Direct naar hoofdmenu / zoekveld

Concept-verslag deelraad 18.12.07

Concept-notulen van de openbare vergadering van de deelgemeente Feijenoord, gehouden op 18 december 2007 in de raadszaal Maashaven Oz 230.


Aanwezig:

Voorzitter (plv.): de heer S. Çiçek


Griffier: de heer P.F.J. van den Eijnden


Leefbaar Rotterdam: de heer S.J. Blanken

de heer K. Dekkers (tot 22.15 uur)

mevrouw P.J.M. Noël-Arnold

de heer H. van Rijn

Lijst Smit: de heer J.H. Smit

PvdA: de heer F. Achbar (vanaf 21.30 uur)

de heer A. Alpaslan

de heer M. Çakir

de heer D. Çatikkaş de heer M.D.I. Din

de heer M.B. Frenk

de heer E. Gültekin

de heer J. den Haan

de heer M. van Lent

mevrouw M.C. do Patrocinio

de heer R. van Vliet

GroenLinks: de heer Y. Tahiroğlu

Afwezig:

Lijst Goedegebuur: mevrouw M.G. Goedegebuur-Tieben

Leefbaar Rotterdam mevrouw Y. de Winter

PvdA: de heer F.A. de Jong

de heer Senyürek

CDA: de heer W.P.T. Pikeur

de heer T. Çifçi

SP: mevrouw S.J. Osadiaye-van der Kooi


Dagelijks bestuur: de heer G. Yeşildal

de heer R. Baruch

de heer R. Kronenberg

Afwezig: mevrouw D.H. Oudshoorn


Publieke tribune: ongeveer vijf personen


Notulist: de heer P.L. van Dijk (Notuleerservice Nederland)




  1. Opening en vaststelling van de agenda door de voorzitter


De (plv.) voorzitteropent de vergadering om 20.00 uur en heet iedereen van harte welkom. Er zijn geen wijzigingen op de agenda.


  1. Mededelingen


Mevrouw Osadiaye-van der Kooi, mevrouw De Winter, mevrouw Goedegebuur-Tieben en voorzitter mevrouw D.H. Oudshoorn zijn met kennisgeving afwezig.


De voorzitter deelt het volgende mee:

  • Op 9 januari 2008 zal de commissie FIBS een bezoek brengen aan Vreewijk. De commissie Vreewijk-Katendrecht zal hiervoor begin januari uitgenodigd worden.

  • Op 14 januari is er in het kader van Hart van Zuid een informatieve avond samen met de raad van Charlois in de raadszaal. De uitnodiging komt begin januari.

  • Na afloop van deze vergadering wordt het jaar afgesloten met een hapje en een drankje.

  • Agendapunt 5 vervalt in verband met ziekte van de heer Tinga.


De heer Van Rijn deelt mee dat de wijk Hillesluis binnenkort positief in het nieuws zal komen. Kindertuin de Teil is genomineerd voor de Appeltjes van Oranje. Als zij winnen, bedraagt de prijs een Koninklijke Onderscheiding plus 15.000 euro. Spreker verzoekt aan de nominatie ruchtbaarheid te geven.


De heer Van Lent meldt de heren de Jong en Achbar af.


  1. Vragenhalfuur


Er wordt geen gebruik gemaakt van het vragenhalfuur.


  1. Hamerstukkenlijst

    1. Vaststellen verslag en besluitenlijst van 1 en 8 november 2007. Het verslag en de besluitenlijst worden zonder opmerkingen vastgesteld.

    2. Vaststellen verslag van 26 november 2007.

Het verslag en de besluitenlijst worden zonder opmerkingen
vastgesteld.

  1. Lijst van aangenomen moties. Wordt ongewijzigd vastgesteld.

  2. Lijst van ingekomen stukken. Wordt ongewijzigd vastgesteld.

  3. Toezeggingenlijst. Wordt ongewijzigd vastgesteld.

  4. Benoeming voorzitter Vreewijk-Katendrecht. De heer Van Lent heeft geen moeite met de benoeming van de voorzitter als persoon. Zijn fractie vindt dat er eigenlijk eerst in de commissie Vreewijk-Katendrecht naar een nieuwe voorzitter gezocht had moeten worden. Spreker vraagt of het mogelijk is om in het vervolg een vervangende voorzitter aan te wijzen als de vigerende voorzitter nog in functie is. Het behoort tot de taak van de raadsvoorzitter en de griffie om een gesprek aan te gaan met mevrouw Osadiaye die langdurig zonder opgaaf van redenen afwezig is.

De heer Dekkers merkt op dat het een noodgreep is geweest in verband met het quorum. Spreker vindt dat de griffie na overleg met mevrouw De Winter knap werk heeft geleverd om de heer Tahiroğlu als voorzitter te kunnen benoemen. De heer Van Lent merkt op dat zijn opmerkingen niet bedoeld zijn als kritiek op de griffie of op mevrouw De Winter.

De heer Smit vindt dat de commissie eerst zelf moet zorgen voor de vervanging van de voorzitter. In dit geval is er sprake van een uitzonderlijke situatie waarin creatief gehandeld moet worden. Spreker heeft geen problemen met de beslissing die genomen is.

De heer Tahiroğlu merkt op dat hij als voorzitter is gevraagd om de commissievergaderingen voortgang te kunnen bieden, hoewel hij het als eenmansfractie een zware extra taak vindt. Zowel de voorzitter als diens plaatsvervanger is afwezig. Spreker maakt zich zorgen over de structurele afwezigheid van sommige leden. Als de heer Van Lent een andere oplossing ziet door uit zijn veertien man sterke fractie iemand voor te stellen als voorzitter, is de heer Tahiroğlu daar tevreden mee.

De heer Van Lent merkt nogmaals op dat zijn fractie akkoord gaat met de gekozen oplossing en dat zijn opmerkingen niet tegen de heer Tahiroğlu als persoon gericht zijn.


De voorzitter concludeert dat de benoeming van de heer Tahiroğlu door de fracties is aanvaard. Hij bedankt de heer Tahiroğlu voor zijn inspanning dat hij als eenmansfractie in meerdere commissies het voorzitterschap wil bekleden.


  1. Afleggen ambtseed plaatsvervangend griffier

Dit agendapunt vervalt wegens ziekte van de heer Tinga.


