Conceptnotulen van het vervolg van de openbare vergadering van de deelgemeente Feijenoord, gehouden op 8 november 2007 in de raadszaal Maashaven Oz 230.
Aanwezig:
Voorzitter: mevrouw D. Oudshoorn
Griffier: de heer P.F.J. van den Eijnden
Leefbaar Rotterdam: de heer K. Dekkers
de heer H. Van Rijn
de heer Y. de Winter
Lijst Smit: de heer J.H. Smit
Lijst Goedegebuur: mevrouw M.G. Goedegebuur-Tieben
PvdA: de heer F. Achbar
de heer A. Alpaslan
de heer M. Çakir
de heer D.Çatikkaş
de heer S. Çiçek
de heer M.D.I. Din
de heer M.B. Frenk
de heer E. Gültekin
de heer J. den Haan
de heer F.A. de Jong
de heer M. Van Lent
mevrouw M.C. do Patrocinio
de heer A. Senyürek
de heer R. Van Vliet
CDA: de heer T. Çifçi
de heer W.P.T. Pikeur
GroenLinks: de heer Y. Tahiroğlu
Afwezig:
Leefbaar Rotterdam: de heer S.J. Blanken
mevrouw P.J.M. Noël-Arnold
SP: mevrouw S.J. Osadiaye-van der Kooi
Dagelijks bestuur: de heer G. Yeşildal
de heer R. Baruch
de heer R. Kronenberg
Griffier (plv.): de heer E. Tinga
Publieke tribune: ongeveer vijftien personen
Notulist: mevrouw E. Van Vliet(Notuleerservice Nederland)
De voorzitterheropent de vergadering om 20.00 uur en heet iedereen van harte welkom.
6. Reactie van het dagelijks bestuur op de algemene beschouwingen van fracties en op de moties en amendementen
De heer Çiçekneemt het voorzitterschap over.
Mevrouw Oudshoornreageert als eerste namens het dagelijks bestuur op de algemene beschouwingen. Zij blikt even terug op het afgelopen jaar, want het is namelijk precies een jaar geleden dat het dagelijks bestuur de uiteindelijke vorm kreeg. In dat jaar zijn grote dossiers behandeld met als doel deze deelgemeente te versterken en te verbeteren op de vier belangrijkste pijlers: sociaal, fysiek, veilig en economie. Dat doel is alleen maar te bereiken door samenwerking van de raad, de bewoners, de organisaties, de instellingen in de wijk, de corporaties en het centrale stadsbestuur. Structurele investeringen in de deelgemeente moeten uitmonden in beleid, maar daar is (veel) tijd voor nodig. Het afgelopen jaar is gebruikt om onderbouwde plannen in te dienen bij de Centrale Stad en het rijk in het kader van Pact op Zuid en de Vogelaarwijken. Tot op heden is nog geen uitsluitsel over wat hiervan wel of niet haalbaar is. De raad en de bewoners moeten in ieder geval worden betrokken bij de besluitvorming en de uitvoering van de plannen. Het dagelijks bestuur kan de motie van de PvdA over inspraak Vogelaaraanpak en Pact op Zuid ondersteunen, met daarbij wel enige soepelheid over de genoemde tijdsplanning. Momenteel vinden op landelijk niveau namelijk overleggen plaats over de afspraken voor de Vogelaarwijken. Op dat proces heeft het db geen invloed, maar de betreffende motie zal bij de overleggen ter sprake komen.
Met betrekking tot de relatie tussen de deelraad en het dagelijks bestuur zullen altijd verbeter- en aandachtspunten blijven. In het duale stelsel heeft ieder zijn rol met de bijbehorende bevoegdheid en verantwoordelijkheid. Het db neemt die taken uiterst serieus. Het db laat de moties waarin wordt opgeroepen tot instemming van de raad daarom aan de inzichten en overwegingen van de raadsleden over.
De motie ‘afspraak is afspraak’ van de fractie Goedegebuurziet het db als overbodig, omdat het db zich al houdt aan de informatieplicht ten opzichte van de raad en daarop scherp zal blijven toezien.
Veiligheid is en blijft een van de uitgangspunten van de deelgemeente. Spreekster is blij dat het interventieteam van deelgemeente Feijenoord niet als negatief is aangemerkt bij het recente rapport van de ombudsman.
Feijenoord is de enige deelgemeente die beschikt over een lokaal team voor huiselijk geweld. Verder is zij trots op het feit dat de aanpak die heeft plaatsgevonden na de problemen rondom plein 3 (in verband met overlastgevende jongeren) wordt aangemerkt als ‘best practice’ en verder terugkomt in de stedelijke aanpak. Uiteraard blijft hierbij nog veel te verbeteren.
Zij gaat verder in op het cameratoezicht. Het plaatsen van camera’s is een bevoegdheid van de burgemeester op basis van een zorgvuldige analyse en adviezen van de politie, het OM en het db. Dit geldt ook voor het plaatsen van mobiele camera’s. Zij meldt dat het hierbij gaat om een grote investering. Men moet ervoor waken hier te gemakkelijk naar te grijpen. Het plaatsen van camera’s leidt vaak tot verschuiving van de criminaliteit of overlast naar omringende buurten en straten. Camera’s moeten worden gezien als aanvullende maatregel (hulpmiddel) op het toezicht.
Veiligheidsbeleving van bewoners blijft een lastig punt. Het project Safak is ondersteund door de stadsmarinier en de deelgemeente door te investeren in begeleiding. Verder vinden regelmatig overleggen plaats met bewoners rondom het Stichtseplein en zal in november worden gestart met buurtoudergroepen.
Het db is zich aan het beraden over wijkveiligheidspanels, omdat partners daar moeite mee blijken te hebben.
De aanpak van de overlastgevende jeugd is maar een klein deel van het jeugdbeleid. Een groot deel van de jongeren doet het gelukkig goed en voor hen (en hun ouders) is voldoende aandacht binnen het deelgemeentelijk beleid. Er is volop aandacht voor vrijetijdsbesteding, voor het terugleiden naar school en werk en voor het investeren in vangnetstructuren. Ouderparticipatie maakt daarvan deel uit en daardoor is de motie van GroenLinks overbodig. Het CJG heeft een spreekuur van Sense als toevoeging naast de standaardfuncties. Verder komt er een stedelijk kader over gezondheid en bewegen waar aandacht voor seksuele gezondheid van de jeugd deel van uitmaakt.
Pleegzorg is geen bevoegdheid van de deelgemeente, maar het db erkent dat hieraan gebrek is en wil in contact treden met pleegzorg om te bezien wat mogelijk is. Het betrekken van de jongeren is een wens van hele raad en het db en daarom kan zij het amendement voor jeugdinitiatieven ondersteunen.
Mevrouw Oudshoorn meldt dat het Wmo-meerjarenplan al eerder is behandeld. Dit plan moet echter nog verder worden uitgewerkt. De deelgemeentelijke programmabegroting is grotendeels een Wmo-beleidsplan met voornemens en maatregelen op het gebied van ouderen, jongeren, participatie in de wijken en ontwikkelingen in de zorg. Het centrum voor jeugd en gezin (Jong XL) is een goed voorbeeld van integraal Wmo-beleid.
In 2008 zal het ketenoverleg Zorg en Welzijn opstarten. Daarbij horen afspraken met aanbieders van zorg en welzijn, maar ook afspraken met betrekking tot de participatie van (groepen) bewoners. Deze elementen vormen de belangrijkste ingrediënten van het deelgemeentelijk Wmo-beleid.
Er is gevraagd naar de mogelijke beëindiging van de maaltijdaanbieding van SWF. Aangezien hiervoor meerdere aanbieders zijn, worden de mogelijkheden hiertoe onderzocht. Voor ouderen zijn diverse projecten opgezet, onder andere het project Sociaal isolement ouderen. Deze projecten spelen meer in op de gehele problematiek.
Het CDA gaf onterecht aan dat het deelgemeentebestuur zich niet bezighoudt met het nemen van maatregelen voor de ID-medewerkers. De afschaffing van het ID-beleid is rijksbeleid. De instellingen waar de ID-ers werkzaam zijn, hebben de verantwoordelijkheid voor het zoeken naar alternatieven om de dienstverlening op peil te houden. Datzelfde geldt voor TOS. Het is niet te voorkomen dat de dienstverlening van TOS terugloopt, maar tot nu toe is wel voorkomen dat het geheel verdwijnt. De raad heeft het initiatief genomen om de financiering van een aantal ID-banen te continueren en het db heeft hierover onlangs een brief gestuurd.
In het voorliggende begrotingsjaar zal de inzet van de deelgemeente onverminderd moeten voortgaan, zelfs nog met extra inzet. Om dat efficiënt te kunnen doen, zijn randvoorwaarden nodig en daarvan is de reorganisatie van het ambtelijk apparaat er een. Het zo belangrijke burgernabij bestuur vraagt een andere manier van werken en denken. Dit zal eveneens terugkomen in de samenwerking tussen de Centrale Stad en de deelgemeente. Tot slot benadrukt zij nog eens het gezamenlijke doel, namelijk het versterken en verbeteren van de deelgemeente.
Mevrouw Oudshoornneemt het voorzitterschap over en geeft het woord aan de heer Baruch.
De heer Baruchis er trots op de raad te mogen toespreken. Hij is eveneens trots op het kunnen aanbieden van een sluitende begroting, trots op de griffie, op het bestuur, op het ambtelijk apparaat en op de inbreng van de inwoners van deze deelgemeente. Het is de tweede begroting van dit DB en hieruit spreekt ambitie en het kunnen maken van keuzes. De wens is dat inwoners zien dat de zaken steeds beter op orde zijn, maar niet dat de noodzakelijke bezuinigingen leiden tot verslechteringen. Dat betekent voor het bestuur en de ambtenaren, maar ook voor de raad, een scherpere manier van optreden.
Mevrouw Goedegebuur constateert een groot aantal ambities en bezuinigingen en vraagt – terecht – naar de consequenties van dat beleid. Zij trok daarbij een vergelijking met het bekende verhaal uit het Nieuwe Testament over de vijf broden en twee vissen. Hij is zelf meer liefhebber van oude teksten, zoals de Psalmen, waarbij er een gaat over: ‘zingt een nieuw lied’. Hij wil dat vergelijken met de begroting. Opnieuw kijken naar iets dat eigenlijk al bestaat, kan zorgen voor verrassende inzichten.
Uiteraard zijn er maatschappelijke effecten te verwachten door de bezuinigingen, maar men moet deze wel in relatie zien met de nieuwe inzet en de maatschappelijke effecten. Hij benadrukt dat dit db sterke keuzes durft te maken voor een sociaal Feijenoord.
Leefbaar Rotterdam, GroenLinks en Lijst Goedegebuurhebben de wens geuit om de begroting SMART te maken. Hij beaamt dat het een ingewikkelde materie is en heeft begrip voor die wens. Daarvoor is vorig jaar extra capaciteit vrijgemaakt, maar helaas heeft dat niet tot het gewenste resultaat geleid. De werkgroep SMART zal opnieuw aan het werk gaan en hij hoopt daarbij op medewerking van de fracties (in ieder geval van Lijst Goedegebuur).
Leefbaar Rotterdam heeft gevraagd naar het nut van het uit te voeren onderzoek naar Cineac Feijenoord, omdat al duidelijk is dat daarop gaat worden bezuinigd. Er is echter structureel 1 miljoen euro dekking nodig voor structurele knelpunten. Het kritisch doornemen van de begroting heeft geleid tot het voornemen de subsidie voor Cineac te beëindigen, tenzij blijkt dat Cineac wel degelijk een substantiële bijdrage levert aan de communicatiedoelstelling van de deelgemeente.
De heer Dekkersvraagt waarom dat niet is aangegeven.
De heer Baruchantwoordt dat de subsidie alleen wordt beëindigd als uit onderzoek blijkt dat Cineac geen toegevoegde waarde heeft. Dan is het nodig beide opties in de begroting te noemen.
De heer Dekkersis van mening dat de heer Baruch nu al conclusies trekt, terwijl nog moet worden geëvalueerd.
De heer Baruchlegt uit dat hij een gericht onderzoek laat uitvoeren.
De heer Dekkersconstateert dat de bezuiniging is opgenomen in de begroting.
