Direct naar hoofdmenu / zoekveld

2008-01-28 verslag

Verslag van de Openbare vergadering van de deelraad Prins Alexander gehouden op maandag 28 januari 2007 in het deelgemeentekantoor aan het Prins Alexanderplein 6.


Verslag van de Openbare vergadering van de deelraad Prins Alexander gehouden op maandag 28 januari 2007 in het deelgemeentekantoor aan het Prins Alexanderplein 6.


Aanwezig: Mevr. L. van Bijsterveld (PvdA), mevr. G.J. Brand (Leefbaar Rotterdam), mevr. M.A. Huisman (VVD), mevr. J.L. Ton (CDA), mevr. A.R. van der Veen (PvdA) en mevr. A.M. Zimmerman-Smit (CDA) evenals de heren H.L.E. Blanck (PvdA), M. Boer (SP), P.J. van Brenkelen (Leefbaar Rotterdam), R. Choenni (PvdA), D. Graafland (SP), H.C.G. Koedijk (VVD), P. Kroon (PvdA), D.J.J. van Lottum (CDA), P. Meijer (Leefbaar Rotterdam), D.J. van Pelt (Leefbaar Rotterdam), A. Salhi (PvdA), B. van Schaik (Leefbaar Rotterdam), J.A. Schippers (CU/SGP), A. Siebel (Leefbaar Rotterdam), J.C.M. Soijer (Leefbaar Rotterdam), E.J.B. Stapelkamp (GroenLinks), L. Sörensen (Leefbaar Rotterdam) en W. Veldhuijzen (Leefbaar Rotterdam).


Afwezig: P. Veenstra (Lijst Veenstra)


Griffie: R.D. Weststrate (griffier)


Notulist: P.J. Hoepel, Alpha Verslaglegging, Waddinxveen


Dagelijks bestuur: R. Krul (voorzitter van het dagelijks bestuur en de deelraad), mevr. G. Boekhoudt (portefeuillehouder), E.G. van Duin (portefeuillehouder), J. Noeverman (portefeuillehouder) en P.C. Paulusma (portefeuillehouder).


Insprekers: de heer Lachman (Stichting Apna-Ghar).


Belangstellenden: ca. 15 belangstellenden.



1. Opening


De voorzitter opent de vergadering om 19.30 uur. Hij deelt mee dat de heer Veenstra zich heeft afgemeld.


2. Vaststelling agenda


De heer Meijer geeft aan vragen te hebben bij de brief van vrijdag 25 januari 2008 over de waarschuwing in de zin van artikel X 5 van de Kieswet. Hij wenst daar over te spreken.


Mevrouw Ton zegt in te stemmen met behandeling aan het begin van de vergadering.


Een meerderheid van de deelraad stemt in met behandeling als agendapunt 3a.


Voorts wordt de agenda vastgesteld.


3. Gelegenheid tot het stellen van vragen door het publiek over onderwerpen die niet op de agenda staan


De heer Lachman wijst op de door hem gestuurde brief van maandag 28 januari 2008.


De voorzitter stelt voor kennis te nemen van de brief en op een later moment hierop te reageren. (De heer Lachman wordt uitgenodigd voor de vergadering van 3 maart 2008 van de commissie Welzijn).


3a. Informatieverstrekking ingezetenschap raadslid Veenstra


De heer Meijer refereert aan de brief van vrijdag 25 januari 2008. Bij de fractie van Leefbaar Rotterdam zijn enkele vragen gerezen betreffende de inhoud van de brief.


In de eerste plaats vraagt spreker naar de redenen die de voorzitter heeft gehad om te veronderstellen dat de heer Veenstra niet langer meer aan de Zernikeplaats woont en ook niet langer in de deelgemeente. Verder vraagt hij op welke grond de voorzitter tot dat vermoeden is gekomen. Van wie heeft de voorzitter dit vernomen en wanneer heeft hij dit vernomen. Heeft de voorzitter de verhuizing zelf bijgewoond gelet op de stellige beweringen in de brief? Ook vraagt hij van wie en wanneer de voorzitter heeft vernomen dat de heer Veenstra niet meer aan de Zernikeplaats woont en van wie en wanneer is de voorzitter in kennis gesteld van het vertrek van de heer Veenstra uit de deelgemeente.


Voorts vraagt de heer Meijer waarom de kwestie niet in het presidium van 17 januari 2008 ter sprake is gebracht. Tot slot vraagt spreker of het verzoek van de voorzitter om de deelraadsvergadering van 25 februari a.s. te verplaatsen verband houdt met de beroepstermijn van de heer Veenstra van zes weken.


Mevrouw Ton stelt voorop dat sprake is van een persoonlijk drama waar deelraadsleden serieus mee moeten omgaan. Ze roept de deelraadsleden op om de kwestie niet te laconiek op te pakken.

Spreekster maakt duidelijk dat de brief voor de CDA-fractie volkomen onverwacht kwam. Voorts maakt ze duidelijk dat er sprake is van een informatieplicht van het DB aan de deelraad. Ze vraagt zich af waarom het DB tot 25 januari heeft gewacht met het sturen van de brief. Waarom is de kwestie niet in het presidium ter sprake gebracht? Daar had op vertrouwelijke wijze over de brief kunnen worden gesproken. Ook vraagt ze zich af of en wanneer de kwestie in de vergadering van het DB is besproken. Vervolgens vraagt zij of het DB de heer Veenstra heeft geattendeerd op de mogelijkheid de deelraad om een uitspraak te vragen binnen acht dagen na dagtekening van de brief met de waarschuwing. Ook vraagt ze zich af waarom het presidium hier niet op is gewezen zodat zij stappen had kunnen ondernemen. Voorts maakt spreekster duidelijk dat zij onaangenaam verrast was door een nieuwsbericht in het Algemeen Dagblad. Er wordt daarin gesproken over de heer Veenstra als ‘het probleem’. In het artikel wordt de heer Choenni geciteerd die eveneens spreekt over ‘het probleem’ dat zou zijn opgelost. Ze vindt het bericht schokkend. De heer Veenstra was ‘geen probleem’ bij het vormen van een nieuw college, maar na vorming blijkt hij ineens tot ‘het probleem’ te zijn verheven.


