Direct naar hoofdmenu / zoekveld

Verslag deelraad 2006-12-21

Gemeente Rotterdam Deelgemeente Kralingen-Crooswijk


Deelraadsvergadering


Verslag van de openbare vergadering op 21 december 2006 in het deelgemeentekantoor

aan de Oostzeedijk 276 te Rotterdam



Aanwezig:

de heer G.A.M. Schuiling voorzitter

de heer W.A. van Loon waarnemend griffier

de heer K. Aabbioui (PvdA) lid

mevrouw E. Avci (PvdA) lid

mevrouw J.M. Hack-Bruin (PvdA) lid

de heer C. van den Heuvel (PvdA) lid

de heer B. Kiliç (PvdA) lid

mevrouw S.L. Krijgsman-Nijdam (PvdA) lid

mevrouw A. Meij (PvdA) lid

de heer E.J. Polak (PvdA) lid

de heer H.A. van Sluys (VVD) lid

de heer P.J.J. Sprenger (VVD) lid

mevrouw R.F. Weide (VVD) lid

de heer R.C.J. de Roon (D66) lid

de heer J. la Croix (CDA) lid

de heer E. van den Hemel (GroenLinks) lid

mevrouw M.T.C. van Assendelft-

van Unen (Leefbaar Rotterdam) lid

de heer J.W. van Assendelft (Leefbaar Rotterdam) lid

de heer N.J.M. Bouman (Leefbaar Rotterdam) lid

de heer A.F. Keulen (Leefbaar Rotterdam) lid

Overige aanwezigen:

de heer H.T.U van Rijn DB

de heer M. de Visser DB

mevrouw H. van Wessem notulist (MKW secretariaatsservices)


Afwezig:

de heer J. Kindt (LKC) lid


Publieke tribune: circa 60 en pers



  1. Opening

De VOORZITTER opent de vergadering en deelt mee dat bericht van verhindering is ontvangen van de heer Kindt. De heer Van den Heuvel zal wat later komen.


  1. Openbaar gehoor

De heer BRABER spreekt in over de volkstuinen. De commissie SOWE wil dat de deelgemeente een volkstuinenbeleid formuleert en adviseert een bescheidener bijdrage te geven aan de volkstuinders. Op deze wijze wordt wel heel makkelijk over de gebruikers van de volkstuinen heengewalst. De volkstuinen beslaan stedelijk 11 hectare groen en de volkstuinders verrichten veel werk aan het onderhoud hiervan. De volkstuinders betreuren het dat er weinig overleg is geweest over deze kwestie, maar misschien ligt dat ook aan de gezamenlijke volkstuinders. Momenteel wordt er gebaggerd. Dit is pas één keer eerder gebeurd: na een overstroming. Toen werden de kosten gedragen door Rijkswaterstaat, maar nu dragen de volkstuinders de kosten zelf.

Twee jaar geleden hebben de volkstuinders gewaarschuwd dat er te weinig verantwoording werd afgelegd en dat er geen financiële transparantie was. Het rapport van de Rekenkamer wekt daarom nu geen bevreemding. De bijdrage van 45% is de destijds overeengekomen basisbijdrage volkstuinen/openbaar groen. Als daarvan 20% wordt afgesnoept betekent dit dat de volkstuinders 20% moeten gaan betalen voor het openbaar groen in de stad.


De heer STUIJFZAND spreekt in over het Noordelijk Niertje. Van belang is de overlast voor de buurt die de komst van de school met zich meebrengt, vooral ten aanzien van het verkeer dat door smalle straten moet. Ook de avondactiviteiten van de school betekenen overlast voor de buurt. De uitbreiding van het Brainpark legt al een grote druk op de omgeving. De burgers van dit land kiezen hun vertegenwoordigers en de burger wil zich vertegenwoordigd zien door degene die men heeft gekozen. Maar de burgers willen zelf ook gehoord worden. Over de (gedelegeerde) bevoegdheid die de deelgemeente heeft ten aanzien van de inrichting van de openbare ruimte dient de deelgemeente met de burgers in overleg te treden. De bewoners hebben tot op heden echter niets gehoord, hoewel dit was beloofd. De school wordt gepland voor 900 tot 1200 leerlingen, waarvan een groot deel niet uit Kralingen komt. Zeker 35% komt van buiten Kralingen.


De heer HOOGEWERFF spreekt namens de bewoners van de Witte Spaanstraat en benadrukt dat de bewoners tegen de bouw van een streekschool in de wijk zijn. Spreker vraagt raadsleden te willen luisteren naar de wensen van de bewoners van het Noordelijk Niertje. In het coalitieakkoord is opgenomen dat de burger voor het beleid van de deelgemeente centraal staat en dat bewonersparticipatie een kernactiviteit van de deelgemeente is. De plannen zijn voor een school van 800 tot 900 leerlingen. Heeft de raad stilgestaan bij de aan- en afvoer, fietsen, brommers, scooters, auto’s door de smalle straten van het Noordelijk Niertje, niet alleen overdag maar ook ’s avonds en in het weekend? Dit nog afgezien van de bewoners zelf, die ook graag de wijk in en uit willen. De Witte Spaanstraat is destijds abusievelijk te smal gebouwd, waardoor auto’s op de stoep moeten worden geparkeerd. Het is nu al een crime om de wijk uit te komen, hoe zal dat zijn met 350 tot 400 fietsers, scooters, brommers extra in de wijk? De verkeerssituatie wordt voor de kinderen levensgevaarlijk. Het bestemmingsplan voorziet niet in de bouw van een school. De bewoners verwachten van de overheid dat zij zich als een betrouwbare partner gedraagt en dus niet met zo’n drastische wijziging van het bestemmingsplan komt. Dat is niet fatsoenlijk ten opzichte van de mensen die hier een huis hebben gekocht. Bij herhaling is om overleg met de bewoners gevraagd om tot een aanvaardbare oplossing te komen: het bouwen van woningen. Een dermate grootschalige school hoort op deze kleine locatie niet thuis en de infrastructuur is er niet op berekend. De bewoners vragen de raad met klem te zoeken naar alternatieve locaties, die er ongetwijfeld zijn.


De heer PECHTOLD meent dat deze zaak draait om zorgvuldigheid, fatsoen en vertrouwen.

Er moet met de omgeving worden samengewerkt. We staan nu op een kruispunt en spreker dringt erop aan dat er overleg komt met de buurt, zodat gezamenlijk plannen kunnen worden gemaakt, met inachtneming van de belangen van de buurt, de leerlingen en het openbaar bestuur.


De heer VAN DER MEULEN is bewoner van Kralingen en heeft een zoon op de Vrije School. Deze zaken zijn van belang: de school zelf, hoe die zich opstelt; wat voor leerlingen op deze school zitten; en praten met elkaar. Ten aanzien van dat laatste heeft de directeur van de school aangegeven bereid te zijn tot een gesprek om tot een oplossing te komen. Het Rudolf Steiner College is een positieve en actieve school, die spreker bij iedereen kan aanbevelen.


