Verslag van de Openbare vergadering van de deelraad Prins Alexander gehouden op maandag 22 januari 2007 in het deelgemeentekantoor aan het Prins Alexanderplein 6.
Aanwezig: Mevr. M.A. Huisman (VVD), mevr. J.P. van Schaik-Van der Torre (Leefbaar Rotterdam), mevr. J.L. Ton (CDA), mevr. A.R. van der Veen (PvdA) en mevr. A.M. Zimmerman-Smit (CDA) evenals de heren H.L.E. Blanck (PvdA), M. Boer (SP), P.J. van Brenkelen (Leefbaar Rotterdam), R. Choenni (PvdA), J.H. van Dijk (VVD), A.A.P. Eekhof (PvdA), D. Graafland (SP), J. Kooijman (PvdA), P. Meijer (Leefbaar Rotterdam), D.J. van Pelt (Leefbaar Rotterdam), A. Salhi (PvdA), B. van Schaik (Leefbaar Rotterdam), J.A. Schippers (CU/SGP), L. Sörensen (Leefbaar Rotterdam), J.C.M. Soijer (Leefbaar Rotterdam), E.J.B. Stapelkamp (GroenLinks), P. Veenstra (PvdA) en W. Veldhuijzen (Leefbaar Rotterdam).
Afwezig: D.J.J. van Lottum (CDA) en A. Siebel (Leefbaar Rotterdam).
Griffie: R.D. Weststrate (griffier)
Notulist: P.J. Hoepel, Alpha Talen Nederland BV Waddinxveen
Dagelijks bestuur: R. Krul (voorzitter van het dagelijks bestuur en de deelraad), mevr. G. Boekhoudt (portefeuillehouder), P.C. Paulusma (portefeuillehouder), E.G. van Duin (portefeuillehouder) en J. Noeverman (portefeuillehouder).
Ambtshalve aanwezig: K. Kok (hoofd SVWO)
Insprekers: de heren Weerman en Van der Tol (Grote Beer 583) en mevrouw R. Hazel (X-preszo Ministries Rotterdam).
Belangstellenden: ca. 15 belangstellenden.
1. Opening
De voorzitter opent de vergadering om 19:00 uur. Hij deelt mee dat de heer van Lottum en de heer Siebel afwezig zijn.
2. Vaststelling agenda
De agenda wordt goedgekeurd en vastgesteld.
3. Gelegenheid tot het stellen van vragen door het publiek over onderwerpen die niet op de agenda staan
De heer Weerman spreekt over de toegankelijkheid van openbare gebouwen voor mensen met een handicap. In de Nederlandse samenleving wordt niet altijd rekening gehouden met mensen met een handicap of functiebeperking. Het gebouw van de deelgemeente voldoet niet volledig aan de norm toegankelijkheid. Er zou een relatie moeten zijn tussen de toegankelijkheid en de gebruiksvriendelijkheid van de entree. Gebruiksvriendelijk betekent dan dat rolstoel- of anderszins gebonden persoon niet afhankelijk is van derden voor het betreden van het gebouw. Het gaat daarbij niet alleen om de hoofdingang, maar ook om de achteringang. Het is niet mogelijk om de deur zelf te openen wanneer men in een rolstoel of scootmobiel zit. Altijd moet de portier de deur openen en openhouden. Hierbij wordt hij dan wel van zijn bezigheden afgehouden. Er zouden geen aparte ingangen moeten zijn voor gehandicapten, maar ingangen die voor iedereen toegankelijk zijn.
De deelgemeente kan er aan bijdragen dat gehandicapten door middel van een druk op de knop het pand kunnen betreden. Dan vervult de deelgemeente een voortrekkersrol in de discussie met de dienst Sociale Zaken, waaronder de voorziening gehandicapten valt.
Spreker heeft meerdere malen zijn afhankelijkheid van de portier gevoeld. Uit gesprekken met de portier heeft hij opgemaakt dat deze wel vaak in zijn werk wordt onderbroken.
Mevrouw Hazel brengt naar voren dat zij onderdeel is van ‘X-preszo Ministries Rotterdam’ uit Rotterdam Oost. X-preszo is onderdeel van het kerkgenootschap van de Zevende-dags Adventisten. In september 2005 hebben zij een gemeente gesticht in Rotterdam-Oost met als doelgroep jonge gezinnen. De gemeente telt inmiddels zeventig leden die tweemaal per maand op zaterdag bijeenkomen. Volgens spreekster is er een grote behoefte aan maatschappelijke activiteiten, zoals een koffieochtend en een kinderclub. Zij is naar de deelgemeente gekomen omdat zij gelooft in een gemeente die hoofd, hart en handen heeft. Men is bereid een maatschappelijke functie te vervullen en daar verantwoordelijkheid voor te nemen. De hulp van de deelgemeente is echter wel nodig.
Mevrouw Mansoer vervolgt en geeft aan dat zij hulp van de deelgemeente willen bij het vinden van een nieuw onderkomen. Zowel het buurthuis Alexander als het Thorbeckecollege zijn niet groot genoeg en kunnen niet voorzien in de behoefte die er is bij X-preszo. Men wil een veilige ontmoetingsplek creëren voor allerlei groepen mensen. Er zijn niet voldoende financiële middelen om zelf een pand te kopen. De hulp van de deelgemeente is dan ook nodig bij het zoeken naar een nieuwe en geschikte locatie.
