Concept notulen raadsvergadering Deelgemeente Feijenoord d.d. 6 juli 2006
Aanwezig: CDA: de heer W.P.T. Pikeur, de heer T. Cifci SP: mevrouw S.J. Osadiaye-van der Kooi (vanaf 21.45 uur)
PvdA: de heer M. van Lent, de heer S. Çiçek, de heer S. Alpaslan, de heer J.B.A. den Haan, de heer M.B. Frenk, mevrouw M.C. do Patrocinio, de heer M. Çakir, de heer E. Gültekin, de heer A. Şenyürek, de heer F. Achbar, de heer F.A. de Jong, de heer R. van Vliet
GroenLinks: de heer Y. Tahiroğlu
Leefbaar Rotterdam: de heer J. Smit, mevrouw Y. de Winter, de heer H. van Rijn, mevrouw P.J.M. Noel-Arnold, de heer K. Dekkers, mevrouw M.G. Goedegebuur-Tieben, de heer S. Blanken
Afwezig z.k.: de heer M.D.I. Din, de heer D. Çatikkas
Dagelijks Bestuur: de heer R. Baruch, de heer R. Kronenberg
Voorzitter: mevrouw D.H. Oudshoorn (PvdA)
Griffier: de heer P. Diepstraten
Notulist: de heer R. Klap – via Tempo-Team uitzendbureau
-
OPENING EN VASTSTELLING AGENDA
De voorzitter opent om 20.00 uur de vergadering. Zij heet alle aanwezigen van harte welkom.
De agenda wordt zonder wijziging vastgesteld.
-
MEDEDELINGEN
De voorzitterdeelt mede dat mevrouw Osadiaye – van der Kooi zich heeft afgemeld wegens een ernstige situatie in haar persoonlijke omgeving. Zij excuseert zich bij de raad voor haar afwezigheid.
-
VRAGENHALFUUR
De voorzitterverzoekt evenals de vorige keer een combinatie te maken van het vragenhalfuur en het inspreekrecht. Mevrouw van Nieuwenhoven heeft verzocht te mogen spreken, evenals de actiegroep Poort van Zuid. Voorts zijn vragen ingediend door mevrouw Goedegebuur.
De raad stemt daarmee in.
De heer Stippelis bewoner van de Dordtselaan en staat hier vanwege het verzoek, dat hij vorig jaar heeft gedaan om de Dordtselaan op te fleuren met bloembakken. Dat is hem indertijd toegezegd. Nu staan de bloembakken er wel langs de Vaanweg, de heer Stippel had dat ook graag gezien langs de Dordtselaan. Wat kan er aan gedaan worden om die bakken alsnog te plaatsen? De Dordtselaan is een prioriteitsgebied, er moet alles aan gedaan worden om de laan op te fleuren.
De heer Tahiroĝluis voorstander van het opfleuren van de Dordtselaan. Als bloembakken in de buitenruimte daaraan een bijdrage aan kunnen leveren steunt hij dat.
De heer van Lentvindt dat dit niet zo’n moeilijke vraag zou moeten zijn. Is hierover al contact geweest met de deelgemeente?
Mevrouw van Nieuwenhovenreageert: er is een burgerinitiatief ingediend, maar er waren maar 10 handtekeningen. Mevrouw van Nieuwenhoven had geen zin hierover de hele Dordtselaan af te gaan, waar 200 panden leegstaan om een handtekening te vragen voor een geraniumbak. Het is een doorn in het oog dat op de Vaanweg een heleboel geraniumbakken staan, terwijl er op de Dordtselaan 4 vergeten bakken staan, terwijl de laan toch in het verlengde van de Vaanweg ligt op weg naar de Kop van Zuid. Hoe de deelgemeente het verder financiert maakt mevrouw van Nieuwenhoven niet uit, maar de bewoners van de Dordtselaan willen die geraniumbakken.
De heer van Lentvindt overigens dat het burgerinitiatief meer bedoeld moet zijn als laatste middel, als een gewoon gesprek met de deelgemeente niet werkt. Hij heeft dit eerder gezegd toen de heer Dekkers namens de omwonenden van de Stieltjesstraat een initiatief indiende. Een vraag als deze zou toch simpeler opgelost moeten kunnen worden, als het via een burgerinitiatief moet wijst dat op inflexibiliteit bij de deelgemeente.
De voorzittervraagt wat de raad hiermee wil doen.
Mevrouw do Patrociniosteunt het verzoek. Wel vindt zij dat de bewoners van de Dordtselaan dan zelf verantwoordelijk moeten zijn om de planten water te geven.
De heer Baruchreageert namens het DB. Hij heeft het burgerinitiatief gezien, dat inderdaad niet aan de formele eisen voldeed. Dat was een vervolg op een actie van wethouder Bolsius in het kader van het 100 Dagen Plan, waarvoor Rotterdam 350 geraniumbakken gekregen heeft, waarvan 75 voor de deelgemeente Feijenoord. Er ligt nog een verzoek bij de wethouder om nog een aantal geraniumbakken te leveren, speciaal voor de Dordtselaan. De heer Baruch gaat ermee aan de slag, inderdaad onder de voorwaarde dat de bewoners zorgen voor het water geven van de planten.
De heer Çiçekwil graag van de heer Baruch horen wanneer er uiterlijk plantenbakken op de Dordtselaan komen.
De heer Baruchmoet even kijken hoeveel ze er hebben. Hij kan geen harde toezeggingen doen, maar hij gaat ermee aan de slag en hoopt dat ze er dan binnen een paar weken staan.
De heer van Tilkomt hier na een maand voor de tweede keer bij de raad namens het actiecomité Poort van Zuid 1994 met een wanhopige vraag om informatie. Vorige maand zijn er door het DB wat toezeggingen gedaan richting de raad en het actiecomité, maar tot op de dag van vandaag heeft het comité nog niets ontvangen. Wel ziet men de plannen voor de Knik van Zuid op internet bijna wekelijks veranderen. De bewoners hebben geen idee meer wat er gaat gebeuren en zij verzoeken de raad het DB om informatie te vragen. Heeft de raad zelf al iets gehoord?
De heer van Lentgeeft aan dat er vandaag bij de raadsleden post van de heer Kronenberg is binnengekomen betreffende de vragen die de raad de vorige keer gesteld heeft. Hij heeft nog niet de kans gehad dit goed door te nemen. Wellicht kan de portefeuillehouder de antwoorden kort toelichten?
De voorzitter: dat is niet de bedoeling van het vragenhalfuur. De heer van Til zal een kopie ontvangen van de beantwoording door het DB.
De heer van Tilwilde deze vraag vandaag stellen, omdat de raad op zomerreces gaat en dan gaan er weer enkele maanden overheen. Hij wijst voorts op een stukje agendapost gedateerd 1 maart 2005, dat op het internet te vinden staat. Daaruit valt op te maken dat het toenmalige DB dS+V maar een beetje hun gang wilde laten gaan, omdat het DB de toch al slechte relatie met dS+V niet nog verder op de proef wilde stellen. In dat kader is het plan van de Knik van Zuid eigenlijk opgestart. Mogelijk kan de griffie dat de raad doen toekomen.
De heer Tahiroĝluverzoekt de raad of enkele bewoners van de Paul Krügerstraat nog mogen inspreken, zij zijn later binnengekomen. De raad staat dit toe.
De heer X. wijst de raad op overlast van WC’s van de markt aan de Paul Krügerstraat. Bewoners hebben contact opgenomen met de wijkregisseur, mevrouw Heemskerk, vervolgens is met de heer van der Werf gesproken. Deze heeft toegezegd het probleem te zullen oplossen. Daar is vervolgens niets van terechtgekomen. Vervolgens is weer contact opgenomen en is dezelfde toezegging gedaan, evengoed is het probleem niet opgelost. Waarom is het nog niet opgelost? En waarom moeten bewoners herhaaldelijk er achteraan tot het wordt opgelost?
De heer Y.vult aan: hij heeft tussen januari en mei meerdere malen met mevrouw Heemskerk gesproken. Beloofd is dat de toiletten verwijderd zouden worden voor 1 mei. Toch staan ze er nog. De WC’s stinken heel erg en de bewoners hebben er grote ratten gezien. Het is voor de omwonenden een groot probleem.
De heer Gültekingeeft aan deze klachten ook vaak te horen van de bewoners van de Paul Krügerstraat. Dat is een serieus probleem.
De heer Şenyürekvraagt zich af waarom niet naar bewoners gecommuniceerd wordt indien beloften niet worden nagekomen. Mensen moeten op de hoogte gesteld worden waarom het wel of niet gaat gebeuren en wanneer het gaat gebeuren.
De heer Tahiroğlu: de portefeuillehouder antwoordde de vorige keer dat het nog een aantal maanden zou gaan duren, wat hem verbaast. Sinds jaar en dag waren er geen WC’s, een paar maanden was dat nog wel vol te houden, in plaats van zo’n ding bij mensen voor de deur zetten, met alle stank en ongedierte die daarmee gepaard gaat. Hij verzoekt de portefeuillehouder toch daarvoor een andere oplossing te verzinnen. Je kunt bewoners niet in zo’n situatie laten zitten.
