Verslag van de Openbare vergadering van de deelraad Prins Alexander gehouden op maandag 24 september 2007 in het deelgemeentekantoor aan het Prins Alexanderplein 6.
Aanwezig: Mevr. G.J. Brand (Leefbaar Rotterdam), mevr. M.A. Huisman (VVD), mevr. J.L. Ton (CDA), mevr. A.R. van der Veen (PvdA) en mevr. A.M. Zimmerman-Smit (CDA) evenals de heren H.L.E. Blanck (PvdA), M. Boer (SP), P.J. van Brenkelen (Leefbaar Rotterdam), R. Choenni (PvdA), J.H. van Dijk (VVD), A.A.P. Eekhof (PvdA; vice-voorzitter deelraad), D. Graafland (SP), H.C.G. Koedijk (VVD), J. Kooijman (PvdA), D.J.J. van Lottum (CDA), P. Meijer (Leefbaar Rotterdam), D.J. van Pelt (Leefbaar Rotterdam), A. Salhi (PvdA; vanaf 20:30 uur), B. van Schaik (Leefbaar Rotterdam), J.A. Schippers (CU/SGP), A. Siebel (Leefbaar Rotterdam), J.C.M. Soijer (Leefbaar Rotterdam), E.J.B. Stapelkamp (GroenLinks), L. Sörensen (Leefbaar Rotterdam), en W. Veldhuijzen (Leefbaar Rotterdam).
Afwezig: P. Veenstra (Lijst Veenstra).
Griffie: R.D. Weststrate (griffier)
Notulist: P.J. Hoepel, Alpha Talen Nederland BV Waddinxveen
Dagelijks bestuur: R. Krul (voorzitter van het dagelijks bestuur en de deelraad), mevr. G. Boekhoudt (portefeuillehouder), E.G. van Duin (portefeuillehouder), J. Noeverman (portefeuillehouder) en P.C. Paulusma (portefeuillehouder).
Belangstellenden: ca. 20 belangstellenden.
Insprekers: de heer en mevrouw De Ruiter en mevrouw Rosenbrand (bewonersorganisatie Zevenkamp).
1. Opening
De voorzitter opent de vergadering om 19.30 uur.
2. Vaststelling agenda
De agenda wordt goedgekeurd en vastgesteld.
3. Gelegenheid tot het stellen van vragen door het publiek over onderwerpen die niet op de agenda staan
De heer De Ruiter is geconfronteerd met Stadstoezicht. Zij hebben hem gesommeerd het aanhangwagentje dat hij gebruikt voor het bezorgen van post, niet langer meer op het openbare parkeerterrein te parkeren. Het gaat om een zeer klein aanhangwagentje van ongeveer 100x80 centimeter. Spreker is hier zeer verontwaardigd en boos over. Met het aanhangwagentje is hij in staat om een aantal keer per week post op te halen en weg te brengen. Op die manier kan hij zijn pensioen een beetje aanvullen. Dit lijkt nu door ambtenaren van de gemeente onmogelijk te worden gemaakt. Hij heeft vervolgens ontheffing aangevraagd, maar deze is afgewezen. Spreker doet een klemmend beroep op de deelraad en het DB om aan dit absurde verbod een einde te maken.
De heer Stapelkamp reageert en vraagt of de heer De Ruiter een berging heeft voor het karretje. Met de verhuurder zou hierover in overleg kunnen worden getreden. Daarnaast brengt hij naar voren dat er in de Algemene Plaatselijke Verordening een bepaling is opgenomen die het mogelijk maakt om in bijzondere gevallen af te wijken van de verordening.
De heer Koedijk is benieuwd naar de reden van de afwijzing van de aanvraag tot ontheffing.
Mevrouw Ton stelt dat het belangrijk is dat er regels bestaan. De situatie van de heer en mevrouw de Ruiter vraagt om creatief denken. Ze doet het voorstel om de mogelijkheid van het parkeren van het aanhangwagentje bij Wion te bekijken.
De heer Kooijman sluit zich aan bij vorige sprekers en geeft aan dat wanneer oudere mensen langer willen doorwerken, daar ook de mogelijkheden voor moeten zijn.
De heer Graafland vindt de situatie voor de familie De Ruiter ‘diep triest’.
De heer Van Duin wil graag met de familie De Ruiter in gesprek gaan. Het verbod tot het stallen van aanhangwagens en caravans is niet zonder reden vastgesteld. Er zal gekeken moeten worden naar de mogelijkheden van ontheffing. Hij zal contact opnemen met de familie.
Mevrouw De Ruiter reageert op het voorstel van mevrouw Ton. Het parkeren van het karretje bij Wion brengt het gevaar met zich mee dat jongelui het karretje zullen vernielen.
4. Burgerinitiatief Ambachtsplein
Mevrouw Rosenbrand bedankt de deelraad en het DB voor het enthousiasme waarmee de plannen van de bewonersorganisatie zijn ontvangen. Daarnaast vraagt ze zich af wat uit hun plannen in conflict zou kunnen zijn met de toekomstplannen van de deelgemeente voor het Ambachtsplein.
De heer Meijer maakt zich zorgen over de aftakeling van enkele kleine winkelcentra in de deelgemeente. Lege winkels worden gevuld met kunst en cultuur. Leefbaar Rotterdam wil dat deze kleine winkelcentra worden aangemerkt als economische kanszones. Een zone waar het bedrijfsleven met de deelgemeente samenwerkt. Een fris winkelgebied levert economische bedrijvigheid op, zorgt voor levendigheid in de wijk, schept banen en geeft een wijk een zet in de goede richting. De problemen bij het Ambachtsplein zijn zeer urgent. Hij betreurt het dan ook dat het DB geen besluit durft te nemen en de problematiek voor zich uitschuift. Er kan worden gewacht op mogelijke subsidies met betrekking tot de Aquarelregeling. Het staat echter niet vast dat deze gelden voor het gehele plein ter beschikking komen. Wanneer op dit geld zal worden gewacht, zal er waarschijnlijk niet voor 2010 worden gestart met de aanpak van het plein. Andere subsidieregelingen kunnen daardoor over het hoofd worden gezien. Leefbaar Rotterdam stelt voor niet € 40.000, maar de benodigde € 400.000 ter beschikking te stellen in 2008. De middelen hiervoor kunnen in begroting van 2008 worden gevonden. Hiervoor is het wel noodzakelijk dat het DB de programmabegroting in september aan de deelraad verstrekt.
Ook van de ondernemers mag een bijdrage worden verwacht bij de aanpak van het Ambachtsplein. Leefbaar Rotterdam kan zich vinden in de voorstellen van de bewonersorganisatie Zevenkamp. De eigenaars moeten volgens spreker dan ook voldoen aan de eisen op pagina 7 van het burgerinitiatief en de winkeliers op die van pagina 9.
