Verslag van de Openbare vergadering van de deelraad Prins Alexander gehouden op maandag 29 mei 2006 in het deelgemeentekantoor aan het Prins Alexanderplein 6.
Aanwezig: Mevr. M.A. Huisman (VVD), mevr. A.R. van der Veen (PvdA), mevr. A.M. Zimmerman-Smit (CDA) en mevr. Zin'kova (SP) alsmede de heren H.L.E. Blanck (PvdA), M. Boer (SP), P.J. van Brenkelen (Leefbaar Rotterdam), R. Choenni (PvdA), J.H. van Dijk (VVD), A.A.P. Eekhof (PvdA), J. Kooiman (PvdA), D.J.J. van Lottum (CDA), P. Meijer (Leefbaar Rotterdam), D.J. van Pelt (Leefbaar Rotterdam), A. Salhi (PvdA), B. van Schaik (Leefbaar Rotterdam), J.A. Schippers (CU/SGP), A. Siebel (Leefbaar Rotterdam), C. Snijders (GroenLinks), L. Sörensen (Leefbaar Rotterdam), J.C.M. Soijer (Leefbaar Rotterdam), P. Veenstra (PvdA) en W. Veldhuijzen (Leefbaar Rotterdam).
Afwezig met kennisgeving: Mevr. G.J. Brand (Leefbaar Rotterdam) en mevr. J.L. van Drongelen (CDA).
Griffie: R.D. Weststrate (griffier)
Notulist: P.J. Hoepel, Alpha Talen Nederland BV Waddinxveen
Dagelijks bestuur: R. Krul (voorzitter van het dagelijks bestuur en de deelraad), E.G. van Duin (portefeuillehouder), mevr. G. Boekhoudt (portefeuillehouder), P.C. Paulusma (portefeuillehouder) en J. Noeverman (portefeuillehouder).
Ambtshalve aanwezig: A.M.C. Besters (secretaris)
Belangstellenden: ca. 30 belangstellenden.
Insprekers: de heer Hofman (Doddegras), de heer Rook (Paul Whitemansingel), mevrouw Van Wamelen, mevrouw Hak (v.t.v. De Boerderij), de heer De Ronde (speeltuinvereniging Kralingse Veer), mevrouw Van Sluis (Joliotplaats in Ommoord), de heer Herber (bewoner van de Maria Wesselingstraat aan de Ringvaartplas)
1. Opening
De voorzitter opent de vergadering om 20:00 uur en heet iedereen welkom. Hij wijst de vergadering op de brieven die zijn uitgedeeld. Naar aanleiding van de vorige vergadering zijn er brieven gestuurd aan de heer Ruberg en mevrouw Bienveld. Ook de brief die is verstuurd naar aanleiding van vragen van mevrouw Zimmerman hoort hierbij. Tot slot ligt er een brief van mevrouw L. de Bont aan de initiatiefnemers van het kunstwerk ´Happy man´.
2. Gelegenheid tot het stellen van vragen door het publiek over onderwerpen die niet op de agenda staan.
De heer Hofman heeft een vraag over het verlenen van een vergunning voor het plaatsen van een dakkapel. Hij vraagt zich af waarom het zo lang duurt, voordat hij uitsluitsel krijgt over het al dan niet verkrijgen van de vergunning. Aan de gehouden hoorzitting is flink wat gesteggel voorafgegaan. Er is toen gezegd dat er na zes tot acht weken uitspraak zou worden gedaan. Op dit moment, tien weken later, is er echter nog steeds geen uitspraak gedaan. Na diverse telefoontjes heeft hij de toezegging gekregen dat er misschien op de vergadering van 20 juni over gesproken zal worden. Daarna zou er misschien na een week uitsluitsel kunnen worden gegeven. Spreker kan zich niet voorstellen dat het zo lang moet duren. Er zijn dan drie à vier maanden verstreken, terwijl er gesproken was van zes tot acht weken.
De heer Rook geeft in de eerste plaats een korte toelichting op het verlopen proces van het Wollefoppenpark. In februari vorig jaar hadden 766 bewoners van Zevenkamp een handtekening gezet tegen enige bebouwing in het Wollefoppenpark. Deze handtekeningen waren in vier dagen binnengekomen en hieruit bleek een grote betrokkenheid. In de daaropvolgende raadsvergadering heeft de toenmalige raad besloten een onderzoek te verrichten naar de mogelijkheden van het Wollefoppenpark. Dit heeft de deelgemeente en de gemeente Rotterdam in samenwerking met de betrokken bewoners vorig jaar gedaan. Hieruit zijn verschillende scenario´s voortgekomen: zonder bebouwing, weinig bebouwing of veel bebouwing.
Naar aanleiding van dit onderzoek heeft de deelraad op 19 december 2005 unaniem besloten niet te bouwen in het Wollefoppenpark, het doolhofgebied opnieuw in te richten en een volledige en integrale aanpak van het Wollefoppenpark te onderzoeken. De totstandkoming van dit besluit is te danken aan de besluitvaardigheid van de heer Van Duin, in de context van behoud van natuur, en van de deelraad om het voor Zevenkamp karakteristieke Wollefoppenpark te behouden.
Op woensdag 19 april is er overleg over het doolhofgebied geweest met de heer Dutrieu (gemeente Rotterdam, opvolger van de heer Brinkerink van de deelgemeente), Anja Klaver, Martin van Eden (Orion) en de bewoners. Uit dit overleg zijn een viertal aandachtspunten naar voren gekomen:
De betrokkenen verzochten mogelijke meevallers bij de herinrichting van het doolhofgebied te gebruiken voor verbeteringen in het gehele Wollefoppenpark. De heer Dutrieu gaf aan dat het beschikbare budget alleen voor het doolhofgebied gebruikt zou worden.
De betrokkenen verzochten de plannen niet tot het doolhofgebied te beperken, maar betrekking te laten hebben op het gehele Wollefoppenpark. De heer Dutrieu liet weten, dat er alleen plannen zouden worden gemaakt voor het doolhofgebied.
Voorts gaf de heer Dutrieu driemaal aan dat er geen plannen zouden worden gemaakt voor het Wollefoppenpark, omdat er mensen bij de gemeente Rotterdam zijn die andere gedachten zouden hebben over de zuidkant van de Zevenhuizenplas. Dit is tevens in het verslag vastgelegd.
Tot slot gaf de heer Dutrieu aan dat de deelgemeente heeft besloten niet te bouwen in het Wollefoppenpark. De gemeente Rotterdam heeft dit echter nog niet besloten.
Naar aanleiding van deze aandachtspunten is het enthousiasme en de participatie van betrokkenen afgenomen.
Spreker vindt de gedachte dat de deelgemeente geen inspanningen zal verrichten in afwachting van de plannen van de gemeente Rotterdam zorgelijk. Hij vraagt zich af hoe lang deze plannen op zich kunnen laten wachten. Het afgelopen jaar zijn velen tot de conclusie gekomen dat er niet voldoende onderhoud is gepleegd aan het Wollefoppenpark. Hij vindt het dan ook verwonderlijk dat de deelgemeente niets onderneemt. Hij verzoekt de deelraad een besluit te nemen over de volgende zaken:
-
Het dagelijks bestuur een meerjarenplan te laten opstellen voor de nodige onderhoudswerkzaamheden aan het Wollefoppenpark in samenwerking met Orion en betrokken bewoners.
-
Het dagelijks bestuur een meerjarenplan te laten opstellen voor de nodige verbeteringen aan het Wollefoppenpark in samenwerking met Orion en betrokken bewoners.
-
Te kiezen voor flexibiliteit in de verdeling van het budget voor de herinrichting van het doolhofgebied. Inzage in de kostenverdeling, waardoor participatie van Orion en betrokken bewoners mogelijk wordt gemaakt, zodat er ook buiten het getrokken grensgebied om het doolhofgebied mogelijkheden voor verbetering ontstaan.
-
Te kiezen voor het realiseren van de punten 1 en 2 in hetzelfde tijdsbestek als het opstellen van het plan voor herinrichting van het doolhofgebied, zodat goed overwogen keuzes gemaakt kunnen worden.
Mevrouw Van Wamelen stelt in aansluiting op de heer Rook enkele vragen over het Wollefoppenpark en het gebied rond de Zevenhuizenplas. In de eerste plaats vraagt ze wanneer er wordt begonnen met het toegezegde groot onderhoud aan het Wollefoppenpark. Daarnaast vraagt ze zich af hoe het komt dat de financiële situatie dusdanig slecht is, dat een kapotte plank in een bruggetje niet binnen een jaar kan worden gemaakt.
