Direct naar hoofdmenu / zoekveld

2007-12-17 verslag


Verslag van de Openbare vergadering van de deelraad Prins Alexander gehouden op maandag 17 december 2007 in het deelgemeentekantoor aan het Prins Alexanderplein 6.


Aanwezig: Mevr. L. van Bijsterveld (PvdA), mevr. G.J. Brand (Leefbaar Rotterdam), mevr. M.A. Huisman (VVD), mevr. J.L. Ton (CDA), mevr. A.R. van der Veen (PvdA) en mevr. A.M. Zimmerman-Smit (CDA) evenals de heren H.L.E. Blanck (PvdA), P.J. van Brenkelen (Leefbaar Rotterdam), R. Choenni (PvdA), D. Graafland (SP), H.C.G. Koedijk (VVD), P. Kroon (PvdA), D.J.J. van Lottum (CDA), P. Meijer (Leefbaar Rotterdam), D.J. van Pelt (Leefbaar Rotterdam), A. Salhi (PvdA), B. van Schaik (Leefbaar Rotterdam), J.A. Schippers (CU/SGP), A. Siebel (Leefbaar Rotterdam), E.J.B. Stapelkamp (GroenLinks), L. Sörensen (Leefbaar Rotterdam), P. Veenstra (Lijst Veenstra) en W. Veldhuijzen (Leefbaar Rotterdam).


Afwezig: M. Boer (SP) en J.C.M. Soijer (Leefbaar Rotterdam).


Griffie: R.D. Weststrate (griffier)


Notulist: P.J. Hoepel, Alpha Talen Nederland BV Waddinxveen


Dagelijks bestuur: R. Krul (voorzitter van het dagelijks bestuur en de deelraad), mevr. G. Boekhoudt (portefeuillehouder), E.G. van Duin (portefeuillehouder), J. Noeverman (portefeuillehouder) en P.C. Paulusma (portefeuillehouder).


Insprekers: de heer Straver, mevrouw De Graaf, de heer Janson (bestuurder tennisvereniging Pharo) en de heer Sies (voorzitter bestuur Zevenkampsering).


Belangstellenden: ca. 15 belangstellenden.


1. Opening


De voorzitter opent de vergadering om 19.30 uur. Hij heet iedereen van harte welkom. Hij deelt mee dat de heren Boer en Soijer zich hebben afgemeld. De heer Soijer is wegens ziekte verhinderd. De heer Boer is afwezig in verband met de geboorte van zijn zoon.


2. Vaststelling agenda


De heer Sörensen geeft aan een extra punt aan de agenda te willen toevoegen. Hij wil spreken over een evenement te organiseren in juni 2008.


Er ontstaat een discussie in de deelraad of het al dan niet noodzakelijk is het punt te behandelen. Na stemming (Voor: Leefbaar Rotterdam, CDA en Groenlinks. Tegen: PvdA, VVD, SP, CU/SGP en Lijst Veenstra) wordt het agendapunt toegevoegd.


De agenda wordt voorts goedgekeurd en vastgesteld.


3. Gelegenheid tot het stellen van vragen door het publiek over onderwerpen die niet op de agenda staan


De heer Straver refereert aan zijn gestuurde brieven. Vervolgens geeft hij een toelichting op zijn eerste brief. Hij geeft aan dat het Hoogheemraadschap niet beschikt over de beloofde gegevens. De projectontwikkelaar is vertrokken en de bewoners worden geconfronteerd met bouwafval en bagger in de sloten. Het wordt op dit moment overgelaten aan de bewoners. Dit is een zeer kostbare aangelegenheid. Spreker geeft aan een eigen controle te hebben uitgevoerd naar de uitvoerende taken van het Hoogheemraadschap. Hij geeft aan dat hij dit onderzoek kan completeren. Dit is echter voor bewoners een te kostbare zaak. Door de projectontwikkelaar zijn te veel sloten gedempt en dit dempen is niet met voldoende afgravingen gecompenseerd. Het baggeren is volgens het Hoogheemraadschap vertraagd doordat geen geschikte aannemer kon worden gevonden. Spreker heeft echter binnen twee weken twee aannemers gevonden die bereid zijn het karwei te voltooien. Hij vraagt de deelgemeente een verordening te sturen aan het Hoogheemraadschap dat de projectontwikkelaar zijn bouwafval verwijdert en de sloten uitdiept. Indien dit niet gebeurt het Hoogheemraadschap te verzoeken dit te doen. Zij kan projectontwikkelaars sanctioneren met boetes om aldus een en ander af te dwingen. Voorts geeft hij aan dat het Hoogheemraadschap een slootbreedte hanteert van 1,80 meter. Hierdoor slippen de sloten snel dicht. Het baggeren met behulp van een baggerboot is hierdoor niet mogelijk. Daar is een breedte van 2,80 meter noodzakelijk. Hij vraagt een tweetal deskundigen uit de deelgemeente te benoemen om met hem en zijn deskundige uit te zoeken hoeveel vierkante meters er zijn gedempt en hoeveel er zijn afgegraven. Hierdoor wordt het mogelijk het Hoogheemraadschap te controleren. Het kan niet zo zijn dat het Hoogheemraadschap haar eigen controlerende taak verwaarloost. Spreker is van mening dat de houding van het Hoogheemraadschap niet past in een open democratische samenleving. Hij dringt er bij de deelraad op aan hem te ondersteunen.


De heer Meijer is verbaasd door de woorden van de heer Straver. Van het DB heeft hij begrepen dat het probleem was opgelost.


