Direct naar hoofdmenu / zoekveld

0202 Regeling budgetsubsidie DOCK 2002

convert224604596455033173.doc





DEELGEMEENTE KRALINGEN CROOSWIJK

RAADSVOORSTEL


Commissievergadering ROB d.d.:       Agendapuntnr.: 8
Commissievergadering SO d.d.: 16 januari 2002 Voorstelnr. :R.02.02
Commissievergadering AZF/EZW d.d.:17 januari 2002 Bijlagen :      

Deelraadsvergadering d.d.: 14 februari 2002


Onderwerp:

Regeling budgetsubsidie DOCK 2002


Aan de Raad,


1. Informatie.

1.1. Inleiding.
In 2001 is de inzet van de deelgemeente onder meer geweest te komen tot de invoering van een regeling budgetsubsidie stichting DOCK per 2002.
Hiervoor bestaat de volgende aanleiding:
a) De behoefte aan inhoudelijke sturing op basis van afspraken over
producten en maatschappelijke effecten;
b) De behoefte aan afspraken over de transparantie en de positie van bureau
DOCK projecten ( verder te noemen bDp);
c) De noodzaak tot het aangaan van een overeenkomst die de
verantwoordelijkheden van beide partners, de deelgemeente en stichting
DOCK regelt in bovengeschetste context.

Een belangrijke onderdeel vormt de beleidscatalogus 2002 welzijnsbeleid ten behoeve stichting DOCK. Op 27 september 2001 heeft u genoemd stuk in de deelgemeenteraad vastgesteld. Genoemde beleidscatalogus schetst het kader voor de uitgangspunten en bevat de uitgangspunten, van de door de deelgemeente gewenste (welzijn)producten, verantwoordingssystematiek en een stramien voor in te dienen productencatalogus.
Op basis van uw besluit heeft een nadere uitwerking van de regeling budgetsubsidie plaatsgehad. Het resultaat treft u bijgaand aan.

1.2. Nadere uitwerking regeling budgetsubsidie stichting DOCK.

Deze bestaat uit de volgende onderling samenhangende onderdelen:

  • De concept - productencatalogus 2002 van stichting DOCK.
    De productencatalogus van stichting DOCK sluit aan op de beleidscatalogus van de deelgemeente en verschaft inzicht in de berekeningssystematiek ureninzet en integrale kostprijs per product. Deze berekening is afgeleid van de normen voor uurbesteding van het algemeen maatschappelijk werk.
    Op basis hiervan wordt een indicatie gegeven van de kosten die vervolgens zijn vertaald in een begrotingsstaat.
    Tenslotte volgt een uitwerking van de producten gebaseerd op het stramien dat de deelgemeente in de beleidscatalogus heeft vastgesteld.

  • Bureau DOCK projecten( bDp).
    De regeling budgetsubsidie DOCK behoeft zowel inzicht in bureau DOCK projecten als een uitspraak over deze afdeling binnen de stichting.
    Met het oog hierop heeft de stichting informatie verschaft
    a) de uitgangspunten
    b) de stand van zaken bDp per 30 september 2001
    c) de contracten met medewerkers
    d) de inzet en doorlooptijd per ‘ grotere opdrachtgever
    e) de leiding en coordinatie
    f) en de risico’s
    Hierbij de vraag aan de orde of er voldoende transparantie van dit onderdeel van stichting DOCK kan worden gegarandeerd.

  • De bestuursovereenkomst deelgemeente Kralingen – Crooswijk en de
    stichting DOCK.
    Zowel bij de deelgemeente als stichting DOCK bestaat de behoefte om het beleidsmatige kader als de afbakening van de verantwoordelijkheden (inclusief) de positie van bDp middels een overeenkomst te regelen.
    Bijgevoegde concept tekst kan daartoe dienen.


  • Overige informatie

    A. De procesgang.
    Aan dit onderdeel is relatief veel aandacht geschonken.
    Zowel met stichting DOCK zelf als met de leden van de commissie Sociale Ontwikkeling heeft het afgelopen jaar intensief overleg plaats gehad. De inzet hiervan is geweest om bij te dragen tot een zo optimaal mogelijke informatievoorzienig en draagvlak voor oplossingsrichtingen.
    Hieraan heeft ook bureau Van Naem & partners een belangrijke bijdrage geleverd.

    B).Vervolgprocedure.
    Op basis van de uitkomst van de besluitvorming over de onderdelen van de regeling budgetsubsidie stichting DOCK wordt de beschikking 2002 afgegeven voorzien van inhoudelijke voorwaarden. Rekening houdend met het moment van besluitvorming - medio februari - wordt de instelling gedurende de tussenliggende periode bevoorschot.

    2. Beoordeling.

    2.1. Algemeen.

    Het geheel dient meer te zijn dan de som der afzonderlijke delen.
    De vraag is of de productencatalogus, de transparantie inzake bDp en bestuursovereenkomst voldoende basis bieden voor de regeling budgetsubsidie en daarop te baseren subsidiebeschikking 2002.
    Hierop wordt eerst per onderdeel nader ingegaan. Daarna volgt de eindconclusie.

