Direct naar hoofdmenu / zoekveld

2007-04-16 verslag


Verslag van de Openbare vergadering van de deelraad Prins Alexander gehouden op maandag 16 april 2007 in het deelgemeentekantoor aan het Prins Alexanderplein 6.


Aanwezig:Mevr. G.J. Brand (Leefbaar Rotterdam), mevr. M.A. Huisman (VVD), mevr. J.L. Ton (CDA), mevr. A.R. van der Veen (PvdA) en mevr. A.M. Zimmerman-Smit (CDA) evenals de heren H.L.E. Blanck (PvdA), M. Boer (SP), P.J. van Brenkelen (Leefbaar Rotterdam), R. Choenni (PvdA), J.H. van Dijk (VVD), A.A.P. Eekhof (PvdA), D. Graafland (SP), J. Kooijman (PvdA), D.J.J. van Lottum (CDA), P. Meijer (Leefbaar Rotterdam), D.J. van Pelt (Leefbaar Rotterdam), A. Salhi (PvdA vanaf 20:30 uur), B. van Schaik (Leefbaar Rotterdam vanaf 21:30 uur), J.A. Schippers (CU/SGP), A. Siebel (Leefbaar Rotterdam), E.J.B. Stapelkamp (GroenLinks), L. Sörensen (Leefbaar Rotterdam), P. Veenstra (PvdA) en W. Veldhuijzen (Leefbaar Rotterdam).


Afwezigde heer J.C.M. Soijer (Leefbaar Rotterdam).


Griffie:R.D. Weststrate


Notulist: P.J. Hoepel, Alpha Talen Nederland BV Waddinxveen


Dagelijks bestuur:R. Krul (voorzitter van het dagelijks bestuur en de deelraad), mevr. G. Boekhoudt (portefeuillehouder), P.C. Paulusma (portefeuillehouder), E.G. van Duin (portefeuillehouder) en J. Noeverman (portefeuillehouder).


Ambtshalve aanwezig:A.M.C. Besters (secretaris).


Belangstellenden:ca. 40 belangstellenden.


Inspreker:de heer Van de Torre


1. Opening


De voorzitteropent de vergadering om 19.00 uur. Hij deelt mee dat de heer Soijer afwezig is. Vervolgens staat hij stil bij het plotselinge overlijden van de directeur van de stichting Buurtwerk Alexander de heer F. Kisner. Vanaf begin jaren negentig was hij actief voor het sociaal en cultureel werk in de deelgemeente. Hij was het antitype van een directeur; hij droeg altijd een spijkerjack en had een paardenstaart. Het was iemand die zeer betrokken was bij het werk van de deelgemeente.


Er wordt één minuut stilte in acht genomen ter nagedachtenis aan het overlijden van de heer F. Kisner.


2. Vaststelling agenda


De agenda wordt vastgesteld en goedgekeurd.


3. Gelegenheid tot het stellen van vragen door het publiek over onderwerpen die niet op de agenda staan


De heer Van de Torregeeft aan dat hij is gekomen om een groot aantal handtekeningen te overhandigen. Er is een handtekeningenactie gevoerd gedurende twee dagdelen. Daarbij zijn 1041 handtekeningen opgehaald tegen de vestiging van een daklozenopvang in Nesselande. De meeste mensen zijn tegen deze vestiging omdat zij verontwaardigd zijn over de manier waarop is gecommuniceerd. Bij de handtekeningenactie is men niet lukraak te werk gegaan, maar is er sprake van een aselecte steekproef die iets zegt over de mening in de wijk. Het aantal handtekeningen is enorm groot gezien het warme weer van die twee dagdelen en het feit dat weinig mensen open deden. Er kan op worden gezegd dat ten minste 91% van de inwoners van Nesselande tegen is. Het maatschappelijk draagvlak is zeer laag.

Vervolgens maakt spreker duidelijk dat hij niet twijfelt aan de integriteit van het DB. Wel is naar zijn mening de professionaliteit van de besluitvorming tekortgeschoten. Bewoners hebben geïnformeerd naar mogelijke opvang in Nesselande. Twee maanden geleden werd meegedeeld dat er niets bekend was en dat de bewoners zich voor niets zorgen maakten. Wanneer er op dit moment met makelaars wordt gebeld, krijgt men het antwoord dat de daklozenopvang niet doorgaat. Spreker brengt met klem naar voren dat bewoners soms grote hypotheken hebben genomen, dat er een kindvriendelijke wijk was beloofd en dat ruim in sociale voorzieningen zou worden voorzien zijn. Wethouder Kriens heeft gewezen op het feit dat bewoners hadden kunnen weten dat er wellicht daklozenopvang zou komen aangezien er een bestemming maatschappelijke functies was. Dit argument heeft zij echter al weer ingetrokken. Inhoudelijk is de strijd gewonnen. Spreker heeft gesproken met individuele raadsleden en politieke partijen van de stad. Er is beweging, maar het gezichtsverlies zal zeer groot zijn. Hij heeft respect voor politici die durven te stellen dat er op dit moment geen daklozenopvang in Nesselande dient te komen. De heer Van de Torre doet een dringend beroep op de partijen van de deelgemeente om er bij de gemeente op aan te dringen het besluit over de opvang uit te stellen. Ook het DB zou zich hiervoor in moeten spannen.


De heer Meijerlegt uit dat hij de afgelopen weken verschillende emails heeft ontvangen over de eventuele vestiging van daklozenopvang in Nesselande. De fractie van LR is niet verheugd over de manier waarop er is gecommuniceerd. De bewoners zijn ongerust omdat er geen informatie is verstrekt. Hier kunnen goede redenen voor zijn, maar het wordt problematisch als er informatie wordt gelekt. Hij noemt een interview met de heer Krul en een brief van het stadscollege. Hierdoor is er veel onrust ontstaan onder de bewoners. Hij verzoekt het DB de geheimhouding van de deelraad op te heffen. Wanneer hier niet aan wordt voldaan, zal hij een motie indienen.


Mevrouw Tonmaakt duidelijk dat zij het verzoek van LR zal ondersteunen. Het CDA heeft al geprobeerd om het onderwerp in de deelraad bespreekbaar te maken. Burgers hebben het recht om in discussie te gaan. Alle politiek partijen hebben een visie over deze problematiek. Wanneer men de kloof tussen burger en politiek wil overbruggen dan zal het debat met die burger aangegaan moeten worden. Spreekster is van mening dat zij op deze manier niet open kan communiceren met de burger.


De voorzitterreageert op de sprekers. Hij bedankt voor de vele handtekeningen en de betrokkenheid die de heer Van de Torre op deze manier toont voor de wijk. Spreker benadrukt dat ook het DB het liefst had gezien dat in de brief van het stadscollege de locatie in Nesselande onomwonden zou worden genoemd. Voor het stadscollege bleek dat eind maart echter onhaalbaar. Op dinsdag 17 april zal er naar alle waarschijnlijkheid een beslissing worden genomen. Het DB verwacht daar op woensdag 18 april over te worden geïnformeerd. Daarna kan het communicatieplan in werking treden. De voorzitter brengt naar voren dat het DB niet gelukkig is met het feit dat de beslissing drie weken geheim is gehouden. Dit heeft veel onrust veroorzaakt in de wijk Nesselande. De geheimhouding kan echter nog steeds niet worden opgeheven.


2etermijn


De heer Van de Torremaakt duidelijk dat hij blij was met de brief van het stadscollege. Hierdoor wist hij dat Nesselande één van de locaties zou worden voor de opvang. Dit heeft hem de gelegenheid gegeven om raadsleden van de gemeente aan zijn kant te krijgen. Nu begrijpt spreker dat het DB het liefst met een definitieve locatie was gekomen nog voordat bewoners daar iets over zouden kunnen inbrengen. Hij is hier zeer verontwaardigd over. Er staat blijkbaar al geruime tijd vast dat er daklozenopvang in Nesselande komt, terwijl niemand van de bewoners daarvan op de hoogte is. Ook zijn er in al die tijd gewoon huizen verkocht met de mededeling dat er niets bekend is over eventuele daklozenopvang. Dit bevreemdt hem. Hij benadrukt dat het zijn bedoeling is een geheel ander besluit tot stand te brengen.


De heer Meijeris verbaasd over het feit dat de geheimhouding niet kan worden opgeheven. Hij heeft geen vertrouwen in de mededeling dat de locatie op tijd bekend zal worden gemaakt. Spreker dient daarom een motie in (deze is als bijlage toegevoegd aan de notulen).