De heer Baruchantwoordt dat als blijkt dat Cineac een grote toegevoegde waarde heeft, het terugkomt in de volgende begroting. Het onderzoek moet eerst zijn uitgevoerd, voordat men conclusies kan trekken.
De heer Van Rijnconstateert dat de bezuiniging is toegepast, maar dat nog niet duidelijk is of deze terecht is. Als blijkt dat het een onterechte bezuiniging is, wordt deze niet uitgevoerd en is sprake van een begrotingstekort. Hij vindt het niet duidelijk en vraagt uitleg.
De voorzitterverwijst hiervoor naar de tweede termijn.
De heer Baruchgaat verder. Leefbaar Rotterdam heeft opgemerkt dat de kosten voor de inhuur van een speeltuinbegeleider niet eenmalig zijn. Er is echter besloten om voor 2008 nogmaals een bedrag hiervoor beschikbaar te stellen. Uiteindelijk is het het doel dat vrijwilligers deze werkzaamheden gaan overnemen en daarom is het geen structurele post.
Verder is de gemaakte opmerking dat het bedrag van 255.000 euro eenmalig moet zijn (en niet structureel) correct.
Veel van de inspanningen zijn erop gericht de uitgaven te waarborgen en datzelfde geldt voor het deelgemeentelijk subsidieproces. Subsidieaanvragen worden inhoudelijk getoetst en de deelgemeente hanteert hiervoor de nieuwe subsidieverordening (SVR 2005), waarin de regels ten aanzien van een aanvraag zijn aangescherpt. Per 1 juli 2007 is de zogenaamde dwangsomregeling van toepassing en te laat beslissen op een aanvraag kan daardoor worden bestraft.
De heer Dekkersreageert op de subsidiestromen. Deze stromen zijn door het db aangewezen aan georganiseerde organisaties en hij vraagt uitleg.
De voorzitterwil deze vraag in tweede termijn laten beantwoorden.
De heer Van Rijngaat uit van het voeren van een debat en dat wordt ontnomen door beantwoording van vragen in de tweede termijn.
De voorzitterlegt uit dat tijd nodig is voor het beantwoorden van extra aanvullende vragen. De fracties hebben een week de tijd gehad om hun tweede termijn voor te bereiden en het db wil daar ook even tijd voor hebben.
De heer Van Vlietverwijst naar het gezegde van de balk en de splinter. Hij heeft vorige week een aantal vragen gesteld en daarop geen direct antwoord gekregen. De heer Dekkers wilde daar een week over nadenken, maar hij verwacht nu wel dat het db direct antwoord geeft.
De heer Van Rijnheeft geen vraag van de heer Van Vliet gekregen.
De heer Pikeurwordt moedeloos van dit soort discussies en is daarom vaker af- dan aanwezig. Als iemand een vraag stelt, moet diegene waken voor beantwoording en de voorzitter moet daarop toezien. Hij pleit voor een inhoudelijke discussie om de begroting tot een goed einde te brengen.
De voorzitterpleit er eveneens voor de begroting op een goede manier te behandelen. De vraag was niet aan haar gericht en daarom heeft zij toegezegd dat beantwoording zal plaatsvinden in de tweede termijn.
De heer Baruchgaat verder. De inzet op het verbeteren van de aansturingrelaties met SWF en BdF is bekend. De gemaakte prestatieafspraken en de gevolgen voor het niet naleven hiervan zijn zichtbaar. De deelraad ontvangt jaarplannen en jaarverslagen van de grote gesubsidieerde instellingen. De accountantsdienst controleert zowel de inhoudelijke toetsing als de procesgang. Verder maakt de subsidieverstrekking integraal deel uit van het tevredenheidsonderzoek. De raad wordt dus geïnformeerd en verder is de subsidiestroom met zoveel waarborg omkleedt, dat de motie van Leefbaar Rotterdam hierover overbodig is.
De PvdA heeft een amendement ingediend voor raadsinitiatieven. Hij legt uit dat de algemene reserve is ingezet om onverwachte, niet voorziene risico’s te kunnen dekken. Deze reserve wordt jaarlijks gevoed met eventuele voordelige exploitatieresultaten en een vrijval van de niet meer benodigde reserves.
De heer Van Rijnverwacht geen positief of negatief advies van de portefeuillehouder over een motie aan de raad.
De voorzitterlegt uit dat de portefeuillehouders reageren op moties waarvan het db om actie wordt gevraagd.
De heer Van Rijnrefereert aan de uitspraak van de heer Baruch waarin hij de motie van Leefbaar Rotterdam niet adviseert.
De voorzitterverduidelijkt dat hij aangaf de motie overbodig te vinden. Het is aan de raad om daarover te besluiten.
De heer Van Rijnvindt een dergelijke opmerking niet nodig.
De heer Frenkis van mening dat een portefeuillehouder een standpunt mag innemen over een motie.
De heer Pikeurgeeft aan dat iedere portefeuillehouder gelegenheid heeft om te reageren.
De heer Baruchis het daarmee eens.
Op 18 mei 2000 heeft de deelraad bepaald dat de algemene reserve 700.000 gulden zou moeten bedragen (314.000 euro). Hij geeft aan dat in Rotterdam doorgaans een behoedzaamheidreserve van 2,5% voor onvoorziene uitgaven wordt gehanteerd. Dat komt voor Feijenoord neer op een reserve van 900.000 euro, maar dat is niet beschikbaar. Deze deelgemeente heeft een reserve van 50.000 euro. Afgelopen mei heeft de deelraad ingestemd met het inzetten van de algemene reserve om de reorganisatie mee te financieren. Het streven is om in 2012 de reserve op het streefbudget te hebben. Tussentijdse tegenvallers moeten door de reguliere begroting of door herbestemming worden opgevangen. Door akkoord te gaan met het amendement van de PvdA voor raadsinitiatieven, komen de financiën uit op een onaanvaardbaar risico. Hij kan zich voorstellen dat de raad op enig moment een initiatief wil ondersteunen, maar hij wil op dat moment pas beslissen waaruit het geld wordt vrijgemaakt (algemene reserve of uit een andere dekking). Hij pleit ervoor het amendement niet aan te nemen.
Het voorstel van GroenLinks om in 2008 een cultuurnota te schrijven, is een goed plan. Daarmee was al een start gemaakt en het is te vinden op bladzijde 68 van de begroting. Begin 2008 komt een voorstel over de aanpak van deze nota.
Leefbaar Rotterdam vraagt naar de woningcorporaties met betrekking tot de buurtbemiddeling. De deelgemeente heeft een overeenkomst met de corporaties over de financiering van de buurtbemiddeling en de verdeling van de kosten over deelgemeente en corporaties. Verder zijn afspraken gemaakt over de werkwijze. De deelgemeente financiert de helft van deze projectkosten. De vier corporaties financieren via een ingewikkeld systeem op basis van hun bezit, gezamenlijk de andere helft.
Het CDA vroeg naar de wijkspreekuren. Deze zijn geëvalueerd en het bleek dat in 2006 en in 2007 weinig of geen publiek kwam opdagen. Dit was het geval ondanks zorgvuldige communicatie. Verder is geconstateerd dat veelal dezelfde bewoners zich laten horen via andere gremia. Momenteel is men, samen met de wijkregisseurs, bezig met het zoeken naar andere methodes om dit contact te verbeteren. Spreker staat open voor suggesties uit de deelraad om dit te verbeteren. Hij is overigens, samen met collega’s, vaak in de wijken aanwezig.
Verder vroeg het CDA naar het project voor betrokken buurten. Hij antwoordt dat hiermee, in samenwerking met VROM, na de zomervakantie 2007 is gestart en hij verwacht de eerste rapportage eind 2007. Begin 2008 zal hij de raad hierover informeren.
Dan het amendement van de PvdA over participatie. Het gaat over de begroting voor 2008, maar verwacht actie in 2007.
De heer Van Lentdenkt dat hij weet wat het antwoord van de heer Baruchzal zijn en dan is de PvdA genoodzaakt de begroting af te wijzen. In de begroting zijn namelijk acties voor 2007 opgenomen, zoals op bladzijde 45 (groenplannen). Verder zullen in de Afrikaanderwijk nog enkele zaken in 2007 moeten worden geregeld. De gedane acties zijn afkomstig van de lijst met toezeggingen van de commissie AZR en worden in verband gebracht met 2008.
De heer Baruchgaat verder. De deelraad heeft in 2004 al een participatienotitie besproken en afgesproken daarnaar te handelen. Daarbij is de gedachte dat er nog gesprekken moesten komen met een aantal organisaties in de deelgemeenten. Op basis daarvan zou het stuk worden aangepast in 2004, waarna het in stemming moest komen. Dat is echter niet gebeurd, want het college is toen gevallen. Verder is de afspraak om later dit jaar uitgebreid te gaan praten over bewonersondersteuning en participatie en de rol van de wijkkaders daarin. Tot slot staat in het bestuursakkoord dat er vaart gemaakt wordt met ondersteuning van de bewonersorganisaties. Hij heeft begrip voor het ongeduld en de wens om de kaders in de wijk te versterken. Het db zal daarom het amendement overnemen en betrekken bij de overige te voeren discussies over participatie.
De heer Van Rijnverwijst in het kader van dit amendement naar de Wmo. Het amendement is volgens hem een herhaling van het beleid van de Wmo.
De heer Baruchconstateert dat de heer Van Rijn blij is met het overnemen ervan.
De heer Van Rijnvindt het amendement eigenlijk overbodig.
De heer Van Lenthad het mooi gevonden als Leefbaar Rotterdam dit dan had ingebracht bij de bespreking van de notitie over de Wmo.
De heer Van Rijnheeft toen al aangegeven welke problemen de Wmo zou veroorzaken. Vervolgens heeft Leefbaar Rotterdam een motie ingediend. De PvdA vond het toen toch juist allemaal overbodig en adviseerde niet in te stappen?
De heer Van Lent geeft aan dat tijdens de raadsbespreking geen voorstel is gedaan voor de toepassing van de Wmo.
De heer Van Rijnhad dat voorstel al gedaan in een motie. PvdA was het daarmee niet eens.
De heer Van Lentconstateert dat de huidige notitie niet is ingebracht bij de bespreking van toen.
De heer Baruchgaat verder. Leefbaar Rotterdam stelde een vraag over het neerwaarts bijstellen op niveau dat beter bij de feitelijke uitvoering past. Is dat gerealiseerd op positieve resultaten en verwacht men in de toekomst minder vervuiling? Spreker ontkent dit en denkt dat de vervuiling gelijk zal blijven. Het schoonmaken en -houden is geen taak van de overheid alleen. In de afgelopen jaren is gebleken dat de dienst Schoon en Mooi het toegekende budget niet volledig gebruikte, want er was een voordelig resultaat. Daarom is voor 2008 besloten een verlaging aan te brengen in het budget met daarbij de verwachting dat dit geen invloed heeft op de uitvoering van de jaaropdracht.
De motie van GroenLinks over het planten van bomen krijgt een positief advies en hiervoor komt een voorstel (voorjaar 2008).
Verder neemt het db de motie van PvdA over Parelpleinen over, met dien verstande dat de financiering moet worden gevonden in de huidige begroting.
Mevrouw Goedegebuurverwijst naar een artikel in de krant waarin staat dat de PvdA hierover al heeft besloten.
De heer Van Vlietlegt uit dat de PvdA-fractie heeft besloten een motie in te dienen over het organiseren van een wedstrijd. De deelraad heeft hierover echter nog niet besloten.
De heer Tahiroğlureageert op het schoonhouden van de deelgemeente en stelt voor dat iedereen daarmee start bij de eigen voordeur.
De heer Kronenbergis de volgende portefeuillehouder die reageert. Hij gaat in op gestelde vragen en gemaakte opmerkingen over economie, sport en onderwijs.
Het volgen van goed onderwijs is essentieel om verder te komen in de maatschappij. Dit geldt voor zowel startende als gevorderde Feijenoorders. De PvdA vraagt of het db de mogelijkheid voor de inzet van een extra leerplichtambtenaar kan bekijken, vanwege teveel schoolverzuim. Hij legt uit dat in het schooljaar 2006/2007 in totaal 11.319 leerplichtigen waren. Daarvan zijn 79 absoluut-verzuimers en 617 relatief-verzuimers. Het aantal absoluut-verzuimers is, stedelijk gezien, niet hoog. Het aantal relatief-verzuimers en het aantal bemiddelingen ligt echter boven het stedelijk gemiddelde.