  1. Motie TNO onderzoek Vreewijk


Eerste termijn


De heer Van Lent merkt op dat de PvdA deze motie heeft de ingediend omdat men twijfelde aan de rapportages van Com.wonen. De fractie vindt het belangrijk dat er een goed onderzoek verricht wordt naar de staat van de woningen. Het vermoeden bestaat dat vele woningen in een goede bouwtechnische staat verkeren. Het db heeft na overleg met de indieners van de motie twee offertes aangevraagd. De PvdA heeft niet alleen naar de prijs gekeken, maar ook naar de geboden kwaliteit. Spreker geeft de voorkeur aan het TNO-onderzoek omdat zij de opdracht duidelijker formuleren. Royal Haskoning gaat een stap verder wat betreft de historische situatie in Vreewijk. Spreker stelt twee vragen aan het db:

  • Is de interpretatie van de offerte van TNO juist in die zin dat TNO meer tijd investeert in het onderzoeken van de woningen?

  • Geeft het onderzoek ook inzicht in de kosten van het alternatief van slopen, namelijk renovatie?


Portefeuillehouder de heer Yeşildal antwoordt dat TNO in ieder geval zeventig woningen binnenzijdig controleert. Haskoning noemt in zijn offerte een aantal van +10%, maar het is niet duidelijk op welke gronden zij controleren. Mondeling is aan TNO gevraagd wat de representativiteit van de zeventig woningen is. Volgens TNO is dit aantal representatief om een goed beeld te krijgen van de technische staat van de woningen. Naast de binnenzijdige controle wordt bij sommige woningen ook onderzoek verricht aan de buitenzijde en vindt funderingsonderzoek plaats.

In antwoord op de tweede vraag merkt spreker op dat TNO geen haalbaarheidsonderzoek zal verrichten. Zij geven wel een prijsindicatie van de leefbaarheid in de komende 25 jaar. Spreker heeft de indruk dat de raad door dit onderzoek voldoende inzicht krijgt.


De heer Van Lent deelt mee dat zijn fractie kan instemmen met het TNO-onderzoek.


Tweede termijn


De heer Van Rijn weet dat de PvdA-fractie aan de Coolsingel op het standpunt staat dat het niet uitmaakt wat het resultaat van het onderzoek zal zijn. Zij houden zich aan de verkiezingsbelofte.

De heer Van Lent interrumpeert met de opmerking dat de verkiezingsbelofte inhoudt dat er geen goede woningen zullen worden gesloopt. Er wordt met het onderzoek nagegaan of er in Vreewijk goede woningen zijn. Spreker vindt dit niet strijdig met de verkiezingsbelofte.

Volgens de heer Van Rijn spreekt de Coolsingel over betaalbare woningen en dat is heel iets anders dan goede woningen. Spreker vraagt zich af welke discussie er in januari gevoerd gaat worden als het onderzoek is afgerond. Het standpunt staat al vast.

De heer Van Lent voegt hieraan toe dat het standpunt van de PvdA inhoudt dat er goede betaalbare woningen beschikbaar zijn. Een kwaliteitseis is hieraan toegevoegd. Er is geen verschil tussen het stedelijke verkiezingsprogramma en dat van de deelgemeente.

Mevrouw Noël-Arnold vraagt of dit het laatste onderzoek zal zijn dat gaat plaatsvinden.

De heer Van Lent benadrukt dat het zijn fractie gaat om goede betaalbare woningen. Spreker weet op grond van besprekingen in de commissie Vreewijk-Katendrecht dat er een beperkt aantal middelen is om als deelgemeente de plannen van de woningbouwvereniging te kunnen wijzigen. Er wordt gezocht naar mogelijkheden om tegen de plannen verzet te bieden. Als er uit het onderzoek blijkt dat er voldoende goede betaalbare woningen zijn, kent Leefbaar Rotterdam het standpunt van de PvdA. Of dit het laatste onderzoek zal zijn, kan spreker niet bevestigen. Mevrouw Noël-Arnold vraagt of de PvdA net zo lang doorgaat met onderzoeken totdat de resultaten meevallen.

De heer Van Lent antwoordt hierop dat het onderzoek is aangevraagd om het rapport van Com.wonen te weerleggen. Daardoor kan men steviger staan in toekomstige discussies over bijvoorbeeld het verlenen van sloopvergunningen.

De heer Tahiroğlu vraagt of het db het rapport van Com.wonen heeft kunnen inzien.

De heer Van Lent weet dat het rapport rond een begrotingsvergadering aan de raad is verzonden.

De heer Tahiroğlu kan het voorstel van het db ondersteunen. Hij is benieuwd naar wat een onpartijdig onderzoek zal opleveren. Spreker hoopt dat de deelraad op grond van het onderzoek een wijs besluit zal nemen. Het is hem gebleken dat de 52.000 euro betaald gaat worden uit de post raadsinitiatieven. Spreker vraagt zich af of deze post daarvoor bedoeld is.

De griffier antwoordt dat het budget 50.000 euro is. De juiste naam voor deze post is bestemmingsreserve wijkinitiatieven deelraad. Tijdens de begrotingsbehandeling is naar aanleiding van een amendement dit bedrag gereserveerd.

De heer Van Rijn merkt op dat in de offerte wordt gesproken over 52.000 euro exclusief BTW. Spreker heeft er moeite mee dat er voor het onderzoek nog geen volledige dekking is.

De griffier antwoordt dat het om een indicatief bedrag gaat. De juiste offerte volgt nog. Tijdens de volgende raadsvergadering kan dan besloten worden over de financiering d.m.v. een begrotingswijziging.


De voorzitter deelt mee dat als de raad instemt met het voorstel er op de volgende raadsvergadering een begrotingswijziging besproken zal worden. Spreker brengt de motie in stemming.

De voorzitter concludeert dat het voorstel unaniem is aangenomen.


De heer Smit voegt toe dat hij stemt voor een onafhankelijk onderzoek. Dat betekent niet dat er eindeloos vervolgonderzoeken moet plaatsvinden, zoals mevrouw Noël-Arnold al naar voren bracht.

Mevrouw Do Patrocinio merkt op dat stemverklaringen vóór de stemronde geformuleerd moeten worden. De voorzitter bevestigt dit.


  1. Motie Langegeer

De heer Den Haan denkt dat de ingediende motie en de argumentatie duidelijk is. Er zal helderheid moeten komen over de toekomst van de Langegeer. De fractie van de PvdA erkent dat er problemen zijn met de waterberging en zij verzoekt hierover te gaan overleggen met wethouder Bolsius. Spreker leest de motie voor.

De voorzitter voegt hieraan toe dat de motie is ondertekend door de heren Van Lent, De Jong en Den Haan.