De voorzitter sluit zich aan bij de woorden van mevrouw Ton wat betreft het persoonlijke drama van de heer Veenstra. Er dient dan ook bijzonder voorzichtig te worden omgegaan met de kwestie. Hij heeft de heer Veenstra dan ook de gelegenheid gegeven om conform de regels te reageren op de brief.

Hij geeft aan dat de deelgemeente geen ervaring heeft met de onderhavige kwestie. Er is door de juridische dienst veel werk verzet en er is overleg geweest met de juridische dienst van de gemeente en Kiesraad. De procedure zoals in de Kieswet en de Gemeentewet staat beschreven wordt door juristen verschillend uitgelegd.

Op zondag 17 december 2007 is spreker door de heer Veenstra gebeld die hem meedeelde dat hij op zoek was naar een andere woning en zijn woning aan de Zernikeplaats waarschijnlijk zou gaan verlaten. Op grond van het GBA heeft hij kunnen constateren dat de heer Veenstra nog steeds staat ingeschreven aan de Zernikeplaats.


De heer Van Lottum vraagt zich af of de informatie uit het GBA geen vertrouwelijke status heeft.


De voorzitter antwoordt dat mensen binnen de deelgemeente de bevoegdheid hebben om het GBA te raadplegen.

Hij vervolgt dat het DB door verschillende bewoners werd benaderd met de vraag naar de heer Veenstra. Hieruit werd duidelijk dat de heer Veenstra niet langer woonachtig was aan de Zernikeplaats en geen adreswijziging had doorgegeven. Momenteel staat de heer Veenstra nog steeds aan de Zernikeplaats ingeschreven. Juridische zaken is met de zaak aan de slag gegaan. Op de dinsdag voor het versturen van de brief heeft spreker het DB geïnformeerd omdat een waarschuwing door het DB werd gegeven. Vervolgens is de brief met de waarschuwing aan de heer Veenstra gestuurd. Aan de heer Veenstra is een termijn van 4 dagen gegeven om te reageren. De heer Veenstra is telefonisch op de hoogte gebracht van de brief en van het belang van de brief. De brief is aangetekend verzonden naar de Zernikeplaats (het formele adres). Verder is de brief in het postvak van de heer Veenstra op het deelgemeentekantoor gelegd. Tot slot is de brief ook naar alle bij de deelgemeente bekende emailadressen van de heer Veenstra gestuurd. De heer Veenstra ontkent overigens niet de brief te hebben ontvangen.


Mevrouw Ton vraagt of er van de brief een ontvangstbevestiging bestaat.


De voorzitter kan deze niet direct overleggen. Hij gaat ervan uit dat deze ontvangstbevestiging er is. Hij vult aan dat de heer Veenstra telefonisch op de hoogte is gesteld en dat hij tevens de brief uit zijn postvak heeft kunnen halen.


Mevrouw Ton vraagt het DB de deelraad een ontvangstbevestiging van de brief te doen toekomen.


De heer Meijer vraagt of de deelraad een kopie van de brief aan de heer Veenstra kan ontvangen.


De voorzitter zegt dit toe.


De heer Van Lottum vraagt waarom het DB heeft gekozen voor een termijn van vier dagen.


De voorzitter legt uit dat het DB vier dagen voldoende vond. De situatie bestond naar alle waarschijnlijkheid al enkele weken. Het was ‘de hoogste tijd’ voor de heer Veenstra om melding te maken van zijn adreswijziging en te zorgen voor een deugdelijke inschrijving in het GBA. Iedere bewoner heeft de plicht dit te doen.


De heer Meijer vraagt zich af of sprake is van dwingend of regelend recht. Hij wil inzicht in de interpretatie van de wet door De voorzitter.


De voorzitter antwoordt dat hij denkt dat sprake is van regelend recht, maar kan geen uitsluitsel geven.


Mevrouw Ton begrijpt niet waarom pas op 16 januari 2008 stappen worden ondernomen terwijl de voorzitter al op 16 december 2007 door de heer Veenstra op de hoogte is gesteld.


De voorzitter legt uit dat hij na de feestdagen actie heeft ondernomen. Daarnaast was er juridisch onderzoek noodzakelijk. Hij vervolgt dat ook het DB van mening was dat de deelraad na de eerste waarschuwing om een oordeel zou moeten worden gevraagd. Het DB heeft hier met de Kiesraad over gesproken. De Kiesraad heeft aangegeven dat een oordeel van de deelraad niet nodig is. De heer Veenstra heeft op dit moment zes weken de gelegenheid om in beroep te gaan bij de Raad van State. Tot die tijd blijft hij raadslid. Spreker benadrukt dat hij het als zijn plicht ziet om op een zo zorgvuldig mogelijke wijze te handelen. Daar valt ook het naleven van wet- en regelgeving onder. Ook de heer Veenstra is van deze regelgeving op de hoogte en weet dat hij zijn adreswijziging op tijd moet doorgeven en voorts dat hij binnen de deelgemeente woonachtig moet zijn.


Mevrouw Ton maakt nogmaals duidelijk dat zij vindt dat De voorzitter zeer langzaam in actie is gekomen. Verder vraagt zij zich af of De voorzitter ook voorzitter is van de Kiesraad.


De voorzitter bevestigt dat hij voorzitter is van de deelraad en van het stembureau. Daarnaast is hij ook nog voorzitter van het DB.


De heer Meijer refereert aan de termijn van 8 dagen in artikel X 5 lid 3.


De voorzitter reageert dat de termijn van acht dagen geldt voor belanghebbenden.


Mevrouw Ton constateert dat de heer Meijer en De voorzitter langs elkaar heen spreken. De heer Veenstra had op grond van de Kieswet uiterlijk op de achtste dag na dagtekening van de brief een oordeel van de deelraad mogen vragen over de waarschuwing.


De voorzitter antwoordt dat dit door het advies van de Kiesraad op donderdag 24 januari is herroepen. Hij maakt duidelijk dat hij zorgvuldig dient te handelen in de richting van de heer Veenstra.