Mevrouw Oudshoorn heeft al aangegeven hoe het staat met de Vogelaargelden en Pact op Zuid. Deze deelgemeente beschikt over extra inzet van de leerplicht in de vorm van een intensieve leerplichtambtenaar die op huisbezoek gaat en deelneemt aan het DOSA-overleg. In samenwerking met Jong XL doet deze haar werk. Verder zijn er gewone leerplichtambtenaren die hun vaste scholen hebben. Tevens zijn afspraken met de scholen gemaakt over het direct melden van verzuim. Deze meldingen worden gelijk opgepakt door de leerplichtambtenaar.
Educatie en taalonderwijs zijn ook belangrijk voor volwassen die hierin enige achterstand hebben. GroenLinks vraagt aandacht voor inburgering en is van mening dat inwoners van Feijenoord (maar ook van de hele stad) hierover niet goed zijn geïnformeerd. GroenLinks wil dat de inwoners beseffen wat de consequenties zijn van de Wet inburgering. Stad Rotterdam biedt hiervoor inderdaad niet alleen taal, maar heeft daarbij ook aandacht voor communicatie en dat vindt plaats op verschillende niveaus. Binnenkort start de week van de inburgering, waarbij op grote schaal informatie over deze nieuwe wet wordt verstrekt. Het aanbod is erop gericht mensen met onvoldoende beheersing te informeren over het aanbod van de taal- en inburgeringcursussen.
De heer Van Rijnvraagt uitleg over de opgenomen bijdrage van 270 euro voor de inburgeringcursus, omdat hij heeft vernomen dat de gemeenteraad heeft besloten dit terug te brengen tot nul.
De heer Kronenbergis hiervan uitgegaan.
Hij gaat verder met sport. Feijenoord is uniek en enorm vooruitstrevend op het gebied van beweging voor ouderen. Hij is blij met het compliment van de PvdA in verband met de plannen voor het 100-jarig bestaan van sportclub Feijenoord. Het db gaat hiermee voortvarend aan de slag en is blij met de samenwerking met het Sociaal Platform Rotterdam (SPR).
De heer Pikeurvraagt of het stadion dan wordt toegevoegd aan deze deelgemeente, dat zou een grote slag zijn.
De heer Kronenberggaat verder. De PvdA benadrukt het belang van sportstimulering en verwijst naar een regeling van deelgemeente Overschie. Daar krijgen jongeren een bijdrage voor het deelnemen aan sport, en de PvdA wil weten wat hiervoor mogelijk is in deze deelgemeente. Overschie heeft als speerpunt meer jongeren aan het sporten te krijgen en wil dat bereiken door het aanbieden van gratis sportlidmaatschap aan alle kinderen van de basisschool. Daarvoor is jaarlijks 150.000 euro vrijgemaakt (voor 1500 kinderen). Eenzelfde regeling gaat deze deelgemeente 600.000 euro kosten op jaarbasis. Feijenoord heeft een gebrek aan sportclubs en aan buitensportaccommodaties. Verder is er een groot verschil wat betreft sportstimulering tussen Overschie en Feijenoord. Jaarlijks maakt Feijenoord hiervoor 300.000 euro vrij en dat is in Overschie vele malen minder. Bovendien zet deze deelgemeente in op schoolsportverenigingen (Katendrecht, Afrikaanderwijk en Hillesluis/Bloemhof in oprichting) en een schoolsportcoördinator.
Mevrouw Goedegebuuris in Hillesluis gaan kijken naar het sporten voor ouderen en vond dit heel positief.
De heer Kronenbergbeaamt dat in Hillesluis sport met ouderen wordt gegeven.
De heer Van Rijnbeaamt dat sport goed is voor jong en oud. Hij verwijst naar het Ravennest en het buurthuis Stereo die beschikken over een grote sporthal, evenals de scholen zelf. In de jaren negentig is onderzoek gevoerd naar het gebruik hiervan en hij vraagt hoe de portefeuillehouder dit ziet.
De heer Kronenberggaat nader in op de accommodaties.
De heer Pikeurmeldt dat het CDA eveneens sprak over de buurtcentra en gaat ervan uit dat daarmee de sportaccommodatie gelijk wordt gesteld. Deze staan namelijk leeg.
De heer Van Rijnheeft gehoord dat SWF als kantoor gaat worden gebruikt. Hij vraagt wat er dan gaat gebeuren met de grote gymzaal die daarbij hoort.
De heer Kronenberggaat verder. Sporten wordt veel gedaan in bestaande accommodaties van de deelgemeente. GroenLinks en het CDA roepen collegae op dit onderwerp opnieuw neer te zetten en het db stemt hiermee in. Er wordt binnenkort een overleg georganiseerd voor de in te stellen werkgroep Accommodatiebeleid om met richtinggevende uitspraken te komen.
De heer Van Rijnweet dat al onderzoek is geweest naar die accommodaties. Is het mogelijk dat te inventariseren en zonodig aan te passen?
De voorzittergeeft aan dat dit besluit is genomen door de raad.
De heer Tahiroğlumerkt op dat het hierbij gaat om het formuleren van beleid en daarvoor moet de werkgroep eerst in actie komen.
De heer Pikeursluit zich daarbij aan. Hij constateert overleg na overleg en beleid na beleid. Hij wil nu niet weer praten over sport, maar wil dat het gewoon wordt uitgevoerd. Dat gebeurt niet!
De heer Van Lentsluit zich aan bij de heerTahiroğlu. Op 11 oktober is afgesproken dat er een werkgroep moet komen vanuit de raad. Deze werkgroep kan de raad richtinggevende uitspraken geven. Het lijkt hem niet juist het db nu te verwijten dat het niet is gebeurd.
De heer Van Rijngeeft aan dat het onderzoek is uitgevoerd door de voormalig portefeuillehouder en hij verzoekt dit rapport ter inzage te krijgen.
De heer Kronenberggeeft aan dat dit rapport al aan de raad is toegezonden, maar hij is bereid dit nogmaals te doen.
Hij vervolgt en meldt dat economie een belangrijke peiler is in de integrale aanpak van problemen van de deelgemeente. Hij denkt dan aan het stimuleren van ondernemers en de twee belangrijkste economische gebieden, te weten Eat & Meet en Boulevard Zuid.
Het CDA vroeg waarom veel startende ondernemers bij het indienen van een subsidieverzoek een negatief advies krijgen van het OBR en daarbij de vraag of het db de adviserende rol wel in voldoende mate gebruikt. Hij antwoordt dat veel aanvragen in het kader van de kansenzone worden ingediend (totaal 926, waarvan 54% uit Feijenoord). Er wordt momenteel een tussenevaluatie opgezet van de EKZ-regeling en hij zal die aan de raadsleden verstrekken (eind 2007). De beoordeling van deze aanvragen valt onder verantwoording van het OBR. Zij laten deze aanvragen door onafhankelijke derden toetsen, de deelgemeente heeft hierin geen verantwoordelijkheid. OBR beziet of in de gewenste ontwikkeling overheidsgeld moet worden gestopt. De deelgemeente heeft wel gemeld dat de EKZ-regeling goed zou zijn voor Katendrecht en de Oranjeboom/Pietstraat. Het OBR richt zich voor de EKZ-regeling vooral op starters. De deelgemeente heeft zich hiervoor eveneens sterk gemaakt, door ondermeer een workshop te organiseren. Tevens ligt de Ruimtelijke Economische Structuurvisie (RES) voor. Op 6 september is door de voorzitter van het db, wethouder Schrijer en vertegenwoordigers van eigenaren een convenant getekend tot instelling van het Boulevardfonds en het Boulevardbestuur. Het gemeenschappelijk doel hiervan is het creëren van een schone, veilige, aantrekkelijke en economisch sterke Boulevard Zuid. Onlangs is besloten tot het plaatsen van plantenschalen en het ophangen van fleurige vlaggen en banieren om de boulevard leuker en fleuriger te maken. Verder ligt het voorstel voor om te onderzoeken of op het noordelijke deel meer duurzaam groen kan komen. Met de motie Groene Beijerlandselaan voelt het db zich gesteund en hoopt dat de RES-discussie snel kan worden afgerond en tot het opstellen van actieplannen kan worden overgegaan.
Leefbaar Rotterdam, CDA en PvdA hebben hun bezorgdheid geuit over Eat & Meet. De vragen hierbij zijn hoe het eruit gaat zien en of hierbij geen sprake moet zijn van een gezonde economische basis. Hij legt uit dat deze opzet is ingezet als ontwikkeling met een lange doorlooptijd. De deelgemeente kan hierin vooral faciliteren en stimuleren. Ondernemers moeten invulling geven aan de horeca. ’t Gemaal en Solo zijn hiervoor het eerst in ontwikkeling.
Mevrouw Goedegebuurvraagt of al iets bekend is over het ontruimen en sluiten van ’t Gemaal.
De heer Kronenbergverwijst naar de verstuurde antwoordbrief.
(N.B. deze brief is niet bij iedereen bekend).
De heer Dekkersverwijst naar een artikel in het Algemeen Dagblad van 7 november waaruit blijkt dat ’t Gemaal in beslag is genomen en in openbaarheid wordt verkocht.
De heer Kronenberglegt uit dat in de genoemde brief staat dat men bezig is met het zoeken naar een vervolgexploitant.
De heer Van Rijnverwijst naar het geld dat de deelgemeente hierin heeft gestoken voor investering. Het gaat hem niet om een verstuurde brief, maar om concrete uitleg over de investering van de deelgemeente hierin. Hij heeft eerder aangegeven dat dit soort projecten een bodemloze put zijn. Vervolgens maakt de portefeuillehouder zich wel druk over jongeren die gesubsidieerd moeten gaan sporten.
De voorzittermeldt dat het verzoek voor het gesubsidieerd sporten voor jongeren vanuit de PvdA is gekomen.
De heer Kronenberggaat verder. De intentie is een nauwere relatie tussen eten en ontmoeten. Het gaat dan niet alleen om een geografische oprekking, maar eveneens om een thematische oprekking.
Visies voor detailhandel in herstructureringsgebieden worden geboden door de RES die voor vier gebieden zijn ontwikkeld en de brancheringsplannen sluiten hierop aan.
Een goede ruimtelijke economische verhandeling over aanbod, mogelijkheden en het toeristische element, moet ten grondslag liggen aan de plannen voor Eat & Meet. Het db is hiervoor aan het werk en wil daarover in gesprek met de deelraad.
Tot slot gaat hij in op de gehouden dialoogdriedaagse. De eerste ronde daarvan is positief verlopen.
De heer Van Rijnvraagt waaruit dat blijkt. Volgens hem was het niet zo positief en hij verwijst hiervoor naar een interview dat hij gaf voor Cineac, samen het de heer Çiçek.
De heer Çiçekgeeft aan dat dit de interpretatie is van de heer Van Rijn.
De heer Van Rijnheeft de betreffende videoband bij zich.
De voorzitterverzoekt hem de videoband eventueel op een later tijdstip te tonen.
De heer Kronenberggeeft aan dat in het najaar een specifieke evaluatie zal plaatsvinden over de dialoogdriedaagse. Voor de uitvoering van het hierover ingediende amendement adviseert hij de dekking niet uit welzijn te halen, maar te koppelen aan Eat & Meet, waarvoor een bedrag in de begroting is gereserveerd.
De heerYeşildalgeeft als laatste portefeuillehouder zijn reactie.
Hij geeft eerst een korte impressie van deze deelgemeente. Er is vooral grote verscheidenheid onder de bevolking. Hij constateert grote diversiteit op cultureel gebied, etnische achtergronden en inkomen. Zijn dit problemen of kansen? Hij noemt een aantal praktijkvoorbeelden over de verschillende bewoners en vraagt daarbij aandacht voor hun toekomstperspectief. Het db wil daarop antwoord geven en gaat daarbij uit van de eigen kracht van haar inwoners en maakt zich hard voor positieve ontwikkelingen richting de toekomst.
