convert2203206079406906216.doc
DEELGEMEENTE
KRALINGEN CROOSWIJK
RAADSVOORSTEL
Commissievergadering ROB d.d.: Agendapuntnr.: 7
Commissievergadering SO d.d.: 16 januari 2002 Voorstelnr.
: R.02.01
Commissievergadering AZF/EZW d.d.: Bijlagen :
Deelraadsvergadering d.d.: 14 februari 2002
Onderwerp:
Aan de Raad,
1. Inleiding:
Het Uitwerkingsconvenant Brede School Kralingen-Crooswijk van 29 juni 2000 is de aanzet voor de ontwikkeling van de Brede School in deze deelgemeente. Partijen hebben toen afgesproken dat een (project)plan in het kader van dit convenant zal bestaan uit de relevante onderdelen van de plannen van de verschillende partijen, inclusief de financiele vertaling daarvan met een verbindende tekst.
Het convenant bestrijkt een periode van twee jaar (1 juli 2000 – 31 juli 2002).
Het is de overtuiging van partijen dat het realiseren van de doelstelling uit het convenant “via samenwerking komen tot versterking van zowel de eigen als de gezamenlijke activiteiten in het kader van de Brede School”, alsmede de daaronder liggende ambities een langere periode nodig heeft dan de genoemde twee jaar. Vanuit deze overtuiging zal een vervolgconvenant worden afgesloten dat naar inhoud en richting in overeenstemming gebracht kan worden met de ontwikkelingen tijdens en resultaten van de nu vastgelegde convenantsperiode.
Het projectplan beoogt gestalte te geven aan het concept “Brede School” / Onderwijskansenzone in Kralingen-Crooswijk. De bijlage bij het plan, waarin de inventarisatie is opgenomen van bestaande en geplande activiteiten en ervaringen elders, ligt ter inzage.
Bij de mate van uitwerking van het projectplan in deze fase is rekening gehouden met de in 2002 te houden verkiezingen voor een nieuwe deelgemeenteraad. In het plan dat nu voorligt komen de inzet en hoofdlijnen van het project aan de orde.
De nieuwe raad kan zich vervolgens buigen over het uitvoeringstraject, dat in september 2002 van start kan gaan. Hiertoe zal, mede in relatie tot de verlenging van het uitwerkingsconvenant Brede School, medio 2002 een uitvoerings-(jaar)programma worden voorgelegd.
2. Inhoud:
In het hiernavolgende wordt eerst ingegaan op doel, inzet van het project. Vervolgens worden de resultaten van de ‘veldinventarisatie’ en de laatste discussieronde in de Stuurgroep aangegeven in relatie tot doel en inzet van het project. Tenslotte wordt een aanzet gegeven voor de projectorganisatie.
3. Doel en inzet van het project:
Als centrale doelstelling voor de Brede schoolontwikkeling in Rotterdam is in 1995 geformuleerd: “het bevorderen van de maatschappelijke zelfstandigheid van maatschappelijk kwetsbare kinderen en jongeren’.
Vanaf 1996 wordt deze doelstelling gebruikt voor het Integraal Jeugdbeleid.
Een tweetal producten vormt de basis voor het verdere ontwikkelingstraject voor de Brede school in Kralingen-Crooswijk.
In de eerste plaats het stedelijk convenant (januari 2000) waarin de gemeente met een aantal deelgemeenten heeft afgesproken dat scholen met de meest kwetsbare leerlinggroepen zich moeten kunnen ontwikkelen tot Brede School in een netwerk samen met welzijns- en culturele instellingen. Samenwerking met bondgenoten en bevordering van de sociale competentie zijn sleutelbegrippen.
Voorwaarden voor beschikbaarstelling van de middelen door de gemeente waren:
-
tijdige (voor 1 januari 2000) indiening van de activiteitenplannen door de scholen;
-
tijdige (voor 1 augustus 2000) indiening van een door partijen ondertekend uitwerkingsconvenant.