De heer Van der Tol wenst alle deelgemeenteraadsleden een gelukkig en gezond 2007. Na klachten te hebben ingediend bij de klachtentelefoon 0800-1545, de Roteb en de verhuurder PWS, doet spreker nu een beroep op de deelgemeente om de Weegschaalhof en de aanliggende straten schoon te krijgen. Voor dit gebied is een permanente schouwing en schoonmaakploeg noodzakelijk. De eerder genoemde organisaties hebben hier geen gehoor aan gegeven. De Roteb onderkent het probleem van het vuil en afval, maar doet niets meer dan het legen van de prullenbakken. Spreker noemt als voorbeelden het grasveld naast het basketbalveld, de begroeiing langs de tuintjes en de graffiti op de achterkant van de school. Omdat de entree van de flat de Grote Beer onder een arcade valt, dient de PWS hier schoon te maken. Ook hier heeft spreker zijn beklaagd, maar na een keer te hebben geveegd, heeft men het erbij gelaten. Doordat het bij de entree nooit regent, blijft de hondenpoep weken liggen voordat het is verdwenen. Hij vraagt het DB of zij bij de Roteb en de PWS kan aandringen op het nemen van de noodzakelijke maatregelen, zodat de Weegschaalhof en omliggende straten er weer schoon uitzien. Spreker denkt dat de plaatselijke verantwoordelijke persoon een welles-nietes spelletje speelt met de bewoners. Van de kant van de deelgemeente heeft hij weinig betrokkenheid ervaren bij dit gebied. Het motto van de burgemeester van de stadsgemeente is ‘Rotterdam moet schoon’. Hij spreekt de hoop uit dat de deelgemeente zich voor dit gebied zal inzetten.
De heer Paulusma zegt toe aan de heer Van der Tol dat hij de zaak zal onderzoeken en zijn bevindingen op korte termijn bekend zal maken.
Mevrouw Ton vraagt de heer Paulusma of hij ervaring heeft met het handhaven van beleid. Met de Roteb zijn jaarcontracten afgesloten en daarnaast kent de deelgemeente een hondenpoepbeleid. Hoe wil de heer Paulusma verandering in de situatie aanbrengen wanneer de jaarplannen al zijn vastgesteld.
De heer Paulusma antwoordt dat er handhavingafspraken zijn en dat er wordt gehandhaafd. Hij zal met de betrokkenen spreken om hun visie met betrekking tot dit gebied te vernemen.
Mevrouw Ton reageert dat er afspraken zijn gemaakt. Wanneer de heer Paulusma een verhoging van de schoonmaakactiviteiten wenst, dan dient hij daar ook de financiën voor vrij te maken. Daar wil spreekster bij de Kadernota buitenruimte eventueel op terug komen.
De heer Paulusma antwoordt dat hij zijn bevindingen aan de deelraadsleden bekend zal maken.
De voorzitter gaat vervolgens in op de woorden van de heer Weerman. Hij legt uit dat het pand waarin de deelgemeente is gevestigd niet haar eigendom is. De eisen voor de toegankelijkheid van gebouwen zullen eerst worden geïnventariseerd. Daarna zal er contact worden opgenomen met SoZaWe en zal ook met de heer Weerman contact worden opgenomen.
Met betrekking tot de insprekers van X-preszo Ministries Rotterdam merkt de voorzitter op dat zij vooral zelf hun zoektocht moeten voortzetten. Met de buurthuizen is de afspraak gemaakt dat leegstand zo veel als mogelijk moet worden beperkt. De deelgemeente heeft zelf geen panden in bezit, zodat zij de inspreker tegemoet kan komen. Hij doet een oproep aan de deelraadsleden om te zoeken naar een mogelijk onderkomen voor de groep. Verder wijst hij op de mogelijkheden van scholen en de stichting buurtwerk Alexander die de buurthuizen in PA exploiteert.
Mevrouw Hazel maakt duidelijk dat het onderkomen in het Thorbeckecollege alleen in het weekend beschikbaar is. Dit beperkt de groep in hun werkzaamheden die zij ook doordeweeks willen uitvoeren.
De heer Eekhof vult de voorzitter aan en noemt de verenigingsgebouwen waar, volgens hem, mogelijkheden moeten zijn.
Mevrouw Ton vraagt het DB of de gebouwen van Sport en Recreatie voor honderd procent zijn bezet.
De heer voorzitter reageert dat er contacten zijn met SBA. De groep stelt echter door haar omvang ook bepaalde eisen. Daar is nog niet aan kunnen voldoen.
Mevrouw Ton dringt er op bij het DB op aan te bekijken welke mogelijkheden er zijn, ook buiten SBA. Ze vraagt zich af wat de bezetting is van de gebouwen die de deelgemeente onder zich heeft.
De heer Blanck verzoekt de groep X-preszo om een uitgewerkt plan naar alle deelraadsleden te sturen, zodat zij in hun omgeving kunnen kijken naar mogelijke onderkomens.
4. Vaststelling Kadernota Welzijn
De voorzitter legt aan het publiek uit dat er twee voorbereidende vergaderingen zijn geweest en er een groot aantal vragen tussen deelraad en dagelijks bestuur schriftelijk zijn gewisseld. Het dagelijks bestuur heeft ook nadere reactie aan de deelrad gestuurd.