De heer Van Lottum is van mening dat het argument van De voorzitter alleen geldt indien er zekerheid bestaat over de ontvangst van de brief door de heer Veenstra.


De voorzitter geeft aan dat hij goede redenen heeft om aan te nemen dat de heer Veenstra de brief heeft ontvangen.


De heer Schippers merkt op dat hij uit een telefonisch contact met de heer Veenstra heeft kunnen opmaken dat de heer Veenstra de brief heeft ontvangen.


De voorzitter brengt naar voren dat hij uiterst behoedzaam en zorgvuldig met de kwestie is omgegaan. Om die reden heeft hij op 17 januari geen mededelingen gedaan in het presidium. Ook de griffier was nog niet op de hoogte gesteld.


De heer Van Lottum interrumpeert dat er in het presidium melding had kunnen worden gemaakt van de kwestie. Het kleine groepje van fractievoorzitters had in het presidium vertrouwelijk kunnen worden geïnformeerd.


De voorzitter reageert dat dit zijn afweging is geweest. Anderen hadden wellicht een andere afweging gemaakt. Hij heeft de heer Veenstra eerst de kans willen geven om een en ander duidelijk te maken. Vervolgens heeft hij als voorzitter van de deelraad de deelraadsleden geïnformeerd.


Mevrouw Ton vraagt zich af of de voorzitter niet al op zondag 9 december 2007 is geïnformeerd door de heer Veenstra.


De voorzitter ontkent dit ten zeerste.


De heer Meijer geeft aan niet op al zijn vragen een antwoord te hebben gekregen.


De voorzitter antwoordt dat de heer Veenstra hem op 16 december 2007 heeft gebeld. Vervolgens is spreker door bewoners gebeld over het leegstaan van de woning. Tot slot staat de woning op internet te huur aangeboden. Hieruit kan de conclusie worden getrokken dat de heer Veenstra niet langer woonachtig is aan de Zernikeplaats. Voorts staat de heer Veenstra niet ingeschreven in een andere woning zodat kan worden geconcludeerd dat hij niet meer in de deelgemeente woont. Het is aan de heer Veenstra om aan te tonen dat hij wel in de deelgemeente woont. De bewijslast ligt bij hem en niet bij de deelgemeente.


De heer Meijer vraagt tot slot of er een verband bestaat met het verplaatsen van de vergadering en de brief van 16 januari 2008.


De voorzitter reageert dat dit geen enkele rol heeft gespeeld. Ieder deelraadslid heeft zich aan de regels te houden. Spreker is hier zeer duidelijk en rechtlijnig in.


Schorsing 20.10 uur tot 20.20 uur


2etermijn


De heer Sörensen doet het voorstel, gelet op de discussie die de persoon van De voorzitter zelf betreft, om de vicevoorzitter de vergadering te laten leiden. Hierdoor kan de discussie zuiver worden gehouden. De voorzitter spreekt namelijk soms op persoonlijke titel en soms als voorzitter van de deelraad. Dit is verwarrend voor zowel hemzelf als voor de deelraad.


De voorzitter vraagt zich af of de heer Sörensen de discussie voor de schorsing niet zuiver vond.


De heer Sörensen legt nogmaals uit dat De voorzitter steeds van ‘rol verwisselt’. Dit schept onduidelijkheid.


Het voorstel wordt niet aangenomen (12 stemmen voor (CDA en Leefbaar Rotterdam) en 12 stemmen tegen (PvdA, SP, VVD, CU/SGP en GroenLinks), wegens staken van de stemmen.


De heer Meijer is van mening dat het DB verplicht is de deelraad in te lichten. Hierover is diverse malen gesproken en door Leefbaar Rotterdam ook op aangedrongen. Het moment waarop de deelraad is geïnformeerd is niet goed gekozen. De deelraad had op een eerder moment moeten worden geïnformeerd. Daarnaast constateert hij dat een aantal uitspraken van De voorzitter niet correspondeert met de woorden van de heer Veenstra.


Mevrouw Ton is van mening dat er sprake is van een persoonlijk drama. In het betoog van De voorzitter valt haar een aantal zaken op. In de eerste plaats is het verhaal van De voorzitter niet in overeenstemming met datgene dat zij over de heer Veenstra heeft gehoord. Zij spreekt haar teleurstelling uit in de voorzitter omdat hij niet het presidium heeft ingelicht. Er was geen reden om dit te doen. Spreekster vindt dit ‘zwak’. Voorts vindt zij dat er te lang is gewacht met het informeren van de deelraad. Er wordt door De voorzitter ook geen argumentatie voor gegeven. Het DB heeft niet sterk geopereerd. Zij betreurt dit ten zeerste. De informatieplicht had tijdens het presidium kunnen worden ingevuld. De keuzes die zijn gemaakt kunnen helaas door de voorzitter niet worden beargumenteerd.


Mevrouw Van der Veen is verbaasd over het feit dat het de voorzitter kwalijk wordt genomen dat hij alle zorgvuldigheid heeft betracht die van hem kon worden verwacht. Het zou niet gepast zijn indien De voorzitter na het telefoontje van de heer Veenstra acuut actie had ondernomen om te onderzoeken waar hij eventueel naar toe is verhuisd en of sprake is van een ontruiming. De deelraad moet de handelwijze van De voorzitter respecteren.


De heer Van Schaik brengt naar voren dat er gesproken dient te worden over ‘een mens’. Er worden allerlei verwijten gemaakt over wat wel en wat niet is gedaan en uitgezocht. Hij vraagt zich af of de deelraadsleden en het DB beseffen wat ‘dit spel’ met de heer Veenstra heeft gedaan en doet. De heer Veenstra is door de kwestie ‘de weg kwijt geraakt’ en heeft hulp nodig. De deelraad doet echter niets. De heer Veenstra heeft zeer waarschijnlijk geen goede kerstdagen gehad. Hij was alleen nodig bij de vorming van een nieuw college. De heer Veenstra had een kans moeten krijgen. Er wordt gesproken over een persoonlijk drama. Bij de deelraadsleden en het DB is geen sprake van een drama. Met klem brengt hij naar voren dat er inderdaad veel juridisch werk is verzet, maar dat daarmee niets is gezegd over het werk dat gedaan had kunnen worden om het persoonlijk drama van de heer Veenstra aan te pakken. Er is door het DB te lang gewacht met het aanpakken van het probleem. Te lang heeft men het laten doorsudderen. Hij besluit dat iedereen moet nagaan wat de oorzaak is van het feit dat de heer Veenstra is verworden tot een ‘wrak’.


