Direct naar hoofdmenu / zoekveld

Verordening burgerinitiatief Kralingen-Crooswijk

Verordening Burgerinitiatief Deelgemeente Kralingen-Crooswijk


Artikel 1: Begripsomschrijving

In deze verordening wordt verstaan onder:

  1. deelgemeentebestuur: ieder bevoegd orgaan van de deelgemeente Kralingen-Crooswijk;

  2. deelraad: de deelraad van de deelgemeente Kralingen-Crooswijk;

  3. voorzitter: de voorzitter van de deelraad Kralingen-Crooswijk;

  4. DB: het dagelijks bestuur van de deelgemeente Kralingen-Crooswijk;

  5. burgerinitiatief: een gemotiveerd schriftelijk voorstel van een initiatiefnemer voor een door de deelraad te nemen besluit;

  6. initiatiefnemer: ingezetene die het burgerinitiatief indient;

  7. ingezetene: degene die op de dag van indiening 14 jaar of ouder is en in de deelgemeente Kralingen-Crooswijk woonachtig is.


Artikel 2: Geldigheid burgerinitiatief

  1. De voorzitter toetst de geldigheid van het burgerinitiatief.

  2. De voorzitter bericht de deelraad en de initiatiefnemer(s) binnen 2 weken na indiening
    van het burgerinitiatief of het burgerinitiatief voldoet aan de eisen bedoeld in de artikelen van deze verordening en of sprake van is van eventuele uitsluitingsgronden als bedoeld in artikel 3.

  3. Indien een burgerinitiatief niet voldoet aan de eisen bedoeld in artikel 4, dan stelt de voorzitter de initiatiefnemer(s) gedurende een termijn van ten hoogste vier weken in de gelegenheid om de vastgestelde gebreken te herstellen. De voorzitter stelt de deelraad hiervan terstond in kennis.

  4. Indien de voorzitter het burgerinitiatief negatief toetst op grond van artikel 3 sub a, zal het burgerinitiatief worden doorgezonden aan het betreffende bestuursorgaan.


Artikel 3: Uitgesloten onderwerpen

Een burgerinitiatief kan niet worden ingediend over de volgende aangelegenheden:

  1. de uitvoering van besluiten van hogere bestuursorganen waaromtrent de deelraad geen beleidsvrijheid heeft;

  2. het vaststellen van de (ontwerp programma) begroting en de jaarrekening;

  3. geldelijke voorzieningen voor ambtsdragers, gewezen ambtsdragers dan wel hun nagelaten betrekkingen of hun rechthebbenden;

  4. benoemingen van personen en functioneren van personen;

  5. een bezwaar in de zin van hoofdstuk 7 van de Algemene wet bestuursrecht tegen een besluit van het deelgemeentebestuur;

  6. onderwerpen die in de gemeentelijke referendumverordening zijn uitgesloten van een referendum;

  7. een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht over een gedraging van het deelgemeentebestuur;

  8. voorstellen die al eerder door de deelraad zijn behandeld en waarin zich geen nieuwe feiten hebben voorgedaan.


Artikel 4: Voorwaarden

  1. Het burgerinitiatief bevat een voorstel aan de deelraad voor een door de deelraad te nemen besluit.

  2. Het burgerinitiatief wordt schriftelijk ingediend bij de voorzitter.

  3. Het burgerinitiatief dient te worden gesteund door tenminste 50 ingezeten voor zover het een initiatief betreft met een wijkgericht karakter en door tenminste 25 ingezetenen voor zover het een initiatief betreft met een buurtgericht karakter.

  4. Het burgerinitiatief bevat ten minste:

  1. een nauwkeurige omschrijving van het voorstel;

  2. het door de deelraad te nemen besluit;

  3. een toelichting op het burgerinitiatief;

  4. achternaam, de voornamen, het adres, de geboortedatum en de handtekening van de initiatiefnemer(s) en alle ingezetenen die het initiatief ondersteunen.


  1. Indien uit de realisering van het burgerinitiatief kosten voortvloeien, wordt daarvan door de initiatiefnemer(s) een globale raming gegeven.

