
Dagelijks Bestuur Deelgemeente Kralingen-Crooswijk
Per e-mail
Kralingen-Crooswijk, 6 juli 2006
Onderwerp: Schriftelijke vragen m.b.t. rapport volkstuintjes
Geacht bestuur,
De Rekenkamer Rotterdam is in haar rapport inzake de volkstuintjes zeer kritisch over de deelgemeenten in hun houding ten opzichte van het volkstuin-beleid. De Rekenkamer stelt dat:
-
De deelgemeenten nauwelijks weten waarom zij jaarlijks een huurverhoging doorrekenen;
-
Geen enkele deelgemeente een over duidelijke toekomstvisie voor de volkstuincomplexen beschikt;
-
Er geen “geldpotje” wordt gereserveerd voor grootonderhoud aan de complexen;
-
De deelgemeenten nauwelijks op de hoogte zijn hoe het met het onderhoud van de complexen is gesteld;
-
De deelgemeenten geen idee hebben of bij de diverse complexen winst wordt gemaakt;
Daarnaast constateert de Rekenkamer dat de Dienst Sport en Recreatie beschikt over de exacte informatie met betrekking tot de status van onderhoud en winstgevendheid van de complexen. Hiermee wordt dus sterk gesuggereerd dat er geen communicatie op dit onderwerp is tussen de Dienst en de Deelgemeenten.
Het College van B&W laat in een reactie weten de volkstuinen in te zetten bij de discussie over de taakverdeling tussen de gemeente en de deelgemeente.
(Bron: AD)
Naar aanleiding van het rapport van de Rekenkamer Rotterdam en het bericht in de media zou ik graag een antwoord van het DB willen ontvangen waarin zij ingaan, voor de situatie van Kralingen-Crooswijk, op de kritische opmerkingen uit het rapport.
-
Herkent het DB zich in de geuite kritiek? Op welke punten wel, op welke punten niet?
-
Ziet het DB in dit rapport aanleiding om het volkstuin-beleid binnen Kralingen-Crooswijk kritisch onder de loep te nemen? Zo nee, waarom niet?
-
Wat is uw advies aan het college van B&W met betrekking tot de taakverdeling tussen de gemeente en de deelgemeente aangaande de volkstuinen en waarom dit advies?
Met vriendelijke groeten,
Eugène van den Hemel
Fractievoorzitter GroenLinksKralingen-Crooswijk