Mevrouw Ton reageert op de woorden van mevrouw Van der Veen. Er had door de voorzitter meer gedaan kunnen worden. In het presidium had dit gekund. Zij betreurt het dat hier geen gebruik van is gemaakt.


De heer Choenni verklaart wat hij heeft gezegd tegen de journalist van het AD. De vragen met betrekking tot het financiële handelen van de heer Veenstra heeft spreker naar de griffie verwezen. De vragen over de woon- en verblijfplaats heeft hij doorgestuurd naar het DB. Tot slot heeft hij op de vraag wat er met een eventueel vertrek van de heer Veenstra zou gebeuren met de zetel, gesteld dat deze toekomt aan de PvdA.


De heer Koedijk constateert dat er een aantal ‘aanmatigende’ opmerkingen is gemaakt. Hij vindt het opvallend dat, gelet op de discussie die in november is gevoerd door de deelraad over het ondersteunen van de PvdA-fractie in een procedure tegen de heer Veenstra, op dit moment wordt gesteld dat de heer Veenstra in de steek is gelaten en dat hij ‘een wrak’ zou zijn. Spreker maakt duidelijk dat hij de heer Veenstra vrijwel dagelijks spreekt en van mening is dat hij prima in staat is zijn eigen belangen te behartigen.


De heer Van Brenkelen reageert op de woorden van mevrouw Van der Veen. Hij is van mening dat het van weinig respect getuigt dat de PvdA-fractie de heer Veenstra op deze wijze laat vallen.


De heer Salhi reageert op de reacties van Leefbaar Rotterdam. Het sociale verhaal dat Leefbaar Rotterdam houdt, staat in schril contrast met haar eerdere pogingen om de heer Veenstra aan te pakken. De PvdA heeft alles in het werk gesteld om de heer Veenstra te helpen. De heer Veenstra heeft echter altijd ontkend fouten te hebben gemaakt. Het zijn echter Leefbaar Rotterdam en het CDA die de heer Veenstra in de kou hebben gezet.


Er ontstaat een heftige discussie waarna de voorzitter de vergadering voor enkele minuten schorst.


De heer Graafland is van mening dat de voorzitter integer heeft gehandeld. Er is sprake van een persoonlijk drama voor de heer Veenstra. Hij vindt dat de voorzitter goed heeft gehandeld in de kwestie.


De heer Schippers stelt voorop dat er voorzichtig over de kwestie moet worden gesproken nu de heer Veenstra zelf niet aanwezig is. In de tweede plaats moet van het persoonlijke drama van de heer Veenstra geen politieke kwestie worden gemaakt. Spreker begrijpt de argumentatie van De voorzitter dat hij eerst een reactie van de heer Veenstra heeft afgewacht om pas vervolgens de deelraad te informeren. Het bericht kwam onverwacht en was onaangenaam. Op dit moment moet de termijn worden afgewacht. Het is te hopen dat de heer Veenstra snel nieuwe huisvesting vindt en dat een en ander ‘weer op z’n pootjes terechtkomt’.


De heer Stapelkamp geeft aan moeite te hebben met de gang van zaken. De kwestie van de heer Veenstra sleept zich inmiddels maanden voort. Hij vindt het moeilijk om een oordeel over de zaak te geven. Spreker was onaangenaam verrast door de brief en het tijdstip waarop de brief werd ontvangen. Hij maakt duidelijk zich ‘op enigerlei wijze’ te kunnen invoelen in de woorden van de heer Van Schaik. Aangezien de tijd tussen het ontvangen van de brief zeer kort is, zal hij eerst zich eerste bezinnen op een reactie alvorens een oordeel te vellen.


De heer Meijer refereert aan de door Leefbaar Rotterdam ingediende motie betreffende de rechtszaak tegen de heer Veenstra. Ook de heer Veenstra stond achter de motie en wenste duidelijkheid te verkrijgen rond zijn positie. Voorts wijst hij op de situatie van een deelraadslid van de VVD die twee jaar geleden ook niet meer in de deelgemeente woonachtig was. Daartegen is destijds ook niet opgetreden.


De voorzitter sluit de discussie. Spreker neemt kennis van de woorden van de heer Van Schaik. Voorts merkt hij op een aantal overwegingen te hebben gehad om het presidium niet te informeren. Het DB heeft hij op een tweetal momenten geïnformeerd. Verder heeft hij op persoonlijke titel gehandeld. Hij vat nogmaals zijn handelwijze samen en constateert dat een deel van de deelraad anders zou hebben gehandeld dan hij heeft gedaan. Spreker meent dat hij zo zorgvuldig mogelijk heeft gehandeld.


4. Vaststelling wijkvisie Prinsenland voor 2008-2012


De heer Sörensen brengt naar voren dat Leefbaar Rotterdam de woorden van de heer Noeverman ter harte heeft genomen. Op enkele punten zal hij de wijkvisie amenderen. Hij dankt het ambtelijk apparaat voor het werk dat is gedaan.

Spreker is van mening dat er sprake is van een ‘vaag’ en ‘abstract’ stuk. Ook na de beantwoording is hier geen verandering in gekomen. Door de vaagheid en abstractheid kan men er eigenlijk niet tegen zijn. Mevrouw Van Kouwen verwoordde het in het AD als volgt: “Het was mooi, het is mooi en het moet mooi blijven.” Dit is een pakkende samenvatting van het stuk. Voorts heeft mevrouw Van Kouwen aangegeven dat het vooral een stuk is van de politiek. Hiermee slaat zij de spijker op z’n kop. Leefbaar Rotterdam is van mening dat bewoners niet op een dergelijk stuk zitten te wachten. Bewoners willen oplossingen voor hun problemen. Zij verwachten hierover heldere standpunten van hun bestuurders. Spreker hecht dan ook niet veel waarde aan het stuk. Leefbaar Rotterdam zit in een spagaat. Enerzijds kan zij de wijkvisie ondersteunen en proberen met de wijkactieprogramma’s de nodige verbeteringen aan te brengen. Anderzijds kan zij ook de wijkvisie met amendementen proberen aan te scherpen. Leefbaar Rotterdam kiest voor een tussenweg. Op enkele punten zal de wijkvisie middels amendementen scherper worden geformuleerd.