De heer Stapelkamp constateert dat sprake is van een juridisch geschil tussen de particuliere woningeigenaars, de projectontwikkelaar en het Hoogheemraadschap. De gang naar de burgerlijke rechter ligt voor de hand. Hij vraagt zich dan ook af wat de rol van de deelraad hierin kan zijn.


De heer Koedijk geeft aan de reactie van het DB af te wachten. Daarnaast sluit hij zich aan bij de woorden van de heer Stapelkamp en doet de suggestie aan de heer Straver naar de Raad van Arbitrage te gaan.


De heer Paulusma maakt in de eerste plaats duidelijk dat een dwangsombesluit aan Modus projectontwikkelaars is uitgegaan op 10 december 2007 door het College van Dijkgraaf en Hoogheemraden. De problematiek van de heer Straver zou hier door moeten worden opgelost. In de tweede plaats gaat spreker in op de kritiek van de heer Straver betreffende het teveel dempen van sloten en te weinig afgraven door projectontwikkelaars. Spreker legt uit dat het moeilijk is vast te stellen in hoeverre dit afdwingbaar is. Dit vergt meer tijd van de deelgemeente om dit te onderzoeken. Tot slot heeft hij vernomen dat spreker op 15 november 2007 een uitnodiging tot gesprek heeft gekregen van het Hoogheemraadschap. De heer Straver zal een schriftelijke reactie van de deelgemeente op zijn vraag ontvangen.


2etermijn


De heer Straver geeft aan een tweetal procedures tegen het Hoogheemraadschap te hebben gevoerd. Uit de stukken wordt duidelijk dat er te veel is gedempt en te weinig is afgegraven. Het Hoogheemraadschap schrijft echter voor de omgekeerde volgorde te hanteren. In de procedures tegen het Hoogheemraadschap heeft de rechter aangegeven dat hijzelf met cijfers moet bewijzen dat van bovenstaande discrepantie sprake is. Deze cijfers kunnen echter alleen door het Hoogheemraadschap worden geleverd. Zij zijn daar niet voldoende toe in staat. Vervolgens heeft het Hoogheemraadschap aangegeven dat het niet hun manier van werken is. Spreker is toen uitgenodigd voor een gesprek op 15 november 2007. De projectontwikkelaar zal het project afsluiten met een faillissement. Hij zal dan ook niet tot betaling in staat zijn. De heer Straver voorziet dat er op een gegeven moment een brief aan de bewoners zal worden gestuurd dat zij de sloten op diepte dienen te brengen. Dit zal grote kosten voor de bewoners met zich meebrengen. De deelgemeente heeft een brief van het Hoogheemraadschap ontvangen waarin het Hoogheemraadschap toezegt het cijfermateriaal beschikbaar te stellen. De deelgemeente kan het Hoogheemraadschap verzoeken deze cijfers alsnog te verstrekken. Daarnaast kan een tweetal gemeenteraadsleden hem vergezellen op een gesprek met het Hoogheemraadschap. Hierdoor zal er meer gewicht in de schaal worden gelegd.


De heer Koedijk wijst nogmaals op de mogelijke GIW-garantie en de daaruit voortvloeiende mogelijkheid van een gang naar de Raad van Arbitrage.


De heer Straver wijst nogmaals op de discrepantie tussen dempen en afgraven.


De heer Koedijk interrumpeert de heer Straver en maakt duidelijk dat de projectontwikkelaar de troep op moet ruimen. Indien hij dit niet doet dan moet hij daartoe middels een gerechtelijke uitspraak toe worden verplicht. Is de projectontwikkelaar failliet dan bestaat er een verzekeringspot waaruit dit kan worden vergoed.


De heer Meijer maakt duidelijk dat dit alleen mogelijk is wanneer het project is opgeleverd. In dit geval wordt er nog gebouwd waardoor het GIW-garantie weinig soelaas biedt.


De heer Stapelkamp geeft aan dat de heer Straver op grond van de Wet Openbaarheid Bestuur recht heeft op inzage van alle openbare stukken. Een burger kan dus wel degelijk inzicht krijgen in de documenten van het Hoogheemraadschap. De deelgemeente zal zich niet met dit conflict tussen Hoogheemraadschap, particuliere eigenaren en de projectontwikkelaar moeten bemoeien.


De heer Meijer is van mening dat de deelgemeente zich door het sturen van een brief al met het conflict heeft bemoeid. Spreker vraagt het DB of de gegevens zijn opgevraagd en of de heer Straver daarvan een kopie kan ontvangen.


De heer Paulusma antwoordt dat indien de deelgemeente over gegevens beschikt die voor de heer Straver relevant zijn, de Wet Openbaarheid Bestuur van toepassing is.


De voorzitter legt uit dat de deelraad een brief heeft gestuurd. Het ligt voor de hand dat eerst een rappel op deze brief zal moeten worden gezonden aan het Hoogheemraadschap.


Mevrouw Ton geeft aan dat er onduidelijkheid bestaat over het gesprek van 15 november jl.


De heer Straver legt uit dat hij op 15 november een brief heeft ontvangen om tot een gesprek te komen.


Mevrouw De Graaf maakt gewag van het feit dat sinds de busbaan in de Henry Eversstraat is opgeheven er door automobilisten met grote snelheid wordt gereden. Dit is een groot gevaar voor de kinderen uit de straat en voor de Willem Alexanderschool. Spreekster vraagt om een veilige oversteekplaats of een veilige schoolroute voor de kinderen.


De heer Meijer vraagt of automobilisten dan twee banen gebruiken en elkaar geen inhalen.