De voorzitterconcludeert dat de raad de portefeuillehouder vraagt met de bewoners in contact te treden en iets aan de situatie te doen.
De heer Smitsluit zich daarbij aan. Op dit moment is er meer dan één probleem. Als er naast de stank nu ook ongedierte als ratten rondloopt moet er heel snel ingegrepen worden, want dat is niet acceptabel.
De voorzittermeldt dat mevrouw Goedegebuur en de heer van Rijn vragen ingediend hadden, echter niet binnen de geldende termijn van uiterlijk 24 uur voor de vergadering. Zij stelt voor dat het DB deze vragen schriftelijk beantwoordt.
Mevrouw Goedegebuurhad de vorige keer een vraag gesteld betreffende de krakers aan de Hillelaan: dat probleem breidt zich nu uit. Er komen nog steeds mensen bij.
De voorzitterstelt voor de vragen schriftelijk te beantwoorden, maar wel pro-actief te handelen betreffende overlast van krakers.
De voorzitterwil gebruik maken van het vragenhalfuur om de nieuwe interim-secretaris, de heer Huib de Vet, zich aan de raad te laten voorstellen. De raad staat dat toe.
De heer de Vetstelt zich voor. De bedoeling hiervan is dat de raad weet wie hij is, hij stelt voor elkaar binnenkort persoonlijk te ontmoeten. Hij zal zich gedurende een jaar maximaal inzetten voor het verbeteren van de organisatie waar dat nodig is.
De heer van Rijnheet de nieuwe secretaris van harte welkom. De kennismaking met de raad had wellicht ook gisteravond plaats kunnen vinden, helaas was de raad daar niet voor uitgenodigd. Dat vindt hij spijtig.
-
CONCEPT VERSLAGEN D.D. 13 APRIL & 15 JUNI 2006
De concept verslagen van 13 april en 15 juni 2006 worden zonder wijziging vastgesteld.
-
CONCEPT BESLUITENLIJST D.D 15 JUNI 2006
De concept besluitenlijst van 15 juni 2006 worden zonder wijziging vastgesteld.
-
JAARREKENING EN JAARVERSLAG 2005
De heer Çiçekneemt het voorzitterschap over.
De heer van Lent:de PvdA-fractie heeft als richting gekozen de vraag in hoeverre de jaarrekening als indicator gebruikt kan worden door de raad om aan het DB politieke sturing te geven en te beïnvloeden wat er in deze deelgemeente gebeurt. De PvdA heeft daarover vorige week een tiental vragen gesteld, waarvan de beantwoording gisteren is binnengekomen, waarvoor dank aan het DB. Kijkende naar de beantwoording vallen enkele dingen op.
Bij vraag 1 werd gevraagd hoe het zit met het achterblijven van het uitgeven van de reserves ten opzichte van de begroting. Het DB merkt terecht op dat de uitgaven voortkomen uit begrotingswijzigingen in de loop van het jaar en dat deze uitgaven niet allemaal binnen het jaar gerealiseerd konden worden. Vervolgens stelt het DB voor om in de toekomst bij begrotingswijzigingen alleen dat geld mee te nemen dat nog in het lopende boekjaar uitgegeven kan worden. Dat is op zich een goed voorstel, alleen naar het proces kijkend is dan de fout half hersteld. Als je dat doet vergeet je in feite de begroting van volgend jaar aan te passen aan de extra uitgaven. Dat zou er toe kunnen leiden dat in het volgende jaar weer begrotingswijzigingen worden uitgelokt. Dat zou nog eens nader bekeken moeten worden.
Over het tijdstip waarop zicht kwam op het achterblijven van de bestedingen op de begroting: het klopt dat er veel extra middelen uitgegeven zijn, het DB heeft niet stilgezeten, maar het tijdstip waarop het duidelijk werd was laat, zodat het niet meer mogelijk was binnen het boekjaar bij te sturen. Ook in het accountantsrapport staat een opmerking dat de functie van consulent wel verbeterd is ten opzichte van 2004, maar dat het nog niet voldoende werkt. Aan het DB vraagt de heer van Lent: welke plannen heeft het DB om die functie te verbeteren, om het zicht op de uitgaven te verbeteren, zodat minder afwijkingen met de begroting ontstaan en er tijdig bijgestuurd wordt? Het draagt bij aan de sturing door de raad als die afwijkingen klein en overzichtelijk blijven, dan weet iedereen waarover het gaat. Verder lijkt het hem voor het inzicht goed als er volgend jaar als bijlage bij het jaarverslag een staat wordt toegevoegd van het totaal aan begrotingswijzigingen. Ook wil hij graag een uitsplitsing zien van het resultaat op de begrote activiteiten en het resultaat als gevolg van extra inkomsten en uitgaven.
Hoewel de accountant heeft geconstateerd dat het proces is verbeterd, denkt de heer van Lent dat de raad zich, in samenwerking met het DB, zal moeten inzetten om een aantal kaders strakker neer te zetten. Het is helemaal niet erg als een keer een doelstelling niet gehaald wordt, als er maar politiek gediscussieerd kan worden over wat daarvan de oorzaak is. Met name het zicht op de uitgavenstromen en de invloed die dat heeft op het resultaat is iets wat verbeterd moet worden. Vandaar dat hij het DB vraagt, niet vanavond maar op termijn, met een stuk te komen over hoe dat verbeterd kan worden, zodat het gezamenlijk discussiërend verder uitgewerkt kan worden. Het DB vaart daar uiteindelijk ook wel bij, omdat de raad weet waar het DB op afgerekend kan worden en het DB weet waarop zij afgerekend kunnen worden.
De heer Smitgeeft de raad een kleine toelichting op het commentaar in de commissie AZR ten aanzien van het rapport van de ASR. De accountant heeft aangegeven dat er een lichte verbetering zichtbaar was ten aanzien van de hele rapportering. Op de vraag wat een lichte verbetering inhield werd dat gekwantificeerd op een 5 à 5,5 ten opzichte van een 3,5 vorig jaar. Op zich nog geen geweldig cijfer, maar de verbeteringen hadden met name plaatsgevonden in de tweede helft van het jaar. Dat betekent dat om aan een 5,5 te komen een voldoende gescoord is. Als die trend zich doorzet kan de raad een goed cijfer voor 2006 tegemoet zien, de heer Smit hoopt dat dit gaat lukken.
Voorts merkt de heer Smit op dat sommige stukken vrij laat aangeleverd worden, waardoor de commissie zich niet voldoende kan verdiepen in de materie. Hij vraagt het DB met klem daar wat alerter op te zijn, zodat er iets meer tijd is om zich in te lezen in de stukken.
De heer Tahiroĝlumist een sociale paragraaf. Het is aan de raad om de wijk in te gaan en te
controleren in hoeverre het beleid ten uitvoering wordt gebracht. Toch zou hij hierover meer
in het jaarverslag willen teruglezen, om het te kunnen beoordelen.
De heer Baruchwil allereerst de raad bedanken voor de positieve opmerkingen die gemaakt zijn over de verbeteringen die zijn behaald. Door de afdeling wordt enorm hard gewerkt om de gegevens kwalitatief goed en op tijd te krijgen. Met name het tijdsaspect is niet gehaald, daarvoor heeft de heer Baruch in de commissie AZR al zijn excuses aangeboden, die hij bij deze herhaalt. Aansluitend op wat de heer van Lent zegt: de heer Baruch is het helemaal met hem eens. Als het DB de raad betere gegevens aanlevert, kan de raad het DB beter aanspreken. De heer Baruch kan alleen maar toezeggen dat het DB eraan werkt om dat voor elkaar te krijgen. Het DB heeft afgesproken dat het DB tussentijds meer zicht wil hebben op de uitputting van bedragen, dat betekent dat het DB ook fijnmaziger aan de raad kan rapporteren. Hij hoopt dat daarvan in de loop van het jaar de eerste resultaten zichtbaar zullen zijn. Een deel hangt natuurlijk ook samen met de organisatorische verbeteringen die op til zijn, de financiële functie moet verbeterd worden. De heer Baruch kan de staat van begrotingswijzigingen toezeggen, die zal volgend jaar meegenomen worden. De sociale paragraaf kan hij ook toezeggen, echter hij stelt voor dat te combineren met de verantwoordingsdag die het DB elk jaar hoopt te organiseren, zodat over alle kwalitatieve en sociale aspecten in brede zin gepraat kan worden. Ook staat er nog een toezegging open aan de LR-fractie om een overzicht te geven van de D2-gelden. Die kan de raad bij de volgende jaarrekening ook tegemoet zien.
Er is een dilemma betreffende begrotingswijzigingen: je kunt ze heel groot doen, waardoor er minder begrotingswijzigingen nodig zijn, de raad minder belast wordt en er minder discussies zijn over reeds voorgenomen beleid. Je kunt ook kiezen het heel fijnmazig te doen, waarbij je misschien wel beter kunt sturen, maar je wellicht ook discussies dubbel gaat voeren. De heer Baruch stelt zich voor dat raad en DB elkaar daarin tegemoet moeten komen. Later deze vergadering staat een begrotingswijziging op het programma, de raad kan dan laten weten of die van het type is waarmee men kan leven. Zo niet zal het DB dat in overleg met de raad anders en beter doen, het is tenslotte het geld van de raad.