Volgens spreker is de tijd aangebroken dat er tot actie wordt overgegaan. Hij dient dan ook samen met de CDA-fractie een motie in (deze is als bijlage I toegevoegd aan de notulen).
De heer Van Lottum maakt duidelijk dat de aanpak van het Ambachtsplein alle langere tijd noodzakelijk is. Er zal voor de korte, maar zeker ook voor de lange termijn, een grondige aanpak nodig zijn. De voorstellen die nu worden gedaan lijken echter op strijkijzeren. Omdat er geen geld beschikbaar wordt gesteld voor een aanpak voor de lange termijn, worden er slechts middelen ingezet om op korte termijn een en ander te kunnen doen. Er zullen meer middelen beschikbaar moeten komen zodat een lange termijn aanpak al in 2008 kan beginnen. De middelen daarvoor kunnen in de begroting van 2008 worden gevonden.
De heer Koedijk is verheugd met de snelle behandeling van het burgerinitiatief. Hij spreekt de wens uit dat dit in goed overleg is gegaan met de omwonenden.
De heer Graafland geeft aan dat de SP van harte instemt met het burgerinitiatief. Het initiatief is een gevolg van de pilot bewonersinitiatieven Zevenkamp waar de bewoners met het onderhavige initiatief op een tweede plaats eindigden.
De heer Stapelkamp is van mening dat het een goed onderbouwd en breed gedragen initiatief betreft. Het is een voorbeeld van niet afwachten, maar aan de slag gaan met die zaken die al gedaan kunnen worden. Net als de heer Meijer is spreker van mening dat ook de winkeliers hun inbreng in de plannen moeten hebben omdat ook zij belanghebbenden zijn. Dit is voor hem een essentieel punt.
De heer Schippers ondersteunt het initiatief. Hij vraagt zich af of er door het mogelijk inzetten van € 400.000 in 2008 er geen subsidie van € 360.000 wordt misgelopen.
De heer Van Duin reageert in de eerste plaats op de inbreng van mevrouw Rosenbrand. Het is lastig om direct in te gaan op de conflictpunten met de toekomstplannen. In overleg met de initiatiefnemers zal er een plan moeten komen dat niet conflicteert met toekomstplannen. Na een besluit van de deelraad zal er verder moeten worden gesproken met de initiatiefnemers en ook met de winkeliers.
Vervolgens gaat spreker in op het voorstel van Leefbaar Rotterdam. Hij waarschuwt ervoor om een voorschot te nemen op de begroting van 2008. Er worden niet zonder reden ieder jaar wijkvisies vastgesteld waarin wordt aangegeven wat de toekomst is van bijvoorbeeld winkelcentra. De voorstellen in deze wijkvisies kunnen zeer ingrijpend zijn. Van eigenaren wordt vaak een grote investering gevraagd van miljoenen euro’s. Deze beslissingen worden dan ook niet op korte termijn genomen, maar kunnen vijf of zes jaar in beslag nemen. Er moet voorzichtig worden omgesprongen met aanpassingen in de buitenruimte omdat het kan gebeuren dat bijvoorbeeld een nieuw aangelegd plein na enkele jaren volkomen wordt verwoest door bouwverkeer dat begint aan sloop en/of nieuwbouw. Spreker is blij met het realisme van de initiatiefnemers. Zij lijken een realistische visie te hebben op de aanpak van het plein en het winkelcentrum door mogelijke conflictsituaties bij voorbaat uit de weg te willen gaan. Hij ontraadt dan ook de motie van Leefbaar Rotterdam en het CDA.
In reactie op de heer Schippers legt de heer Van Duin uit dat in de begroting van 2008 een voorstel wordt gedaan voor de aanpak van het winkelcentrum Hesseplaats waarbij zeer veel middelen van anderen zijn toegezegd waardoor de deelgemeente slechts een kwart van de kosten hoeft te dragen.
Mevrouw Rosenbrand reageert op de woorden van de heer Van Duin. Zij is er vanuit gegaan dat het voorstel van de bewonersorganisatie geen conflictsituaties zou oproepen. Zij heeft daarbij niet alleen gedoeld op het plateau bij het water, maar ook op de andere punten.
De heer Van Duin geeft aan dat wanneer op korte termijn het plein opnieuw zal worden bestraat, er op langere termijn een conflict kan ontstaan met een rigoureuzere aanpak van het winkelcentrum doordat er allerlei bouwverkeer over het nieuwe plein zal rijden en de bestrating opnieuw moet worden gedaan.
De heer Koedijk vraagt de indieners van de motie naar de onderbouwing van hun voorstel om in 2008 € 400.000,- te besteden aan het Ambachtsplein.
Mevrouw Ton reageert dat dit bij de behandeling van de begroting zal worden uitgelegd.
De heer Meijer vindt het onwaarschijnlijk dat er zal worden overgegaan tot sloop van de bebouwing bij het Ambachtsplein. De boekwaarden van de gebouwen is hoog en behalve bij de winkels is er geen sprake van leegstand. Hij ziet geen reden om de motie in te trekken. Spreker steunt de voorstellen dan ook niet.
De heer Kooijman merkt op dat wanneer er problemen dreigen te ontstaan met de communicatie richting bewoners, mevrouw Rosenbrand dan voor de benodigde communicatie zal zorgen. Vervolgens verzoekt spreker om een schorsing om overleg over de motie te kunnen voeren.
De voorzitter deelt mee dat er vijf minuten wordt geschorst.
Schorsing van 20.08 uur tot 20.16 uur.
De heer Stapelkamp doet het voorstel de motie aan te passen. De zinsnede “dat voor de bouwvak van 2008 reeds gestart moet zijn met de fysieke werkzaamheden aan de verbetering van het Ambachtsplein” zou moeten worden geschrapt. Verder zou de eerste zinsnede onder ‘besluit’ als volgt moeten worden aangepast: “in 2008 in overleg met derden € 400.000 te oormerken voor de herinrichting/verbetering van het Ambachtsplein.”
De heer Meijer geeft aan de aanpassingen niet te ondersteunen.
De heer Kooijman betreurt het dat Leefbaar Rotterdam en het CDA de aanpassingen niet ondersteunen. Voorts maakt hij duidelijk het raadsbesluit te ondersteunen.
De heer Van Lottum steunt de motie, maar niet de aanpassingen. Het CDA verwerpt het raadsbesluit.
De heer Koedijk steunt het raadsbesluit en de geamendeerde motie.
De heer Graafland is van mening dat in deze kwestie niet de SP, maar het CDA en Leefbaar Rotterdam geld verspillen. Het verwijt dat de SP dit zou doen, is dan ook onterecht. De SP verwerpt de motie en steunt de geamendeerde motie en het raadsbesluit.