De heer Tahiroğlu vindt de motie een mooi voorbeeld van ‘de hand in eigen boezem steken’. GroenLinks had ook eigen ideeën over het Afrikaanderplein en de Lange Hilleweg. Spreker is blij dat er een goede participatie met de bewoners heeft plaatsgevonden. Spreker hoopt dat uit de beschreven situatie lering wordt getrokken, zodat dit soort zaken in de toekomst worden voorkomen. Spreker steunt de motie.

Mevrouw Noël-Arnold is blij dat de PvdA heeft ingezien dat het proces niet goed verlopen is. De motie van de PvdA sluit goed aan op die van Leefbaar Rotterdam. Spreker steunt de motie.

De heer Den Haan merkt hierover op dat het nooit kwaad kan dat politici ook de waarheid onder ogen zien als er iets fout gaat. Spreker hoopt dat anderen dat in de toekomst ook eens zullen doen.


Portefeuillehouder Yeşildal begrijpt de achterliggende gedachte van de motie. Bij het vaststellen van het inrichtingsplan is gekozen voor een versterkte kwaliteitsimpuls voor de Langegeer waarbij stedelijk geld een vereiste is. De kosten bedragen 2,7 miljoen euro. Dat er veel weerstand was bij de commissies en bij de raad, heeft ertoe geleid dat er op een drietal onderdelen onderzoek is gedaan op basis van de motie van Leefbaar Rotterdam. De drie onderdelen waren: 1) de parkeerproblematiek, 2) de bomen en 3) de zitelementen. Op 17 januari 2008 wordt hierover een uitgebreide presentatie gegeven voor de commissie. De portefeuillehouder wil nog geen uitspraak doen over of de motie door het db wordt overgenomen of niet. Ook het verzoek om in overleg te treden met de wethouder zal nog nader overwogen worden, zoals ook de wijze van terugkoppeling naar de raad toe.


Tweede termijn


De heer Smit merkt op dat als wethouder Bolsius vindt dat het uiteindelijke oordeel bij de deelgemeente ligt, de beslissingen eenvoudiger zullen zijn. Hij vraagt zich af of er dan wel met de wethouder overlegd moet worden als de deelgemeente haar eigen beslissingen kan nemen.

De heer Van Lent verbaast zich over de reactie van de portefeuillehouder, omdat de motie al negen dagen bij het bestuur bekend is. Een reactie op de motie had voorbereid kunnen zijn. Spreker merkt op dat de motie breder gaat dan alleen de Langegeer, omdat voor een aantal projecten zowel de gemeente als de deelgemeente verantwoordelijk zijn. De uiteindelijke regie ligt bij de gemeente en dat is de reden dat de PvdA vindt dat de ontstane problematiek besproken moet worden met de wethouder. Er zullen duidelijke afspraken moeten komen om herhaling te voorkomen. Als er bijna drie miljoen wordt geïnvesteerd in een singel waar niemand blij van wordt, is dat verspild geld. Er is niet eerder een voorstel aan de raad gedaan om hen op te roepen tot het ontwikkelen van een ander plan. Spreker is van mening dat er aan de wethouder van te voren een aantal duidelijke alternatieven voorgelegd moet worden. De kritiek op het plan is niet nieuw. Vorig jaar is dit onderwerp al in de commissie besproken. Iedere partij heeft toen al zijn onvrede over het plan geuit.


Op verzoek van de heer Yeşildal schorst de voorzitter de vergadering voor nader overleg.


Na beraad met zijn collega’s deelt de heer Yeşildal mee dat de motie een heel duidelijke boodschap heeft. Er zal met de wethouder van Rotterdam op korte termijn een afspraak worden gemaakt om over de motie te praten. De resultaten van dit gesprek zullen naar de raad teruggekoppeld worden.


De voorzitter brengt de motie in stemming. De motie wordt unaniem aangenomen.


  1. Kaderstelling opbouwwerk


Eerste termijn


De heer Van Rijn kan zich vinden in de concept-nota Opbouwwerk. In de vorige commissievergadering werd door de PvdA geuit dat er aan BdF een rode kaart was gegeven. Dat betekende dat BdF niet meer in aanmerking zou kunnen komen voor het opstellen van een offerte. Als de kaderstellingen worden vastgesteld, zal er straks aanbesteed gaan worden voor een bedrag van meer dan 250.000 euro. Dat betekent dat er Europees aanbesteed moet worden, waarbij iedereen kan offreren. Er is dan geen onderscheid meer tussen organisaties. Spreker stelt de vraag hoe een projectgroep in het leven geroepen gaat worden die de offertes gaat beoordelen.

De heer Van Lent merkt op dat de PvdA in oktober al een aantal punten heeft genoemd die nog steeds van kracht zijn maar nog niet in de stukken zijn verwerkt. Spreker merkt op dat de heer Van Rijn wel refereert aan het concept opbouwwerk, maar over een aantal punten geen uitspraak doet. De heer Van Lent heeft in de kaderstelling een twaalftal punten verwerkt waarop hij graag een antwoord wil krijgen. Spreker leest de punten voor.

De heer Smit deelt mee dat hij tijdens de AZR-commissievergadering al het nodige heeft ingebracht. Spreker heeft zijn goedkeuring al gegeven om de concept-kaderstelling te gebruiken als basis. Er zal goed gekeken moeten worden naar de bevolkingssamenstelling binnen het opbouwwerk om te voorkomen dat er onderscheid tussen bepaalde groeperingen gemaakt gaat worden. Het gaat niet om jong of oud, religieus of niet, allochtoon of autochtoon; belangrijk is dat iedereen gelijk behandeld wordt.

Spreker vindt het niet vreemd dat er om de drie of vier jaar een aanbesteding wordt gedaan. Dat heeft het voordeel dat de organisatie intern en extern scherp wordt gehouden. Men moet zich continue bezighouden met de vraag of men bijvoorbeeld nog wel de juiste service optimaal verleend. Het kosten/baten-aspect speelt hierin een grote rol. Als men weet dat er om de paar jaar aanbesteed moet worden, zal de aanbieder steeds weer zijn marktwaarde moeten bepalen. Spreker stelt voor om deze basisprocedure door de raad te laten vaststellen. In het bedrijfsleven gebeurt het om dezelfde redenen niet anders.