    2.2.1. Productencatalogus stichting DOCK 2002.
    Ten aanzien van de productencatalogus zijn de volgende vragen van belang.

  • Sluit deze aan op de uitgangspunten en het stramien van de beleidscatalogus
    van de deelgemeente?

  • Spoort dit met de beschikbare financiele kaders?

  • Biedt de productencatalogus voldoende basis om hiermee in 2002 te starten?

    Op grond van de beschikbare informatie wordt het volgende geconcludeerd:
    - de productencatalogus sluit qua stramien aan op de beleidscatalogus;
    stichting DOCK heeft gepoogd om op basis daarvan producten zo goed
    mogelijk te beschrijven; dit wordt beschouwd als een belangrijk
    winstpunt;
    - het onderdeel uitgangspunten ureninzet en integrale kostprijsberekening
    behoeft in ieder geval nog nader overleg en verfijning; het aantal netto
    productieve uren 1209,3 is onder meer een aandachtspunt - bij
    ambtenaren 1350 - bovendien is het de vraag of deze systematiek
    op elke functie bij stichting van toepassing is.
    Voorts valt op dat er bij de berekening wordt uitgegaan van de
    maximale inschaling conform de CAO – welzijnswerk. Dit betekent dat
    de feitelijke kosten hiervan als regel zullen afwijken.
    Tenslotte nog een tweetal kanttekeningen.
    De thans voorliggende catalogus wordt beschouwd als
    een eerste vingeroefening. Zeker op het onderdeel productspecificatie
    is er in termen van beschrijving van
    concrete resultaten en effecten
    nog een verdere verfijning nodig op basis van
    de beleidscatalogus.

    - geconstateerd wordt dat zowel de berekeningssystematiek als de relatie
    met de (gewenste) begroting nog nadere verfijning behoeft.
    In een aantal gevallen – bij maatschappelijk werk en opbouwwerk -
    voert stichting DOCK (hogere) bedragen op die afwijken van de
    budgetten die de deelgemeente tot nu toe beschikbaar
    heeft gesteld.

    - In dit verband is voorts de versterking van de financiele positie van de
    stichting DOCK van belang. Hiervoor stelt de deelgemeenteraad in
    2002 eenmalig een bedrag beschikbaar ad ƒ150.000 ,- ( en indien
    daarvoor voldoende onderbouwing wordt geleverd in principe ook in
    2003). Gelet op het voorstel van de zijde van stichting DOCK voor de
    aanwending van genoemd bedrag ( structurele dekking van tekorten)
    wordt geadviseerd om aan de beschikbaarstelling voorwaarden te
    verbinden die primair leiden tot versterking van de vermogenspositie
    en daarmee tot risicodekking en niet zozeer voor de dekking van
    exploitatietekorten.
    Geconcludeerd wordt dat het onderdeel begroting in de
    productencatalogus stichting DOCK niet spoort met de
    financiele kaders die de deelgemeente voor 2002 heeft bepaald.
    Voorstel is als vertrekpunt te hanteren de vastgestelde begroting van
    de deelgemeente en het daarin vastgestelde(subsidie)budgetvoor de
    activiteiten die stichting DOCK uitvoert en in relatie hiermee de
    uitkomst van de besluitvorming inzake de versterking van de financiele
    positie van stichting DOCK.

    – De huidige productencatalogus biedt ondanks de eerder genoemde
    kanttekeningen in ieder geval voldoende basis om hiermee per 2002
    van start te gaan.
    Dit jaar wordt beschouwd als overgangsjaar en benut om te komen tot
    een verdere verfijning van de inhoudelijke en financiele systematiek.
    Middels de afgesproken rapportages wordt u over de resultaten en
    de voortgang geinformeerd.

    2.2.2. Bureau DOCK projecten( bDp).
    Als vragen gelden hierbij.

  • Is er voor de deelgemeente sprake van meerwaarde?

  • Kan er afdoende aan de voorwaarden voor transparantie worden voldaan,
    namelijk:
    a) duidelijkheid over opdrachtgevers
    b) idem ten aanzien van bedragen
    c) ten aanzien van medewerkers
    d) contracten stichting DOCK en medewerkers bDp
    e) de inkomsten en uitgaven
    f) de risicodekking
    g) de bekostiging van de overhead en het stafbureau
    h) een organogram
    i) integrale kostprijsberekening.