De vele ontwikkelingen vragen extra aandacht en het komt voor dat niet alle grote projecten binnen de gestelde termijn worden uitgevoerd. Dat komt doordat niet altijd overeenstemming is tussen partijen over de plannen in relatie tot de beschikbare middelen of door een verschil in planning.
Deze deelgemeente heeft veel kansen waarop het bestuur uitbreiding wil hebben. Hij noemt hierbij de beschikbare fietspaden. Via bestuurlijk overleg wordt getracht de fietspaden in oost-westrichting te realiseren. De deelgemeente hecht daaraan en wil extra geld reserveren voor realisatie van een fietspad langs de kades.
De heer Van Rijnvindt de aanleg van fietspaden prettig, maar denkt dat het verstandig is eerst de huidige fietspaden te herstellen, alvorens nieuwe aan te leggen.
De heerYeşildalantwoordt dat de bestaande fietspaden aandacht hebben. Er is echter geld gevraagd voor de aanleg van extra fietspaden.
De heer Dekkersvraagt hoeveel geld hiervoor is gevraagd en om hoeveel fietspaden het zal gaan.
De heerYeşildalkomt daarop terug in de tweede termijn. Hij gaat verder. Bij de toegankelijkheid van de buitenruimte wordt zoveel mogelijk rekening houden met mindervalide mensen en fietsers. De noodzakelijke voorzieningen voor deze doelgroep worden meegenomen bij het opstellen van de IP’s. Mocht het lang duren een voorziening te realiseren, zal het db proberen een aanpassing te bewerkstelligen.
De deelgemeente gaat niet over het aanbrengen van meerwaarde aan gebouwen, maar zal zeker proberen woningcorporaties te bewegen het uiterlijk van buurt en gebouwen te verfraaien.
PvdA heeft een motie ingediend met het verzoek een opdracht te formuleren voor een onafhankelijk bouwtechnisch onderzoek door TNO in het kader van Vreewijk. Het db heeft geen bezwaar tegen het aannemen van deze motie, gezien de discussie in de wijk en de zorgen van inwoners. Het db komt zo spoedig mogelijk met een dekkingsvoorstel.
De heer Van Rijnheeft geen problemen met dit gevraagde onderzoek, maar denkt dat deze vraag thuishoort op de Coolsingel. Dan moet daar tevens een verzoek voor dekking worden gedaan.
De heerYeşildalmeldt dat hij dit voorstel kan voorleggen aan de raad.
De heer Van Vlietheeft begrepen dat de PvdA-fractie van de Coolsingel voorstander is van het houden van dit onderzoek. Wellicht vindt de Leefbaar-fractie van de Coolsingel dat ook en kunnen zij gezamenlijk een initiatief indienen om het onderzoek te betalen.
De heer Van Lentdenkt dat deze samenwerking een prima meerderheid kan opleveren.
De heer Dekkersis niet bekend met het standpunt van Leefbaar van de Coolsingel.
De heer Van Rijndenkt dat het mogelijk is de portefeuillehouder hiertoe opdracht te geven, gezien de wens van de meerderheid van de raad. Dan zal hij de eigen fractie op de Coolsingel wel benaderen.
De heerYeşildalgaat verder. Hij zegt toe de raad in januari 2008 een voorstel voor te leggen waarin de procedure over inrichtings-, gebieds- en bestemmingsplannen wordt herzien. De procedure voor een IP is door de deelraad in 2002 vastgesteld en daarin is de volgende tekst opgenomen: ‘voordat een inrichtingsplan kan worden uitgevoerd, dient het bestuurlijk te worden goedgekeurd. Organisatie Buitenruimte gaat ervan uit dat elk IP door de deelgemeenteraad moet worden vastgesteld. Met de komst van het duale stelsel is dat nu niet meer nodig. Het db besluit en kleine IP’s worden voor akkoord geparafeerd door de gebiedsgerichte portefeuillehouder. Complexere plannen worden door het managementteam aan het db voorgelegd ter besluitvorming. Na een positief besluit in het db wordt het IP door de gebiedsgerichte portefeuillehouder geparafeerd.’ Met betrekking tot bestemmingsplannen ligt de bevoegdheid bij het db. Op basis van inspraakverordeningen verzorgt de deelgemeente de wettelijke inspraakavonden in het kader van een ontwerp-bestemmingsplan. Spreker begrijpt de aard en de inhoud van deze motie en zegt daarom toe in januari een notitie aan de raad te zullen voorleggen, waarop wordt ingegaan op de genoemde planfiguren. Daarin zal aan de orde komen op welke wijze de raad beter kan worden geïnformeerd over de plannen. Verder zal men per plan aangeven op welke manier de participatieprocessen moeten worden gevolgd. Deze komen dan in de commissie aan de orde en daarom is de motie overbodig.
Het bestuur zal alle mogelijkheden aangrijpen voor het creëren van een beter leefklimaat voor alle Feijenoorders.
De voorzitter schorst de vergadering voor tien minuten.
7. Tweede termijn van de fracties
De heer Dekkersvoert het woord namens Leefbaar Rotterdam. Hij begint met een correctie op de notulen van 1 november jl. Op bladzijde 3 staat: ‘u weet dat u dit hebt gesteund’, maar dat moet zijn: ‘u weet u gesteund’. De vraag die daarbij hoort is of u zekerheid hebt over de financiële invulling daarvan. Hij reageert verder op de gestelde vragen. De heer Van Vliet constateert alleen kritiekpunten in het betoog (bladzijde 5) en vraagt naar oplossingen, of is de facilitering van de plannen gebrekkig? Vraagt Leefbaar Rotterdam meer financiering of wil deze fractie zichzelf opheffen, gezien het grote aantal deelraadsleden? De heer Dekkersbeaamt dat Leefbaar Rotterdam veel kritiek heeft op de begroting, door zowel het niet-transparante karakter van de totale begroting als wel de gebrekkige facilitering van de plannen. Er gaat teveel geld naar kansloze projecten, zoals Solo en ’t Gemaal. De zwakke ondernemingen worden ondersteund op hun zwakke plekken, terwijl zij zouden moeten worden gestimuleerd op hun sterke punten. Spreker wil daarom eerst onderzoeken wat de sterke punten zijn van alle betrokken actoren.
De heer Van Vlietmist nog steeds een oplossing. Welke keuzes zou de heer Dekkersmaken als hij het voor het zeggen had?
De heer Dekkerskomt daarop terug. Hij wil het resultaat van zijn genoemde onderzoek gebruiken om aan de wensen van alle stakeholders te voldoen (bewoners, pandeigenaren, toeristen, uitgaanspubliek). Dit is volgens zijn fractie van essentieel belang voor een goede verdeling van de gelden. Hij wil eerst onderzoeken welke behoefte bestaat bij direct betrokkenen. Verder moet men onderzoeken wat in het verleden verkeerd is gegaan op allerlei terreinen. In de huidige plannen wordt teveel ondoorzichtig met geld gestrooid en daardoor is het lastig te controleren en te evalueren. Daarbij mist hij bewijzen waarom is gekozen voor een bepaald niveau van facilitering.
Dan de financiering. Leefbaar Rotterdam pleit op een aantal beleidsterreinen voor het op zijn minst instandhouden van de huidige facilitaire voorzieningen, zoals begroot in 2007. In de huidige begroting is een fors bedrag afgeschaafd van de voorzieningen schoon en heel. Dit komt neer op 200.000 euro voor 2008 en 300.000 euro voor 2009. Dit betekent een bezuiniging van 10% op de instrumenten, c.q. faciliteiten op dit beleidsterrein. Het is Leefbaar Rotterdam niet duidelijk waarom hiervoor is gekozen. Hij vraagt voor deze gebieden meer financiering dan is begroot.
De heer Van Lentbegrijpt dat de heer Dekkers hiervoor meer geld wil vrijmaken, maar vraagt waar hij dat vandaan wil halen.
De heer Dekkersgeeft aan dat er 10% bezuinigd gaat worden bij sociaal cultureel werk. Dat betekent € 500.000 en geen € 400.000 zoals nu in de begroting staat. Dat schept ruimte van € 100.000.
De heer Van Lentverwijst naar de eerder genoemde bezuiniging voor de buitenruimte van meerdere tonnen.
De heer Dekkersgeeft aan dat het hierbij gaat om een besparing van 200.000 euro en 300.000 euro, waarvan 100.000 euro kan worden overgeheveld.
De heer Van Lentconstateert dat hij komt met een dekking van 100.000 euro voor een totaalbedrag van 300.000 euro. Waar is het restant?
De heer Dekkerssprak niet over het dekken van tonnen. Hij sprak over de mogelijkheid voor het overhevelen van 100.000 euro.
De voorzittervraagt of Leefbaar Rotterdam een amendement wil indienen voor dit overhevelen.
De heer Dekkersstelt het als vraag en heeft daarvoor geen amendement. Hij gaat verder in op de vraag over het opheffen van Leefbaar Rotterdam. Hij verwijst naar het verkiezingsprogramma waaruit blijkt dat deze fractie de deelgemeente ziet als een overbodige politieke laag. Als deze laag verdwijnt uit het Rotterdamse beleidsveld, zijn uiteindelijk de deelraden overbodig.
De heer Van Vlietdenkt dat de heer Dekkers hierop alvast een voorschot kan nemen. Door de partij verder op te splitsen, blijft geld over dat kan terugvloeien naar de deelgemeente die daarmee nuttige dingen kan doen.
De heer Van Rijnging uit van het voeren van een politiek debat en niet van het uitspreken van verwijten naar elkaar. Hij denkt dat hij helder en duidelijk is.
De heer Van Vlietrefereert aan de genoemde overbodige bestuurslaag. Hij weet dat alle geplande ontwikkelingen toch worden uitgevoerd. Dan kan de heer Dekkers dit politieke gebeuren dus uitsluiten, aangezien hij het toch overbodig vindt. Daarom vroeg spreker of Leefbaar daarmee wil starten en het vrijgekomen geld in wil zetten voor goede en nuttige initiatieven.
De heer Dekkersdenkt dat het opheffen van de fractie van de PvdA meer oplevert, gezien het aantal leden.
De heer Van Rijngeeft aan dat de heer Van Vliet zich niet hoeft bezig te houden met het interne beleid van Leefbaar Rotterdam, maar hij moet zich richten op de PvdA. Zolang de deelgemeente bestaat, hebben besturen het nog nooit een periode van vier jaar volgehouden. Daardoor is er veel wachtgeld te betalen. Leefbaar Rotterdam is daarom van mening dat er op een aantal punten sprake is van onbehoorlijk bestuur. Hij maakt dit ondermeer op uit het feit dat deze deelgemeente al bezig is met de derde of vierde reorganisatie.
De voorzittermerkt op dat deze bijdragen de interrupties overschrijden. Zij heeft het toegestaan omwille van het dialoog in de raad. Het worden nu echter complete debatten en dat is niet de bedoeling. Als de raad dit soort interrupties wil toestaan, hoort zij dat graag, maar dan voorziet zij een verwijt over de te lange vergaderduur.
De heer Van Rijnwil antwoorden op een gestelde vraag en dat is volgens hem geen discussie of debat.
De voorzitterlegt uit dat interrupties kleine opmerkingen tussendoor zijn. Vragen en antwoorden zijn een vorm van gesprek en gaan buiten de orde van de vergaderafspraken om. De bijdragen hebben nu niets meer te maken met beschouwingen in de eerste en tweede termijn en daarbij horende interrupties.
De heer Senyurekwil voorkomen dat de voorzitter zelf in discussie gaat.
De heer Smitdenkt dat de beslissing over het deelgemeentebestel niet thuishoort in de deelraadsvergadering. Het standpunt van Leefbaar Rotterdam is daarover bekend.
De heer Van Vlietsluit zich hierbij aan en stelt voor de vergadering te vervolgen.
De voorzitterzal strenger toezien op interrupties en verzoekt alle raadsleden zich aan de geldende regels te houden.