Mevrouw OOSTERLAAN is conrector van het Libanon Lyceum. Spreekster is tegen de komst van het Rudolf Steiner College op deze plek, maar om een andere reden dan de buurtbewoners. Het Libanon Lyceum heeft de afgelopen tien jaar een ontwikkeling doorgemaakt van een vrijwel volledig gekleurde school naar een gemengde school. Het Libanon Lyceum is van mening dat de komst van het Rudolf Steiner College binnen 600 meter van het Libanon Lyceum het voor het Libanon Lyceum bijzonder moeilijk zal maken om een gemengde school te blijven. Keuzeprocessen van de ouders zullen er toe leiden dat er dan over tien jaar twee scholen zijn: een gekleurde en een witte school.


Mevrouw BOONS is ouder van een leerling op de Vrije School en benadrukt dat ‘vrij’ niet betekent ‘losgeslagen’. Het Rudolf Steiner College leidt kinderen op tot een examen, maar heeft daarnaast veel zorg en aandacht voor de ontwikkeling van de kinderen. De school zet zich in om de kinderen te begeleiden tot positieve, zelfbewuste mensen. Bij feesten in discotheken brengen de leerlingen een andere sfeer mee en zij veroorzaken weinig onrust.


De heer VAN WERMESKERKEN benadrukt dat de bewoners geen negatief beeld hebben van de school. De directeur wil bemiddelen tussen partijen. De bewoners zijn echter geen partij met het Rudolf Steiner College, maar met het deelgemeentebestuur. De commissie ROB heeft tweemaal over dit onderwerp vergaderd, waarbij naar de bewoners toe een aantal verwachtingen is gewekt. Zo is heel duidelijk de verwachting gewekt dat het bestuur naar het stadsbestuur zou gaan om te kijken of er betere locaties beschikbaar waren. Sindsdien is niet gebleken dat dit is gebeurd. In de laatste commissievergadering hebben de bewoners opgeroepen met hen in contact te treden. Bijna alle fracties hebben steun betuigd aan de bewoners. De bewoners begrijpen dan ook niet waarom dit punt nu is geagendeerd. Het hoofd van de school zegt dat er geen overlast is, maar een schouw van de school op de huidige locatie, die door enkele bewoners is uitgevoerd, bewijst het tegendeel. Er is veel zwerfvuil en veel kinderen worden wel degelijk met de auto naar de school gebracht. Spreker begrijpt dat er druk wordt uitgeoefend op de deelraad, maar benadrukt dat dit project op zijn eigen merites moet worden beoordeeld en geen onderdeel kan zijn van andere complexe politieke besluitvormingen. Spreker roept de raad op om de rug recht te houden, in de wetenschap dat het Noordelijk Niertje niet geschikt is voor de vestiging van een school van 900 leerlingen.


De heer VAN LIEROP is directeur van het Rudolf Steiner College. De beeldvorming over de school is niet compleet. De school heeft bewust aan de kant gestaan, de ontwikkelingen gevolgd en zich niet ingelaten met het politieke gebeuren. Na de laatste vergadering van de commissie ROB vond de school het tijd om zich wel in de discussie te mengen en heeft een brief geschreven aan de raadsleden. In deze brief wordt gevraagd het vraagstuk in breder perspectief te plaatsen en te kijken naar het bredere maatschappelijke vraagstuk dat samenhangt met de nieuwbouw van de school. De school zit met nog twee andere scholen in het Alkemadecomplex. Alle scholen groeien daar uit het gebouw en twee, waaronder het Rudolf Steiner College, hebben een dislocatie. Het zou voor beide scholen dus gunstig zijn als het Rudolf Steiner College naar een andere locatie gaat. De school zal overigens maximaal uitgroeien naar 800 leerlingen en dat is het aantal waarvoor zal worden gebouwd. De school zal in het Noordelijk Niertje prima op zijn plek zijn. De school heeft zijn wortels in Kralingen en de laatste jaren komen steeds meer leerlingen uit Kralingen en zelfs uit het Noordelijk Niertje. Spreker vertrouwt dat de school er zal komen en wil graag samen met de buurt en belanghebbenden zoeken naar een oplossing voor de problemen.


De heer DE ROON spreekt in over Havenzicht. Het DB geeft aan dat de dagopvang op grond van de veiligheidsscan niet in de Willem Ruyslaan moet komen. Een criterium voor de locatiekeuze is het openbaar vervoer. Hoe gaat dat dan in Hillegersberg, Prins Alexander, IJsselmonde, Hoogvliet? Daar is toch ook niet overal openbaar vervoer?

Hoe hoog wordt Nieuw Havenzicht? Komt er een dakterras, komt er een dagopvang, komt er een ziekenboeg of wordt het een echt ziekenhuis en hoe zit dat in relatie met Centraal Onthaal? Voorts merkt spreker nog op dat het Centrum voor Dienstverlening een uitvoerend orgaan is en niet een bepalende factor. Het deelgemeentebestuur maakt de dienst uit en niet het CvD.


Mevrouw DE VISSER spreekt namens de Huiseigenarenvereniging Pro Rege eveneens in over Havenzicht. De laatste tijd zijn er verwarrende berichten ontvangen. Spreekster zou graag duidelijkheid willen hebben.


  1. Vragenhalfuur van raadsleden aan het DB

Er zijn geen vragen.


  1. Vaststelling agenda

De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.


  1. Ingekomen stukken en mededelingen

De lijst wordt vastgesteld.


  1. Voortgang afwikkeling motie Havenzicht

De VOORZITTER geeft een toelichting op de extra toegevoegde stukken. Het stadsbestuur heeft aangegeven van mening te zijn dat gezamenlijk alternatieve locaties moeten worden onderzocht en te vinden dat de koppeling tussen dag- en nachtopvang in stand zou moeten worden gehouden. Het DB van de deelgemeente vindt dat het besluit van deze vergadering daarin maatgevend is, maar hecht er aan dat het gemeentebestuur en deelgemeentebestuur niet tegenover elkaar staan. Dit stadsbestuur heeft aangegeven op een andere wijze met de deelgemeente te willen omgaan. De waardering voor dit standpunt is de reden waarom is gekozen voor het doen uitgaan van een gezamenlijke brief.


De heer DE ROON leest in deze brief wel respect voor elkaars standpunt maar krijgt niet de indruk dat college en deelgemeentebestuur op één lijn zitten en dat de optie voor een gecombineerde opvang op de Willem Ruyslaan nog steeds open is.


De VOORZITTER bevestigt dat het college en deelgemeentebestuur dit gezamenlijk willen onderzoeken. Maar het DB geeft de voorkeur aan ontkoppeling. De posities van deelgemeentebestuur en stadsbestuur zijn in de gezamenlijke brief weergegeven.


De heer SPRENGER merkt op dat na de voorlichtingsbijeenkomst in juli 2006 op de agenda van september 2006 het voorstel stond om de verslaafden uit de Pauluskerk tijdelijk onder te brengen in Havenzicht. Alternatieve locaties waren nauwkeurig onderzocht en slechts één locatie bleek aan de eisen te voldoen. Na behandeling van het voorstel heeft de VVD er met de PvdA voor gekozen om als deelraad zelf naar alternatieve locaties te zoeken. De deelraad heeft zeven alternatieven op tafel gelegd. Na onderzoek blijken enkele daarvan aan de eisen te voldoen.

De fractie staat positief tegenover het voorstel en de afweging van het DB.