De heer Schipperslegt uit dat hij niet erg gelukkig is met het uitstel van het stadscollege. Het is echter niet zo dat na een genomen besluit alles ‘in kannen en kruiken is’. Er bestaat na een genomen besluit juist de mogelijkheid voor bewoners om bezwaar aan te tekenen tegen het besluit. Nu richten de handtekeningen zich tegen een voorgenomen besluit en niet tegen een bestaand besluit. Hij begrijpt de onrust van de bewoners nu bekend is geworden dat er een vestiging in Nesselande zal komen. Hij waardeert de inspanning van de heer Van de Torre. Als er meer bekend is over de locatie en het type voorziening van de vestiging, is spreker bereid met de bewoners in discussie te gaan over het genomen besluit. Hij dringt er tot slot op aan bij de bewoners om hun bezwaren kenbaar te maken wanneer het besluit genomen is.


De heer Meijermerkt op dat de keuze voor een locatie niet vaststaat, maar dat de voordrachten voor locaties wel bekend zijn. Voorts geeft hij aan benieuwd te zijn naar de derde locatie.


Mevrouw Tonis van mening dat openheid geboden is op zo kort mogelijke termijn. Ze vraagt zich af wat het DB ervan weerhoudt om woensdag 18 april a.s. openheid van zaken te geven. Spreekster maakt duidelijk dat het op deze manier zeer lastig is om emails van verontruste bewoners te beantwoorden. Bewoners kun je niet afschepen met de mededeling dat je het in de fractie zult bespreken. Ze vraagt met klem of de openheid die wethouder Kriens af en toe geeft via interviews, ook aan de deelraadsleden kan worden gegeven.


De heer Kooijmanvraagt opheldering over het door de voorzitter genoemde communicatieplan.


De voorzitterreageert op mevrouw Ton dat de informatie die wethouder Kriens geeft ook de informatie is waarover het DB en de deelraad beschikt. Er zal dinsdag 17 april geen raadsvergadering zijn van de gemeente, maar er zal over gesproken worden op een vergadering van het stadscollege. Zo snel als mogelijk na het bekend worden van de beslissing zal het communicatieplan door het DB in werking worden gezet. Dit houdt in dat de direct omwonenden persoonlijk worden geïnformeerd. Vervolgens zal de tweede ring op de hoogte worden gebracht. Ook zal de deelraad worden geïnformeerd en zullen er bewonersavonden worden georganiseerd.


Mevrouw Tonvraagt per interruptie wanneer de geheimhoudingsplicht van de deelraad zal worden opgeheven.


De voorzitterantwoordt dat dit vooralsnog niet zal gebeuren. De eerste locatie is bekend, de tweede zal in Nesselande zijn en over de derde locatie worden nog gesprekken gevoerd.


Mevrouw Tondringt aan op een concreter antwoord. Vooralsnog vindt zij erg vaag.


De voorzitterreageert hierop dat de afgevallen locaties nooit bekend zullen worden gemaakt.


Mevrouw Tonvraagt nogmaals wanneer het DB de intentie heeft om de geheimhoudingsplicht op te heffen. Vooralsnog is naar haar mening geen antwoord op haar vraag.


De voorzitterantwoordt dat hij niet van plan is de geheimhouding op te heffen. Op het moment dat alle locaties bekend zijn, is het nog niet de bedoeling dat de afgevallen locaties bekend worden.


De heer Meijervraagt zich af of de woorden van de voorzitter passen binnen de tekst van het coalitieakkoord: “open, helder en integer”. Voorts wijst hij erop dat de woorden die wethouder Kriens naar buiten heeft gebracht voor de deelraadsleden onder de geheimhoudingsplicht vielen. Pas op het moment dat wethouder Kriens bekend had gemaakt dat één locatie in Nesselande zou komen te liggen, konden de deelraadsleden niets anders dan zich hierover uitlaten. Hij is het volstrekt oneens met de woorden dat wethouder Kriens binnen de bandbreedte van de geheimhoudingsplicht zou hebben gehandeld.


Mevrouw Tonvult aan dat ook de brief van het stadscollege meer informatie bevatte dan bij een geheimhoudingsplicht zou mogen worden verwacht. Daarnaast vernemen deelraadsleden informatie uit de krant waarvan zij zelf niet op de hoogte zijn. Dit verbaast haar.


De voorzitterreageert hierop dat het DB afhankelijk is van de besluitvorming van het stadscollege. Zodra er duidelijkheid omtrent een besluit was, is dit ook direct met de deelraad gecommuniceerd. Er kan niet worden gediscussieerd over beslissingen die het stadscollege nog moet nemen.


De heer Meijerstelt per interruptie dat de deelgemeente verantwoordelijk is voor de communicatie. Hij is dan ook van mening dat het DB openheid moet geven.


Na een korte schorsing wordt de motie van de heer Meijer in stemming gebracht waarbij de voorzitter aangeeft dat het DB de motie ten zeerste ontraadt.


Mevrouw Tonvraagt vervolgens om een argumentatie achter deze ontrading.


De voorzitterlegt uit dat in de motie wordt gevraagd om voor 22 april a.s. openheid te geven over de gekozen locaties. Hij gaat ervan uit dat de locatie in Nesselande dan bekend zal zijn, maar voor de derde locatie zal dit wellicht niet het geval zijn. De geheimhoudingsplicht over de shortlist van locaties zal dan ook van kracht blijven.


Mevrouw Tonvraagt vervolgens of de voorzitter kan bevestigen dat op 22 april a.s. de geheimhoudingsplicht met betrekking tot Nesselande zal worden opgeheven.


De voorzitterantwoordt dat er dan een gesprek kan worden gevoerd over de gekozen locatie.


Mevrouw Tonvraagt om een helder antwoord van de voorzitter. Nogmaals vraagt zij of er met betrekking tot Nesselande na 22 april a.s. geen geheimhoudingsplicht meer bestaat.


De voorzitterreageert hierop dat er voor de gekozen locatie in Nesselande geen geheimhoudingsplicht meer bestaat na 22 april a.s. De afgevallen locaties zullen niet bij de discussie mogen worden betrokken.


De heer Meijervraagt of dat betekent dat er dan over de gekozen locatie mag worden gesproken zonder daarbij de informatie te gebruiken uit de besloten vergadering.


De voorzitterantwoordt dat er alleen over de gekozen locatie mag worden gesproken. Hij is bereid daar in de openbaarheid over van gedachten te wisselen.


Mevrouw Tonvraagt in aansluiting op de heer Meijer of er dan ook niet mag worden gesproken over de procedures. Zij is van mening dat er wel over procedures moet kunnen worden gesproken om als deelraadsleden verantwoording te kunnen afleggen aan bewoners over de gemaakte keuze.


De voorzitterconstateert dat de deelraad net zoveel over de procedure weet als het DB. Er is daar in het voortraject in een besloten vergadering over gesproken. Tussen het DB en de deelraad zal dan ook niet veel informatie gewisseld kunnen worden.


Mevrouw Tonkan zich daar in vinden zij het dat bewoners wel informatie wensen te ontvangen. Zij vraagt zich af wat daarbij haar mogelijkheden en onmogelijkheden zijn.


De voorzitterlegt uit dat daarvoor bewonersavonden zullen worden belegd. Dan kunnen alle vragen van bewoners worden beantwoord.


De heer Sörensenvraagt of er op 22 april a.s. wel of geen duidelijkheid wordt verschaft over de locatie in Nesselande.


De voorzitterantwoordt dat hij er vanuit gaat dat het stadscollege dinsdag 17 april een besluit zal nemen en dat het DB daar woensdag van op de hoogte zal worden gebracht. Daarna kan het communicatieplan in werking treden. Wanneer het stadscollege geen besluit neemt, zal hij ook geen openheid kunnen geven.


Mevrouw Tonbrengt naar voren dat zij het prima vindt al er bewonersavonden worden georganiseerd. Er wordt echter ook van haar verwacht dat zij een visie heeft namens het CDA die zij aan bewoners kan uitleggen op basis van argumenten. Bewoners verwachten antwoorden op basis van een visie. Dit wordt haar nu onmogelijk gemaakt. Zij vraagt daarom opnieuw of zij met bewoners mag spreken over de procedures.


De voorzittergeeft aan dat hij de vraag van mevrouw Ton niet begrijpt. Op een vorige vergadering heeft hij een heldere visie gehoord van het CDA op de problematiek over de maatschappelijke opvang. Het moet bewoners dan ook volstrekt helder zijn wat de visie is van het CDA.