De heer Dekkersgaat verder en reageert op de vraag over de horecadetailhandel (bladzijde 5). Wat heeft hij voor ogen bij een bodemloze put? Hij antwoordt dat het vanzelfsprekend is dat zwakkeren failliet gaan. Hij vraagt zich af hoe de heer Van Vliet erbij komt dat het een bloeiende horecadetailhandel zou zijn. Hij denkt meer aan een bloedende handel. Op bladzijde 6 wordt gevraagd om uitleg over extra geld voor een deelgemeentelijke voorziening. Hij antwoordt dat Leefbaar Rotterdam niet spreekt over extra geld voor de maaltijdvoorzieningen voor ouderen, omdat het beleid hierover totaal niet-transparant is. Het is niet duidelijk welke private partijen zijn benaderd, in welk stadium de gesprekken zich bevinden en wat de voorwaarden zijn. Verder is het niet duidelijk hoe de duistere nieuwe partijen in de toekomst dezelfde kwaliteit en service kunnen blijven bieden en hoe zij de kosten binnen de perken kunnen houden. Leefbaar Rotterdam wil betrokken zijn en blijven bij het opstellen van beleid.
De heer Çiçekvraagt uitleg over de genoemde nieuwe duistere partijen.
De heer Dekkersbedoelt hiermee de niet met name genoemde partijen.
De voorzittergaat ervan uit dat hij dat koppelt aan de maaltijdvoorziening.
De heer Dekkersbeaamt dat en vindt daarin een grijs gebied. De heer Van Lent vroeg of de beschikbare informatie op internet bij de verbeterde informatievoorziening hoort (bladzijde 6). Spreker doelt daarmee echter op alle benodigde informatie voor het goed kunnen uitvoeren van de taak als raadslid.
De heer Van Lentgeeft aan dat de informatie vanuit de commissies door de griffier is bijgewerkt tot en met oktober. Volgens hem is er nog nooit een vraag via het presidium geweest om de raadsleden alle informatie te doen toekomen. Hij vindt een motie hierover daarom nogal zwaar.
De voorzitterpleit ervoor dat de woordvoerders hun verhaal kunnen afmaken. Reacties kunnen in de tweede termijn worden gegeven.
De heer Dekkersgeeft aan dat Leefbaar Rotterdam alle informatie digitaal ter beschikking wil krijgen. Alles moet duidelijk voorhanden zijn, zonder daarbij het risico te lopen dat informatie ontbreekt.
De heer Pikeurvoert het woord namens het CDA. Hij antwoordt op de gestelde vraag over het pleiten van het CDA voor meer kerken. Hij vindt dat met deze vraag de context uit het verhaal wordt gehaald. Het betoog ging over veiligheid. Het CDA heeft geconstateerd dat hiervan alleen sprake kan zijn als allerlei soorten instellingen en gezinnen hiermee gaan werken. Het gaat dus niet om het aantal kerken en moskeeën. Het beleid van het db moet erop zijn gericht faciliteiten aan te bieden aan alle lagen van de bevolking, zowel ouderen als jongeren. Hij had een krachtdadiger optreden verwacht van het db. Minder woorden zijn soms beter, maar hij wil door daden laten zien dat deze deelgemeente ‘tof’ (trots op Feijenoord) mag zijn.
Het moment dat er geen publiek meer komt of dat telkens dezelfde bewoners komen, is volgens spreker het juiste moment om het beleid aan te passen. Het db dient dan met concrete prestatie-indicatoren te komen om het beleid te laten voldoen, zodat het mogelijk is mensen te bereiken. Het discussiepunt is en blijft wat nodig is om deze mensen te bereiken.
Er is gevraagd naar een samenwerkingspartner en een oplossingsgerichte partner. Hij vindt participatie essentieel. Ingeval Vreewijk denkt hij dat het beter was geweest naar de bewoners te luisteren, in plaats van een onderzoek te laten uitvoeren. Hij vindt het niet juist moties in te dienen alleen maar voor het indienen (datzelfde geldt voor amendementen). Voorstellen moeten inhoud hebben. Het beleid dat al jaren is beoogd, is nog niet bereikt en daaraan moet men meer tijd gaan besteden.
Het CDA vroeg om concrete doelen, in het bijzonder over de sociaal economische positie van de wijk en daarop is nog geen antwoord gekomen. Spreker vraagt of opzomeren een kwestie is van actief burgerschap. Het CDA twijfelt aan de meerwaarde van het opzomeren van straten, omdat hier veel neveneffecten aan te pas kunnen komen. Het CDA wil via indicatoren laten aangeven wat wordt bereikt met het zogenaamde opzomeren.
De heer Pikeur constateert dat de deelgemeente al veel uitvoert in het kader van het Wmo-beleidsplan en vraagt waarom dit plan dan nog nodig is.
Het OBR beslist, aldus de heer Kronenberg. Veel ondernemers die geen subsidie krijgen, weten niet wat het oordeel van OBR zou zijn geweest. Hij heeft vernomen dat ondernemers vaak te horen krijgen dat hun zaak niet levensvatbaar is en hij vindt dat een schande. Dit omdat wel miljoenen wordt gestopt in Eat & Meet, zodat men blijft zakendoen met failliete bedrijven. Hij vraagt zich af hoe kan het dat kleine ondernemers geen kans krijgen om met een startkapitaal te beginnen. Bij ’t Gemaal en Solo is geen sprake van bedrijfsrisico. Hier is willens en wetens een niet haalbaar plan doorgedrukt.
Hij heeft vernomen dat veel geld beschikbaar is voor de zogenaamde Vogelaarwijken. Er zijn burgerinitiatieven, wijkbudgetten en subsidies. Hij vraagt waarom bewoners niet gewoon geld krijgen om hun idee voor bijvoorbeeld het plein uit te voeren. Nu wordt een motie of amendement ingediend en moet 35.000 euro worden vrijgemaakt. Een plein vergt echter ook onderhoud en daarvoor ontbreekt budget. Met het genoemde geld is het overigens ook mogelijk een of twee ID-ers te witten.
Hij mist een antwoord op zijn vraag over de speelpleinen. Hij vindt dit belangrijk, zeker met oog op de binnenterreinen van de woonblokken.
Verder was cameratoezicht puur bedoeld als aanvulling. Spreker wil echter weten welke mogelijkheden hiervoor zijn en wil dit integraal aanpakken. Vooral op plekken waar sprake is van verpaupering en verloedering wil hij de mogelijkheden voor het plaatsen van camera’s onderzoeken.
De heer Tahiroğluvoert het woord namens GroenLinks. Hij bedankt het db voor de beantwoording en constateert dat zijn vragen zoveel mogelijk zijn beantwoordt. Hij wenst mevrouw Noël-Arnold sterkte toe en van harte beterschap met haar man.
De heer Dekkersbedankt hem namens mevrouw Noël-Arnold.
De heer Tahiroğluis tof (trots op Feijenoord). Hij is blij te horen dat het db positief advies naar de raad heeft uitgebracht over het duurzaam cadeau, namelijk de bomen.
Hij heeft de ingediende motie over het actueel debat aangepast en dient de hernieuwde versie in (alle aanwezigen ontvangen hiervan een kopie).
Hij vindt het eveneens jammer dat het niet is gelukt de begroting SMART te maken. Hij zal zijn medewerking verlenen aan het tot stand komen van een SMART begroting voor volgend jaar.
Hij geeft aan dat bewoners willen meebeslissen. Alleen aanhoren is onvoldoende.
Jaarlijks moeten prestatieafspraken worden gemaakt met organisaties die subsidie ontvangen.
Hij hoopt dat de informatieverstrekking naar de raad toe in de toekomst soepeler zal verlopen.
De motie ouderparticipatie is enigszins aangepast en hij dient de gewijzigde versie in (alle aanwezigen ontvangen hiervan een kopie).
Spreker gaat ervan uit dat de zorg over Pact op Zuid wordt gedeeld.
Hij weet dat er veel gebeurt met betrekking tot de informatievoorziening voor de inburgering en hij is blij met de extra informatie voor deze groep.
Spreker heeft de passage over cultuur gelezen als aandachtspunt en niet als prestatie-indicator.
Hij mist een antwoord op zijn vraag over het communicatieplan.
De heer Tahiroğluis vandaag benaderd voor deelname aan de werkgroep Accommodatiebeleid en is blij te merken dat hierin actie wordt ondernomen.
Verder verheugt het hem dat de heer Kronenbergvoorstander is van een groenere Beijerlandselaan en hij hoopt op steun van de anderen.
Hij waardeert de aandacht voor de fietspaden en is blij dat daarvoor extra geld is gevraagd op de Coolsingel. Hij benadrukt echter dat de bestaande fietspaden ook aandacht nodig hebben. Hij constateert rondom bouwcomplexen minder toegankelijkheid voor fietsers, mensen met kinderwagens en minder validen.
Mevrouw Goedegebuurvoert het woord namens Lijst Goedegebuur. De heer Van Vliet vroeg haar of zij meent dat geen enkele wens is gerealiseerd. Zij antwoordt dat de raad opdrachten geeft en geen wensen formuleert. De raad is de baas. Zij stelt vast dat nauwelijks heldere goede meetbare doelen zijn gerealiseerd in de begroting. Vandaar haar oproep voor het maken van heldere afspraken en geen wensen uit te spreken richting het db. Vraagt verder hij wat niet is gedefinieerd. Zij antwoordt dat er vrijwel geen heldere doelen, laat staan doelgroepen, zijn gedefinieerd. Zij vertegenwoordigt als raadslid de maatschappij. De ambtelijke organisatie houdt zich bezig met het vinden van oplossingen.
Op bladzijde 16 vraagt de heer Çiçek naar de Horecawet en zij geeft hem hierin gelijk. Verder vraagt de heer Van Lent naar de herkomst van het woord pamperen. Zij heeft dat opgezocht. Pamper is een luier, volgens het woordenboek van Van Dale. De oorspronkelijke betekenis hiervan is verwennen. Weet de heer Van Lent niet wat luiers zijn? Zij heeft daarom maar een exemplaar voor hem meegenomen.
De heer Van Lentconstateert dat de echte herkomst niet is aangegeven.
Mevrouw Goedegebuur heeft daarbij nog diverse uitgeprinte voorbeelden waarin het woord pamperen in de taal wordt gebruikt.
Op bladzijde 17 vraagt de heer Van Vliet voor welke specifieke accenten maatwerk moet worden verricht. Zij is blij te constateren dat hij hiermee dezelfde vraag heeft aan het db als haar fractie.
Op verzoek van de heer Çiçekschorst de voorzitter de vergadering voor vijf minuten.
Mevrouw Goedegebuurgaat verder. In haar betoog sprak zij over specifieke gevallen, doelende op personen/huishoudens en dat is iets anders dan accenten. Zij is geen vertegenwoordiger van Leefbaar Rotterdam. Zij adviseert de heer Van Vliet daarom rechtstreeks vragen te stellen aan Leefbaar Rotterdam of aan wethouder Bolsius.
Op bladzijde 18 staat een vraag over free publicity. Zij antwoordt daarop dat zij spontaan van de trap valt, wordt aangevallen voor de deur van het gemeentehuis, haar mederaadsleden vraagt hier Nederlands te spreken en vaak als enig raadslid aanwezig is op bijeenkomsten. Is de heer Van Vliet soms jaloers? Verder is gevraagd naar de casuspositie. Dat staat voor toedracht of feiten van een geval. Als een besluit op verkeerde gronden wordt genomen of verplichtingen worden aangaan, is dat een verkeerde keuze en dat ziet zij als politieke doodzonde.
Op bladzijde 19 vraagt de heer Achbar uitleg over de genoemde ‘kronkel’. Zij legt uit dat het hierbij niet gaat om een citaat, maar zij verwijst naar geschreven columns van Carmiggelt. Zij constateert dat Rotterdamse humor anders is dan Amsterdamse humor en verwijst naar Rotterdamse humoristen. Zij trekt de motie ‘Afspraak is afspraak in’.
De heer Van Lentheeft geen vragen vanuit de eerste termijn en is daarom bereid in te gaan op interrupties.
De voorzitterwil zich houden aan de gemaakte vergaderafspraken. De raad gaat echter over de orde en kan hierover uitspraak doen. Zij constateert behoefte aan het toestaan van interrupties en staat dat daarom toe, met dien verstande dat het niet moet leiden tot het voeren van een debat.