De heer Van Duin legt uit hoe de busbaan tot stand is gekomen. Deze is met subsidie van de regio aangelegd. De deelgemeente heeft toen afgedwongen dat er vrij liggende fietspaden zouden worden aangelegd. In het verkeersoverleg zal moeten worden bekeken of het mogelijk is een dertig kilometerzone aan te leggen of andere maatregelen te treffen.


4. Vaststelling kadernotitie vrijwilligerswerk


Mevrouw Zimmerman refereert aan de commissievergadering Welzijn. In die vergadering heeft het CDA aangegeven dat zij het niet noodzakelijk vindt deze op dit moment vast te stellen. Er is namelijk nog geen stedelijk uitvoeringsprogramma vastgesteld. Tot slot vraagt spreekster of het organiseren van het vrijwilligerscafé een toestroom van nieuwe vrijwilligers heeft opgeleverd.


Mevrouw Van der Veen maakt duidelijk dat de kadernota goed aansluit bij het PvdA-verkiezingsprogramma en bij het coalitieakkoord. De PvdA-fractie zal dan ook instemmen met de vaststelling van de kadernota.


Mevrouw Huisman stelt in de eerste plaats vast dat het gaat om een kadernotitie en niet om een kadernota. Voorts brengt zij de besprekingen in het kader van de WMO ter sprake. De VVD heeft in de commissie vergadering Welzijn aangegeven een voorbehoud te willen stellen aan de notitie. Uit het fractieoverleg van de VVD is een aantal conclusies naar voren gekomen:

  1. Dat de WMO het stimulerende kader is, en zou moeten zijn, om met het vraagstuk van vrijwilligerswerk en daarmee samenhangend beleid tot innovatieve beleidskaders te komen;

  2. Dat er met vrijwilligers en het werk dat zij doen zorgvuldig moet worden omgegaan in de zin van waardering en ondersteuning.

Het gebruik van een tien jaar oude bron in dit kader geeft bij de VVD grote vraagtekens omtrent de relevantie van die informatie.

De notitie gaat vooral uit van een geïnstitutionaliseerde visie op vrijwilligers en biedt geen enkel aanknopingspunt voor de individuele vrijwilliger. Deze vrijwilligers kunnen volstrekt andere vragen hebben dan de professionele verenigingen van vrijwilligers. Het vraagstuk van de vrijwilligers mag nooit worden gezien als het sluitstuk van een begroting. De drie hoofdpunten uit de notitie ‘ondersteunen, waarderen en promoten’ worden door de VVD positief ontvangen en onderschreven. De VVD vraagt vervolgens van het DB om de notitie aan te passen of aan te vullen met een visie over de niet-geïnstitutionaliseerde vrijwilligers. Hierdoor wordt een betere afspiegeling bereikt van de diversiteit aan vrijwilligerswerk in de deelgemeente. Voorts vraagt spreekster de andere politieke partijen een uitspraak te doen over het feit dat vrijwilligerswerk wordt gezien als een sluitstuk van de begroting. Tot slot doet zij het voorstel om een werkgroep te installeren die moet onderzoeken wat de oorzaak is van het tekort aan vrijwilligers. Zij wijst nog op een discrepantie tussen genoemde percentages.


De voorzitter reageert op de inbreng van de verschillende partijen. Hij deelt de mening van het CDA niet. Het is in het belang van de vrijwilligers dat de notitie wordt vastgesteld. Het klopt dat het DB een vrijwilligerscafé heeft georganiseerd. De middag en de avond is door ongeveer 180 vrijwilligers bezocht. Het is niet duidelijk of dit nieuwe vrijwilligers heeft opgeleverd. De deelgemeente heeft wel een aantal bedankjes ontvangen voor de organisatie.


In reactie op mevrouw Huisman maakt spreker duidelijk dat het niet de keuze van het DB was om het vrijwilligerswerk als de sluitpost van de begroting te zien. Deze keuze is door de deelraad in de jaren van krapte gemaakt.


Mevrouw Huisman interrumpeert en geeft aan een uitspraak van de andere politieke partijen te verwachten over deze keuze.


De voorzitter vervolgt dat het de bedoeling is om het steunpunt in te richten. Ten aanzien van het onderzoek van 1998 legt hij uit dat uit recente gesprekken met vrijwilligers is gebleken dat die oude informatie nog steeds relevant is en om die reden is meegenomen in de kadernotitie. Op de vraag van mevrouw Huisman om ook de niet-georganiseerde vrijwilligers in de kadernotitie te betrekken, geeft spreker aan dat de notitie op alle vrijwilligers betrekking heeft. Ook zij kunnen dus een beroep doen op de kadernotitie.


Mevrouw Huisman merkt op dat het voor de niet-geïnstitutionaliseerde vrijwilligers erg lastig is om ‘iets te halen’ zonder daarbij van de ene organisatie naar de andere te worden doorverwezen.


De voorzitter antwoordt dat er een steunpunt zal worden ingericht. Deze niet-georganiseerde vrijwilligers zullen zich toch bij de deelgemeente moeten melden.


Mevrouw Zimmerman vraagt zich af of de bedankjes opzeggingen betroffen.


De voorzitter antwoordt dat dit niet het geval is.


De kadernotitie wordt vastgesteld met de steun van alle fracties met uitzondering van Leefbaar Rotterdam.


5. Beantwoording verzoek d.d. 18 oktober 2007 van deelraad van Hoogvliet een onderzoek naar interne zaken dienst S&R te ondersteunen


De voorzitter maakt duidelijk dat het DB negatief staat ten opzichte van het verzoek van de deelraad van Hoogvliet.


De heer Meijer geeft de deelraad in overweging mee dat het soms verstandig kan zijn om een andere deelgemeente te steunen zodat indien de eigen deelgemeente steun verlangt deze ook zal worden geboden.