Verder geeft hij aan dat twee van zijn vragen nog niet zijn beantwoord. Zijn eerste vraag betreft de Brede school. De Brede school tracht het voor ouders beter mogelijk te maken om naast het gezin een professionele carrière te hebben. Dit betekent dat vooral vrouwen meer kansen op een economische carrière wordt geboden. Spreker ziet een en ander niet terug komen in de wijkvisie. Hij vraagt zich af hoe het DB hier tegenaan kijkt. Zijn tweede vraag betreft de zorg. Hij vraagt zich af wat onder de zorgsector moet worden verstaan en aan welke termijnen moet worden gedacht.


Vervolgens gaat spreker in op de drie amendementen die hij indient.


Het eerste amendement heeft betrekking op de verkeersproblematiek in de wijk. Verschillende insprekers hebben gewezen op specifieke verkeersproblemen in de wijk. Daarnaast heeft de SP uitvoerig gesproken over de openbaarvervoer voorziening naar het IJssellandziekenhuis. Hij dient een amendement in (deze is als bijlage 1 toegevoegd aan de notulen).


Het tweede amendement heeft betrekking op de voorzieningen. De heer Sörensen benadrukt dat er voor jongeren weinig voorzieningen zijn in de wijk. Daarnaast is de bezetting van de huidige voorzieningen zeer laag. Om hier verandering in aan te brengen dient hij een amendement in (deze is als bijlage 2 toegevoegd aan de notulen).


Het derde amendement betreft de economische bedrijvigheid. Deze paragraaf gaat vooral over de bedrijvigheid van bedrijven en minder over de ontplooiingskansen van de bewoners van PA. Om hier verandering in aan te brengen dient spreker een amendement in (deze is als bijlage 3 toegevoegd aan de notulen).


Spreker besluit dat Leefbaar Rotterdam het WAP(Fysiek en Sociaal) belangrijk vindt. Leefbaar Rotterdam zal niet zonder meer instemmen met de wijkvisie, maar zal eerst de inhoudelijke reactie van de andere politieke partijen afwachten.


Mevrouw Ton steekt de loftrompet af over de wijk Prinsenland. Ze herinnert aan de periode dat Prinsenland werd gebouwd. Het werd een moderne wijk waar het prettig wonen was: ruimte, groen, rust, het dorp in de stad. Het was er veilig, kinderen konden buitenspelen en de voorzieningen waren binnen handbereik. Het was en is een wijk om trots op te zijn.

Toch zijn er ook na twintig jaar knelpunten aan te wijzen in de wijk. In de eerste plaats noemt spreekster de verkeersproblematiek aan de Jacques Dutilhweg. De aanleg van een rotonde blijft een aandachtspunt voor het CDA. Het CDA vraagt al jaren om werk te maken van dit knelpunt door aanleg van een rotonde alsook om aandacht voor een goede doorstroming op de Prins Alexanderlaan. Spreekster hoopt dat dit terug zal komen in het wijkactieprogramma.


Voorts brengt spreekster het probleem van de eenzaamheid bij ouderen ter sprake. Het CDA verwacht dan ook duidelijke voorstellen van het DB in het wijkactieprogramma om dit probleem aan te pakken. Prinsenland moet aantrekkelijk blijven voor ouderen en jongeren. Vooral de oudere jeugd verdient de aandacht van de deelgemeente. Er is voor hen weinig te doen in de wijk. Zo zijn de openingstijden van wijkgebouw Zjaak niet gunstig voor jongeren om elkaar te ontmoeten. Ook hier verwacht het CDA maatregelen. Mevrouw Ton oppert de mogelijkheden om in het Prinsenpark iets te doen voor jongeren zodat zij niet langer op straat hoeven te hangen. Op het terrein van Pietje Bel en de speeltuin zou een voorziening voor jongeren kunnen worden geplaatst.

Voorts gaat spreekster in op de problematiek van het fijnstof van de snelweg. Fijnstof zorgt voor ademhalingsproblemen. Door de extra vluchten van de helikopters zal dit probleem groter worden. In het WAP(Fysiek en Sociaal) verwacht spreekster dat hier op terug zal worden gekomen.

Mevrouw Ton spreekt de hoop uit dat het wijkactieprogramma voor de zomer aan de deelraad kan worden overhandigd. Tot slot spreekt zij haar tevredenheid uit over de wijkvisie.


De heer Choenni stelt vooraf dat de PvdA de grootste sociale fractie van de deelraad is. De uitgangspunten van het coalitieprogramma komen grotendeels overeen met die van de PvdA. De uitgangspunten van het coalitieprogramma vormen de grondslag voor het beleid van de deelgemeente. De PvdA-fractie ziet er op toe dat de plannen die worden gemaakt op een interactieve manier worden uitgewerkt.

De wijkvisie Prinsenland is in overleg met de bewoners tot stand gekomen. Na goedkeuring door de deelraad zal er worden gewerkt aan de wijkactieprogramma’s die hieruit voorvloeien. De PvdA zal hier nauw op toe zien.

Bij de commissievergadering van BRO in wijkgebouw Zjaak waren volgens spreker diverse bewoners aanwezig. Zij hebben hun inbreng gegeven voor de wijkvisie. De PvdA is blij met alle bijdragen die hebben geholpen aan de totstandkoming van de wijkvisie. De wijkvisie zal straks gestalte krijgen in de wijkactieprogramma’s en in het gebiedsgericht werken. De PvdA pleit ook hier voor een interactief bestuur.


In Prinsenland ligt een aantal specifieke uitdagingen. Hij noemt vervolgens een viertal knelpunten die nadere aandacht vraagt:

  • De verkeersproblematiek aan de Jacques Dutilhweg en de oversteekplaatsen bij de scholen en het winkelcentrum.