Mevrouw Tonmaakt duidelijk dat zij daar inderdaad zeer helder over kan zijn. Het probleem zit echter bij het feit dat zij niet mag spreken over de argumentatie achter haar visie. Dit vindt zij zeer vervelend. Met nadruk wijst zij er op dat zij heel graag aan bewoners wil uitleggen op welke gronden zij tot een visie of afweging is gekomen.


De voorzitterantwoordt dat dit alleen mogelijk is wanneer de locatie bekend is.


De heer Van Dijkbrengt naar voren dat de deelraad in de gehele discussie geen partij is. Op basis van de informatieplicht heeft de deelraad gevraagd hem te informeren. Het DB heeft een geheimhoudingsplicht en heeft aan het stadscollege gevraagd of zij de deelraad mocht informeren. Er is daarbij aan het DB meegedeeld dat zij de deelraad mocht informeren op voorwaarde van de geheimhoudingsplicht. Wanneer het besluit is genomen zal het communicatieplan in werking treden. Spreker vindt het belangrijk dat dan de bewoners worden geïnformeerd. Op het moment dat de bewonersavonden worden georganiseerd, kan ook de deelraad daar kennis van nemen. Het is daarna mogelijk om met elkaar van gedachten te wisselen.

Vervolgens wijst hij erop dat in de motie wordt geëist dat alle locaties voor 22 april 2007 bekend moeten zijn. Dit kan voor nog meer onrust zorgen.

Spreker vraagt zich tot slot af of de deelraad zich eigenlijk wel eigenhandig van de geheimhoudingsplicht kan ontdoen.

De voorzitterkan zich vinden in de woorden van de heer Van Dijk. Wel is er door het DB met het stadscollege afgesproken een geheimhouding toe te passen. Dit is niet eenzijdig door het stadscollege opgelegd.


De heer Meijerconstateert dat het dus mogelijk is de geheimhoudingsplicht op te heffen.


De voorzitterantwoordt dat dit niet het geval is. De geheimhoudingsplicht blijft gehandhaafd.


Mevrouw Huismanconstateert dat de opstelling van het DB tegengesteld is aan de motie.


De voorzitterreageert hierop dat hij daarom de motie ontraadt.


De motie wordt met elf stemmen (fracties Leefbaar Rotterdam (de heer Soijer afwezig) en CDA) voor en dertien stemmen (fracties PvdA, VVD, SP, CU-SGP en GroenLinks) tegen verworpen. Daarbij verklaart de heer Eekhof dat hij niet in de besloten vergadering van 29 november 2006 aanwezig was, zich wel gehouden voelt aan de geheimhoudingsplicht en daarom de motie ‘kul’ vindt.


4. Voornemen tot dotaties aan Bestemmingsreserve “Verplichtingen Buitenruimte” en Bestemmingsreserve “Nieuwe Impuls” bij vaststelling Programmarekening


De heer Veldhuijzengeeft aan dat de fractie van Leefbaar Rotterdam met belangstelling kennis heeft genomen van de brief van het DB aan de deelraad van 3 april 2007 betreffende het voornemen van het DB tot dotatie aan Bestemmingsreserve “Verplichtingen Buitenruimte” en vorming Bestemmingsreserve “Nieuwe Impuls”. Ondanks de helderheid van de uiteenzetting is hij toch genoodzaakt een drietal opmerkingen te plaatsen.


Uit het projectenoverzicht op pagina 3 blijkt dat de opdracht aan Gemeentewerken afwijkt van de realiteit. Daarnaast wordt vermeld dat een aantal projecten al voor 1 april is afgerond. Er wordt echter nergens aangegeven welke projecten dit betreft, wat spreker bevreemdt. Het bevreemdt hem temeer omdat er door het DB wordt gestreefd naar meer transparantie.

Voorts wordt op pagina 4 ook niet gevraagd aan de ambtelijke organisatie welke projecten al zijn afgerond. Deze taak zou het DB zelf op kunnen pakken door alle projecten te bezoeken en te bezien of deze reeds zijn afgerond. De fractie van Leefbaar Rotterdam is bereid het DB daarbij te vergezellen. Hij vraagt het DB duidelijkheid te verschaffen over de projecten en de financiële consequentie daarvan.

Er kan dus worden geconcludeerd dat eenvoudig is vast te stellen om welke projecten het gaat en wat de financiële consequenties zijn. Het DB stelt voor om de openstaande verplichtingen die aan de gestelde criteria voldoet aan de Bestemmingsreserve “Verplichtingen Buitenruimte” toe te voegen. In de brief van het DB wordt al naar voren gebracht dat het door Gemeentewerken genoemde bedrag van € 3.842.858 niet correct is, omdat een aantal projecten niet aan de criteria voldoen. Desondanks wordt het voorstel gedaan om toch dit bedrag toe te voegen aan de bestemmingsreserve buitenruimte. Hoewel het beter is om teveel geld te reserveren dan te weinig, is spreker van mening dat deze procedure niet moet worden gevolgd. Hij roept de woorden van de heer Krul uit 2005 in herinnering die destijds vroeg waarom er voor een ingewikkelde procedure werd gekozen. Er zou bij de gemeentelijke accountantsdienst op aan moeten worden gedrongen om de procedure te vereenvoudigen. Tot slot stelt hij voor om het bedrag van € 3.842.858 kritisch te herzien.


Mevrouw Tonmaakt duidelijk dat het CDA instemt met het raadsbesluit. Spreekster zal op een later tijdstip terugkomen op de kernproblematiek over het feit dat Gemeentewerken extra taken uit kan voeren, maar dat de deelgemeentelijke organisatie daarop niet is afgestemd. Zij zal dit op het volgende presidium agenderen.


De heer Paulusmareageert op de heer Veldhuijzen en mevrouw Ton. Het betreft een concernafspraak. De veranderingen worden voorgesteld in het kader van transparantie in de boekhouding. Dit betekent dat er aan het eind van het jaar moet worden gekeken welke projecten aan de gestelde criteria voldoen. Als een project in een volgend jaar nog moet worden gedekt, kan er een onderuitputting plaatsvinden. De deelraad heeft zeggenschap over de bestemmingsreserve. Bij de voorjaarsnota zal er verantwoording worden afgelegd voor de weg die nu is ingeslagen. Spreker kan zich voorstellen dat de deelraad geïnteresseerd is in de stand van de projecten.


2etermijn


De heer Veldhuijzenbegrijpt dat het niet gaat om het exacte bedrag. Het gaat hem echter om het principe dat er rekening wordt gehouden met iets dat niet noodzakelijk is. Verder maakt hij duidelijk dat Leefbaar Rotterdam kan instemmen met het raadsbesluit.


De heer Meijervraagt zich af of het niet verstandiger is om als DB zelf het uitvoerende orgaan te controleren.


De heer Paulusmareageert hierop dat de directie van Gemeentewerken onderzoekt hoe zij haar effectiviteit kan verbeteren. In de jaaropdracht aan Gemeentewerken is gevraagd de toezichthoudende functie te verstevigen en verbeteren. Wanneer hier meer over bekend is, zal het DB zich beraden of dat voldoende is.


De heer Meijerkan zich niet voorstellen dat het veel moeite is om de opgeleverde projecten als deelgemeente te controleren. Dit staat volgens hem los van de bestaande afspraken en procedures.


De heer Paulusmaantwoordt dat dit al gebeurt door onder andere de wijkfunctionaris.


De heer Meijeris het daar niet mee eens. Het lijstje laat duidelijk zien dat er over veel projecten geen duidelijkheid bestaat.


De heer Paulusmareageert dat er wel degelijk wordt getoetst en dat hij daar verantwoording voor wil afleggen bij de voorjaarsnota.

De deelraad gaat unaniem akkoord met het raadsbesluit.


5. Convenant college - deelgemeente


De heer Meijergeeft aan dat Leefbaar Rotterdam een voorstander is van het stellen van targets. Goede initiatieven zoals een convenant tussen het DB en het stadscollege worden dan ook door hem omarmd. Hij spreekt de wens uit dat het te sluiten convenant niet vrijblijvend zal zijn. De vraag rijst wat moet worden verstaan onder een convenant. Spreker gaat ervan uit dat het DB en het stadscollege de wil hebben om de gemaakte afspraken ook daadwerkelijk te halen en na te komen. De afspraken moeten dan ook realistisch, haalbaar, meetbaar en tijdgebonden zijn. Het convenant zou SMART moeten worden geformuleerd. Hij vraagt vervolgens of het DB de afspraken uit het convenant SMART gaat formuleren en zo nee, waarom niet. Voorts vraagt hij zich af hoe afspraken nagekomen kunnen worden als die niet SMART zijn geformuleerd.