De heer Sörensen maakt duidelijk dat Leefbaar Rotterdam de tijd van vaststelling van de Kadernota te vroeg vindt. Hij vraagt zich af waarom er een visie van vier jaar voor vijf maanden wordt vastgesteld. Er zullen immers nog aanvullingen en aanpassingen komen. Wat dient er te gebeuren wanneer de aanvullingen niet deugen? De Kadernota zou ook een integraal karakter moeten hebben.
Verder vindt hij het opmerkelijk dat er een Kadernota wordt vastgesteld, waarin de vijf beleidsgebieden van de WMO nog niet zijn verwerkt. Op gemeentelijk niveau moet er nog een beleidsnota voor de WMO worden gemaakt. In een convenant zal vervolgens moeten worden vastgelegd wat er van de deelgemeente wordt verwacht.
Voorts noemt spreker de burgerparticipatie die ook bij de beleidsvorming een rol zou moeten spelen. Bij de voorliggende Kadernota is geen burger aan het woord geweest. Er dient eerst met de burger van gedachten te worden gewisseld om te komen tot een bredere en integrale Kadernota. Er moet een aantal fundamentele discussies met de bewoners worden gevoerd. Een voorbeeld hiervan zou de herdefiniëring van het begrip welzijn moeten zijn tot een begrip dat door de burgers wordt gedragen.
Daarna gaat hij in op het idee van de VVD om te kijken of de deelnotities kunnen worden meegenomen in de herstructurering van de programmabegroting. Spreker ziet dit met belangstelling tegemoet. Leefbaar Rotterdam is wel van mening dat het zeker moet gaan om een ruimere hoeveelheid deelnotities.
Tot slot maakt hij duidelijk dat in de Kadernota de burgerparticipatie en een wezenlijk onderdeel van de mantelzorg worden gemist. Verder is de nota te abstract en te onleesbaar voor de bewoners. De voorliggende raadsbesluiten zullen door Leefbaar Rotterdam dan ook worden afgekeurd. Het idee van de VVD is goed, maar doordat de VVD er toch voor kiest om de Kadernota vast te stellen, zal ook hun voorstel niet worden gesteund.
De motie van de PvdA getuigt van een oud denkkader. Het geld kan beter worden besteed aan bijvoorbeeld het organiseren van een activiteit door vrijwilligers.
Het amendement van de SP is naar de mening van spreker meer symbolisch. De kinderboerderij moet en zal altijd gratis blijven.
De heer Van Dijk deelt de mening van het DB en Leefbaar Rotterdam dat de Kadernota breder zou moeten zijn. De beantwoording van het DB kan op twee manieren worden gelezen. Hij wil uitgaan van een positieve lezing. Richting Leefbaar Rotterdam merkt hij op dat de deelraad ook een verplichting heeft met betrekking tot de bewoners en instellingen van de deelgemeente. Het mag niet zo zijn dat de Rekenkamer de deelraad hier in de toekomst op gaat aanspreken.
De opmerkingen van de heer Sörensen over de burgerparticipatie bij de totstandkoming van de visie 2010 zijn niet terecht. De coalitie heeft toegezegd om te werken aan de visie voor 2020. Dan zijn er opnieuw mogelijkheden voor de bewoners om mee te denken. Verder kunnen alle partijen in de deelgemeente anticiperen op veranderingen door de deelnotities onderdeel te laten worden van de beleidsbegroting. Voorts krijgt de commissie Programmabegroting de opdracht om dit in 2009 te voltooien. Hierdoor wordt het ook meetbaar, zoals Leefbaar Rotterdam dat wenst. Deze kans wordt nu door hen gemist.
Mevrouw Ton brengt naar voren met betrekking tot het inhuren van derden dat het CDA een pas op de plaats maakt en afwacht wat er in de gemeente gaat gebeuren. Er wordt daarom geen motie ingediend.
Spreekster is verrast door de beantwoording van het DB op de vragen van de VVD. Verder is zij blij met het feit dat een aantal zaken door de commissie Programmabegroting zullen worden meegenomen.
Wat betreft de Kadernota welzijn spreekt zij de wens uit dat er ook een leesbare versie komt voor de bewoners.
Het CDA steunt beide raadsbesluiten.
Tot slot gaat mevrouw Ton in op de motie van de PvdA. In de nieuwsbrief van het DB wordt gesproken over de georganiseerde vrijwilligersdag. Zij is zeer verbaasd over het feit dat de PvdA nu een soortgelijke vrijwilligersdag wil gaan instellen. ‘Wordt er wel gecommuniceerd binnen de PvdA?’ Ook in voorgaande jaren hebben er vrijwilligersdagen plaatsgevonden.
Mevrouw Van der Veen interrumpeert dat die vrijwilligersdagen niet voor de toekomst op schrift zijn gesteld. De PvdA is een partij die vooruit kijkt en daarom het verzoek heeft gedaan.
Wat betreft het amendement van de SP vraagt mevrouw Ton zich af waarom alleen de kinderboerderij gratis zou moeten zijn. Er zijn ook andere belangrijke zaken die ook gratis georganiseerd zouden kunnen worden, zoals de zwemles voor kinderen. ‘Wat zijn de redenen die hebben geleid tot het ingediende amendement?’
De heer Kooijman stelt dat er goed wordt gecommuniceerd binnen de PvdA. De motie wordt ingetrokken omdat de strekking van de motie is opgenomen in de schriftelijke beantwoording van het DB.
Op verzoek van de heer Van Schaik neemt de heer Kooijman plaats achter de katheder en merkt tot slot op dat de PvdA zich aansluit bij de woorden van de heer Van Dijk.