Portefeuillehouder de heer Baruch merkt op dat hij met een behoorlijke waslijst aan het werk wordt gezet. Tevens constateert hij dat er grote steun is voor het voorstel. De raad is nauw betrokken geweest bij het beëindigen van de subsidierelatie met de huidige opbouwwerkorganisatie. Spreker kan zich voorstellen dat de raad ook in het vervolgtraject een belangrijke rol gaat spelen. In januari 2008 komt het vervolgtraject aan de orde. In dat vervolgtraject zal geprobeerd worden de genoemde wensen te verwerken, afhankelijk van de manier waarop de aanbesteding zal plaatsvinden. Hiervoor zijn verschillende mogelijkheden. Er zijn ook verschillende vormen van opbouwwerk. Het is niet ondenkbaar dat er meerdere opdrachten verstrekt worden, waarbij verschillende organisaties worden gevraagd om verschillende opdrachten uit te voeren. Het is nog maar de vraag of er met een organisatie een langdurige relatie aangegaan moet worden. Er is ook een mogelijkheid om met een organisatie tijdelijk een of meerdere trajecten te lopen waarna aanbesteding pas gaat plaatsvinden. Gezien de gecompliceerde materie zijn er op dit moment contacten met organisaties die gespecialiseerd zijn in het begeleiden van aanbestedingstrajecten. In januari ligt er waarschijnlijk een procedurevoorstel en de kaders zullen uiterlijk in februari beschreven zijn.

Spreker merkt op dat de heer Smit spreekt over het gelijkelijk verdelen van het opbouwwerk over alle groeperingen, terwijl de heer Van Lent aangeeft dat specifieke ondersteuning of het zogenaamde categorale opbouwwerk mogelijk moet zijn. Spreker vraagt of deze principiële discussie onderling besproken kan worden. Op grond van de overige opmerkingen is er voor de portefeuillehouder geen belemmering om aan de slag te gaan.


Tweede termijn


De voorzitter merkt op dat het de bedoeling is om tijdens deze vergadering de kaders voor het opbouwwerk in grote lijnen vast te leggen voor het db, zodat er naar verwachting op 13 maart 2008 de finale beslissing genomen kan worden.

De heer Van Rijn constateert dat hij nog geen antwoord op zijn vragen heeft gekregen. Europees aanbesteden gaat op basis van een aantal criteria waaraan moet worden voldaan. Eén daarvan is de voorwaarde om eens in de drie jaar opnieuw aan te besteden. Spreker wil van de portefeuillehouder antwoord op de vraag hoe men denkt over het Europees aanbesteden en hoe die aanbestedingsfase zal verlopen.

De voorzitter vraagt aan de heer Van Rijn of hij geen kaders stelt. De heer Van Rijn antwoordt hierop dat het Europees aanbesteden een van de kaders is.

Mevrouw Do Patrocinio signaleert een meningsverschil tussen de heren Smit en Van Lent. De heer Smit vindt dat er een gelijke behandeling moet plaatsvinden, terwijl de heer Van Lent ruimte laat voor het aanbieden van specifiek werk voor specifieke groepen. De heer Baruch vertaalt dat in categoraal werk. Om bepaalde doelgroepen te bereiken moet het wel duidelijk zijn dat sommige mensen in dienst genomen moeten worden die kennis hebben op een specifiek terrein. Spreekster is het er niet mee eens dat mensen in bepaalde hokjes geplaatst worden, maar wel dat er mensen in dienst genomen moeten worden met kennis van zaken.

De heer Tahiroğlu merkt hierover op dat er toch al opbouwwerkers in dienst zijn. Mevrouw Do Patrocinio antwoordt dat zij niet gaat bepalen welke opbouwwerkers kennis van zaken hebben. Zij weet vanuit de praktijk dat niet alle medewerkers in staat zijn te werken met alle groepen. De heer Tahiroğlu dacht mevrouw Do Patrocinio bedoelde dat de huidige opbouwwerkers in dienst genomen zouden moeten worden door de nieuwe organisatie. Mevrouw Do Patrocinio kent genoeg organisaties die de doelgroep niet bereiken.

De heer Van Lent reageert op de vraag van de heer Van Rijn over de aanbestedingsprocedure. Hij constateert dat de aanbestedingsprocedure geen kader is, maar opgelegd wordt. Spreker ziet weinig in het door de portefeuillehouder geschetste model. In dit model wordt geëxperimenteerd met verschillende groepjes. Uiteindelijk wil men toch naar een nieuwe kern van opbouwwerk waarin kennis van de wijk aanwezig is. Naar aanleiding van de discussie over het ‘categorale’ merkt spreker op dat het bekend is dat er specifieke kennis nodig is om iedereen te bereiken en om problemen op te kunnen lossen. Als voorbeeld noemt spreker een groep Antillianen op Katendrecht. Spreker is het met de heer Smit eens dat niet alle hulp naar een doelgroep moet gaan. De heer Smit reageert hierop met de opmerking dat hij bedoeld heeft dat de hulp ‘pro rata’ verdeeld gaat worden. Niet iedereen heeft dezelfde en evenveel aandacht nodig. Er zullen groepen zijn die meer aandacht nodig hebben dan andere. Er moet geen accent gelegd worden op een bepaalde groep. De heer Van Lent merkt hierover op dat - als dit al gebeurt - dit een politieke keuze moet zijn. Hij kan zich voorstellen dat er gerichte aandacht besteed wordt aan bijvoorbeeld de genoemde groep Antillianen. Mogelijk moet dat een apart traject worden, maar dat behoort niet tot de basis van het opbouwwerk. De heer Smit is het hier mee eens omdat meer zaken - zoals veiligheid - een rol gaan spelen.

De heer Van Lent vervolgt met de opmerking dat zijn fractie niet veel ziet in wisselingen van opbouworganisaties. Afgezien van de ingewikkelde procedure bestaat ook het gevaar dat kennis verloren raakt. Er vindt momenteel een jaarlijkse evaluatie en bijsturing plaats. Daardoor kan er op een dergelijk moment ook beslist worden of de organisatie weer mag aanbesteden. Criteria moeten helder zijn, evenals het definiëren van een eventuele wanprestatie. De heer Smit merkt op dat aanbesteden niet automatisch betekent dat er ook van organisatie veranderd wordt. Aanbestedingsprojecten zijn alleen maar bedoeld om de organisaties scherp te houden en de markt te verkennen. Aan andere partijen wordt tevens kenbaar gemaakt dat als situaties wijzigen, verandering kan optreden. In feite is er sprake van een commerciële afspraak die al dan niet voortgezet kan worden.