In de inleiding wordt gesteld dat alleen die afspraken SMART worden geformuleerd die aansluiten op de situatie in de deelgemeente. Spreker vraagt zich af waar die dan bij aan moeten sluiten. Verder vraagt hij of er inderdaad maar weinig targets aansluiten bij de deelgemeente. Daarnaast vraagt hij zich af wat het DB bedoelt met ‘het meest aansluiten bij de deelgemeente’.


Vervolgens noemt hij de mededeling van het DB dat er targets worden gemist op het gebied van schoon en heel. Hij vraagt waarom het DB deze zelf niet SMART formuleert als het stadscollege dit achterwege heeft gelaten. SMART geformuleerde targets worden door Leefbaar Rotterdam gemist. Spreker noemt het voorbeeld van het armoedebeleid. Door het stadscollege zijn daar twee duidelijk targets voor gesteld. Hij vraagt zich af wat het DB gaat doen om deze targets te halen. Voorts vraagt hij of het DB duidelijkheid kan geven over de percentages in 2006 en hoe het DB gaat aantonen dat maatregelen tot het gewenste resultaat hebben geleid. Ook mist de heer Meijer de urgentie van de noodzaak tot extra middelen voor de buitenruimte. Hij vraagt zich af of het DB ook van mening is dat dit de topprioriteit van het convenant zou moeten zijn. De rode draad van het convenant is dat de deelgemeente extra geld nodig heeft. Dit is wat Leefbaar Rotterdam betreft vooral gewenst op het gebied van buitenruimte. Nu worden op alle terreinen extra middelen gevraagd waardoor het doel voorbij wordt gestreefd. Leefbaar Rotterdam is van mening dat het DB het convenant kritisch dient te bezien. Spreker ziet uit naar de opiniërende behandeling van het convenant in de volgende deelraadsvergadering.


De heer Van Lottumvindt het onder de aandacht brengen van de urgente problemen van de deelgemeente bij het stadscollege een goede zaak. Een convenant is volgens het woordenboek een afspraak of overeenkomst. Spreker vraagt zich af wat de juridische gevolgen zijn van het convenant. Hoe hard zijn de afspraken.


Door het DB wordt aangegeven dat een onderbouwing van de financiering met betrekking tot schoon en heel wordt gemist. Dit zou voor PA een topprioriteit moeten zijn. Hij vraagt zich af hoe ‘hard’ een afspraak is op dit vlak.


Vervolgens vraagt spreker zich af hoe het DB de kansen inschat dat de samenwerking tussen het DB en de diensten wordt verbeterd.

Voorts gaat hij in op de vraag van het DB aan SoZaWe om in menskracht en middelen bij te dragen aan planontwikkeling en planuitvoering in het armoedeplatform PA. Hij vraagt zich af waarom het DB dit doet en of zij niet tevreden is met de huidige inspanningen. Ook hierbij vraagt spreker hoe het DB de kansen inschat dat SoZaWe hier positief op reageert.


In de doelstelling van het stadscollege wordt gesproken over de doelstelling van een intensieve begeleiding van twaalfhonderd gezinnen. Spreker vraagt om hoeveel gezinnen het gaat in PA. Het CDA kan instemmen met het verzoek om extra middelen om het huiselijk geweld, ouderen mishandeling en eerwraak te verminderen. Er zijn dan echter eerst onderzoeksresultaten noodzakelijk. Hij vraagt zich af of deze resultaten al beschikbaar zijn voor PA. Voorts vraagt hij om extra middelen voor een gezamenlijk onderzoek naar het voorkomen van ouderenmishandeling. Wanneer deze middelen er niet komen, wordt er dan van een onderzoek afgezien?


Daarna vraagt de heer Van Lottumwat moet worden verstaan onder straatagenda’s en of dit ook in PA voorkomt. Ook vraagt hij wat MMS betekent.


In de doelstelling van het stadscollege wordt gesproken over de bouw van vijftienhonderd specifieke ouderenwoningen. Hij vraagt zich af hoeveel er daarvan in PA zouden moeten komen. In het stuk wordt verder gesteld dat PA substantieel kan bijdragen aan nieuwe woningen om en nabij de Alexanderknoop. Spreker vraagt zich af waar die bedoeld zijn.


Met betrekking tot het fietsparkeren vraagt de heer Van Lottumof daar ook bij de Provincie middelen kunnen worden gevraagd.


Een wens van het CDA is het uitbreiden van het aantal stageplaatsen. Gaat het bij het in aanraking brengen van onderwijsinstellingen en ondernemers ook om stageplaatsen?


Tot slot vraagt hij naar de argumentatie achter de vraag om extra middelen voor belangrijke wegen in PA.


Mevrouw Van der Veenis van mening dat er sprake is van een grote eenzijdigheid bij het convenant. Ze vraagt zich af wat de beweegredenen zijn geweest van het DB om tot het conceptconvenant te komen. Ze stelt vast dat het DB bij elk item vraagt naar de inspanningen van het stadscollege. Dit kan worden opgevat als onderdanigheid aan het stadscollege. Spreekster vraagt zich af waarom het DB niet creatiever is geweest en niet zelf de regie in handen heeft gehouden.


Vervolgens vraagt zij opheldering over het onderscheid tussen investeren in wijken en investeren in mensen. Het onttrekken van middelen aan het welzijnsgebied mag niet op onverantwoorde wijze plaatsvinden. Wel vraagt spreekster hoe het DB, als dat noodzakelijk mocht zijn, aan extra middelen voor de buitenruimte denkt te komen. Zijn er bijvoorbeeld nieuwe initiatieven ontwikkeld. Voorts vraagt zij op welke termijn en hoeveel brede scholen er in PA zullen worden gevestigd.


Daarna vraagt spreekster waarom er geen vermelding wordt gemaakt van het feit dat de deelgemeente in het kader van het armoedebeleid streeft naar nul voedselbanken in 2010.


Wat betreft de mantelzorgers brengt mevrouw Van der Veen naar voren dat zij geen tijd hebben om kranten of tijdschriften te lezen aangezien de tijd opgaat aan het verlenen van zorg. Er moet dan ook worden voorkomen dat er een nieuwe bureaucratische molen ontstaat. Hoe gaat het DB dit voorkomen?


Vervolgens merkt zij op dat de doelstellingen in het convenant niet erg SMART zijn geformuleerd. Onder het kopje ‘binding’ zou de volgende doelstelling als volgt SMART geformuleerd kunnen worden: “We streven ernaar dat alle kinderen in PA in 2009 elke schooldag ten minste één uur sport en recreatie krijgen.” Dit geldt ook voor het hoofdstukje over de wijkeconomie. Ze vraagt waarom het convenant over het algemeen niet SMARTer is geformuleerd.


Bij de persoonsgerichte aanpak wordt alleen aandacht besteed aan jongeren terwijl ook ouderen overlast kunnen veroorzaken. Waarom worden er in PA geen volwassenen in een PGA-traject geplaatst? Hoe wordt er omgegaan met overlastgevende volwassenen?


Ook gaat mevrouw Van der Veenin op de paragraaf over goede wijken voor jong en oud. In dat hoofdstukje wordt alleen gesproken over kindvriendelijke wijken. Dit hoeft niet te betekenen dat er dan direct sprake is van een plezierige wijk voor ouderen. Ze vraagt wat het DB hier aan gaat doen.


De heer Van Dijkis verheugd over het convenant, maar kan zich ook vinden in veel gemaakte opmerkingen door andere partijen. Hij vraagt of de uitkomsten van de onderhandeling over het convenant bekend zijn voor de behandeling van de voorjaarsnota zodat de behandeling daarvan met de helft van de tijd kan worden beperkt. Voorts vraagt hij of het genoemde bedrag van € 20.000 per brede school niet te laag is. Verder vindt hij het belangrijk dat er een duidelijkere afbakening komt tussen de bevoegdheden van de gemeente en de deelgemeente. Tot slot vraagt hij zich af of het opnemen van het keurmerk veilig wonen in de bouwverordening met het voorliggende convenant wel kans van slagen heeft.


