de onderwijsachterstanden weg te werken, is de werkwijze voor de onderwijskansen zones (OKZ) ontwikkeld, waarbij zoveel mogelijk wordt getracht om samenhang te brengen in activiteiten op school, thuis en in de woonomgeving. De onderwijsprestaties van kinderen in het onderwijs zijn immers maar voor een deel op het conto te schrijven van de kwaliteit en inspanningen van scholen, zij hangen ook samen het milieu van herkomst van leerlingen: de opvoeding door de ouders en omstandigheden in de leefomgeving van het kind. De OKZ richt zich op twee aandachtsgebieden: de keuze voor effectieve programma’s binnen de scholen (hier wordt vooral stedelijk uitvoering aan gegeven) en het identificeren en opheffen van risicofactoren in de leefomgeving van het kind (hieraan wordt vooral op deelgemeentelijk niveau uitvoering gegeven).


Prioriteiten

De brede school en onderwijskansenbeleid.

Deelgemeentelijk is ervoor gekozen om per wijk een samenwerkingsverband OKZ op te zetten, waarin de scholen, het sociaal cultureel werk, het opbouwwerk en opvoedingsondersteuning deelnemen.

Er zijn vijf samenwerkingsverbanden: Afrikaanderwijk/Katendrecht, Bloemhof, Hillesluis, Feijenoord/Kop van Zuid/Noordereiland en Vreewijk. Elk samenwerkingsverband heeft een procesbegeleider. Sinds 2005 is ook het voortgezet onderwijs (6 VO scholen) aangesloten bij de OKZ. De VO-scholen nemen deel aan de zogenaamde klankbordgroep OKZ.


In de OKZ samenwerkingsverbanden maken scholen afspraken met partners in de wijk om tot een zo goed en breed mogelijk activiteitenpakket te komen. Het aantal potentiële partners is groot: SenR, GGD, bibliotheek, SKVR, het deelgemeentelijk welzijnswerk (bijvoorbeeld de kinderactiviteiten van SWF), opvoedingsondersteuning, speeltuinen, sportverenigingen.

Het heeft grote meerwaarde als scholen in een wijk samenwerken, zodat een gevarieerd activiteitenprogramma ontstaat. In de deelgemeente is de samenwerking in de meeste wijken goed van de grond gekomen. Scholen zijn dan niet elkaars concurrent, maar vullen elkaar aan en werken samen om een zo breed mogelijk activiteitenpakket te realiseren. De school kan zo de samenhang in een wijk versterken. Risicovolle ontwikkelingen kunnen snel worden gesignaleerd in samen met andere partijen in de wijk worden opgepakt. Door fors op ouderbetrokkenheid en opvoedingsondersteuning in te zetten worden ook ouders betrokken.

De scholen maken jaarlijks een plan waarin de activiteiten zijn opgenomen, evenals de projecten rond opvoedingsondersteuning en ouderparticipatie. Deze plannen zijn de zogenaamde brede school plannen. Als de plannen worden goedgekeurd, en dit gebeurt door de dienst Jeugd, Onderwijs en Samenleving, dan kan de school zich brede school noemen.


In de deelgemeente zijn nagenoeg alle scholen (BO en VO) brede school.


In 2007 wordt verder gewerkt aan de kwaliteitsverbetering van het activiteitenaanbod door te gaan werken met de wijkprogrammering.

Een goed brede school programma vraagt om een gedegen analyse van de ontwikkelingsachterstanden en voorkeuren van de kinderen. De uitkomsten van de analyse van de vraag, in combinatie met een wijkanalyse, moeten uitgangspunt worden voor alle partners in de OKZ. Op basis daarvan worden bindende afspraken namaakt over de invulling van de programma’s: de wijkprogrammering.


Opvoedingsondersteuning

Investeren in opvoeding en opvoedingsondersteuning is een kerntaak van de voorzieningen die de pedagogische infrastructuur vormen: kinderopvang, onderwijs en jeugdgezondheidszorg.


Uit scholen, kinderopvang en peuterspeelzalen komen signalen dat het veel ouders ontbreekt aan pedagogische vaardigheden. Daarom is er een grote behoefte aan diverse vormen van laagdrempelige opvoedingsondersteuning, zoals uitgevoerd in de deelgemeentelijke wijken door SWF. Het aanbod van laagdrempelige opvoedingsondersteuning in de deelgemeente is redelijk. Maar er zijn nog witte vlekken, bijvoorbeeld opvoedingsondersteuning voor tieners.

Ook kindermishandeling en zwaardere gedragsproblematiek komen in de deelgemeente voor. Dit blijkt uit de DOSA-gegevens en uit signalen van SWM, AMW en lokale zorgnetwerken.

Doelstelling voor 2007 is versterking van de samenwerking onderwijs, jeugdgezondheidszorg, welzijnwerk, in een gezamenlijke wijkgerichte programmering opvoedingsondersteuning, die aansluit op de vraag. Daarvoor moet worden geïnvesteerd in een aanbod van laagdrempelige programma’s, en zal worden gekeken naar de effectiviteit van bestaande programma’s.

In het programma welzijn staat dat in 2007 een JONG XL centrum in de deelgemeente wordt gerealiseerd. De functies zijn al aanwezig: de jeugdgezondheidszorg (inclusief consultatiebureau), een voorpostfunctionaris van jeugdzorg en een pedagoog. Interventies zijn beschikbaar in de vorm van Eigen kracht Conferenties, Home Start en gezinscoaching. Knelpunt is nog het vinden van geschikte huisvesting.


Schoolmaatschappelijk werk.

Een belangrijk onderdeel in de basisinfrastructuur opvoedingsondersteuning is het onderwijs. Op school komen veel opvoedingsvragen aan de orde. Bij problemen die het normale contact tussen leerkracht en ouder ontstijgen wordt het SMW ingeschakeld. SMW op de basisscholen wordt verzorgd door SWF, in het voortgezet onderwijs wordt SWM uitgevoerd door bureau jeugdzorg.

Stedelijk is de wens geformuleerd om SMW in het basisonderwijs uit te breiden, zodat 15% van de leerlingen wordt bereikt. Nu wordt stedelijk 6% bereikt (in Feijenoord is het percentage hoger).Vooralsnog ontbreken hiervoor de middelen, zowel stedelijk als deelgemeentelijk. Het SWM in het basisonderwijs wordt voor de helft betaald door de stad, de andere helft betaalt de deelgemeente.

Daarnaast wordt de vraag naar SMW in de peuterspeelzalen steeds groter. Dit is nu niet voorhanden.

Ouderparticipatie.

Zowel ouders als school zijn nauw betrokken bij de opvoeding en de begeleiding van kinderen. Ze hebben een gezamenlijk belang, namelijk het zorgen voor optimale omstandigheden voor de ontwikkeling en het leren van kinderen, op school en thuis. De relatie tussen school en ouders is daarom erg belangrijk. In de praktijk blijken ouders en professionals niet zelden een andere kijk op opvoeding te hebben. Ook de opvattingen over optimale omstandigheden voor de ontwikkeling van een kind kunnen verschillen. En school en ouders zeer uiteenlopende verwachtingen hebben van wat ze elkaar te bieden hebben.

In de deelgemeente is in de afgelopen jaren geïnvesteerd door scholen in het maken van plannen voor ouderparticipatie: hoe betrek ik ouders bij de school, waarbij stichting De Meeuw ondersteuning heeft gegeven. Ook zijn in alle scholen ouderkamers gerealiseerd. In 2007 wordt een zogenaamde ouderscan gemaakt, door scholen en stichting De Meeuw, die ondermeer aangeeft hoever scholen zijn in het traject van ouderparticipatie.

Daarnaast zal in de deelgemeente meer worden ingezet op het rechtstreeks betrekken van ouders bij de school, ondermeer via projecten huiswerkbegeleiding en via projecten als Reflex.


Volwasseneneducatie en inburgering.

Nederlandse taalcursussen worden in de deelgemeente aangeboden door ROC Zadkine (de basiseducatie), door het Leer- en Ontmoetingsproject Vrouwen (LOV) en door een vijftal private partijen die in het kader van de inburgering van opvoeders contracten hebben met de dienst JOS. De programma’s die worden aangeboden zijn gericht op alfabetisering en taalverwerving voor laag opgeleiden en cursussen voor opvoeders, waar naast taal ook aandacht is voor opvoedingsondersteuning, ouderbetrokkenheid en maatschappelijke participatie.

Met de invoering van de Wet op de Inburgering per 1-1-2007 worden de “oudkomers” zelf verantwoordelijk voor het leren van de Nederlandse taal. De gemeente heeft de verantwoordelijkheid de wet uit te voeren en (groepen) bewoners te benaderen, te toetsen en de plicht op te leggen de taal te leren. Hiervoor zal vooral de aandacht uitgaan naar de opvoeders.

De deelgemeenten zal via haar netwerken bijdragen aan de inburgering en verwerven van de Nederlandse taal van de bewoners door hier in de netwerken en contacten met organisaties van bewoners en de professionals aandacht voor te hebben. Vooral van belang is dat er een deelgemeentelijke infrastructuur ontstaat, waar mensen kunnen leren en participeren in hun buurt of wijk.