Mevrouw Ton reageert op de heer Meijer. De suggestie van de heer Meijer vindt zij niet correct. Er kan geen sprake zijn van koehandel. Iedere deelgemeente dient haar eigen verantwoordelijkheid te nemen.


De heer Meijer merkt op dat er in dit geval ook een belang is voor de deelgemeente PA. Het wordt anders indien dat niet het geval is.


Mevrouw Ton geeft aan dat zij verheugd is met de brief. Spreekster gaat er van uit dat een en ander naar tevredenheid zal worden opgelost.


De heer Paulusma gaat in op de woorden van de heer Meijer. Hij maakt duidelijk dat het niet de geëigende weg is. Daarnaast is de onderbouwing in de brief erg mager. Voorts dienen dit soort vraagstukken te worden getoetst in het overleg in het kader van de vereniging van Rotterdamse deelgemeenten. In die zin wordt steun voor elkaars standpunten gevraagd.


De voorzitter constateert dat de deelraad unaniem besluit niet in te gaan op het verzoek.


6. Benoeming vier nieuwe leden in de Bezwaarschriftencommissie


De voorzitter stelt de deelraad voor in te stemmen met de benoeming van de volgende leden voor de Bezwaarschriftcommissie: mevrouw M.C. Groenewegen-Weerman, mevrouw S. Pantelić, de heer mr. G.J. Ponstein en mevrouw A.C. Sies-Van Waas.


De heer Kroon deelt namens het stembureau mee dat alle vier de leden zijn gekozen.


mevrouw M.C. Groenewegen-Weerman 21 voor en 2 tegen

mevrouw S. Pantelić 20 voor en 3 tegen

de heer mr. G.J. Ponstein 21 voor en 2 tegen

mevrouw A.C. Sies-Van Waas 21 voor en 2 tegen


7. Maatschappelijke opvang


De heer Meijer is verbaasd over het niet opnemen van de Kellogplaats op de shortlist. Hij vraagt zich af indien de Kellogplaats niet op de shortlist was opgenomen, waarom dat niet het geval was. In het geval hij wel op de shortlist is opgenomen, verbaast het spreker dat er wordt gesteld dat de plaatsen op de lijst niet voldoen of niet op korte termijn kunnen worden gerealiseerd. Desalniettemin zal er aan de Kellogplaats sneller maatschappelijke opvang worden gerealiseerd dan bij Vestia. Toch lijkt het DB wel met alle partners in gesprek te zijn geweest. Voorts vraagt hij naar de stand van zaken van de juridische procedure t.a.v. de Romanohof.


De heer Schippers geeft aan gesprekken te hebben gevoerd met betrokkenen en indirect betrokkenen van mensen die aan de Kellogplaats wonen. Zij maken zich zorgen over de gedwongen verhuizing van mensen op hoge leeftijd. Daarnaast maakt hij duidelijk dat de CU/SGP-fractie vindt dat wijken niet moeten worden overbelast. Hij begrijpt dat de plannen worden bijgesteld tot een kleinschaliger opvang. Spreker is hier verheugd over.


De voorzitter legt uit dat de opvang aan de Kellogplaats niet moet worden verward met de maatschappelijke opvang van groepen dak- en thuislozen in alle deelgemeenten van Rotterdam. De deelgemeente heeft een drietal locaties voor maatschappelijke opvang aangewezen. In een gesprek met de WBR heeft het DB begrepen dat er plannen waren voor opvang van bepaalde groepen mensen. Het DB is onaangenaam verrast geweest met de confrontatie met het bericht uit de krant. Het DB heeft toen direct een gesprek georganiseerd met bewoners, met Pameijer en met de WBR. Er is door het DB aangegeven dat de voorziening die zou moeten worden gerealiseerd in combinatie met de slechte communicatie niet correct is verlopen. Dit is door de WBR erkend. Dit heeft er toe geleid dat er met bewoners opnieuw in gesprek is gegaan. Er zal een kleinere groep van autisten worden gehuisvest. Door het DB is gevraagd of er gedwongen verhuizing zal moeten plaatsvinden. Er zal door het DB een vinger aan de pols worden gehouden. Primair is het op dit moment een zaak tussen WBR en Pameijer. Tot slot geeft hij aan de link met de shortlist niet te begrijpen en ook niet te willen leggen.


De heer Noeverman merkt op niet volledig op de hoogte te zijn van de situatie bij de Romanohof. Door de bewoners is bezwaar aangetekend. Dit is afgewezen en de bewoners zijn op dit moment in beroep gegaan. Met de klankbordgroep is afgesproken dat met de bijeenkomst zal worden gewacht tot de procedure is afgerond.


2etermijn


De heer Meijer geeft aan nog steeds geen duidelijkheid te hebben over de vraag of de Kellogplaats op de shortlist was opgenomen of niet. Indien hij niet op de shortlist is opgenomen, verbaast hem dat ten zeerste aangezien er bij de totstandkoming van de shortlist met de corporaties overleg heeft plaatsgevonden over de shortlist. Als hij wel op de shortlist staat, verbaast het hem opnieuw aangezien de locaties op de shortlist volgens de wethouder niet op korte termijn konden worden gerealiseerd. Dit is bij de Kellogplaats blijkbaar wel mogelijk.


Voorts maakt hij duidelijk dat er wel degelijk informatie is uitgewisseld tussen het DB en de WBR. Spreker heeft dit zelf van de WBR begrepen. Blijkbaar is men later van gedachten veranderd.