De heer Baruch constateert dat er een goede discussie tussen de heren Van Lent en Smit is geweest over wat het categorale opbouwwerk betekent. De fracties zijn er uitgekomen door het werk ‘pro rata’ te verdelen, waarbij voorkomen wordt dat er een bevolkingsgroep uitgelicht wordt en andere worden vergeten. In sommige gevallen kan een projectmatige aanpak een oplossing zijn. Spreker signaleert de wens om niet te veel te gaan experimenteren om geen onrust te zaaien bij de organisaties. Het is hem uit de commissie AZR bekend dat de bewoners tamelijk ongerust zijn over het vervolgtraject. Spreker kan die ongerustheid niet wegnemen, maar hoopt dat de organisaties wel zien hoe de raad zo goed mogelijk de kaders probeert vast te stellen. Spreker begrijpt dat er in de wijken weinig behoefte is aan veel wisselingen en zal ernaar streven om niet te experimenteren. Een groeimodel kan een optie zijn. De heer Baruch verwacht dat de discussie in januari of februari zal gaan over het genoemde achtste punt dat gaat over de verdeling van het opbouwwerk in sleutels. Dan kan de discussie gevoerd worden over welke de grootste problemen in de wijk zijn. Tenslotte bedankt spreker een ieder voor zijn bijdrage en betrokkenheid. In januari of februari zullen de kaders vastgesteld worden op basis van de gemaakte opmerkingen.

De heer Van Lent verzoekt vaart te zetten achter de procedure. Spreker vindt dat uiterlijk juni bekend moet zijn wat de nieuwe organisatie is om de onzekerheid bij de bewoners zoveel mogelijk beperken.


De voorzitter verzoekt dit onderwerp op 4 maart 2008 voor de AZR vergadering te agenderen, zodat op 13 maart 2008 tijdens de raadsvergadering de finale besluitvorming kan plaatsvinden.


  1. Ruimtelijke Economische Structuur Boulevard Zuid (RES)


De heer Van Vliet complimenteert de portefeuillehouder met de nota. Daarin staat een concrete visie beschreven die de komende jaren zeer bruikbaar zal zijn. Boulevard Zuid is een gebied waar veel problemen zijn, maar waar ook veel kansen liggen om te ontwikkelen. De visie geeft daar een goede aanzet toe. Spreker wil een aantal accenten aanbrengen om het beeld compleet te maken. De Boulevard Zuid is een winkelgebied van ongeveer 1,2 km lengte met een groot aantal vierkante meters winkeloppervlak. De PvdA-fractie is benieuwd naar de verhouding tussen het winkeloppervlak en de omgeving, in het bijzonder in verhouding tot de bewoners achter de boulevard en hun koopkracht. De indruk bestaat dat het winkelgebied aan de lange kant is. Spreker stelt de vraag of hier creatief naar gekeken kan worden en dan vooral naar de Groningerstraat waar mogelijk een sporthal in combinatie met een horecavoorziening gerealiseerd kan worden. Gedacht wordt aan een feestzaal. Spreker kan zich voorstellen dat de portefeuillehouder ook met een aantal ideeën zal komen op het moment dat hij daar onderzoek naar doet.

Spreker merkt op dat er competitieve verhoudingen zijn tussen de boulevard en de winkels op de Groene Hilledijk. Er zal naar een balans tussen de twee winkelgebieden gezocht moeten worden.

De PvdA-fractie heeft geconstateerd dat er momenteel een drukke straat door de Groene Hilledijk loopt en vraagt zich af of er een onderzoek gedaan kan worden naar de haalbaarheid van een wandelpromenade.

De heer Tahiroğlu interrumpeert met de opmerking dat GroenLinks in het verleden daar een motie over heeft ingediend. Toen is gezegd dat de ondernemers daar niet positief tegenover staan. Spreker staat hier nog steeds achter.

De heer Van Vliet vervolgt zijn betoog met de opmerking dat het voorstel van de heer Tahiroğlu mogelijk in het onderzoek meegenomen kan worden. Hij benadrukt dat de mening van de ondernemers heel belangrijk is. Zij zullen zeker eerst hun mening moeten geven over de realisatie van een wandelpromenade. Een wandelpromenade kan eventueel uitgebreid worden naar de Boulevard Zuid. Uiteraard zal een dergelijke wijziging verkeerstechnisch haalbaar moeten zijn.

De PvdA-fractie heeft signalen ontvangen dat de huren op de Boulevard Zuid kunnen oplopen tot twee à drieduizend euro. De reden hiervoor kan zijn dat er sprake is van een A-locatie. Spreker kan deze classificatie niet rijmen met de problematiek op de boulevard. De A-status wordt bepaald door de vastgoedondernemers. De fractie dient over dit onderwerp een motie in.

De heer Van Vliet leest de motie voor. Spreker voegt hieraan toe dat het de bedoeling is om de problematiek in nauw overleg met het db te bespreken. De PvdA-fractie juicht van harte toe dat in de structuurvisie wordt beschreven dat er samenwerking is met het OBR. Men is benieuwd in hoeverre het OBR aan de kant van de deelgemeente staat om de problematiek aan te pakken.

De heer Van Rijn merkt op dat hij op verschillende bijeenkomsten is geweest en constateert dat de boulevardkwestie al jaren speelt. Het onderzoek naar de realisatie van een sporthal op de Groningerstraat heeft al plaatsgevonden. De bewonersorganisatie Hillesluis is daar nog steeds positief over.

De heer Van Vliet interrumpeert met de opmerking dat ook zijn fractie met de bewonersorganisatie Hillesluis heeft gesproken. Het doel van het onderzoek is om te kijken of een sporthal te realiseren is.

De heer Van Rijn vervolgt zijn betoog met de opmerking dat een dergelijk onderzoek al heeft plaatsgevonden. Spreker heeft zelfs tekeningen bij het OBR gezien. Desondanks is de sporthal er tot nu toe niet gekomen. Het was eenvoudiger geweest om aan de portefeuillehouder te vragen dit onderzoek weer boven tafel te halen.

De heer Van Vliet merkt op dat als er al een onderzoek ligt, er geen nieuw onderzoek gedaan hoeft te worden. Hij neemt de suggestie van de heer Van Rijn graag over.