De heer Boermerkt op dat de SP blij is met het gegeven dat het convenant op bijna alle punten aansluit bij het coalitieakkoord ‘Visie en vaart’. Hij maakt zich echter wel zorgen om de aspecten daaruit van schoon en heel. Uit het meerjarenplan van Gemeentewerken blijkt dat er grote achterstand is met betrekking tot het onderhoud. De SP benadrukt dat het DB de urgentie hiervan zo veel mogelijk onder de aandacht van het stadscollege moet brengen. Hij is teleurgesteld in het feit dat er in Nesselande sprake is van een beheerproblematiek. Het DB dient hier duidelijke afspraken over te maken. Naast de genoemde pijlers vindt spreker dat ook de pijler ‘goede woningvoorraad’ belangstelling verdient. Dit houdt in dat de SP voor nieuwbouw is en voor behoud van sociale bereikbare woningen. Hij is benieuwd naar het overzicht van activiteiten ten aanzien van de targets en vraagt zich af wanneer deze aan de deelraad wordt gezonden.


De heer Schippersspreekt zijn complimenten uit voor het conceptconvenant. Hij is van mening dat wanneer het stadscollege doelstellingen formuleert op het gebied van veilige wijken en schoon en heel zij daar dan ook de benodigde extra middelen voor moet geven. Dit zou letterlijk moeten worden opgenomen in het convenant, omdat het stadscollege de deelgemeente anders voor een onmogelijke taak stelt. Wanneer dit niet gebeurt, zal er sprake blijven van een vrijblijvend convenant.


Spreker noemt de vrijblijvendheid van het convenant. Er worden door het DB veel acties van het stadscollege gevraagd. Hierdoor loopt het DB het risico om aan het lijntje van het stadscollege te blijven lopen. Wanneer dit daadwerkelijk het geval is, doet spreker de suggestie om in het convenant duidelijke termijnen af te spreken. Spreker geeft hierbij een aantal voorbeelden waarbij dit kan worden toegepast: activerende ouderenzorg, keurmerk veilig wonen en fietsparkeren.


Vervolgens stelt hij een aantal vragen op onderdelen:

  1. Moet er bij de schuldsaneringtrajecten ook niet worden gewerkt uit een succesvolle uitleiding, naast de toeleiding. De praktijk wijst uit dat slechts 3-4% het traject met succes afrondt. Wat is het percentage voor PA?

  2. Bij het onderdeel culturele en kunstzinnige activiteiten vraagt hij aandacht voor de cultureel-historische vereniging PA. Kan deze daarin ook worden meegenomen?

  3. Kan het DB een uitspraak doen over het risico van het capaciteitsgebrek bij de persoonsgericht aanpak? Is het nodig om ons zorgen te maken?

  4. In het kader van de bereikbaarheid wordt de ‘groene golf’ op de Alexanderlaan gemist. Kan ook daar de ‘groene golf’ worden toegepast?

  5. Wilt u aan het stadsbestuur de suggestie overbrengen dat de niet urgente fietsroute naar het stadscentrum langs de hoofdweg wellicht beter onderlangs het talud van de A20 aangelegd kan worden en vervolgens aansluit op de wijk Nieuw Terbregge en op het fietspad langs de Kralingse Boszoom?


De heer Stapelkampspreekt zijn complimenten uit voor het convenant. Het blijkt dat noch de deelgemeente noch de gemeente het werk alleen kan doen. Voorts is het mogelijk dat de deelgemeente op deze manier haar wensen kan neerleggen bij het stadsbestuur. Hij stelt daarna de volgende vragen:

  1. Had het DB niet eerst de deelraad moeten informeren alvorens zij de brief naar het stadscollege stuurde?

  2. Op welke manier komen de sluitende afspraken tot stand met betrekking tot de buitenruimte? Heeft de gemeente ook deze wens en waar is die op gebaseerd?

  3. Kan het DB toezeggen dat de activiteiten die voortvloeien uit de targets en die naar het stadscollege worden gezonden ook tijdig aan de deelraad worden toegezonden? Wat is de reden dat deze niet in de eerste reactie zijn opgenomen?

  4. In hoeverre is het DB bereid om wijzigingen en veranderingen in het convenant tijdig aan de deelraad mee te delen?


De heer Krulgaat allereerst in op de status van het convenant. Het convenant is voor het DB niet vrijblijvend. Het gaat daarbij om de vraag in hoeverre de deelgemeenten kunnen helpen bij het realiseren van de targets die het stadscollege heeft geformuleerd. Niet alle deelgemeenten gaan daar op dezelfde manier mee om. Er zijn deelgemeenten die een soort ‘geloofsbelijdenis’ opstellen waarin zij aangeven van harte te willen meewerken aan de realisering van de doelstellingen. Het DB vond dit echter te weinig en heeft nadrukkelijk gekeken in welk opzicht deze doelstellingen aansluiten bij het bestuursprogramma van PA. Het is goed om de collegedoelstellingen te vergelijken met het convenant. Zo wordt de aandacht voor ouderen niet genoemd bij de collegedoelstellingen en is dit punt daarom ook niet opgenomen in het convenant. Dit betekent echter niet dat er geen aandacht voor ouderen is.


Het convenant is door de deelgemeente aan het stadscollege aangeboden. Er zullen vervolgens gesprekken plaatsvinden tussen deze partijen voor een verdere uitwerking. Dit zal resulteren in concrete afspraken waar beide partijen hun handtekening onder zetten. Het convenant is dan ook niet vrijblijvend en het DB hecht er dan ook veel waarde aan.


Met betrekking tot de vragen die zijn gesteld, verwijst hij voor de cijfermatige vragen naar de monitor. De opmerking over de samenwerking met SoZaWe ziet spreker in het kader van de verbetering van de samenwerking tussen de diensten. Met de gemeente wil hij afspreken dat de dienst gebiedsgerichte aanpak pleegt. MMS staat voor het programma ‘Mensen maken de stad’. In reactie op de heer Van Dijk die € 20.000 weinig vond voor de brede school, wijst de heer Krul op de € 60.000 voor de brede school coördinator. Hij spreekt de wens uit om de verdere afspraken die voortvloeien uit het convenant met de voorjaarsnota aan de deelraad te kunnen meedelen. Er kan echter nog geen zekerheid worden gegeven.


De heer Van Duinantwoordt op vragen over de aanbouw van ouderenwoningen. De doelstelling van de gemeente is om er in Rotterdam vijftienhonderd bij te bouwen. In PA wordt er al gewerkt aan de realisatie van driehonderd van deze ouderenwoningen. Hij wijst onder meer op het in aanbouw zijnde complex De Kristal. Bij de Alexanderknoop zijn er mogelijkheden tot het bouwen van duizend tot twaalfhonderd woningen. Deze zullen niet op het volkstuinengebied worden gebouwd in verband met de veiligheidsrisico’s. Het gaat dan om de strook tussen de Hoofdweg en de Koperstraat. De collegedoelstelling met betrekking tot de wijkeconomie is redelijk vaag waardoor het ook niet mogelijk is om daar in het convenant harde afspraken over te maken. Het zal gaan om een cofinanciering waar eigenaars, gemeenten en ondernemers aan bijdragen. In PA is al een aantal gebieden aangewezen om hen hierop te attenderen. Om het keurmerk veilig wonen daadwerkelijk een goede uitwerking te geven, moet het worden opgenomen in de bouwverordening. Met een nieuwe wethouder zijn er wellicht nieuwe kansen om dit te realiseren. In reactie op de heer Boer geeft spreker aan dat er wordt gewerkt aan een woonvisie waarin de constatering van de heer Boer zal worden meegenomen. Tot slot legt hij uit dat het DB de noord/zuid-verbinding belangrijker vindt dan het fietspad langs de hoofdweg.


De heer Paulusmavoelt zich gesteund door de opmerkingen van de heer Schippers dat wanneer de normen worden bijgesteld er ook de benodigde middelen moeten worden gegeven. In reactie op de heer Stapelkamp legt hij uit dat hij probeert om tot zo concreet mogelijke afspraken te komen over de buitenruimte.


Mevrouw Boekhoudtlegt uit dat straatagenda’s de naam is voor het project ‘Mensen maken de stad’. Voorts maakt zij duidelijk dat de cultuur historische vereniging PA is ondergebracht bij de stichting cultureel PA en in dat kader is genoemd in het convenant.


De heer Van Duinvult tot slot nog aan dat Alexandrium veel werk maakt van de door de heer Van Lottum genoemde en gewenste stages. Er zal op korte termijn een stagebegeleider een vaste plek krijgen in Alexandrium. Ook vanuit de businessclub Alexandrium wordt hier gebruik van gemaakt. Vooral het Zadkine is hier een goed voorbeeld van.