  • Faciliteiten voor jongeren in de leeftijd van twaalf tot zeventien jaar voor sport, spel en vrijetijdsbesteding.

  • Voorzieningen voor ouderen. Prinsenland kent geen seniorenbestendige woningen. Door de afname van mobiliteit van ouderen worden voorzieningen in en rondom de woning noodzakelijk.

  • Zorg voor goede loop- en fietspaden. Door de drassige bodem van PA is extra onderhoud noodzakelijk.


Met het vaststellen van de wijkvisie ligt er straks een bestuurlijk en juridisch wijkinstrument gereed. Bij de begroting van 2008 is er geld vrij gemaakt voor het gebiedsgericht werken. Het bestuur heeft nu een aantal beleidsinstrumenten om het gebiedsgericht werken gestalte te geven. Hij wenst het bestuur veel wijsheid toe.


De heer Kroon dient vervolgens namens de PvdA, CU/SGP, GroenLinks, SP en VVD en motie in voor een verbeterde fietsverbinding tussen Prinsenland en de rest van Rotterdam (deze is als bijlage A toegevoegd aan het verslag).


De heer Van Lottum vraagt zich af welk gedeelte van de motie betrekking heeft op het deelgebied van de deelgemeente PA.


De heer Kroon antwoordt dat dit voornamelijk onder punt 9 van de motie is vermeld en betreft de realisering van een fietsviaduct aan de oostkant van de A16.


De heer Van Lottum stelt dat het viaduct nauwelijks het grondgebied van PA bestrijkt.


Mevrouw Ton vindt de motie sympathiek, maar verwacht dat er ook kosten aan verbonden zullen zijn. Zij vraagt de heer Kroon meer inzicht in de financiële consequenties.


De heer Kroon legt uit dat de gemeente voor een groot deel de kosten voor haar rekening zal nemen. Over het totaal van de kosten kan spreker nog geen uitspraak doen.


De heer Graafland sluit zich aan bij de woorden van de heer Noeverman. Een goede wijk verwacht niet alleen van de deelgemeente inzet, maar ook van de bewoners zelf. Een goede wijk is gebaat bij actieve en participerende burgers. De SP hecht grote waarde aan het contact dat het DB heeft gezocht met de bewoners van Prinsenland.

Voorts noemt hij een aantal aandachtspunten. In de eerste plaats maakt hij melding van de weinige voorzieningen voor jongeren. Dit is des te urgenter gezien het feit dat het aantal jongeren zal toenemen. Van het DB verwacht spreker dat hier actie zal worden ondernomen. Voor de oudere bewoners heeft de SP gepleit voor een busroute naar het IJssellandziekenhuis. Een ander aandachtspunt is de verkeersveiligheid op de Jacques Dutilhweg. De subjectieve beleving van de bewoners van de verkeersveiligheid is in deze van belang. Het aantal bijna-ongelukken is aanzienlijk hoog. De SP pleit dan ook voor de aanleg van een rotonde op het kruispunt van de Jacques Dutilhweg.


De heer Schippers is blij met de grote tevredenheid van de bewoners met hun woonwijk. De aandachtspunten die door bewoners en de verschillende fracties zijn aangedragen kan het bestuur meenemen in de wijkactieprogramma’s. Spreker ziet daarom uit naar de wijkactieprogramma’s.

Tevens brengt hij een aantal aandachtspunten naar voren. In de eerste plaats noemt hij de woonvisie. Hij hoopt dat de wijk Prinsenland meer levensloopbestendig zal worden gemaakt en aandacht zal krijgen in de woonvisie. Ook het feit dat veel jongeren de leeftijd van de jongvolwassenen bereiken vraagt aandacht.

In de tweede plaats vindt hij het belangrijk dat bewoners betrokken zijn bij de wijk. Dit is ook gebeurd bij de wijkvisie. Bewoners en organisaties hebben inbreng gehad in de wijkvisie. Hij betreurt het dat niet ook de kerken hier nauw bij zijn betrokken. In de kerken zijn veel vrijwilligers te vinden die zich kunnen inzetten in het kader van de WMO en ook bij de bestrijding van het probleem van vereenzaming onder ouderen.

Voorts wijst hij op de problematiek van de geluidsoverlast en de fijnstofproblematiek van het autoverkeer. Net als de andere fracties gaat spreker in op de noodzaak van preventie in het kader van jongerenoverlast en wijst ook hij op de verkeersonveiligheid op de Jacques Dutilhweg. Van het DB heeft spreker vernomen dat de aanleg van een rotonde in het grote plaatje van de deelgemeente geen prioriteit heeft. Hij vraagt zich af of het DB andere, goedkopere maatregelen kan treffen.

De heer Schippers hoopt en gaat ervan uit dat de wijkactieprogramma’s nauw zullen aansluiten bij de wijkvisie.


De heer Stapelkamp constateert ten eerste dat het CDA er nagenoeg dezelfde visie als GroenLinks op na houdt. In de tweede plaats merkt hij op dat Prinsenland qua wijkveiligheid het hoogste scoort in de deelgemeente. Ten derde is hij met Leefbaar Rotterdam van mening dat de wijkvisie een redelijk abstract stuk is geworden. Hij gaat ervan uit dat het DB met de wijkactieprogramma’s geen halve maatregelen zal treffen, maar voldoende vaart behoudt.

Hij noemt een aantal punten in het bijzonder. In de eerste plaats wijst hij op het gebrek aan voorzieningen voor jongeren. Jongeren geven aan dat er weinig te doen is in de wijk. Spreker is van mening dat preventie voor repressie dient te gaan. Er dienen concrete actiepunten door het DB te worden aangedragen.

In de tweede plaats noemt hij net als de andere partijen de verkeersproblematiek op de Jacques Dutilhweg en de kruising met de Nancy Zeelenbergsingel. Het is aan het DB om hier met passende maatregelen te komen. Niet langer kan hier het argument dat er prioriteit wordt gegeven aan andere knelpunten in de deelgemeente standhouden. Ook zal hij niet accepteren als maatregelen worden uitgesteld onder het mom dat nader onderzoek nodig is. Spreker verwacht uitvoering.