Programma Economie en werken


Financiën ongewijzigd beleid


Afbeelding 6



Speerpunten en beleidswijzigingen


  1. Een amusements- en vermaakcluster “Eat and Meet” zal breed worden ontwikkeld.


  1. De uitstraling van winkels en winkelgebied zal worden verbeterd.


  1. Instellingen worden betrokken bij het oplossen knelpunten ID-banen


Indien de deelraad bovenstaande speerpunten onderschrijft dan zal dit tot gevolg hebben, dat budgetten binnen de deelgemeentelijke begroting vrijgemaakt dienen te worden:




Benodigd budget






Bidrage deelgemeente in ID-knelpunt SenR


55.300

structureel

Stagebeleid


20.000

structureel

Feijenoord@Work


300.000

structureel (Rotterdam Zet Door )






Inleiding

In dit programma komen de volgende onderwerpen aan de orde, economie, ondernemersondersteuning en werkgelegenheid.


Prioriteiten

De afgelopen jaren is een aantal economische ontwikkelingen in Feijenoord in gang gezet en zal om succesvol te willen zijn, nog moeten worden volgehouden. In het uitvoeringsprogramma wijkeconomie wordt gewerkt met 4 thema’s waarbinnen de werkzaamheden op economisch gebied vallen te groeperen: Evenementen en promotie, branchering, ondernemersondersteuning, uitstraling.


Evenementen en Eetwijk

Evenementen en activiteiten op het gebied van kunst en cultuur moeten ervoor zorgen dat er goede aansprekende activiteiten plaats vinden voor de lokale bevolking, maar ook dat er een publieksstroom naar Feijenoord wordt geleid. De evenementen dienen bij te dragen aan economische ontwikkeling door enerzijds uitgaven van de bezoekers bij de Feijenoordse ondernemers en door de inzet van Feijenoordse ondernemers en bewoners bij de evenementen, werk. Daarnaast kunnen evenementen de positieve aandacht voor de deelgemeente vergroten. Naast het aan­trek­ken van stedelijke evenementen zullen door de deelgemeente (en in de deelgemeente actieve partijen) nieuwe evenementen moeten worden ontwikkeld. Tot september 2007 kunnen enkele evenementen indirect vanuit de deelgemeente worden gesubsidieerd. Directe middelen voor het subsidiëren van evenementen dienen binnen de deelgemeentelijke begroting gezocht te worden.

In samenhang met het evenementenbeleid en het opknappen van Afrikaanderpark en de Afrikaandermarkt, gaat de Eetwijk zorgen voor nieuwe bedrijvigheid in de horecasfeer. Het gaat hierbij vooral om kwalitatief hoogwaardige, op eten gerichte horeca .De eerste restaurants en eethuizen zijn al geopend en zullen worden gevolgd door andere eetgelegenheden. Om de aansluiting op Luxor en de Now&Wow te verbeteren zou een goede toeleiding van het publiek naar de Afrikaanderwijk welkom zijn. De ontwikkelingen maken deel uit van een brede ontwikkeling in de deelgemeente van een amusements- en vermaakscluster, in Pact op Zuid heet het gebied ‘Eat en Meet’. Zaken die naast de evenementen en de eetwijk kunnen bijdragen aan deze ontwikkeling is de ontwikkeling rondom rivierparken, komst SS Rotterdam, nieuwe Luxor, Now en Wow, de havens voor pleziervaartuigen in de deelgemeente en de mogelijke komst van het European Chinese Center.

Het is de bedoeling om dit amusements- en vermaakcluster tot een sterk samenhangend concept te ontwikkelen.

Branchering

De afgelopen twee jaar zijn in samenspraak tussen Ontwikkelingsbedrijf, deelgemeente, eigenaren en ondernemers, voor vier economische aandachtsgebieden een ruimtelijke economische structuur (RES) opgesteld. De aandachtsgebieden zijn de Winkeldriehoek Afrikaanderwijk, de Dordtselaan, de Strevelsweg en Boulevard Zuid. Deze gebieden hebben onze aandacht omdat de fysieke en economische ontwikkeling er niet goed loopt: leegstand, slecht uitziende panden, onveiligheid etc. Voor de Winkeldriehoek en de Strevelsweg is de RES vastgesteld. Voor de andere twee gebieden dient dit nog te gebeuren. De Ruimtelijke Economische Structuur (RES) geeft een beeld weer in welke richting een straat zich kan of dient te ontwikkelen. Via de visies kunnen deelgemeentelijke en gemeentelijke middelen zo efficiënt en effectief mogelijk worden ingezet om de economische structuur van de deelgemeente te versterken.

Voor het uitvoeren van de visie is extra budget noodzakelijk.


In het verlengde van de discussie over de ruimtelijke economisch visies speelt zich de discussie af over strategisch onroerend goed. Op diverse plaatsen in de deelgemeente staan grotere gebouwen die hun oorspronkelijke functie hebben verloren of dreigen te verliezen. Deze gebouwen liggen soms op strategische locaties, d.w.z. locaties waar bij een juiste nieuwe invulling belangrijke positieve effecten kunnen worden gerealiseerd op de directe omgeving. Een aantal van deze gebouwen wordt omgevormd tot bedrijfsverzamelgebouw, waarin nieuwe bedrijvigheid wordt gehuisvest. Voor andere gebouwen wordt nog naar een passende functie gezocht. Knelpunt is dat deels de middelen om actief op te treden in het inzetten van strategisch onroerend goed ontbreken. Voor het uitvoeren van de visie is extra budget noodzakelijk.


De Motorstraat wordt gedeeltelijk herontwikkeld, waardoor mogelijkheden gaan ontstaan voor het aantrekken van nieuwe bedrijvigheid. Feijenoord-Oost is een wat lastig te bereiken bedrijfsterrein, maar functioneert goed met de bestaande bedrijvigheid. Aandacht behoeft wel de invulling van het daar aanwezige bedrijfsverzamelgebouw de Zuiderpoort.


Het Noordereiland kent een mix van detailhandel, ambachtelijke bedrijvigheid en ontwerpbureaus e.d. Van belang voor bewoners en ondernemers op het eiland is dat de kwaliteit van de bedrijvigheid in stand blijft. Naast het belang voor de bewoners en ondernemers van het Noordereiland zelf kan een goed functionerend en aantrekkelijk Noordereiland een goede brug vormen vanuit de stad naar het Entrepot en de rest van de deelgemeente. Nu nog te voet, op de fiets of met de auto in de toekomst mogelijk met een tram.


Ondersteuning ondernemers

De deelgemeente schenkt veel aandacht aan de kwaliteit van de ondernemers in Feijenoord. De problematiek ontstaat door de grote instroom van nieuwe en startende ondernemers die, omdat dat geen wettelijk vereiste meer is, lang niet altijd beschikken over de basisvaardigheden die noodzakelijk zijn om goed te kunnen ondernemen. Een goede ondernemer draagt zorg voor het goed functioneren van zijn eigen zaak maar ook voor een aantrekkelijke etalage, een schone gevel (plint) een schone stoep etc. De deelgemeentelijke inzet richt zich op vier groepen ondernemers, ieder met hun eigen kwaliteiten. De eerste twee groepen vormen de sterke ondernemers met een beeld wat het inhoudt om ondernemer te zijn. Deze mensen zijn in staat om zelf actie te ondernemen. Deze groep verdient aandacht omdat een winkelgebied met veel goede ondernemers in zijn totaliteit goed draait. De andere twee categorieën verdienen aandacht omdat zij als ondernemer niet goed functioneren. Dit is niet alleen vervelend voor henzelf en hun personeel maar ook voor de ondernemers om hen heen. De aandacht naar deze ondernemers toe richt zich op het verbeteren van hun kwaliteiten. Soms kan het beter zijn om iemand te adviseren om te stoppen met ondernemen en op een andere manier aan een inkomen te komen. Blijvende aandacht aan en inzet op de kwaliteit van het ondernemerschap is noodzakelijk.


Uitstralingsbeleid

Het uitstralingsbeleid is ingezet om de fysieke uitstraling van winkels en winkelgebieden te verbeteren. Een betere uitstraling leidt tot een aantrekkelijk verblijfsklimaat en meer bezoekers en daarmee tot beter functionerende winkelgebieden. De afgelopen jaren is inzet gepleegd op winkeluitstallingen en rolluiken. Dit moet leiden tot uitstallingen en rolluiken, die voldoen aan het opgestelde beleid. Recentelijk is het reclamebeleid aangepast. Handhaving van reclamebeleid kan ook leiden tot een betere uitstraling.

De controle op naleving van rolluiken-, uitstallingen- en reclamebeleid wordt niet uitgevoerd door de deelgemeente. Voor een betere uitstraling is het van belang dat de deelgemeente er bij de verantwoordelijke partijen op aandringt dat de regelgeving strikt gehandhaafd wordt. Vanuit de deelgemeente kunnen wij ondernemers stimuleren om gebruik te maken van regelingen als de Kansenzone om hun uitstraling te verbeteren. Speciale aandacht bestaat er voor de uitstraling van de Pretorialaan die als entree van de vernieuwde Afrikaanderwijk een nog smoezelige indruk achterlaat.


Tenslotte

Om de knelpunten op het gebied van fysiek, sociaal, economie en veiligheid aan te kunnen pakken maakt de deelgemeente gebruik van eigen en van externe middelen zoals doelstelling 2 en kansenzone. Op dit ogenblik wordt op verschillende niveaus gesproken over de inzet in de deelgemeente Feijenoord. Hierbij is het uitgangspunt dat de deelgemeente en haar problematiek op de stedelijk (en daarboven) agenda blijft staan.