Opvallend is de opmerking van het stadsbestuur dat de locatie dicht bij het openbaar vervoer moet liggen. Hoe gaan verslaafden gebruikmaken van het openbaar vervoer? Het is niet voor te stellen dat OV-kaarten gratis aan verslaafden zullen worden verstrekt. Het is beter om voor alternatief vervoer te zorgen. Ook het argument dat het nabij gelegen politiebureau aan de Veilingweg uitbreiding behoeft, is geen goed argument omdat uitbreiding kan plaatsvinden in de richting van het veilingterrein.

De wethouder wil echter nog steeds de mogelijkheid van één locatie openhouden. Spreker wil graag van de andere fracties horen of, mocht voor deze optie wordt gekozen, de raad wil aangeven dat in dat geval de Veilingweglocatie nog steeds beter is dan de Willem Ruyslaan.


De heer POLAK vindt de starre houding van de stad verbazingwekkend en, gelet op de toekomst, ook zorgelijk. Ook het feit dat nu opeens de veiligheidsscan naar boven komt, wekt verbazing. De volgorde waarin de zaken zich afspelen is ongebruikelijk en het budget is niet inzichtelijk. Het argument van het openbaar vervoer is niet sterk, evenmin als het argument dat ‘er anders mensen zouden gaan rondlopen’. Hoe kunnen ze gaan rondwandelen, ze zouden toch in een dagprogramma worden opgenomen?

Een aantal locaties zou niet beschikbaar zijn omdat de procedures te veel tijd kosten. Volgens de fractie is een artikel 19-procedure niet noodzakelijk omdat het over een tijdelijke voorziening gaat. Is het juist dat hier een artikel 17-procedure kan worden gebruikt?

De fractie vraagt het DB de koppeling van de locatie tegen te houden en het standpunt van de raad, dat door het DB is overgenomen, overeind te houden. De fractie staat positief tegenover het voorstel van het DB en hoopt dat de stad inziet dat dit een veel betere afweging is dan het voorstel van het stadsbestuur zelf.


De heer LA CROIX las in de krant dat wethouder Kriens van mening is dat Havenzicht ettert. In dat geval kan spreker zich vinden in het verwijderen van Havenzicht. Waarschijnlijk bedoelt de wethouder echter dat de communicatie ettert, iets waaraan de wethouder zich zelf heeft schuldig gemaakt. De brief van stadsbestuur en DB is een leuk compromis, maar bij een compromis moeten beide partijen water in de wijn doen. De brief roept vragen op. Waar zijn de alternatieven gebleven? Wat zijn de voorwaarden die de stad heeft gesteld? Waarom zijn er deelgemeenten die geen dak- en thuislozen hoeven onder te brengen? Het blijft een moeilijk proces. Na alles wat er over is geschreven heeft spreker weinig vertrouwen in een goede afloop en hij verwacht dat het zal eindigen met een gecombineerde opvang aan de Speelmanstraat.

Doordat nu zo hard wordt ingezet op de opvang van dak- en thuislozen komt wel de nieuwbouw van Havenzicht in gevaar. Spreker gelooft niet dat er een alternatieve locatie wordt gevonden.


De heer DE ROON memoreert een vraag die D66 in augustus jl. stelde over de dagopvang van dak- en thuislozen zoals die tijdens de sloop van het huidige Havenzicht zou plaatsvinden in portakabins op de groenstrook aan de westzijde van de Willem Ruyslaan. D66 vroeg zich toen af of er geen geschiktere locaties zijn. D66 blijkt een vooruitziende blik en goed inzicht in de veiligheidsproblematiek in de omgeving te hebben gehad. Het DB antwoordde toen dat het door het leveren van maatwerkoplossingen mogelijk is de overlast tot een minimum te beperken.

Intussen is er veel gebeurd en het is goed dat het DB blijkbaar tot een ander inzicht is gekomen. Uit de veiligheidsscan blijkt dat er op het moment dat de stad kwam met extra verslaafden uit de Pauluskerk al sprake was van een stijging van de drugsoverlast rond Havenzicht. Hiermee wordt bevestigd dat de bezorgdheid van de bewoners gerechtvaardigd was.

D66 zal het raadsvoorstel van harte ondersteunen, al blijven er nog enkele vragen. De Veilingweg is volgens het DB wel geschikt, hoewel dat uit het onderzoek niet bleek. Hoe wil het DB hierover de discussie met het stadhuis aangaan? Op het moment dat er scheiding is van dag- en nachtopvang zal er aan de Willem Ruyslaan alleen nachtopvang zijn. Tijdens de sloop van
Havenzicht moet met de omwonenden worden gesproken over de randvoorwaarden voor de tijdelijke nachtopvang. En hoe gaan de stedenbouwkundige randvoorwaarden van Nieuw Havenzicht er uitzien en wanneer denkt het DB deze aan de bewoners te presenteren?

Wellicht heeft de deelraad, met alles wat er zich de afgelopen maanden heeft afgespeeld, heel goed het bestaansrecht van de deelgemeente bewezen.


De heer VAN DEN HEMEL complimenteert de deelraad en het DB en ondersteunt het voorstel van het DB.


De heer VAN ASSENDELFT deelt mee dat de fractie met afkeuring kennis heeft genomen van de brief van wethouder Kriens aan het DB van 21 november 2006. De brief maakt de voorgenomen dagopvang van de Pauluskerkgangers in Havenzicht helder. Door de raad voorgestelde alternatieven zijn bij voorbaat kansloos. Hoewel een latere brief voorzichtiger werd geformuleerd, bleef de boodschap hetzelfde: gecombineerde opvang is kostenbesparend en voorkomt een lange bezwaarprocedure van de buurt in geval van een alternatieve locatie. De mogelijke gevolgen voor de wijk zijn van ondergeschikt belang. Ook de fractie van Leefbaar Rotterdam is tegen een gecombineerde opvang van de Pauluskerkgangers met de huidige populatie van Havenzicht en ziet hierin uitsluitend nadelen voor alle betrokkenen. Het nieuwe criterium dat de locatie goed met openbaar vervoer bereikbaar moet zijn, is ronduit belachelijk. Weinig verheffend was de wijze waarop mevrouw Kriens de verantwoordelijkheid voor de veiligheid volledig bij de deelgemeente legde. Opmerkelijk is daarnaast het gegeven dat diezelfde veiligheid genoemd wordt als argument om de locatie Veilingterrein en Boezembocht af te keuren, getuige het – niet serieus te nemen – locatieonderzoek van dS+V.

In het locatieonderzoek staat dat bij ligging op een bedrijfsterrein de sociale controle ontbreekt gedurende avond en nacht. Dit nota bene op een steenworp afstand van het enorme politiebureau aan de Veilingweg. Op de valreep is er op 9 december 2006 een overleg geweest tussen DB en wethouder Kriens. Blijkens de brief zullen gemeente en deelgemeente in een gezamenlijk traject de alternatieven verder uitwerken. Als de wethouder echter vasthoudt aan de criteria die in het locatieonderzoek naar voren komen, is de kans op een bevredigende uitkomst bijzonder gering. Het stadsbestuur zegt alle opties open te houden, inclusief de genoemde dag- en nachtopvang in Havenzicht. Daar verandert het respect dat het stadsbestuur zegt te hebben voor het bestuur van de deelgemeente helemaal niets aan. Leefbaar Rotterdam vindt dat de mensen in Havenzicht en Kralingen op zeer korte termijn moeten horen dat er definitief geen dagopvang komt.