De heer Boer geeft aan dat de SP de beide raadsbesluiten steunt. Het is niet het geschikte moment voor het indienen van een amendement. Op een later moment bij de voorjaarsnota of de programmabegroting kan het amendement alsnog worden ingediend.
De heer Schippers kan zich in grote lijnen vinden in de raadsbesluiten. Er bestaat nog veel onhelderheid over de werking van de WMO in de deelgemeente. Hij is benieuwd naar de uitwerking van het proces en een eventuele bijstelling van de Kadernota. Het is niet verstandig om de Kadernota nog niet vast te stellen, aangezien instellingen en het DB dan niet aan het werk kunnen. De WMO moet ook in samenhang worden gezien met de vrijwilligersnotie. Om de WMO gestalte te geven, zijn vrijwilligers noodzakelijk. Het aantal vrijwilligers zal in de toekomst, gezien de maatschappelijke ontwikkelingen, afnemen. Wat betreft de mantelzorg merkt spreker op dat niet alleen de bekende instellingen hierbij moeten worden betrokken, maar een breder palet aan instellingen, kerken en organisaties. Hij doet tot slot de suggestie aan het DB om op een klein aantal A-4’tjes de kern en inhoud van de Kadernota samen te vatten in een goed leesbare notitie voor de burgers.
De heer Stapelkamp is van mening dat het werk pas na de vaststelling van de Kadernota daadwerkelijk gaat beginnen. Het speerpunt vrijwilligers mag dan niet ontbreken.
Voorts gaat hij in op de woorden van Leefbaar Rotterdam met betrekking tot burgerparticipatie. Hij vraagt zich af of de Kadernota het geschikte document is om de burgers bij te betrekken. Zeker wanneer de uitwerkingsprogramma’s nog gestalte moeten krijgen. Daarbij zouden de burgers heel intensief betrokken moeten worden. Echter dienen eerst de randvoorwaarden te worden vastgesteld. Het abstracte taalgebruik in de Kadernota nodigt burgers niet uit tot participatie, maar stoot hen juist af. De burgers moeten dan ook bij het proces betrokken worden op het moment dat het concreter wordt.
Mevrouw Ton vraagt de heer Stapelkamp of hij de burger pas wil laten meedenken op het moment dat het concreet wordt. Alle stukken die door de deelgemeente worden geschreven dienen goed leesbaar te zijn en bewoners kunnen zelf bepalen of zij dat willen lezen of niet. Het is een onderschatting van de burger om hen niet bij de kaderstelling te betrekken.
De heer Stapelkamp is van mening dat de burger niet bij alle stukken betrokken kan worden. Dit betekent echter niet dat GroenLinks de burger er niet bij wil betrekken. Ruimtelijke ordening vraagstukken worden ook niet vanaf het begin met de burger behandeld. Op een bepaald moment is een stuk ‘rijp’ genoeg om de burger erbij te betrekken. Hij benadrukt dat het een misvatting is GroenLinks weg te zetten als een partij die de burger er niet bij wil betrekken.
De heer Sörensen maakt duidelijk dat de burger juist meer bij het voorportaal van de WMO dient te worden betrokken. Burgers hebben ook een visie.
De heer Stapelkamp legt uit dat GroenLinks een groot voorstander is van burgerparticipatie. Dit dient echter wel op een goede en effectieve manier te gebeuren. Dit betekent dat burgers erbij moeten worden betrokken op het moment dat dit zinvol is. Veel burgers hebben geen idee wat de WMO voor hen betekent.
Mevrouw Ton vraagt met nadruk wie bepaalt wanneer het geschikte moment is om de burgers erbij te betrekken. Ze vraagt zich af of het aan de deelraad is om te bepalen dat eerst de kaders worden vastgesteld en dat vervolgens pas de burger inspraak dient te krijgen. Wellicht zijn er burgers die ook over de kaders willen meedenken. Daarom heeft het CDA met andere partijen gevraagd om een leesbare Kadernota. Spreekster is verbaasd over het feit dat GroenLinks enerzijds de burger er altijd bij wil betrekken, maar anderzijds stelt dat dit niet altijd gewenst is.
De heer Stapelkamp reageert dat GroenLinks wordt neergezet als een partij die de burger er niet bij wil betrekken. Dat is onterecht. Er zijn verschillende momenten geweest waarop de burger heeft kunnen inspreken. De burgers moeten erbij worden betrokken op het moment dat dit zinvol is. Dit betekent op het moment dat zij daar behoefte aan hebben. In de voorbereidingsfase moeten burgers niet worden lastiggevallen met allerlei abstracte stukken. Het is volstrekt onterecht GroenLinks af te schilderen als een partij die niet staat voor burgerparticipatie.
De voorzitter reageert namens het DB. De visie van het DB wijkt af van die van Leefbaar Rotterdam. Er kan niet worden gewacht met het vaststellen van de Kadernota. Er dienen notities van uitgangspunten te worden opgesteld. Wanneer er in de gemeente zaken veranderen die consequenties hebben voor de Kadernota of de deelnotities van de deelgemeente, dan wordt daar na het zomerreces op teruggekomen.
Spreker is blij met de opmerkingen over de deelnotities. Deze zijn primair een taak van de commissie Programmabegroting. Op korte termijn zullen voorstellen van deze commissie in de deelraad worden vastgesteld. Dat heeft dan zijn consequenties voor het DB.