De heer Stapelkamp steunt het raadsbesluit en de geamendeerde motie en verwerpt de motie.
De heer Schippers steunt de motie niet omdat de dekking ontbreekt. Daarnaast wordt door de motie het bewonersinitiatief gepolitiseerd en dat komt de bewoners volstrekt niet ten goede. Hij ondersteunt het raadsbesluit en eventueel ook de geamendeerde motie.
De heer Van Duin brengt naar voren dat het DB de geamendeerde motie kan ondersteunen. Daarin wordt namelijk een beroep op derden gedaan om ook bij te dragen aan de verbetering van het Ambachtsplein. Spreker doet een klemmend beroep op de fracties van Leefbaar Rotterdam en het CDA om het raadsbesluit te ondersteunen. Wanneer de motie wordt aangenomen kan daar alleen uitvoering aan worden gegeven wanneer de deelraad bij de behandeling van de begroting de benodigde middelen ter beschikking stelt.
Stemming
Het raadsbesluit wordt unaniem aangenomen.
De niet-geamendeerde motie wordt met twaalf stemmen (Leefbaar Rotterdam en CDA) voor en elf stemmen (overige fracties) tegen aangenomen.
5. Horecabeleid 2007-2011
De heer Van Schaik heeft de horecanota met interesse gelezen. Op enkele vragen zou hij nog nader antwoord willen krijgen.
Naar aanleiding van pagina 1 van de nota vraagt hij waar de speciale aandacht voor de horeca uit zal bestaan en hoe de deelraad daarvan op de hoogte zal worden gehouden.
Op pagina 2 wordt gesproken over ‘meer aandacht voor stimulering en ontwikkeling die onder de deelgemeentelijke doelstellingen valt’. Graag wordt spreker hiervan op de hoogte gehouden.
Voorts wordt er in de nota een etnische verschuiving geconstateerd. Een kwart van de bevolking van PA is allochtoon. Hij vraagt wat de deelgemeente met dit gegeven gaat doen en welke middelen zij hiervoor gaat inzetten.
Tot slot wil Leefbaar Rotterdam een toevoeging aan de nota. De mogelijkheden voor een jongerensoos en/of discotheek zouden wat spreker betreft onderzocht moeten worden. Het moet een plaats zijn waar geen drank wordt geschonken, maar waar wel plaats is om te dansen en elkaar te ontmoeten.
De heer Choenni spreekt zijn waardering uit voor de nota. Het is een uitwerking van de nota van de gemeente. De nota sluit aan bij thema’s die in de deelgemeente spelen zoals gebiedsgericht werken, generiek beleid versus specifiek beleid, minder regels, meer nadruk op naleving, meer ondernemersvrijheid en de aansluiting bij deelgemeentelijke visies.
De nota betreft de uitvoering en daarmee een taak van het DB. De deelgemeente is kaderstellend. Spreker dankt het DB voor het in de deelraad gestelde vertrouwen.
Voorts gaat hij in op een aantal punten uit de nota. Zo blijkt pas op pagina 31 wat het doel is van de nota. Hij vraagt het DB om op gezette tijden de deelraad op de hoogte te stellen van de geboekte resultaten en de mogelijke knelpunten.
De PvdA-fractie hecht aan een solide horecabeleid. De fractie steunt het voornemen van het DB om de nota tot uitvoering te brengen.
De heer Van Lottum brengt eveneens naar voren dat de nota een uitwerking is van stedelijk horecabeleid. Hij gaat in op de evaluatie zoals die in mei heeft plaatsgehad. De aandachtspunten die destijds werden genoemd zijn in de nota verwerkt. Zo heeft uitbreiding van het horeca-aanbod niet geleid tot een specifiek aanbod voor jongeren, de zakelijke markt en reizigers. Voorts zou het wenselijk zijn wanneer er aandacht wordt besteed aan het fenomeen indrinken door jongeren voordat men uitgaat. Daarnaast zou er voor jongeren meer kunnen worden gedaan op het horecavlak. Spreker doet de suggestie voor langere openingstijden. Het is verheugend dat er in de afgelopen jaren geen extreme overlast als gevolg van horeca heeft plaatsgehad. Dit heeft mede te maken met een goede handhaving. Vervolgens vraagt hij opheldering over de proef die zal worden gehouden met het loslaten van sluitingstijden. Ook het verschijnsel van de paracommercie verdient meer duidelijkheid. Graag verneemt hij van het DB hoe zij tegen dit verschijnsel aankijkt. Spreker is tevreden met het aanbod van horeca in PA. Er is weinig laagwaardig aanbod. Hoogwaardig aanbod zou wat hem betreft mogen toenemen. Hierin lijkt de markt vooralsnog echter niet te voorzien. Wel dient er te worden nagedacht over mogelijkheden op het Prins Alexanderplein. Dit centrumgebied zou nadrukkelijker in de nota naar voren mogen komen. Voorts benadrukt hij dat het CDA belang hecht aan goed toezicht en strenge handhaving. Het CDA steunt de nuloptie voor coffeeshops in de deelgemeente. Ook steunt zij de sluitingstijd van 23.00 uur van terrassen in de omgeving van woningen. Tot slot geeft hij aan dat het CDA de horecanota op hoofdlijnen onderschrijft.
De heer Koedijk is blij met de geactualiseerde horecanota. Hij vindt het jammer dat er geen slogan aan de nota is gegeven. Spreker doet de suggestie ‘Alexandercentrum: gezicht van de deelgemeente’. Hieruit volgt dat de VVD het centrumgebied belangrijk vindt en dat dit zou moeten uitgroeien tot een stadscentrum op het niveau van de deelgemeente. Voorts stelt hij de volgende vragen:
-
Welke instellingen en organisaties zijn betrokken bij de opstelling van de nota?
-
Kan het DB opheldering geven over de weigering tot het verlenen van de vergunning en de mogelijkheid tot het gemotiveerd afwijken van beleid waarbij door de burgemeester toch een vergunning is verleend?
-
Is er een actualisatie van het ondernemersonderzoek van 2003?
-
Wat is afstemming van geluidsklachten op de feitelijke klachten?
De heer Graafland vindt de nota duidelijk geschreven. Hij betreurt het daarom dat de kopjes van de tabellen bestaan uit zwarte vlakken waardoor de tekst daarin niet is te lezen. Verder gaat spreker in op de legalisatie van bestaande situaties en vraagt zich af of alle bestaande situaties inmiddels zijn gelegaliseerd. Het horeca-aanbod voldoet aan de wensen van de bewoners van PA. Het doet hem deugd dat er door een streng toezicht en handhaving weinig overlast is. De SP ondersteunt de doelstellingen van het DB zoals die zijn geformuleerd in de horecanota. Daar waar horecaondernemingen een onaantrekkelijk straatbeeld veroorzaken of gevoelens van onveiligheid bewerkstelligen, moet de deelgemeente optreden. Hij noemt als voorbeeld een gelegenheid naast een metrostation op de locatie waar het ‘Luifel aan luifelconcert’ werd gehouden. Tot slot ziet hij uit naar de uitbreiding van de exotischer uitgelegenheden.