Tot slot vindt spreker het opvallend dat de klankbordgroep haar bijeenkomst heeft opgeschort tot na de procedure. Hij hoopt dat dit met de andere klankbordgroepen niet op een zelfde manier zal verlopen.


De heer Schippers vraagt het DB of het argument om de groep niet te concentreren, maar te verspreiden over meerdere kleine eenheden de doorslag kan geven om Pameijer of de WBR te overtuigen. Een spreiding biedt namelijk betere integratiekansen. Tot slot vraagt hij zich af of het aantal beschikbare en betaalbare ouderenwoningen in gevaar kan komen.


De voorzitter legt uit geen discussie te willen voeren over de shortlist. Hier zijn in het verleden afspraken over gemaakt en daar zal hij zich aan houden.


De heer Meijer vraagt of het DB de informatie per brief beschikbaar kan stellen.


Mevrouw Van der Veen vraagt de heer Meijer naar de relevantie van een shortlist.


De heer Meijer maakt duidelijk dat hij wil weten of de locatie aan de Kellogplaats ten onrechte wel of ten onrechte niet op de shortlist is opgenomen.


Mevrouw Van der Veen reageert dat de heer Meijer daarmee ten onrechte uitgaat van de vooronderstelling dat de opvang van dak- en thuislozen van dezelfde aard is als de opvang van (ex)-psychiatrische patiënten.


De heer Meijer is van mening dat het programma van eisen nagenoeg hetzelfde is voor de beide categorieën.


De voorzitter vervolgt dat de WBR in eerste instantie inderdaad heeft aangegeven dat zij dachten dat het DB op de hoogte was. In latere gesprekken hebben zij dit terug genomen. Indien de deelraad behoefte heeft aan informatie middels een roze brief, dan zal dit worden gedaan.


De heer Meijer geeft aan behoefte te hebben aan een dergelijke roze brief.


Mevrouw Ton sluit zich hierbij aan.


Mevrouw Van der Veen maakt duidelijk de meerwaarde van de roze brief niet te zien.


Mevrouw Ton reageert dat zij zich afvraagt hoe mevrouw Van der Veen haar controlerende taak dan vorm wenst te geven.


Mevrouw Van der Veen reageert dat er afspraken zijn gemaakt omtrent de shortlist.


Mevrouw Ton is van mening dat er op die manier wordt gecontroleerd op hele grote lijnen.


De voorzitter zegt toe een roze brief over het onderwerp aan de deelraad toe te zenden.

Hij vervolgt en geeft aan in reactie op de heer Schippers dat Pameijer heeft aangegeven voor de begeleiding de voorkeur te geven aan een grotere locatie. Door de grotere omvang wordt de begeleiding mogelijk. Het betreft ongeveer 24 cliënten. Er zullen vierentwintig woningen aan het woningaanbod voor ouderen worden onttrokken. Naast deze vierentwintig staan er nog meer woningen leeg.


8. Keuze gebruik en investering sportcomplex tennisvereniging Pharo


De heer Paulusma geeft aan dat het DB een grote reserve heeft bespeurd ten opzichte van het investeren van € 100.000,-. Daarnaast is er op aangedrongen om te zoeken naar andere mogelijkheden. Er heeft nadere bezinning plaatsgevonden en het DB heeft besloten de investering in te trekken. In de tweede plaats zal spreker in januari een gesprek aangaan met het bestuur van Pharo over de financiële toekomst met betrekking tot de onderzoeksvraag. Voorts zal in het gesprek moeten worden bekeken hoe de onderzoeksvraag zo veel als mogelijk kan worden beperkt. Tot slot zal het gesprek aan de deelraad worden teruggekoppeld met mogelijkerwijs te nemen maatregelen.


De heer Janson is van mening dat er te weinig overleg heeft plaatsgehad met de tennisvereniging. In de nieuwe discussie heeft de tennisvereniging de mogelijkheid om samen met het DB een onderzoeksvraag op te stellen om op die manier een diepgaander onderzoek mogelijk te maken.


Mevrouw Ton constateert dat de portefeuillehouder snel leert. Ze heeft begrepen dat er kort voor de vergadering overleg heeft plaatsgevonden waarna de te voeren discussie niet meer noodzakelijk is. Het dualisme lijkt op die manier opnieuw niet te werken. Toch geeft spreekster aan dat zij haar betoog zal afsteken zoals zij dat heeft voorbereid.


In de eerste plaats citeert zij uit de folder die het CDA in de afgelopen week heeft verspreid. Duidelijk is dat een van de twee complexen zal moeten worden afgestoten. De vraag is welke. Het DB doet het voorstel het complex Lieven de Key te sluiten. Het bestuur van de tennisvereniging heeft immers de huur van dit complex zelf opgezegd. De argumentatie hiervoor is dat het niet langer verantwoord was nog te tennissen op het complex gezien de slechte onderhoudstoestand. Pharo verwijt de deelgemeente niet met hen over de problematiek te hebben gesproken. Dit is geen goed teken. Het kan dan ook niet zo zijn dat het DB van het bestuur van de tennisvereniging verwacht dat zij met een compleet plan van aanpak komen. Ook de deelgemeente zal hierin haar verantwoordelijkheid moeten nemen. Aan vrijwilligers kunnen niet dezelfde eisen worden gesteld als aan professionele betaalde krachten.