Werkgelegenheid


(Jeugd)werkloosheid

Ontwikkelingen

De verantwoordelijkheid voor de bestrijding van werkloosheid door het aanbieden van scholings- en reïntegratietrajecten aan bijstandsgerechtigden en niet-uitkeringsgerechtigden is in Rotterdam een verantwoordelijkheid van de dienst Sozawe, die hiervoor middelen beschikbaar heeft uit de Wet Werk en Bijstand.

Voor jongeren (tot 23 jaar) heeft de gemeente Rotterdam het “jongerenloket” in het leven geroepen. Hierin werken de dienst JOS (onderwijs), Sozawe (uitkering en (leer) werktrajecten), samen

De deelgemeentelijke verantwoordelijkheid ligt bij het signaleren van schooluitval en werkloosheid onder jongeren dat een belangrijke taak is van het jongerenwerk. Binnen de deelgemeente is er een voorziening – Feijenoord@Work - met als taak het signaleren en aanspreken van jongeren die niet naar school gaan en geen werk hebben. Zij worden toegeleid naar het jongerenloket, maar in toenemende mate ook direct verwezen naar leer-werk projecten die er voor deze doelgroep bestaan. Ook is er vanuit het jongerenwerk aandacht voor de problemen rond het verkrijgen van stageplekken van middelbaar scholieren, zie verder in het onderdeel jeugd van het programma welzijn, waar de maatregelen op het gebied van preventie van schooluitval zijn uitgewerkt.


Prioriteiten

De prioriteit van de deelgemeentelijke inspanningen op het terrein van het bestrijden van de jeugdwerkloosheid, ligt bij het aanspreken, motiveren en toeleiden van jongeren die op eigen kracht de weg naar het jongerenloket niet vinden.


Financiën

De kosten van de maatregelen die worden genomen om jeugdige werklozen te benaderen en toe te leiden naar de geëigende voorzieningen en een actieve aanpak van het probleem van het tekort aan stageplekken, worden deels gedekt uit de reguliere middelen (bijvoorbeeld in de opdracht aan het jongerenwerk). Maatregelen in “projectvorm” zijn kostbaar en kunnen slechts met cofinanciering door de deelgemeente worden gedekt.



Gesubsidieerde werkgelegenheid

Prioriteiten

De regelingen op het terrein van gesubsidieerde arbeid (de WIW en de ID-regeling) zijn beëindigd.

Een groot deel (plm. 50%) van de mensen, dat nu via deze regelingen werkt, zal de komende jaren (moeten) uitstromen naar regulier werk.

Dit heeft belangrijke gevolgen, natuurlijk voor deze mensen zelf, maar ook voor de voorzieningen waar zij werkzaam zijn.


De gevolgen van de uitstroming van deze medewerkers worden steeds duidelijker zichtbaar: de TOS is een voorziening die voor een belangrijk deel op ID-medewerkers draait en, zoals in het programma Welzijn vermeld, nu onder zware druk komt. Datzelfde geldt voor het Buurt- en speeltuinwerk, de buurtmoederprojecten, het beheer van gebouwen en voorzieningen, enzovoorts.

Deze banen zijn veelal in het onderwijs en de welzijnssector gecreëerd.

Er zijn wel nieuwe regelingen op het gebied van gesubsidieerd werk, maar hier gaat het veelal om kortdurende arbeidsovereenkomsten met als doel door te stromen naar regulier werk. Dat wil zeggen dat deze banen in “kansrijke” sectoren worden gezocht, dus niet bij welzijnsvoorzieningen.

Alternatieven voor het wegvallen van de ID-medewerkers worden gezocht in het creëren van stageplaatsen, leer-werkplekken, stimuleren van vrijwilligerswerk en deelname aan projecten als het gemeenschapstakenplan (voor mensen met grote afstand tot de arbeidsmarkt) en work-first (jongeren die als tegenprestatie voor het verkrijgen van een uitkering werkervaring moeten opdoen) van Sozawe.


Financiën

Binnen de deelgemeente zijn momenteel nog naar schatting zo’n 300 mensen werkzaam op een ID-baan. Het “witten” van deze banen, dus de baan omzetten in een ongesubsidieerde baan, zou de deelgemeente ruim € 7 miljoen kosten. Dit is dus ondenkbaar. Er is daarom beleid geformuleerd dat de instellingen zelf naar oplossingen dienen te zoeken voor de ( financiële) knelpunten die er ontstaan als gevolg van het wegvallen van de ID-banen. Verder is afgesproken met de instellingen regelmatig overleg te voeren over deze problematiek, zodat er keuzes kunnen worden gemaakt en er naar oplossingen kan worden gezocht.






Programma Beheer Buitenruimte



Financiën ongewijzigd beleid


Afbeelding 7

Speerpunten en beleidswijzigingen


  1. De inzet op vuil naast container en hondenpoep zal worden voortgezet


  1. De Schoon en heel - campagnes worden planmatig voortgezet en met wijkpartijen afgestemd.


  1. Inzicht in omvang onderhoudbudgetten Heel teneinde kwaliteit te behouden


  1. Het budget wegonderhoud is ontoereikend voor de komende jaren


  1. Om druk gebruikte openbare speelplaatsen goed ingericht te houden zal voldoende budget beschikbaar moeten zijn.


Indien de deelraad bovenstaande speerpunten onderschrijft dan zal dit tot gevolg hebben, dat budgetten binnen de deelgemeentelijke begroting vrijgemaakt dienen te worden:


Afbeelding 8



Schoon

De aanpak van Schoon en Heel, vooral voor wat betreft vuil naast de container en hondenpoep, loopt door vanuit 2006. Na een evaluatie wordt gekeken in hoeverre er binnen de aanpak sprake moet zijn van een accentverschuiving. Het gaat hierbij om: handhaving, gedragsbeïnvloeding, communicatie enz. Hoewel de productnormeringscores en de recente veiligheidsindex over het algemeen geen daling laten zien, blijft alertheid en aandacht op schoon en heel terrein nodig.

De handhaving, met gebruikmaking van het bestuursrecht op overtreders die zakken huisvuil zetten op straat in plaats van deze in de container te deponeren, is de afgelopen jaren succesvol geweest. De bij de invoering van de containerisatie optredende vervuilingexcessen zijn mede daartoe sterk teruggedrongen.


Voor 2006 is ervoor gekozen om naast de inzet op schoonmaak vooral in te zetten op meer handhaving op andere vervuiling zoals hondenpoep, grof vuil op straat, etc. Door het maken van uitvoeringsafspraken en de inkoop van twee extra milieucontroleurs bij Stadstoezicht (sinds 2005) werd beoogd dit doel te realiseren.

Omdat er maar een beperkt contingent milieucontroleurs beschikbaar is vanuit het Openbaar Ministerie en deze zijn over de stad waren verdeeld. In 2007 zal de instroom van de nieuwe functionarissen interventiemedewerker en de uitstroom op de voormalige gesubsidieerde toezichthouders-functies afgerond zijn en wordt het aantal van 46 functies volledig bemand door interventiemedewerkers.

In de begroting 2006 is budgetruimte opgenomen om nog meer milieucontroleurs in te kunnen kopen. Met de beperkingen van het contingent is het niet mogelijk om naast de twee extra functies nog meer functies in te kopen. Daarmee wordt minimaal een ton euro niet voor de inkoop van deze specifieke functionarissen aangewend, ook niet in 2007.

De inkoop van beveiligers voor het openen en sluiten van het Afrikaanderpark en van ingerichte en afgesloten slooplocaties e.d. is vanaf 2007 structureel een budget nodig, dit kan binnen het toezichtbudget gedekt worden.

In samenwerking met Vestia is een proef gestart, waarbij een gedeelde buurtconciërge ook deels in het Afrikaanderpark toezicht zal houden. Andere mogelijkheden worden ook onderzocht en dit leidt wellicht later in 2007 tot een nieuw voorstel.


2006 zou het jaar zijn waarin de Schoon en Heel campagnes, die in voorgaande jaren al werden gehouden, meer planmatig worden voorbereid. Hoewel er in 2006 wederom nuttige Schoon en Heel -acties zijn gehouden, door deelgemeente en door andere partijen, schort het nog aan planmatig afstemming met andere partijen. In 2007 worden wederom dergelijke acties gehouden en wordt getracht de deelgemeentelijke regie op de acties en de publiciteit aan te scherpen.



Heel

Beheer en onderhoud van de verschillende disciplines als wegen, bomen, struiken, gras en waterpartijen worden voortdurend uitgevoerd.


Al in 2006 is aan de deelraad gemeld dat het zaak is, vooral in het onderhoud van de wegen, om de dalende kwaliteit in te dammen. Doordat de straten vaak smal zijn en er veel verkeer doorgaat is er voortdurende een grote behoefte aan onderhoud.

Uit de in 2006 aangeleverde cijfers blijkt dat de kwaliteit vermindert: er is een toename van de categorie slecht en matig.