Portefeuillehouder SCHUILING antwoordt als volgt:

De raad geeft aan dat de vraag om nadere onderbouwing van het onderzoek naar locaties onvoldoende is beantwoord. Ook het DB heeft het gevoel dat het stadsbestuur tot op heden weinig constructief heeft meegedacht over alternatieven. Het DB is geschrokken van het feit dat nu plotseling wordt gesproken over de bewegingsvrijheid van deze groep, waarvan eerder was vastgesteld dat ze in een dagprogramma zou zitten, waardoor er een zekere beheersing en controle over mogelijk zou zijn.

Natuurlijk wil het DB weten wat de financiële randvoorwaarden zijn, al was het maar om te weten of er investeringsmogelijkheden zijn bij het zoeken naar alternatieve locaties. Het feit dat inzicht hierin wordt geweigerd, is niet erg bemoedigend.

Ten aanzien van het draagvlak wordt door het beheerconvenant voldoende waarborg geboden, waardoor ook de Pauluskerkgangers inpasbaar zouden zijn. Aanleiding voor de veiligheidsscan was de vraag van het DB om na te gaan wat er in dat gebied nu werkelijk aan de hand is ten aanzien van veiligheidsbeleving en ondervonden hinder. Uit de gegevens, die van eind 2005 en begin 2006 zijn, blijkt dat de ondervonden hinder van gebruik en handel in drugs procentueel verminderd is. Hieruit blijkt dat we de situatie sinds een paar jaar in de hand hebben en dat is te kostbaar om weg te geven.

De noodzaak van de koppeling van dag- en nachtopvang moet worden onderbouwd, ook in de gezamenlijke zoektocht naar een alternatieve locatie. Anderzijds moeten wij aangeven waarom alternatieve locaties, zoals de Veilingweg, noodzakelijk en mogelijk zijn. Als openbaar vervoer van belang is, dan is bus 38 beschikbaar. Begin van dit jaar werd overigens gesteld dat er busjes zouden rijden tussen de dag- en nachtopvang.

Dit stadsbestuur is bereid om gezamenlijk de voorgedragen locaties nader te bezien en ons daarvoor de ruimte te geven, maar de raad moet wel open oog en oor hebben voor voorstellen van het stadsbestuur.

Spreker is het niet eens met de kritiek op wethouder Kriens. Deze wethouder probeert opening van zaken te geven en heeft de deelraad ruimte gegeven om mee te beslissen, een ruimte die er eerst niet was.

Het DB heeft stapsgewijs met de deelraad gekeken naar de mogelijkheden die er zouden moeten zijn. Op basis van het onderzoek dat nu is gedaan en de criteriastelling van de raad heeft het DB haar standpunt bepaald.

We moeten nu wat er in het verleden is gebeurd vergeten en gaan praten over de inhoud. Ten aanzien van de Veilingweg moeten we met de politie gaan praten. Nieuwbouwplannen daar zijn de eerste paar jaar niet aan de orde. Een artikel 17-procedure geldt inderdaad voor tijdelijke situaties en zou voor alternatieve locaties van toepassing zijn.


Portefeuillehouder VAN RIJN bevestigt dit. Het bezwaar van mogelijk lange procedures is geen valide argument, omdat het duidelijk is dat het gaat om tijdelijke opvang.


Portefeuillehouder SCHUILING merkt op dat het zaak is de procedure op Kralingen-Crooswijk af te ronden en de alternatieve locatie beschikbaar te stellen op het moment dat het aan de orde is.

Terecht is gevraagd om meer inzicht te geven in de ontwikkeling van Nieuw Havenzicht.
Op 25 januari 2007 zal een bewonersavond worden georganiseerd en daar zal helderheid worden gegeven over de langetermijnplannen.

Er is een gesprek geweest met de beheerscommissie. Het bewonersaandeel, met name uit de omgeving Speelmanstraat, was nog niet groot en spreker roept de bewoners daarom op om een bijdrage te leveren aan de beheerscommissie.


De heer DE ROON vindt het vreemd dat de raad nu een besluit gaat nemen over een raadsvoorstel, terwijl afgelopen week al een eerste bijeenkomst van bewoners en beheerscommissie heeft plaatsgevonden.


Portefeuillehouder SCHUILING antwoordt dat ook wanneer er op de Willem Ruyslaan alleen nachtopvang zou komen er toch een beheerscommissie moet zijn. Ook de signalen uit het gebied wijzen op de noodzaak daarvan.


In tweede termijn:

De heer SPRENGER vraagt om antwoord op zijn vraag over de locatie voor het geval aan de koppeling van dag- en nachtopvang zou worden vastgehouden.


Portefeuillehouder SCHUILING antwoordt dat in de gezamenlijke procedure alle alternatieven die worden aangedragen door deelraad of DB nader worden bestudeerd op haalbaarheid en op de mogelijkheid van koppeling zoals het stadsbestuur wil bewerkstelligen op de locatie Willem Ruyslaan. Als de heer Sprenger meent dat koppeling beter kan plaatsvinden op de Veilingweg dan op de Willem Ruyslaan, dan kan hij dat inbrengen in het debat in februari 2007.

Alle uitgewerkte voorstellen, ook die door het stadsbestuur kunnen worden ingediend, worden ter beschikking gesteld van de deelraad en het presidium bepaalt of de raad daarover wenst te spreken. De deelraad zit nu in een veel betere positie dan een halfjaar geleden.

Als het stadsbestuur blijft bij zijn opvatting, dan moeten wij het stadsbestuur in de gelegenheid stellen die opvatting te onderbouwen. Als de VVD met kracht van argumenten in het debat van februari 2007 de voorgestelde locaties kan handhaven, dan zal het stadsbestuur met goede argumenten moeten komen om deze voorstellen af te wijzen. Het gaat om het onderbouwen van de voorstellen en de gehanteerde argumenten, iets wat het stadsbestuur tot nu toe niet erg goed heeft gedaan.


De heer VAN DEN HEUVEL hoort de voorzitter spreken over ‘eventuele dag- en nachtopvang bij Havenzicht’. De fracties gaan ervan uit dat er geen koppeling moet komen. Heeft het DB wel hetzelfde voor ogen als de raad?


Portefeuillehouder SCHUILING antwoordt dat het DB in de gezamenlijke brief haar standpunt heeft gemarkeerd. Het stadsbestuur wil de koppeling in discussie brengen en biedt de deelraad de ruimte hierover op basis van gelijkwaardigheid te discussiëren. De deelraad krijgt daadwerkelijk de ruimte om de belangen van de bewoners in dit gebied aan te geven. Dit debat kan leiden tot een veranderde opstelling van het stadsbestuur, maar ook tot een opstelling die hetzelfde blijft.


De heer LA CROIX heeft nog geen antwoord gehoord op zijn vraag over een alternatief in bijvoorbeeld Hillegersberg.


Portefeuillehouder SCHUILING antwoordt dat als Havenzicht niet zou worden gesloopt het geen probleem zou zijn geweest om daar tijdelijk de Pauluskerkgangers op te vangen. Het gaat hier om een opgave die geldt voor onze deelgemeente. Als de heer La Croix vindt dat het DB bij het stadsbestuur moet vragen of de deelgemeente Hillegersberg wel een evenredige bijdrage levert, wil spreker dat uiteraard doen.