De heer Van Rijn heeft de indruk dat de panden die momenteel leegstaan, in het bezit zijn van ontwikkelaars die graag de hoofdprijs willen ontvangen. Leefbaar Rotterdam heeft indertijd aan de portefeuillehouder gevraagd om daar maatregelen voor te nemen. Het is de bedoeling dat de boulevard mooi en aantrekkelijk wordt. Spreker vindt dat de portefeuillehouder met het OBR om de tafel moet gaan zitten om te bespreken dat de panden op de boulevard verhuurd gaan worden aan ondernemers die de deelgemeente er wil hebben. Het kan zijn dat er daardoor een financiële dekking van de Coolsingel moet komen.

De heer Smit merkt op dat er onlangs in de commissie AZR al uitgebreid is gesproken over de Boulevard Zuid. Hij neemt aan dat de opmerkingen en de vragen meegenomen zijn, zodat die niet meer herhaald hoeven worden. Spreker constateert dat de boulevard een A-locatie is. Overal waar een dergelijke locatie is, wordt men geconfronteerd met hogere huren. Waarom die huren zo hoog zijn zal aan de verhuurders gevraagd moeten worden. Het is niet de bedoeling om er een B-locatie van te maken zodat de huren lager worden.

De heer Van Lent interrumpeert met de opmerking dat als de RES goed wordt gelezen, er blijkt dat het geen A-locatie meer is. Een A-locatie is een winkelcentrum met een regionale functie. In de RES staat dat de Groene Hilledijk inmiddels een groot wijkwinkelcentrum is met ongeveer 40.000 bezoekers per jaar. Dat betekent dat de economische draagkracht van de buurt om andere huren vraagt. Momenteel zijn die niet meer in overeenstemming met elkaar.

De heer Smit vindt dat deze constatering dan eerst onderzocht moet worden.

De heer Tahiroğlu is het met de PvdA eens dat de Boulevard Zuid helaas geen A-locatie meer is qua huisvesting. Wel qua problematiek. Tijdens de commissievergadering heeft spreker duidelijk positieve veranderingen geconstateerd. De fractie van GroenLinks is positief over de nota. Spreker wil benadrukken dat de ondernemingen niet afhankelijk moet worden van de ‘grote broers’ die zich daar gaan vestigen zoals de Mediamarkt en de HEMA. De ondernemers op de boulevard zullen zelf de kracht in hun bestaan moet vinden waardoor het voor bezoekers aantrekkelijk wordt om hun winkel te bezoeken in plaats van met de tram naar de Coolsingel te gaan. Spreker hoopt dat ook de twee moties van GroenLinks, namelijk Groene Beijerlandselaan en Kadobomen als ondersteuning gebruikt kunnen worden. Een sfeervol en groen winkelcentrum en een wandelpromenade nodigt bezoekers uit om te gaan winkelen. Een grote keten als Mediamarkt geeft die uitstraling niet, zoals in het Entrepotgebied herhaaldelijk is gebleken.


Portefeuillehouder Kronenberg bedankt de fracties voor de complimenten over de nota en voegt eraan toe dat de opmerkingen die in de commissie AZR zijn gemaakt, meegenomen worden. Spreker beantwoordt de verschillende vragen als volgt:

  • De opmerking over de sportzaal is ook door de bewonersorganisatie van Hillesluis gemaakt. Er is toegezegd er serieus mee om te gaan, omdat er in de wijk behoefte blijkt aan een sportzaal. Bij de ontwikkelingen rondom de Groningerstraat zal dit punt meegenomen worden.

  • Met betrekking tot de hoge huren van de A-locatie merkt spreker op dat op bladzijde 13 van de nota te lezen is dat het potentieel aanwezig is om van de Boulevard Zuid een volwaardige straat te maken die enerzijds een betekenis heeft voor de lokale bevolking en anderzijds voor het buitengebied. Bij 14.000 bezoekers ten opzichte van het aantal beschikbare vierkante meters blijkt dat het gebied het goed aan kan. Spreker voegt hieraan toe dat er boven ondernemingen als Mediamarkt woningen worden gebouwd, waardoor er meer bewoners zullen gaan winkelen. Het vergoten van winkeloppervlakten zal niet alleen plaats gaan vinden door het aantal vierkante meters te verhogen, maar ook door het samenvoegen van bestaande winkelpanden. Daardoor kunnen de huren van de A-locatie gerelateerd worden aan de beschikbare oppervlakte. De huren zijn momenteel te hoog omdat ze gekoppeld zijn aan een te lage omzet. Met de RES wordt op allerlei manieren geprobeerd om het aantal passanten op het winkeleiland en de spiegeling daarvan te verhogen, waardoor de omzet vergroot wordt. Een andere poging om de boulevard economisch te laten floreren is de bereikbaarheid te vergroten. Fundamenteel wordt bekeken hoe de ontsluiting van het gebied en het parkeren verbeterd kan worden ten opzichte van de wandelambitie die geldt voor de hele boulevard. Enerzijds wordt bekeken hoe men per openbaar vervoer, de auto, de fiets het gebied kan bereiken, anderzijds is er de wens voor meer bomen en een wandelpromenade. In de toekomst zal hiertussen een balans gevonden moeten worden. De wens van een wandelpromenade staat hoog op de agenda; niet alleen voor de Groene Hilledijk, maar ook voor de boulevard. Ook de bewonersorganisatie van Hillesluis vindt dat er een balans gevonden moet worden tussen het aantal bezoekers aan de winkels uit de wijk zelf en het aantal dat van buiten komt. Ook hier is sprake van een regionale functie.

  • De motie Groen in de Beijerlandselaan zal verwerkt worden, evenals de motie over de Kadobomen. Dit laatste voorstel geldt voor de hele deelgemeente.

  • Over de motie Aanpak woekerhuren Boulevard Zuid merkt spreker op dat er inderdaad lege panden zijn waar een hoge huur voor wordt gevraagd. Er vinden momenteel al acties plaats om het voor ondernemers aantrekkelijker te maken om te huren. Soms komen daar huurgroeimodellen uit. Er zijn contacten met het OBR om uit de problematiek te komen. Spreker verwacht dat hiermee de motie afgedaan kan worden.


Tweede termijn


De heer Van Vliet is zeer tevreden met de beantwoording van de portefeuillehouder, in het bijzonder wat betreft de sportzaal en de wandelpromenade. Het blijkt dat de portefeuillehouder met een pakket maatregelen komt om de huidige situatie van de hoge huren in de A-locatie te verbeteren. Het feit dat er een dergelijk pakket maatregelen nodig is, geeft al aan dat er niet gesproken kan worden over een volwaardige A-locatie. Gezien het aantal maatregelen dat de portefeuillehouder heeft genoemd, zou de motie voor een gedeelte hiermee afgedaan kunnen worden. Spreker wijst erop dat in de motie ook de mogelijkheid wordt geopperd om panden op te kopen op het moment dat men te maken krijgt met minder goed meewerkende pandeigenaren. De PvdA-fractie vindt dat in dergelijke gevallen alle mogelijke stappen ondernomen moeten worden om ervoor te zorgen dat het gebied verbeterd wordt. Goedschiks of kwaadschiks.