Dit uitwerkingsconvenant, zijnde het tweede basisgegeven, is in de Inleiding al aangeduid. De werkingsduur loopt in 2002 af; overleg over de inhoud van een nieuw convenant is noodzakelijk.
4. Inventarisatie:
De voornaamste activiteiten van scholen en welzijnsinstellingen zijn:
- verdere verbetering van de afstemming voorschoolse opvang en basisschool, ondermeer door invoering van gelijke observatiemethodieken, start van de voorschool en bevordering van de deelname aan de voorschoolse opvang (felicitatiedienst);
- het bevorderen van de ouderbetrokkenheid door middel van Rugzak (onderwijsondersteunend programma voor ouders van kleuters), thema-ochtenden, ouderkamer (ontmoetingsruimte voor ouders), onderwijsassistenten, (ambassadeurs) Tweede Thuis en het servicepunt opvoedingsondersteuning,
- het project ‘Lang zullen we lezen’ ((her)inrichting schoolbibliotheken, leesbevordering) vormt onderdeel van de kwaliteitsverbetering;
- tenslotte gaat het bij de afstemming tussen binnen- en buitenschoolse activiteiten om een rijke schakering: huiswerkklassen, Thuis op Straatproject (zorg voor een speelomgeving die schoon, heel en veilig is), Overblijven tussen de middag en een veelheid aan activiteiten welke worden samengevat onder de noemer ‘ verlengde schooldag’.
Kortom, er is in Kralingen-Crooswijk al veel tot stand gebracht
De praktijk, de uitvoering loopt op dit moment goed. Het mag niet de bedoeling zijn die te verstoren. Waar het om gaat is: het versterken van het “bestaande pakket” en de activiteiten plaatsen in een breder beleidskader c.q. met elkaar in samenhang brengen.
Hierna zijn het resultaat van een inventarisatieronde langs scholen en welzijnsinstellingen, alsmede de uitkomsten van een discussieronde in de Stuurgroep Brede School in relatie gebracht tot doel en inzet van Brede schoolontwikkeling.
In de volgende passages zijn uitgangspunten en zaken in de randvoorwaardelijke sfeer opgenomen, die van belang zijn in het vervolg van het proces.
Convenant / Onderwijskansenzone
Bij het afsluiten van een nieuw convenant kan niet worden volstaan met de afspraak dat er sprake is van samenwerking. Er dient voor wat betreft de inhoud daarvan duidelijk tot uiting te komen waaraan wordt samengewerkt. Welk doel beogen we ?
Onderzocht moet worden of een bestempeling tot Onderwijskansenzone mogelijk is; voorwaarden, kansen en gevolgen.
Om de doelstelling van de Onderwijskansenzones - het verbeteren van schoolloopbanen van kinderen - te bereiken, zijn vijf prioriteiten gesteld:
-
de voorschoolse periode: bereik en kwaliteit verbeteren;
-
verhogen van de ouderbetrokkenheid bij de ontwikkeling van en het onderwijs aan hun kinderen;
-
kwaliteitsbeleid op de basisschool: scholen scholen;
-
vergroten van de sociale competentie van kinderen: vertrouwen ontwikkelen in jezelf en in je omgeving;
-
verbeteren van de Brede school: leren doe je op school, thuis en in de buurt.
Aan deze punten kan nog worden toegevoegd:
-
zorgen voor adequate, flexibele en mutifunctionele huisvesting om 1. tot en met 5. mogelijk te maken.
Deze prioriteiten kunnen de leidraad gaan vormen bij de verdere ontwikkeling en invulling.
Schoolmaatschappelijk werk
Het schoolmaatschappelijk werk wordt inmiddels uitgebreid naar niet- achterstandsscholen. Daarmee ontwikkelt het zich steeds meer tot een algemene voorziening. Waar het schoolmaatschappelijk werk tot nu toe in veel stukken wordt geplaatst onder de Brede School, is er een tendens om dit onderwerp, evenals de Brede Schoolontwikkeling zelf, rechtstreeks te plaatsen onder het ‘integraal jeugdbeleid’.