Er is kennis genomen van de intrekking van de motie door de PvdA en het aanhouden van het amendement door de SP.
De toezegging is gedaan dat er een actieprogramma komt voor vrijwilligers.
Burgerparticipatie moet op dit moment worden gezocht bij onderwerpen die de burgers direct raken. In het kader van de beleidsvorming met betrekking tot de WMO is participatie nog niet aan de orde. Bij een volgende Kadernota kunnen burgers ook meer bij dat proces worden betrokken dan nu is gedaan.
De heer Sörensen is verbaasd over de laatste woorden van de voorzitter. Hij vraagt zich af waarom burgers over vier jaar pas bij de Kadernota worden betrokken. Nu is dat nog steeds mogelijk. In plaats van deze kans te grijpen, laten de deelraad en het DB zich inperken door een Kadernota. ‘Waarom wordt er geen pas op de plaats gemaakt?’ Door de vaststelling nog vijf maanden uit te stellen, zal er geen opstand uitbreken bij het welzijnswerk.
De heer Van Dijk reageert er op dat Leefbaar Rotterdam de vaststelling van de Kadernota wil uitstellen. De fractievoorzitter van Leefbaar Rotterdam in de gemeente heeft in de vorige periode gepleit voor de afschaffing van de deelgemeenten, omdat zij op welzijnsterrein niets hadden geregeld. Nu is er de mogelijkheid om dat wel te doen en die laat Leefbaar Rotterdam nu aan zich voorbij gaan. De kans die voorligt, zou gegrepen moeten worden.
Volgens mevrouw Van der Veen getuigt de opstelling van Leefbaar Rotterdam van besluiteloosheid.
De heer Van Schaik vindt het onterecht dat er steeds naar het verleden wordt gewezen. Leefbaar Rotterdam wil vooruit kijken en stelt daarom voor de vaststelling van de Kadernota vijf maanden uit te stellen.
Mevrouw Van der Veen is van mening dat de burgers van PA niet blij zijn met uitstel.
De heer Van Schaik antwoordt dat de burgers er niet eens bij betrokken zijn geweest.
Er wordt overgegaan tot stemming.
Raadsbesluit 1: 15 voor 8 tegen
Raadsbesluit 2: 15 voor 8 tegen
Beide raadsbesluiten worden aangenomen. Leefbaar Rotterdam stemt tegen.
Schorsing
5. Jaarplanning 2007
De heer Meijer brengt in de eerste plaats naar voren dat hij blij is met de jaarplanning. Hierdoor is het als redelijk nieuwe partij mogelijk om op zaken te anticiperen. In de vorige vergadering is de jaarplanning vastgesteld. Het valt hem tegen van het DB dat de eerste datum van de Kadernota niet is gehaald. Verder blijkt uit de jaarplanning dat het DB over een aantal zaken slechts een regisserende rol heeft. Deze zaken zouden ook op een heldere manier in de jaarplanning moeten worden verwerkt. Leefbaar Rotterdam heeft de vastgestelde jaarplanning vergeleken met de gepresenteerde jaarplanning. Hierbij ontdekten zij achttien wijzigingen die niet op het oplegblad zijn vermeld. Vervolgens noemt hij een paar opvallende wijzigingen. Zo wordt de deelraad niet meer geraadpleegd over de Toekomstvisie 2020, maar slechts geïnformeerd. De actualisering van de financiële risico’s is van de jaarplanning geschrapt. Wanneer het een andere naam heeft gekregen, had dit in de toelichting vermeld moeten worden. In een gesprek met de deelraadsvoorzitter en de gemeentesecretaris werd hem duidelijk gemaakt dat de jaarplanning maandelijks zou worden bijgesteld. Dit is begrijpelijk aangezien een jaarplanning een dynamisch proces is. De gepresenteerde jaarplanning getuigt echter niet van een juiste omgang. Een keer in de maand de jaarplanning vaststellen, is naar de mening van de heer Meijer te veel. Dit zou maximaal een keer in het kwartaal moeten plaatsvinden.
Mevrouw Van der Veen stelt voor de jaarplanning niet vast te stellen, maar voor kennisgeving aan te nemen.
De voorzitter reageert dat het niet de bedoeling is dat er elke maand een nieuwe jaarplanning moet worden vastgesteld. Hij kan zich voorstellen dat over een aantal zaken beter had moeten worden geïnformeerd.
De heer Meijer interrumpeert dat een vergissing bij iedereen mogelijk is. Er is echter sprake van een grote hoeveelheid omissies.
De voorzitter antwoordt dat er vooral met betrekking tot het raadplegen en informeren een aantal wijzigingen hebben plaatsgevonden. Voorts is hij het eens met de heer Meijer dat over een groot aantal zaken de deelgemeente afhankelijk is van derden. Het DB doet een handreiking aan de deelraad door aan te geven wanneer zij de stukken verwacht te kunnen aanleveren. De planning voor januari betreffen ‘harde’ toezeggingen. De andere zijn indicatief. Wanneer er wijzigingen plaatsvinden, zal het DB daar zorgvuldig over informeren. Daarnaast kunnen er ook punten worden toegevoegd.
De heer Meijer geeft aan dat hij het voorstel van mevrouw Van der Veen niet steunt. In het presidium is uitgebreid gediscussieerd en besloten om de jaarplanning wel vast te stellen. Hij stelt voor om een goede jaarplanning te maken en deze in een volgende vergadering vast te stellen.