2etermijn


De heer Meijeris verheugd met de bijdrage van de PvdA-fractie die vraagt om meer SMART geformuleerde afspraken. Vervolgens vraagt hij nogmaals naar percentages gebruikers van bijzondere bijstand en schuldhulpverleningstrajecten. Deze worden niet in de gebiedsmonitor genoemd.


De heer Van Lottumvraagt of er geen rol is weggelegd voor de Provincie in het kader van het fietsparkeren bij OV-locaties. Voorts vraagt hij zich af of het fenomeen straatagenda’s ook in PA voorkomt. Tot slot vraagt hij om welk percentage het gaat in PA met betrekking tot intensieve begeleiding van gezinnen.


Mevrouw Van der Veengeeft aan niet geïnteresseerd te zijn in de aanpak van andere deelgemeenten. Voorts is naar haar mening het alleen SMART formuleren bij buitenruimte in strijd met het coalitieakkoord. In het convenant komt het kopje ‘aantrekkelijke wijken voor jong en oud’ voor terwijl onder dat kopje niet wordt ingegaan op de ouderen. Tot slot vraagt zij wanneer haar overige vragen worden beantwoord; zes vragen zijn niet beantwoord, één vraag deels en slechts vier vragen zijn wel beantwoord.


De heer Van Dijkgeeft aan dat er in zijn deelraadsperiode nog nooit een convenant is afgesloten tussen gemeente en deelgemeente. Hij is dan ook zeer verheugd over de totstandkoming van het convenant. Het convenant is eenzijdig door de deelgemeente opgesteld waardoor zij zelf de regie houdt. Tot slot merkt hij op dat de commissie programmabegroting is ingesteld om prestatieafspraken verder in te vullen naar de wens van de deelraad.


De heer Boervraagt om een korte reactie op beheerproblematiek in Nesselande. Hij vraagt zich af wanneer er zekerheid is over structurele inzet van stedelijke middelen. Daarnaast vraagt hij wanneer het overzicht met afspraken kan worden verwacht.


De heer Schippersvraagt wat de status is van het convenant voor het stadscollege. Voorts vraagt hij of het DB het stadscollege kan meegeven ook aandacht te schenken aan het slagingspercentage van schuldhulpverlening. Hij herhaalt ook zijn vraag over de capaciteitsproblematiek bij de groepsaanpak. Tot slot gaat hij in op de door de heer Krul gebruikte term ‘geloofsbelijdenis’. In een kerkgenootschap wordt onder een geloofsbelijdenis een omschrijving van zaken verstaan waar volkomen zekerheid over bestaat. Zijn verwachtingen omtrent het convenant zijn dan ook zeer hoog gespannen.


De heer Stapelkampvraagt waarom de sociale targets niet zijn opgenomen in het convenant. Verder geeft hij het DB mee vooraf te zorgen voor duidelijkheid over de status van de in het convenant gemaakte afspraken.


De heer Krulantwoordt op de heer Meijer dat hij zelf ook niet beschikt over de cijfers. Deze zijn alleen bij SoZaWe zelf bekend. Desgewenst kan het DB in deze cijfers voorzien. Dit geldt ook voor de vraag van de heer Van Lottum over de begeleiding van probleemgezinnen. Spreker zegt toe te onderzoeken of er informatie over beschikbaar is. Tot slot reageert de heer Krul op mevrouw Van der Veen. Een aantal vragen wordt door het DB in algemene zin beantwoord. Gezien de tijd die is gereserveerd voor het onderwerp moeten vragen soms op hoofdlijnen worden beantwoord. Met betrekking tot ouderen maakt spreker duidelijk dat er is aangesloten bij de doelstellingen van het stadscollege. Omdat daarin niet wordt gesproken over ouderen is dit ook niet opgenomen in het convenant. In reactie op de heer Boer antwoordt spreker dat hij hoopt dat de vervolgbrief voor de behandeling van de voorjaarsnota naar de deelraad kan worden gezonden. Voorts gaat hij ervan uit dat het stadscollege het convenant net zo serieus neemt als het DB dat doet. Als beide partijen het convenant ondertekenen is dit niet vrijblijvend. Eventuele capaciteitsproblemen zullen tijdig aan de deelraad bekend worden gemaakt. In reactie op de heer Stapelkamp stelt spreker dat er wordt geprobeerd de brief in april te verzenden. Daarnaast zijn de targets nog niet opgenomen omdat men daarbij afhankelijk is van informatie van de diensten.


De heer Van Duinmaakt duidelijk dat er op financieel gebied geen mogelijkheden zijn bij de Provincie. De beheerproblematiek in Nesselande is op het gebied van extra kwaliteit wel geregeld. Voorts stelt het DB zich op het standpunt dat de deelgemeente op dit moment geen extra gebieden van Nesselande in beheer overgedragen wil krijgen.


Mevrouw Boekhoudtgeeft tot slot aan dat het project ‘Mensen maken de stad’ begin mei ook in PA van start gaat.


6. Notitie van uitgangspunten 2008 Wijkbus Alexander


De heer Sörensennoemt het feit dat de deelgemeente gepaste afstand zou moeten houden van de wijkbus aangezien zij slechts voor 10% bijdraagt in de financiering. Hij is van mening dat wanneer er op structurele basis subsidie wordt verleend, er wel degelijk controle mag en moet worden gehouden. Het gaat om een bedrag van € 10.000 per jaar.

Voorts wordt er in de brief aangegeven dat het primair gaat om een waarderingssubsidie met als secundair belang de dienstverlening aan de leden van de wijkbus. Hij vraagt zich daarbij af waarom dit niet op deze manier wordt gesteld in de notitie van uitgangspunten. Voorts stelt hij de volgende vragen:

  1. Moet de subsidierelatie worden gezien als een vermomde structurele waarderingssubsidie?

  2. Waarom staat de wijkbus onder zorg en dienstverlening in de productenraming en niet onder vrijwilligerswerk?

  3. Hoe komt het dat u in de notitie van uitgangspunten alleen targets stelt op het gebied van de dienstverlening en niet op het gebied van het vrijwilligerswerk?

Er wordt naar zijn mening terecht aangegeven dat het meetbaar maken van de sociale effecten onmogelijk is. Niettemin worden de beoogde doelstellingen als verwachtingen neergezet. Het meetbaar maken van de effecten is te arbeidsintensief en staat volgens het DB niet in verhouding met het subsidiebedrag. Leefbaar Rotterdam vindt het opmerkelijk dat er wordt vastgehouden aan de doelstellingen ook al zijn deze van secundair belang. Hij vraagt zich hierbij af:

  1. Is het niet verstandig om de juiste condities te scheppen waarbinnen u redelijkerwijs verwacht dat de gestelde effecten van sociaal beleid behaald gaan worden?

  2. Zo ja, hoe denkt u deze condities te toetsen en te realiseren? Denkt u hierbij aan het versoepelen van de 55+-regeling?

  3. Hoe controleert de stichting wijkbus dat hun leden te kampen hebben met armoede?

  4. Hoe krijgt de deelgemeente te weten dat de wijkbus ook daadwerkelijk leden heeft die in de armoedezone leven?

  5. Wonen alle leden van de wijkbus Alexandrium in onze deelgemeente?

  6. Bent u het met mij eens dat het niet op Nesselande rijden, een van de twee toeristische gebieden van de deelgemeente, haaks staat op de door u gekoesterde doelstelling van recreatie in de deelgemeente?

Voorts gaat hij in op de verbreding van het vrijwilligerskader. Een van de redenen om niet samen te werken met bijvoorbeeld SDW of OK Rotterdam is volgens het DB gelegen in de kosten. Dit bevreemdt hem zeer. Hij vraagt zich af waar deze kosten dan uit bestaan en waar deze op zijn gebaseerd.

Tot slot vraagt hij de mening van mevrouw Boekhoudt over het feit dat de stichting wijkbus wordt gezien als een onderdeel van een bestuurlijke portefeuille en niet als een volledig bestuurlijke taak. Dit terwijl de wijkbus als een onderdeel terug te vinden is in haar takenpakket.