    Op basis van de thans beschikbare informatie is de beoordeling als volgt.
    Afhankelijk van de opvatting over bDp, de mogelijkheid tot afgrendeling van subsidiegelden en afdekking van risico’s gelden er in principe 2 opties.
    Bureau DOCK projecten handhaven als onderdeel binnen stichting DOCK of afsplitsen in een zelfstandige stichting.
    Stichting DOCK pleit het eerste model. Hierbij gelden als argumenten de schaal en kwaliteit/ kosten organisatie, de mogelijkheid tot binding van medewerkers en transparantie inzake bDp.
    In principe wordt deze opvatting gedeeld. De praktijk van de afgelopen jaren heeft in Rotterdam aangetoond dat de relatie schaal en kwaliteit van (deelgemeentelijke) (welzijn)ondersteuningsorganisatie zoals DOCK van essentieel belang is. Wanneer dit onder een bepaald niveau daalt, nemen de kosten toe, daalt de kwaliteit van de dienstverlening en producten en kan de continuïteit van de organisatie in gevaar komen. Indien bureau DOCK projecten afgesplitst wordt van DOCK zal dit leiden tot dit soort risico’s
    Een tweede argument is dat zeker in de toekomst bij het hanteren van een inkooprelatie primair van belang is voor de deelgemeente
    welk product voor (groepen van) burgers wenselijk is op een bepaald kwaliteitsniveau. Niet zozeer wie of welke organisatie dit levert.
    Mits de risico’s van bDp voldoende kunnen worden afgegrendeld, zou dit een wenselijke oplossingsrichting kunnen zijn.

    De bijgevoegde rapportage inzake bDp biedt voldoende antwoord op de eerder genoemde aandachtspunten inzake transparantie.
    In dit kader behoeven een tweetal zaken aandacht.
    Allereerst de risico dekking. Met de stichting zou de deelgemeente moeten overeenkomen dat dit onderdeel geheel voor rekening komt van de stichting en op peil wordt gebracht met het batig saldo bDp. Dit kan worden opgenomen in de bestuursovereenkomst.
    0p de tweede plaats is afgrendeling nodig van subsidiegelden. Deze mogen uiteraard uitsluitend voor het bestemde doel binnen de deelgemeente worden aangewend door stichting DOCK.
    Ook hierin voorziet genoemde bestuursovereenkomst, de subsidiebeschikking is controle mogelijk op basis van de afgesproken rapportages.


    Alles afwegende betekent dit wordt geconcludeerd dat handhaven van bDp binnen DOCK meerwaarde heeft voor de schaal en kwaliteit van de output van de organisatie en mogelijk is op basis van genoemde condities op het gebied van transparantie.

    2.2.3. Bestuursovereenkomst deelgemeente en stichting DOCK.
    Doel van de bestuursovereenkomst is om de afspraken en verantwoordelijkheden in het kader van budgetsubsidie gebaseerd op de beleidscatalogus te regelen.
    Hierover heeft overleg plaatsgehad met stichting DOCK. Dit heeft uiteindelijk geleid tot overeenstemming over de tekst van bijgevoegde versie van 6 december 2001. Op verzoek van stichting DOCK is de tekst
    van artikel 3.7 van de overeenkomst aangepast. Hierin is de toepassing van de kortingsregeling beperkt tot uitsluitend dat product of die producten waarvan op basis van twee achtereenvolgende rapportages, als bedoeld in artikel 2 lid 5, dat de omvang en de kwaliteit van de dienstverlening onder de vooraf afgesproken criteria blijft(blijven).
    Geconcludeerd wordt dat de tekst van de overeenkomst voldoet aan:
    - de uitgangspunten beleidscatalogus;
    - de Verordening algemene subsidievoorwaarden (Vas) 2001.


Advies:


De commissies SO en AZF adviseren conform voorstel.




Voorstel:


1. Per 2002 budgetsubsidie in te voeren met stichting DOCK en daartoe een
beschikking af te geven ad ƒ 3981.557,-
(€ 1.806.751,80)

2. Als inhoudelijke opdracht geldt de beleidscatalogus en in relatie daarmee
de productencatalogus 2002.

3. In 2002 de berekeningssystematiek ureninzet en kosten te verfijnen in
overleg met stichting DOCK en vast te stellen.

4. Bureau DOCK projecten te handhaven als onderdeel van de stichting op
basis van genoemde voorwaarden.

5. De bestuursovereenkomst deelgemeente stichting DOCK vast te stellen.


Rotterdam,

Het dagelijks bestuur van de deelgemeenteraad Kralingen Crooswijk,


de secretaris, de voorzitter,




F. Kuijper G.A.M. Schuiling


RAADSBESLUIT


Onderwerp: Regeling budgetsubsidie DOCK 2002



DE RAAD VAN DE DEELGEMEENTE KRALINGEN-CROOSWIJK


gelezen het voorstel van het dagelijks bestuur d.d. 21.12.01, voorstelnr. R.02.02;


gelet op de Verordening op de deelgemeenteraden;


BESLUIT:


  1. Per 2002 budgetsubsidie in te voeren met stichting DOCK en daartoe een beschikking af te geven ad ƒ3981.557,- (€ 1.806.751,80)

  2. Als inhoudelijke opdracht voor stichting DOCK gelden de prestatieafspraken zoals vastgelegd in de productencatalogus 2002.

  3. In 2002 de berekeningssystematiek ureninzet en kosten te verfijnen in overleg met stichting DOCK en vast te stellen.

  4. Bureau DOCK projecten te handhaven als onderdeel van de stichting basis van de genoemde voorwaarden

  5. De bestuursovereenkomst deelgemeente stichting DOCK vast te stellen.


Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 14 februari 2002,



de secretaris, de voorzitter,




F. Kuijper G.A.M. Schuiling


6




Zoeken
Uitgebreid zoeken