De voorzitter reageert dat de heer Meijer dan voorbij gaat aan het feit dat er eventueel door wijzigingen van derden of door toevoeging van zaken zich wijzigingen in de jaarplanning kunnen voordoen. Hij steunt dan ook het voorstel van mevrouw Van der Veen.
De heer Meijer maakt duidelijk dat wanneer de jaarplanning niet wordt vastgesteld, de vorige jaarplanning van kracht blijft. Dat kan niet de bedoeling zijn. Hij begrijpt dat er zaken kunnen wijzigen, maar dan moeten die wel worden gemotiveerd, wat nu niet is gedaan. Voorts zou er door het DB moeten worden aangegeven op welke punten het DB denkt of verwacht dat er wijzigingen zouden kunnen komen, zodat de deelraad daar rekening mee kan houden.
De verschillende partijen doen uitspraak over de twee voorstellen. Er ontstaat een discussie, waarbij GroenLinks en ChristenUnie/SGP een derde optie kiezen, namelijk de gepresenteerde jaarplanning vaststellen met de toezegging van het DB dat zij voor de toekomst beterschap belooft.
Na de discussie wordt besloten de jaarplanning toch vast te stellen met de toezegging dat het DB beterschap belooft voor de toekomst.
Stemming: 13 voor 10 tegen
De jaarplanning wordt vastgesteld. Leefbaar Rotterdam en CDA stemmen tegen.
6. Voorstel fractievergoedingen
Informerend gedeelte
De heer Meijer maakt in de eerste plaats duidelijk dat het Leefbaar Rotterdam niet te doen is om meer fractievergoeding. Er moet zorgvuldig worden omgegaan met de besteding van de fractiegelden. Dit zou in het kader van ‘sober en doelmatig’ kunnen zijn. In het verleden is de verdeling 60% vast en 40% naar rato van het aantal zetels. Hoe deze verdeling tot stand is gekomen, weet niemand. Leefbaar Rotterdam met negen zetels krijgt in deze verhouding € 19.700 en een fractie met één zetel krijgt € 8.700. Iedere fractie heeft een aantal vaste kosten, zoals de kranslegging op 5 mei. In het presidium is afgesproken dat Leefbaar Rotterdam met een voorstel zou komen.
Spreker legt vervolgens uit dat hij alle vaste kosten die de fracties maken bij elkaar heeft opgeteld. Het gaat dan om een bedrag van ongeveer € 1.500. Leefbaar Rotterdam heeft dan veel geld extra te besteden. Dit geld hebben zij eigenlijk niet nodig. Andere partijen zouden het dan ook niet nodig moeten hebben. Leefbaar Rotterdam is dan ook een voorstander van variant 3 uit het voorstel. In dit voorstel wordt het extra geld per raadslid ( € 800) in een gezamenlijke pot gestopt waar iedereen gebruik van kan maken. Er moeten dan wel voorwaarden worden gesteld aan het gebruik van dit geld. Hiervoor zou dan ¾ van het aantal deelraadsledenvoor moeten zijn. Hij verzoekt de deelraad in te stemmen met variant 3 inclusief de reserveringen.
De heer Boer vraagt de heer Meijer of er in variant 3 eerst toestemming aan de deelraad moet worden gevraagd voor het gebruik van de gelden uit de gezamenlijke pot.
De heer Meijer antwoordt dat besteding inderdaad door de deelraad moet worden goedgekeurd, aangezien het gaat om een gezamenlijk budget.
De heer Stapelkamp vraagt of Leefbaar Rotterdam de variabele kosten wel of niet nodig heeft. Daarnaast brengt hij naar voren dat zowel grote als kleine partijen dezelfde overheadkosten hebben.
De heer Meijer reageert dat bijvoorbeeld voor het printen de kosten van Leefbaar Rotterdam negen keer zo hoog zijn als die van GroenLinks. Hij benadrukt dat het hem niet is te doen om extra gelden.
Opiniërend gedeelte
Mevrouw Van der Veen brengt naar voren dat is gebleken dat kleine fracties moeite hebben om rond te komen met de beschikbare gelden. Uit solidariteit wil zij niet overgaan tot wijziging van de huidige structuur. Verder vraagt zij om een advies over de vraag waar de huidige fractievergoeding op is gebaseerd. Tot slot vraagt zij zich af of dit niet beter kan worden behandeld bij de begroting in het kader van bezuinigingen. De PvdA stemt dan ook vooralsnog niet in met variant 3.
Mevrouw Ton vindt het een moeilijke kwestie. Zij kan zich vinden in de woorden ‘solidariteit met de kleine fracties’. Echter heeft alleen het CDA in het verleden gebruik gemaakt van de inhuur van een fractieassistent. Zij begrijpt dan ook niet waarom kleine fracties daar geen gebruik van hebben gemaakt. Spreekster kiest voor de solidariteit met de kleine fracties, maar wil dan niet bij de begrotingsbehandeling worden geconfronteerd met de financiële moeilijkheden van de kleine fracties. Die gelden hebben zij dan gebruikt voor fractieondersteuning.
De heer Sörensen interrumpeert dat variant 3 een voorbeeld is van solidariteit, omdat een deel van de begroting openbaar wordt gemaakt.