2etermijn
De heer van Lent:vorig jaar is er veel discussie geweest over de jaarrekening, het klopt dat de financiële afdeling daarna heel hard gewerkt heeft. Wat de heer van Lent het bestuur kwalijk genomen heeft is dat het DB niet tijdig genoeg ingegrepen heeft, waardoor de mensen van de financiële afdeling in een situatie terechtkwamen waarin ze eigenlijk hun werk niet goed konden doen. Wat dat betreft is de heer van Lent blij dat er verbeteringen hebben plaatsgevonden.
In reactie op de heer Baruch: de heer van Lent weet niet precies of je snellere en gedetailleerdere begrotingswijzigingen moet hebben. Het voordeel van grotere begrotingswijzigingen is dat je duidelijke keuzes kunt maken tussen verschillende uitgavenposten, maar het is wel belangrijk dat het interne zicht op de uitputting verbetert, dat maakt het ook voor het DB beter te sturen binnen de begroting, waar op zich geen begrotingswijziging voor nodig is. Dat zou al een heel belangrijke stap zijn.
De heer Smitop de laatste opmerking van de heer Baruch betreffende gedetailleerdheid van informatie: het is bekend dat meer details meer vragen en discussies oproepen, maar dat zou niet erg moeten zijn. Belangrijk is wel dat voldoende informatie verstrekt wordt om uiteindelijk een goedkeuring te kunnen geven, anders loopt je de kans dat een begrotingswijziging wordt doorgeschoven of afgewezen.
De heer Baruchheeft niet de behoefte een colloquium te geven over het duale bestel. De jaarrekening is een moment waarop de raad kan controleren of met het geld dat zij ter beschikking heeft gesteld bereikt is wat zij bereikt had willen zien. Hij ziet het liefst dat de raad daarover met het DB de discussie aangaat. Natuurlijk streeft het DB ernaar voldoende informatie te geven. De raad heeft altijd de mogelijkheid vragen te stellen. Voor deze jaarrekening zijn daarvoor verschillende gelegenheden geweest, maar het uiteindelijke doel moet zijn een inhoudelijke discussie of het DB bereikt heeft wat men beloofd heeft te bereiken met de ter beschikking gestelde gelden. Het nadeel van begrotingswijzigingen met grote bedragen is, dat als niet al het werk gedaan kan worden binnen het boekjaar, er weer een correctie moet plaatsvinden.
De voorzitter gaat over tot de besluitvorming.
De deelraad stelt de jaarrekening met algemene stemmen vast.
-
RESULTAAT 2005 EN VOORSTEL TOT BESTEMMING
De heer Pikeurheeft in de commissie AZR vragen gesteld betreffende de wachtgeldregeling, die naar zijn mening niet afdoende beantwoord zijn. Daarom dient hij een motie in, om te zien of er via de raad daadkracht te verkrijgen is om in elk geval met betrekking tot het wachtgeld fijnmaziger informatie naar de raad te krijgen. Om de controlefunctie nader te kunnen uitvoeren heeft de raad meer informatie nodig. De heer Pikeur leest de motie voor. De tekst van de motie is aan de besluitenlijst gehecht.
Over het organisatie veranderingstraject: dat wordt ingezet richting de organisatie. Ook het DB heeft een voorbeeldfunctie om de hand in eigen boezem te steken.
De heer van Lent: de PvdA-fractie ziet kijkende naar het bestemmingsresultaat een aantal posten waar men blij van wordt. Met name de post voor activiteiten voortvloeiend uit de jeugdschouw is de PvdA heel blij mee. Dat betekent dat door de jeugd geparticipeerd is, dat daar wensen uit zijn voortgekomen en dat het DB bezig is die wensen in te willigen.
Een groot deel van het bestemmingsresultaat (€500.000) heeft te maken met het veranderingstraject dat is ingezet. De PvdA heeft dat veranderingstraject altijd gesteund, omdat men overtuigd is van de noodzaak ervan. Zou het DB wel willen aangeven wat de raad kan verwachten voor dat geld? Een deel van dat bedrag heeft zich in deze vergadering voorgesteld, maar wat kan verwacht worden van die andere €250.000 en wat is er over een jaar bereikt? De heer van Lent is er op zich van overtuigd dat de organisatieverandering uiteindelijk beter uitvalt, ook voor de bewoners van Feijenoord, maar hij wil wel graag weten hoe het dan beter uitvalt.
De heer van Rijnsluit zich volledig aan bij de heer Pikeur betreffende punt 3. Over punt 5 (overlast Afrikaanderwijk): op zich is het wel goed als beveiliging wordt ingezet als er een onveilige situatie is, maar de heer van Rijn vindt toch dat veiligheid in de eerste plaats een taak is van de politie.
De heer Tahiroğluverzoekt de raad om bij de besluitvorming de stemming per punt afzonderlijk te laten plaatsvinden.
De heer Tahiroĝlu vraagt zich bij punt 1 af of de formulering juist is. Er staat ‘vooruitlopend op de bestemming van het jaarresultaat 2005’.Volgens hem was het een onttrekking aan de reserves. GL was hier in elk geval voor. Over punt 2, het organisatie veranderingstraject: GL vindt het vreemd om aan de voorkant meteen een pot geld aan de interim secretaris mee te geven. GL ziet liever eerst uitgewerkt wat er aan de hand is en vervolgens wat er aan gedaan kan worden en wat dat zal gaan kosten. Als het DB al een voorstel heeft hoort de heer Tahiroĝlu dat graag.
Over punt 3 (wachtgeld): dat was in 2005, toen de raad met de begroting bezig was, toch al bekend?
Met punt 4 kan GL leven, maar over PCBO: is dat niet iets wat structureel in de begroting ingebed zou moeten worden. Ook staat er een bedrag in van € 10.000 voor de administratieve ondersteuning van bewonersorganisaties. Daartoe is in 2004 al besloten. Het verbaast de heer Tahiroĝlu dat dit nu nog in dit lijstje voorkomt.
Over punt 5: de problematiek in de Afrikaanderwijk liegt er niet om, de heer Tahiroĝlu denkt dat er iets aan gedaan moet worden. Dat er een trekker nodig is, daar ziet hij ook de logica van in. Maar fysieke aanpassingen aan een gebouw dat van SWF is: de heer Tahiroĝlu zou denken dat SWF daar zelf ook geld voor in kas heeft.
Punten 6 en 7 zijn goede initiatieven waar GL blij mee is. Bij punt 8 weet de heer Tahiroĝlu niet waarom het hier ineens over de Mare gaat. In de wijkgerichte commissie is voorheen steeds gesproken over het Brabants Dorp. Als dit bedoeld is GL hier blij mee.
Over punt 10: uiteraard vindt GL het prima als aandacht wordt besteed aan de toegankelijkheid voor mindervaliden. Maar binnen de grenzen van de deelgemeente is er in Vreewijk ook een organisatie op dit gebied die vaak suggesties aandraagt, waarom zijn zij hier niet bij betrokken, maar wel een stedelijke stichting?
De heer Baruchdankt de raad voor de complimenten die hier en daar zijn uitgedeeld. Bij een resultaatdiscussie volgt het DB een procedure waarbij gezocht wordt naar knelpunten, vervolgens een afweging wordt gemaakt die zoveel mogelijk recht doet aan de wensen die leven in de raad. Als de heer Baruch de discussie hoort kan hij vaststellen dat het DB daar voor een groot deel in geslaagd is.
Over het een voor een in stemming brengen: dat is een creatief idee, maar de heer Baruch denkt niet dat het kan. Het is één voorstel en als je het gaat amenderen kan het zijn dat je meer gaat uitgeven dan je hebt. Hij stelt voor dat indien de raad wijzigingen wil aanbrengen in de bestemming van het resultaat een amendement wordt ingediend, op een zodanige manier dat het totale bedrag klopt.
Op de vraag van de heer Tahiroĝlu of de interim secretaris niet betaald is uit de algemene reserve van vorig jaar. Wat er is gebeurd: voordat dit resultaat vastgesteld werd, kon er nog niet over gesproken worden. Dus is een technische manoeuvre uitgehaald door het vooruitlopend op de discussie over de resultaatsbestemming het voorlopig ten laste van de algemene reserve te laten komen.
Over de administratieve ondersteuning van bewonersorganisaties: dat is een technisch punt, hoewel er al in 2004 tot subsidie is besloten, zal het pas in 2007 in de budgetten verwerkt worden, in 2004, 2005 en 2006 moest het incidenteel aangevuld worden. Betreffende PCBO: als de raad vindt dat daar structureel geld voor moet komen, is dat een discussie die thuishoort bij de begrotingsbehandeling.