De heer Stapelkamp reageert in hoofdlijnen op de nota. Er is weinig reden tot zorg. Tot slot doet hij de aanbeveling het centrum van PA aantrekkelijker te maken. Spreker steunt de nota.
De heer Schippers kan zich vinden in de uitgangspunten van de nota. De gemeente streeft naar een verbetering van de kwaliteit van de horeca. Er is echter geen omschrijving te vinden van wat onder kwaliteit moet worden verstaan. Spreker vermoedt dat het daarbij gaat om horecagelegenheden die de leefomgeving van bewoners verbeteren. Hij vraagt zich af wat de concrete voornemens van de deelgemeente zijn om hier aan te voldoen. Het is belangrijk dat de deelgemeente duidelijke kaders en randvoorwaarden stelt aan horecaondernemingen. Hij vraagt dan ook wat deze randvoorwaarden zijn en wat de criteria zijn waaronder een horecaonderneming een kraskaart kan krijgen. Worden bewoners in dat kader tijdig op de hoogte gesteld? Voorts heeft spreker bedenkingen bij het loslaten van de sluitingstijden. Er zou ook gedacht kunnen worden aan een duidelijk bepaalde afkoelperiode. Vervolgens wijst hij net als de VVD-fractie op de mogelijkheid tot het afwijken van het beleid. Hij vraagt zich af of daar criteria voor bestaan, of dat in ieder geval apart wordt beoordeeld. Spreker heeft grote moeite met de drie vergunningen voor seksinrichtingen. Voor de handhaving dient het verrassingselement aanwezig te zijn. Alleen op die manier wordt het mogelijk om illegale arbeid te kunnen opsporen. Hij is een voorstander van het opnemen van horecabeleid in wijkvisies. Het centrumgebied kan niet los worden gezien van de andere wijken. Verder merkt hij op dat ondernemers ook moeten worden beschermd tegen paracommercie. Hierover wordt in de nota weinig gezegd.
De heer Paulusma maakt vooraf duidelijk dat de nota geen stimuleringsmaatregelen bevat, maar alleen de kaders stelt. Voor stimuleringsmaatregelen dient men bijvoorbeeld de economische structuurvisie te bekijken. In reactie op de vraag van de heer Van Schaik in het kader van de allochtonen merkt spreker op geen concrete plannen te hebben, maar zijn suggesties altijd welkom. Bij een volgende evaluatie kunnen er ‘harde’ cijfers worden gegeven over de behaalde resultaten. Wat betreft de seksinrichtingen moet worden afgewacht of instellingen hier gebruik van gaan maken.
De coördinatie van de handhaving is niet langer een verantwoordelijkheid van de politie, maar van de deelgemeente. De deelgemeente maakt hier stevig gebruik van. Hij roept de deelraadsleden op om een dergelijke handhavingoperatie met onder andere de politie bij te wonen. Spreker zegt toe na te zullen denken over een titel voor het horecabeleid.
In reactie op de heer Koedijk over klachten maakt spreker duidelijk dat er een discrepantie bestaat tussen de klachten van bewoners over geluidsoverlast en het daadwerkelijk geproduceerde geluid.
Mevrouw Ton vraagt een concretisering van door de heer Paulusma genoemde ‘strikte handhaving’.
De heer Paulusma antwoordt dat hij gaat optreden bij klachten over horecaondernemers.
Mevrouw Ton is niet tevreden en vraagt hoe een en ander in de praktijk tot uitvoering wordt gebracht.
De heer Paulusma reageert dat er regulier overleg plaatsvindt. Wanneer er klachten zijn, treedt er een procedure in werking. In de bijlage van de nota wordt dit nader uitgewerkt.
Mevrouw Ton vraagt zich af of ervan uit kan worden gegaan dat er bij iedere klacht door de politie zal worden opgetreden.
De heer Paulusma wijst opnieuw op de bijlage bij de nota. Er wordt eerst gewaarschuwd waarna er een schriftelijke waarschuwing volgt. De verdere stappen staan in de bijlage bij de nota.
In reactie op de heer Stapelkamp legt spreker uit dat de doelstellingen van de gemeente door de deelgemeente worden overgenomen en op de deelgemeentelijke situatie worden toegepast.
Er zijn spreker geen situaties van paracommercie bekend. In het najaar vindt er een toetsronde plaats waarbij dit ook zal worden meegenomen.
Mevrouw Ton weerspreekt de woorden van de heer Paulusma. Er is naar haar mening wel degelijk sprake van klachten van bewoners die na aandringen van de deelraad door het DB zijn opgepakt.
De heer Paulusma reageert dat hem geen klachten bekend zijn. Hij dient wel concrete aanwijzingen te hebben om op te kunnen treden.
Mevrouw Ton stelt dat de heer Paulusma had kunnen weten van de klachten. Zo bestaat er onder andere regelmatig contact met de politie en beschikt de deelgemeente over een meld- en regelgroep die eveneens op de hoogte zou moeten zijn. Spreekster kan de heer Paulusma de betreffende ambtenaren aanwijzen.
De heer Paulusma vervolgt zijn beantwoording.
Wat betreft de kraskaart moet spreker het antwoord schuldig blijven.
De heer Krul vervolgt de beantwoording.
Hij deelt de zorgen van de fracties over een horecagelegenheid op het Ambachtsplein. Door de politie is een negatief advies afgegeven. Dit is door het DB overgenomen. De gemeente heeft echter aangegeven de vergunning wel te verlenen. Hier heeft spreker overleg over gevoerd met de directie veiligheid. De vergunning is verleend met de toevoeging dat er strikt zal worden gecontroleerd.
De heer Koedijk vraagt zich af wat de criteria zijn op basis waarvan de burgemeester de vergunning toch heeft verleend. Daarnaast vraagt hij naar de redenen van het ongegrond verklaren van het bezwaar dat was ingediend door LCC.
De heer Krul reageert dat het bezwaar te licht werd bevonden. Met de gemeente is afgesproken dat er streng zal worden gecontroleerd. De eerste aanleiding om tot sluiting te kunnen overgaan zal worden aangegrepen.
2etermijn
De heer Van Schaik geeft aan nog geen antwoord te hebben gekregen op zijn suggestie voor limonadecafés en soosdiscotheken voor jongeren.
De heer Paulusma zegt toe de mogelijkheden hiertoe graag te zullen onderzoeken.