Ten derde wijst hij op het milieu. Ondanks het feit dat de problematiek niet alleen op deelgemeentelijk niveau wordt beslecht, dient het DB een proactieve houding aan te nemen.

Met veel belangstelling ziet hij uit naar de wijkactieprogramma’s en een interactieve uitvoering.


De heer Koedijk refereert aan de inbreng van de VVD in de commissievergadering van 14 januari 2008. Hij stipt een tweetal punten aan. In de eerste plaats hebben jongeren aangegeven een onderdak te willen. Dit hoeft niet veel geld te kosten en zou snel gerealiseerd moeten kunnen worden. Spreker noemt het voorbeeld van een oude container. In de tweede plaats zou er naar mogelijkheden voor werkgelegenheid in Prinsenland moeten worden gezocht zodat mensen in Prinsenland vlak bij huis werk kunnen vinden en niet hoeven te verhuizen.


Schorsing van 21.45 uur tot 21.55 uur


De heer Noeverman brengt naar voren dat de aandachtspunten die zijn aangedragen door de fracties in de wijkactieprogramma’s zullen terugkomen.

Verder gaat hij in op de opmerkingen van Leefbaar Rotterdam over de Brede school. Er zijn geen plannen voor een Brede school en om die reden is daar in de wijkvisie ook niet op ingegaan. Daarnaast is de Brede school vooral in het kader van sociaal economische achtergronden van belang. In Prinsenland is dat minder aan de orde. Indien er ontwikkelingen zijn waarbij de Brede school een belangrijke rol zou kunnen spelen, dan zal het DB daar zeker op inhaken. Op dit moment blijkt er nog geen behoefte te bestaan aan een Brede school.


De heer Sörensen interrumpeert en vraagt wat de visie is van het DB betreffende de methodiek van de Brede school en de emancipatorische gedachte die hier achter zit. Hij vraagt zich af of het DB hierin wil meebewegen.


De heer Noeverman reageert dat de heer Van Duin daar nader op in zal gaan.

Vervolgens legt hij uit wat onder de zorgsector moet worden verstaan. Hierbij moet vooral worden gedacht aan de pedicure, fysiotherapie en de huisarts.

Met betrekking tot de fijnstof merkt spreker op dat het DB daarin weinig kan betekenen. De problematiek wordt wel door het DB onderkend. Wel zou er net als in de wijk Oosterflank aan DCMR kunnen worden gevraagd om een en ander te doen aan voorlichting. In het kader van de wijkactieprogramma’s zou daar wellicht een afspraak met DCMR kunnen worden gemaakt. Daarnaast wijst hij erop dat de problematiek de volle aandacht heeft ook van de gemeente.


De heer Stapelkamp benadrukt dat hij een proactieve houding van het DB verwacht. In de verschillende platforms waar het DB zitting in heeft, kan de problematiek onder de aandacht worden gebracht. Veel bewoners maken zich zorgen over deze problematiek. Het DB dient hier dan ook serieus op in te gaan.


De heer Noeverman neemt de opmerkingen van de heer Stapelkamp mee in het wijkactieprogramma Prinsenland. Daarnaast brengt hij naar voren dat het ook regelmatig onderwerp van gesprek is in het bestuurlijk overleg dat hij heeft.

Voorts maakt hij duidelijk dat het DB het wijkactieprogramma met de voorjaarsnota wenst te presenteren.


De heer Van Duin refereert aan de woorden van de heer Sörensen: ‘Het was mooi, het is mooi en het moet mooi blijven.’ Wat betreft de verdeling van aandacht over de wijken hebben Ommoord en Zevenkamp prioriteit. Dit betekent dat het niet reëel is om grote claims neer te leggen voor bijvoorbeeld Prinsenland.

Spreker is verheugd over de ondersteuning door mevrouw Ton van de motie die zes jaar geleden door de heer Noeverman en hemzelf is ingediend betreffende de coffeeshops. Deze zullen er in PA niet komen.


Vervolgens gaat spreker in op de ingediende amendementen.


Amendement 1 is volgens de heer Van Duin niet voldoende ‘smart’ geformuleerd.


De heer Sörensen maakt duidelijk dat het de bedoeling is van Leefbaar Rotterdam de wijkvisie iets ‘smarter’ te formuleren dan nu het geval is. De harde prestatieafspraken zullen pas in de wijkactieprogramma’s kunnen worden gemaakt.


De heer Van Duin stelt dat de amendementen 2 en 3 daarentegen wel goed zijn geformuleerd. Amendement 1 wordt dan ook door het DB ontraden en amendement 2 wordt door het DB gesteund. Met betrekking tot amendement 3 raadt spreker aan om alleen de eerste zin te handhaven tot ‘… van haar bewoners’ en de rest van de zin te laten vervallen. Het DB kan de motie dan ondersteunen.


De heer Sörensen kan zich vinden in de woorden van de heer Van Duin en stelt voor het amendement in die zin te wijzigen.


De heer Van Duin vervolgt en gaat in op de ingediende motie van de coalitiepartijen. Spreker refereert aan zijn woorden in het kader van de financiën. Het wijkactieprogramma dient helder, concreet en uitvoerbaar te zijn. Omdat er bij een eventuele uitvoering van de motie veel verschillende partijen van buiten de deelgemeente zijn betrokken, ontraadt hij met klem om de motie in het wijkactieprogramma op te nemen. Het wijkactieprogramma dient in twee jaar te worden uitgevoerd met de verschillende partijen uit de deelgemeente. Met de ingediende motie is allerminst zeker dat in twee jaar de uitvoering gereed zal zijn, mede gelet op de afhankelijkheid van andere partijen van buiten de deelgemeente. Indien het aandachtsstreepje dat voorziet in opname in het wijkactieprogramma (het eerste aandachtsstreepje) wordt verwijderd, zal het DB het niet nalaten een proactieve houding aan te nemen in de diverse overleggen om hier aandacht voor te vragen.


De heer Stapelkamp vraagt zich af of het wijkactieprogramma daadwerkelijk in twee jaar moet worden afgerond.


De heer Van Duin reageert dat een wijkactieprogramma wordt uitgevoerd in de looptijd die daarin is vermeld.