Mevrouw Oudshoorn:over het organisatie veranderingstraject zijn verschillende vragen gesteld. We hebben met zijn allen geconstateerd dat het van belang is dat het organisatie veranderingstraject gaat plaatsvinden. Stap 1 was het aantrekken van de interim secretaris, maar er zullen meer stappen nodig zijn om te komen waar we willen zijn. Daarvoor zijn middelen nodig. Het is niet zo dat de portemonnee van tevoren maar gevuld moet worden zodat ongebreideld kan worden uitgegeven, wel heeft de secretaris dan de handen vrij om int te kunnen grijpen waar nodig. Het kan zijn dat mensen scholing nodig hebben, maar ook dat mensen af moeten vloeien, daarvoor is een budget nodig. Vandaar dat het DB de raad vraagt een deel van het resultaat hiervoor vrij te maken. Op de vraag of het DB harde toezeggingen kan doen waar we willen zijn: we hebben met zijn allen afgesproken waar we naar toe willen. Op dit moment is daar nog geen panklaar antwoord op, omdat de interim secretaris nog bezig is met zijn analyse. De raad zal stap voor stap meegenomen worden in het proces dat gevolgd zal worden. Het enige wat van belang is dat de raad het DB de financiële ruimte geeft om aan dat proces uitvoering te geven.
Over de wachtgeldverplichtingen: er is een motie ingediend door het CDA. Het DB zou deze motie willen ontraden. In principe is er een gebrek aan regels rond het wachtgeld. Wettelijk is alleen geregeld dat men recht heeft op wachtgeld. Er zit geen sollicitatieplicht aan vast, ook geen termijn waarbinnen men weer aan het werk moet zijn. Informatie over het aantal wachtgelders en de periode waarop zij nog recht hebben kan worden aangeleverd. Maar als het gaat om het toe leiden naar een andere functie kan de raad nog wel een deel van het bestemmingsresultaat aanwenden, want dergelijke trajecten zijn zeer duur. Het DB zou deze motie dus willen ontraden, ondanks het feit dat het prettig zou zijn als deze mensen weer zouden gaan participeren in de arbeidsmarkt.
Over de overlastproblematiek in de Afrikaanderwijk: veiligheid is een zaak van de politie. Dat klopt, alleen zijn er soms maatregelen nodig, in dit geval beveiliging, om een impasse te doorbreken. Er is niet gesteld dat daar tot in lengte van dagen persoonlijke beveiligers worden neergezet. Echter doordat het gebouw Plein 3 zeer onoverzichtelijk is met verschillende ingangen, waardoor de jongeren de medewerkers het werken onmogelijk maken, is gekozen om de beveiligers in te zetten. Er zijn afspraken met de politie, zij interveniëren ook als dat nodig is, echter deze maatregelen worden nodig geacht. Mensen zijn met de dood bedreigd en dat is niet prettig werken. Over het aanpassen van het gebouw: in principe is het gebouw niet van SWF, maar van S&R. Het is qua overzichtelijkheid een lastig gebouw, er zitten verschillende organisaties, de overige organisaties, zoals het kinderdagverblijf hebben veel last van de overal in- en uitlopende jongeren die hen het werken onmogelijk maken. Er moeten fysieke scheidingen en poortjes komen, zodat overlastgevende jongeren buiten gehouden kunnen worden en goedwillende jongeren op een normale manier kunnen recreëren. Helaas zijn deze maatregelen naar de mening van het DB nodig.
Over De Mare / het Brabants Dorp: vroeger heette het Brabants Dorp, maar dat was een speeltuinvereniging. Die vereniging is er nog steeds. Om het verschil aan te duiden tussen die vereniging en de speelplaats die nu terugkomt in de openbare ruimte is gekozen om dat De Mare te noemen.
Over punt 10: er staat: ‘in nauwe samenspraak met de belangenorganisatie st. MEE’, maar het Gehandicaptenplatform heeft daar ook aan meegewerkt. Mevrouw Woudenberg is veelvuldig zowel met de Stichting MEE als met het Gehandicaptenplatform de wijk in geweest om dit soort aanpassingen te bekijken.
De heer van Lentverzoekt tot het inlassen van een korte pauze, voordat begonnen wordt met de 2etermijn.
De voorzitterschorst de vergadering 10 minuten.
De voorzitterheropent de vergadering.
2etermijn
De heer Blankenover punt 9 (De Mare): daar is een prachtig plan voor, maar hij is benieuwd hoe dat plan er dan uitziet. Bijna anderhalve maand geleden heeft de heer Blanken al een schriftelijke vraag gesteld hoe de aanpak eruit zal zien. In 1997 is er al een plan gemaakt, dat is in een la verdwenen en nooit uitgevoerd. Als de heer Blanken vraagt om informatie krijgt hij deze niet, maar nu wordt er tot zijn verbazing ineens € 70.000 gevraagd voor de speeltuinvereniging.
De heer Pikeurheeft net van mevrouw Oudshoorn gehoord dat er geen wettelijk kader is voor wat hij gevraagd heeft in zijn motie. De heer Pikeur is van mening dat de raad zelf kan bepalen of een regeling gemaakt wordt. Het is in principe wel mogelijk binnen de wet een regeling te treffen betreffende de geldende normen, het DB kan daar iets mee doen. Oud-DB-ers die hun werk goed gedaan hebben, moet je niet laten zitten onder het motto: ze krijgen hun geld toch wel. Je moet ze begeleiden, om het mogelijk te maken dat zij hun capaciteiten elders kunnen tonen. De heer Pikeur vindt niet dat het argument dat het geld kost hout snijdt, want er is geld, maar dat wordt verspild aan een troubleshooter en een veranderingstraject, wat in zijn ogen geen oplossing is.
De heer van Lentover de motie van het CDA: het klopt dat de post wachtgelden een behoorlijke som geld is waar je veel leuke dingen van zou kunnen doen. De andere kant van het verhaal is dat het rechten betreft die door de wet toegekend zijn aan DB-ers die uit functie zijn, daar kan de raad niets aan veranderen. Op het moment dat het DB activiteiten zou ontplooien om oud-DB-ers te stimuleren een baan te zoeken en dat levert geld op is dat mooi meegenomen, maar de vraag is of dat de taak is van een deelgemeente. Een deelgemeente kan er niet veel mee, het lijkt de PvdA niet nuttig dit op te leggen als de bevoegdheden er niet zijn.
Over de € 250.000 voor het veranderingstraject: het klopt dat we daar met zijn allen voor gekozen hebben. Als richting is gekozen dat de organisatie beter gaat functioneren, dat de communicatie naar buiten opener wordt, de organisatie transparanter wordt voor de burger. De heer van Lent gelooft dat het DB het met die richting eens is, maar hoe wil het DB dat nu gaan aanpakken. Daarover zou hij graag meer horen, of wanneer denkt het DB een voltooide visie op te hebben?
Over het Afrikaanderplein: de PvdA ziet dat er een probleem is dat opgelost moet worden. Dat is niet alleen een politieprobleem, maar ook een samenlevingsprobleem rond het Afrikaanderplein. Juist dat stukje is de taak van de deelgemeente. Als het gaat om de totaalaanpak heeft de PvdA ook al in de commissie AZR aangegeven zich zorgen te maken dat de nadruk vooral ligt op de repressieve kant van het verhaal. Voor de langere termijn moet er ook iets worden ontwikkeld waarbij de jongeren een toekomstperspectief voorgeschoteld krijgen. De PvdA begrijpt dat dit een crisismaatregel is, maar op een gegeven moment zou dat toekomstperspectief wel nadrukkelijker naar voren moeten komen. Dat betekent overigens niet dat de PvdA tegen deze uitgaven is.
Over De Mare: de heer van Lent grapt dat de naamswijziging wellicht gekozen is, zodat de raad niet weer vier jaar over het Brabants Dorp hoeft te praten. Het is een probleem wat het DB nu goed oppakt en waarvan de heer van Lent hoopt dat er nu een oplossing voor komt.
De heer Smitkomt toch terug op de punten 1 en 2. Het is weliswaar zo dat de raad op 27 april de raad ingestemd heeft met het ter beschikking stellen van € 250.000 voor de interim secretaris. Nu is het twee maanden later en komt er nog eens € 250.000 bij voor het veranderingstraject. Dan praat je toch over een half miljoen dat wellicht binnen een jaar wordt uitgegeven. Terugkomend op de discussie met de heer Baruch over de gedetailleerdheid van zaken: punt 2 is een mooi voorbeeld waar best wat meer details over gegeven mogen worden, om het voor de raad mogelijk te maken een dergelijk bedrag goed te keuren. Hopelijk is dit wel het laatste, want een half miljoen is niet niks om uit te geven.
De heer Tahiroğlublijft na de uitleg door het DB bij zijn eerder ingenomen standpunten. Er zijn een aantal voorstellen die sympathiek zijn en die hij steunt. Ook zijn er enkele voorstellen waarin hij niet kan meegaan. Als er niet per punt gestemd mag worden en over het hele voorstel gestemd moet worden, stemt hij tegen. Voorts sluit hij zich aan bij de opmerkingen van de heer van Lent betreffende de aanpak van de overlast op het Afrikaanderplein. Het is een feit dat er overlast is die aangepakt moet worden en dat de deelgemeente daar een rol in heeft, maar ook de heer Tahiroĝlu vindt dat de aanpak teveel de repressieve kant op gaat. Daar gaat hij niet in mee.
De heer van Rijngaat in op punt 5, daar maakt hij zich zorgen over. Ten eerste geldt de APV, dus de politie hoort daar gewoon te surveilleren en er te zijn wanneer dat nodig is. Een tijdelijke oplossing met een particuliere beveiligingsorganisatie wil hij niet direct van de hand wijzen, maar dat is geen structurele oplossing. Hoever moet de deelgemeente gaan? De heer van Rijn vindt dat het DB naar de Coolsingel moet gaan om bij de burgemeester, die verantwoordelijk is voor de veiligheid, extra politie-inzet voor het Afrikaanderplein te vragen. Hij vindt het belachelijk dat overal tourniquets en pasjes voor moeten komen.