Mevrouw Zimmermanvraagt zich af of de bron reclame-inkomsten voor de wijkbus niet verder kan worden uitgediept. Er zullen naar haar mening meer ondernemers zijn die geïnteresseerd zijn in deze vorm van reclame maken. Voorts vraagt zij of de deelgemeente zicht en invloed heeft op het beleid van de vereniging wijkbus door bijvoorbeeld eisen te stellen aan de begroting of heeft de gemeente door haar grotere bijdrage hier het alleenrecht op.


Mevrouw Tonvult aan dat ondanks de bijdrage van 10% door de deelgemeente er wel kritisch mag worden gekeken naar de besteding daarvan. Zoals in de brief wordt gesteld, is ook het CDA van mening dat de leeftijd van 55+ ten minste discutabel is. Zo zouden mensen die in de bijstand zitten zeer goed gebruik kunnen maken van de wijkbus. Ook de verspreiding van voedselpakketten zou bij de wijkbus kunnen worden ondergebracht. Op deze manier kan er echt iets worden gedaan aan armoedebestrijding. Hier moet een oplossing voor worden gevonden. Er moet ook gecheckt worden wie er gebruik maken van de wijkbus. Het kan niet zo zijn dat kapitaalkrachtige 55+’ers gebruik maken van de wijkbus. Tot slot benadrukt mevrouw Ton dat de wijkbus een goed instrument is en dat er alles aan moet worden gedaan hem te laten rijden. Met daarbij de suggesties die door het CDA zijn gedaan, is zij bereid ook op financieel terrein te zoeken naar mogelijkheden.


De heer Stapelkampmerkt op dat ondanks het feit dat de sociale effecten van de wijkbus niet meetbaar zijn, deze wel aanwezig zijn. Het vrijwilligersproject is een goed initiatief. Hij maakt zich wel zorgen over het feit dat er weinig vrijwilligers zijn te vinden die de leiding van de wijkbus op zich willen nemen. Het DB zal over dit risicovolle probleem moeten nadenken. Spreker vraagt dan ook aan het DB om een wervingscampagne te faciliteren. Wanneer dit niet lukt, moet het DB desnoods beloningen verstrekken die al dan niet uit de 10% worden gehaald. Dit moet alleen worden gedaan als de wijkbus in ernstige problemen geraakt. Vervolgens citeert hij een tweetal teksten van pagina 3 die elkaar naar zijn mening tegenspreken. Waar moet in deze vanuit worden gegaan? Tot slot spreekt hij zijn waardering en dank uit voor alle zestig vrijwilligers van de wijkbus.


De voorzittermerkt vooraf op dat ook bij dit onderwerp op hoofdlijnen zal worden geantwoord en dat er niet op alle details zal worden ingegaan. Vervolgens brengt hij naar voren dat er wordt gewerkt aan een notitie vrijwilligerswerk.


Mevrouw Boekhoudtgaat in op de gestelde vragen. Ze is het met Leefbaar Rotterdam eens dat je waakzaam moet blijven ook wanneer je slechts een klein deel van de financiering op je neemt. Het DB heeft gemeend de bijdrage te controleren op basis van het aantal ritten dat deze wijkbus aflegt. Daar is ook het voorstel op gebaseerd zoals dat wordt genoemd in de notitie van uitgangspunten.

Met betrekking tot de beoordeling van de doelstellingen moet je enerzijds rekening houden met het feit dat het om vrijwilligers gaat. Anderzijds moet je letten op de sociale doelstellingen die met de wijkbus worden beoogd. In het overleg met de vereniging de wijkbus moet worden gekeken of er tot een duidelijker afsprakensysteem moet worden gekomen als dat een helder beeld gaat scheppen. Op dit moment spelen alleen de ritten.


De heer Sörensenvraagt per interruptie waarom er geen duidelijke keuzes worden gemaakt.


Mevrouw Boekhoudtreageert hierop dat op dit moment de duidelijke keuze is gemaakt voor het aantal ritten. Daarnaast wordt ook gekeken of het een manier is om door de vrijwilligers de controle te behouden.

Of mensen recht hebben op het gebruik van de wijkbus is volgens spreekster een verantwoordelijkheid van de wijkbus zelf. De deelgemeente moet zich daar niet mee bemoeien.

Wat betreft het rijden naar Nesselande merkt spreekster op dat dit al gebeurt. Er vinden onderhandelingen plaats met de wijkbus om te bezien hoe dit ook na 1 januari 2008 kan worden voortgezet. Wanneer daar uitkomsten zijn, zal dit aan de deelraad worden meegedeeld. Daar bestaat nog geen duidelijkheid over.

De vereniging wijkbus is geen werkgelegenheidsproject omdat het allemaal vrijwilligers zijn. Wil men er wel een werkgelegenheidsproject van maken dan is er ook begeleiding nodig. Dit kan niet door de wijkbus worden bekostigd en er bestaat ook geen mankracht voor. Daarnaast kun je jezelf afvragen of je zover mag ingrijpen in een vereniging.
Tot slot in reactie op Leefbaar Rotterdam legt zij uit dat de wijkbus geen bestuurlijke taak is in haar pakket. Het is vanuit welzijn overgeheveld omdat de heer Krul voorzitter is geweest van de wijkbus.


Vervolgens reageert mevrouw Boekhoudt op de vragen van het CDA. Het verwerven van extra reclamegelden is primair een verantwoordelijkheid van de wijkbus zelf. Dit staat los van de subsidie die door de deelgemeente wordt verstrekt.

Invloed op het beleid van de wijkbus kan worden uitgeoefend door de gesprekken en overleggen die er plaatsvinden. De zelfstandigheid van de vereniging wordt echter voorop gesteld. De leeftijdsgrens van 55+ is inderdaad bespreekbaar. Spreekster is ook bereid om in het overleg de suggestie van mevrouw Ton mee te nemen over het verspreiden van voedselpakketten. In het overleg moet dan worden gekeken hoe dit eventueel zou kunnen worden uitgevoerd.


De heer Sörensenvindt het vreemd dat spreekster enerzijds niet wil tornen aan de zelfstandigheid van de vereniging wijkbus, maar anderzijds toch allerlei zaken meeneemt in het overleg.


Mevrouw Boekhoudtreageert dat zij niet wil tornen aan de autonomie van de wijkbus. Wel moet het mogelijk zijn om bepaalde zaken die je als deelgemeente belangrijk vindt, onder de aandacht te brengen.


Mevrouw Tonvindt het opmerkelijk dat mevrouw Boekhoudt aan de ene kant benadrukt dat waakzaamheid is geboden, maar aan de andere kant toch afstand wil bewaren van de wijkbus. Spreekster benadrukt het belang van de wijkbus en de taak die de deelgemeente daarin kan uitoefenen. Er moet worden gezocht naar mogelijkheden om extra ondersteuning te bieden. De deelraad zou moeten nadenken over de beloning van de begeleiding van de wijkbus wanneer hij daardoor beter gaat functioneren. Voorts moet er alles aan worden gedaan om de wijkbus ook in 2008 in Nesselande te laten rijden. Dit moet op de eerstvolgende vergadering worden besproken. Spreekster is blij met het feit dat de wijkbus er voor heeft gekozen om in meerdere wijken bereikbaar te zijn. Ook Nesselande hoort daarbij.


De heer Boermaakt duidelijk dat hij zich ergert aan Leefbaar Rotterdam doordat zij geen vragen stelt aan het DB, maar op de persoon van mevrouw Boekhoudt. In de tweede plaats benadrukt hij dat het gaat om de vereniging wijkbus. Het is niet de bedoeling dat de deelgemeente, die 10% bijdraagt zich inhoudelijk gaat bemoeien met het beleid van de wijkbus.


Mevrouw Tonreageert hierop dat er wel subsidie wordt verstrekt door de deelgemeente.


De heer Boeris van mening dat een vereniging op eigen benen staat en ook zelfstandig beslissingen neemt. Het is verder duidelijk hoe de 10% door de deelgemeente wordt gegeven en hoe dit wordt getoetst.


Mevrouw Tonbrengt met klem naar voren dat zij heeft betoogd dat de wijkbus van zo groot belang is dat de deelraad daar juist inbreng in moet hebben. Wanneer de jaarverslagen van de wijkbus worden gelezen, wordt duidelijk dat het de afgelopen jaren niet goed is gegaan met de wijkbus.


Mevrouw Boekhoudtreageert tot slot dat het overleg over Nesselande al van start is gegaan.


De heer Sörensenbrengt naar voren dat hij nog geen antwoord heeft gekregen op zijn vraag naar het neerzetten van een breed vrijwilligerskader bij het goede project van de wijkbus.