Vervolgens gaat spreekster in op de ingetrokken motie. Het is gewenst een quickscan te maken van de tennismogelijkheden en beperkingen in de deelgemeente. De financiering van alternatieve inrichtingen van Lieven de Keyen Oosterflank zal moeten worden onderzocht. De deelraad kan de uitkomsten hiervan gebruiken bij haar besluitvorming. Spreekster verzoekt zo spoedig mogelijk een extern onderzoek te laten plaatsvinden. Zij vraagt de heer Paulusma in welk tijdsbestek dit kan worden verwacht en welke kosten hiermee zijn gemoeid. Het is belangrijk dat de sport tennis behouden blijft voor de deelgemeente. Het CDA is van mening dat er een meerjarenbeleid voor de sport in de deelgemeente zal moeten worden ontwikkeld. Wellicht komt het CDA in de toekomst met een motie die hierop aan zal dringen.


De heer Van Pelt maakt duidelijk dat ook Leefbaar Rotterdam een voorstander is van de quickscan. Leefbaar Rotterdam is blij met het onderzoek en vraagt in aansluiting bij het CDA in welk tijdsbestek dit kan worden verwacht. Spreker denkt aan een termijn van zes tot acht weken. De kosten voor het onderzoek dienen beperkt te blijven.


De heer Graafland is blij met de toezeggingen van de heer Paulusma. De andere twee tennisverenigingen dienen ook bij het onderzoek te worden betrokken.


De heer Schippers is verheugd met de actie van het DB. De toekomst van Pharo zal centraal staan in het onderzoek. Hij vraagt zich af of een fusie tussen Pharo en de andere Capelse tennisvereniging mogelijk is. Voorts vraagt hij het DB hoe wordt omgegaan met mogelijke verschillen in steun aan Pharo in vergelijking met andere verenigingen.


Mevrouw Ton interrumpeert en stelt dat Pharo een tennisvereniging van PA is en niet van Capelle a/d IJssel.


De heer Schippers geeft aan dat het een verspreking was. Hem is verteld dat de andere tennisvereniging redelijk dicht bij Pharo is gelegen.


Mevrouw Ton vermoedt dat het dan gaat over De Schenkel. Die bestrijkt echter een volstrekt ander gebied. De opmerking van de heer Graafland is dan wat haar betreft meer op z’n plaats. Die betrof tennisverenigingen uit PA.


De heer Schippers vervolgt en brengt te berde dat het IJssellandziekenhuis belangstelling zou hebben voor het terrein van Pharo voor parkeergelegenheid.


Mevrouw Ton vraagt wat spreker bedoelt.


De heer Schippers antwoordt dat het IJssellandziekenhuis behoefte heeft aan parkeergelegenheid.


Mevrouw Ton vraagt zich in reactie op de heer Schippers af of hij het terrein van Pharo in de uitverkoop wenst te doen. Er zijn nog meer partijen die belangstelling hebben voor het terrein.


De heer Paulusma legt uit dat in het gesprek met Pharo de onderzoeksvraag zal worden afgebakend. De opmerkingen van de SP zal hij meenemen. In reactie op de opmerkingen over het tijdpad geeft hij aan dat in januari een gesprek met Pharo zal plaatsvinden; in februari zal dit in de commissie worden afgetikt en vervolgens zal het in april kunnen worden afgerond. Wat betreft de kosten denkt hij aan een bedrag van € 15.000,-. Met betrekking tot het sportbeleid is nuchterheid geboden. Er is een beleidskader en een nota van uitgangspunten met betrekking tot sportbeleid.


De heer Van Lottum herinnert zich dat de fracties afgelopen woensdag hebben aangedrongen op een beperking van de kosten voor het onderzoek. Hij vraagt zich af of de € 100.000,- zijn geparkeerd of dat dit bedrag is verdwenen.


De heer Paulusma legt uit dat de investering niet zal worden gedaan. Het bedrag is teruggevallen in de algemene middelen. Mogelijkerwijs zal er bij de voorjaarsnota een voorstel worden gedaan.


2etermijn


Mevrouw Ton benadrukt dat een notitie van uitgangspunten niet kan worden vergeleken met meerjarenbeleid zoals dat in de deelgemeente bestaat op het gebied van welzijn en buitenruimte. Spreekster is blij dat er niet overhaast behoeft te worden gehandeld en dat de heer Paulusma op zijn schreden is teruggekeerd. Tot slot is mevrouw Ton benieuwd naar de visie van het DB op de door de heer Schippers gedane suggestie.


De heer Koedijk biedt zijn excuses aan aan mevrouw Ton. Hij was initiatiefnemer voor een motie. Door het overleg kort voor de vergadering met de portefeuillehouder is de indiening van de motie overbodig geworden. Spreker complimenteert het DB met het nemen van haar verantwoordelijkheid in deze zaak om te komen tot een oplossing.


De heer Paulusma merkt op in reactie op mevrouw Ton dat er kan worden gesproken over sportbeleid.


De heer Van Duin legt vervolgens aan de heer Schippers uit dat het IJssellandziekenhuis interesse heeft getoond voor een deel van de sportvelden voor parkeerplaatsen. De Rotterdamse grond is echter te duur voor Capelse parkeerplaatsen naar de mening van het DB.


De voorzitter sluit af en stelt vast dat het voorstel door de deelraad wordt gesteund.