Bij de communicatie over het Wollefoppenpark en de zuidoever van de Zevenhuizenplas is steeds gewezen op de eerste verantwoordelijkheid van de deelgemeente. In de afgelopen periode is er echter een verschuiving van verantwoordelijkheid zichtbaar richting de stadsgemeente. Ze vraagt zich af hoe de verantwoordelijkheden van de deelgemeente en de stadgemeente zijn verdeeld. Kennis hiervan is noodzakelijk voor de bewoners om zich tot de juiste instantie te kunnen wenden voor inspraak. Voorts vraagt ze of er een scenario bestaat voor bebouwing van de zuidoever van de Zevenhuizenplas. Wanneer hier sprake van is, dan wil spreekster weten hoe dit in overeenstemming kan worden gebracht met het vastgestelde RR 2020-plan. Hierin wordt het gebied met het Oeverpark omschreven en gekenmerkt als bestaand recreatief groen. Ze vraagt wat de rol van het RR 2020-plan is. Ze wijst erop dat voorbelasting van het oevergebied niet nodig is, wanneer dit conform het streekplan en de bestemmingsplannen als groen wordt ingevuld. Spreekster trekt de conclusie dat er gebouwd zal worden en dat de inspraakavonden voor de vorm worden gehouden. Een voorbelasting door zandlichamen veroorzaakt een onherstelbare schade. Daarnaast heeft de Raad van State de gemeente opgelegd de werkzaamheden in de Schieveenpolder met onmiddellijke ingang te staken omdat de aan- en afvoerwegen onvoldoende zijn geregeld en de luchtkwaliteit onder de norm ligt. Ze vraagt zich af wanneer er voor het laatst onderzoek is gedaan naar de luchtkwaliteit bij de drukste verkeersaders van de deelgemeente. Ze wijst op de vertraagde ontsluiting van de wijk Nesselande, de bottleneck bij Nieuwerkerk en de belasting van de luchtkwaliteit voor de wijk Zevenkamp. Verder vraagt ze zich af of er rekening is gehouden met het toegenomen verkeer bij het Oeverpark. Ze vraagt om een nieuwe MER, wanneer bovengenoemde feiten niet in de laatste MER (Milieu Effectiviteits Rapportage) zijn opgenomen,. Tot slot wil spreekster een conferentie organiseren met alle betrokken partijen over de Rottemeren en Rotteplassen. Op die manier kan er een transparante besluitvorming worden gecreëerd over de natuurgebieden van Noord-Rotterdam. Velen hebben hun vertrouwen in een democratisch proces met betrekking tot natuurgebieden verloren.
Mevrouw Hak vraagt naar de stand van zaken van het fietspad door de volkstuincomplexen. De zaak ligt bij de commissie beroep en bezwaar. Spreekster vraagt tevens hoe deze procedure verder zal verlopen. Ze geeft aan dat er veel is geprotesteerd tegen de aanleg van het fietspad door de volkstuinen. Er zijn alternatieven aangereikt voor het aan te leggen fietspad. Door aanleg ontstaan er problemen met de veiligheid van de volkstuinbewoners. Er zijn al problemen doordat een aantal sloten is gedempt voor het bouwverkeer. Verschillende mensen komen op het volkstuincomplex wandelen en sommigen van hen blijven in de huisjes op het complex slapen. De bewoners van het complex voelen zich hierdoor niet veilig. Ze vraagt de deelraad hun problemen serieus te nemen en van zich te laten horen.
De heer De Ronde merkt op dat er door de continue bijstelling van het attractiebesluit uit 1998 een groot probleem is ontstaan. Door de lage ligging van Kralingse Veer, gemiddeld tussen de veertig en zesenzestig centimeter lager dan het riool, is er een probleem ontstaan met de ondergrond. Bij regenval lopen de tuinen onder, werkt de drainage niet en bij flinke regenval zijn de toiletrestanten terug te vinden in de zaal. Spreker wil een tuinrenovatie. Hier zijn echter wel kosten aan verbonden. Tot slot vraagt hij de griffier een werkbezoek te organiseren voor de deelraad aan de speeltuinvereniging in Kralingse Veer. Hij wijst nog op het gemaakte ´plan van aanpak´ dat aan de deelraadsleden zal worden uitgedeeld.
Mevrouw Van Sluis vraagt aandacht voor de aanpak van het parkeerterrein aan de Joliotplaats. In de omgeving van de Joliotplaats is reeds begonnen met de renovatie van de parkeerplaatsen. Spreekster heeft echter nog niets vernomen over de Joliotplaats. Er hebben al verschillende ongelukken plaatsgevonden op het parkeerterrein. Met de herfst op komst zullen de problemen waarschijnlijk toenemen. Ze vraagt wanneer de parkeerplaatsen aan de Joliotplaats gerenoveerd worden. Dit was al in 2005 toegezegd.
De heer Meijer heeft de indruk dat er sprake is van een ´principe kwestie´ bij het DB. Hij dringt er bij het DB op aan de aanleg van het fietspad te heroverwegen.
De heer Van Duin reageert op de heer Rook en geeft in de eerste plaats aan dat de heer Dutrieux werkt in opdracht van de deelgemeente net als de heer Brinkerink. De deelraad heeft in december een besluit genomen over het gehele Wollefoppenpark. Hierin zaten voorstellen met bebouwing en zonder bebouwing. De voorstellen met bebouwing zijn niet door de deelraad overgenomen. Wel waren er een aantal gefaseerde voorstellen: A, E en F. Daarbij had voorstel A alleen betrekking op het doolhofgebied. Er zijn in het gebied echter meerdere beheerders met wie overleg moet plaatsvinden (o.a. Hoogheemraadschap en het Recreatieschap). Er zal een totaalplan voor het doolhofgebied komen, dat echter niet meer in 2006 kan worden uitgevoerd. In de begroting van 2006 is al € 250.000 gereserveerd voor de uitvoering wijkvisie Zevenkamp, dat vooral is bedoeld voor de eerste fase van het plan voor het Wollefoppenpark. De verdere uitvoering van de plannen A via E naar F is gecontinueerd en dit bestreek het gehele gebied.
In reactie op mevrouw Van Wamelen stelt de heer Van Duin dat de verantwoordelijkheden tussen deelgemeente en gemeente niet zijn veranderd in de laatste jaren. Globaal is de gemeente verantwoordelijk voor de vaststelling van het bestemmingsplan. De voorbereiding en uitvoering van het bestemmingsplan wordt door de deelgemeente gedaan.
Met betrekking tot de zuidoever van de Zevenhuizenplas geeft de heer Van Duin aan dat er een herziening van het bestemmingsplan plaatsvindt op basis van een rapport dat door de deelgemeente is vastgesteld. Een recreatief programma paste niet in het huidige bestemmingsplan. Er is een herziening van het bestemmingsplan nodig om dit mogelijk te maken. Er wordt gewerkt aan deze herziening die tevens aan de eisen van de MER zal moeten voldoen. De provincie en de stadregio hebben aangegeven, dat de vastgestelde ambities passen binnen het RR 2020-plan. De huidige werkzaamheden zijn ook in het huidige bestemmingsplan opgenomen voor de daarin opgenomen recreatie-ambities.
Tot slot gaat hij in op de vragen over het fietspad door het complex van v.t.v. De Boerderij. Er wordt gewacht op een uitspraak van de commissie beroep en bezwaar. Vervolgens kan het DB besluiten deze uitspraak al dan niet over te nemen. Deze beslissing zal dan aan de deelraad ter kennisgeving worden meegedeeld.
De voorzitter maakt zijn excuses aan de heer Hofman en de medebewoners voor de manier waarop een en ander is gelopen. Hij onderschrijft de woorden van de heer Hofman over de trage procedure bij de commissie beroep en bezwaar en de ambtelijke afhandeling. Hij zegt toe dat er in de maand juni uitsluitsel gegeven zal worden. Hij brengt naar voren dat het DB maatregelen heeft genomen om deze zaken spoedig te kunnen oplossen. Zo heeft de deelgemeente met ingang van juni een jurist aangenomen. Tot nu toe was de deelgemeente aangewezen op de servicedienst Rotterdam. Deze dienst is echter sterk in gebreke gebleven, wat het DB heeft doen besluiten een eigen jurist in dienst te nemen.
In reactie op de heer De Ronde geeft de voorzitter aan dat er zo spoedig mogelijk contact opgenomen zal worden over het projectvoorstel.
Tot slot zegt hij toe dat mevrouw Van Sluis op korte termijn antwoordt zal krijgen op de door haar gestelde vragen.
2e termijn
De heer Rook legt uit dat het hem vooral gaat om het maken van plannen voor onderhoud en verbeteringen. Door duidelijkheid over de kosten zouden er betere keuzes kunnen worden gemaakt. In de tweede plaats vraagt hij over de herziening van Nesselande of de door de provincie gestuurde brief openbaar is of openbaar kan worden gemaakt.
De heer Van Duin antwoordt dat zodra de provincie een reactie op schrift heeft gesteld, deze openbaar is.
De heer Eekhof vraagt opheldering over het te organiseren bezoek aan de speeltuinvereniging.
De voorzitter antwoordt dat de deelraad is uitgenodigd voor een werkbezoek waarbij hijzelf ook aanwezig zal zijn. Daarnaast neemt het DB eveneens kennis van het door de heer De Ronde uitgedeelde plan.
Voorts vraagt de heer Eekhof aan de heer Van Duin of de deelraad zich nog kan uitspreken over de aanleg van het fietspad of dat die wordt geconfronteerd met een door het DB genomen besluit.
De heer Van Duin antwoordt dat het DB een besluit neemt na het advies van de commissie beroep en bezwaar. Dit zal aan de deelraad ter kennisgeving worden meegedeeld.
De heer Siebel vraagt ofhet DB het aantal zaken kan noemen vergelijkbaar met de door de heer Hofman geschetste zaak.
De voorzitter antwoordt dat hij geen aantallen kan noemen. Er is een achterstand bij de commissie bezwaar en beroep. Er is voor de periode tot de aanstelling van de jurist ondersteuning aangetrokken om deze achterstand weg te werken. Voorts stelt hij dat zijn toezegging voor de heer Hofman ook geldt voor de andere bewoners.
3. Verslag van de vergadering van de deelraad van 27 april 2006
De heer Sörensen geeft aan dat in verslag wordt gesproken van mevrouw Brand, dit moet echter mevrouw Brand-Sörensen zijn.
De voorzitter constateert dat ook bij de andere dames uit de deelraad alleen de eerste naam wordt gebruikt.
De heer Van Dijk stelt naar aanleiding van pagina 5 dat er totaal twee gesprekken zijn geweest van de VVD met Leefbaar Rotterdam.
Mevrouw Huisman merkt op dat de woorden ´low proof´ op pagina 12 dienen te worden vervangen door ´WMO-proof´.
De heer Meijer merkt tot slot op dat naast de toverhoed ook een toverstokje is overhandigd door de fractie van Leefbaar Rotterdam (pagina 10).