De heer Choenni sluit zich aan bij de woorden van de heer Koedijk over het stadscentrum. Ook de PvdA-fractie maakt zich sterk voor een attractief en gevarieerd horeca-aanbod in het stadscentrum op deelgemeentelijk niveau.
De heer Van Lottum vraagt zich af of de drie mogelijke seksinrichtingen en Outland zich nu al hebben aangemeld. Voorts vraagt hij wanneer de proef start, hoelang deze gaat duren en of de deelraad daarvan op de hoogte zal worden gehouden.
Tot slot vraagt hij de heer Paulusma in te gaan op zijn suggestie voor de locatie beneden het deelgemeentekantoor.
De heer Paulusma reageert dat hij terug zal komen op deze vragen.
De heer Graafland is geschokt over het feit dat de deelgemeente is overruled door de gemeente en dat de vergunning toch is verstrekt.
De heer Paulusma antwoordt dat in beginsel alles is gelegaliseerd.
De heer Koedijk vraagt hoe er een betere afstemming gaat komen tussen de feitelijke klachten en de geluidsoverlast door DCMR. Er zou dan geen discrepantie moeten zijn.
De heer Paulusma komt hier in de commissievergadering op terug.
De heer Koedijk vraagt nogmaals naar het ondernemingsonderzoek.
De heer Paulusma reageert dat dit een zeer kostbaar onderzoek is geweest en niet zomaar opnieuw kan worden gedaan.
Tot slot vraagt de heer Koedijk op basis van welke criteria de burgemeester toch een vergunning kan verlenen.
De heer Krul zal deze informatie nog toezenden.
De heer Schippers vraagt opnieuw naar het verrassingselement in het handhavingsbeleid.
De heer Paulusma antwoordt dat de handhavingsacties die al hebben plaatsgehad niet tot de standaardprocedure behoren.
6. Verkeerstuin in Prins Alexander
De heer Koedijk geeft aan dat het voorstel tot het aanleggen van een verkeerstuin vooral is bedoeld om aandacht te krijgen voor het tekort aan verkeersonderwijs voor kinderen op basisscholen. De brief van het DB gaat naar zijn mening te veel over het financiële aspect van het aanleggen van een dergelijke verkeerstuin en te weinig over de noodzaak van goed verkeersonderwijs voor alle kinderen. In de brief wordt geen antwoord gegeven op de vraag of alle kinderen in PA voldoende verkeersonderwijs krijgen. Kinderen dienen zich in het verkeer altijd netjes te gedragen. Een aantal kinderen dreigt op dit moment geen verkeersonderwijs te krijgen. Wellicht is het mogelijk gebruik te maken van het aanbod van de ANWB. Er zal naar een creatieve oplossing moeten worden gezocht om alle kinderen verkeersonderwijs te laten ontvangen en daarmee de veiligheid voor kinderen te vergroten.
De heer Meijer is ook van mening dat verkeersveiligheid zeer belangrijk is. Nu blijkt dat niet alle kinderen verkeersonderwijs krijgen, maar alleen die kinderen die op scholen zitten die meedoen aan het project ‘verkeersveiligheid rondom scholen’. Het idee van de verkeerstuin is sympathiek, maar financieel moeilijker te realiseren. Bij de opening van de stadswinkel heeft er een tijdelijke verkeerstuin gefunctioneerd. Dit kan wat hem betreft een mooi alternatief zijn wanneer dit mogelijk is.
Mevrouw Ton betreurt het dat niet op alle scholen verkeersles wordt gegeven. Het kan niet zo zijn dat een aantal kinderen dit onderwijs niet krijgt. De suggestie van een tijdelijke verkeerstuin lijkt ook het CDA een goed alternatief. Het zou mogelijk moeten zijn om een container met verkeersmaterialen te realiseren die op diverse locaties kan worden gebruikt voor een dergelijke verkeerstuin. Als voorbeeld noemt spreekster het geasfalteerde plein in Prinsenpark dat als locatie zeer geschikt is.
De heer Stapelkamp is net als vorige sprekers van mening dat verkeersveiligheid voor kinderen van groot belang is. Het plan van de VVD heeft daartoe echter minder zijn belangstelling. De suggestie van mevrouw Ton vult hij nog aan met het voorstel om de mogelijkheden tot publiekprivate samenwerking te bezien door bijvoorbeeld sponsoring.
De heer Van Duin reageert op de gemaakte opmerkingen. Het aanleggen van een verkeerstuin geeft niet de garantie dat er geen kinderen buiten de boot vallen. Om dat te voorkomen zal er moeten worden ingezet op het project ‘veiligheid rondom scholen’ en verkeersonderwijs. Er is een vergelijking gemaakt met de deelgemeente Feyenoord waarbij duidelijk naar voren komt dat hier belangrijke verschillen zijn. Zo wonen er in PA veel meer kinderen die zijn opgegroeid in de traditie van het fietsen en zijn er veel meer vrij liggende fietspaden. Het overnemen van de projecten die in Feyenoord zijn gerealiseerd, leidt daarom tot een onverantwoorde investering.
2etermijn
De heer Koedijk doet het voorstel de problematiek in de commissie Buitenruimte en Ruimtelijke Ontwikkeling verder te bespreken.
De heer Meijer vraagt zich af of verkeersonderwijs op alle scholen plaatsheeft, of alleen op de scholen die meedoen aan het project ‘veiligheid rondom scholen’.
De heer Krul legt uit dat de scholen hier zelf over beslissen.
Mevrouw Ton brengt opnieuw haar suggestie voor een verrijdbare container naar voren. Wat haar betreft wordt hier in de commissie verder over gesproken.
De heer Kooijman is verheugd met de steun van Leefbaar Rotterdam voor de problematiek.
7. Ontwikkeling 3e locatie Maatschappelijke Opvang
De heer Meijer geeft aan dat Leefbaar Rotterdam wil spreken over de communicatie met betrekking tot de maatschappelijke opvang. Bewoners dienen altijd te kunnen meedenken, meepraten en meebeslissen. Spreker heeft begrepen dat er ’s middags post van het DB is bezorgd. Door zijn werk heeft hij nog niet de gelegenheid gehad van de inhoud van deze brief kennis te nemen. Hij stelt de volgende vragen:
-
Wat is de 3e locatie voor de maatschappelijke opvang?
-
Welke woningbouwcorporatie heeft deze locatie voorgedragen of voorgesteld?
-
Wanneer wordt er gestart met de communicatie over de derde locatie?
De heer Kooijman heeft kennis genomen van de inhoud van de brief van het DB. Omdat er bij de derde locatie sprake is van een ander soort opvang zal er ook op een andere wijze met de bewoners moeten worden gecommuniceerd. Hij vraagt uitleg over ´voor en door´. Spreker is zeer tevreden over de soort opvang en de begeleiding die daarbij komt. De PvdA-fractie spreekt haar steun uit voor het voorgestelde plan.