9. Plan van aanpak Recreatiecentrum Zevenkampsering


Mevrouw Ton maakt duidelijk dat het CDA voor het openblijven van het zwembad Zevenkampsering is. De financiële afhandeling van 2006 heeft zeer lang op zich laten wachten. Het DB heeft hier te laat ingegrepen. Spreekster vraagt zich af waarom de heer Paulusma niet eerder heeft ingegrepen en werd afgewacht tot de heer Krul ingreep. Voorts heeft spreekster kritiek op het handelen van het bestuur van het zwembad. Het CDA is een voorstander van voorgestelde investering, maar vindt de extra € 50.000,- te voorbarig en overbodig. Het DB heeft verzuimd het bestuur van het zwembad te vragen waarvoor het geld noodzakelijk is. Dit is nodig aangezien het bestuur van het zwembad heeft laten zien met onverwachte tegenvallers te komen. Het DB dient dan ook een strakke controle uit te oefenen op het geld dat aan het zwembad wordt gedoneerd. Mevrouw Ton maakt een vergelijking met de stichting Wion. Deze stichting moest iedere drie maanden verantwoording afleggen aan de deelgemeente. Het betreft in dit geval geen vrijwilligers zoals bij Wion, maar betaalde medewerkers.


De heer Veldhuijzen geeft aan dat voor Leefbaar Rotterdam net als het CDA het bedrag van € 160.000,- het maximum is. Een extra bedrag van € 50.000,- is een verkeerd signaal. Enerzijds wordt hierdoor de indruk gewekt dat een cadeau wordt gegeven voor een prestatie die dat geenszins rechtvaardigt. Anderzijds dient er ook een prikkel uit te gaan van de deelgemeente dat het plan van aanpak zal worden uitgevoerd. Door reeds op voorhand het extra bedrag te doneren, kan een ‘laat maar waaien’ mentaliteit ontstaan bij het bestuur van het zwembad.


De heer Salhi legt uit dat de PvdA het belangrijk vindt dat het zwembad openblijft. De fractie steunt het DB in de donatie van het bedrag van € 210.000,-. Er zal goed worden opgelet of het geld goed wordt besteed.


De heer Meijer vraagt de heer Salhi of hij van mening is dat zonder de € 50.000 extra het zwembad niet zal voortbestaan.


De heer Salhi geeft aan vertrouwen te hebben in het DB. Het kan niet zo zijn dat het zwembad steeds naar de deelgemeente moet komen om extra geld te vragen.


De heer Meijer vindt het op voorhand doneren van € 50.000,- te ver gaan. Door het zwembad kan bij onvoorziene uitgaven bij de deelgemeente worden aangeklopt.


De heer Salhi heeft begrepen dat het extra bedrag noodzakelijk is.


Mevrouw Ton begrijpt niet hoe het mogelijk is om een post onvoorzien te voorzien.


De heer Salhi legt uit dat op iedere goede begroting een post onvoorzien is opgenomen.


Mevrouw Ton stelt dat het reëel is om het in dit geval om te draaien. Spreekster vraagt zich af wat er op tegen is om het bestuur naar de deelgemeente te laten komen met de vraag om extra middelen indien zij daar door onvoorziene omstandigheden toe worden genoodzaakt.


De heer Stapelkamp is van mening dat het niet uitmaakt. In het ene geval wordt er vooraf gecontroleerd en in het andere geval achteraf. Controle achteraf is minder bureaucratisch. Hij ziet het extra bedrag overigens niet als een beloning.


De heer Meijer geeft aan dat de post onvoorzien een zeer breed begrip is. Hier kunnen zeer veel verschillende zaken onder vallen. Het bedrag zou dan ook vooraf moeten worden gelabeld om controle achteraf mogelijk te maken.


De heer Stapelkamp merkt op dat hij begrepen heeft dat het gaat om technisch onderhoud.


De heer Veldhuijzen wijst op de laatste alinea van de brief van 14 augustus jl. Daarin wordt gesteld dat de exploitatie haar eigen verantwoordelijkheid moet nemen. Het bedrag is bestemd voor onvoorziene uitgaven.


De heer Graafland maakt duidelijk dat de SP akkoord gaat met het bedrag van € 210.000,-.


De heer Paulusma antwoordt in reactie op de vragen van mevrouw Ton dat hij in de commissie op al haar vragen antwoord heeft gegeven. Hij gaat deze niet herhalen. De bestuursstijl van het DB is om instellingen niet afhankelijk te laten zijn. Hij deelt niet de mening van de heer Veldhuijzen dat het DB geld zou laten waaien.


De heer Veldhuijzen interrumpeert en legt uit dat niet het DB geld laat waaien, maar dat het bestuur van het zwembad deze instelling zou kunnen krijgen. Voorts rekent hij voor dat het DB het geld in drie jaar zal terugverdienen. Dit geeft zij ook zelf aan in de brief. Hij snapt dan ook niet dat er een ingewikkelde constructie wordt bedacht voor iets dat niet noodzakelijk is.


De heer Paulusma sluit zich hierbij aan. Het bedrag zal door de neerwaartse bijstelling van de subsidie in vier jaar zijn terugverdiend.


2etermijn


De heer Sies erkent dat er in het verleden fouten zijn gemaakt. Hij mist in de discussie het punt betreffende de continuïteit van de accounting. In 2006 resulteerde dit in het niet afgeven van een goedkeuringsverklaring door de accountant. Dit leverde een zeer lastig dilemma op.

Voorts legt hij uit dat voor de technische onderhoudskosten steeds een grote afboeking plaatsvond. De komende jaren zullen er grote investeringen moeten worden gedaan. Spreker vindt het niet meer dan normaal dat de deelraad verantwoording vraagt over het bedrag van € 50.000,-.


2etermijn


Mevrouw Ton maakt duidelijk dat zij het geld niet op voorhand wenst te geven. Zeker nu niet vaststaat waar het geld aan zal worden besteed. In het licht van de problemen die er in 2005 en 2006 zijn geweest, wordt er volgens haar zeer ruimhartig opgetreden in de richting van het bestuur van het zwembad. Dit wordt versterkt door een vergelijking te maken met andere sportverenigingen. Zij noemt verder de tafeltennisvereniging die steeds verantwoording moest afgeven aan de deelgemeente.