In dit projectplan wordt het verder buiten beschouwing gelaten.
Vraaggericht werken.
In de praktijk is gebleken dat vraag en aanbod (nog) niet goed op elkaar aansluiten.
Achtereenvolgens dient de vraag helder te worden geformuleerd (hebben alle instellingen hier een goed beeld van ?), vervolgens moet worden bepaald of de vraagstelling past binnen de kaders / uitgangspunten van de Brede School in Kralingen-Crooswijk.
Een voorbeeld: op een school bestaat het idee om een ontbijtservice te gaan verzorgen. Hieraan blijkt behoefte te bestaan (omvang ?). De hiervoor genoemde prioriteiten van de Onderwijskansenzone beschouwend, is het niet mogelijk de activiteit hieronder te plaatsen.
Voor het huidige aanbod moet worden bepaald of dit valt binnen de kaders / uitgangspunten; tenslotte een aanbod op maat ontwikkelen, waarbij geen ad hoc ambities worden nagestreefd en niet naar te kleinschalige oplossingen wordt gezocht. Deze laatste punten (omvang en termijn) vormen, op basis van de opgedane ervaringen, ook uitgangspunt bij de Onderwijskansenzones.
Resultaatmeting
Kwantiteit:
Uit de inventarisatie is gebleken dat instellingen niet altijd het bereik van hun activiteiten (doelgroep) en het resultaat ten opzichte van de productafspraken helder in beeld hebben. Het is noodzakelijk bij iedere activiteit tevoren vast te stellen welke omvang de doelgroep heeft, welk aandeel daarvan tenminste bereikt moeten worden, alsmede het pakket aan activiteiten en de frequentie daarvan.
Evaluatie kan vervolgens leiden tot een besluit om hetzij de norm bij te stellen, hetzij de activiteit aan te passen of te staken.
Kwaliteit:
Is een moeilijk te evalueren factor. Toch zal er m.n. in jaarverslagen en bij monitoring niet aan ontkomen kunnen worden hierover melding te doen. Overwogen kan worden een (onafhankelijke) visitatiecommissie in te stellen.
Algemeen:
Voor wat betreft monitoring moet ernaar worden gestreefd te komen tot verdere uniformering: één, simpel model. Hiermee kan worden bereikt dat instellingen komen tot een serieuze en tijdige invulling.
Personeel
Gelet op het feit dat er sprake is van het, in organisatorisch en soms ook in fysiek opzicht, samengaan van “meerdere werelden” binnen de Brede School is een bezinning op het management van de Brede schoolorganisatie van belang.
De schooldirecteur is tegenwoordig niet alleen belast met het ‘runnen van zijn toko’. Praktische omstandigheden hebben ertoe geleid dat bij deze persoon vaak de last rond de organisatie, leiding en begeleiding van de activiteiten in de schil terechtgekomen is. Verruiming van de openingstijden van een accommodatie om op die wijze te kunnen voldoen aan de wensen en ideeën rond de Brede school, maken het onontkoombaar dat de management- en beheerlast wordt verdeeld. Onderzocht moet worden op welke wijze deze last bij de school(directeur) kan worden weggenomen.
Hoe ziet het management / het beheer van de Brede School er straks uit ? Een tweehoofdige leiding, zijnde de schooldirecteur en een directeur “buitenschool” ? Een algemeen directeur ?
Een Brede schoolontwikkeling draait voor een groot deel op “profs’. Veel activiteiten leiden echter niet tot succes zonder de inbreng van vrijwilligers. Ondanks de inzet (op kleine schaal) van bijvoorbeeld studenten, hebben in het bijzonder de scholen te kampen met een tekort.
Onderzocht zou moeten worden op welke wijze het enthousiasme voor dit werk kan worden vergroot. In deze omgeving kan de aanwezigheid van universiteit / hogescholen een positieve werking hebben. Vanuit een ‘voor wat, hoort wat-principe’ zou in overleg met deze instellingen bijvoorbeeld onderzocht kunnen worden of een vrijwillige ondersteuning van de scholen en de welzijnsinstellingen in Kralingen-Crooswijk (activiteiten in de sociale sfeer) een waardevolle praktijkervaring kan zijn voor betrokkenen in aansluiting op hun studie.
