Dagelijks Bestuur Deelgemeente Kralingen-Crooswijk
Postbus 22350
3003 DJ Rotterdam
Rotterdam, 11 juli 2006
Betreft: schriftelijke vragen bouwplan Noordelijk Niertje (vervolg)
Geacht bestuur,
Bij brief van 30 juni 2006 beantwoordt u mijn vragen inzake het bouwplan Noordelijk Niertje. Ik constateer dat een omfloerst antwoord wordt gegeven maar dat u niet komt tot de essentie.
Ik herhaal hier de vraag : “ Klopt het dat het OBR maanden geleden aangedrongen heeft op snelle behandeling en dat dit door het DB – in weerwil van de vragen van commissieleden van 10 januari en 14 februari- vertraagd is tot na de verkiezingen van 7 maart? Zo ja, hoe ziet u deze handelwijze in relatie tot de mede door deelraad en DB vastgestelde nota inzake de informatieplicht? Zo nee, hoe is volgens u dan dit traject verlopen?”.
Ik merk hierbij op dat ik kennis heb genomen van de uitlatingen van uw woordvoerder hierover in het RD/AD van 29 juni jl. maar ik kan mij echter niet voorstellen dat de politieke wisseling van de macht (toch nog steeds PvdA/VVD) aanleiding is geweest om over het besluit van B&W van 15 november 2005 de deelraad niet ter stond te informeren. Dan hadden andere zaken immers ook stilgelegen. Een nieuwe verklaring die ik hoorde op de informatieavond van 3 juli jl. is dat “vele instanties die erbij betrokken zijn elkaar moeten vinden”. Deze verklaring snijdt m.i. weinig hout. Immers dat is weliswaar vervelend doch eerder regel dan uitzondering in gemeenteland en zeker geen excuus om bewust niet te voldoen aan de actieve informatieplicht aan de raad.
Ik verzoek u nu de vraag (vraag 3) helder en duidelijk te beantwoorden.
Bent u met mij van mening dat de deelraad niet tijdig geïnformeerd is?
Voort geeft u een antwoord op vraag 6. Deze vraag luidde: “Is hier weer sprake van het oude euvel van gemeentelijke diensten, dat zij zich weinig gelegen laten liggen aan de deelgemeenten en de ogen gericht houden op hun directe “bazen”, t.w. burgemeester en wethouders? Zo neen waarom niet? Zo ja, welke akties onderneemt u in dezen?”
Uw antwoord luidt: “ Het lijkt er op dat het OBR in dit geval meer waarde heeft gehecht aan het besluit van B&W dan aan de nog noodzakelijke besluiten die deelraad dient te nemen. Wij zullen hierover om opheldering vragen”.
Heeft u inmiddels bij het OBR om opheldering gevraagd en mag ik dat vernemen als u antwoord heeft gekregen?
Met vriendelijke groeten,
Jacques la Croix
Fractievoorzitter CDA Kralingen-Crooswijk