De heer Van Dijk kan zich vinden in de woorden van mevrouw Van der Veen. Ook toen de VVD groot was, heeft zij zich solidair opgesteld ten opzichte van de kleine partijen. Het is correct dat het CDA als enige fractie gebruik heeft gemaakt van fractieondersteuning. Dit wordt gemist in het voorstel van Leefbaar Rotterdam. De deelraad heeft het budget voor fractievergoedingen vastgesteld. Dit mag wat spreker betreft niet hoger. Bij variant 3 is er geen sprake van een bezuiniging. De poging van de VVD in de vorige raadsperiode om tot een bezuiniging te komen, werd helaas niet gesteund.
De heer Meijer kan zich herinneren dat de VVD voor een stopzetting van de bezuinigingen op fractievergoedingen heeft gestemd.
Mevrouw Huisman reageert dat het voorstel van de VVD om tot een bezuiniging te komen door de hele deelraad werd verworpen.
De heer
Van Dijk vervolgt
zijn betoog en brengt naar voren dat ondanks het feit dat Leefbaar
Rotterdam minder geld wil, zij in alle varianten er financieel op
vooruit gaat ten koste van andere fracties.
Verder wijst hij erop dat het geld door kleine fracties ook kan
worden gebruikt voor een steunfractie.
Spreker stelt voor om op een later tijdstip verder te spreken en nu het presidiumvoorstel te handhaven.
De heer Meijer merkt op dat Leefbaar Rotterdam een steunfractie heeft van honderd mensen. Het is erg duur om die te bekostigen uit de fractievergoedingen. Daarnaast kan een kleine fractie in variant 3 beschikken over € 22.000.
Mevrouw Huisman reageert dat daarbij wel moet worden opgemerkt dat Leefbaar Rotterdam altijd de mogelijkheid heeft om zaken tegen te houden. De gedachte die onder dit mechanisme zit, vindt zij niet prettig.
De heer Meijer geeft aan dat Leefbaar Rotterdam bij ‘zinnige’ verzoeken voor zal stemmen en dus niet alles zal tegenhouden. Het mag niet zo zijn dat de coalitie altijd de doorslag geeft. Verder is het ook niet mogelijk dat het CDA en Leefbaar Rotterdam samen over het geld kunnen beschikken. Er zijn altijd coalitiepartijen nodig om aan een meerderheid te komen.
Mevrouw Huisman meent dat de volgens de 13/12-verhouding genomen besluiten democratisch zijn. Een veto is dat niet.
De heer Boer constateert dat ondanks het feit dat Leefbaar Rotterdam niet meer geld wil, zij er toch in alle varianten op vooruit gaan.
De heer Sörensen brengt met nadruk naar voren dat Leefbaar Rotterdam op een creatieve manier zoekt naar alternatieven. Het gaat over transparantie en openheid van zaken. Dit wordt verwacht van het DB en van alle organisaties. De deelraad zou met variant 3 moeten instemmen en bekijken hoe een en ander in de praktijk werkt.
Mevrouw Van der Veen wil eerst weten hoe de huidige verdeling van fractiegelden tot stand is gekomen.
De heer Schippers waardeert de intentie van Leefbaar Rotterdam om er niet financieel op vooruit te gaan. Hij daagt Leefbaar Rotterdam uit om met een variant te komen waarin Leefbaar Rotterdam er op achteruit gaat. Voorts moeten er met betrekking tot de reserveringen van variant 3 voorwaarden worden opgesteld waaraan een verzoek moet voldoen. Deze argumentatie wordt gemist. Een ¾ meerderheid vraagt 18 voorstanders. Dat aantal wordt zonder steun van de fractie van Leefbaar Rotterdam nooit bereikt. Tot slot steunt hij het voorstel van de PvdA om te onderzoeken waar de 60/40-verhouding op is gebaseerd.
De heer Stapelkamp maakt duidelijk dat hij bij lezing van het stuk niet de indruk heeft gekregen dat Leefbaar Rotterdam er niet op vooruit wil gaan. Hij beseft dat dit genuanceerder ligt. In de tweede plaats begrijpt hij niet waarom Leefbaar Rotterdam dan extra gelden nodig heeft. Het is erg moeilijk vast te stellen waaruit de variabele kosten bestaan. Verder wordt er niet gesproken over de verantwoording van uitgaven. Printkosten en de kranslegging zijn een magere onderbouwing waarop spreker geen beslissing wil nemen. Het is niet duidelijk waarom Leefbaar Rotterdam recht zou hebben op meer geld dan een kleine fractie. Alleen variant 3 zou kunnen leiden tot een bezuiniging. GroenLinks zou een bezuiniging steunen, zeker wanneer die vrijgemaakte gelden zouden worden besteed aan het vrijwilligerswerk.
De voorzitter legt uit hoe de 60/40-verhouding tot stand is gekomen. Dit is in het vorige presidium besloten na de invoering van het dualisme. Er is gekozen voor een regeling waarbij kleine partijen voldoende middelen kregen om de fractiekosten, waaronder fractieassistentie, te dekken. Daar zijn verder geen andere argumenten voor.
De heer Meijer reageert op de heer Stapelkamp dat de opdracht van het presidium was om met een voorstel te komen waarbij het bedrag voor fractievergoedingen gelijk bleef. Het zou wat hem betreft minder mogen. Printkosten variabel en een krans behoort tot de vaste kosten. Spreker heeft verschillende fracties benaderd met de vraag wat hun vaste kosten zijn. Hier werd weinig tot niet op gereageerd. De berekening van de vaste kosten is gemaakt op basis van de informatie van andere fracties. Het gaat Leefbaar Rotterdam in het voorliggende voorstel over de manier van verdelen en niet om meer geld.