Over de motie van het CDA: er zijn wel wettelijke kaders. Het gemeentebestuur bepaalt naar aanleiding van het Koninklijk Besluit hoe de vergoedingen voor de raadsleden en dagelijks bestuurders bekrachtigd worden. De heer van Rijn daagt het DB uit met de Coolsingel te gaan praten om te zorgen dat de extra faciliteiten die het DB van de Coolsingel krijgt nietig te verklaren, zodat het DB geen wachtgeld krijgt.
Mevrouw Oudshoornover het organisatie veranderingstraject: op dit moment is de interim secretaris bezig met een analyse van de kansen en problemen. Hij zal, in stukken die ook naar de raad gaan, aangeven wat in zijn ogen nodig is om dit traject op een goede manier in te zetten. Hij heeft toegezegd dat dit in een commissie AZR of een besloten vergadering te doen, omdat het ook over privacygevoelige dingen kan gaan. Het meetbaar maken zal dan ook aan de orde komen, gedacht kan worden aan het terugdringen van ziekteverzuim en verloop van personeel. De interim secretaris heeft echter ook middelen nodig om het traject door te zetten, het stopt niet bij het aanstellen van de interim secretaris zelf. Op het moment dat het DB al precies zou weten hoe het traject zou moeten verlopen, dan was er ook geen interim secretaris nodig geweest maar dan was het traject al afgerond geweest. Er is een specialist ingehuurd en het dringende verzoek is om hem de ruimte te geven het veranderingstraject in te gaan en daarvoor zijn deze middelen nodig.
Over de wachtgelden: de heer van Rijn heeft gelijk dat er wettelijke kaders zijn betreffende de hoogte van de vergoedingen e.d. echter zijn interpretatie daarvan is niet geheel correct. Er zijn gewoon rechten op wachtgeld, die discussie wordt tot in de Tweede Kamer gevoerd. Minister Remkes wil van de wachtgelden af, maar op dit moment zijn die rechten er gewoon.
Over de overlastproblematiek in de Afrikaanderwijk: in de brief die eerder naar de raad is gegaan is aangegeven dat dit een stappenplan is. Er is gedurende vijf jaar best heftige problematiek met jongeren in de Afrikaanderwijk. Er is een trekker ingehuurd die het proces gaat doen. Natuurlijk is het zo dat men de jongeren in de Afrikaanderwijk perspectief wil geven, dat is gepland in een latere fase. Echter terwijl je met het proces bezig bent wordt je achterhaald door de realiteit, namelijk een verslechtering van de situatie in plaats van een verbetering. Daarom is gekozen voor in eerste instantie de harde lijn. Dat is nodig om de jongeren te laten weten waar de grens ligt, vandaar kan er weer opgebouwd worden. Het is ook niet zo dat de particuliere beveiliging structureel is. Op het moment dat de fysieke aanpassingen van het gebouw gerealiseerd zijn is dat ook niet meer nodig. Het heeft ook niet de voorkeur van het DB om met tourniquets te moeten werken, maar de realiteit is helaas dat de situatie erom vraagt. Ook de jongeren waar het wel goed mee gaat vragen daar om, want zij willen ongestoord van hun voorziening gebruik kunnen maken. Over contact opnemen met de burgemeester: dat is gedaan, er is extra politie-inzet, er wordt alles aan gedaan om de overlast een halt toe te roepen, zodat men daarna verder kan gaan met investeren in de jongeren die het wel goed doen. Dit is daar de eerste aanzet toe.
Over De Mare: het is niet zo dat er een nieuwe speeltuinvereniging opgezet wordt. Er was sprake van een speeltuinvereniging, die draaide niet en het gebied verpauperde. De speeltuinvereniging heeft nu alleen nog het gebouwtje, de grond is overgedragen en wordt openbare ruimte. Voor de inrichting daarvan liggen plannen, waarop is geparticipeerd met jongeren en bewoners in de omgeving. Het sport- en spelgedeelte kon al worden opgeknapt, maar voor de uitvoering van het hele plan was nog extra geld nodig, waarom in dit voorstel gevraagd wordt. De achterliggende gedachte is dus een goede speelplek terug te geven aan de wijk.
De voorzittergaat over tot de besluitvorming. In tegenspraak met het voorstel van de heer Baruch wordt toch per afzonderlijk punt gestemd.
De motie van het CDA wordt met 10 stemmen voor en 13 stemmen tegen verworpen.
Vervolgens wordt puntsgewijs over ontwerpbesluit 2006-6A gestemd.
-
Punt 1: met algemene stemmen aangenomen
-
Punt 2: met 13 stemmen voor en 10 stemmen tegen aangenomen
-
Punt 3: met 12 stemmen voor en 11 stemmen tegen aangenomen
-
Punt 4: met 12 stemmen voor en 11 stemmen tegen aangenomen
-
Punt 5: met algemene stemmen aangenomen
-
Punt 6: met algemene stemmen aangenomen
-
Punt 7: met 14 stemmen voor en 9 stemmen tegen aangenomen
De heer van Rijnheeft een stemverklaring bij punt 8 (overlastproblematiek): als een café jarenlang overlast veroorzaakt wordt het gesloten. Dus dan is het jammer voor de jongeren die geen overlast veroorzaken, maar dan moet het buurthuis ook maar gesloten worden.
-
Punt 8: met 15 stemmen voor en 8 stemmen tegen aangenomen
-
Punt 9: met algemene stemmen aangenomen
-
Punt 10: met algemene stemmen aangenomen
-
Punt 11: met algemene stemmen aangenomen
-
Punt 12: met algemene stemmen aangenomen
-
Punt 13: met algemene stemmen aangenomen
Mevrouw Osadiayemeldt de raad de reden van haar late arriveren: haar vader heeft een ernstig auto-ongeluk gehad, vandaar dat haar telefoon nu aanstaat. Hij is gelukkig wel bij kennis en naar het ziekenhuis gebracht.
De voorzitterwenst haar sterkte namens de raad.
-
4 MAANDSRAPPORTAGE PROGRAMMABEGROTING 2006
De deelraad neemt kennis van de 4 maandsrapportage programmabegroting 2006.
-
BEGROTINGSWIJZIGING 2006-5
Mevrouw Osadiayeheeft een vraag bij punt 3 (inbraakpreventie Dordtselaan): wat is de bijdrage van de woningbouwcorporatie daarbij? En waarom moet dat uit de publieke middelen betaald worden?
De heer van Rijnheeft moeite met punt 1. B&W heeft een besluit genomen (niet de deelgemeente), maar de deelgemeente moet daarvoor € 55.300 moet betalen. Dat verbaast hem. Als B&W dat vindt, zorgen zij ook maar dat dit bedrag hierheen komt. De heer van Rijn verzoekt het DB dit met de Coolsingel op te nemen.
De heer Pikeurziet dat bij punt 7 geld toegevoegd wordt aan het potje Çiçek voor nieuwe initiatieven. In 2004 is daar al een bedrag in gestort. Is dit structureel?
De heer van Lentreageert op het laatste: volgens hem komt er geen extra geld bij, maar wordt eindelijk besloten de reserve uit te geven, daar is hij erg blij mee. Rest nog wel een andere vraag: wat gaat het DB er precies mee uitspoken?
Voorts is de heer van Lent blij dat de dekking gevonden is voor de Onderwijskansenzone. Het is nu tijdelijk zeker gesteld, maar hoe ziet de financiële toekomst van de OKZ eruit? Kan er nog een evaluatie van de OKZ komen?
Over de ID-knelpunten: dat toont aan dat door het wegvallen van de ID-banen het welzijnswerk in de deelgemeente het moeilijk gaat krijgen, dat zal nog het nodige geld gaan kosten. Heeft het DB binnenkort inzicht hoe het met de afbouw staat, zodat de raad daarvan kennis kan nemen?
De heer Tahiroğluheeft een verduidelijkende vraag bij punt 2: gaat het daar nu om de buitenruimte of om een bedrijfsruimte?
Mevrouw Oudshoornover de ID-knelpunten bij S&R: de heer van Rijn vroeg waarom de deelgemeente dat geld niet vraagt aan de stad, als de stad dit zo graag wil. Het accepteren van dit aanbod van de stad was vele malen gunstiger voor de deelgemeente dan het niet accepteren van dit aanbod. Er is nu een oplossing die normaal gesproken het drievoudige had gekost. Overigens was het DB er niet blij mee. Er is zeer scherp richting de stad gereageerd, want men kwam ermee pas na de vaststelling van de begroting, terwijl eerder al herhaaldelijk om een oplossing was gevraagd. Het DB heeft toch gekozen dit aanbod te accepteren, omdat de andere optie vele malen slechter was. Mevrouw Oudshoorn zegt de raad een overzicht van de ID-problematiek toe zodra er meer duidelijkheid over is.
Over de inbraakpreventie Dordtselaan: er is afgesproken dat de deelgemeente bij het Politiekeurmerk Veilig Wonen per woning een percentage zou bijdragen, dat is eerder in de raad behandeld.