Vervolgens wordt het verslag goedgekeurd en vastgesteld.
4. Mededelingen
De voorzitter deelt mee dat mevrouw Brand en mevrouw Van Drongelen zich hebben afgemeld voor de vergadering.
5. Burgerinitiatief ´Happy man´
De heer Herber maakt duidelijk dat de omwonenden van de Ringvaartplas blij zijn met de mededeling dat het kunstwerk ´Happy man´ niet geplaatst wordt. Vervolgens maakt hij een en ander duidelijk. Cruciaal was de raadsvergadering van 13 maart 2006. Zowel schriftelijk als mondeling was hem verzekerd dat er op die vergadering een besluit zou worden genomen. Zijn bezwaarschrift en handtekeningenlijst waren om die reden dan ook niet voorbarig. Op de bewonersavond heeft hij kort contact gehad met de initiatiefnemer, de heer Wiarda. Er waren drie mogelijke locaties voor plaatsing van het kunstwerk. Uit de notulen van 6 februari heeft hij opgemaakt dat de kunstenares, mevrouw De Bont, de wens had dat het kunstwerk op de kop van de Ringvaartplas zou worden geplaatst. Op die locatie bleek het uitzicht van veel omwonenden van de Ringvaartplas te belangrijk te zijn. Toen al hadden de bewoners moeten worden geïnformeerd, zodat zij mee konden beslissen. Dit is toen niet gebeurd. In de huidige tijd is het niet gebruikelijk en gewenst dat één persoon beslist voor vele anderen. Er werd zonder de bewoners en over de bewoners beslist. Tot slot merkt hij op geen persoonlijke antipathie te hebben tegen de heer Wiarda of de kunstenares. Het betreft alleen een geschil over hoe een en ander is gelopen. Volgens spreker past het kunstwerk niet in de natuurlijke omgeving van de Ringvaartplas. Dit staat los van het geit dat de bewoners niet bij de besluitvormingsprocedure zijn betrokken. Er is door de bewonersorganisatie nog de suggestie gedaan het kunstwerk te plaatsen in ´s Gravenpark waar de heer Wiarda en mevrouw De Bont wonen. Op de bewonersavond in Wijkgebouw Zjaak heeft één van de initiatiefnemers, de heer Stapelkamp, aangegeven dat hij het initiatief nooit zou hebben gesteund, als hij had geweten hoeveel bewoners tegen de plaatsing van het kunstwerk waren. Hij spreekt de wens uit dat de burgers er bij een volgend burgerinitiatief op tijd bij worden betrokken om problemen te voorkomen.
Volgens de heer Wiarda staat het kunstwerk ´Happy man´ voor de gelukkige en blije mens. Hij refereert aan het besluit van mevrouw De Bont om het kunstwerk niet langer beschikbaar te stellen aan de deelgemeente. Spreker kan zich vinden in de inhoud van het genomen besluit, maar niet in de manier waarop dit is geschied. Het burgerinitiatief is een democratisch instrument om burgers meer te betrekken bij de deelgemeente. Het dient dan ook burgerbindend en niet burgerscheidend te zijn. De communicatie tussen politiek en burger is daarbij van groot belang. Daarnaast moet er sprake zijn van wederzijds respect. Het burgerinitiatief ´Happy man´ is het derde initiatief in de geschiedenis van het burgerinitiatief in PA. Hij vraagt zich af hoe het mogelijk is dat ook het derde burgerinitiatief niet tot een goed einde wordt gebracht. Volgens spreker zijn het kinderziektes. Bij alle drie de burgerinitiatieven is er sprake van falende communicatie naast het afwezig zijn van wederzijds respect.
Het burgerinitiatief werd in het begin door onder anderen mevrouw Sedney zeer positief ontvangen. Zowel het DB als de toenmalige deelraad waren zeer te spreken over het initiatief. Door een ambtenaar is destijds gesteld dat het kunstwerk op de kop van de Ringvaartplas zou moeten worden geplaatst. Er is na de indiening van het burgerinitiatief te lang gewacht met het informeren van de bewoners door het DB. Ook gaat hij in op de bewonersbijeenkomst in wijkgebouw Sjaak. In het verslag van deze bijeenkomst is de sfeer van die avond niet terug te vinden. Deze was volgens spreker ´afschuwelijk´. Het optreden van de politiek en de ambtenarij verdient wat dat betreft niet de schoonheidsprijs. Het meest schrijnende van alles is volgens spreker dat de politiek de indruk heeft gewekt niet naar haar eigen rol te willen zien.
Het advies van de deelgemeente komt op de initiatiefnemers niet professioneel over. ‘Suggestie’ en ‘selectie’ lopen volgens spreker als een rode draad door het advies. Het lijkt soms ‘tendentieus’. Hij kreeg soms de indruk dat ‘de leugen regeert’. Hij noemt verder de schijn van ‘valsheid in geschrifte’. Spreker benadrukt dat de initiatiefnemers respect hebben voor de politiek en dat in oprechtheid naar voren willen brengen. De initiatiefnemers wensen als eerlijke en oprechte burgers te worden behandeld. Hij vraagt de deelraad een onderzoek in te stellen naar de procedure met betrekking tot het burgerinitiatief ‘Happy man’. Wanneer dit onderzoek uitwijst dat er geen sprake is van zorgvuldigheid, dan zouden er verontschuldigingen moeten worden gemaakt aan de bezwaarschriftindieners, de kunstenares en de initiatiefnemers. De kunstenares is grote schade aangericht. Op de informatieavond is haar door een ambtenaar duidelijk gemaakt dat er sprake was van een positief advies en dat er alleen moest worden gezocht naar een geschikte locatie. Toen het advies aan de kunstenares en de initiatiefnemers bekend werd gemaakt, zijn zij erg geschrokken. Dit advies was gedateerd op donderdag 18 mei en werd op dinsdag 23 mei door de initiatiefnemers vernomen. Het stond echter al op zaterdag 20 mei in de krant. Er is bij herhaling door de ambtenaar meegedeeld dat er sprake was van een positief advies.
C dient dan ook burgerbindend en niet burgerscheidend te zijn.meer te betrekken bij de deelgemeente.chied.de d adf adf asdf asdf Vervolgens stipt de heer Wiarda enkele zaken aan uit het advies. Hij refereert aan de op pagina 1 genoemde ‘overwegingen’ tot plaatsing van het beeld. Vervolgens wordt op pagina 2 gesproken over ‘onze bevindingen’. Hij vraagt de portefeuillehouder wat daarmee wordt bedoeld. Er is geen onderzoek geweest van de deelgemeente. Verder wijst hij met nadruk op een brief die gedateerd is op 2 maart. Deze brief kwam ter sprake op de voorbereidende bijeenkomst van 8 mei, waar de behandelend ambtenaar erg van was geschrokken. In deze brief, afkomstig van een andere ambtenaar, wordt vermeld dat er in maart een besluit zou worden genomen. De behandelend ambtenaar heeft aangegeven dat deze brief niet op de bewonersavond ter sprake zou mogen komen en dat hij zijn excuses zou moeten aanbieden aan de bewoners. Op de bewonersavond is dit echter niet gebeurd. Naast de brief is er een gesprek geweest tussen de heer Noeverman en de heer Herber. Uit deze twee zaken heeft spreker de conclusie getrokken dat er in maart een besluit zou worden genomen, terwijl daar achteraf helemaal geen sprake van was. Dit is volgens spreker de angel van het geheel. Vervolgens gaat hij in op het verwijt dat door de bezwaarschrifthouders is gemaakt aan de initiatiefnemers. Zij zouden eerder met de bewoners in contact hebben moeten treden. Hij vraagt de portefeuillehouder of dat niet de taak van de deelgemeente is om burgers te informeren. De suggestie dat er sprake zou zijn van een persoonlijk belang bij de kunstenares of initiatiefnemers is, onterecht. Zowel door de heer Noeverman als door de opbouwwerker is dit bevestigd. Toch wordt er tweemaal in het advies gesproken over een persoonlijk belang van de initiatiefnemer. Hij vraagt de portefeuillehouder of hier onderzoek naar is gedaan. Verder vraagt hij de portefeuillehouder op welke datum advies is uitgebracht door het Centrum Beeldende Kunsten (CBK).
Tot slot refereert hij nogmaals aan het gebrek aan zorgvuldigheid. Hij vraagt portefeuillehouder Noeverman om zijn integriteit in te zetten om tot een voor alle betrokken partijen bevredigende oplossing te kunnen komen.
Mevrouw Herber reageert op de heer Wiarda waarbij zij citeert uit de notulen van 6 februari. Zij stelt dat mevrouw De Bont het idee heeft geopperd om het kunstwerk op de kop in de Ringvaartplas te plaatsen en niet de ambtenaar.