De heer Van Lentreageert op de bijdrage van Leefbaar Rotterdam. Hij hoort veel woorden zonder oplossingen en veel inbreng die buiten de deelgemeentelijke invloed valt. Hij mist daarbij concreet een richting en de daarbij horende verwachting. Hij beaamt dat iedereen moet werken. Er wordt stevig gewerkt aan het feit jongeren aan het werk of op school te hebben. Het db is druk bezig met het creëren van stageplaatsen en het tegengaan van schooluitval. De genoemde projecten vergroten de kansen op de arbeidsmarkt. PvdA ziet het aanvullende voorstel daarom graag tegemoet. Hij constateert dat Leefbaar Rotterdam via cameratoezicht bang is voor een camera-effect. Het db heeft al beaamd dat dit een spreidingseffect teweeg kan brengen, maar het totaaleffect zal toch zijn dat er minder sprake is van criminaliteit.
De heer Dekkerslegt uit dat cameratoezicht wat hun betreft prima is. Hij heeft daarin alleen de grens aangegeven over de mogelijke risico’s.
De heer Van Lentconstateert dat Leefbaar Rotterdam de complexiteit van de Wmo niet heeft onderschat. Hij verwijst hiervoor naar de ingediende notitie waaruit blijkt hoe complex deze materie is. Hij geeft aan dat de nieuwe griffie de informatievoorziening op de website op orde heeft en dat alleen besluitenlijsten via het presidium ontbreken. Hij adviseert deze vraag voor te leggen aan het presidium en denkt dat daarvoor geen motie nodig is.
Voor de subsidiestromen volgt PvdA het db. Volgens de jaarlijkse planning wordt de controle uitgevoerd. Hij heeft inzage in enkele stukken gevraagd en gekregen en is van mening dat er transparantie is. De motie vraagt of de raad kan instemmen met een onderzoek, maar dan is nog niet duidelijk wie dat onderzoek moet uitvoeren.
De heer Dekkersvraagt wie de subsidie en de mogelijke overlapping controleert.
De heer Van Lentweet dat de accountant deze controle uitvoert. Voor elke stroom wordt aparte subsidie aangevraagd, dus er is geen sprake van overlapping. Er zijn wel overlappende activiteiten, zoals bij de speeltuin en het jongerenwerk. Het db moet hierop toezien en hij vraagt zich af of een apart onderzoek nodig is.
De heer Dekkersvraagt wat erop tegen is een onafhankelijk onderzoek naar subsidiestromen te laten uitvoeren.
De heer Van Lentis van mening dat de informatie beschikbaar is.
De heer Van Rijnvat dit op als constatering van de heer Van Lent. In het verleden is al opgemerkt dat het nodig is eerst te evalueren (bijvoorbeeld in de eetwijk) en daarna te investeren. Het is bekend dat controle bij bepaalde organisaties beter kan.
De heer Van Lentconstateert dat hij vraagt om een onderzoek over de afgelopen jaren. De fractievoorzitter suggereert dat een aantal dingen zouden moeten worden vrijgepleit en vervolgens gaat hij in op de toekomst. Volgens hem is dat niet met elkaar in overeenstemming.
De heer Van Rijnziet het uitvoeren van een onderzoek, naar aanleiding van de motie, als werken aan de toekomst.
De heer Van Lentvraagt zich af of het aangehaalde voorbeeld een onderzoek naar alle subsidies nodig maakt en noemt als voorbeeld de subsidiestroom naar SWF.
Hij vervolgt zijn betoog. PvdA vindt de bijdrage van GroenLinks positief. PvdA wil meewerken aan de bijdragen voor het verbeteren van de deelgemeente en steunt de motie over het bomenplanten. Het voorstel is haalbaar en verdient uitvoering.
De heer Van Rijnvindt de motie over de bomen best goed, maar mist de financiële dekking daarbij.
De heer Van Lentgaat ervan uit dat dit haalbaar is via de bestaande budgetten.
Hij kan instemmen met de aangepaste motie over het debatteren en met de motie over de ouderenparticipatie.
De bijdrage van mevrouw Goedegebuurviel hem tegen. Haar wens was SMART te zijn en dat ontbreekt in haar betoog. Hij vindt dat jammer, want daarmee was het wellicht mogelijk geweest de begroting op te waarderen. Verder constateert hij een verschil in haar manier van denken. Zij spreekt het db aan over het dualistisch handelen. Later constateert zij dat een raadslid vijf rollen heeft, waaronder een bestuurlijke rol. Hij vraagt wat zij nu eigenlijk wil.
Hij is bekend met de betekenis van het woord pamperen en vroeg daarom naar de achtergrond. Hij constateerde namelijk dat mevrouw Goedegebuur spreekt over tweetalige folders en zelf begint met een leenwoord van buitenlandse afkomst. In Nederland zijn veel analfabeten en in deze deelgemeente wonen veel mensen die oorspronkelijk uit een ander land komen en daardoor de taal niet zo goed beheersen. Daarom pleit hij voor tweetalige folders, juist om hen tegemoet te komen.
Voor de motie van ‘Vreugde’ blikt hij terug op eerder gevoerde discussie hierover. Hoe moet men omgaan met mensen die hier wonen en de taal niet zo snel oppakken? PvdA heeft er geen moeite mee als een ambtenaar iemand in zijn eigen taal te woord staat. Feijenoord heeft de burgercode bewust niet aangenomen en zal daarom niet instemmen met deze motie.
Als volksvertegenwoordiger is het mogelijk wensen uit te spreken en daarna te bezien hoe en welke uitvoering daarvoor mogelijk is. PvdA heeft een amendement ingediend over extra geld voor jongeren. Hij wil daarbij opmerken dit zoveel mogelijk buiten de reguliere kanalen te doen. Hij weet dat daarvoor controle op het geld wordt uitgevoerd, maar dat is niet erg. Het kan een methode zijn om mensen verantwoordelijkheid bij te brengen. PvdA wil dit zoveel mogelijk oppakken via nieuwe kanalen op een zo laagdrempelig mogelijke manier. Hij denkt niet dat de huidige instellingen daarvoor de juiste zijn.
De heer Van Rijnvraagt meer uitleg over de huidige instellingen.
De heer Van Lentis van mening dat de huidige instellingen niet alle jongeren bereiken. Het gaat over het honoreren van initiatieven van jongeren zelf die nog niet in contact staan met de instellingen. Het honoreren moet zich richten op de vraag of iets een goed initiatief is.
De heer Van Rijngaat ervan uit dat een bepaalde instelling in het leven is geroepen om dergelijke taken uit te voeren.
De heer Van Lentantwoordt dat de besteding van dit geld daarvan niet afhankelijk moet zijn. Er zijn meerdere groepen jongeren die aanspraak moeten kunnen maken op het geld.
De heer Van Rijnkan daarin meegaan en denkt dat een organisatie die het eigenlijk zou moeten uitvoeren, wordt gekort op het budget.
De heer Van Lentdenkt dat het zinvol is met de bestaande organisaties de lopende trajecten af te maken. Hij wil niet wachten met besteding van dit geld totdat het BdF-onderzoek is afgerond.
De heer Van Rijnis van mening dat voor alle organisaties dezelfde lijn moet worden aangehouden. Voldoet een organisatie niet aan de verplichting voor het verkrijgen van subsidie, dan moet het niet worden toegekend.
De heer Van Lentconstateert dat SWF tot nu toe meewerkt aan dit traject. Dit is ongeveer anderhalf jaar geleden ingezet. Het traject met BDF is veel eerder ingezet en daarbij constateert hij onvoldoende medewerking.
De interventieteams zijn (negatief) in het nieuws geweest. Hij is blij dat de interventieteams van Feijenoord niet vallen onder de teams waarover klachten zijn, maar dat zij zich aan de regels houden.
Het db heeft geantwoord op de vragen over Safak, maar hij heeft van de groep zelf vernomen dat er onvoldoende resultaten zijn. Hoe gaat het db daarover het gesprek aan?
Hij is blij met de gedane toezegging over ondermeer de pleegzorg.
Hij wil de motie over de inrichtingsplannen aanhouden tot het moment dat het db met een nieuw voorstel komt.
Spreker gaat in op de motie over het TNO-onderzoek. Hij constateert dat de wijkvisie is gepland voor januari en hij wil dan gefundeerd besluiten kunnen nemen. De voorhanden zijnde onderzoeken zijn omstreden, aldus de bewoners. Daarom wil de PvdA een nieuw onderzoek om inzicht te krijgen via een onafhankelijke bron. Het zou fijn zijn als het db hiervoor geld kan verkrijgen vanuit de stedelijke fracties.
De heer Van Rijnvindt het opmerkelijk dat PvdA een onderzoek van een andere fractie overbodig vindt, maar wel een eigen onderzoek wenst. Hij is van mening dat er onderzoeken voorhanden zijn waarmee het mogelijk is tot een uitspraak te komen. Hij wil de vraag voorleggen aan de Coolsingel en is bereid hierover te overleggen met zijn fractie op de Coolsingel.
De heer Van Vlietvindt het positief dat de heer Van Rijn dit in overweging wil nemen.
De heer Van Lentvraagt of de opmerking van de heer Van Rijn gaat over dit onderzoek of over eerder genoemde onderzoeken waarover zij van mening verschillen.
De heer Van Rijnspreekt over allerlei bijdragen waarmee de PvdA het eerst niet eens was, maar later wel. Hij stelt voor deze motie aan te houden en hij wil dan wel in overleg met de Coolsingel.
De heer Van Lentgaat in op de bijdrage van de heer Pikeur. Hij gaf aan dat het Wmo-beleidsplan overbodig is, omdat er al uitvoering is. Volgens de heer Van Lent is het mogelijk al het beleid te integreren. Door te stoppen met het maken van beleid, kunnen de overheidslagen worden geschrapt. Het gaat erom of het bestaande beleid nog voldoet aan deze tijd. De heer Pikeur maakte een koppeling tussen het amendement van de PvdA en de ID-functie. De PvdA heeft als enige in de raad het voorstel gedaan 90.000 euro uit te trekken voor het behouden van de ID-functies. Tot slot de extra leerplichtambtenaar. PvdA constateert hierbij een probleem. Dat probleem is voor Rotterdamse begrippen blijkbaar niet bovenmatig, maar PvdA wil hiervoor volledige aandacht en een extra leerplichtambtenaar is nuttig voor het reduceren van het probleem.
De heer Tahiroğluis blij met de instemming van de PvdA. Hij vraagt uitleg over zijn opmerking over de ouderparticipatie.
De heer Van Lentheeft gezegd dat alleen GroenLinks aandacht heeft voor ouderen.
De voorzittergeeft aan dat er verschil is tussen ouderenparticipatie en ouderparticipatie.
De heer Tahiroğluspreekt over de ingediende motie over ouderparticipatie.
De heer Van Lentbedoelde in zijn betoog ouder in plaats van ouderen.
De heer Van Vlietheeft nog geen kans gekregen de aan hem gestelde vragen te beantwoorden en ziet af van beantwoording.
De voorzitter schorst de vergadering voor tien minuten.
8. Tweede termijn dagelijks bestuur
De heer Çiçekneemt het voorzitterschap over.
Mevrouw Oudshoornbeantwoordt namens het dagelijks bestuur alle gestelde vragen.
De vraag of buurthuis Stereo zou verworden tot kantoorgebouw is eveneens een vraag voor het db en zij zal dit verder (laten) uitzoeken.
Voor de activiteiten binnen de buurthuizen wil zij onderscheid maken tussen het accommodatiebeleid en de activiteiten. Voor dit laatste kan men op de website per buurthuis bekijken welke activiteiten voor een dag staan gepland. De vulling van de accommodaties valt onder het accommodatiebeleid.
De heer Pikeurwil weten bij wie hij moet zijn als activiteiten zijn gepland en de buurthuizen leeg blijven.
Mevrouw Oudshoorn antwoordt dat dit te maken heeft met het optimaal gebruik van de buurthuizen. Mensen zouden hiervan meer gebruik kunnen maken. Zoals eerder aangegeven zal de raad kaders stellen voor het accommodatiebeleid. Er is dus duidelijk onderscheid tussen welke activiteit plaatsvindt en hoe buurthuizen zo optimaal mogelijk zijn te gebruiken.
De heer Van Rijnvraagt hoe men moet omgaan met een geplande activiteit die bij aankomst bij het buurthuis niet blijkt door te gaan. Moet dan wellicht een korting worden toegepast wegens het uitblijven van de activiteit?