Over Nieuwe Initiatieven: wat de heer van Lent zegt klopt. De bestemmingsreserve wordt uitgezet in uitvoering. De uitvoering zal uiteraard plaatsvinden binnen de kaders die de raad daarvoor gesteld heeft. Indien het DB dat anders zou willen wordt dat voorgesteld aan de raad.
Over de OKZ: mondeling krijgt het DB steeds van het College te horen dat het wordt gecontinueerd, echter het staat nog steeds niet op papier. Mevrouw Oudshoorn zegt toe de resultaten van een evaluatie van de OKZ aan de raad te doen toekomen.
Naar aanleiding van de vraag van de heer Tahiroĝlu bij punt 2: de formulering was wat cryptisch. Het gaat om restaurant Solo (African Inn). In het kader van Eetwijk Afrikaanderwijk heeft stichting OMIJ het initiatief genomen om de recreatieruimte van het voormalige Maasveld om te bouwen tot een restaurant. Stadswonen, de eigenaar van het pand, heeft toegezegd te willen meewerken aan het verbeteren van de omgeving. Om het hele plan naar een hoger peil te trekken is ook een investering in de buitenruimte nodig, met name het stuk tussen ’t Klooster en het nieuwe restaurant. De deelgemeente betaalt mee aan het opknappen van de buitenruimte.
2etermijn
De heer van Rijnover punt 2: de deelgemeente draagt een bedrag van € 7.000 bij. Hoeveel D2-gelden gaat er om bij dat project:?
Terugkomend op de ID-banen: de heer van Rijn is altijd voorstander geweest van het omzetten van ID-banen in regulier werk, mensen binnen of buiten de organisatie te laten doorstromen, met of zonder scholing. Het verbaast hem wel dat deze ID-mensen bij S&R met voorkeur worden behandeld. Als met dit gaat doen, moet het gelden voor alle ID-ers in deze deelgemeente, dan moet voor hen allen deze constructie gemaakt worden met de gemeente Rotterdam, om deze mensen hun baan te laten behouden. De heer van Rijn is benieuwd hoe de gesprekken met de Coolsingel geweest zijn dat men tot deze conclusie is gekomen. Het verdient volgens hem niet de schoonheidsprijs, het DB zou terug moeten gaan naar de Coolsingel, om te zorgen dat deze regeling voor iedere ID-er gaat gelden. Zo niet denkt de heer van Rijn dat hij tegen stemt.
Mevrouw do Patrociniovraagt hoe zij het bedrag van € 55.300 moet interpreteren. Betekent dit dat één of meerdere personen in dienst worden genomen?
Mevrouw Oudshoorn: het bedrag aan D2-gelden dat in het plan rond Solo geïnvesteerd wordt is € 237.617. De € 7.000 is alleen voor de buitenruimte. De raad heeft de bestemmingsreserve cofinanciering voor D2-gelden ingesteld. Wil het DB dit kunnen uitgeven, moet het toegevoegd worden aan de begroting.
Over de ID-knelpunten S&R: mevrouw Oudshoorn is het ermee eens dat het geen schoonheidsprijs verdient, sterker nog, ze baalt er als een stekker van. Om welk percentage het ging voor de deelgemeente Feijenoord zat helemaal niet in de berekening, dat was precies het bezwaar wat het DB ertegen had. Men heeft voor dit jaar een soort rekensom gemaakt en daarmee is het afgedaan. De deelgemeente is het recht ontnomen om daar meer vragen over te stellen, het was een ‘take it or leave it’ deal. Het DB heeft daartegen geageerd, het is ook een tijdelijke oplossing. Maar uiteindelijk betekende hiervoor kiezen voor het minste kwaad kiezen voor de deelgemeente Feijenoord. Het DB was er niet blij mee, maar het is hen door de strot geduwd. Er moest echter wel een oplossing komen, daarom is het DB er wel in meegegaan. Mevrouw Oudshoorn kan zich de frustratie bij de heer van Rijn geheel voorstellen, het DB heeft ook aangekaart hoe het zit met de overige ID-ers, maar daar was weinig gehoor voor. Volgend jaar gaat het weer op een andere manier, maar hoe is nog steeds niet duidelijk. Ook zijn er nog veel deelgemeenten, die vele malen meer moesten betalen en die nog steeds grote problemen hebben met deze constructie.
De heer van Rijngaat nogmaals in op de ID-banen: van Rijkswege is dit ons opgelegd. Vervolgens krijgen eerst de gemeenten en dan de deelgemeenten dit weer op hun bordje gelegd. De heer van Rijn vindt, ondanks dat het DB goed zijn best gedaan heeft, dat in de toekomst verschil kan worden gemaakt tussen ID-ers van welke organisatie dan ook. Als hiermee akkoord gegaan wordt, moet dat ook voor de andere ID-ers gedaan worden. De heer van Rijn komt er zeker op terug.
De heer van Lentdenkt dat iedereen het eens is, met inbegrip van het DB, dat de manier waarop de Coolsingel dit besluit genomen heeft niet door de beugel kan. Als het gaat om de rechtsgelijkheid wil de heer van Lent er voor waken de verantwoordelijkheid daarvoor in de schoenen van ons DB te laten schuiven. Die verantwoordelijkheid hoort bij de Coolsingel te liggen, wat zij hebben dat besluit genomen. Naar het DB toe: de heer van Lent begrijpt hun inzet. Echter als de raad dit wat eerder had geweten, had de raad wellicht hun protest kunnen ondersteunen. Het kan niet door de beugel om een eigen probleem op te lossen door ergens anders in de kas te graaien.
De voorzitterbrengt de begrotingswijziging in stemming.
Het ontwerpbesluit wordt met algemene stemmen aangenomen.
Voorts wordt door de raad ontwerpbesluit 2006-6B met algemene stemmen aangenomen. Dit behoorde bij agendapunt 7, maar was daar abusievelijk niet in stemming gebracht.
-
MOTIE LEEFBAAR ROTTERDAM WMO
De heer Smitleest de motie, die op enkele plaatsen is gewijzigd, nogmaals voor. De tekst van de motie is aan de besluitenlijst gehecht.
De heer van Lent:naar aanleiding van de vorige raad heeft de PvdA-fractie haar standpunt over deze motie heroverwogen, er is binnen de fractie uitvoerig over gesproken. De fractie is niet van standpunt veranderd. Het is voor een deel onbekend wat deze nieuwe commissie zou moeten gaan doen, het is niet echt duidelijk welke extra taken op de deelgemeente afkomen, de PvdA denkt ook niet dat er uiteindelijk veel extra taken zullen komen. De middelen die van rijksniveau naar de gemeente gaan betreffen vooral het zorggebied, dat is net het deel dat waarschijnlijk binnen de gemeente centraal georganiseerd zal blijven. Voorts vindt de PvdA dat veel dingen betreffende de werkwijze in de wijkcommissies besproken zouden moeten worden, omdat die voeling houden met de gebeurtenissen in de wijk en het functioneren van de welzijnsinstellingen in de wijk. Wel vindt de PvdA dat de commissie AZR de wetgeving zou moeten volgen en dat er in het traject nog 1 à 2 maal een plenaire voorlichting aan de raad betreffende de voortgang zou moeten plaatsvinden.
De heer Pikeurvindt de opmerking dat niet veel middelen naar de deelgemeente zouden komen vreemd. Het DB heeft al in een bijeenkomst met de Coolsingel gesproken, in september volgt er nog een. Het DB zou dus in elk geval al op de hoogte moeten zijn van de taken van de deelgemeente in het kader van de WMO. De heer Pikeur vindt dat het DB de raad daarover kan informeren en dat daartoe wel degelijk een commissie ingesteld kan worden, om zowel aan de raad als aan het DB te kunnen adviseren.
Mevrouw Osadiayelijkt het toch goed een commissie in te stellen, gezien het feit dat de invoering van de WMO een ingewikkeld traject kan worden.
De heer Tahiroğlu:GL ziet het belang van al hetgeen op de deelgemeente afkomt wel in, maar sluit zich aan bij de opvattingen van de PvdA, dat dit in de commissie AZR kan worden behandeld. Om hiervoor speciaal een commissie te organiseren, inclusief de kosten van ambtelijke ondersteuning lijkt wat teveel van het goede.
De heer Şenyürek:het uitgangspunt van de PvdA-fractie is niet dat men de WMO niet belangrijk genoeg vindt. De commissie AZR is bedoeld voor wijkoverstijgende zaken, dit is dan een onderwerp dat in de commissie AZR hoort, met de nodige aandacht en tijd die eraan moet worden besteed. Hij stelt voor er een vast agendapunt van te maken, zodat een goede uitvoering kan worden gegeven aan deze wet.
De heer van Rijnis toch van mening dat voor de WMO een aparte commissie ingesteld moet worden, hij wil dat de raad daar een goede afweging in maakt. Hij is bang dat het in de commissie AZR zal ondersneeuwen. Zelfs het College heeft de deelgemeenten geadviseerd de deelraden bevoegdheden te geven in de vorm van een commissie. Het zou over € 20 miljoen kunnen gaan, dat doe je niet als een agendapunt in de commissie AZR. De heer van Rijn verzoekt de raad in een hoofdelijke stemming voor zijn motie te stemming.