  2. Digitale handtekeningen zijn niet geldig.


Artikel 5: Agendering

  1. De deelraad agendeert het burgerinitiatief voor de eerstvolgende vergadering na ontvangst van het bericht als bedoeld in artikel 2, lid 2.

  2. De voorzitter nodigt de verzoeker schriftelijk uit voor de deelraadsvergadering waarvoor het burgerinitiatief is geagendeerd. De verzoeker of zijn gemachtigde heeft tijdens deze vergadering de gelegenheid om het burgerinitiatief mondeling nader toe te lichten.

  3. De deelraad kan besluiten om over een burgerinitiatief het advies in te winnen van een commissie en/of het Dagelijks Bestuur. Het advies dient binnen een termijn van 4 weken te worden uitgebracht.


Artikel 6: Bekendmaking

  1. Zo spoedig mogelijk nadat de deelraad over het burgerinitiatief een besluit heeft genomen wordt dit besluit op de in de deelgemeente Kralingen-Crooswijk gebruikelijke wijze ter openbare kennis gebracht.

  2. Tegelijkertijd met de bekendmaking wordt van het besluit mededeling gedaan aan de initiatiefnemer(s).


Artikel 7: Jaarverslag

De voorzitter brengt in het burgerjaarverslag over elk jaar een verslag uit over de werking van het recht van burgerinitiatief in de praktijk


Artikel 8: Slotbepaling

  1. Deze regeling kan worden aangehaald als ‘Verordening Burgerinitiatief Deelgemeente Kralingen-Crooswijk’.

  2. De regeling treedt zes weken na de bekendmaking in werking.


Aldus vastgesteld in de openbare vergadering

van de deelraad van Kralingen-Crooswijk, die

gehouden is op 15 september 2005

de griffier, de voorzitter,




C.A.H. Oosterhoff G.A.M. Schuiling

Artikelsgewijze toelichting


Artikel 1


De Verordening burgerinitiatief Deelgemeente Kralingen-Crooswijk biedt het formele kader om initiatieven van burgers op de deelraadagenda te krijgen. In de definitie van het burgerinitiatief zijn de kern-elementen weergegeven. Het element “gemotiveerd schriftelijk voorstel” is van procedurele aard zodat een goede behandeling in de deelraad kan worden gegarandeerd. Dit wordt uitgewerkt in artikel 4.
Het burgerinitiatief maakt een inbreuk op het uitgangspunt dat de deelraad zijn eigen agenda opstelt. Deze inbreuk is daarom alleen gerechtvaardigd als het burgerinitiatiefvoorstel ook daadwerkelijk door een bepaald gedeelte van de ingezetenen van 14 jaar en ouder wordt gedragen.



Artikel 2


Ingevolge artikel 50, lid 1 onder c van de deelgemeenteverordening, ziet de voorzitter toe op de kwaliteit van procedures op het vlak van burgerparticipatie. Door het burgerinitiatief te laten indienen bij de voorzitter is de voorzitter van meet af aan verantwoordelijk voor de procedure. De voorzitter is daarom degene die toetst of de initiatiefnemer een geldig verzoek heeft ingediend dat voldoet aan de voorwaarden van artikel 4 en 5. Bijkomend voordeel is dat de voorzitter in Kralingen-Crooswijk bij de vergaderingen van het presidium aanwezig is, zodat ook over de concept agendering voor de raadsvergadering geen onduidelijkheid kan ontstaan.

In dit artikel is ook vastgelegd dat de voorzitter binnen 2 weken de deelraad informeert over het ingediende initiatief en dat de initiatiefnemer zijn aanvraag kan completeren.

Verzoeken waarover de deelraad niet bevoegd is, zal de voorzitter doorzenden naar het bevoegde bestuursorgaan. In veel gevallen zal dit het DB zijn. Toch is gekozen voor de ruimere term “bestuursorgaan” zodat ook naar provincie of waterschap kan worden doorverwezen.


Artikel 3


De beperkingen die dit artikel stelt aan de inhoud van een burgerinitiatief vloeien vooral voort uit doelmatigheidsoverwegingen. Het is bijvoorbeeld weinig zinvol om de deelraad te belasten met de beraadslaging over een onderwerp waarover hij uiteindelijk geen beslissende bevoegdheid heeft. De afstand tussen burger en bestuur zou alleen maar worden vergroot als de burger na het doorlopen van de burgerinitiatiefprocedure te horen krijgt dat de deelraad niets met het burgerinitiatief kan doen, omdat hij er niet over gaat.