Mevrouw Oudshoorngeeft aan dat als blijkt dat niet wordt voldaan aan afspraken, daarover overleg plaatsvindt met de betreffende instantie. Herhaaldelijke constatering zal consequenties hebben.
Er lijkt een hardnekkig misverstand te zijn over Solo en ‘t Gemaal. In deze twee ondernemingen is geen deelgemeentelijke geld geïnvesteerd, maar de ondermeningen zijn in privé-bezit.
De heer Van Rijnspreekt zijn zorg hierover uit, want het gaat toch wel om belastinggeld. Het baart hem zorgen als blijkt dat bepaalde zaken dichtgaan omdat hiervan niet voldoende gebruik wordt gemaakt. De verantwoording van raadsleden strekt verder dan de grenzen van de deelgemeente. Hij verwijst verder naar de eerder besproken D2-gelden en wil weten wat het db hieraan wil gaan doen.
De heer Van Vlietgeeft aan dat de deelgemeente zich wel heeft beziggehouden met de D2-gelden. Hij constateert dat de heer Van Rijn het recht van de sterkste in deze deelgemeente wil laten gelden. Dat wil echter niet zeggen dat de PvdA deze mening deelt.
Mevrouw Oudshoorngeeft aan dat niet alles bij elkaar hoort. Er is gezegd dat geld wordt gebruikt voor een bodemloze put en dat is niet correct. De verantwoordelijkheden houden inderdaad niet op bij de deelgemeentegrenzen. De risico’s van het hele concept Eat & Meet is van de ondernemingen zelf. De deelgemeente is daarvoor niet verantwoordelijk.
De heer Dekkersvraagt uitleg over de door de heer Kronenberggenoemde gelden (voor renoveren) die alleen naar pandeigenaren zouden gaan en niet naar ondernemers.
De heer Kronenbergsluit zich aan bij het antwoord van mevrouw Oudshoorn.
De heer Van Rijndenkt dat het niet juist is als iets wordt geconstateerd, maar daarmee vervolgens niets wordt gedaan, omdat het van een andere eigenaar is.
De heer Tahiroğluweet dat meerdere malen in de commissie over dit onderwerp is gesproken. Hij denkt dat bestuurders zich eveneens zorgen maken over de eetwijk. Hij heeft begrip voor de zorg en die deelt iedereen, maar hij vindt het echter niet juist geformuleerd.
De heer Senyurekconstateert dat er geen zorgen hoeven te zijn over belastinggeld, omdat er geen deelgemeentelijke geld is geïnvesteerd in die panden.
Mevrouw Oudshoornantwoordt hierop bevestigend. Er is wel degelijk zorg, maar het gesuggereerde verhaal is niet juist en daardoor zijn hieraan onjuiste consequenties verbonden.
Het verhaal over Schoon en Heel en de bijbehorende methodiek is in de eerste termijn uitgelegd door de heer Baruch. Het is een technisch verhaal dat lijkt op bezuiniging, maar daarachter zit een goede onderbouwing. Op verzoek wil hij het nogmaals uitleggen.
Er is niets duisters aan de maaltijdverstrekking en er komen ook geen andere voorzieningen die de deelgemeente gaat subsidiëren. Het gaat erom dat andere mogelijkheden beschikbaar zijn, waarop mensen vanuit de AWBZ aanspraak kunnen maken. Gezien de aanwezige voorzieningen is het daarom niet nodig dat de deelgemeente dit zelf oppakt.
Het CDA vroeg naar Woonstad en SS Rotterdam. De gehanteerde methodiek is een initiatief van de deelgemeente, SS Rotterdam en de Nieuwe Unie. Deze methode is erop gericht de bewoners van Katendrecht te betrekken bij hun omgeving en te bezien hoe door bewoners, samen met deze drie partners, kan worden geïnvesteerd op de Kaap. Het is een experiment met een heel sterke participatie van bewoners en wordt nog in werking gezet. De inschatting is dat dit een lang traject zal zijn, vanwege de gekozen methodiek. Het hele proces van de eerste aanzet tot aan de uitvoering zal jaren duren om een goede analyse te maken. Op verzoek kan hierover een toelichting komen in een commissievergadering.
Opzomeren is bij uitstek het betrekken van mensen bij hun eigen straat. Het gaat erom dat mensen met elkaar omgaan, elkaar leren kennen en investeren in de eigen omgeving. Dat is een instrument bij uitstek om op een laagdrempelige manier resultaten te bereiken.
De heer Pikeurvraagt naar gerichte resultaten en wil weten hoe die worden gemeten.
De heer Van Vlietverzoekt schorsing. De voorzitter staat dit toe. Na vijf minuten heropent hij de vergadering.
Mevrouw Oudshoorngaat verder en antwoordt dat het gaat om sociale cohesie. Het is lastig sociale gevolgen te meten. De opgenomen prestatie-indicatoren in de begroting is het aantal straten. Mocht dit geen goed beeld geven, dan kan de raad via een amendement aangeven wat hiervoor een goede suggestie is.
De heer Pikeuris van mening dat het db hiermee moet komen. Hij constateert dat de prestatie-indicatoren niet concreet staan vermeld. Daarom heeft de heer Çifçi vorige week het woord ambigu gebruikt.
Mevrouw Oudshoorn geeft aan dat de raad een amendement kan indienen als zij van mening is dat de begroting niet voldoet. Het is aan de raad om dit te corrigeren en/of aan te geven hoe het anders moet.
De heer Pikeurheeft hiervoor begrip, maar het CDA heeft ervoor gekozen rechtstreekse vragen aan het db te stellen om te voorkomen dat prestatie-indicatoren niet altijd helder zijn.
Mevrouw Oudshoorngaat in op het beleid van de Wmo. In de vorige raad is het beleidsplan aan de orde geweest en dat is een wettelijke verplichting. Hiervan dient nog een aantal zaken te worden uitgewerkt. Naast het normale beheer van de openbare speelplekken (inclusief de noodzakelijke vervangingen) wil het db een extra kwaliteitsimpuls geven aan de richting van de schaarse openbare speelplekken. Hierbij denkt men aan de realisatie van vernieuwende ideeën rondom de speelplekken, zoals de integratie van computertechnologie. Als de binnenterreinen in beheer zijn van corporaties, treedt de deelgemeente hiermee in gesprek.
De heer Pikeurvraagt of de corporaties worden aangesproken op nalatigheid wat betreft onderhoud.
Mevrouw Oudshoornbeaamt dit. Deze punten komen eveneens aan de orde bij de gesprekken over de Vogelaargelden.
Het cameratoezicht is belangrijk, maar daarvoor is financieel ruimte nodig en dat ontbreekt in deze begroting. Het db heeft een aanvraag ingediend bij de Centrale Stad voor een mobiele camera-instelling. Dan is het mogelijk hiervan tijdelijk gebruik te maken.
De heer Tahiroğluspreekt zijn voorkeur uit voor mobiele speelplekken in plaats van voor mobiele camera’s.
De heer Van Rijnvraagt nadere uitleg over het mobiele cameragebruik en wil weten in hoeverre dat werkbaar is.
Mevrouw Oudshoornweet dat dit in Delfshaven al wordt gebruikt, evenals in Ondiep (Utrecht). Via mobiel cameratoezicht is het mogelijk tijdelijk een aanwezig probleem te bekijken. Zij vindt dit een goede manier om bij ernstige situaties toezicht te houden, zonder over te gaan tot een forse investering.
De heer Van Rijnheeft behoefte aan meer informatie over dit mobiele cameratoezicht en zal daartoe een voorstel doen in de commissie. Het lijkt hem verstandig als een ambtenaar ter plekke opnames gaat maken.
Mevrouw Oudshoorn adviseert hem zelf te gaan kijken in Delfshaven.
Zij meldt dat de communicatie via de heer Baruch binnenkort is te verwachten.
De heer Van Lentmerkt op dat camera’s pas komen op een moment dat een situatie al uit de hand is gelopen. Hij vraagt naar de preventieve mogelijkheden en de regelgeving over (mobiel) cameratoezicht.
Mevrouw Oudshoornantwoordt dat de regelgeving voor mobiele camera’s even strak is als die voor vaste camera’s. Het gaat erom de privacy van de bewoners te waarborgen. Cameratoezicht is niet preventief, maar aan de hand van analyses moet blijken dat het daadwerkelijk nodig is.
De heer Van Rijndenkt dat cameratoezicht niet meer nodig is nadat een incident heeft plaatsgevonden.
Mevrouw Oudshoorngeeft aan dat de subjectieve veiligheidsbeleving van bewoners het moeilijkst is om te corrigeren. In de betogen is gemeld dat bewoners zich veilig moeten kunnen voelen. Camera’s kunnen een instrument zijn om daartoe bij te dragen. Het is niet de bedoeling om continu de hele deelgemeente vol te zetten met camera’s, maar het is bekend dat het op bepaalde pleinen tijdelijk heel onrustig kan zijn. Cameratoezicht is dus geen opzichzelfstaande maatregel, maar maakt deel uit van een gehele aanpak.
Het traject dat met Safak is aangegaan, is heel intensief en is gesitueerd in een hotspot. Het aanbrengen van een structurele verandering in een hotspot is lastig en duurt lang, maar partijen blijven met elkaar in overleg.
Zij geeft aan dat momenteel geen ruimte in de begroting is voor de gevraagde extra leerplichtambtenaar. Zij kan wel onderzoeken of het mogelijk is bij het op te stellen beleid voor overlastgevende jeugd een extra leerplichtambtenaar in te zetten. Dat is echter nog in onderzoek en zij kan daarover geen toezegging doen.
De heer Pikeurheeft begrip voor de uiteenzetting van Solo en ’t Gemaal. De manier van omgaan met aanvragen van startende beslissers van OBR stuit hem nog steeds tegen de borst. Volgens hem is dat ‘nattevingerwerk’. Hij is van mening dat een starter een kans moet krijgen om met een zaak te beginnen. Hij vraagt wat de portefeuillehouder OBR gaat adviseren om startende ondernemers toch een kans te geven.
Mevrouw Oudshoornvindt het nogal kort door de bocht om dit te typeren als ‘nattevingerwerk’. Dat doet geen recht aan de procedures. Zij begrijpt dat het voor startende ondernemers frustrerend is een ongewenst antwoord te krijgen. Zij weet dat een aanvraag breed wordt onderzocht en dat antecedenten worden meegenomen. Het ligt dus iets genuanceerder dan de heer Pikeur suggereert.
De heer Pikeuris het daar niet mee eens. Hij is van mening dat OBR niet naar behoren heeft gefunctioneerd. Ook werknemers van OBR geven aan dat het geven van een advies niet altijd correct geschiedt.
Mevrouw Oudshoornwil graag op de hoogte zijn van zulke concrete zaken. Dan is het mogelijk te reageren en zij nodigt hem uit hierover contact op te nemen met de betreffende portefeuillehouder.
De heer Pikeurheeft dat bewust niet gedaan, omdat hij benieuwd is naar de bevoegdheden van het db.
Mevrouw Oudshoornlegt uit dat het db hierin geen bevoegdheid heeft. Die ligt bij OBR. Op het moment dat signalen komen van misstanden, zal het db hierop wel reageren.
De heer Van Lentconstateert dat het db het voorstel over de IP’s verder wil gaan ontwikkelen. Hij vraagt of het mogelijk is een tussentijds overzicht te geven van te verwachten IP’s.
Mevrouw Oudshoornkan daarvoor zorgen.
De heer Van Rijnkan grotendeels meegaan met de reactie van het CDA inzake de kwestie van OBR. Dat is overigens al in de commissie besproken met de betreffende portefeuillehouder. Er zou nadere informatie komen in een besloten vergadering en hij wacht op een nadere reactie. Verder vindt hij het vreemd dat in het ontwerp-besluit staat vermeld dat de deelgemeente 150.000 euro investeert in de ontwikkeling van het gebied Afrikaanderwijk/Katendrecht, waarin horeca- en evenementenlocaties tegelijkertijd worden ontwikkeld. Hij vraagt waarin dat geld dan is geïnvesteerd.
Mevrouw Oudshoornlegt uit dat hij de investering van 150.000 euro voor Eat & Meet anders moet zien dan het storten van geld in de ondernemingen. Zij heeft nadrukkelijk gezegd dat er geen deelgemeentelijk geld is gestoken in de ondernemingen.