Mevrouw Oudshoorn:als het gaat om hoe de raad de informatie wenst over de WMO: dat laat het DB aan de raad over. Het DB heeft toegezegd dat de informatie naar de raad toe gaat, ongeacht of dit via een commissie WMO gaat of via de commissie AZR. Als het gaat om met de gemeente Rotterdam in overleg te treden, zodat de gelden ook naar de deelgemeente komen: er is een brief uit naar het College met het verzoek om gelden voor de implementatie te beschikken die in Feijenoord nodig zijn. Bij andere bijkomende kosten geldt natuurlijk een zelfde verzoek. De heer van Rijn zegt dat het College de raad heeft geadviseerd een commissie in te stellen: dat is een iets ruimere interpretatie, want dat gaat over de gemeenteraad, niet de deelraad. In het hele traject heeft het Rijk geen rekening gehouden met deelgemeenten. Het DB heeft gezegd dat logischerwijs de deelraad erbij betrokken moet worden, maar het adviesrecht is in principe officieel alleen aan het DB.
2etermijn
De heer van Rijn:de vraag is of in het kader van de WMO deze bevoegdheid wel bij de deelgemeente blijft. Het kan ook zijn dat het College in het kader van de WMO alle bevoegdheden van de deelgemeenten intrekt en haar eigen gang gaat. Op basis daarvan wil hij graag een commissie instellen, zodat duidelijk gemaakt kan worden dat de deelgemeente graag de kaders wil stellen. Dit is de kans om dat te doen.
Mevrouw Osadiaye: dit onderwerp zou aan de commissie AZR gekoppeld kunnen worden, maar de agenda van deze commissie zit vaak overvol. Bij een commissie WMO moet het ook over de implementatie gaan. De WMO komt er, daar moet je niet teveel over lullen, maar hoe gaan we dat in de deelgemeente handen en voeten geven? Hoe reageren burger erop en welke problemen komen ze tegen? Dat vindt mevrouw Osadiaye belangrijk.
De heer van Lentover het maken van een goede afweging: er is in de fractievergaderingen drie maal over gesproken, daar is drie maal dezelfde conclusie uitgekomen. Het is zo dat de WMO belangrijk is, dat is niet het punt van discussie. De zaken die mevrouw Osadiaye noemt zijn zaken die ook door een wijkcommissie gesignaleerd en opgepakt kunnen worden. Voorts dient over het verhaal als geheel enkele malen plenair terugkoppeling aan de hele raad plaats te vinden. Ook begrijpt de heer van Lent dat het deel van de WMO dat naar de deelgemeente komt vooral de zogenaamde eerste vier prestatievelden betreft: een hoop van die dingen doet de deelgemeente al, alleen verandert het stickertje ‘welzijnswet’ naar ‘WMO’. Er zijn op een aantal punten nog wel verbeteringen nodig, zie ook de trajecten rond SWF en BdF. Die processen gaan langzaam, maar liepen al voordat de WMO in discussie was, de raad zal die zeker blijven volgen. De PvdA blijft bij het standpunt dat dit typisch een onderwerp voor de commissie AZR is.
Op verzoek van de heer van Rijn wordt hoofdelijk gestemd over deze motie.
De heer Achbar: tegen Mevrouw do Patrocinio: tegen
De heer Alpaslan tegen De heer Pikeur: voor
De heer Çiçek: tegen De heer Tahiroĝlu: tegen
De heer Çifci : voor De heer Blanken: voor
De heer Çakir: tegen Mevrouw de Winter: voor
De heer Frenk: tegen De heer de Jong: tegen
De heer Şenyürek: tegen De heer van Vliet: tegen
De heer Gültekin: tegen De heer den Haan: tegen
De heer van Rijn: voor Mevrouw Osadiaye: voor
De heer van Lent: tegen Mevrouw Noel: voor
De heer Smit : voor De heer Dekkers: voor
Mevrouw Goedegebuur: voor
Daarmee is de motie WMO met 10 stemmen voor en 13 stemmen tegen verworpen.
-
PROGRAMMABEGROTING 2007
De heer Tahiroĝlumerkt op dat het de programmabegroting van de deelraad is. Nu komt het DB met een voorstel aan de raad over de begroting van de raad. Is dat niet de verkeerde volgorde?
Mevrouw Oudshoorn:in principe heeft de heer Tahiroĝlu gelijk, de programmabegroting is van de raad. Maar om het proces een klein zetje te geven heeft het DB gemeend dit voorstel te moeten doen. Dat is echter niet om de taak van de raad over te nemen, maar aangezien de begroting binnenkort opgesteld zal moeten worden is het DB zo brutaal geweest dit voorstel te doen. Volgend jaar kan de raad dit geheel zelf bepalen, als de raad nu wijzigingen hierin wenst kan dat natuurlijk ook.
Mevrouw Osadiayevraagt naar het doel / de visie achter de voorgestelde nieuwe indeling.
Mevrouw Oudshoorn:in principe is het program zoals vastgesteld door de deelraad als leidraad genomen, maar in deze indeling is er minder overlapping tussen portefeuilles van het DB. Het is dus om het proces te vergemakkelijken. Het is een suggestie, aan de raad de wijsheid.
De heer van Lentmerkt op dat in het besluit wordt gerefereerd aan een bespreking in de commissie AZR. Die bespreking is er niet geweest. Daarbij hadden een aantal vragen opgelost kunnen worden. Voorts is de heer van Lent als commissievoorzitter, voor zover hij zich kan herinneren, niet gemeld dat dit besluit op de agenda stond.
Wat feitelijk voorgesteld wordt is het opknippen van een aantal programma’s, een handeling die de heer van Lent best kan volgen. Hij is alleen niet helemaal blij met de manier waarop men hiertoe gekomen is. De heer van Lent stelt voor om punt 6 ‘Onderwijs en kennis’ te noemen. Bij onderwijs denk je vooral aan onderwijs voor jongeren, terwijl er wel degelijk een aantal projecten voor ouderen bij zit.
De heer van Rijnverbaast zich hierover. Aan de ene kant zegt het DB niet op de stoel van de raad te gaan zitten, aan de andere kant krijgt de raad van het DB een stuk, waarin het DB wel op de stoel van de raad gaat zitten. De procedure die bewandeld zou moeten worden is om dit stuk aan te houden tot de commissie AZR.
De heer van Lentverzoekt om een korte schorsing.
De voorzitterschorst de vergadering vijf minuten.
De voorzitterheropent de vergadering.
Mevrouw Osadiayewijst erop dat de invulling van de programmabegroting veel belangrijker is dan de titels van de programma’s. Laten we het daar over hebben.
De heer van Lentheeft met de PvdA-fractie gesproken. De fractie heeft geen problemen met het voorliggende voorstel. De fractie kan zich echter ook voorstellen dat er fracties zijn die behoefte hadden gehad aan een politieke voorbespreking. De PvdA heeft er geen bezwaar tegen het besluit aan te houden.
De heer van Rijnvindt dat dit besluit aangehouden moet worden. Hij ziet het ook als een waarschuwing aan het DB, dit is geen bevoegdheid van het DB. Hij wil dit soort dingen niet meer op deze manier in de raad voor zijn neus krijgen.
De heer van Lentmeldt dat het wel de bevoegdheid van het DB is om voorstellen aan de raad te doen. Hij weet niet waar de fout ligt, of het Presidium of hijzelf niet goed heeft opgelet. Dat zal hij nog uitzoeken.
Mevrouw Oudshoornerkent dat dit een bevoegdheid is van de raad, daarover is geen discussie. Maar op het moment dat het DB het verwijt krijgt op de stoel van de raad te gaan zitten, legt mevrouw Oudshoorn de bal terug: dan had de raad daarvoor klaar moeten zijn. Dan had de raad hier zelf een voorstel moeten neerleggen hoe de indeling had moeten zijn. Het DB heeft gemeend de raad te moeten ondersteunen, voorheen heeft het DB altijd de opdracht gekregen de programbegroting voor te bereiden. Als de raad het er niet mee eens is, prima, veeg dan dit voorstel maar van tafel. Weet echter wel dat deze zomer aan de programbegroting gewerkt zal moeten worden. Ofwel dat gebeurt volgends de oude indeling, waardoor er later geknipt en geplakt moet worden, wat een hoop extra werk oplevert, of dit voorstel wordt aangenomen. Dat is aan de raad. Het DB heeft zeer nadrukkelijk niet gemeend een taak van de raad te moeten overnemen. Mevrouw Oudshoorn vindt het bezwaarlijk dat dit wordt gesuggereerd; dan had de raad zelf met een voorstel moeten komen.
De voorzitterbrengt het voorstel van de heer van Rijn om het besluit aan te houden in stemming.
Met 22 stemmen voor en 1 stem tegen wordt het voorstel aangehouden.
De heer Baruchverzoekt een schorsing van 2 minuten.
De voorzitterschorst de vergadering voor 2 minuten.
De voorzitterheropent de vergadering.