De heer Veldhuijzen stelt een tweetal vragen:

  1. Is de grote afboeking van de accountant nu definitief opgelost?

  2. Wat gebeurt er met de € 50.000,- buffer indien de begroting niet wordt gehaald?


De heer Sies legt uit dat de verantwoording aan het DB gemakkelijker ging doordat er altijd een vertegenwoordiger van de deelgemeente aanwezig was bij de vergaderingen van het bestuur van het zwembad. Het is belangrijk dat voor de toekomst een goede inschatting wordt gemaakt met betrekking tot de onderhoudskosten.


De heer Paulusma reageert in de richting van mevrouw Ton dat een sportvereniging niet is te vergelijken met een accommodatie. Tot slot antwoordt hij in reactie op de heer Veldhuijzen dat de grote afboeking is gecorrigeerd en dat het bedrag van € 160.000,- daar mede op is gebaseerd. Op de tweede vraag antwoordt hij dat het niet vanzelfsprekend is dat dit blijft doorlopen. Hier zal in de toekomst over moeten worden gesproken.


De voorzitter vat samen en geeft aan dat Leefbaar Rotterdam het extra bedrag van € 50.000,- niet op voorhand wenst te doneren.


Mevrouw Ton sluit zich bij Leefbaar Rotterdam aan. In reactie op de heer Sies maakt spreekster duidelijk dat er door het bestuur van het zwembad zal moeten worden gebouwd aan vertrouwen. De deelgemeente heeft alles in het werk gesteld om het zwembad te benaderen. Pas na anderhalf jaar heeft het bestuur de problemen erkend.


10. Verslagen van de vergadering van de deelraad van 29 oktober, 12 en 29 november 2007


De heer Meijer merkt op dat indien er in het verslag wordt gemeld dat hij iets van mening is, dit ook geldt voor alle andere leden van de fractie van Leefbaar Rotterdam.


De voorzitter gaat ervan uit dat overal waar de heer Meijer wordt genoemd de mening van Leefbaar Rotterdam wordt verkondigd.


De verslagen worden vastgesteld en goedgekeurd.


11. Lijsten van ingekomen stukken


Op verzoek van mevrouw Zimmerman zal er in commissievergadering worden teruggekomen op de brief betreffende Dress for Success.


11a. Motie evenement juni 2008


De heer Sörensen licht zijn motie toe. Op het Alexanderplein worden verschillende activiteiten ondernomen. Voor de verdere verlevendiging van het plein zou er in juni op het plein een ‘Holland House’ kunnen worden georganiseerd in het kader van het EK voetbal 2008. De motie vraagt het DB in contact te treden met politie en horeca om de mogelijkheden te onderzoeken. Vervolgens dient hij de motie in (deze is als bijlage toegevoegd aan de notulen).


De heer Van Lottum brengt de commissievergadering in herinnering waarin de verlevendiging van het plein commissiebreed werd gedragen.


Schorsing 22.15 tot 22.20 uur.


De heer Paulusma deelt mee dat het DB de strekking van de motie wil overnemen. Er kan in januari en februari over gesproken kunnen worden.


Mevrouw Van der Veen vindt het een positief voorstel. Spreekster vraagt zich af of er ook in het kader van de Olympische Spelen iets dergelijks kan worden georganiseerd.


Mevrouw Huisman brengt naar voren dat er ook naar de financiële kant moet worden gekeken.


De heer Graafland maakt duidelijk dat de SP de motie zal ondersteunen ondanks dat hijzelf het land tijdens dit evenement zal verlaten.


De heer Stapelkamp is eveneens van mening dat het een mooie motie is. Hij stelt voor er ook een evaluatie aan te koppelen.


De heer Schippers legt uit dat hij het geen probleem vindt om met elkaar een pot voetbal te kijken. Hij is echter van mening dat het niet de taak is van het DB om dit te faciliteren. Bovendien zullen er met het evenement ook zondagen zijn gemoeid. Hier maakt hij principiële bezwaren tegen.


De heer Veenstra is voor de motie en vindt de suggestie van mevrouw Van der Veen de moeite waard.


De heer Sörensen legt uit dat het niet de bedoeling is dat het DB het zelf gaat organiseren, maar dat het DB de partijen bij elkaar zal brengen.


De heer Paulusma sluit zich aan bij de woorden van de heer Sörensen.


De heer Van Lottum kan zich voorstellen dat partijen toch een financieel beroep op de deelgemeente zullen doen. Het zou de positie van de portefeuillehouder aanmerkelijk sterker maken indien hij financiële middelen beschikbaar kan stellen.


De heer Paulusma kan zich hier in vinden.


De deelraad stemt in met de motie met uitzondering van de CU/SGP-fractie.


12. Mededelingen en rondvraag


De heer Paulusma deelt mee dat Rijkswaterstaat zonder vergunning bomen heeft gekapt bij de A16 ter hoogte van het Terbregseplein. Het DB heeft hier werk van gemaakt.


De heer Stapelkamp vraagt zich af of er ook sprake is van een herplantplicht.


De heer Paulusma antwoordt dat eerst zal worden onderzocht hoe een en ander is gebeurd. Vervolgens zal eventueel een herplantplicht worden opgelegd.


13. Vragenhalfuur raadsleden en informatieverstrekking door het dagelijks bestuur


Hier wordt geen gebruik van gemaakt.


14. Sluiting


De voorzitter sluit de vergadering om 22.30 uur en wenst iedereen goede Kerstdagen en een prettig Oud en Nieuw.













Zoeken
Uitgebreid zoeken