Concept-notulen van de extra openbare vergadering van de deelgemeente Feijenoord, gehouden op 26 november 2007 in de raadszaal Maashaven Oz 230.
Aanwezig:
Voorzitter: mevrouw D. Oudshoorn
Griffier: de heer P.F.J. van den Eijnden
Leefbaar Rotterdam: de heer S.J. Blanken
de heer H. van Rijn
Lijst Smit: de heer J.H. Smit
PvdA: de heer M. Çakir
de heer D. Çatikkaş
de heer S. Çiçek
de heer M.D.I. Din
de heer M.B. Frenk
de heer E. Gültekin
de heer J. den Haan
de heer M. van Lent
mevrouw M.C. do Patrocinio
de heer R. van Vliet
Afwezig:
Leefbaar Rotterdam: de heer K. Dekkers
mevrouw P.J.M. Noël-Arnold
mevrouw Y. de Winter
Lijst Goedegebuur: mevrouw M.G. Goedegebuur-Tieben
GroenLinks: de heer Y. Tahiroğlu
SP: mevrouw S.J. Osadiaye-van der Kooi
PvdA: de heer F. Achbar
de heer A. Alpaslan
de heer F.A. de Jong
de heer A. Senyürek
CDA: de heer T. Çifçi
de heer W.P.T. Pikeur
Dagelijks bestuur: de heer R. Kronenberg
Publieke tribune: geen
Notulist: mevrouw E. van Vliet (Notuleerservice Nederland)
-
Opening en vaststelling van de agenda door de voorzitter
De heer Çiçek treedt op als voorzitter, omdat mevrouw Oudshoorn als portefeuillehouder enkele mededelingen heeft. Hij opent deze extra vergadering om 20.00 uur en heet iedereen van harte welkom.
Mevrouw Oudshoorn deelt mee dat deelgemeente Feijenoord een taakstelling heeft gekregen te zorgen voor twee voorzieningen aangaande de maatschappelijke opvang. Eén opvang is inmiddels gerealiseerd op de Putse Bocht en over de andere locatie heeft zij vanavond informatie. Aankomende woensdag vinden twee bewonersavonden plaats in Noordereiland. Op de hoek van de Sleephellingstraat en de Burgemeester Hofmanstraat komt namelijk de tweede maatschappelijke voorziening. Zij gaat ervan uit dat raad content is met deze locatie. De locatie is binnen de wijken die de raad vooraf heeft aangegeven bij de opdrachtverstrekking. De locatie biedt opvang aan maximaal 16 personen. De eigenaar is Nieuwe Unie, de beheerder is Flexibel Wonen en de zorgverlening is in handen van zorginstelling CVD. De opvang is bestemd voor voormalig dak- of thuislozen die bijna zijn aangeland bij zelfstandig wonen. Zij hebben allen een dagbesteding in de vorm van werk of andere activiteiten. Zij zullen tijdelijk in het huis verblijven tot het moment dat ze zelfstandig kunnen gaan wonen (met ambulante begeleiding). Een aantal bewoners heeft te maken met verslavingsproblematiek, maar dat is gecontroleerd druggebruik. In het pand is overdag 8 uur begeleiding aanwezig en er is 24 uur per dag hulp beschikbaar.
Er zijn inmiddels regels opgesteld over het vrij in- en uitlopen en het ontvangen van bezoek tot 23.00 uur. Verder wordt er een beheersconvenant opgesteld.
De raadsleden ontvangen een uitnodiging voor een van de twee informatieavonden. De eerste avond is bestemd voor direct betrokkenen (de eerste ring) en de tweede is bestemd voor een iets bredere ring bewoners. Mocht blijken dat behoefte is aan meer avonden, dan zal dat worden uitgewerkt. De omliggende basisscholen en de bewonersorganisaties zijn eveneens vanavond geïnformeerd. Verder ontvangen de bewoners op dit moment een brief met deze informatie. Iedereen wordt dus tegelijk op de hoogte gesteld.
De voorzitter bedankt mevrouw Oudshoorn voor haar toelichting. Hij meldt dat de heren Achbar, De Jong en de dames Osadiaye, Noël, Goedegebuur en De Winter zich hebben afgemeld voor deze vergadering. Verder zijn de heer Van Driel en mevrouw Schilperoort namens de GGD aanwezig voor het beantwoorden van vragen.
De heer Frenk vraagt hoe ver de voorziening van de basisschool is verwijderd.
Mevrouw Oudshoorn antwoordt dat het niet ver van elkaar vandaan ligt. Het is vergelijkbaar met de andere opvang naast de kinderopvang. Het is belangrijk de scholen hierbij op een goede manier te betrekken. De directeuren zijn op de hoogte gesteld en benadrukken het belang van goede afspraken.
De heer Frenk constateert dat de scholen niet negatief hebben gereageerd.