Mevrouw Oudshoornlegt de raad een dilemma voor. Door dit besluit aan te houden zegt de raad in principe dat de programma-indeling gehandhaafd moet blijven, want normaal gesproken bereidt het ambtelijk apparaat in de zomermaanden de begrotingsdiscussie voor. De eerstvolgende raad waarop het aangehouden punt besproken zou kunnen worden is 14 september. Dan dient de begroting al rond te zijn, want 31 augustus is de eerste discussie over de uitgangspunten. De vraag aan de raad is: waar moet op aangestuurd worden. Je kunt moeilijk van het ambtelijk apparaat vragen de begroting in zes punten op te stellen, waarna alles alsnog omgezet moet worden, met het risico dat uit de termijnen gelopen wordt. Mevrouw Oudshoorn wil dat de raad zich dat realiseert en een richtlijn geeft van hoe nu verder te handelen.
De heer van Rijnvindt dat de raad een besluit heeft genomen en dat de raad daar niet op hoeft terug te komen.
Mevrouw Oudshoornbenadrukt dat het niet gaat om het terugdraaien van het besluit, maar het gaat om de consequenties van het besluit. Hoe moet het DB daarmee omgaan? Het is de begroting van de raad.
Mevrouw Osadiayedient een nieuw voorstel in, dat bestaat uit de tekst van het oude voorstel, met als wijzigingen: punt 6 wordt ‘Onderwijs en Kennis’, punt 8 wordt ‘Recreatie en vrije tijd’. Voorts stelt zij voor het op 14 september over de inhoud te hebben.
De heer van Lentvindt dat een goed voorstel.
De heer van Rijnblijft bij zijn standpunt: er is al een besluit genomen.
Mevrouw Osadiayekomt daarop terug. Voor je het weet is het kerstvakantie en dan heeft de raad nog geen klap uitgevoerd, de raad heeft al een hele tijd zitten suffen.
De heer Frenken mevrouw do Patrociniosteunen mevrouw Osadiaye.
De voorzitterbrengt het nieuwe voorstel van mevrouw Osadiaye in stemming.
De heer van Rijnverzoekt om een korte schorsing, voor overleg met zijn fractie.
De voorzitterschorst de vergadering voor 2 minuten.
De voorzitterheropent de vergadering.
De heer Smit: na beraad gaat de fractie van LR akkoord met het voorstel dat mevrouw Osadiaye heeft gedaan. Wel merkt LR op dat het te hopen is dat dit de volgende keer procedureel iets anders gedaan kan worden. Mevrouw Oudshoorn heeft in principe gelijk als ze zegt dat de raad hier eigenlijk mee moet komen. Het is bekend dat er wat vertragingen zijn geweest met de installatie, dus iedereen is wat laat van start gegaan. De heer Smit adviseert de volgende keer even een signaal bij het Presidium neer te leggen.
De voorzitterconstateert dat het besluit als voorgesteld door mevrouw Osadiaye met algemene stemmen is aangenomen.
-
BENOEMING COMMISSIELEDEN GEBIEDSGERICHTE COMMISSIES
De raad benoemt met algemene stemmen mevrouw Noël-Arnold, de heer van Rijn, de heer Blanken (Leefbaar Rotterdam), mevrouw Osadiaye (SP), de heer Tahiroĝlu (GL), de heer van Vliet, de heer van Lent, de heer Din, mevrouw do Patrocinio (PvdA) en de heer Cifci (CDA) als leden van de commissie Bloemhof – Noordereiland. De raad benoemt de heer Cifci (CDA) als voorzitter van deze commissie.
De raad benoemt met algemene stemmen mevrouw Noël-Arnold, de heer Dekkers, de heer Smit (Leefbaar Rotterdam), mevrouw Osadiaye (SP), de heer Tahiroĝlu (GL), de heer Çattikas, de heer Frenk, de heer Gültekin (PvdA), de heer Cifci en de heer Pikeur (CDA) als leden van de commissie Feijenoord – Kop van Zuid. De raad benoemt de heer Smit (Leefbaar Rotterdam) als voorzitter van deze commissie.
De raad benoemt met algemene stemmen mevrouw de Winter, de heer Dekkers, de heer Blanken (Leefbaar Rotterdam), mevrouw Osadiaye (SP), de heer Tahiroĝlu (GL), de heer de Jong, de heer Achbar, de heer den Haan (PvdA), de heer Cifci en de heer Pikeur (CDA) als leden van de commissie Vreewijk - Katendrecht. De raad benoemt mevrouw Osadiaye (SP) als voorzitter van deze commissie.
De raad benoemt met algemene stemmen mevrouw Goedegebuur-Tieben, de heer van Rijn, de heer Blanken (Leefbaar Rotterdam), mevrouw Osadiaye (SP), de heer Tahiroĝlu (GL), de heer Çiçek, de heer Senyürek, de heer Çakir, de heer Alpaslan (PvdA) en de heer Cifci (CDA) als leden van de commissie Afrikaanderwijk - Hillesluis. De raad benoemt de heer Tahiroĝlu (GL) als voorzitter van deze commissie.
De raad benoemt met algemene stemmen mevrouw J. Grootfaam als eerste vervanger van mevrouw Osadiaye in de commissie Bloemhof – Noordereiland.
De raad benoemt met algemene stemmen de heer J. Verstrate als eerste vervanger van mevrouw Osadiaye in de commissie Feijenoord – Kop van Zuid.
De raad benoemt met algemene stemmen de heer G. Verhaegen als eerste vervanger van mevrouw Osadiaye in de commissie Afrikaanderwijk – Hillesluis.
De raad benoemt met algemene stemmen de heer A. Kin als eerste vervanger van de heer Tahiroĝlu in de commissie Bloemhof – Noordereiland.
De raad benoemt met algemene stemmen mevrouw L. Fortuin als eerste vervanger van de heer Tahiroĝlu in de commissie Feijenoord – Kop van Zuid.
De raad benoemt met algemene stemmen de heer J. El Mahi als eerste vervanger van de heer Tahiroĝlu in de commissie Afrikaanderwijk – Hillesluis.
De raad benoemt met algemene stemmen de heer J. Smet als eerste vervanger van de heer Tahiroĝlu in de commissie Vreewijk – Katendrecht.
De heer van Lent meldt dat het nog ontbrekende lid van de commissie AZR namens de PvdA de heer Senyürek zal zijn. Verder zal de PvdA bij de volgende raad nog met enkele vervangers komen voor de wijkcommissies, al zullen zij alleen zitting nemen in de commissie bij afwezigheid van de vaste leden.
-
STAND VAN ZAKEN MOTIES & AMENDEMENTEN
De deelraad neemt kennis van de stand van zaken.
-
RONDVRAAG
De heer van Lentvraagt het DB te kijken naar de verkeerssituatie in Bloemhof. Hij heeft het idee dat de uitgangswegen daar behoorlijk geblokkeerd zijn door diverse werkzaamheden.
Mevrouw Osadiayemeldt dat zij de informatie betreffende het Motorstraatgebied, waar mevrouw do Patrocinio op 27 april al om heeft gevraagd, nog niet heeft ontvangen.
De heer van Rijnnaar aanleiding van de besluitenlijst van het DB van 20 juni 2006: het betreft punt 12, 13 en 14. Daar wordt besloten een subsidieaanvraag voor 2006 voor exploitatie te geven aan een Marokkaanse vereniging voor een project participatie van Marokkaanse ouders. De heer van Rijn herinnert zich dat alleen geld gesubsidieerd zou worden voor activiteiten, niet voor exploitatie. Daar wil hij graag uitvoerig schriftelijk antwoord op.
Mevrouw Oudshoornbegrijpt de vraag niet helemaal. Afgesproken wordt dat de heer van Rijn zijn vraag schriftelijk indient.
De heer Dekkersvraagt het DB naar de voortgang van het burgerinitiatief betreffende de Stieltjesstraat, dat hij vorig jaar heeft ingediend. Op 27 oktober 2005 heeft de deelraad daartoe een besluit genomen.
De heer den Haanzal schriftelijk een vraag stellen betreffende een enkelvoudig sloopbesluit aan de Bree in Vreewijk.
De heer van Lentkondigt aan dat de PvdA-fractie na de zomer met een voorstel zal komen rond de inspraak op de wijkveiligheid actieprogramma’s. Hij vraagt de raadsleden vast over de te volgen procedure na te denken.
Mevrouw Oudshoornneemt het voorzitterschap van de vergadering over.
De heer Çiçekmaakt van de rondvraag gebruik om een motie in te dienen, de motie Serviceverlening. De heer Çiçek leest de motie voor. De tekst van de motie is aan de besluitenlijst gehecht.
Mevrouw Osadiayedenkt dat je alleen kunt integreren in de deelgemeente Feijenoord als je van alle diensten die de deelgemeente aanbiedt ten volle gebruik kunt maken. Zij is het voor 1000 % eens met deze motie.
De heer van Rijnkan zich gedeeltelijk in de motie vinden. Als er in plaats van anderstaligen gesproken wordt over wereldtalen (Frans, Duits, Engels), kan hij ermee leven.
De heer Senyüreksluit zich aan bij mevrouw Osadiaye.
De motie Serviceverlening wordt met 16 stemmen voor en 7 stemmen tegen aangenomen.
-
SLUITING
De voorzittersluit de vergadering om 23.50 uur. Zij wenst de deelraad een fijn reces toe.
20