De heer Van Rijnis er toch voorstander van dat de deelraad volledig op de hoogte wordt gehouden over de opbouw van structuren en welke gelden daarmee zijn verbonden. Alleen bij complete informatievoorziening is het voor de deelraad mogelijk duidelijke afwegingen te maken.
De heer Van Lentwil weten welke informatie ontbreekt bij de heer Van Rijn.
De heer Van Rijnis van mening dat het db alle informatie die betrekking heeft op een bepaalde casus aan de raad dient te overleggen. Nu blijkt dat niet alle informatie over Eat & Meet is verstrekt.
De heer Van Lentvraagt in hoeverre hij gespecificeerde informatie wil ontvangen.
Mevrouw Oudshoornconstateert dat de heer Van Rijn aanvullende informatie wil hebben of dat hij verkeerde conclusies trekt uit verstrekte informatie. Hij is ervan overtuigd dat hierin deelgemeentelijk geld is gestoken. Via een brief wordt een aanvraag gedaan om geld vrij te maken vanuit de begroting. De heer Van Rijn knoopt nu verkeerde informatie aan elkaar. Het db is echter altijd bereid tot het geven van extra aanvullende informatie.
Zij neemt het voorzitterschap weer over en gaat over tot de derde termijn.
De heer Van Rijnverzoekt, gezien het tijdstip, schorsing tot nader order.
De voorzitterheeft hiervoor begrip, maar raadt het af, gezien het belang van de vergadering.
De heer Frenkgeeft aan dat de heer Van Rijn zelf voorstander was van een derde termijn.
De voorzitterschorst de vergadering voor vijf minuten
Derde termijn
De heer Dekkersvraagt instemming aan de raad met de motie over informatievoorziening. De informatie komt nu te gefragmenteerd en het verzoek is alles digitaal aan te leveren. Leefbaar Rotterdam vraagt verder instemming met de motie over de subsidiestromen. Het is voor iedereen prettig als het transparant wordt gebracht.
De heer Tahiroğlubedankt het db voor de beantwoording.
De heer Van Lentbedankt voor de toezegging over het IP en de daarbij te verwachten informatie en hoopt dit spoedig te ontvangen.
Hij dient een laatste motie in: ‘Wat Feijenoord bindt’ (de aanwezigen ontvangen hiervan een kopie). Verder reageert hij op de moties van Leefbaar Rotterdam. Hij is van mening dat de transparantie in de subsidiestromen aanwezig is en betwijfelt of een totaaloverzicht het gewenste resultaat oplevert. Eat & Meet is bijvoorbeeld zo ingewikkeld, dat het beter is hiernaar een apart onderzoek in te stellen en dat kan via de rekenkamer.
De heer Dekkerslegt uit dat de motie niet alleen is gericht op Eat & Meet, maar op alle subsidiestromen.
9. Stemming over amendementen, moties en de programmabegroting.
De griffiergeeft een toelichting. Iedereen heeft een pakket met de ingediende amendementen en moties ontvangen. De voorzitter zal eerst de amendementen in stemming brengen. Enkele moties zijn gewijzigd en dat zal hij zonodig vermelden bij de behandeling. Hij constateert verwarring over het indienen en eventueel aanhouden van moties en amendementen. Als een motie of amendement niet is ingetrokken, wordt het in stemming gebracht. Volgens het reglement van orde en de Gemeentewet is het niet mogelijk een motie aan te houden.
De heer Van Lentwil de motie over inrichting- en bestemmingsplan
nu niet in stemming te brengen. Hij trekt de motie in.
Stemming amendementen:
-
Participatiebeleid PvdA: aangenomen. Negentien stemmen voor (PvdA, Leefbaar Rotterdam, GroenLinks, Lijst Smit) en drie stemmen tegen (Lijst Goedegebuur en CDA).
-
Stimuleren jeugdactiviteiten PvdA, meeondertekend door GroenLinks: aangenomen. De heer Van Rijn blijft bij zijn vraag over de financiering hiervan en stemt tegen. Vijftien stemmen voor (PvdA en GroenLinks) en zeven stemmen tegen (Leefbaar Rotterdam, CDA, Lijst Goedegebuur en Lijst Smit).
-
Dialoogdriedaagse PvdA: aangenomen. De heer Pikeur geeft aan dat het CDA voorkeur heeft voor het combineren hiervan met het Nelson Mandelafestival. Zij zullen tegen stemmen. De heer Tahiroğlu wil de evaluatie hiervan benadrukken, maar stemt wel voor. Mevrouw Goedegebuur stemt tegen, omdat zij ieder jaar een ander project wil. De heer Van Rijn stemt tegen. Hij vindt het vreemd dat de driedaagse succesvol wordt genoemd. Vijftien stemmen voor (PvdA, GroenLinks) en zeven stemmen tegen (Leefbaar Rotterdam, CDA, Lijst Goedegebuur en Lijst Smit).
-
Parelpleinen PvdA, meeondertekend door GroenLinks: aangenomen. Zestien stemmen voor (PvdA, GroenLinks, Lijst Smit) en zes stemmen tegen (Leefbaar Rotterdam, CDA, en Lijst Goedegebuur).
-
Kunst en cultuur GroenLinks, meeondertekend door Goedegebuur en PvdA: aangenomen. Mevrouw Goedegebuur stemt voor en meldt dat dit amendement aansluit bij haar betoog over heldere doelen. Het amendement wordt unaniem aangenomen.
-
Wijkinitiatieven PvdA: aangenomen. Mevrouw Goedegebuur stemt tegen, omdat zij vindt dat ordentelijk moet worden begroot en dat de plannen op jaarbasis moeten worden benoemd. De heer Van Rijn stemt tegen, want het moet eerst duidelijk zijn waarvoor het geld wordt uitgegeven. Zeventien stemmen voor (PvdA, GroenLinks, Lijst Smit en CDA met een stem) en vijf stemmen tegen (Leefbaar Rotterdam, Lijst Goedegebuur, CDA met een stem).
Stemming moties:
-
Ouderparticipatie GroenLinks, meeondertekend door Lijst Goedegebuur: aangenomen. Mevrouw Goedegebuur stemt voor, maar is van mening dat men wel zorgvuldig moet blijven omgaan met het betrekken van ouders. De heer Pikeur stemt voor en wil ouders laten meehelpen. Deze motie is unaniem aangenomen.
-
Wat Feijenoord bindt PvdA: aangenomen. De heer Van Rijn stemt tegen, omdat hij niet over jongeren wil praten, maar hen zelf aan bod wil laten komen. Achttien stemmen voor (PvdA, GroenLinks, Lijst Goedegebuur, Lijst Smit en CDA met een stem) en vier stemmen tegen (Leefbaar Rotterdam en CDA met een stem).
-
Groene Beijerlandselaan GroenLinks, meeondertekend door PvdA en Lijst Goedegebuur: aangenomen. De heer Van Rijn stemt voor, want het is een inhoudelijk goede motie. Hij merkt op dat de middenberm al diverse keren is ingericht en hij adviseert na te denken over het te spenderen geld. Mevrouw Goedegebuur stemt voor, mits het budgettair haalbaar is. De heer Van Lent stemt voor, omdat deze laan een groene input nodig heeft en zo bijdraagt aan een beter leefbaarder deelgemeente. Deze motie is unaniem aangenomen.
-
Cadeaubomen GroenLinks: aangenomen. De heer Dekkers stemt voor, maar wil wel dat elke boom de naam krijgt van een deelraadslid. De voorzitter geeft aan dat hij daarvoor een amendement moet indienen. Deze motie is unaniem aangenomen.
-
Inspraak Vogelaaraanpak en Pact op Zuid PvdA: aangenomen. Achttien stemmen voor (PvdA, Leefbaar Rotterdam, GroenLinks) en vier stemmen tegen (CDA, Lijst Smit, Lijst Goedegebuur).
-
TNO-onderzoek Vreewijk PvdA: aangenomen. De heer Van Rijn stemt tegen, want hij vindt deze motie overbodig. Hij heeft al aangegeven dat hij hierover wil overleggen met de Coolsingel, maar dan had de PvdA de motie moeten intrekken. Zestien stemmen voor (PvdA, GroenLinks, Lijst Smit) en zes stemmen tegen (CDA, Leefbaar Rotterdam, Lijst Goedegebuur).
-
Actueel debat GroenLinks (aangepast): aangenomen. Deze motie is unaniem aangenomen.
-
Informatievoorziening Leefbaar Rotterdam, meeondertekend door Lijst Goedegebuur: niet aangenomen. De heer Pikeur stemt voor, want zonder informatie is het niet mogelijk iets te doen. De heer Tahiroğlu stemt tegen, want hij vindt dat de motie spreekt van wantrouwen richting de griffie. Zeven stemmen voor (Lijst Goedegebuur, Lijst Smit, CDA, Leefbaar Rotterdam) en vijftien stemmen tegen (PvdA, GroenLinks).
-
Onderzoek subsidiestromen Leefbaar Rotterdam, meeondertekend door Lijst Goedegebuur: niet aangenomen. De heer Van Lent stemt tegen, want hij vindt het niet verstandig verschillende subsidies bij elkaar te voegen en vindt de methode Eat & Meet meer een verhaal voor de rekenkamer. Vijf stemmen voor (Leefbaar Rotterdam, Lijst Goedegebuur, Lijst Smit) en zeventien stemmen tegen (PvdA, CDA, GroenLinks).
-
Motie van vreugde Lijst Goedegebuur, meeondertekend door Leefbaar Rotterdam: niet aangenomen. Zes stemmen voor (Lijst Smit, Lijst Goedegebuur, Leefbaar Rotterdam, 1 lid CDA) en zestien stemmen tegen (PvdA, GroenLinks en 1 lid CDA).
-
TOF GroenLinks, meeondertekend door Lijst Goedegebuur: aangenomen. De heer Tahiroğlu wijst op een taalfout in de motie. Mevrouw Goedegebuur stemt voor, maar tekent erbij aan dat het gaat om meer wijken dan alleen Feijenoord. De heer Van Rijn is trots op deze motie. De motie is unaniem aangenomen.
De voorzitterbrengt het ontwerp-besluit van de deelraad in stemming. Alle aangenomen amendementen maken hiervan deel uit. Het ontwerpbesluit is met zestien stemmen voor (PvdA, Lijst Smit, GroenLinks) en zes stemmen tegen (CDA, Leefbaar Rotterdam, Lijst Goedegebuur) aangenomen.
10. Rondvraag
De heer Van Lentheeft begrepen dat op de Coolsingel een motie wordt aangenomen over het besteden van 20 miljoen euro voor de buitenruimte. Volgens de normale verdeelsleutel komt hiervan 2,5 miljoen euro naar Feijenoord en hij wil weten wanneer het db hiervoor voorstellen gaat maken. DB zal schriftelijk reageren.
De heer Çiçekverwijst naar een artikel uit het Algemeen Dagblad van 19 oktober waarin werd gesteld dat tijdens een raadsvergadering Turks is gesproken. Volgens hem is dat onjuist en hij vraagt of het DB dit met hem oneens is. Hij stelt dat uit dit artikel kan worden opgemaakt dat vergaderingen in het Turks plaatsvinden. Zo nee, is het db het met hem eens dat dit een onjuiste indruk geeft van de deelraad en dat het jammer is dat deze indruk zo is gewekt? DB zal schriftelijk reageren.
Mevrouw Do Patricinioweet uit vertrouwelijke bronnen dat een flink bedrag is te besteden voor het groen. Zij verzoekt hiervoor snel stappen te ondernemen om te proberen zoveel mogelijk geld voor groen binnen te halen. DB neemt de opmerking ter harte.
De heer Van Vlietheeft berichten gehoord over problemen rondom de werkzaamheden bij de Putselaan. Vanwege de herstructurering is het nogal zanderig en daardoor kunnen mensen die slecht ter been zijn, slecht uit de voeten. Verder is de omgeving daar slecht verlicht en hij vraagt hiervoor aandacht. DB zal er aandacht aan schenken.
De voorzitterbedankt, mede namens de aanwezigen en het db, iedereen die deze begroting tot stand heeft gebracht. Zij sluit de vergadering om 1.20 uur.
33
- 33 -