De heer LA CROIX verzoekt de heer Schuiling die vraag te stellen, omdat was toegezegd dat de last van de opvang van dak- en thuislozen evenredig over de deelgemeenten zou worden verdeeld.


Portefeuillehouder SCHUILING antwoordt dat er twee zaken naast elkaar spelen: maatschappelijke opvang en de tijdelijke opvang van de Pauluskerkgangers.

Nadat de raad een besluit heeft genomen over het voorstel zal met het stadsbestuur in een periode van twee maanden randvoorwaardelijk naar dat genomen besluit worden gekeken en zal het stadsbestuur bekijken of het ten aanzien van de koppeling met een beter voorstel zou kunnen komen. Tot tweemaal toe is het stadsbestuur gevraagd het voorstel te onderbouwen en het stadsbestuur heeft nu tijd gevraagd om dat alsnog te doen. Er is geen reden om hen die tijd niet te geven.


De heer LA CROIX blijft sceptisch ten aanzien van de rekkelijkheid van de criteria. De criteria spelen voor het stadsbestuur nog steeds een rol.


Portefeuillehouder SCHUILING merkt bij interruptie op dat in de brief van 8 december 2006 duidelijk is gemaakt dat de criteria voor het DB onvoldoende zijn onderbouwd.


De heer LA CROIX meent dat het logischer zou zijn wanneer beide partijen met een blanco voorwaardenlijst beginnen. Het is een ongelijke strijd, maar spreker wil het DB het voordeel van de twijfel geven. Spreker vraagt de portefeuillehouder om wethouder Kriens te verzoeken een radiostilte inzake Havenzicht in acht te nemen en voorts het standpunt van de deelraad over de alternatieve locaties met kracht te verdedigen. Het verdient ook aanbeveling om met de bewoners van Paulus Potterstraat, Willem Ruyslaan en Speelmanstraat te overleggen over de voorwaarden waaraan de nieuwbouw van Havenzicht moet voldoen.


De heer DE ROON vindt de opmerking dat nog met het politiekantoor aan de Veilingweg moet worden overlegd, wat vrijblijvend klinken.


Portefeuillehouder SCHUILING antwoordt dat het stadsbestuur stelt dat de politie dit terrein nodig heeft, maar het DB wil hierover overleggen met de NS en met de eigenaar van de locatie waar de politie zit.


De heer DE ROON vindt de handelwijze van het stadsbestuur inzake gecombineerde opvang van verslaafden zorgwekkend.


De heer VAN ASSENDELFT merkt op dat de fractie geen bezwaar heeft tegen het voorstel, mits er geen vermenging is van twee groepen in Havenzicht. Gesprekken met de NS en de politie om te zien of de locatie aan de Veilingweg beschikbaar kan komen, juicht de fractie toe.

Spreker is nog wel boos en bezorgd over de opmerkingen van wethouder Kriens over de veiligheid in de buurt.

Omdat het op het ogenblik erg stil is in de Pauluskerk, is het wellicht van belang om te laten uitzoeken hoeveel verslaafden er eigenlijk nog in aanmerking komen voor dagopvang.


De VOORZITTER stelt vast dat de raad unaniem instemt met het door het DB voorgestelde besluit inzake Havenzicht.


  1. Stedenbouwkundige randvoorwaarden Noordelijk Niertje

Portefeuillehouder VAN RIJN merkt op dat het DB in dezen een serviceverlenende rol kiest, waarbij de besluitvorming aan de raad is. Het gaat in deze vergadering nog niet om de finale besluitvorming, maar om het bepalen van het standpunt inzake de stedenbouwkundige randvoorwaarden. Daarna wordt dan de vraag gesteld of de raad een artikel 19, lid 1-procedure wil opstarten. De derde stap is de goedkeuring van het bouwplan.

Bij alle collectieve voorzieningen zijn er mensen die het weliswaar eens zijn met de voorziening, maar ‘not in my backyard’. De tegenstanders hebben zich helder en duidelijk laten horen. Hoe de algemene mening in de buurt is weten we niet, omdat we uitsluitend de tegenstanders hebben gehoord.

Het is juist dat moet worden vastgehouden aan het bestemmingsplan en dat bewoners daaraan verwachtingen mogen ontlenen. Anderzijds kunnen zich andere belangen aandienen die aanleiding kunnen geven het bestemmingsplan aan te passen. De schooldirecteur heeft duidelijk aangegeven dat de school op de huidige locatie volledig klem zit. Het DB heeft aan de wethouder gevraagd het locatiekeuzeproces nader toe te lichten. Dat is inmiddels gebeurd. Voor het DB sprongen de goede argumenten om de school juist in het Noordelijk Niertje te vestigen er duidelijk uit. De school vindt zijn oorsprong in Kralingen, het belangrijkste doelgebied is Kralingen, en er is een zeer gunstige ligging ten opzichte van het openbaar vervoer. Vanuit de optiek van de school maken deze criteria de vestiging op deze locatie zeer aantrekkelijk.

Er moet vaker een besluit worden genomen waarbij niet alle gegevens voldoende duidelijk zijn. In deze situatie kan de raad echter nadrukkelijk een aantal voorwaarden stellen.

De bewoners dreigen met juridische procedures. Voor een raadslid mag dit niet maatgevend zijn voor het al dan niet instemmen met een voorstel, want dan zouden bewoners iedere besluitvorming kunnen tegenhouden.

Voor de locatie in het Noordelijk Niertje zijn in het voorjaar stedenbouwkundige randvoorwaarden geformuleerd welke zijn voorgelegd aan de bewoners. In juli 2006 zijn de stedenbouwkundige voorwaarden tijdens een informatieavond aan de bewoners gepresenteerd. Met medeneming van de tijdens die avond verkregen informatie is er een vergadering van de commissie ROB geweest, waarin bleek dat de bezwaren van de bewoners door nogal wat raadsleden werden gedeeld. Op basis daarvan werd een tweede pakket stedenbouwkundige randvoorwaarden opgesteld. Het was dan ook uitermate teleurstellend in de tweede vergadering van de commissie ROB te moeten horen dat de commissieleden vonden dat het DB met oude informatie kwam.

In het voorliggende voorstel zit een aantal beslispunten, waarover de raad zich moet uitspreken. Deze punten zijn: wel of geen sloot? Moet er een bomenrij komen tussen de school en de woningen? Moet de uitstraling van de school zomin mogelijk visuele hinder opleveren door het beperken van de bouwhoogte, weinig en kleine ramen etc.? Is het voorstel ter zake van de verkeersafwikkeling goed? dS+V heeft problemen met een ontsluiting via de Kralingse Zoom, maar wellicht is daar een compromis te vinden. Voor de fietsers kunnen worden geregeld dat deze zoveel mogelijk om en langs de woonwijk heen worden geleid in plaats van er doorheen. Vindt de raad het een goed idee om een representatieve afvaardiging van de bewoners te laten participeren in een ontwerp voor de school?

Als de raad op deze punten tot een besluit komt, kunnen deze worden uitgewerkt in de randvoorwaarden.