Mevrouw Oudshoorn beaamt dit. Er zijn wel zorgen over reacties van ouders, maar zij worden eveneens in het verhaal betrokken.
De heer Van Vliet vraagt naar de aard van de drugsverslaving en hoe dit wordt beheerst.
Mevrouw Schilperoort legt uit dat het gaat om mensen met een beheersbare drugsverslaving. Zij zijn in staat overdag te werken of activiteiten te verrichten. Het gaat om mensen die al langer in behandeling en begeleiding zijn. Via deze opvang maken zij de doorstap op weg naar zelfstandig wonen.
De heer Van Vliet vraagt of de mensen hebben leren omgaan met hun verslaving.
Mevrouw Schilperoort antwoordt dat het drugsgebruik past binnen hun manier van leven. Als blijkt dat zij daarmee onjuist omgaan, worden er maatregelen genomen.
De heer Van Vliet vraagt welke maatregelen.
Mevrouw Schilperoort antwoordt dat men eerst zal bekijken in welke mate het onjuiste gebruik plaatsvindt. Het kan nodig zijn in te grijpen en de betreffende persoon een andere opvang aan te bieden.
De heer Van Vliet vraagt hoe vaak iets dergelijks voorkomt.
Mevrouw Schilperoort weet dat dit incidenteel voorkomt.
Mevrouw Oudshoorn geeft aan dat het is te vergelijken met IBW. Mensen kunnen een terugval krijgen, maar veelal wordt hiervoor intern een oplossing gezocht en de buitenwereld merkt daar niets van.
De heer Çatikkaş vraagt om welke drugsoort het hier gaat: cocaïne of heroïne.
Volgens mevrouw Schilperoort zijn beide soorten mogelijk.
De heer Çatikkaş vraagt of de voorziening alleen opvang biedt aan verslaafden.
Mevrouw Schilperoort antwoordt dat de opvang niet alleen is gericht op drugsverslaafden.
De heer Frenk blikt terug op de totstandkoming van de voorziening bij de Oranjeboomstraat. Daar was veel ophef over en hij was daarbij intensief betrokken (in de vorige raadsperiode). Uiteindelijk zijn goede afspraken gemaakt en deze zijn goed geïntegreerd. Hij gaat ervan uit dat dezelfde afspraken voor deze opvang worden gemaakt.
Mevrouw Oudshoorn antwoordt dat integratie gepaard gaat met zorgvuldigheid. Daarbij moet men denken aan ondermeer het opstellen van een beheerscommissie. Bij de totstandkoming van de opvang zal men zorgvuldige procedures hanteren.
De heer Van Lent reageert op de locatie Noordereiland. Ten eerste is het een nogal afgesloten gebied. Daardoor ondervindt de buurt waarschijnlijk weinig overlast. Het is echter wel een locatie waarbij het moeilijk is weg te komen. De buurt is arm aan voorzieningen en de huidige bewoners missen bijvoorbeeld een pinautomaat en winkels. Hoe kijkt de GGD daar tegenaan? Verder vraagt hij of er bij de scholen nog speciale voorzieningen komen, bijvoorbeeld een extra afscheiding bij de tuin. De opvang is geen eindstation en hij vraagt naar de verwachte doorstroming.
Mevrouw Schilperoort geeft aan dat de mensen die opvang genieten in staat zijn zich zelfstandig te verplaatsen. Zij kunnen wandelen, fietsen of gebruikmaken van het openbaar vervoer. Verder zijn er winkels aanwezig voor de eerste levensbehoeften.
De ervaring leert dat mensen ongeveer een à twee jaar in een dergelijke voorziening blijven. Als daarna blijkt dat ze nog niet de doorstap naar zelfstandig wonen kunnen maken, gaan ze over naar een andere permanente voorziening. Als blijkt dat deze voorziening te hoog is gegrepen, is er eveneens een mogelijkheid voor een andere vorm van begeleiding.
Mevrouw Oudshoorn antwoordt verder dat er bij scholen voorzieningen zullen komen, mits dat noodzakelijk is. Als het gaat om veiligheidsoverwegingen, geldt het bestaande regime. Het is niet direct nodig een hek om het schoolplein te plaatsen. Het is uiteraard belangrijk goede afspraken te maken over de inzet van politie, toezicht en dergelijke. Deze aspecten kan men opnemen in het beheersconvenant.
Mevrouw Do Patricinio vraagt uitleg over de doorstroming.
Mevrouw Oudshoorn antwoordt dat lege plekken worden opgevuld.
De heer Van Rijn weet dat eerder over opvang is gesproken. Een goed plan voor opvang is noodzakelijk voor mensen die in deze stad wonen. Hij constateert dat de portefeuillehouder zorgvuldig te werk is gegaan voor het creëren van een locatie. Hij constateert verder dat de deelgemeente selectief omgaat met het uitnodigen van mensen voor de informatieavond. Hij is echter van mening dat iedere bewoner van de deelgemeente Feijenoord in de gelegenheid moet zijn om de informatieavond bij te wonen. Hij vraagt of de bewoners van het Stieltjesplein zijn uitgenodigd. Verder vraagt hij of de opvang alleen geldt voor Rotterdammers of ook voor de randgemeenten.