1993

1999

2002

2004


Goed

35%

21%

54%

33%


Matig

40%

61%

33%

43%


Slecht

25%

18%

13%

24%



Wanneer tijdig wordt geïnvesteerd in onderhoud zal een verdere kwaliteitsdaling worden gekeerd. In 2006 lag er al een onderhoudsbehoefte voor een aantal grote straten. Zo ook de Hilledijk, vanaf het gedeelte Putselaan tot aan het einde van de straat. De renovatie van gevel tot gevel op deze lange straat kost ruim € 4,8 ton.. Renovatie van het winkelplein P. Krügerstraat kost minimaal 2,5 ton euro. In 2007 is uitvoering van beide projecten nodig, dit legt een fors beslag op het beschikbare budget.


De Oranjeboomstraat staat sinds twee jaar op de onderhoudslijst voor renovatie van zowel de rijweg als de trottoirs.

Daarnaast ligt er de gedeelde wens, opgenomen in de Wijkvisie Feijenoord, om de Oranjeboomstraat, die een duidelijke verkeers- / levensader is voor de wijk, op te fleuren en op een kwaliteitsniveau in te richten. Daar is door ontwerpers al eens over nagedacht: met de aanpak van de middenberm is door het aanbrengen van ander bestratingmateriaal op enkele koppen een aanvang gemaakt. Nu de Nieuwe Unie daar komend jaar een aantal van haar panden (en luifels) opknapt, is het gewenst aansluitend, uiterlijk in 2008, het wegonderhoud uit te voeren.


De beheerder, de werf Feijenoord, zal bij het aanbieden van het Meerjaren Onderhoudsplan 2008-2012 een planning en kostenoverzicht van het toekomstige wegonderhoud in de Kop van Zuid aanleveren. Daarmee wordt de noodzakelijke dotatie aan de bestemmingsreserve Kop van Zuid bepaald.


Voor het Groenonderhoud is er de komende twee jaar door de raad al eerder eenmalig een extra budget van twee ton euro beschikbaar gesteld en een besluit genomen om een aantal bomen groepsgewijs te kappen. Een en ander conform het besluit op het bomenbeheerplan. De uitvoering is echter seizoensgebonden en dient ook nog nauw afgestemd te worden aan de planning en uitvoering van nieuwbouw- / herinrichtingprojecten. Deze opdracht tot het bomenbeheer wordt daarom in de jaren 2006 t/m 2008 uitgevoerd.


De watergangen worden periodiek schoongemaakt. Daarnaast dienen de watergangen eens in de zes jaar gebaggerd te worden. Het baggeren van de hoofdwatergangen in ons gebied gebeurt door het waterschap, de deelgemeente heeft echter wel een ontvangstplicht. Dat betekent dat de kosten voor het transport en verwerken van de bagger door de deelgemeente moeten worden betaald. Het baggeren van de overige watergangen is een zaak van de deelgemeente.

Het op orde houden van de beschoeiing, van alle watergangen, is een taak van de deelgemeente.


Het baggeren gebeurt eens in de zes jaar. Het waterschap werkt met zgn. schouwvakken, maar houdt zich niet aan deelgemeentegrenzen. De kosten fluctueren dus en worden niet gelijkmatig over de zes jaren verdeeld. Het voor baggeren bestemde budget uit de jaaropdracht wordt het ene jaar dus niet of gedeeltelijk besteed terwijl in andere jaren het budget onvoldoende kan zijn. Dit is ook het geval bij het vervangen van oude beschoeiing, wat zo om de 20 jaar nodig is.



Er is op de begroting wel voldoende structureel budget voor periodiek en storingsonderhoud van speelelementen en openbare speelplekken, maar onvoldoende voor eenmalige, maar terugkerende renovatie / herinrichting. Het instellen van een bestemmingsreserve voor inrichting van openbare speelplekken (ad € 150.000 per jaar) dient ertoe om fluctuaties in deze kosten op te vangen.








Programma Veilig



Financiën ongewijzigd beleid


Afbeelding 9


Speerpunten en beleidswijzigingen


  1. In samenwerking met stadsbestuur zal een ‘kansgedreven buurtbeleid’ worden ontwikkeld.


  1. De aanpak van drugs en overlast zal worden verscherpt.


Indien de deelraad bovenstaande speerpunten onderschrijft dan zal dit tot gevolg hebben, dat budgetten binnen de deelgemeentelijke begroting vrijgemaakt dienen te worden:


Afbeelding 10



Inleiding

Wijkveiligheid is sinds enige jaren een stedelijke en deelgemeentelijke topprioriteit. De wijkveiligheid is ook in 2007 de basis voor het gebiedsgericht- en vraaggericht werken in de wijken. Binnen de wijkveiligheidsaanpak - veelal ook wijkaanpak genoemd - wordt de komende jaren de sociaal-preventieve component stevig neergezet. Daarnaast krijgen de bewonersparticipatie en actief burgerschap, meer dan voorgaande jaren, veel aandacht. In de programma’s Welzijn, Onderwijs en kennis en Burger wordt hier nader op ingegaan.



Gebiedsgerichte focus: typologie wijken, buurten en aanpak

Wijken waar een bepaalde problematiek speelt (bijvoorbeeld jongerenoverlast, verkeersproblematiek, Schoon en Heel) of waar een specifieke aanpak wordt uitgevoerd (herstructurering of grootschalige sloop) krijgen in de deelgemeente meer themagerichte aandacht, bovenop de reeds aanwezige basisinzet. De bovenreguliere inzet staat beschreven in de wijkactieprogramma’s.


De wijken in de deelgemeente worden als volgt getypeerd:


Beheerwijken: Noordereiland, Kop van Zuid, delen van Vreewijk: nadruk op onderhoud en beheer; desalniettemin hebben ook deze wijken een wijkactieprogramma met beperkt aantal accenten in de aanpak.


Prioritaire wijken: Bloemhof, Hillesluis, Afrikaanderwijk; dit zijn de wijken waar gebiedsgericht werken thans vormgegeven wordt binnen Feijenoord Zet Door! Niet toevallig liggen alle hotspots in deze drie wijken.


Aandachtwijken (voorheen accentwijken genoemd): Katendrecht (Antillianenaanpak, herstructurering), Feijenoord (jeugdproblematiek, herstructurering), Vreewijk (jeugdproblematiek).



Focus wijkactieprogramma, van 2006 naar 2007

Op basis van de resultaten van de veiligheidsindex en het vooroverleg van de Stuurgroep Wijkveiligheid op 4 april 2006 zijn de volgende prioriteiten als uitgangspunt opgesteld voor het ontwikkelen van de wijkactieprogramma’s 2007. Deze elementen worden in ieder geval door de betrokken partijen van extra aanpak voorzien. Vanuit deze basis wordt intern bij de deelgemeente en met partners SWF, BdF en bewonersorganisaties een top 3 of 4 samengesteld per wijk, weergegeven in de uitgangspuntennotitie. De uiteindelijke focus per wijk is richtinggevend voor de inhoud van de wijkactieprogramma’s en geeft mede richting aan de inhoud van jaarplannen van diensten en instellingen zoals SWF en BdF. De beleidsinhoudelijke invulling is ingekaderd door de bestaande beleidsprogramma’s (Veilig, Fysiek, Sociale integratie, Jeugd, Schoon en Heel, en Economie). Tijdens het proces van totstandkoming van de wijkactieprogramma’s wordt het beleid geoperationaliseerd en getransformeerd tot op maat toegesneden actie (maatregelen, prestatieafspraken), worden lokale problemen (straat-, buurt-, wijkniveau) gekoppeld aan het stedelijk en deelgemeentelijk aanbod en levert het proces van gebiedsgerichte vraagformulering en probleemanalyse input op voor de diverse programma’s.


De focus per wijk wordt in hoofdzaak bepaald aan de hand van de volgende drie mogelijkheden:

  1. Het onderwerp behoort tot een van de drie problemen die door de bevolking van de wijk worden genoemd als de grootste buurtproblemen.

  2. Het onderwerp scoort negatief in de index van problemen: minder dan een vijf en zich bevindende in de probleem- of onveilige zone en het onderwerp scoort negatief ten opzichte van 2003.