De heer VAN ASSENDELFT merkt op dat het Noordelijk Niertje op zich al klem zit en een school op die plek komt klem te zitten tussen de drukke verkeersader en de woonhuizen. De fractie heeft niets tegen deze school in Kralingen, maar niet op deze plek. Deze plaats is totaal ongeschikt vanwege de verkeersdruk, het milieuaspect en de veiligheid. Deze locatie is fout en laten we daarom met zijn allen zoeken naar een locatie waar deze school wel tot zijn recht komt.


De heer VAN DEN HEMEL vindt de introductie van de portefeuillehouder interessant, maar is van mening dat de pijn zit in de komst van de school. In de hele discussie over de stedenbouwkundige randvoorwaarden hebben we het nog niet gehad over de woningen, het ging uitsluitend over de school. Het belang van de school en van het stadsbestuur is heel duidelijk, maar met het belang van de bewoners is nog onvoldoende rekening gehouden. Bij een zo groot project moeten de bewoners worden betrokken.


De heer DE ROON stelt vast dat het DB zich nu wel opstelt als procesbegeleider, maar dat tussen de regels door valt te beluisteren dat het DB wel degelijk een standpunt heeft ingenomen ten aanzien van de locatie. Het is juist dat de raad zich moet uitspreken over de stedenbouwkundige randvoorwaarden, maar als het gaat om een heel grote school op een niet al te groot terrein, dan komen niet alleen de randvoorwaarden aan de orde maar ook de locatiekeuze.

Spreker is het nog steeds eens met het standpunt van de commissie ROB, die uitsprak niet overtuigd te zijn van de juiste locatiekeuze. Er is druk gelobbyd sinds de laatste ROB-vergadering, maar omdat er vanuit het stadsbestuur geen extra informatie is gekomen, is er voor spreker geen aanleiding om zijn mening te herzien.

Spreker weet niet hoe de bewoners tegen dit plan aankijken. De informatieavond was in hoofdzaak eenrichtingsverkeer: informatie vanuit het bestuur en de diensten naar de bewoners toe, maar er was geen discussie met de bewoners.

Spreker heeft daarom een motie voorbereid om met de bewoners, de diensten en de school te gaan overleggen of er echt geen andere locatie is te vinden en zo nee, om dan met de bewoners te praten over de stedenbouwkundige randvoorwaarden.


De heer LA CROIX meent dat wanneer de portefeuillehouder spreekt over sloten en bomen hij al bezig is met het inrichtingsplan, terwijl we in feite nog in de fase van het principebesluit zitten.

Het DB had tot de laatste commissie ROB-vergadering geen standpunt, maar spreker constateert dat nu toch wordt getracht het voorliggende voorstel aangenomen te krijgen.

Vanaf januari, februari 2006 is erop aangedrongen dat er eerst met de bewoners gesproken zou worden. In juni 2006 stond het Noordelijk Niertje opeens op de agenda van de commissie ROB. Daar werd het voorstel afgestemd en pas in juli 2006 werd met veel pijn en moeite een informatieavond gehouden, waarbij het uitsluitend om informatie en niet om communicatie ging.

Een inspreker merkte op een schouw te hebben gedaan bij het Rudolf Steiner College waaruit bleek dat niet alles zo mooi en aardig is bij deze school. Dat belooft wat voor de Leendert Butterstraat!

Het stadsbestuur heeft besloten dat er een school moet komen in het Noordelijk Niertje. Is daarbij rekening gehouden met het evenwicht tussen zwarte en witte scholen?


De heer DE ROON wil bij interruptie graag weten hoe het contact is van de heer La Croix met de CDA-fractie en de CDA-wethouder op de Coolsingel.


De heer LA CROIX antwoordt dat het feit dat hij geen contact heeft gehad met wethouder Geluk of diens ambtenaren, hem alle vrijheid geeft om vrijuit te spreken. Ook een brief en een rappel aan de CDA-fractie leverde geen antwoord op.

Het gegeven over zwarte en witte scholen moet worden meegenomen in de overwegingen.

Het Noordelijk Niertje is de verkeerde plek voor de school qua infrastructuur en qua plannen uit het verleden. Bij wijziging van een bestemmingsplan mag worden verwacht dat er nieuwe zaken worden aangebracht die passen in de omgeving, maar deze school past hier niet. Daarom is het CDA tegen de komst van een school op het Noordelijk Niertje.


De heer POLAK wil principieel naar de randvoorwaarden kijken. De bezwaren die zijn aangegeven in de commissie ROB zijn inmiddels weggenomen, maar er blijkt zowel bij de bewoners als bij de commissie onvoldoende draagvlak te bestaan.

Het belangrijkste pijnpunt is de ontsluiting. Is er werkelijk geen alternatief via de Kralingse Zoom dan wel op andere wijze? Een tweede pijnpunt is dat het overleg en de communicatie met de bewoners onvoldoende is geweest. Omdat zowel de school als de architect zich bereid verklaren te kijken naar de mogelijkheden en onmogelijkheden en omdat dit ook voor de bewoners zal gelden, meent spreker dat dit de eerste stap zou moeten zijn.


Mevrouw WEIDE verwijst naar de woorden van het DB dat het niet om finale besluitvorming gaat en dat er nog twee mogelijkheden zijn voor de raad om in te grijpen. Toch is het zo dat wanneer de raad nu akkoord gaat met de randvoorwaarden, het Rudolf Steiner College in principe een locatie heeft gevonden en het zoeken naar een andere locatie wordt gestaakt.

De VVD heeft zich al eerder kritisch uitgelaten over de locatiekeuze en kan zich niet aan de indruk onttrekken dat kansrijke alternatieve locaties niet zijn onderzocht. Het Rudolf Steiner College is niet alleen gebonden aan Kralingen-Crooswijk en waarom nu juist deze plek? De voornaamste bezwaren tegen deze plek zijn:

  • De toevoer van het verkeer. Het Noordelijk Niertje is destijds opgezet en ingericht als woonwijk met smalle wegen en daarom alleen geschikt voor bestemmingsverkeer. In de nota van beantwoording wordt uitgegaan van een onrealistisch laag niveau van de toename van de verkeersdruk. Zo bleek geen rekening te zijn gehouden met de avondactiviteiten van de school, waar de school om bekend staat.

  • De stad heeft aangegeven dat een toegang tot het schoolterrein via de Kralingse Zoom onhaalbaar is. Dit betekent dat alle verkeer door de wijk moet die daarvoor in opzet niet voldoet.

  • De eisen van de bouwhoogte zijn aangescherpt maar de afstand van het pand tot aan de voorgevels van de woningen in de Leendert Butterstraat blijft ongewijzigd op 25 meter. De VVD vindt deze afstand te kort. Ook verdienen twee bouwlagen de voorkeur boven vier bouwlagen, maar dan kunnen er waarschijnlijk geen 800 leerlingen worden gehuisvest.

  • De verstrekte informatie over het milieu houdt onvoldoende rekening met de toekomstige groei van de milieubelasting.

  • Er bestaan gegronde redenen voor langdurige procedures indien wordt getracht het plan door te zetten.

Op grond van bovenstaande kan worden geconcludeerd dat de stedenbouwkundige randvoorwaarden zoals die nu voorliggen niet tot een uitvoerbaar plan kunnen leiden.