Financiën / budgetten
Ervaring heeft geleerd dat een stapeling van de voor de Brede school beschikbare en in te zetten budgetten leidt tot een beter en efficiënter gebruik en daardoor tot ruimere mogelijkheden.
Zie wat dit punt betreft ook de tekst van de doelstelling van het uitwerkingsconvenant van juni 2000.
|
Gemeente Rotterdam:
Swa-middelen: In de begroting SWA 2001 is voor Nieuw-Crooswijk op het onderdeel Brede School een bedrag van f 668.000,-- voor activiteiten, huisvesting en personeel opgenomen. (exclusief een investeringsbijdrage voor de toekomstige Brede School) Hiervan is een bedrag van f 536.061,-- reeds toegezegd voor naschoolse activiteiten, uitbreiding Operatie Speelgoed, computerlokaal Talmaschool en de coördinator ouderbetrokkenheid. Deelgemeentelijke middelen: Het betreft hier middelen voor soc-cultureel werk, integraal jeugdbeleid, onderwijsachterstandsbeleid, educatie, schoolmaatschappelijk werk, peuterwerk, sport en recreatie en vrijwilligerswerk. |
Onderzocht kan worden of de optie ‘uitruil van goederen / diensten’ tot de mogelijkheden behoort. Bijvoorbeeld: de school stelt ‘om niet‘ lesruimte ter beschikking in ruil voor ondersteuning bij de schoolorganisatie c.q. schoolactiviteiten.
Huisvesting
Waar in den lande al veelal sprake is van een ook in de huisvestingssfeer onder de noemer ‘Brede school’samengaan van onderwijs en welzijn, blijkt dit in Rotterdam nog moeilijk van de grond te komen (de onderwijshuisvestingszorg ligt bij de gemeente, welzijn wordt verzorgd door de deelgemeente).
Er moeten voorstellen worden voorbereid teneinde knelpunten in de sfeer van de huisvesting(sprocedures) op te lossen. Leidend is de inhoud: een fysieke ingreep is een vertaling van een sociaal inzicht. Ofwel de vraagstelling of de voorzieningen in een netwerk of onder één dak worden georganiseerd.
Als ‘pilot’ kan met behulp van de inhoudelijke gegevens invulling worden gegeven aan de te ontwikkelen nieuwbouw in Nieuw-Crooswijk: gestreefd moet worden naar (een) accommodatie(s) waarin herkenbaar zijn de ruimten bedoeld voor de leertijd en de ruimten bedoeld voor de vrije tijd, met dien verstande dat dezelfde ruimte voor sommigen leertijd betekent en op andere tijden voor anderen vrije tijd (multifunctionaliteit). De wenselijkheid en mogelijkheden hiertoe zullen ook bij de andere scholen en in de overige wijken onderzocht moeten worden.
5. Projectorganisatie
De Stuurgroep en de projectgroepen (in de vorm van de huidige samenwerkingsverbanden) zijn al (min of meer) in functie.
In grote lijnen zal de Stuurgroep in de nieuwe opzet het beleid vaststellen binnen de door de deelgemeente en haar convenantpartners gestelde kaders. In de projectgroepen worden enerzijds beleidsvoorstellen voorbereid, anderzijds wordt de uitvoering van het beleid gevolgd en geëvalueerd.
Nieuwe elementen in de organisatie vormen de deelgemeente (regierol) en een (tijdelijke) projectleider.
De overheid, in dit geval de deelgemeente, regisseert de samenwerking met en tussen andere instellingen. Zij speelt een sturende rol bij de totstandkoming van die samenwerking: stelt de (beleids)kaders vast en bewaakt de uitvoering in termen van doelverwezenlijking (efficiency en effectiviteit).