Mevrouw Oudshoorn antwoordt dat het een zeer zorgvuldige overweging is geweest om de informatieavond gedoseerd aan te bieden en geen openbaar karakter te geven. De kans bestaat namelijk dat dit soort avonden uit de hand lopen (ervaring van IBW). Er is in eerste instantie gekozen voor het informeren van direct betrokkenen. Afhankelijk van de reacties zal men bekijken of een extra informatieavond nodig is.
De heer Van Driel antwoordt dat Nederland is opgedeeld in 43 centrumgemeenten en daarvan is Rotterdam er 1. Vanuit dit gebied zullen bewoners naar het centrum komen.
De heer Van Vliet weet uit ervaring dat veiligheid toeneemt als dit soort voorzieningen in een wijk komen. Hij is dan ook benieuwd de naar mate van veiligheid met betrekking tot de voorzieningen en het beheersplan. Verder vraagt hij naar de rol en bevoegdheden van de beheerscommissie.
Mevrouw Oudshoorn geeft aan dat het beheersconvenant nog moet worden opgesteld. Dit convenant wordt door zoveel mogelijk partijen getekend, zodat het een gedragen verhaal is. De beheerscommissie volgt en bespreekt de gang van zaken. De ervaring leert dat in het begin veel bewoners komen, maar dat de belangstelling hiervoor afneemt. Dan is de onrust in de wijk weg.
De heer Çatikkaş vraagt uitleg over de dagbesteding van de mensen en of het verplichte dagbesteding voor hen is.
Mevrouw Schilperoort antwoordt dat dagactiviteiten deel uitmaken van de voorziening. Zij legt uit dat de bewoners beschikken over een begeleidingsplan. De mensen zijn op zoek of op weg naar zelfstandigheid en daarbij hoort het uitvoeren van activiteiten. Verplichten heeft voor haar een negatieve klank, het hoort er gewoon bij.
De heer Çatikkaş denkt dat het zinvol is als mensen een dagbesteding hebben, want verveling werkt in de hand dat mensen andere dingen gaan doen.
Mevrouw Schilperoort geeft aan dat dagbesteding deel uitmaakt van het bereiken van zelfstandigheid.
Mevrouw Oudshoorn vult aan dat het niet altijd hoeft te gaan om betaald werk. Het gaat om zinvolle dagbesteding en dat hoort bij het behandelplan. Het hebben van een baan is geen toelatingsvoorwaarde, maar hoort bij het proces.
De heer Çatikkaş gaat ervan uit dat daarover afspraken met begeleiders worden gemaakt.
Mevrouw Oudshoorn antwoordt dat dit niet valt onder verantwoording van de deelgemeente. Dat is afhankelijk van de individuele behandelplannen, maar de deelgemeente bemoeit zich niet met de inhoud daarvan.
De heer Van Lent vraagt of wordt geprobeerd de wijkbewoners bij de opvang te betrekken, zoals bijvoorbeeld bij het asielzoekerscentrum is gedaan.
Mevrouw Oudshoorn denkt dat er in eerste instantie weinig behoefte is aan medewerking. Vanwege de voorzieningen kunnen de bewoners behoefte krijgen om meer te anticiperen. Bij IBW is die behoefte er niet, maar bij De Hille juist wel. Bewoners horen echter bij een wijk zodra ze daar wonen.
De heer Van Rijn denkt dat het verstandig is in de toekomst op de deelgemeentepagina duidelijk te maken wat maatschappelijke opvang is, ook qua inhoud. Een idee is om een open dag te organiseren, zodat burgers een indruk krijgen van de voorziening. Een mogelijkheid voor stagelopen sluit hij niet uit. Alles is erop gericht wederzijds vertrouwen te creëren.
Mevrouw Oudshoorn vertelt dat er een folder wordt opgesteld over ‘ieder zijn plek in Feijenoord, gericht op Noordereiland’. Daarin staat uitleg over het verschil tussen maatschappelijke opvang en het souterrain. Er zijn veel categorieën maatschappelijke opvang en het is goed als daarover meer bekend is.
De voorzitter is van mening dat de wijken iets moeten terugkrijgen voor het bieden van opvang en denkt bijvoorbeeld aan een speeltoestel.
De heer Van Lent is blij met de verstrekte informatie. Hij constateert dat zorgvuldig is nagedacht over de procedures. Er kan altijd iets misgaan, maar het voorstel komt echter betrouwbaar over.
De voorzitter bedankt iedereen voor zijn of haar inbreng en sluit de vergadering om 19.45 uur.
7