Portefeuillehouder VAN RIJN ziet twee zaken als een rode draad door de discussie lopen: de ontsluiting en de communicatie met de bewoners. Spreker voorziet zelf de grootste problemen bij de ontsluiting. De communicatie met de omwonenden heeft plaatsgevonden tijdens de informatieavond. Als de bewoners deze avond als onvoldoende beschouwen, dan is dat een belangrijk punt waarop we ons moeten bezinnen, omdat voor een dergelijk project een groot draagvlak gewenst is. Als de bewoners bereid zijn verder door te praten, zal aan het stadbestuur duidelijk moeten worden gemaakt dat een andere opstelling ten aanzien van de ontsluiting noodzakelijk is.


De VOORZITTER stelt een schorsing voor.


Na de schorsing merkt portefeuillehouder VAN RIJN het volgende op:

Een aantal fracties heeft gevraagd wat de positie van het DB is. Het DB heeft van meet af aan gezegd geen standpunt te hebben en zich procesbegeleidend op te stellen. Dat is nog steeds de opstelling van het DB. Deze procesbegeleidende functie heeft kennelijk een aantal vragen en onduidelijkheden niet uit de wereld kunnen helpen. De transparantie is onvoldoende geweest en zal moeten worden vergroot en de communicatie zal opnieuw moeten worden opgestart. Deze conclusie leidt tot het voorstel van het DB om dit punt van de agenda te halen en het zo spoedig mogelijk in 2007 opnieuw, voorzien van bijgestelde informatie, aan de orde te stellen.


De VOORZITTER stelt een korte schorsing van de vergadering voor.


Na de schorsing neemt mevrouw WEIDE kennis van het besluit van het DB maar zegt dat de fractie graag het DB een boodschap wil meegeven en daarom, mede namens D66, een motie indient. Spreekster leest de motie voor:


"De raad van de deelgemeente Kralingen-Crooswijk, in vergadering bijeen op 21 december 2006; ter bespreking van de conceptstedenbouwkundige randvoorwaarden voor de eventuele nieuwbouw van het Rudolf Steiner College op het Noordelijk Niertje;


constaterende dat:

  • aan de raad een voorstel is gedaan ter vaststelling van de stedenbouwkundige randvoorwaarden van het Noordelijk Niertje om daar een school voor 800 leerlingen te plaatsen;

  • het vigerende bestemmingsplan uitgaat van een woonbestemming voor dit gebied;

  • de aan de raad verstrekte nota van beantwoording van 1 september jl. uitgaat van een onrealistisch laag niveau van de toename van de verkeersdrukte op de bestaande wegen van het Noordelijk Niertje na de komst van een school voor voortgezet onderwijs voor mogelijk 800 leerlingen in dit gebied, zowel overdag als gedurende de avonduren;

  • de door de stad verstrekte informatie met stelligheid aangeeft dat het aanleggen van een toegang tot het beoogde terrein voor de school via de Kralingse Zoom onhaalbaar is, althans voor gemotoriseerd verkeer;

  • de toegangswegen naar de L. Butterstraat, in het bijzonder de Witte Spaanstraat, niet geschikt zijn voor het verwerken van een aanzienlijk grotere verkeersstroom;


overwegende dat:

  • het Rudolf Steiner College in een behoefte voorziet;

  • vestiging van deze school in Kralingen-Crooswijk een aanwinst is voor de deelgemeente, doch dat de school niet noodzakelijkerwijs gebonden is aan Kralingen-Crooswijk;

  • de raad bereid is mee te werken aan het zoeken van een andere, minder bezwaarlijke locatie voor het Rudolf Steiner College dan de voorgestelde;

  • een groot deel van de bewoners bereid is om constructief mee te denken over de ontwikkeling van het Noordelijk Niertje;

  • beginspraak met bewoners essentieel is voor de deelraad om een afweging te kunnen maken;


besluit:

  • de voorgestelde stedenbouwkundige randvoorwaarden nu niet vast te stellen;

  • het DB samen met een afvaardiging van de bewoners, het Rudolf Steiner College en de relevante instanties, waaronder de diensten JOS, dS+V en het OBR, een traject start waarin gezamenlijk een oplossing wordt gezocht voor de invulling van het Noordelijk Niertje;

  • in dit proces de bewoners een kans wordt gegeven mee te denken over alternatieve locaties voor de te bouwen school en/of aanpassing van de stedenbouwkundige randvoorwaarden;


en gaat over tot de orde van de dag."


De VOORZITTER stelt vast dat de motie unaniem is aangenomen en dat ook het DB deze motie steunt. Het DB zal het traject overeenkomstig de motie starten.


  1. Scenario’s volkstuinenbeleid

Mevrouw KRIJGSMAN zegt dat haar fractie voor het behoud van de volkstuinen is. De volkstuinen moeten er vooral zijn voor mensen met een kleine beurs en niet alleen voor mensen met een grote beurs. Spreekster vindt het jammer dat de raad heeft gekozen voor afbouw van subsidies, terwijl de consequenties hiervan eigenlijk niet helder zijn. De volkstuinders hebben net een verhoging gehad en als de raad voor optie B kiest krijgen ze weer een verhoging. Spreekster verzoekt de raadsleden hierover na te denken en te kijken of we niet voor optie A kunnen kiezen.


De heer VAN DEN HEMEL deelt deze mening volkomen.


De heer VAN ASSENDELFT kan zich in het voorstel van mevrouw Krijgsman vinden.


De heer DE ROON merkt op dat de meeste fracties voor optie B hebben gekozen en dat heeft te maken met de opmerking van de portefeuillehouder dat er een specifieke regeling is voor mensen met een kleine beurs.


Mevrouw KRIJGSMAN beaamt dit, maar vraagt toch te kiezen voor optie A omdat nog niet helemaal duidelijk is wat de consequenties zijn. Er is een klein budget voor subsidie maar nog steeds blijken mensen aan het bestuur te vragen om in gedeelten te mogen betalen. Er is dus wel degelijk geldgebrek bij de mensen.

In het verslag van de griffie staat dat wij allen voor een beleidsnota zijn. Spreekster zou deze beleidsnota graag in de toekomst willen zien.


De heer VAN SLUYS, aanwezig bij de betreffende vergadering van de commissie SOWE, merkt op dat bij vraag 1, 2 en 3 een meerderheid voor alternatief B koos en dat bij de vraag over het beleid er zeker geen meerderheid was voor een beleidsnota. De meerderheid koos voor 1B, de actieve beheerstaak.


Mevrouw AVCI merkt op dat er wel degelijk werd aangegeven dat er behoefte was aan een beleidsnota, maar in een later stadium.


De VOORZITTER stelt vast dat dit niet in het advies is opgenomen. De raad kan hierop in een later stadium terugkomen, maar nu moet een uitspraak worden gedaan over de voorliggende scenario’s.


De heer LA CROIX merkt op dat de CDA-afgevaardigde in de commissie voor optie 1C was. In dat scenario moet alles nog worden bepaald. Hoeveel van de 1500 volkstuinders komen uit Kralingen-Crooswijk? Spreker stelt optie 1C voor.