De heer Snijders geeft aan dat de GroenLinks-fractie altijd heeft getwijfeld aan het nut van de vorm van het burgerinitiatief. GroenLinks heeft ingestemd met het burgerinitiatief na het aanbrengen van een aantal amendementen. De besluitvorming was destijds duidelijk: of voor en het burgerinitiatief wordt ingevoerd, of tegen en het college legt een initiatief op. Spreker is blij met het feit dat burgers komen met voorstellen. Wel heeft het burgerinitiatief een aantal effecten die vooraf niet waren voorzien. Bij het initiatief de ‘Happy man’ is voor de fractie van GroenLinks vooral het proces belangrijk. Mevrouw Sedney heeft de initiatiefnemers gewezen op de mogelijkheid van een burgerinitiatief. Het is vervolgens redelijk snel in de deelraadsvergadering besproken. De deelraad heeft toen gevraagd om een onderzoek, een taak die zij zelf op zich had moeten nemen. Dit had de deelraad moeten doen omdat zij of deelraadsfracties besluiten een initiatief al dan niet te behandelen. Spreker kan zich voorstellen dat de initiatiefnemers hebben gedacht dat het DB voorstander is van het initiatief. Het DB heeft de weg vrij gemaakt voor verdere behandeling in de besluitvorming. Nu geeft het DB echter een negatief oordeel over de plaatsing van het kunstwerk. Het betreurt spreker dat het negatieve advies van het CBK de doorslag heeft gegeven, terwijl er eerder een positief advies was gegeven. Hij vraagt daarom aan het DB om de brief aan het CBK openbaar te maken. Daarnaast wil hij dat de brief met het oordeel van het CBK bekend wordt gemaakt. Dit zou aan de deelraad, de initiatiefnemers en de bezwaarschrifthouders bekend moeten worden gemaakt. Spreker brengt vervolgens naar voren dat GroenLinks heeft gesuggereerd om te zoeken naar een andere locatie voor het kunstwerk. Hij vraagt het DB en de deelraadsfracties of het negatieve advies van het DB ook zou moeten gelden voor de andere wateren in de deelgemeente. In de tweede plaats vraagt hij of het DB of de deelraad principeel tegen het vrijmaken van middelen voor de honorering van dergelijke initiatieven is. Tot slot vraagt hij of de deelraad bereid is het burgerinitiatief aan een evaluatie te onderwerpen. De GroenLinks-fractie volgt het advies van het DB vanwege de emotionele oppositie die het proces heeft opgeroepen. Spreker is van mening dat de deelraad het lot van de ‘Happy man’ heeft bepaald.
De heer Van Lottum wijst er op dat de ‘Happy man’ niet meer beschikbaar is voor de deelgemeente PA. Verdere behandeling van het initiatief is dan ook niet nodig.
Mevrouw Van der Veen sluit zich aan bij de woorden van de heer Van Lottum. Wel is de PvdA-fractie voorstander van een algemene evaluatie van het burgerinitiatief. Voorts geeft ze aan dat het nooit zo is dat elk burgerinitiatief automatisch wordt gehonoreerd. Er moet altijd een afweging worden gemaakt met alle betrokkenen. Tot slot merkt ze op dat de PvdA-fractie het DB steunt.
De voorzitter is van mening dat het proces ondanks de brief van mevrouw De Bont toch zorgvuldig moet worden afgemaakt.
Mevrouw Boekhoudt legt in de eerste plaats uit dat zij in een telefoongesprek met de heer Herber heeft geadviseerd om medestanders te vinden, als hij tegen de plaatsing van het kunstwerk zou willen ageren. Zij heeft toen niet gezegd dat er in de raadsvergadering een besluit zou worden genomen, maar dat het aan de orde zou komen.
Vervolgens gaat spreekster in op het betoog van de heer Wiarda. Zij is het eens met zijn stelling dat het burgerinitiatief burgerbindend moet zijn. Het lijkt haar een goed idee om het burgerinitiatief te evalueren. Dit moet de deelraad echter beslissen.
Verder is zij van mening dat de sfeer op de bewonersavond niet agressief was, maar dat de ´gemoederen enigszins verhit´ waren. Wel bleek op de bewonersavond dat een meerderheid van de aanwezigen tegen plaatsing van het kunstwerk was. Zelf was spreekster ook aanwezig op die bewonersbijeenkomst. Zij was daar niet in een politieke functie maar als toehoorder om het DB zo goed als mogelijk te kunnen meedelen hoe de sfeer en de stemming was op die avond. Dit zou dan meegenomen kunnen worden in het advies. De avond stond onder leiding van een ambtenaar die het volgens spreekster goed heeft gedaan. Verder gaat zij in op het advies van het CBK. Er is op 15 mei een email van het CBK aan de behandelend ambtenaar gestuurd. Ten tijde van de bewonersavond waren alleen de adviezen van het Hoogheemraadschap en Gemeentewerken bekend. Toen in de deelraadsvergadering bleek, dat er geen draagvlak was bij de omwonenden van de Ringvaartplas en er een negatief advies van het CBK was, heeft het DB besloten om advies aan de deelraad te geven. De volgende dag heeft de behandelend ambtenaar mevrouw De Bont gebeld en het haar meegedeeld. Het heeft dan geen zin om nogmaals met mevrouw De Bont in gesprek te gaan. Er is dan al een advies uitgegaan aan de deelraad.
Spreekster maakt nogmaals duidelijk dat zij positief staat ten opzichte van een evaluatie van het burgerinitiatief. Tot slot heeft zij geen bezwaar tegen de openbaarmaking van de gevraagde brieven van en aan het CBK.
De voorzitter merkt daarbij op dat het vanuit het oogpunt van zorgvuldigheid goed is om eerst mevrouw De Bont kennis te laten nemen van de inhoud van de brieven. Met haar goedkeuren kunnen de brieven vervolgens openbaar worden gemaakt.
De heer Snijders kan zich vinden in de voorgestelde procedure, maar wijst erop dat de brieven openbaar kunnen worden gemaakt vanuit het oogpunt van openbaarheid van bestuur.
2e termijn
De heer Wiarda merkt op dat de ´Happy man´ niet meer beschikbaar is. Iedereen moet zich bewust zijn van de implicaties die dat met zich meebrengt. In correctie op de heer Snijders stelt spreker dat het initiatief niet van tafel is omdat het DB/de politiek niet voldoende kenbaar heeft gemaakt wat haar rol is in het proces. Het gaat om de manier waarop de politiek met de burger is omgegaan.
Ook maakt hij duidelijk dat de officiële datum van het advies van het CBK 23 mei is. Hij vraagt zich dan ook af hoe het mogelijk is dat er op basis van niet officiële stukken een advies wordt uitgebracht. Verder wil hij weten waarom de behandelend ambtenaar bij herhaling heeft geweigerd om bij de kunstenaar stukken af te geven. Hij vraagt nogmaals om een onderzoek naar de procedure maar constateert dat de raadsleden dit blijkbaar niet belangrijk vinden. Hij voelt zich door de politiek ´in de kou gezet´.
De heer Eekhof interrumpeert de heer Wiarda door te zeggen dat hij naar zijn mening voldoende aan het woord is geweest. Er zijn door hem een aantal vragen gesteld, waar door de portefeuillehouder antwoord op is gegeven. De deelraad beslist uiteindelijk of er nog verder over de kwestie wordt gesproken of niet.
De heer Van Dijk legt uit niet van zijn eerste termijn gebruik te hebben gemaakt aangezien de VVD-fractie het advies van het DB ondersteunt.
De VVD-fractie heeft in de raadsvergadering van 13 maart een aantal vragen gesteld om een en ander duidelijk te krijgen. Dit betrof onder andere het onderzoek bij Gemeentewerken, bij het Hoogheemraadschap, het CBK en ook de communicatie met de omwonenden. Het is de deelraad die uiteindelijk beslist wat er moet gebeuren, omdat het verzoek tot het onderzoek ook is gedaan door de deelraad. Verder heeft hij met de heer Wiarda gesproken over de plaatsing van het kunstwerk en toen de suggestie gedaan dit te plaatsen in de Ringvaartplas voor het huis van een scheidend raadslid van de VVD. Hij heeft toen ook gezegd dat de resultaten van het onderzoek zouden moeten worden afgewacht. Hij constateert met de heer Snijders en de heer Wiarda dat er nog enkele zaken dienen te worden verbeterd aan het burgerinitiatief. Daarnaast wijst hij op de initiatieven die voor de invoering van het burgerinitiatief werden genomen en bijna altijd werden doorgevoerd. Spreker is daarom een voorstander van een evaluatie, waarbij vooral moet worden gekeken welke verbeteringen er in de communicatie mogelijk zouden zijn.
Verder is spreker teleurgesteld in de heer Wiarda die een ambtenaar allerlei zaken verwijt, terwijl deze niet de mogelijkheid heeft zich te verdedigen. Deze ambtenaar is in dienst van de deelgemeente en functioneert onder de verantwoordelijkheid van het DB. Hij geeft zijn complimenten aan mevrouw Boekhoudt die heeft gesteld dat haar ambtenaar ‘het goed heeft gedaan’. Er moet in de deelraad na hoor en wederhoor een afweging worden gemaakt. De VVD-fractie heeft een afweging gemaakt op basis van de uitgebrachte adviezen.
De heer Schippers geeft aan dat ook hij zich kan vinden in een evaluatie van het burgerinitiatief. Daarnaast sluit hij zich aan bij de woorden van de heer Van Dijk.
Mevrouw Zin´kova maakt duidelijk dat de SP-fractie het advies van het DB zal volgen om het burgerinitiatief niet te honoreren.
De heer Lottum brengt naar voren dat de CDA-fractie het burgerinitiatief niet zal overnemen op grond van een gebrek aan draagvlak bij omwonenden en het negatieve advies van het DB.
Ook de heer Sörensen vindt dat het burgerinitiatief als ´democratisch gereedschap´ goed moet worden bekeken. Het zou vooral op het gebied van de participatie en de communicatie gebruiksvriendelijk moeten worden gemaakt. Wel vraagt hij de mening van het DB over de procesgang van de ´Happy man´. Hij doelt dan voornamelijk op de communicatie en de participatie.
De heer Snijders constateert dat zijn voorstel om het burgerinitiatief te evalueren unaniem wordt overgenomen. Hij is blij met de beantwoording van de portefeuillehouder en sluit zich aan bij de woorden van de heer Van Dijk wat betreft het in bescherming nemen van ambtenaren. Zijn aanvullende vragen zullen bij de evaluatie van het burgerinitiatief behandeld worden.
In reactie op de heer Sörensen stelt mevrouw Boekhoudt dat het anders zou zijn gelopen, wanneer het burgerinitiatief op een ander tijdstip was ingediend. Het initiatief is ingediend vlak voor de verkiezingen. Op de laatste deelraadsvergadering van de vorige deelraad is besloten het initiatief door te schuiven. Het steeds uitstellen van de behandeling van het initiatief is de procesgang niet ten goede gekomen.