De heer Smit komt terug op de betiteling A-locatie. Het is nog niet duidelijk of het nu wel of geen A-locatie is. Er moet voor gewaakt worden dat het een B-locatie wordt met lagere huren, want dan zullen bedrijven als Mediamarkt het mogelijk laten afwegen. Spreker zal bij de motie een stemverklaring afleggen.

De heer Tahiroğlu vraagt aan de heer Van Vliet of de motie gehandhaafd blijft. De heer Van Vliet bevestigt dit. De heer Tahiroğlu vervolgt met de opmerking dat er indertijd huurproblemen waren met de Persoonshal en de Afikaanderhal. Hoewel spreker er niet op tegen is, vraagt hij zich af of er wel behoefte is aan een sporthal. De heer Van Vliet interrumpeert met de opmerking dat er niet alleen over een sporthal is gesproken, maar over een sporthal annex feestzaal. Het is bekend dat er een tekort aan feestzalen is. De heer Tahiroğlu is het met de kern van deze opmerking eens. Zijn fractie pleit er voorts voor dat op de Beijerlandselaan het autoverkeer ondergeschikt gaat worden en het wandelen, het fietsen en het openbaar vervoer de boventoon gaan voeren. Spreker vraagt tenslotte om de entree bij de Beijerkoppen en andere belangrijke aanrijgebieden wat meer allure te geven.

Mevrouw Noël-Arnold is verheugd dat de heer Van Vliet het eens is met Leefbaar Rotterdam wat betreft de leegstaande panden.

De heer Achbar vraagt of er bij een onderzoek naar de wenselijkheid van sporthallen ook gekeken kan worden naar het type sporthal. Er is behoefte om bepaalde sporten - zoals Boxing-82 - uit te oefenen waar de standaard sporthallen niet geschikt voor zijn.


De heer Kronenberg vraagt om een korte schorsing omdat de motie is aangehouden.


Na de schorsing neemt de heer Kronenberg het woord en beantwoordt de vragen:

  • Met betrekking tot de gymzalen zal er gekeken worden welke relatie er is ten opzichte van behoefte en de afstand. De opmerking van de heer Achbar zal hierin meegenomen worden.

  • Ten aanzien van de bereikbaarheid zal een balans gevonden moeten worden. Er zijn ook ondernemers die per auto bereikt willen worden.

  • Aan de allure van de entrees zal aandacht besteed worden. Ook het Slaghekplein en Randwegplein komen hiervoor in aanmerking.

  • De portefeuillehouder gaat graag in de geest van de motie aan de slag. Als er te weinig kennis is over welke instrumenten er ingezet worden om de problematiek van de boulevard het hoofd te bieden, wil spreker daar graag informatie over geven. Wat hem betreft is de motie overbodig.


De heer Van Vliet zou graag meer willen weten over welke instrumenten er ingezet gaan worden en met welke frequentie. Dit zegt de heer Kronenberg toe.

Aangezien er gehandeld wordt in de geest van de motie en de toezegging is gedaan over meer informatie, trekt de PvdA-fractie de motie in.


De voorzitter brengt de nota in stemming. De raad is unaniem (18 stemmen voor). De nota is aangenomen.


10. Horecanota 2007-2011


De voorzitter geeft aan de heer Kronenburg het woord, omdat de nota op verzoek van Leefbaar Rotterdam al in alle commissies besproken is.


De heer Kronenberg legt uit dat de Horecanota tot stand is gekomen door gesprekken te voeren met allerlei partners in de wijken. Daar zijn zowel ondernemers als raadsleden bij betrokken geweest. Er is een deelgemeentelijke kleuring aan gegeven op basis van wat al in april 2007 op het gemeentehuis is vastgesteld. De concept-nota is in alle commissies aan de orde geweest, die alle positief geadviseerd hebben. De commissie Bloemhof-Noordereiland heeft een viertal extra onderwerpen ingediend. Spreker zal deze bespreken:

  • De wenselijkheid van het verminderen van het aantal seksinrichtingen en hun zichtbaarheid. Ingrijpen blijkt een stedelijke bevoegdheid te zijn. In de briefwisseling met de burgemeester zal de portefeuillehouder de genoemde wenselijkheid beschrijven.

  • Hetzelfde geldt voor de ‘verlaatjes’ in de ‘hotspotgebieden’. Deze problematiek zal met de burgemeester worden besproken.

  • Er is om een onderzoek gevraagd naar de mogelijke realisatie van een horecagelegenheid op het Jan Elenveld. In de nota staat een mogelijke horecavoorziening in dit gebied beschreven.

  • Met wijkgerichte clustering van horecagelegen op de Dordtselaan en de Strevelsweg is de portefeuillehouder het geheel eens.

Alle andere opmerkingen in de commissies zullen meegenomen worden in het horecabeleid.


De voorzitter deelt mee dat de heer Dekkerş de vergadering heeft verlaten wegens andere verplichtingen.


De heer Tahiroğlu noemt de nota een positief stuk waarbij het gaat om herijking van het bestaande beleid. Zijn fractie zal met de nota instemmen. Spreker vindt dat de horeca vanuit een positieve invalshoek benaderd moet worden. Als er meer aandacht kan komen voor het verminderen van de seksgelegenheden, is de fractie daar tevreden mee.

De heer Van Vliet is ook positief over de nota. Als meedenkende fractie merkt hij het volgende op:

  • Bij de seksinrichtingen gaat het volgens de PvdA-fractie niet alleen om het verminderen en de zichtbaarheid, maar ook over vergunningverlening in de toekomst.

  • Tijdens de commissievergadering van Bloemhof-Noordereiland is gesproken over een horecagelegenheid. Spreker herinnert eraan dat de raad unaniem een initiatief van de bewoners van het Noordereiland heeft aangenomen. Een eventuele horecagelegenheid zal in overeenstemming moeten zijn met dat initiatief. Zo niet, dan ziet de PvdA-fractie er geen horecagelegenheid komen.

  • Spreker is het eens met het verminderen van het ‘verlaatje’.