  3. De score van de wijk voor het betreffende onderwerp wijkt negatief af van het stedelijk gemiddelde.



Prioriteitswijken


Focus prioriteitswijken 2006

2006

Hillesluis

Afrikaanderwijk

Bloemhof

Diefstal

 

zr, wd, dua

 

Drugs

 

 

 

Geweld

 

 

mh, bmg, ogp

Inbraak

 

won, kgts

 

Vandalisme

abr, vern

 

vern

Overlast

dm, lvos, gj

dm, lvos, gj, bg

dm, lvos, gj, wp

Schoon en Heel

vnc, vos

wp, vnc, vos, gev, verl

gev, vnc, vos

Verkeer

 

 

 


Focus prioriteitswijken 2007

2007

Hillesluis

Afrikaanderwijk

Bloemhof

Diefstal

 


 

Drugs

 


 

Geweld

 

 


Inbraak

 



Vandalisme




Overlast

Antillianen

Jongeren

Jongeren, Antillianen

Schoon en Heel




Verkeer

 

 

 



Accentwijken


Focus accentwijken 2006

2006

Noordereiland

Kop van Zuid

Feijenoord

Vreewijk

Katendrecht

Diefstal

 

dua, wd

f, dua

dua, ad

 

Drugs

 

 

 

 

 

Geweld

 

 

 

mh, tr

 

Inbraak

 

 

kgts, bp

won, kgts

 

Vandalisme

 

 

 

gj

vern

Overlast

dm

 

 

 

bg, gj, omw

Schoon en Heel

hp

 

vnc, gev

vnc, gev, vern, hp

 

Verkeer

 

 

 

 

 



Focus accentwijken 2007

2007

Noordereiland

Kop van Zuid

Feijenoord

Vreewijk

Katendrecht

Diefstal




Ikazia


Drugs






Geweld






Inbraak






Vandalisme






Overlast



Schelpjes groep


Antillianen

Schoon en Heel






Verkeer








Afkorting


Afkorting


Afkorting


abr

ad

bg

bmg

bp

dm

dua

gev

abri’s

auto diefstal

burengerucht

bedreiging met geweld

bedrijfspanden

dronken mensen

diefstal uit auto’s

gaten en verzakkingen



gj

hp

kgts


lvos

mh

ogp

omw

tr


groepen jongeren

hondenpoep

kelders, garages, tuinhuizen, schuren

lastig vallen op straat

mishandeling

openlijke geweldpleging

omwonenden

tasjesroof


verl

vern

vnc


vos

wd

won

wp

zr

verloedering

vernielingen

vuil naast container

vuil op straat

winkel diefstal

woningen

wildplassen

zakkenrollen




Een dwarsdoorsnede van de focus per wijk geeft het volgende beeld.

  • Schoon en Heel en verkeer zijn geheel uit de focus verdwenen.

  • Geweld en inbraak scoren positiever ten opzichte van voorgaande jaren.

  • Vandalisme is grotendeels uit de focus verdwenen.

  • Drugs en overlast (waaronder jongerenoverlast) komt daarentegen sterk naar voren als deelgemeentebrede problematiek, het sterkst nog in de drie prioritaire wijken.


Algemeen (zie ook uitgangspunten Programma Burger, Participatie en Integratie)

  • Extra aandacht actief burgerschap, stimuleren sociale cohesie.

  • Verbetering van de communicatie met de bewoners en bewonersorganisaties. Dit in navolging op de evaluatie van de Guldenregels.



En verder

  • Start herijking en actualisering deelgemeentelijk horecabeleid in het verlengde van de actualisering van het stedelijke horecabeleid.



Programma-inhoudelijke consequenties

De aanpak van drugs en overlast blijft het belangrijkste zwaartepunt binnen de aanpak van vooral de prioritaire wijken. De aanpak van drugs en overlast, zoals beschreven in de wijkactieprogramma’s 2006, worden aangescherpt in nauwe samenhang met het gebiedsgerichte programma Feijenoord Zet Door!, waarbinnen het concept van de drugsvrije buurt thans wordt uitgewerkt. Belangrijkste oplossingsrichtingen vanuit programma Veilig zijn:

1. het organiseren van structureel toezicht en handhaving (publiek domein, pandgericht);

2. een stevige persoonsgerichte aanpak (denk aan PGA1 700, PGA geweld, adoptie etc, PGA criminele jeugd).

Dit laatste punt blijft, vanwege de centrale bestuurlijke, politiële en justitiële regievoering over deze aanpakken, hier buiten beschouwing. De persoonsgericht aanpak van jeugd (PGA lokaal, dat wil zeggen de probleemgerichte aanpak van overlastgevende en hinderlijke jeugd) is een thema binnen het programma Welzijn. Ten aanzien van deze PGA wordt de samenwerking en samenhang met Veilig versterkt. De aanpak van de jongerenproblematiek in Afrikaanderwijk laat zien dat dit goed werkt en tot resultaat leidt.


Ten aanzien van de eerste oplossingsrichting wordt geconstateerd dat er reeds zeer veel onder deelgemeentelijke regie wordt gedaan2. Daarbij valt te denken aan de Toezichtmodellen (Boulevard Zuid, Dordtselaan, Afrikaandermarkt, Interventieteam, drugspandenaanpak en aanpak van horeca en coffeeshops).


Mede gezien de in het verlengde van de focus liggende conclusies en uitgangspunten is de stelling dat, let wel, binnen het programma Verantwoord Veilig, een versteviging en aanscherping van de deelgemeentelijke regietaak gewenst is op de volgende terreinen:

  • pandenaanpak / interventieteams / aanpak horeca;

  • PGA Jeugd;

  • toezicht(modellen).


Programma Feijenoord Zet Door (FZD)

De deelgemeente Feijenoord – met name de wijken Bloemhof, Hillesluis en Afrikaanderwijk – kan zich verheugen in een sterke belangstelling vanuit de stad, het Rijk en Europa. De hotspotaanpak, de inzet van EFRO-subsidies, de Economische KansenZones, Feijenoord Zet Door (FZD), het Sociaal Platform Rotterdam en het Pact op Zuid laten zien dat de problemen van de oude stadswijken serieus worden genomen. Ook particuliere investeerders en woningcorporaties werken intensief aan het wegwerken van achterstanden. Zij laten daarmee ook zien dat zij vertrouwen in een betere toekomst voor dit gebied.


Om de veelheid aan investeringen op fysiek, sociaal, economisch en veiligheidsterrein in goede banen te leiden, is gekozen voor een ambitieus en integraal programma FZD. Het betreft hier een gemeenschappelijk programma van de gemeente Rotterdam en de deelgemeente Feijenoord van waaruit de investeringen in Bloemhof, Hillesluis en Afrikaanderwijk worden gestuurd en gemonitord.

We kenden als deelgemeente een soortgelijk integraal programma voor de Feijenoordse hotspots. Zowel de bestaande als de nieuw voorgestelde hotspots bevinden zich in het werkgebied van FZD. Daarom is besloten om het uitvoeringsprogramma Hotspots met ingang van 2007 integraal op te nemen in het programma FZD. Verantwoording zal in het vervolg dan ook binnen dat kader plaatshebben.


Bestemmingsreserve FZD

De deelgemeente wil voor het bereiken van de gestelde doelen een actieve, waar nodig sturende, maar altijd stimulerende rol innemen. In de afgelopen bestuursperiode is gebleken dat de deelgemeente deze rol kan versterken door ook financieel te participeren in projecten. De vorige deelraad heeft met het oog hierop twee bestemmingsreserves ingesteld: een bestemmingsreserve hotspots en een bestemmingsreserve cofinanciering. Het doel van deze reserves was het genereren van investeringen door stedelijke diensten en instellingen en het vormen van een basis voor Europese subsidieprojecten. De bestemmingsreserves hotspots en cofinanciering vormen het fundament voor de sociaal-economische revitalisering van de Boulevard-Zuid, de Dordtselaan en de Strevelsweg. Het toezichtsmodel Boulevard-Zuid, de scholingswinkel van het Albeda College en het projectbureau Het Jonge Noorden op Zuid kwamen op soortgelijke wijze tot stand. Beide reserves zijn inmiddels, conform plan, uitgeput.


Hotspotaanpak

Binnen de deelgemeente Feijenoord worden op dit moment drie gebieden benaderd als hotspot: de Dordtselaan, de Strevelsweg en de Riederbuurt-Noord. Thans beraadt het College zich op het aanwijzen van nieuwe gebieden waarvoor een hotspotbenadering zal worden gevolgd. In overeenstemming met de aanbeveling van het Dagelijks Bestuur zal binnen Feijenoord prioriteit worden gegeven aan de Boulevard-Zuid als geheel, de Putsebocht en de westzijde van de Hillevliet.


De meeste maatregelen in de aanpak van de bestaande hotspots vloeien voort uit de programma’s Fysiek, Sociaal, Economie en Veilig. Extra maatregelen worden gefinancierd uit de bestemmingsreserve hotspots en uit zgn. EFRO of D2-subsidies. Een belangrijke impuls wordt daarnaast gegeven door de aanwijzing van grote delen van Feijenoord en Charlois als Economische Kansenzones. De hieraan gekoppelde investeringssubsidies en de inzet van gemeentelijk onroerend goed stimuleren de ontwikkeling van het bedrijfsleven. Het OZB-fonds, dat wordt besteed in overleg met de ondernemers, maakt het mogelijk om ook de nodige maatregelen in de bedrijfsomgeving te nemen. Daarbij kan worden gedacht aan (camera)toezicht, promotie en collectieve investeringen in de uitstraling van het winkelgebied.


De fysieke en economische aanpak van de Dordtselaan en de Strevelsweg zullen in de loop van 2007 tot een afronding komen. Wel is dan nog verhoogde aandacht geboden voor de sociale – en veiligheidsstructuur.

De integrale aanpak van de Riederbuurt-Noord zal, mede door de voorgenomen nieuwbouw, nog verschillende jaren in beslag nemen. In aanvulling op het toezichtmodel is gestart met een grootschalige sociaal-economische revitalisering van de Boulevard-Zuid.


De hotspotaanpak heeft in alle hotspots een vergelijkbare structuur:

De dS+V volgt een actieve strategie om de particuliere woningvoorraad te verbeteren door middel van o.a. aanschrijvingen, subsidies voor woningverbetering, AVV-trajecten (aankopen, verbeteren, verkopen) en collectieve gevelverbetering. De deelgemeente voorziet samen met de directie Veilig, de politie, de dienst Stadstoezicht en particuliere beveiligingsdiensten in verscherpt toezicht, met name tijdens de kwetsbare uren. Evenzo voorziet de deelgemeente samen met het OBR, bewoners(organisaties), ondernemers en eigenaren in een actief programma voor sociaal-economische revitalisering. Deze sociaal-economische programma’s worden gefinancierd met gebruikmaking van D2-subsidies en de Economische Kansenzones.