Mevrouw Zimmerman vraagt zich af of alle partijen hun gelden opmaken. Gelden die fracties overhouden dienen zij namelijk terug te storten.
Mevrouw Ton doet het voorstel om de discussie verder te voeren in het presidium en vervolgens met een uitgewerkt voorstel terug te komen naar de deelraad (voorstel 1).
De heer Meijer stelt voor het voorstel van mevrouw Ton over te nemen.
Mevrouw Van der Veen wil in het kader van helderheid richting de burgers dat er antwoord komt op de vraag waarom Leefbaar Rotterdam en het CDA zich niet konden vinden in het voorstel, zoals dat staat vermeld in het voorstel.
De heer Van Dijk merkt tot slot op dat hij bij een eventuele stemming voor de 60/40-verhouding zal stemmen. Op een later moment kan hier op worden teruggekomen (voorstel 2).
Voorstel 1: 10 voor 13 tegen
Voorstel 2: 13 voor 10 tegen
Dit betekent dat de deelraad kiest voor een handhaving van de 60/40-verhouding.
7. Mededelingen en rondvraag
8. Vragenhalfuur raadsleden en informatieverstrekking voor het dagelijks bestuur
Mevrouw Zimmerman heeft vragen naar aanleiding van ingekomen stuk 16. Haar vragen betreffen de voor de deelgemeente beschikbare bedragen van € 212.000 per jaar voor de periode 2007 tot 2010 voor de uitvoering van het deelgemeentelijk ROB-beleid.
In de eerste plaats vraagt zij of het DB overleg heeft gevoerd met de peuterspeelzalen en de scholen voor primair en voortgezet onderwijs over een mogelijke inzet in verband met het Rotterdamse onderwijsbeleid 2007-2010. Wanneer dit het geval is, wat was daarop de reactie van de scholen.
In de tweede plaats vraagt zij het DB of zij met het CDA van mening is dat het voorkomen en bestrijden van onderwijsachterstanden zo vroeg mogelijk moet gebeuren en dat voorschool en peuterspeelzaalwerk voor een dergelijk beleid de spil vormen.
In de derde plaats vraagt zij het DB of zij met het CDA van mening is dat het beschikbare budget het beste in zijn geheel aan het peuterspeelzaalwerk kan worden besteed. Dit om versnippering van de besteding van de gelden te voorkomen. Scholen kunnen ook op andere manieren aan middelen komen. Spreekster noemt de reguliere bekostiging van scholen en de middelen in het kader van de WMO. Verder vraagt zij of het DB de visie van het CDA onderschrijft dat hierdoor het aantal beschikbare plaatsen in het peuterspeelzaalwerk drastisch zal toenemen. Wanneer het DB zich hier in kan vinden, vraagt spreekster of het DB een indicatie kan geven van de toename van het aantal plaatsen.
Tot slot vraagt zij of het DB bereid is om het volledige budget voor de bestrijding van onderwijsachterstanden in te zetten voor het peuterspeelzaalwerk.
De voorzitter antwoordt dat het DB verheugd is met het Rotterdamse onderwijsplan. De bijdrage is ook flink verhoogd. Het plan bestaat uit ongeveer tien onderwerpen. Er is gekeken welke onderwerpen voor PA van belang zijn. Op een aantal onderwerpen zal de deelgemeente inzetten. Met betrokken partners, waaronder het peuterspeelzaalwerk en de voorschool, zullen voorstellen van de deelgemeente worden besproken. Met de partners zullen afspraken worden gemaakt over de te leveren prestaties en welke financiële middelen daarvoor beschikbaar worden gesteld.
9. Verslag van de vergadering van de deelraad 4 december 2006
Mevrouw Van der Veen verzoekt naar aanleiding van de lijst met toezeggingen wat betreft de moties en amendementen 5, 6 en 11, dit onderwerp nog niet van de lijst af te voeren. Het zou pas van de lijst mogen worden afgevoerd wanneer de deelraad het convenant heeft ontvangen.
De heer Van Dijk vraagt naar aanleiding van pagina 1 of de commissie waarin hij is geïnstalleerd al ontbonden is.
De voorzitter antwoordt dat het zal worden toegevoegd aan het verslag.
De heer Kooijman heeft een vraag met betrekking tot pagina 3 waar de heer Sörensen rept over een onderzoek van Leefbaar Rotterdam. Hij daagt Leefbaar Rotterdam uit met een schriftelijke uitwerking van het onderzoek te komen, zodat de deelraad zich hier later op kan beroepen. Nu lijkt het op een ‘natte vinger onderzoek’.
Het verslag wordt vastgesteld.
10. Lijst van ingekomen stukken
De heer Van Schaik vraagt of Leefbaar Rotterdam op een later moment op ingekomen stuk nummer 12 over de Koopzondagen mag terugkomen.
De voorzitter antwoordt dat op verzoek van ChristenUnie/SGP het voor de volgende vergadering geagendeerd zal worden.
De heer Van Pelt wil in een volgende vergadering terugkomen op ingekomen stukken nummers 15 (onderhoudstoestand buitenruimte Robert Kochplaats) en 24 (zettingsproblematiek Kralingse Veer).
11. Sluiting
De voorzitter sluit de vergadering om 21:30 uur.