Mevrouw Ton is teleurgesteld over de manier waarop er is gecommuniceerd. Het CDA heeft altijd gepleit voor open communicatie met de bewoners. Ook over lastige kwesties als de onderhavige moet dit gebeuren. Spreekster heeft meer verwacht van het DB met betrekking tot de communicatie. Dit wordt versterkt door het feit dat het DB zelf de nadruk legt op goede en open communicatie. Tot slot merkt zij op dat door de manier waarop de afgelopen maanden is gehandeld, het vertrouwen tussen burger en politiek niet is versterkt en dat de politiek opnieuw een slechte beurt heeft gemaakt.
Mevrouw Huisman geeft aan dat er in dit geval sprake is van succesvol sociaal ondernemen door onder andere Vestia Rotterdam en de stichting Pameijer. Het gaat in dit geval om bewoners die in de laatste fase van het begeleid wonen verkeren. Er wordt op bijzondere wijze vormgegeven aan de Wet Maatschappelijke Ondersteuning. Spreekster is bedroefd over het feit dat Leefbaar Rotterdam en het CDA zich niet hebben uitgelaten over de inhoud. Mevrouw Huisman vraagt het DB hoe er in de toekomst vorm wordt gegeven aan de communicatie. Tot slot geeft spreekster aan verbaasd te zijn over manier waarop het CDA de communicatie ter sprake brengt. Bij de Capelsebrug is in het verleden op dezelfde manier gecommuniceerd en destijds heeft het CDA daar geen groot probleem van gemaakt.
De heer Stapelkamp vraagt in de eerste plaats wat moet worden verstaan onder ‘integratie die op een organische wijze wordt vormgegeven’.
Vervolgens vraagt de heer Stapelkamp naar het vervolgtraject wat betreft de communicatie. Ook wil hij weten waarom er is gekozen voor de woningen die zijn geselecteerd. Tot slot vraagt hij naar de rolverdeling wat betreft de communicatie tussen Pameijer, Vestia en de deelgemeente.
De heer Schippers is tevreden over de manier van communiceren. Doordat de deelraad en de bewoners tegelijk zijn geïnformeerd, bestaat er geen onduidelijkheid over wat vertrouwelijk is en wat niet vertrouwelijk is. Spreker is positief over het meldpunt dat is gerealiseerd. Bewoners kunnen bij klachten direct Pameijer bellen. De heer Schippers prijst Vestia om de manier waarop zij het sociaal ondernemen heeft vormgegeven. Het is een schoolvoorbeeld van maatschappelijk verantwoord ondernemen.
De heer Noeverman is blij met de steun van Leefbaar Rotterdam voor de inhoud. In tegenstelling tot de woorden van mevrouw Ton is spreker van mening dat er op een goede manier is gecommuniceerd. In september is de deelraad al geïnformeerd over het feit dat er in PA drie locaties voor maatschappelijke opvang zouden worden gerealiseerd. In september heeft Leefbaar Rotterdam aangegeven achter het plan van aanpak te staan.
De heer Meijer interrumpeert dat Leefbaar Rotterdam alleen de manier van communiceren aan de orde heeft gesteld.
De heer Noeverman reageert dat het niet mogelijk is om de inhoud van de boodschap te scheiden van de wijze van communiceren.
Spreker begrijpt niet wat het probleem is van bepaalde fracties met de communicatie zoals die heeft plaatsgevonden. Ook heeft hij in de debatten die zijn gevoerd geen alternatieven gehoord. Hij begrijpt dat bewoners en deelraadsleden zich overvallen voelen door de brief die is gestuurd. Op een gegeven moment moeten bewoners echter worden geconfronteerd met de boodschap. Dit moet op een zo open mogelijke manier. De derde locatie is door een woningbouwcorporatie zelf aangedragen. Met Vestia en Pameijer is er veel discussie gevoerd over de communicatie. Vestia en Pameijer wilden hier zelf niets over naar buiten brengen richting de bewoners. Het DB heeft hier echter een stokje voor gestoken. Opnieuw benadrukt hij dan ook verbaasd te zijn over de reactie van Leefbaar Rotterdam en het CDA. De sfeer van geheimzinnigheid die is gecreëerd door deelraad en DB had wat hem betreft ook niet gehoeven.
De naam ‘voor en door’ zoals daar door de PvdA aan werd gerefereerd, slaat op het feit dat het een project is voor deze mensen, maar waarbij deze mensen elkaar ook kunnen helpen en ondersteunen.
Met een organische wijze wordt de keuze in de flats bedoeld. In een drietal flats zijn de woningen nog niet beschikbaar. Deze zullen op termijn moeten worden ingevuld. Binnen de flat aan de Eliotflat is gekozen voor drie woningen achter de liftschacht. Hier is het project mee begonnen. In de komende jaren zal dit project zich verder ontwikkelen in de andere flats waar de woningen nog beschikbaar moeten komen.
Verder legt de heer Noeverman uit dat het een project van Vestia en Pameijer betreft en dat de deelgemeente daarin alleen een regierol heeft. Veel zal zich dan ook buiten het gezichtsveld van het DB om voltrekken. De communicatie richting de andere huurders zal door Vestia zelf plaatsvinden. De deelgemeente heeft daar wel specifieke randvoorwaarden aan gesteld. Er zal geen klankbordgroep worden ingesteld. Met de gemeente, de politie, Vestia en Pameijer wordt er wel een beheerscommissie ingesteld. Tussen deze partijen zal er worden gewerkt met een convenant. Zonodig kunnen bewoners zittingnemen in die commissie.
De heer Stapelkamp vraagt of het mogelijk is om toch sancties te verbinden aan deze afspraken. Het kan nu wellicht voorkomen dat er niets wordt gedaan met klachten van bewoners.
De heer Noeverman antwoordt dat de meldpunten van Vestia en Pameijer voldoende waarborgen zijn om de klachten van bewoners op te vangen. Daarnaast worden er afspraken gemaakt met de politie en de deelgemeente.
2etermijn
De heer Meijer stelt in de eerste plaats dat hij de opmerking van mevrouw Huisman ‘niet netjes’ vindt. Door zijn werk heeft hij helaas niet de gelegenheid gehad kennis te nemen van de inhoud van de brief. Daarom heeft hij er ook nog niet inhoudelijk op kunnen reageren.
Vervolgens maakt spreker zijn verbazing kenbaar over het feit dat de heer Noeverman de bezwaren over de communicatie niet begrijpt. Hij benadrukt dat het Leefbaar Rotterdam niet gaat om de opvang zelf, maar over de communicatie naar bewoners en naar de deelraad. Spreker heeft zelf goede ervaringen met de opvang zoals die is geregeld door Pameijer en Vestia. Dat is dan ook helemaal niet het probleem.