De voorzittersluit de discussie en stelt voor verdere vragen schriftelijk te stellen.


7. Mededelingen en rondvraag


Van deze mogelijkheid wordt geen gebruik gemaakt.


8. Vragenhalfuur raadsleden


De heer Van Peltbrengt een artikel uit het AD ter sprake dat betrekking heeft op de wachttijden voor zwemles in de noordrand van Rotterdam. De wachttijden kunnen oplopen tot twee jaar. Ouders kunnen hun kinderen beter in Rotterdam Zuid op zwemles doen. In Schiebroek staan ongeveer zeshonderd kinderen op een wachtlijst waardoor de wachttijd oploopt tot ruim twee jaar. Het zwembad de Zevenkampsering heeft een wachttijd van twintig maanden en er staan driehonderdzestig kinderen op de wachtlijst. Spreker vraagt zich af of het DB op de hoogte is van deze problematiek. Er moet voorts rekening worden gehouden met de sluiting van het Alexanderbad als dit wordt opgeknapt. Hij vraagt zich af of het DB met de wethouder afspraken gaat maken om dit probleem op te lossen. Met de voltooiing van Nesselande zullen er steeds meer kinderen een beroep doen op de zwembaden die in de deelgemeente zijn gelegen.


De heer Paulusmaantwoordt dat hij op de hoogte is van de problematiek en er niet erg verheugd over is. Hij legt uit dat de deelgemeente niet substantieel kan sturen op deze problematiek. Bij de bespreking van de voorjaarsnota zal een tweede scenario worden besproken. Het gaat dan om een instructiebad. Dit zou een aanzienlijke bijdrage kunnen leveren aan het wegwerken van de wachtlijsten voor het schoolzwemmen. Daarnaast wijst hij op de ontwikkeling van een masterplan door wethouder Bolsius. Er wordt een verbetering verwacht van de eigen besluitvorming en een eventueel instructiebad.


Mevrouw Tonvraagt naar de uitkomsten van het overleg met Zevenhuizen. Daar bestaan geen wachtlijsten en het is vanuit Nesselande goed aan te reizen.


De heer Van Peltvraagt vervolgens of de zwembaden ook naar elkaar verwijzen wanneer zij zelf geen plaats meer hebben. De suggestie om naar Rotterdam Zuid te gaan, lijkt hem geen oplossing.


De heer Paulusmaantwoordt dat er niet wordt doorverwezen. De praktijk wijst uit dat mensen niet bereid zijn om lange afstanden af te leggen naar het zwembad.


Mevrouw Tonherhaalt dat voor veel mensen uit Nesselande de afstand naar Zevenhuizen gelijk is aan de afstand naar de Zevenkampsering. Dit zou dus een mogelijkheid moeten zijn.


De heer Meijerlegt uit dat er bij de Reddingsbrigade geen wachtlijsten bestaan. Zijn kinderen zwemmen gewoon in het Alexanderbad. Hij vindt de suggestie van wachtlijsten dan ook opmerkelijk.


De heer Paulusmareageert dat uit zijn informatie blijkt dat beide zwembaden wachtlijsten hebben.


De heer Van Lottumrefereert aan de aanstelling door het DB van een projectleider ‘Ommoord ouderenproof’ voor maximaal € 8.772. Hij stelt daarbij de volgende vragen:

  1. Wat is de juiste benaming van het plan? Seniorenproof Ommoord of Ommoord ouderenproof.

  2. Is het juist dat het een plan betreft van instellingen als deelgemeenten, woningbouwverenigingen en zorginstellingen voor woonzorgzones in de wijk Ommoord?

  3. Is het juist dat in het verslag van de jongste bijeenkomst van de klankbordgroep staat dat de stem van de doelgroep, de ouderen van de wijk, heeft ontbroken? Zo ja, welke verklaring heeft u daarvoor?

  4. Via genoemde klankbordgroep zouden de instellingen mede verantwoordelijk worden gemaakt voor het project. Wat wordt hier mee bedoeld? En wat is het verschil tussen het plan en het project?

  5. Kennelijk is er ook een initiatiefgroep bestaande uit de BOO, Sonor en de deelgemeente. Wat is de functie van deze groep en wie zit er namens de deelgemeente in?

  6. Het verslag besluit met de zinsnede dat in die initiatiefgroep ook nog een vertegenwoordiger van de ouderen zou kunnen. Vindt u dit ook niet een wonderlijke formulering voor een initiatief dat betrekking zegt te hebben op ouderen?

  7. Wat is de stand van zaken bij Ommoord ouderenproof?


De voorzitterantwoordt dat het onderwerp Ommoord ouderenproof betreft. De deelgemeente heeft zich ingeschreven bij de Provincie Zuid Holland en daar subsidie aangevraagd. Deze subsidie is ontvangen waarmee de projectleider is aangesteld. De initiatiefgroep van de BOO en het Opbouwwerk is tot stand gekomen omdat er in het verleden vooral over ouderen werd gesproken en niet met de ouderen. Nu zullen ouderen direct worden benaderd om deel te nemen aan het project. Elders in het land is dit een groot succes geworden. De ouderenbonden zijn benaderd om in het project te participeren.


Mevrouw Huismanvraagt of de voorzitter het wonen, zorg en welzijn alleen wil beperken tot de ouderen. Elders in het land wordt dit namelijk veel breder getrokken.


De voorzitterwijst erop dat Ommoord een hoog percentage senioren heeft. Daarnaast is het initiatief ontstaan vanuit bewoners. Dit heeft geleid tot een denkproces bij een aantal organisaties. Dit heeft weer geleid tot de aanvraag voor Ommoord seniorenproof.


Mevrouw Huismanrefereert aan een discussie die heeft plaatsgevonden in de deelraad over wonen, zorg en welzijn en de wijken die daar mogelijk voor in aanmerking komen. Volgens haar is er toen toegezegd dat daar nog een discussie over zou worden gevoerd. Nu blijkt dat de keuze al is gemaakt en is gevallen op Ommoord.


De voorzitterreageert dat hij een en ander aan informatie zal toesturen om vervolgens uit te maken of er nog een verdere discussie noodzakelijk is.


Vervolgens gaat de voorzitterin op een schriftelijke vraag van mevrouw Brand. Hij geeft aan dat het antwoord van het DB niet relevant is voor mevrouw Brand. De zaak kan beter onder de aandacht worden gebracht van de wethouder in de gemeente die verantwoordelijk is voor SoZaWe.


Mevrouw Brandreageert hierop dat het wel gaat om een bewoner van de deelgemeente PA.


De voorzitterantwoordt dat hij wel contact heeft gehad met de voorzitter van Humanitas. Er zal met de familie worden gezocht naar een oplossing. Hij zal de deelraad op de hoogte houden.


9. Verslag van de vergadering van de deelraad van 26 maart 2007


Mevrouw Van der Veengeeft aan dat het gaat om de Laan van Magisch Realisme. De heer Van Duin heeft in de vergadering ook een en ander gezegd over de handhaving. Zij kan dit echter niet terugvinden in de notulen. Ook haar woorden over bromfietsers staan er niet in. Het verslag is dan ook niet compleet.


De heer Meijervraagt in de eerste plaats over toezegging 30 of het schoonmaken wat de heer Paulusma zou proberen, is gelukt.


De heer Paulusmaantwoordt dat hij er geen concreet antwoord op kan geven.


Vervolgens doet de heer Meijerover toezegging 31 de suggestie om deze van de lijst af te halen omdat dit bij de procudure voor het rooien van bomen hoort.

Met betrekking tot toezegging 32 vraagt spreker of mevrouw Boekhoudt contact heeft gehad met het Opbouwwerk.


Mevrouw Boekhoudtantwoordt dat de partijen met elkaar in contact zijn gebracht. Het is wel de vraag of de bewonersorganisatie geschikt is als ondersteuner voor de grootse plannen van de heer Rook.


Tot slot vraagt de heer Meijermet betrekking tot toezegging 36 of de heer Rook een afschrift van de brief heeft ontvangen.


De heer Van Duinbevestigt dit.


10. Lijst van ingekomen stukken


Wordt geen gebruik van gemaakt.


11. Sluiting


De heer Eekhofdoet de suggestie om de raadsvergadering van 23 april a.s. te verzetten aangezien er dan wellicht een bewonersavond over de maatschappelijke opvangplek in Nesselandezal worden georganiseerd.


De deelraadstemt daarmee in.


De voorzittersluit de vergadering om 22.30 uur.




Zoeken
Uitgebreid zoeken