Portefeuillehouder DE VISSER stelt vast dat in de commissievergadering door een meerderheid voor de opties 1B, 2B en 3B werd gekozen. Mevrouw Krijgsman gaf aan met een regeling voor mensen met een kleine beurs te willen komen, maar voor deze mensen is er vanuit de stad een speciale regeling. De principevraag is in hoeverre de deelgemeente de taak heeft iemands tuin te subsidiëren. Het is niet uit te sluiten dat mensen uit andere deelgemeenten een tuin in Kralingen-Crooswijk hebben. S&R verhuurt aan de volkstuinverenigingen en deze hebben het ledenbestand. De deelgemeente kent de individuele leden niet. Maar zelfs al zouden deze gegevens bekend zijn, dan nog is het niet haalbaar om daar bij het onderhoud rekening mee te houden.


De heer LA CROIX vindt dit niet valide. Een zelfde discussie vond plaats bij Hal 4 en daarbij werd gekozen voor het principe.


De heer VAN SLUYS merkt op dat de VVD kiest voor de varianten 1B, 2B en 3B.


De VOORZITTER concludeert dat voor optie 1 in eerste instantie een meerderheid was voor variant B, maar dat PvdA en CDA nu variant C voorstellen.


Mevrouw KRIJGSMAN zegt in principe voor variant B te zijn met als voorwaarde dat er in de loop van het jaar een beleidsnota komt.


De VOORZITTER is van mening dat er moet worden gekozen voor 1B of 1C en stelt vast dat er een meerderheid is voor 1C.

Voor optie 2 was de voorkeur voor variant B, maar dit wordt nu 2A.

Voor optie 3 was de voorkeur voor variant B en dit blijft 3B.

Er komt een beleidsnota.


De heer SPRENGER vraagt of de PvdA-fractie voorstellen heeft voor de dekking van de kosten voor beleidsformulering van circa € 30.000,=.


Mevrouw KRIJGSMAN vindt de raming van het bedrag aan de hoge kant en wil graag een nadere onderbouwing krijgen.


De heer LA CROIX stelt dekking uit de post onvoorzien voor.


De heer SPRENGER stelt voor het kostenplaatje af te wachten en daarna dekking te zoeken.


De VOORZITTER stelt vast dat aldus wordt besloten.


  1. Herschikking reserves en voorzieningen Programmabegroting 2007

De heer POLAK stelt voor om het geld dat van het steunpunt armoedebestrijding vrijvalt wel te blijven besteden aan armoedebestrijding, de post Veiligheid bij de DOSA onder te brengen en het bedrag van € 100.000,= voor de wijkvisie te verlagen naar € 74.500,= en zo budgetneutraal te werken.


De VOORZITTER merkt op dat de DOSA inmiddels van 0,8 naar 1,0 fte is verhoogd. Het DB wil daarop bij de begroting terugkomen. Het voorstel van de heer Polak voor 2007 is dus niet nodig.


Portefeuillehouder DE VISSER zegt dat de armoedebestrijding hoog op de agenda van het DB staat, maar dat dit vanuit andere fondsen wordt gefinancierd. Daarom is voorgesteld dit bedrag te laten vrijvallen.


De heer POLAK antwoordt dat de fractie op een ander moment op de voorstellen zal terugkomen.


De VOORZITTER concludeert dat de raad unaniem instemt met de herschikking reserves en voorzieningen.


  1. Vaststelling van de verslagen van de vergaderingen van 9 en 13 november 2006

Er zijn geen wijzigingsvoorstellen ontvangen. Beide verslagen worden vastgesteld.


De heer VAN DEN HEUVEL merkt op dat de PvdA-fractie op 9 november 2006 mondelinge vragen heeft gesteld over bestuurlijke verantwoordelijkheid. Vandaag, zes weken later, is het antwoord op deze vragen ontvangen. De afspraak was dat mondelinge vragen die niet beantwoord konden worden tijdens de vergadering binnen één week zouden worden beantwoord. Spreker heeft het gevoel dat de raad niet helemaal serieus wordt genomen en stelt voor dat nu in de nota Informatieplicht wordt opgenomen dat mondelinge vragen die niet op dezelfde avond kunnen worden beantwoord binnen een week moeten worden beantwoord.


De VOORZITTER zal dit nagaan en zonodig opnemen.


De heer VAN DEN HEUVEL merkt op dat de heer De Visser heeft gezegd dat het DB van mening is dat het van onbetrouwbaar bestuur getuigt om opnieuw geld te geven aan Hal 4. Omdat een meerderheid van de raad vervolgens heeft ingestemd met geld vrijmaken voor Hal 4, zegt de heer De Visser daarmee eigenlijk dat hij de meerderheid van de raad onbetrouwbare bestuurders vindt. Staat de voorzitter achter deze opmerking van de heer De Visser?


De VOORZITTER verzoekt de heer De Visser als eerste te antwoorden.


Portefeuillehouder DE VISSER antwoordt dat er indertijd afspraken zijn gemaakt met Hal 4 en dat het besluit van de deelraad niet consistent is met de afspraken die in eerste instantie waren gemaakt. Op dat punt zijn raad en DB als overheidsorgaan onbetrouwbaar.


De heer VAN DEN HEUVEL merkt op dat de heer De Visser aangeeft dat een raad die een ander standpunt inneemt dan de portefeuillehouder onbetrouwbaar is. Dat zijn zware woorden en de vraag is of een portefeuillehouder, die de meerderheid van de raad onbetrouwbaar vindt, wel kan aanblijven.


Portefeuillehouder DE VISSER antwoordt niet te vinden dat een meerderheid van de raad onbetrouwbaar is, maar uitsluitend te hebben aangegeven met betrekking tot dit specifieke punt het standpunt van de raad inconsistent te vinden. Het komt op de bewoners niet betrouwbaar over om eerst iets af te spreken en vervolgens iets anders te doen.


De heer VAN DEN HEUVEL vraagt of de portefeuillehouder de woorden ‘onbetrouwbaar bestuur’ wil intrekken.


Portefeuillehouder DE VISSER blijft van mening dat hij het wijzigen van een standpunt door de raad niet betrouwbaar vindt.


De heer LA CROIX merkt op dat de raad zelf ook weet dat het inconsistent was en stelt voor dat de heer De Visser de term ‘onbetrouwbaar’ terugneemt en excuses aanbiedt voor zijn ‘slip of the tongue’.


De heer DE VISSER is graag bereid om de term onbetrouwbaar te wijzigen in inconsistent en biedt zijn excuses aan.


De heer SPRENGER vraagt of er al duidelijkheid is over de veranderde datum van de COR.


De VOORZITTER antwoordt dat de datum van 7 mei 2007 waarschijnlijk gehandhaafd zal blijven.


  1. Rondvraag

Mevrouw MEIJ heeft vastgesteld dat er in de hal wordt gerookt. Het deelgemeentekantoor is echter een openbaar gebouw waar dus een rookverbod heerst. Spreekster vraagt of er per 1 januari 2007 een rookverbod kan worden ingesteld.


  1. Sluiting

Niets meer aan de orde zijnde sluit de VOORZITTER de vergadering om 24.00 uur.


Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 15 maart 2007.



De griffier, De voorzitter,






C.A.H. Oosterhoff G.A.M. Schuiling



Afbeelding 1deelraadsvergadering 21 december 2006 Pagina 14 van 14


Zoeken
Uitgebreid zoeken