De heer Kooijman vraagt zich af of de aanvankelijke tegenstand van Vestia en Pameijer om openheid te willen verschaffen in de toekomst wel is gewaarborgd.
De heer Meijer interrumpeert en stelt dat het bij dit project gaat om bewoners die nu al verspreid in de wijk wonen. Het gaat om een heel andere categorie bewoners dan in de andere projecten.
Mevrouw Ton is zeer verbaasd over de gang van zaken. In het presidium is deze kwestie geagendeerd en toen wist niemand dat op maandagmiddag de informatie van het DB per brief zou komen. Niemand in de deelraad is tegen de opvang van dak- en thuislozen geweest. Het CDA heeft daar als eerste duidelijkheid over verschaft. Dit is echter helemaal niet aan de orde geweest in het presidium. De inhoud was namelijk niet de reden voor de agendering. Dat ging expliciet over de manier van communicatie. Spreekster vindt de communicatie per brief ‘schokkend’. Vervolgens benadrukt spreekster in reactie op mevrouw Huisman dat het CDA zich in het verleden als een van de weinige partijen heeft ingezet voor de opvang bij de Capelsebrug. Door bewoners zijn er in vergaderingen opmerkingen gemaakt over het ‘toneelspel’ dat in de deelraad werd opgevoerd. Dit dient de deelraad en het DB zich aan te trekken.
De heer Graafland protesteert tegen deze aantijging. Hij heeft zich serieus verdiept in het onderwerp en wenst niet te worden geassocieerd met de woorden die mevrouw Ton naar voren brengt.
Mevrouw Ton spreekt haar verbazing uit over het feit dat toevallig op de middag voor de vergadering de brief van het DB komt. Opnieuw stelt zij dat het in deze kwestie niet gaat om de inhoud, maar om de manier van communicatie. De communicatie is op een aantal punten flink tekort geschoten.
Mevrouw Huisman stelt een tweetal vragen. In de eerste plaats vraagt zij naar de consequenties van het eventueel mislukken van het organische verloop. In de tweede plaats vindt zij dat het CDA haar woorden over de communicatie moet verhelderen. Wat de VVD betreft is er wel sprake van een verbetering van de communicatie ten opzichte van projecten die in het verleden zijn gerealiseerd.
De heer Stapelkamp maakt duidelijk dat hij de verontwaardiging van het CDA maar ten dele kan begrijpen. Hij is van mening dat er op een goede manier is gehandeld door het DB. De kritiek van het CDA wordt door hem dan ook volstrekt verworpen.
De heer Schippers wijst net als de heer Stapelkamp op de brief van juni die in de voorliggende brief van het DB nog meer wordt verduidelijkt. Volgens spreker is het vrijwel onmogelijk om aan de eisen van het CDA te voldoen.
Mevrouw Ton reageert dat zij niet op alle punten kritiek heeft geuit, maar op onderdelen.
De heer Schippers is van mening dat de wijze van communiceren van het DB op een juiste manier heeft plaatsgevonden. Hij heeft daarom moeite met de kritiek die door het CDA is geuit.
Tot slot dient de heer Meijer een motie in (deze is als bijlage II toegevoegd).
De heer Noeverman legt uit waarom er is gewacht met het geven van nadere informatie. Dit had vooral te maken met het feit dat er nog geen duidelijkheid bestond over de locatie. Daardoor kon er ook nog geen goede informatie richting bewoners. Er is daarom besloten te wachten tot na de zomervakantie. In het communicatieplan was afgesproken dat bewoners pas zouden worden ingelicht op het moment dat er concrete informatie bestond over de locatie. Dat was voor de zomervakantie nog niet mogelijk. Spreker ontraadt dan ook de ingediende motie.
De heer Kooijman vraagt schorsing.
Schorsing
De heer Stapelkamp reageert namens de coalitiepartijen. De coalitie is diep teleurgesteld over de opstelling van Leefbaar Rotterdam en het CDA. De manier van handelen getuigt van een grote ongeloofwaardigheid. Daarom heeft de coalitie unaniem besloten de motie te verwerpen.
CDA en Leefbaar Rotterdam steunen de motie en daarmee staken de stemmen (12 tegen 12). Op een volgende vergadering zal de motie terugkomen.
8. Mededelingen en rondvraag
Hier wordt geen gebruik van gemaakt.
9. Vragenhalfuur raadsleden en informatieverstrekking door het dagelijks bestuur
De heer Kooijman is benaderd door bewoners die wonen op het grensgebied van het doolhofgebied. Het betreft vooral bewoners van Centraal wonen. Enkele van hen hebben op een eerdere vergadering ingesproken zonder daarbij hun naam te willen vermelden. Spreker vraagt zich af of deze problematiek nog steeds speelt bij het Doolhofgebied. Daarnaast wil hij weten wat de deelgemeente en de politie hier aan hebben gedaan.
De heer Krul antwoordt dat de klachten van de bewoners ook bij het DB terecht zijn gekomen. De leermethode wordt toegepast en er is een bewonersavond georganiseerd. De laatste maanden is het rustiger geworden. Afgelopen weekend is er sprake geweest van grensoverschrijdend gedrag. Opbouwwerk, de Dosa-regisseur, MDA en de politie zijn hier mee aan de slag gegaan. Er zijn twee groepen actief in het Doolhofgebied: de Frieslandgroep en de Doolhofgroep. De jongeren die de vernielingen en de inbraak hebben gepleegd, zijn door de politie opgepakt en zijn of worden voor de rechter gedaagd. De kwestie heeft de volle aandacht van het DB.
De heer Stapelkamp gaat in op de brief die het DB heeft gestuurd met betrekking tot het helikopterplatform. In deze brief geeft het DB aan zich niet in de discussie te mengen omdat de deelgemeente Kralingen-Crooswijk verantwoordelijk is. Hiermee geeft het DB volgens spreker aan geen mening in deze kwestie te hebben.
Mevrouw Ton verzoekt het DB het rapport van DCMR ook aan de deelraad te verschaffen. Ze adviseert het DB om een realistische visie op deze problematiek te geven op de deelgemeentepagina.
De heer Krul merkt op dat er sprake is van een bevoegdheid van de deelgemeente Kralingen-Krooswijk. De taak van het DB bestaat uit de bewoners te wijzen op hun recht om bezwaar aan te tekenen bij de deelgemeente Kralingen-Crooswijk. Na het afwijzen van de bezwaren van bewoners van Kralingen-Crooswijk zal het DB de procedure vervolgen bij de provincie.
De heer Meijer vermoedt dat het automatiseringsprobleem bij de deelgemeente verholpen is en dat de programmabegroting daarom tijdig aan de deelraad kan worden verstrekt. Daarmee kan ook de bestaande planning worden gehandhaafd.