Hoofdstuk XIII van de Gemeentewet richt zich op het stimuleren van een goed financieel beheer. Dit door in strikte bepalingen het vaststellen van de begroting en de jaarrekening vast te leggen. In de voor deelgemeenten van toepassing zijnde deelgemeenteverordening is dit eveneens in hoofdstuk 15 vastgelegd. Hier worden onder andere eisen aan de te nemen besluiten gesteld en termijnen waarbinnen een en ander moet plaatsvinden neergelegd. Het is niet de bedoeling dat een burgerinitiatief deze (wettelijke) procedures doorkruist.

De geldelijke voorzieningen voor ambtsdragers, gewezen ambtsdragers dan wel hun nagelaten betrekkingen of hun rechthebbenden, de benoemingen en het functioneren van personen zijn uitgesloten van het burgerinitiatief. Het burgerinitiatief kan de belangen van betrokken personen in deze gevallen al dan niet in de uitoefening van hun ambt of functie schaden.

Onderwerpen die in de gemeentelijke referendumverordening zijn uitgesloten van een referendum. Hiermee wordt voorkomen dat het burgerinitiatief wordt gebruikt om reeds gevoerde discussies eindeloos over te doen of als klachtinstrument. Dit zou de besluitvorming in de deelraad te zeer kunnen frustreren.


Artikel 4

Het is uit praktische overwegingen zoals uniformiteit, overzichtelijkheid en duidelijkheid raadzaam om indiening van een burgerinitiatiefvoorstel plaats te laten vinden door middel van een standaardformulier voor burgerinitiatieven. Om fraude met namen te voorkomen wordt naar personalia gevraagd als adres en geboortedatum. Met name dat laatste gegeven kan niet aan openbare bronnen als telefoonboeken worden ontleend. Het standaardformulier wordt ondertekend door de indiener en zijn/haar plaatsvervanger/gemachtigde. Daarnaast worden in een bijlage ondersteuningsverklaringen opgenomen ( tenminste 150 namen, adressen, geboortedata en handtekeningen) Op grond van deze gegevens kan de voorzitter onderzoeken of het verzoek de steun van voldoende daartoe gerechtigde personen heeft.



Artikel 5


In de eerstkomende vergadering na ontvangst van het bericht van de voorzitter agendeert de deelraad het initiatief. Zodra het burgerinitiatief geplaatst is op de deelraadagenda, dan zal de deelraad zich in ieder geval moeten uitspreken over de behandeling van het burgerinitiatief.

De burger moet erop kunnen vertrouwen dat de voorzitter zijn voorstel zo spoedig mogelijk toetst aan de vereisten en dat de deelraad een besluit neemt over de behandeling.

In principe zal een burgerinitiatief direct in de deelraad behandeld dienen te worden. In een enkel geval kan het zo zijn dat de deelraad voorafgaand aan zijnbesluitvorming advies van een deelraadscommissie, van het Dagelijks Bestuur of van beide wenst in te winnen.


Artikel 6


Een genomen besluit op het burgerinitiatief moet gepubliceerd worden op de deelgemeentepagina van een weekblad en op de website van de deelgemeente.

Uiteraard dienen de initiatiefnemers eveneens van het besluit in kennis gesteld te worden.


Artikel 7


De deelraad kiest er voor om in een regeling over het burgerinitiatief de voorzitter te verplichten om jaarlijks een verslag over het burgerinitiatief in zijn burgerjaarverslag op te nemen. Hierbij valt te denken aan getalsmatige gegevens (aantal ingediende, aantal toegewezen en aantal afgewezen burgerinitiatieven) en aan een beknopt overzicht van de inhoud van de burgerinitiatieven, de besluiten van de deelraad op de burgerinitiatieven en de motivering op grond waarvan de deelraad tot deze besluiten is gekomen.



Conceptverordening burgerinitiatief Deelgemeente Kralingen-Crooswijk

Versie 6-12-2010 4 / 4



Zoeken
Uitgebreid zoeken