  • De clustering van horecagelegenheden op de Dordtselaan en de Strevelsweg betekent volgens de fractie dat er geen consolidatie plaatsvindt, maar vermindering. Er wordt gestreefd naar wijkgerichte functies, zodat de wijkoverstijgende functies zullen vervallen.

  • De PvdA-fractie is bezorgd over het feit dat er in de Oranjeboomstraat horecaondernemers gaan verhuizen vanwege de sloop van woningen of renovatie. De fractie is van mening dat de horeca in het gebied een belangrijke functie heeft. Zij vraagt de deelgemeente om nieuwe locaties aan te wijzen.


De heer Blanken weet dat in het Motorstraatgebied - waar een grote woontoren gebouwd gaat worden - ook een horecaplein gepland is. Spreker wil graag weten of dit waar is. In de nota staat daar niets over beschreven.


Portefeuillehouder Kronenberg verzoekt om een korte schorsing.


Na de schorsing beantwoordt de heer Kronenberg de vragen:

  • De heer Tahiroğlu heeft gelijk als het gaat om de positieve invalshoek die de nota uitstraalt ten opzichte van de nota 2001-2006. De nota is meer vanuit ‘kansen’ geschreven.

  • Er zullen niet meer seksinrichtingen komen.

  • De portefeuillehouder weet dat de raad een bewonersinitiatief heeft aangenomen. Het gaat erom dat het past in een ontwikkeling van een bepaald gebied, zo ook voor het Jan Elenveld of de Heflocatie.

  • Op 14 januari 2008 is er samen met de deelgemeente Charlois een informatieavond over het Hart op Zuid. In de horecanota is te lezen datnaast het consolidatiebeleid,ook op het gebied van planvorming en ontwikkeling van de horeca er eventueel mogelijkheden zijn.

  • De portefeuillehouder wil graag weten wie de specifieke horecaondernemer is die vanwege herstructurering weg zou moeten. De afspraak is dat er alternatieven moeten worden aangeboden.


De voorzitter brengt de nota in stemming. De raad stemt unaniem in. Zeventien leden zijn voor de nota. De nota is aangenomen.


11. Begrotingswijziging 2007-2008

De voorzitter deelt mee dat het om een technische wijziging gaat ten gevolge van een eerdere besluitvorming.

De raad stemt hier unaniem mee in.


12. Rondvraag en sluiting

De heer Van Rijn komt terug op zijn mededeling over de nominatie van kindertuin de Teil voor de Koninklijke onderscheiding voor de ‘Appeltjes van Oranje’. Spreker vindt dat er vanuit de deelgemeente positieve aandacht aan moet worden besteed, bijvoorbeeld door een brief te sturen of door het plaatsen van een bericht in de krant.


De heer Van Vliet stelt een aantal vragen:

  • Willen de collegepartijen nog eens kijken naar het onderzoek van de Rekenkamer in het Eat & Meet-gebied?

  • Kan er aandacht komen voor de terrasvorming op de Pretorialaan en niet alleen op de Paul Krugerstraat?

  • Wordt er een garage gebouwd aan de Hillelaan? Deze garage zou geen plintfunctie krijgen, terwijl die midden in het Eat & Meet-gebied komt te staan.

  • Een aantal werkloze jongeren is positief in het nieuws geweest. Zij worden de ‘oren en de ogen’ van de wijk genoemd. Het is een initiatief van Vestia. Is het mogelijk daar een kwartaalrapportage van te ontvangen?


De heer Çakir stelt een vraag aan de heer Yeşildal. Is het de bedoeling dat er bij de Putselaan langs de trambaan nog hekken zullen komen?


De heer Tahiroğlu merkt op dat de vragen over Eat & Meet en de terrassen ook geagendeerd kunnen worden voor de commissievergadering Afrikaanderwijk.

Spreker vraagt of er iets meer bekend is over de afwezigheid van mevrouw Oudshoorn. De voorzitter antwoordt dat zij in gesprek met de wethouders is. De heer Tahiroğlu vraagt zich af of die bespreking belangrijker is dan de deelraadsvergadering.


De griffier vraagt aandacht voor de enquête over de financiële verantwoording van de deelgemeente. Deze enquête is door de Rekenkamer verspreid. Tot nu toe is daar slechts een reactie opgekomen.

De Rekenkamer is een duur instrument waar optimaal gebruik van gemaakt moet worden. Spreker heeft de enquête gisteren nogmaals naar de raad gestuurd. De inzendtermijn is verlengd. Het verzoek is om de enquête vóór 14 januari 2008 in te vullen en te verzenden.


De heer Van Vliet merkt op dat zijn e-mailbox weer vol is. Hij geeft na de vergadering graag een alternatief e-mailadres. De griffier antwoordt dat de enquête morgen ook in de postbakjes gelegd zal worden.


De voorzitter geeft het woord aan het db.


De heer Baruch antwoordt op de vraag van de heer Van Rijn dat hij morgen langs kindertuin de Teil gaat. Daarnaast zal hij positieve aandacht aan de nominatie schenken.

Op de vraag van de heer Van Vliet over de ‘ogen en oren’ van de wijk antwoordt spreker dat hij het een en ander op papier zal laten zetten. Het is de vraag of kwartaalrapportage wel de juiste vorm is.


De heer Yeşildal antwoordt op de vraag van de heer Van Vliet dat hem geen garage bekend is op de Hillelaan. Er komt geen parkeergarage aan de Hillelaan. Hij vermoedt dat het gaat over de Posthumalaan met de Rijnhavengarage. Met de bouw zal vermoedelijk in 2009 gestart worden. Het wordt een ondergrondse garage voor 1500 parkeerplaatsen die loopt van Rijnhaven naar de Wilhelminapier. Er is hier geen sprake van een plintfunctie.


Op de vraag van de heer Çakir antwoordt spreker dat hij afgelopen vrijdag met de werf heeft gesproken. De slalomhekken zullen weer geplaatst worden zoals dat in de oude situatie het geval was. Spreker heeft naar aanleiding van drie ernstige ongevallen met dodelijke afloop een gesprek aangevraagd bij de RET. Na dat gesprek zal er verslag worden gedaan in de commissie.


De voorzitter wenst de aanwezigen een zalig kerstfeest, een offerfeest en een gezond 2008 toe. Spreker nodigt de aanwezigen uit voor een drankje en een hapje. Hij sluit de vergadering om 22.45 uur.


17






Zoeken
Uitgebreid zoeken