De heer Krul antwoordt dat de begroting door het DB op hoofdlijnen is vastgesteld. Enkele zaken dienen nog verder te worden uitgewerkt. Het automatiseringsprobleem is nog niet verholpen. Daarom moet een en ander handmatig worden uitgevoerd.
De heer Meijer spreekt zijn waardering uit voor de extra inspanningen.
De heer Krul geeft aan dat de deelraad beslist of zij de begroting in oktober wil behandelen of dat de termijn van zes weken wordt vastgehouden en behandeling pas in november kan plaatsvinden. De begroting wordt a.s. vrijdag verzonden.
Mevrouw Ton maakt duidelijk dat zij een voorstander is van behandeling in oktober en dat daarmee een termijn van vijf weken wordt aangehouden.
De andere partijen gaan hiermee akkoord.
De heer Graafland maakt melding van een parkeerprobleem van bewoners uit de Helsingborgplaats. Zij kunnen hun auto steeds moeilijker parkeren doordat het personeel van de Amanstichting alle parkeerplaatsen in beslag neemt. Door de uitbreiding van de school breidt het personeelsbestand steeds verder uit. De school heeft de suggestie gedaan om het fietspad te verleggen om daarmee een parkeerplaats mogelijk te maken.
De suggestie zal in de commissie verder worden behandeld.
12. Eindevaluatie vergaderwijze
De heer Koedijk vindt dat de eindevaluatie binnen enkele maanden moet plaatsvinden.
Het raadsbesluit wordt aangenomen.
13. Motie gemeente Lansingerland aanleg A13/A16
De heer Van Pelt geeft aan dat Leefbaar Rotterdam de motie ondersteunt.
De heer Schippers sluit zich hierbij aan.
Ook alle andere partijen sluiten zich hierbij aan.
De heer Van Duin geeft de deelraad in overweging dat er door het steunen van de motie een afslag zal worden aangelegd ter hoogte van Lansingerland. Bij het aanleggen van de tunnel kan er namelijk worden gekozen voor boren of graven. Wanneer er wordt geboord dan komt de tunnel op dertig meter onder de grond op de zandlaag te liggen. Dan is het niet mogelijk om een afslag te maken. Op dat moment krijgt het DB een discussie over de HOV bij Ommoord. De bus kan dan namelijk niet over de A13/A16 omdat er geen afslag is bij Lansingerland. Hier zou de deelraad een opmerking over kunnen maken.
Wat mevrouw Ton betreft komt deze aanvulling in de brief als voorwaarde.
De andere partijen sluiten zich hierbij aan.
14. Motie gemeente Lansingerland nachtvluchten Airport Rotterdam
De heer Sörensen geeft aan dat Leefbaar Rotterdam de motie niet zal steunen.
De heer Van Lottum geeft aan tegen de motie te stemmen. Het kan niet zo zijn dat een vliegtuig dat om wat voor reden dan ook te laat aankomt, zal moeten uitwijken naar een verder gelegen vliegveld. Rotterdam is een grote stad en daar horen dit soort zaken bij.
Ook de VVD, mevrouw Zimmerman, de heer Van Lottum en de heer Eekhof zijn tegen. Het CDA, de PvdA, GroenLinks, SP en CU/SGP zijn voor.
De motie wordt met 14 tegen en 10 voor verworpen.
15. Verslag van de vergadering van de deelraad van 4 juli 2007, alsmede de lijst met toezeggingen
Mevrouw Ton stelt naar aanleiding van pagina 3 dat er in het kader van de parkeergelegenheid bij het IJsselland Ziekenhuis geen gesprek heeft plaatsgevonden met de burgemeester, maar met de voorzitter van de raad van bestuur van het ziekenhuis.
De heer Schippers merkt naar aanleiding van pagina 15 de achtste alinea op dat het woord ‘moeten’ vervangen zou moeten worden door ‘kunnen’. Dit geeft de intentie van zijn uitspraak correcter weer.
Lijst van toezeggingen
De heer Meijer vraagt het DB of er in september nog uitvoering wordt gegeven aan nummer 27 van de lijst. Dit geldt ook voor nummers 47 en 52.
De heer Van Duin reageert dat nummers 27 en 47 aan de deelraad zijn toegezonden. De informatie van nummer 52 zal in de commissie verder worden behandeld.
Mevrouw Van der Veen is van mening dat het stoepenplan (nummer 18) niet naar aanleiding van algemene opmerkingen van de lijst mag worden gehaald. Er zal eerst een meer concrete uitwerking moeten worden gepresenteerd voordat dit punt van de lijst mag worden gehaald.
Mevrouw Ton sluit zich hierbij aan. Voorts stelt zij naar aanleiding van nr. 16 van de moties (motie IX over invoering onderhoud Groen op basis van Standaard onderhoud in 2007) een vraag.
De heer Van Duin reageert op de vraag van mevrouw Ton dat er met de bestuursrapportage een voorstel zal worden gedaan.
De heer Van Lottum vraagt waarom de inhoud van het besluit dat al is genomen, niet aan de deelraad kan worden meegedeeld.
De heer Van Duin antwoordt dat er uitvoering aan zal worden gegeven.
De heer Krul maakt duidelijk dat er een opdracht aan gemeentewerken is gegeven om al in 2007 een start te maken met de inhaalslag. Dit zal in 2008 een vervolg krijgen.
16. Lijst ingekomen stukken
Hier wordt geen gebruik van gemaakt.
10. Benoemen plv. voorzitters voor de commissies van advies van de deelraad
De voorzitter stelt een stembureau in: de heer Meijer, mevrouw Ton en de heer Kooijman.
De heer Meijer maakt namens het stembureau de uitslag bekend.
Vice-voorzitter commissie Buitenruimte en Ruimtelijke Ontwikkeling:
De heer Van Schaik: 13 stemmen
De heer Choenni: 11 stemmen
Vice-voorzitter commissie Welzijn:
De heer Koedijk: 15 stemmen
De heer Sörensen: 9 stemmen
Toetreding van de heer Veenstra tot de commissie Welzijn:
18 stemmen voor
6 stemmen tegen
Toetreding van de heer Veenstra tot de commissie Buitenruimte en Ruimtelijke Ontwikkeling:
18 stemmen voor
6 stemmen tegen
Lidmaatschap van de heer Salhi van de commissie Buitenruimte en Ruimtelijke Ontwikkeling:
21 stemmen voor
3 stemmen tegen
De voorzitter ontbindt het stembureau en neemt aan dat de benoeming wordt geaccepteerd.
17. Sluiting
De voorzitter sluit de vergadering om 23.30 uur.
De griffier, De vicevoorzitter,
R.D. Weststrate A.A.P. Eekhof