De heer Sörensen interrumpeert dat uitstel van behandeling in verband met verkiezingen nooit een excuus mag zijn.
Mevrouw Boekhoudt merkt op dat er geen sprake is van een excuus.
De voorzitter constateert dat een meerderheid van de deelraad overeenkomstig het advies van het DB wil besluiten. Dit met uitzondering van Leefbaar Rotterdam die geen uitspraak heeft gedaan over de brief met het advies van het DB. Medewerking aan het initiatief wordt afgwezen. Verder constateert hij dat de deelraad een evaluatie van het burgerinitiatief wenst na de zomervakantie.
6. Meerjarenprogramma buitenruimteprojecten
De heer Rook vraagt zich na inzage in het meerjarenprogramma af of de buitenruimte van het Wollefoppenpark ook in het meerjarenprogramma hoort. Hij vraagt geld vrij te maken voor het Wollefoppenpark om verbeteringen mogelijk te maken.
De heer Kooijman is van mening dat het meerjarenprogramma duidelijk aangeeft wat de bedoeling is met de buitenruimte voor de komende periode. De PvdA-fractie steunt het budget dat wordt uitgetrokken voor het ‘vrij besteedbare’. Dit moet gaan via de korte termijnaanpak, wat betreft de aangegeven projectenlijst. Wel vindt hij dat de gevel tot gevelaanpak daarbij moet worden gebruikt. Daarbij moeten ook de rioleringen worden meegenomen. Daarnaast is hij van mening dat het meerjarenprogramma rioolvernieuwing er zo spoedig mogelijk moet komen. Naast het gevel tot gevelonderhoud moet ook het partiële onderhoud blijven bestaan, het zogenaamde strijkijzeren. Dit strijkijzeren zorgt er volgens Gemeentewerken op lange termijn voor, dat de kwaliteit van ‘matig’ tot ‘slecht’ verwordt. Toch moet dit worden gedaan om ergernis bij bewoners te voorkomen.
Spreker constateert dat het vrij besteedbare budget voor 2007-2008 weinig extra ruimte biedt voor het genoemde partiële onderhoud door de uitvoering van werkzaamheden aan de Zevenkampsering Noord. Hij raadt het DB aan om bij de stadsgemeente extra middelen te vragen voor de buitenruimte van de deelgemeente.
De heer Van Lottum brengt naar voren dat de CDA-fractie het meerjarenprogramma wil bespreken bij de voorjaarsnota. Dan kan aan de kiezer worden getoond waar elke politieke partij voor staat. Wanneer er nu keuzes worden gemaakt, is dat bij de behandeling van de voorjaarsnota niet meer mogelijk. Het echte politieke debat over de keuze tussen buitenruimte en welzijn moet een keer worden gevoerd. Hij stelt daarom voor de behandeling van het agendapunt drie weken uit te stellen.
De voorzitter peilt de vergadering en constateert dat een meerderheid het voorstel van de heer Van Lottum niet steunt. De behandeling wordt daarom voortgezet.
De heer Eekhof is verbaasd over de woorden van de heer Van Lottum. Zijn woorden doen hem een beetje pijn. Hij herinnert de heer Van Lottum aan de gevoerde discussies over de door hem aangedragen punten. In de tweede plaats wijst hij erop dat het meerjarenprogramma mede met steun van het CDA tot stand is gekomen. Door toedoen van het CDA kan het meerjarenprogramma nu al worden besproken en is het nu inzichtelijk. Hij kan zich daarom niet vinden in de handelswijze van de heer Van Lottum. Tot slot merkt hij op de komende raadsperiode duidelijker en concreter te zullen zijn.
De heer Van Lottum legt uit dat hij heeft gepleit voor uitstel van behandeling, omdat bij de voorjaarsnota het gehele besteedbare plaatje duidelijk is. Er kan nu worden gesproken over de besteding in de verschillende sectoren en wellicht over een verschuiving van besteding tussen de sectoren.
De heer Van Dijk vraagt of de heer Van Lottum dan ook de plannen van 2006 opzij wil zetten en de bewoners van PA te laten wachten tot de behandeling van de begroting in december 2006 omdat dan de gelden beschikbaar zijn.
De heer Van Lottum reageert dat het gaat om uitstel van drie weken.
De heer Van Pelt is geschrokken van het feit dat door de bezuinigingen de bestrating op diverse plaatsen slecht is geworden. Hij dient vervolgens een motie in die de bezuinigingen tegen wil gaan (de motie is als bijlage toegevoegd).
Mevrouw Zin´kova is van mening dat er sprake is van een duidelijk overzicht van de gemaakte projecten en helpt bij het doelmatig besteden van de beschikbare middelen. Naar aanleiding van pagina 2 merkt ze op dat de middelen voor voet- en fietspaden in de loop van jaren sterk teruglopen tot €15.000 in 2009 en 2010. Spreekster vraagt zich af of dan de voet- en fietspaden van een uistekende kwaliteit zijn. Vervolgens citeert ze van pagina 4: ´het van gevel tot gevel aanpakken van een weg, omdat dat vanuit rioolbelang gewenst of noodzakelijk is, zal dus vanuit de deelgemeentelijke visie niet zonder meer plaatsvinden als de weg goed of matig is.´ Ze vraagt zich af of de conclusie is gerechtvaardigd, dat ondanks de slechte riolering een weg in goede staat niet mag worden opengebroken. Wat betreft de keuze voor de jaarschijf 2006 spreekt de SP-fractie de voorkeur uit voor projecten op basis van uit de wijk gesignaleerde klachten en verzoeken. Tot slot ondersteunt ze het voorstel om in 2006 een budget in te zetten voor projecten tot kwaliteitsverbetering. Verder is haar niet duidelijk hoe de tabellen op pagina 6 met betrekking tot fietspaden moet interpreteren. Er wordt eerst gesproken over ´goed´ en ´matig´ en optelling geeft een percentage boven de honderd procent.
Spreekster constateert verder dat er slechts twee projecten voor de wijk Oosterflank zijn opgenomen in de planning van 2007 en de jaren erna. Ze vraagt zich af hoe de wijkvisie Oosterflank hier kan worden ingepast.
De heer Snijders constateert dat het meerjarenprogramma aansluit bij het huidige beleid en door de coalitie vastgestelde uitgangspunten. Hij schaart zich achter de opmerkingen met betrekking tot afdwingbaar onderhoud voor de aanpak van speelplekken op basis van het attractiebesluit en het baggeren op basis van keur. Het zal echter moeilijk worden om de doelstelling van 60% goed in het kader van de verharding te behalen. Deze doelstelling is wat hem betreft voor de voet- en fietspaden een absolute ondergrens. De doelstelling zou verhoogd kunnen worden tot 80% goed. Spreker is niet heel blij met de aangekondigde bezuinigingen. De genoemde 80% goed moet vooral rond voorzieningen als verzorgingstehuizen, winkelcentra en sociale instellingen worden gehaald. Hij is het eens met de genoemde prioriteitsstelling voor Het Balsemkruid, Marseillehof en de Kil/Corner. Hier moet naar zijn mening nog De Gijn aan worden toegevoegd. Daar is de school De Vlietberg gesitueerd, waar voor de leerlingen een onveilige situatie bestaat. De directie en de ouderraad van de school hebben al geprobeerd de situatie te veranderen. Er zijn twee redenen om hier aandacht aan te geven. Enerzijds is er het rapport van de PvdA over de veiligheid rond scholen. Anderzijds wordt in het meerjarenprogramma gesproken over een streven naar de integrale aanpak van de problemen. Hij vraagt of het DB vindt dat er bij de Kil/Corner en De Gijn vooral sprake is van een onhoudbare verkeerssituatie tijdens de aanvangstijden en sluitingstijden van de school De Vlietberg. Daarnaast vraag hij het DB of zij ook van mening is dat er voor de omwonenden een onveilige situatie bestaat. Hij doelt daarbij vooral op de spelende kinderen die zich naar het sportveld achter de school begeven. In de derde plaats vraagt hij zich af of de directie, de direct omwonenden en/of de verenigingen van eigenaren bij de nieuwe plannen hebben betrokken. Tot slot vraagt hij zich af of er nu wel of geen probleem is met de riolering in de Wagenaarsstraat en de Corner zoals genoemd in bijlage 2.
De heer Schippers brengt naar voren dat hij zich grotendeels kan vinden in het meerjarenprogramma buitenruimteprojecten. Hij vraagt zich af welke norm er gebruikt wordt voor de voet- en fietspaden. De suggestie van 80% goed van de heer Snijders vindt hij aantrekkelijk, op lange termijn echter lopen de financiële middelen sterk terug. Aan welke kwaliteit moet worden gedacht? Hij vraagt zich daarbij af hoe de verhouding is met de aansprakelijkheid.
Verder gaat spreker in op het partieel onderhoud. Klachten van burgers moeten worden verholpen. Dit schijnt niet altijd adequaat te gebeuren. Hij vraagt zich af of er in de plannen een snellere klachtenafhandeling is meegenomen.
Tot slot maakt hij duidelijk dat de SGP/CU-fractie hecht aan de rol van het schouwen. Aannemers zouden pas al hun geld moeten krijgen, als de wijkschouw en de omwonenden zich hebben uitgesproken over het project. Nu blijven er soms losse stenen of zand liggen omdat de aannemer zijn geld al heeft gekregen en daarom geen haast maakt met het verwijderen daarvan.
Mevrouw Huisman constateert een aantal fouten in de motie van Leefbaar Rotterdam. De percentages die genoemd worden in de motie komen niet overeen met de percentages zoals die op pagina 9 van het meerjarenprogramma worden genoemd. De VVD-fractie ondersteunt de uitspraken van de heer Eekhof.