Voor elk van de hotspots is een projectleider aangewezen en opereert een projectteam waarin de verschillende disciplines (Fysiek, Economie, Sociaal, Schoon, heel en veilig) hun werkzaamheden afstemmen. Uit D2-budget wordt een laanmanager ingehuurd voor de speerpunten in het betreffende gebied (met name het invullen van leegstand, het aantrekken van nieuwe ondernemers, promotie en verbetering van de uitstraling).


Cruciaal voor de hotspotaanpak is het optreden van het Interventieteam. Het Interventieteam biedt toegang tot de problematiek achter de voordeur en biedt de ingang voor een effectieve aanpak door elk van de betrokken partners.



Financiële consequenties

De continuering van de bestaande Toezichtmodellen (waar particulier toezicht een belangrijk onderdeel van is), evenals het structureel maken van de inzet van interventieteams, brengen het komende jaar en de jaren daarna, aanzienlijke kosten met zich mee. Thans worden veel projecten, waaronder ook veel maatregelen in het kader van het programma hotspots, gedekt uit de bestemmingsreserves, Europese gelden en gelden van de stadsmarinier. Eind 2006 zijn deze middelen vooralsnog opgedroogd. De bestemmingsreserve Veilig zal vervolgens aangewend dienen te worden. Het feit dat de huidige inzet op veiligheid de komende jaren gecontinueerd wordt staat op gespannen voet met de constatering dat de reguliere veiligheidsmiddelen (Doeluitkering Veilig, Wijkbudgetten) niet verhoogd zijn de afgelopen jaren.


Voor de uitvoering van de wijkaanpak en de brede deelgemeentelijke veiligheidsaanpak zijn de volgende budgetten beschikbaar:

  • Wijkbudgetten

  • Doeluitkering Veilig

  • Bestemmingsreserve Veilig



Om vanuit de deelgemeente richting te kunnen geven aan het programma Feijenoord Zet Door, om investeringen door andere partijen te kunnen stimuleren en om een financiële basis te vormen voor subsidie-aanvragen, stelt het DB voor om in deze bestuursperiode op een soortgelijke wijze te opereren. Dit betekent:

  1. op de begroting worden beleidsintensiveringen in het kader van FZD herkenbaar gemaakt, opdat deze waar nodig kunnen worden ingezet als cofinanciering;

  2. er wordt een nieuwe bestemmingsreserve FZD ingericht die in de jaren 2007, 2008 en 2009 gevoed wordt met telkens € 100.000 tot € 150.000 en in hetzelfde ritme tot besteding komt; de bestedingsrichting van deze bestemmingsreserve (aard van de te stimuleren projecten) wordt bepaald door de deelraad.








Programma Bouwen



Financiën ongewijzigd beleid


Afbeelding 11


Speerpunten en beleidswijzigingen


  1. Het aanbod bereikbare woningen zal op peil gehouden worden.


  1. Het doelgroepenbeleid woningmarkt zal verder ontwikkeld en uitgevoerd worden.


  1. Een aantal sportzalen / gymlokalen zal i.v.m. de Brede school opgeknapt of vervangen moeten worden.



Indien de deelraad bovenstaande speerpunten onderschrijft dan zal dit tot gevolg hebben, dat budgetten binnen de deelgemeentelijke begroting vrijgemaakt dienen te worden:




Benodigd budget






Inrichtingsplan Hillekop


200.000

eenmalig

Inrichtingsplan Egelantierstraat


200.000

eenmalig

Speelplekkenplan Bloemhof


100.000

eenmalig (Rotterdam Zet Door )

Cofinanciering Pretorialaan


50.000

eenmalig







Inleiding

In het programma-akkoord 2006-2010 wordt t.a.v. het programma Bouwen op een aantal aspecten van het brede veld van ruimtelijke ordening, volkshuisvesting, buitenruimte inrichting en verkeer en vervoer nader ingegaan.


Prioriteiten

Gebiedsontwikkeling

Er zijn veel invalshoeken om tot gebiedsontwikkeling te komen. De meest belangrijke is de integrale aanpak van een gebied. In de meeste gevallen komt het er op neer dat we in de deelgemeente Feijenoord tot een wijkaanpak komen, waarbij de fysieke, sociale en economische ontwikkeling met elkaar verbonden worden.

De deelgemeente is één van de partijen die een rol spelen bij de integrale ontwikkeling van een wijk of een gebied. Andere belangrijke partijen zijn onder andere de bewonersorganisaties, de gemeente (OBR) en de corporaties, die het overgrote deel van de woningen in de deelgemeente bezitten.

Om de verbetering van het woon- en leefmilieu daadwerkelijk krachtig te kunnen aanpakken is het noodzakelijk dat onderkend wordt dat de deelgemeente Feijenoord niet in staat is om deze klus alleen te doen.

De investeringen, die gepleegd moeten worden voor het herstructureren van delen van de wijk, de aanpak van de buitenruimte, het oplossen van de soms slechte bereikbaarheid van de wijken kunnen alleen gedaan worden als de partijen in een wijk/gebied gezamenlijk de schouders zetten onder de integrale aanpak. Voorbeelden hiervan zijn de gebiedsaanpak van Katendrecht, de ontwikkeling en uitvoering van de wijkvisies voor Vreewijk en Feijenoord, Rotterdam Zet Door en het Pact op Zuid.

Dit betekent dat het noodzakelijk is dat er meer tijd gestoken moet worden in het opbouwen van een goede relatie met de meest betrokken partijen, waarbij ook de relatie tussen wethouder(s) en portefeuillehouder(s) niet onderbelicht mag blijven.


Woningbouwproductie

Door samen met de genoemde partijen voldoende te investeren moet het mogelijk zijn om tot een goede evenwichtige opbouw van het woningbestand te komen in de deelgemeente. Dit betekent niet alleen dat de deelgemeente haar met het college afgesproken quotum aan nieuwbouw woningen dient na te komen. Het betekent ook dat van het dagelijks bestuur verwacht moet worden dat zij samen met corporaties en projectontwikkelaars nagaat welke invloed er, binnen de stedelijke woonvisie, te verkrijgen is op de woningbouwprogramma’s zodat er rekening gehouden wordt met de starter, de ouderen en met de grote gezinnen. Het dagelijks bestuur heeft een verantwoordelijkheid om, mede gelet op de prijsontwikkelingen op de woningmarkt, alles in het werk te stellen om het aanbod van bereikbare woningen op peil te houden. Om de koopwoningenmarkt toegankelijk te maken voor de eigen bevolking kan samen met corporaties en projectontwikkelaars bekeken worden wat de mogelijkheden zijn om aantrekkelijke financieringsconstructies voor koopwoningen te ontwikkelen.

Daarnaast is het voor een evenwichtige opbouw van de wijk natuurlijk ook noodzakelijk dat er voldoende woningen gerealiseerd worden die voor de midden- en hogere inkomens aantrekkelijk zijn om zich in de Feijenoordse wijken te gaan vestigen.


Huisvesting doelgroepen

In 2004 is met het college van B en W een afspraak gemaakt over het aantal jaarlijks door de deelgemeente Feijenoord in samenwerking van de sociale huisvestingspartijen, te realiseren wooneenheden ten behoeve van het Souterrain van de Woningmarkt. Het gaat hier om bestaande woningen, die in zelfstandig te bewonen eenheden worden omgezet. De deelgemeente is verantwoordelijk voor het afgeven van de splitsingsvergunning.

Naast deze vorm van wonen met een lichte begeleiding is er ook een groep die dagelijks gedurende meerdere uren begeleiding nodig heeft. De toewijzing van panden/eenheden voor deze doelgroep gaat buiten de deelgemeente om. Het verdient aanbeveling om in het kader van het verbeteren van de veiligheidsbeleving in de wijken, gezamenlijk met de corporaties en het college van B en W te onderzoeken hoe de deelgemeente voldoende bij deze huisvestingsmogelijkheden kan worden betrokken.

Tot slot blijft er aandacht noodzakelijk voor de IBW-inrichtingen. In de Oranjeboomstraat is een IBW-inrichting gerealiseerd voor de dames van de Keileweg. Om een dergelijke ontwikkeling in de toekomst beter te kunnen sturen en qua locatie te kunnen afwegen is het wenselijk om t.a.v. de mogelijke realisatie van inrichtingen met 24-uursbegeleiding samen met het college afspraken afspraken te maken, waardoor de deelgemeente beter betrokken is en meer regie houdt op de realisatie van IBW-inrichtingen.


Naast het verder ontwikkelen van een doelgroepenbeleid voor het souterrain van de woningmarkt moet er hard gewerkt worden aan de realisatie van ouderenhuisvesting, huisvesting voor starters en grote gezinnen, en van atelierruimten en oefenruimten binnen de deelgemeente Feijenoord.


Bereikbaarheid

De afgelopen jaren is er al veel verbeterd aan de bereikbaarheid van de deelgemeente. Daarbij is het zwaartepunt meestal komen te liggen op de doorgaande routes door en langs de deelgemeente Feijenoord. Als de deelgemeente Feijenoord daadwerkelijk beter op de kaart moet komen dan moet de deelgemeente ook beter bereikbaar zijn.