De projectleider zal de dagelijkse programmaleiding voor zijn rekening nemen. Binnen het huidige bestand aan medewerkers is het, gelet op de druk van andere werkzaamheden, niet mogelijk dit projectleiderschap onder te brengen. Tijdelijke aanstelling boven de formatie is een voor de hand liggende oplossing. Het is de bedoeling dat deze projectleider zichzelf op termijn (gedacht wordt aan twee jaar) overbodig maakt, waarna de ‘Brede School” een integraal onderdeel zal gaan uitmaken van breder welzijns-/jeugdbeleid.
Het is voor deze functie van belang:
-
een profielschets te maken die door alle partijen wordt gedragen;
-
een helder takenpakket neer te zetten;
-
duidelijk te formuleren hoe de persoon wordt gepositioneerd (wat zijn de bevoegdheden, wat is haar / zijn verantwoordelijkheid ?);
-
vast te leggen dat het om een tijdelijke situatie gaat.
6. Résumé eerstkomende activiteiten:
-
vraagformulering, waarna - met aanbodzijde - inkadering in Brede schoolprioriteiten;
-
mogelijkheden en wijze van stapeling van budgetten;
-
onderzoek naar de huisvesting van de Brede school;
-
instrumentontwikkeling t.a.v. resultaatmeting;
-
onderzoek naar instrumenten voor werving van vrijwilligers.
7. Planning
18 december 2001 – behandeling ontwerpplan in dagelijks bestuursvergadering
voor 11 januari 2002 - bespreking ontwerpplan in Stuurgroep Brede School
16 januari 2002 - advisering door commissie SO
14 februari 2002 - vaststelling in deelraadvergadering
8. Vervolg van het proces
Als stappen in het vervolgtraject, na vaststelling van dit plan, kunnen worden onderscheiden:
-
toezenden van het plan aan de convenantspartijen, aan de wethouder Onderwijs en Jeugdbeleid van de gemeente en aan de Stuurgroep SWA;
-
beleggen van een conferentie, die de start van de voorbereidingsfase inluidt;
-
maken van een (eerste) uitwerkingsprogramma;
-
voorbereiden van een nieuw uitwerkingsconvenant 2002-2006, waarin intenties worden vastgelegd voor de periode 2007-2012.
9. Advies:
De commissie SO adviseert om de paragraaf over de middelen nader in te vullen en om de volgorde van a, b,c in het besluit te wijzigen b,c, a,.
Voorstel:
-
de Brede schoolontwikkeling uit te bouwen tot Onderwijskansenzone, in dier voege:
-
de uitgangspunten van het concept Onderwijskansenzone te hanteren bij de verdere opzet en uitwerking van de Brede School in Kralingen-Crooswijk en als
basis te gebruiken voor de inhoud van een te sluiten uitwerkingsconvenant 2002-2006;
c. het projectplan Brede school Kralingen-Crooswijk vast te stellen.
Rotterdam,
Het dagelijks bestuur van de deelgemeenteraad Kralingen Crooswijk,
de secretaris, de voorzitter,
F. Kuijper G.A.M. Schuiling
RAADSBESLUIT
Onderwerp: Projectplan Brede school Kralingen-Crooswijk
DE RAAD VAN DE DEELGEMEENTE KRALINGEN-CROOSWIJK
gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur d.d. 31 januari 2002, voorstelnr. R.02.01;
gelet op de Verordening op de deelgemeenteraden;
BESLUIT:
-
de Brede Schoolontwikkeling uit te bouwen tot Onderwijskansenzone, in dier voege:
-
de uitgangspunten van het concept Onderwijskansenzone te hanteren bij de verdere opzet en uitwerking van de Brede School in Kralingen-Crooswijk en voor 2002-2006 als basis te gebruiken voor de inhoud van een te sluiten uitwerkingsconvenant;
-
het projectplan Brede school Kralingen-Crooswijk vast te stellen.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 14 februari 2002,
de secretaris, de voorzitter,
F. Kuijper G.A.M. Schuiling
6