Het is spreekster opgevallen dat het meerjarenprogramma onder andere is gebaseerd op de wijkvisies van Ommoord en het Lage Land. Ook de voorbereidende wijkvisies van Zevenkamp en Oosterflank worden meegenomen. Daarnaast is haar gebleken dat bijvoorbeeld onderhoud aan rioleringen alleen wordt ondernomen bij de aanpak van grotere projecten zoals in het meerjarenprogramma is opgenomen. Uitgangspunt is dat de gevel tot gevelaanpak voor de deelgemeente niet vanzelfsprekend is wanneer de wegkwaliteit goed of matig is. Samenwerking hierbij met de corporaties kan zorgen voor een verbetering van de buitenruimte. Ze noemt als aandachtspunt dat corporaties niet alleen hun kernopdracht ´wonen´ daarin zouden moeten meenemen. Dan is er sprake van een integrale aanpak. Hierbij zijn helderheid en communicatie naar bewoners zeer belangrijk.
Het meerjarenprogramma geeft een investering aan van €16.000.000. Voor 2006 is er iets meer dan € 1.800.000. Er is aan acht projecten prioriteit gegeven. Er wordt voorgesteld deze in het jaarprogramma van 2006 op te nemen. Er is al sprake van een overschrijding van het budget voor 2006 met €17.000. Door bezuinigingen of delen van projecten te laten vervallen, kan het programma toch worden uitgevoerd. De VVD kiest voor kwaliteit van de buitenruimte in plaats van kwantiteit. Daarom geeft de VVD er de voorkeur aan om een programma of delen van een programma niet uit te voeren. Verder vraagt ze zich af wat er wordt bedoeld met de post ‘communicatie’.
Spreekster constateert dat steeds meer verharding in het segment ‘matig’ komt te vallen. Ze spreekt hier haar zorg over uit. Een goede kwaliteit van de buitenruimte verhoogt het subjectieve en objectieve gevoel van veiligheid bij de bewoners. Daarnaast verhoogt het de betrokkenheid en verantwoordelijkheid van bewoners bij de buitenruimte. De bezuinigingen hebben een extra negatief effect op de kwaliteit van de buitenruimte en de mogelijkheden van de deelraad om middelen beschikbaar te stellen. Er moet worden gezorgd voor een verbetering van de verharding en de toename van matige verharding tegengaan. Ook in andere deelgemeenten blijkt dat het beschikbaar gestelde budget van de stadsgemeente al meerdere jaren niet toereikend is. Ze daagt alle fracties uit om bij de eigen fracties in de stadsgemeente aan te dringen op extra middelen.
Voorts constateert spreekster dat er flink wordt geïnvesteerd in projecten waar al langere tijd aan wordt gewerkt. Ze doelt daarbij op de aanpak van de noordelijke zijde van de Zevenkampsering en de projecten in Ommoord en Oosterflank. Voor de VVD is de verkeersafwikkeling op de grote infrastructurele projecten van belang. Gecontracteerde aannemers dienen dan ook daadwerkelijk te worden gecontroleerd op kwaliteit en communicatie met de omwonenden. De VVD gaat er vanuit dat dit in goed overleg met bewoners en bewonersorganisaties wordt geregeld.
De heer Paulusma is van mening dat het meerjarenprogramma de moeite waard is voor zowel deelraad als voor de communicatie naar de bewoners. Hij is het eens met de deelraadsleden die hebben aangegeven dat de kwaliteit van de buitenruimte in de deelgemeente moet worden verbeterd. Ook in de stadsgemeente wordt over dit punt gediscussieerd. Er zijn misschien mogelijkheden om extra middelen te verkrijgen voor de verbetering van de kwaliteit van de buitenruimte.
Bij o.a. de gevel tot gevelaanpak en het strijkijzeren merkt hij op dat dit in 2004 middels het beleidskader is vastgelegd. Daarin waren een aantal uitgangspunten verwoord die terug zijn te vinden in het meerjarenprogramma. Hij suggereert om in de nieuwe coalitieperiode te komen tot een herijking van het beleidskader. Daardoor is het ook mogelijk om bepaalde wijzigingen van plannen door te voeren. Spreker is verheugd over het opnemen van de wijkvisies in het programma. Er zal worden geprobeerd om de bezuiniging van €17.000 in te lopen.
In reactie op de heer Van Lottum stelt spreker dat de mogelijkheid altijd blijft bestaan om verschuivingen ten gunste van de buitenruimte toe te passen. Naar aanleiding van de motie reageert de heer Paulusma dat het niet zijn bedoeling is om te bezuinigen op de buitenruimte. Hij kan zich vinden in de motie, maar geeft nog niet zijn uiteindelijke oordeel. Spreker beantwoordt mevrouw Zin´kova dat er op een andere manier gelden worden vrijgemaakt om ook de uitvoering van de motie met betrekking tot de voet- en fietspaden te kunnen uitvoeren. Hij geeft toe dat er een fout is gemaakt in de percentages op pagina 6. Verder zijn de projecten van Oosterflank in de planning van 2007 opgenomen. Wat betreft de riolering brengt hij naar voren dat dat een bevoegdheid is van de stadsgemeente. Het is lastig om de plannen van de stadsgemeente integraal af te stemmen met de prioriteiten van de deelgemeente. Er wordt naar gestreefd deze plannen zo veel mogelijk inzichtelijk te maken. Wanneer het mogelijk is om ze tegelijkertijd uit te voeren, zal dat ook worden gedaan. De stadsgemeente zal niet vanzelfsprekend worden gevolgd wat betreft de riolering. Spreker heeft de voorkeur voor afdwingbaar onderhoud zoals naar voren gebracht door de heer Snijders. Hij geeft aan dat er in de stadsgemeente wordt gesproken over een percentage van 75%. Dit is gekapitaliseerd door Gemeentewerken op basis deelgemeentelijke plannen. Er ligt een claim van € 32.000.000 bij de stadsgemeente. De mogelijkheid bestaat dat er iets wordt verkregen van de gelden die de stadsgemeente heeft uitgetrokken. Het DB zal er alles aan doen om dit te bewerkstelligen. Met betrekking tot de scholen legt hij uit dat er een aantal pilot projecten zijn uitgezet. Hier zijn tot nu toe positieve reacties op gekomen. Hier zal iets mee worden gedaan. Ook in het 100-dagenplan van de stadsgemeente is aandacht besteed aan de veiligheid rondom scholen. Wanneer de veiligheid rondom scholen in kaart zal worden gebracht, moet er een prioriteitenlijst worden opgesteld.
De heer Eekhof interrumpeert en wijst de heer Paulusma op de rapportage van de PvdA-fractie waarvan de twee genoemde pilots onderdeel zijn. Hij gaat er vanuit dat de heer Paulusma op de hoogte is van deze rapportage. Verder vraagt hij zich af of er meer voorstellen komen naar aanleiding van de rapportage over veiligheid rondom scholen.
De heer Paulusma antwoordt dat hij bekend is met de rapportage. In dat kader heeft hij de vragen van de heer Snijders beantwoord. Er zijn echter meer zaken die moeten worden geregeld voor de veiligheid rondom scholen. Er zal op termijn een discussie in de deelraad moeten worden gevoerd over de prioriteiten. De heer Snijders heeft al een prioriteit aangegeven.
De heer Eekhof vraagt de portefeuillehouder op welke termijn er verder zal worden gediscussieerd over alles wat samenhangt met de veiligheid rondom scholen.
De heer Snijders legt de nadruk op de vraag van mevrouw Zin´kova. Wanneer de as van de weg in het kader van de veiligheid moet worden omgelegd, dan is de infrastructuur onder de weg van groot belang. Hier kan met een integrale aanpak veel geld worden terugverdiend.
De heer Paulusma zegt toe het mee te nemen. In reactie op de heer Schippers reageert de heer Paulusma dat de aansprakelijkheid voor de deelgemeente blijft. Naast strijkijzeren zal er wel worden geprobeerd binnen de begroting meer helderheid te scheppen. Voorts heeft hij het voornemen om een apart budget te reserveren om sneller op klachten van bewoners te kunnen reageren. Er zullen gesprekken worden gevoerd met Gemeentewerken en Roteb om dit ook organisatorisch mogelijk te maken.
Verder gaat de heer Paulusma in op de vragen van mevrouw Huisman. Wanneer er sprake is van zaken die niet in de planning zijn opgenomen, zal hij de deelraad daarover inlichten. Er zijn allerlei zaken die er toe kunnen leiden dat ingrijpen in de planning noodzakelijk is. Hij zegt toe om er in samenwerking met de woningbouwcorporaties voor te zorgen dat onvoorziene situaties zo veel mogelijk worden vermeden. Tot slot legt hij uit dat er voor een fatsoenlijke communicatie met bewoners geld nodig is.
Mevrouw Huisman interrumpeert met de vraag of er voor alle projecten communicatieplannen bestaan of worden gemaakt.
De heer Paulusma geeft aan dat deze communicatieplannen beschikbaar zijn.
2e termijn
De heer Kooijman verzoekt de fractie van Leefbaar Rotterdam de motie in te trekken.
De heer Van Lottum is verheugd over het feit dat er niet zal worden bezuinigd op de buitenruimte. Hij kan zich vinden in de zorg met betrekking tot de voet- en fietspaden zoals die op pagina 9 wordt beschreven. Ook hij verzoekt de fracties om bij de partijen in de stadsgemeente aan te dringen op extra middelen voor de buitenruimte. Het geconstateerde achterstallige onderhoud zal zich op lange termijn negatief terug betalen.
Na een aantal opmerkingen van mevrouw Huisman en de heer Snijders wordt de motie door Leefbaar Rotterdam ingetrokken.