Diverse mogelijkheden zijn daarvoor aanwezig. Zo kan gedacht worden aan het verbeteren van de verbindingen over het water. Immers Afrikaanderwijk, Katendrecht, Noordereiland, Kop van Zuid en Feijenoord liggen allemaal aan het water. De deelraad heeft al vele jaren de wens om een oeververbinding tot stand te brengen tussen Katendrecht en de Wilhelminapier. Daarnaast is het voor de ontwikkeling van het Entrepotgebied en de wijk Feijenoord zeer belangrijk als via Parkstad een tramverbinding door de wijk Feijenoord over de Willemsbrug in de richting van het Centraal Station gerealiseerd wordt.

In 2007 zal worden bezien welke ontwikkelingen op korte dan wel op (middel)lange termijn gerealiseerd kunnen worden om Feijenoord beter bereikbaar te maken. Hierbij moeten ook de bestaande verkeersbundels tegen het licht gehouden worden Immers de bereikbaarheid is van belang voor het maken van vestigingskeuzes van nieuwe bewoners en/of ondernemers, zoals voor de ss Rotterdam en de binnenkort te realiseren Maastoren .


Relatie fysiek en buitenruimte

De buitenruimte moet zijn afgestemd op de huidige gebruikers van deze buitenruimte. De buitenruimte wordt voor de lange termijn aangelegd (lees 20 tot 30 jaar) in die periode kan de samenstelling van de omwonenden sterk wijzigen. Het is dus van belang bij de inrichting van de buitenruimte rekening te houden met de toekomstige ontwikkeling van de woningvoorraad. Om dit te kunnen doen dient de deelgemeente inzicht te hebben en aan te sluiten bij de lange termijn ontwikkelingen van woningcorporaties. Dit betekent dat bij nieuwbouwprojecten de buitenruimte zo ingericht moet gaan worden dat deze past bij de huidige bewoners en flexibel genoeg is deze aan te passen op de toekomstige bewoners. Maar dit betekent ook dat de buitenruimte ook aangepast dient te worden als er geen nieuwbouw plaatsvindt. Hieraan zijn behoorlijke kosten verbonden. Een mogelijkheid die door het college als financieringsmogelijkheid is aangereikt aan de deelgemeenten is het Meerjaren Investeringsprogramma Buitenruimte (MIB). Bezien wordt hoe de opbrengsten uit deze financieringsmogelijkheid kunnen worden geoptimaliseerd.


Relatie fysiek en sociaal.

Om de wijken in de deelgemeente leefbaar te houden dient het voorzieningenaanbod mee te groeien met de ontwikkeling van de wijken. De verandering van bevolkingsopbouw van de wijk, al dan niet door herstructurering, of het in slechte staat verkeren van bestaande gebouwen kunnen aanleiding vormen om te investeren in nieuwe voorzieningen of het opknappen of uitbreiden van bestaande voorzieningen. Een herziening van het algemene deelgemeentelijk accommodatiebeleid met daaraan gekoppeld een meerjarenplanning dient daarbij in overweging genomen te worden. Dit mag echter niet betekenen dat noodzakelijke voorzieningen moeten wachten op de herziening van het accommodatiebeleid. Voor de sociale ontwikkeling van de wijk en in realisatie met de vorming van brede scholen is het noodzakelijk dat de sportzalen/gymlokalen (Persoonsdam, Stichtseplein en Heer Danielstraat) op korte termijn opgeknapt worden of vervangen door (multifunctionele) nieuwbouw. Tevens is het noodzakelijk dat er in een aantal wijken gekeken wordt naar de huisvesting van buurthuizen, jongerencentra en oefenruimtes voor bands in relatie tot de veranderingen die zich op fysiek gebied de komende jaren gaat aftekenen.

In beeld zal worden gebracht, waar in de deelgemeente geïnvesteerd dient te worden in voorzieningen en waar multifunctionele accommodaties noodzakelijk zijn.


In de deelgemeente Feijenoord mag verwacht worden dat zich door de veranderingen in de samenlevingsopbouw ook een verandering van de vraag naar passende onderwijsinstellingen zal gaan voordoen. De ontwikkeling van Brede Scholen en multifunctionele accommodaties is in volle gang. Het is wenselijk dat het dagelijks bestuur met de stedelijke onderwijsinstellingen in overleg gaat om meer sturing te krijgen op de ontwikkeling van bestaande en nieuwe scholen.


Relatie fysiek en veilig

De buitenruimte binnen de deelgemeente wordt momenteel op veel plekken als minder veilig ervaren. Dit komt meestal omdat in de avonduren de verlichting in de straten onvoldoende is. Als men vanuit de buitenruimte-inrichting de veiligheid zou willen verbeteren, zullen “dode” hoeken overzichtelijk gemaakt moeten worden, waarbij ook rekening gehouden moet worden met de nieuwbouwplannen en dient naar de verlichting van de buitenruimte te worden gekeken. Momenteel voldoet deze aan de wettelijke eisen maar voor een positieve bijdrage aan de veiligheid is een meer gedegen en structurele aanpak noodzakelijk met bijbehorende middelen.


Relatie fysiek en economie

Voor het verbeteren van de economische situatie en de economische groeimogelijkheden in de deelgemeente Feijenoord hebben zich in de afgelopen tijd een aantal financiële ontwikkelingen voorgedaan. Zo is het door de EKZ, het Boulevardfonds en door de D2-financiering mogelijk om een aantal bedrijfsmatige situaties te herstructureren en te versterken. Locaties / ontwikkelingen die hierbij in beeld komen zijn de ontwikkeling van Eetwijk, de aanpak van het Motorstraatgebied, de realisatie van het ECC in de Pols van Katendrecht, het realiseren van een nieuw winkelbestand op het Deliplein en de grote mogelijkheden die het binnenhalen van de SS Rotterdam heeft voor de stad Rotterdam en de wijk Katendrecht in het bijzonder.

Ook voor de ontwikkeling van de Winkeldriehoek Afrikaanderwijk en van de Boulevard-Zuid zijn de nodige zaken in beweging gebracht. Er dient in 2007 met een plan te komen op welke onderdelen beide gebieden de komende jaren fysiek verbeterd zullen gaan worden.


Relatie Fysiek en Participatie

De woning en de buitenruimte zijn voor bewoners van groot belang bij de waardering van het woongenot en het bepalen van de leefbaarheid van de wijk. Om de betrokkenheid van de bewoners bij de woon- en leefomgeving te versterken moeten de bewoners betrokken worden bij de invulling. Daarbij vervult de participatie bij de fysieke processen een zeer belangrijke rol omdat het geen zin heeft om plannen te realiseren waarvoor het draagvlak ontbreekt bij de bewoners en gebruikers.








Programma Toerisme, recreatie en vrije tijd



Financiën


Afbeelding 12



Speerpunten en beleidswijzigingen


  1. Er zal gezocht worden naar alternatieve financieringsvormen van evenementen


  1. Het Lokaal Cultuur Centrum Het Klooster.zal een kwaliteitsverbetering ondergaan


  1. Er zal meer aandacht gegeven worden aan kunst en cultuur in de deelgemeente.


Indien de deelraad bovenstaande speerpunten onderschrijft dan zal dit tot gevolg hebben, dat budgetten binnen de deelgemeentelijke begroting vrijgemaakt dienen te worden:





Benodigd budget






Verhoging budget Kunst en Cultuur /


35.000

structureel

Pot voor Feijenoord











Inleiding

Zoals in het programma Economie staat, moeten evenementen en activiteiten op het gebied van kunst en cultuur ervoor zorgen dat er goede aansprekende activiteiten plaats vinden voor de lokale bevolking, maar ook dat mensen naar de deelgemeente komen. In 2007 zullen evenementen en activiteiten kunst en cultuur meer op elkaar worden afgestemd, ondermeer rond het Lokaal Cultuur Centrum.


Prioriteiten

Evenementen

Eind 2002 is gestart met het project de Brug Over, dit project is in 2005 gevolg door het project ‘Het gebeurt in Feijenoord’. In het kader hiervan worden evenementen naar de deelgemeente gehaald.

‘Het gebeurt in Feijenoord’ loopt tot september 2007. De financiering van de activiteiten, die in het kader van de doelstelling 2 project plaats moeten gaan vinden, is geregeld. Vanuit het project kunnen evenementen in de deelgemeente tot een maximum van € 14.000 worden gecofinancierd.


Na september 2007 is er geen specifiek deelgemeentelijk budget meer om evenementen te co-financieren. De gedachte achter co-financieren is dat mensen zelf moeite doen om financiering te vinden voor hun evenement en dat de deelgemeente stimuleert door (eventueel) een bijdrage te leveren. Dit betekent dat er na september 2007 gezocht moet worden naar middelen in de andere budgetten.


Kunst en Cultuur

Een aantal kunst en cultuur initiatieven, zoals het volkstheater in Vreewijk en het Oorlogsverzetmuseum worden in de deelgemeente structureel financieel ondersteund. Dit zal ook in 2007 weer gebeuren. Daarnaast is een Pot van Feijenoord beschikbaar. Hierop kunnen instellingen en kunstenaars een beroep doen als zij iets voor de deelgemeentelijke bewoners willen organiseren op het gebied van muziek, film, theater of dans of als zij de buitenruimte willen opknappen met behulp van kunst. De deelgemeente ondersteunt ook het Lokaal Cultuur Centrum Het Klooster (LCC). In het LCC vinden allerlei kunst en cultuur activiteiten plaats en worden festivals georganiseerd.