De heer Schippers herhaalt nogmaals zijn vraag uit de eerste termijn over de vraag hoe aannemers beter kunnen worden gedwongen om hun projecten daadwerkelijk af te ronden.
De heer Snijders brengt naar voren dat hij zich goed kan vinden in het meerjarenprogramma buitenruimteprojecten.
Mevrouw Zin´kova vraagt zich af uit hoe de wijkvisie Oosterflank moet worden gefinancieerd. Het gaat daarbij niet alleen om de projecten Lissabonweg en Sjanghailaan, maar ook om een aantal projecten die door bewoners naar voren zijn gebracht.
Mevrouw Huisman vraagt of het bij de middelen die de portefeuillehouder wil binnenhalen bij de stadsgemeente gaat over extra middelen of structurele middelen.
De heer Paulusma is blij met de raadsbrede zorg voor de buitenruimte. Ook de motie van Leefbaar Rotterdam is daar een voorbeeld van. Ook benadrukt hij dat er met alle partijen moet worden gewerkt aan het verkrijgen van extra middelen van de stadsgemeente. De vraag van mevrouw Zin´kova zal schriftelijk worden beantwoord. In reactie op mevrouw Huisman geeft hij aan dat hij hoopt op structurele middelen.
7. Notitie van Uitgangspunten 2007 voor Doc.shop
Mevrouw Zimmerman vindt de notitie een ´vaag´ stuk. Ze doet de suggestie om aan Doc.shop de term ´Jeugdinformatiecentrum´ toe te voegen. Daarnaast zou de bekendheid van het centrum in PA moeten worden vergroot omdat volgens de medewerkers de meeste bezoekers uit de directe omgeving van de Romeinshof komen. De twaalf uitgangspunten zijn zeer theoretisch. Volgens het DB kan Doc.shop voor kinderen tussen de tien en twaalf jaar een voorbereidende en preventieve rol spelen. Ze vraagt zich af hoe Doc.shop deze rol kan vervullen. Het gaat om kinderen van de basisscholen. Problemen worden door het onderwijzend personeel gesignaleerd, waarna allereerst de SMW moet worden ingeschakeld. Er zijn wel jongeren die vragen of het mogelijk is om gebruik te maken van de computers in Doc.shop voor onder andere huiswerk. Spreekster vraagt zich af of er wat dat betreft een link kan worden gemaakt met het armoedebeleid.
Verder wil spreekster dat de samenwerking met scholen wordt gestimuleerd. Het DB wil de openingstijden en de contacturen bij de vaststelling van de subsidie een rol laten spelen. Spreekster concludeert echter uit de productenraming 2006, pagina 66, dat er al 10% minder klantencontacten is geraamd ten opzichte van 2005. Ze vraagt op grond waarvan de raming is gemaakt. Het zou logischer zijn de subsidie te koppelen aan het geleverde product. Dit kan de medewerkers stimuleren om het werkterrein uit te breiden. Ze is daarom van mening dat de subsidieverstrekking in dat opzicht moet worden gewijzigd.
De heer Boer is positief over de opzet het meerjarenprogramma. Hij spreekt de wens uit dat jongeren tussen de tien en drieëntwintig jaar uit alle lagen van de bevolking er deel van uit zullen gaan maken.
De heer Schippers doet in de eerste plaats de suggestie om het vergroten van de bekendheid van Doc.shop op te nemen in de doelstellingen. Daarnaast vindt hij dat de benadering van de jongeren zeer individualistisch is. Ongeveer 80% van de jongeren groeit op in gezinnen of in een andere samenlevingsvorm zoals eenoudergezinnen. Hij is daarom van mening dat de rol en de verantwoordelijkheid van de ouders ook in beeld moet worden gebracht. Dit is niet genoemd in de doelstellingen en uitgangspunten van het stuk. Bij de punten 1, 7, 10, 11 en 12 kan er aandacht worden gegeven aan de rol van de ouders.
Voorts wijst spreker op het belang van samenwerking met de scholen en de SMW. Effectiviteit van beleid wordt verkleind, wanneer de doelgroep wordt vergroot naar tien- en elfjarigen. Hij bepleit een ondergrens van twaalf jaar.
De heer Siebel wijst op de lage bekendheid met Doc.shop van de bewoners van PA. Het gebruik is gekwalificeerd op 4% en de waardering is een vijfenhalf. Er zal een en ander door Doc.shop moeten worden ondernomen om deze cijfers te verhogen. Spreker is van mening dat er eerst sprake van verbetering moet zijn voordat er afspraken voor lange termijn worden gemaakt. De notitie van uitgangspunten is een duidelijk stuk. Er is echter geen prestatie indicatoren vermeld. Hij vraagt zich af welke eisen er aan Doc.shop worden gesteld. Daarnaast vraagt hij wanneer de functie van Doc.shop als ´goed´ wordt gezien, wanneer als ´slecht´ en wat er wordt gedaan bij een slechte prestatie. Verder is hij benieuwd naar de onderbouwing van de verlaging van de leeftijdsgrens die door de instelling is aangegeven. Hij vraagt zich daarbij af welke deskundigheid Doc.shop daarin heeft.
De heer Snijders is blij met het voornemen de subsidie via het IC-model te bekijken. Dit is volgens hem belangrijk omdat de tendens van de notitie is dat zij, die hulp nodig hebben deze ook ontvangen.
Spreker heeft moeite met de inconsequenties en onzorgvuldigheden in het stuk. Spreker vindt het storend dat kinderen van tien jaar de ene keer als kind en de andere keer als jongere worden aangesproken. Op pagina 7 van de notitie vindt dat tweemaal plaats in een alinea. Hij vraagt zich af wat de consequentie voor de subsidie is wanneer de doelgroep wordt verruimd. Hierdoor wordt een gelijke subsidie uitgetrokken voor een grotere doelgroep. Dit is volgens spreker een verkapte manier van bezuinigen wat een ongewenste situatie betekent. Hij vraagt het DB of zij maatregelen wil treffen dit te voorkomen.
Verder vindt spreker dat Doc.shop uit organisatorisch oogpunt moet worden betrokken bij het sociale vangnet van de scholen. Hij vraagt dan ook hoe het DB het SMW en het sociale vangnet van de scholen gaat betrekken bij Doc.shop.
Ook beaamt spreker de woorden van de heer Schippers met betrekking tot de ouders in het traject. Hulpverlening aan minderjarigen kan vergaande juridische consequenties hebben. Deze zaken moeten worden meegenomen door het DB, voordat wordt overgegaan tot subsidiering of uitbreiding van de subsidie. Spreker kan zich vinden in de tendens van de notitie, maar is door de vele inconsequenties niet uitgesproken positief.
De heer Van Dijk maakt duidelijk dat de naam Doc.shop is gekozen door een bewoner van PA. Wijziging van de naam dient dan ook met goede communicatie te worden vergezeld.
Mevrouw Zimmerman interrumpeert dat het haar ging om een toevoeging en niet om een wijziging van de naam.
De heer Van Dijk vraagt vervolgens aan mevrouw Zimmerman waarom zij spreekt van een vaag stuk en hoe en waarom de subsidie moet worden gewijzigd.
Verder legt spreker uit dat Doc.shop een onderdeel is in de keten van de sluitende aanpak. Bij de discussie over de verlaging van de leeftijdscategorie moet ook worden meegenomen dat Doc.shop signalen moet opvangen die ook daar vandaan komen. Uit eigen ervaring weet spreker dat er een tendens naar beneden zichtbaar is. Er is dan ook meer informatie nodig in de keten van de sluitende aanpak.
Daarnaast benadrukt spreker dat Doc.shop de stadswinkel voor jongeren moet zijn. Wel moet zij dan de juiste middelen krijgen om hier aan te kunnen voldoen. In het verleden heeft de VVD-fractie ervoor gepleit het informatiepunt in het centrum van PA te vestigen. Dit is echter om financiële redenen niet doorgegaan. Om van Doc.shop een serieus informatiepunt voor jongeren te maken, zijn er extra middelen noodzakelijk. Doc.shop heeft een positieve werking op jongeren. Er zijn nog verbeteringen nodig waar met de voorliggende notitie van het DB aan kan worden gewerkt.
De heer Blanck is het eens met de heer Van Dijk. Aan de hand van de resultaten kunnen er verdere plannen worden gemaakt. In de stadsgemeente wordt een wethouder jeugdzaken aangesteld, die ook voor de deelgemeente mogelijkheden biedt.
De voorzitter brengt naar voren dat de notitie van uitgangspunten een onderdeel is van een langer proces. Ook het IC-model zal verder moeten worden ontwikkeld. De afspraken zoals genoemd in de notitie worden in vergelijking met eerdere notities ook steeds concreter. Er zullen in de verdere ontwikkeling van de notitie ook prestatie-indicatoren moeten worden meegenomen.
De heer Sörensen vraagt of de voorzitter vindt dat het stuk ´vaag´ en ´niet concreet´ is.
De voorzitter antwoordt dat de eerste notitie van uitgangspunten voldoende aanknopingspunten biedt om met Doc.shop verder afspraken te maken. De opmerkingen van de deelraadsleden zullen worden meegenomen om bij de nieuwe notitie van uitgangspunten met concretere afspraken te kunnen komen.
De verlaging van de leeftijdsgrens komt voort uit de ontwikkeling die zichtbaar is geworden bij Doc.shop. Daar moet op een onafhankelijke manier mee worden omgegaan.
Voorts gaat spreker in op de bekendheid van Doc.shop. Hij wijst er op dat de enquête is afgenomen onder alle bewoners van PA. De bekendheid onder jongeren is hoger dan de genoemde 4%. Vergroting van de bekendheid onder ouders is echter wel belangrijk.