In 2007 zal verder worden gewerkt aan de kwalitatieve versterking van het LCC, mede met hulp van de deelgemeentelijke cultuurscout. De cultuurscout spoort allerlei initiatieven in wijken op en ondersteunt bewoners bij de uitvoering van hun ideeën. Hij helpt ook instellingen bij het aanbieden van laagdrempelige kunstactiviteiten en het bereiken van een nieuw publiek.

In 2007 zal eveneens worden gekeken hoe kunstenaars ingezet kunnen worden als wapen in de versterking van buurten. Vooral in de Rotterdam -Zet -Door wijken Hillesluis en Bloemhof worden hiervoor initiatieven ontwikkeld.

Programma Bestuur en Bedrijfsvoering



Financiën ongewijzigd beleid




Begroting 2007


baten

lasten

TOTAAL programma

253.657

8.298.610




Deelraad en griffie

0

472.208

Dagelijks bestuur

0

846.833

Deelgemeentelijke regie

0

89.153

Bestuursondersteuning/ organisatie

253.657

6.890.416



Speerpunten en beleidswijzigingen


  1. Veranderingsproces: naar een frontlijnorganisatie en een gebiedsgestuurde aanpak.


  1. Het dienstverleningsconcept zal verder ingevoerd worden.




Inleiding

In het programma Bestuur en Bedrijfsvoering wordt ingegaan op de bedrijfsvoeringsdoelen die ondersteunend zijn aan de realisering van de overige programma’s en het bestuurlijk functioneren. Dit programma heeft in hoofdzaak betrekking op de werkwijze en het beheer van de ambtelijke organisatie. De bestuursstijl komt in het programma Burger, Participatie en Integratie aan de orde.

Prioriteiten

Als inhoudelijke opgaven voor de komende periode gelden:

  • het uitvoeren van het bestuurlijk programma 2006/2010,

  • de uitvoering van samenwerkingsafspraken met het nieuwe College over belangrijke speerpunten van beleid en

  • de verdere doorvoering van het nieuwe dienstverlenings-concept.

Dit doet een groot beroep op de beschikbare capaciteit en kwaliteit van de ambtelijke organisatie en op het vermogen in te spelen op nieuwe situaties en manieren van werken.


Het vermogen zich nieuwe werkwijzen eigen te maken, zal zich zo mogelijk nog duidelijker bewijzen tijdens het in 2006 gestarte en in 2007 verder door te voeren veranderingsproces. Dit proces gaat zowel over de ambtelijke organisatie als over de bestuurlijke wijze van aansturing, simpelweg omdat het één niet zonder het andere kan. Vergroting externe gerichtheid en een verschuiving van beleidsontwikkeling naar uitvoering zijn kenmerkend voor de veranderopdracht. Ook ontwikkelingen in de bestuurlijke omgeving in Rotterdam dwingen tot een andere oriëntatie op het werk. Stadsbreed wordt het begrip gebiedsgericht werken gehanteerd om de nieuwe beleidsprioriteiten uit te voeren. Denk aan Pact op Zuid en Rotterdam / Feijenoord Zet Door. Ook in dit licht wordt gevoeld dat de organisatie nog niet optimaal in staat is om op omvangrijkere schaal dan alleen de wijk de regie te voeren.


Daarnaast wordt de bedrijfsvoering beïnvloed door veranderingen in het concern Rotterdam. Te noemen zijn het nieuwe dienstverleningsconcept en veranderingen op het terrein van HRM-diensten en de introductie van 'shared services' voor de uitvoering van gemeenschappelijke concernbrede bedrijfsvoeringstaken.



Accenten in het programma

Veranderstrategie

De veranderstrategie van de organisatie zal zich het komende jaar af moeten spelen op twee fronten:


I politiek / bestuurlijk

  • Werken aan verbetering bestuurlijk-politiek functioneren;

  • Kritische reflectie op rol politiek


II ambtelijke organisatie

  • Herijken koers en inrichting ambtelijke organisatie;

  • Introductie van aangepast organisatieconcept


Het bestuurlijk-politieke functioneren zal worden verbeterd door versterking van het functioneren als Dagelijks Bestuur, door te investeren in de verhouding tussen DB en deelraad en door kritisch naar beschreven en onbeschreven procedures te kijken en onderlinge bureaucratie te vermijden.


De herijking van de ambtelijke organisatie is eveneens een omvangrijk vraagstuk. Zo zal de focus veel meer op denken en doen vanuit de uitvoering in plaats vanuit de beleidsontwikkeling worden gericht. Het denken en doen op de schaal van ‘plekken en problemen’ moet vòòr alles leidend worden voor het optreden van de Feijenoordse organisatie. Samengevat gaat de veranderopgave over het realiseren van een frontlijnorganisatie en een gebiedsgestuurde aanpak.


Deze keuze heeft consequenties voor rollen van bestuur en medewerkers en voor de invulling van posities. Zij heeft ook consequenties voor de invulling van samenwerkingsrelaties. Zowel intern als extern moeten die een meer verplichtend karakter krijgen. ‘Verplichtend’ in de zin van het over en weer duidelijk overeengekomen zijn van werkwijze en gezamenlijk beoogd resultaat.


De veranderstrategie draagt in zich dat er afstemming is tussen de doorvoering van de gebiedsgerichte aanpak en het stadswinkelconcept. De trend ontwikkelt zich dat individuele dienstverlening en dienstverlening in het publieke domein steeds meer in elkaars verlengde zullen liggen. Dit vraagt ook hier andere en nieuwe organisatorische oplossingen. Geprofiteerd moet worden van de kansen die het verbinden van deze twee verandertrajecten in principe biedt. Bovendien zal het concept van de Stadswinkel straks ingezet worden als wezenlijk aspect van de verbetering van de beeldvorming over de deelgemeente.


Financial en management control

Het stevig doorzetten van de overgang van de huidige wijze van financiële administratie naar processen van 'financial control' en 'management control'. Het gaat hier om een ontwikkelopdracht die op basis van 'Vereenvoudig en Versterk!' al is ingezet. De lopende implementatie van deze ontwikkelopdracht wordt nu tot onderdeel van het veranderingsproces gemaakt. Daarmee wordt bereikt dat de ondersteunende rol van de sector M&C steeds beter aansluit op de te realiseren werking van de organisatie en haar producten en resultaten.


Stadswinkel

De Stadswinkel zal in 2007 geopend zijn en er zal doorgaande implementatie van het productenaanbod plaatsvinden. In het bijzonder het deelgemeentelijke productenaanbod en de bijbehorende herinrichting van de werkprocessen komen dan aan bod. De andere onderdelen van het nieuwe dienstverleningsconcept, zoals het EEN-telefoonnummer en het e-loket, zullen in 2007, naar verwachting, een verdere ontwikkeling doormaken.


De afdeling Burgerzaken heeft in 2005 een moeilijk jaar achter de rug door een combinatie van: hoog ziekteverzuim, grote toeloop op de dienstverlening en de verhuizing van het deelgemeentekantoor. In mei 2005 is een traject ingezet op het personele en ondersteunende vlak waarvan verwacht wordt dat dit in 2006 en verder vruchten afwerpt. Dit traject houdt, naast herstel van de gewenste inzet, tevens rekening met de voorbereidingen van de te verwachten komst van de Stadswinkel in Feijenoord.


Concernontwikkelingen

Het meewerken aan de invoering van het nieuwe dienstverleningsconcept (w.o. de Stadswinkel), het nieuwe HRM-systeem en het vormen van Shared Services binnen het concern Rotterdam worden duidelijke accenten in de bedrijfsvoering in 2006 en verder. Op dit moment kunnen nog geen concrete voorstellen in de programmabegroting worden opgenomen en er wordt daarom voorgesteld daaraan in de bestuurlijke rapportages de nodige aandacht te wijden.


Inhoudelijke en financiële consequenties

De financiële gevolgen van de organisatieverandering zijn door de deelraad in de besluitvorming over het jaarresultaat 2005 verwerkt. Met inachtneming van de getroffen reserveringen wordt, voor wat betreft kosten en gevolgen van het verandertraject, uitgegaan van ongewijzigd beleid in de begroting Algemeen Beheer.


Voor de realisatie van de Stadswinkel moet met ingang van 2007 rekening worden gehouden met het treffen van structurele ophoging in de personeelsbegroting. Dit als gevolg van de loopbaanperspectieven voor medewerkers in de Stadswinkel (vergelijkbaar met functiehuis Dienst Publiekszaken) en op termijn (vanaf 2008) te verwachten groei van de formatie.




1 PersoonsGerichte Aanpak

2 Deze deelgemeentelijke regie heeft betrekking op een vijftal domeinen: 1. aanpak van panden en bewoners; 2. openbaar toezicht; 3. horeca; 4. jongerenproblematiek; 5. beheer en buitenruimte. Op deze domeinen dient de deelgemeente een voldoende krachtige positie te hebben om regie ook daadwerkelijk uit te kunnen voeren.




Zoeken
Uitgebreid zoeken