Vervolgens geeft spreker aan dat er samenwerking is tussen Doc.shop en een aantal middelbare scholen. Voor samenwerking tussen scholen en Doc.shop is echter wel de bereidheid van beide noodzakelijk. Niet iedere onderwijsinstelling is bereid tot samenwerking met Doc.shop. Ook de samenwerking tussen SMW en Doc.shop zou nader moeten worden bekeken. Hij is blij met de woorden van de VVD-fractie dat de notitie nog verder moet worden ontwikkeld.
2e termijn
Mevrouw Zimmerman geeft aan het vervolg af te wachten.
De heer Boer is het eens met de woorden van de heer Snijders en de heer Schippers wat betreft het betrekken van de ouders. De nadruk moet echter liggen op jongeren.
De heer Schippers sluit zich aan bij vorige sprekers.
De heer Siebel geeft aan dat hij er vanuit gaat dat de voorgestelde punten worden meegenomen bij de ontwikkeling van de notitie.
De heer Snijders stelt in navolging van de heer Van Dijk dat Doc.shop als instrument niet ter discussie staat voor GroenLinks. De notitie mag er niet toe leiden dat het eigenlijke werk van Doc.shop wordt verwaarloosd.
8. Instelling commissie Programmabegroting
De voorzitter stelt voor de leden Siebel, Blanck en mevrouw Zin´kova te installeren als leden van het stembureau.
Voordat wordt overgegaan tot stemming voert de heer Van Dijk het woord.
De heer Van Dijk reageert op een e-mail die verzonden is door mevrouw Van Drongelen. Hij is van mening dat mevrouw Van Drongelen de regels voor het stemmen over personen heeft overtreden.
Voorts geeft hij aan dat de commissie is aangesteld na de invoering van het dualistische stelsel. Na een aantal jaren werd er geconcludeerd dat er een politieke discussie in de aanpak was gesignaleerd. Vervolgens is er op aandringen van de VVD-fractie een adviescommissie geïnstalleerd. Politieke discussies horen niet te worden gevoerd in deze adviescommissie. Deze discussie moet in de deelraad worden gevoerd. De deelraad heeft besloten de programma´s en de opdrachten aan het DB aan te scherpen. De adviescommissie heeft verslag uitgebracht en voorgesteld om de volgende vier jaar als adviescommissie door te gaan. Alle partijen, inclusief het CDA, hebben toen de voordracht van de heer Zwijnenburg als onafhankelijk voorzitter gesteund. Hij benadrukt nogmaals dat politieke discussies niet in deze adviescommissie moeten worden gevoerd. Naar aanleiding van de discussie in de vorige deelraadsvergadering heeft de coalitie besloten mevrouw Huisman voor te dragen als voorzitter van de adviescommissie.
Er wordt overgegaan tot stemming.
De heer Siebel maakt de uitslag van de stemming bekend:
T.a.v. de voorzitter van de commissie:
Mevrouw Huisman: 13 stemmen
De heer Soijer: 10 stemmen
T.a.v de leden en de plv.leden van de commissie:
Wordt met 23 stemmen vóór unaniem overgenomen.
Mevrouw Huisman aanvaardt haar functie als voorzitter. Ook de voorgedragen commissieleden aanvaarden hun functie.
9. Voorstel Stadswinkel Prins Alexander
De heer Van Dijk maakt duidelijk dat de VVD een voorstander is van de Stadswinkel. Hij vraagt zich af hoe een en ander ambtelijk zal worden georganiseerd. Tot slot spreekt hij de wens uit dat de opening in september kan plaatsvinden.
Mevrouw Van der Veen is verheugd met de toezegging van de stedelijke bijdrage. Hierdoor stemt de PvdA-fractie in met de genoemde beslispunten. Tot slot geeft ze het advies om in de Stadswinkel rekening te houden met blinden, slechtzienden, ouderen en gehandicapten.
De heer Van Lottum vraagt naar de stedelijke bijdrage. Voordat de stedelijke bijdrage wordt geleverd, zou het DB op de speciale positie van PA moeten wijzen ten opzichte van andere deelgemeenten.
De heer Boer en de heer Sörensen stemmen in met de genoemde vier beslispunten.
De heer Noeverman is verheugd met de unanimiteit van de deelraad. Er wordt een discussie gevoerd met de dienst publieke zaken over de ambtelijke organisatie. In deze discussie zal de aparte positie van PA worden meegenomen. Spreker is tevens verheugd met de opneming van de opening half september in het 100-dagen plan van de stadsgemeente. Bij de voorjaarsnota zullen de resultaten van aanbesteding bekend worden gemaakt.
2e termijn
De heer Snijders en de heer Schippers geven aan de vier beslispunten te steunen.
De voorzitter constateert dat de deelraad unaniem akkoord gaat met de gevraagde beslispunten.
10. Lijst van ingekomen stukken
Brief 1 (bouwplannen Patrimonium’s Woningstichting)
De heer Meijer vindt het zorgelijk dat de verzender van de brief zeer lang moet wachten op antwoord van de deelgemeente. Hij verwacht een goede beantwoording van het DB. Het DB zou de verzender tevens kunnen wijzen op zijn privaatrechtelijke mogelijkheden tegenover de woningbouwcorporaties.
Verder vraagt spreker opheldering over het optoppen van twee verdiepingen. Bij de sector ROB was men niet in staat hem antwoord te geven.
De voorzitter antwoordt dat de griffier een antwoord verstuurt aan de bewoner dat zijn of haar brief op de lijst met ingekomen stukken zal worden geplaatst. Verdere beantwoording zal nog plaatsvinden.
Brief 13 (van Milieudefensie)
De heer Snijders noemt een drietal zaken uit de brief. Vervolgens vraagt hij of er kan worden gekeken naar de mogelijkheden tot uitbreiding van de diensten van de Alexanderbus. In de tweede plaats acht hij het van belang dat de medewerkers van de deelgemeente worden gestimuleerd om met de fiets, openbaar vervoer of lopend te komen. In de derde plaats wijst hij op het project ´voeten en fietsen naar school´. Dit past naar zijn mening goed bij het rapport van de PvdA-fractie over de veiligheid rondom scholen.
Brief 14 (Jaarverslag 2005 SONOR)
De heer Meijer wijst op een aantal gebreken uit het jaarverslag van Sonor.
Dit punt wordt voor de volgende raadsvergadering geagendeerd.
Brief 23 (Brandveiligheid sport- en recreatieaccommodaties)
De heer Van Brenkelen heeft een aantal vragen over de brandveiligheid van een aantal voorzieningen.
De heer Paulusma doet de suggestie om informatieve vragen schriftelijk af te handelen.
De heer Van Lottum vraagt zich af of de voorzieningen die van SenR aan de deelgemeente zijn overgedragen in goede staat verkeren. Wanneer dit niet het geval is, is de juridische vraag wie voor de kosten moet opdraaien. Wat hem betreft wordt daar in de deelraad over gesproken.
De heer Paulusma reageert dat dit de essentie is van de brief. Ook andere deelgemeenten hebben dit bij de stadsgemeente aangekaart.
De voorzitter stelt voor de reactie van de Stadsgemeente af te wachten.
Brief 25 (Garantiestelling Recreatiecentrum Zevenkampse Ring)
De heer Van Lottum brengt naar voren dat de deelgemeente niet zo snel had mogen overgaan tot het geven van een voor de deelgemeente financieel nadelige garantie. Hij wijst op een eerdere afgegeven garantie bij Sporthal Wion. De risicoanalyse zal bij de voorjaarsnota bekend worden gemaakt. Er had naar zijn mening vooraf overleg moeten plaatsvinden met de deelraad.
De heer Paulusma reageert dat de besluitvorming urgent was. Het besluit is zorgvuldig en in overleg met de stadsgemeente en andere organisaties genomen. De banken eisten een garantie. Wanneer deze niet was verstrekt zou het zwembad failliet zijn geweest.
De heer Van Lottum stelt dat er zoals blijkt uit de urgentie sprake was van een probleem. Hij kijkt met belangstelling uit naar de behandeling van de voorjaarsnota.
De heer Paulusma geeft aan zich te hebben laten overtuigen van het feit dat er geen andere mogelijkheid was.
11. Vragenhalfuur raadsleden
Mevrouw Van der Veen geeft aan dat de PvdA-fractie het huidige voorzieningenniveau in de deelgemeente wil handhaven. Ze vraagt of het DB bereid is haar invloed uit te oefenen om het postkantoor aan het Ambachtsplein te behouden. In de pers zijn berichten verschenen die aangeven dat het postkantoor nog twee jaar blijft. Dit is voor spreekster niet voldoende.
De heer Van Duin antwoordt dat het DB al verschillende stappen heeft ondernomen. Er is een brief gestuurd aan postkantoren B.V. In reactie hierop heeft postkantoren B.V. aangegeven dat het postkantoor aan het Ambachtsplein inderdaad gesloten gaat worden. Dit zal echter niet gebeuren voordat er een ondernemer is gevonden voor een postagentschap. De diensten zullen blijven bestaan, echter niet in de vorm van een normaal postkantoor.
12. Rondvraag
De heer Meijer brengt naar voren dat hij na de vergadering van het presidium nog een aantal stukken heeft ontvangen voor de deelraadsvergadering. Deze hoeveelheid is vergelijkbaar met het aantal stukken dat voor de vergadering van het presidium beschikbaar was. Hij constateert dat de stukken van het DB die bij de lijst van ingekomen stukken staan vermeld, zijn gedateerd op 18 en 19 mei. Hij vraagt zich af of deze niet een aantal dagen eerder aan het presidium zouden kunnen worden gezonden zodat er de gelegenheid bestaat ze op de agenda te plaatsen. Daarnaast constateert hij dat de brief die is gestuurd over het hotel/congrescentrum Nesselande niet bij de stukken is gevoegd.
De voorzitter doet het voorstel dit te agenderen voor de vergadering van het presidium.
13. Sluiting
De voorzitter sluit de vergadering om 24:00 uur.