2etermijn


De heer Sörensen maakt van de gelegenheid gebruik zijn eerste amendement extra toe te lichten. Het amendement zorgt ervoor dat de wijkvisie meer specifiek wordt geformuleerd. Het amendement is bewust niet heel precies uitgewerkt om zodoende ruimte te houden voor planologen, beleidsmakers en de heer Van Duin. De bedoeling met het amendement is dat indien over twee jaar aan de bewoners wordt gevraagd of het probleem van de Jacques Dutilhweg naar tevredenheid is opgelost, zij bevestigend antwoorden. Hij roept de andere politieke partijen op om een reactie te geven. Vooral de SP moet zich naar zijn overtuiging in het amendement kunnen vinden.


De heer Sörensen reageert voorts op motie A. Hij kan de consequenties van het aannemen van de motie niet voldoende overzien. Daarnaast zal met de aanpassing van de heer Van Duin, indien deze wordt overgenomen, er niet veel van de motie overblijven. Het is namelijk een primaire taak van het DB om zich proactief op te stellen in gemeentelijke overleggen.


Mevrouw Ton stemt in met de woorden van de heer Noeverman betreffende het fijnstof. Ook de woorden van de heer Van Duin in het kader van bescheidenheid worden door haar ondersteund. Met betrekking tot motie A geeft spreekster aan dat deze met de aanpassing van de heer Van Duin zal worden gesteund. Ze maakt daarbij wel de opmerking dat de strekking van de motie die dan overblijft tot de vaste werkzaamheden van het DB behoort.


De heer Kroon legt uit dat de indieners besloten hebben het eerste aandachtsstreepje uit motie A te verwijderen.


De heer Choenni maakt duidelijk dat amendement 1 een uitvoeringskwestie betreft. Dit is geen zaak die de deelraad aangaat. De PvdA stemt dan ook niet in met dit amendement. De andere amendementen worden wel gesteund.


De heer Graafland geeft aan welke motie/amendementen worden ondersteund. Amendement 1 wordt niet ondersteund.


De heer Sörensen vraagt hiervoor een verklaring.


De heer Graafland antwoordt dat hij het wijkactieprogramma wil afwachten.


De heer Sörensen reageert op de heer Graafland. Hij is van mening dat de heer Graafland geen inhoudelijke reactie wil geven en op dit moment geen keuze wil maken. Het is de vraag of een en ander in het wijkactieprogramma zal terugkomen. Dat wordt nu door de heer Graafland aan het toeval overgelaten.


De heer Graafland antwoordt dat het voor de SP geen toegevoegde waarde heeft voor de wijkvisie.


De heer Koedijk kijkt met belangstelling uit naar het wijkactieprogramma. Hij hoopt dat er in de voorjaarsnota veel financieringsvoorstellen zullen worden gedaan. Wat betreft amendement 1 is hij van mening dat daarin niet de specifieke problemen moeten worden genoemd. Dit maakt het amendement te concreet voor de wijkvisie. De problemen kunnen zich namelijk ook verplaatsen, zich vanzelf oplossen of op een andere manier voordoen.


De heer Stapelkamp vult aan en stelt voor het amendement zo aan te passen dat de verkeersproblemen centraal staan en dat daarbij als voorbeelden worden genoemd de Jacques Dutilhweg etc.


De heer Koedijk vervolgt en geeft aan amendement 1 in de huidige formulering niet te steunen.


De heer Schippers gaat akkoord met het raadsbesluit. Verder stelt hij voor het amendement 1 als volgt aan te passen: “Meer bewoners van Prinsenland zijn tevreden over de oplossingen van de verkeersproblemen zoals bij de Jacques Dutilhweg en Nancy Zeelenbergsingel.”


De heer Van Duin vindt de zinsnede ‘meer bewoners’ problematisch. Je moet dan weten hoeveel bewoners er nu tevreden zijn.

De heer Noeverman is van mening dat de strekking van het amendement in de wijkvisie is neergelegd. Het wijkactieprogramma dient wat hem betreft te worden afgewacht.


De heer Sörensen vindt dat het in de wijkvisie te abstract is neergezet. Daarom wenst hij tot een scherpere formulering te komen.


De heer Schippers stelt vervolgens voor om amendement 3 als volgt aan te passen: in plaats van ‘economische ontplooiingskansen’ zou dit ‘sociaal economische ontplooiingskansen’ moeten worden.


De heer Stapelkamp reageert op de heer Van Duin. Ook nu kunnen de tegenwerpingen die de heer Van Duin maakt tegen het voorstel van de heer Schippers worden gebruikt.


De heer Sörensen licht amendement 1 toe. Amendement 1 zal niet worden aangepast. Het voorstel van de heer Schippers met betrekking tot amendement 3 zal worden overgenomen. Het voorstel van de heer Van Duin met betrekking tot amendement 2 was al overgenomen.


De heer Van Duin geeft aan dat het DB het ongewijzigde amendement 1 ontraadt.


Stemming



LR GL CU/SGP CDA VVD SP PvdA

Amendement 1: V V T V T T T (aangenm.)

Amendement 2: V V V V V V V (aangenm.)

Amendement 3: V V V V V V V (aangenm.)


Raadsbesluit: V V V V V V V (aangenm.)


Motie A: V V V V V V V (aangenm.)


5. Verslagen van de vergadering van de deelraad van 10 en 17 december, evenals de toezeggingenlijst met rapportage stand van zaken door dagelijks bestuur


Verslag van 10 december 2007


Mevrouw Ton merkt op dat haar bijdrage niet correct is weergegeven. Een aantal opmerkingen wenst zij niet voor haar rekening te nemen. Ze noemt als voorbeeld: “Waar mevrouw Van der Veen etc.” Zij weet zeker dat zij dit niet heeft gezegd. Zij kan dan ook niet akkoord gaan met de notulen.


De voorzitter stelt voor dat zij met een tekstvoorstel zal komen.


De heer Stapelkamp constateert dat niet alle aanwezigen staan vermeld. Om te voorkomen dat er achteraf misverstanden ontstaan over de geldigheid van de benoemingen wenst hij dat dit wordt aangepast. Er staan zeventien raadsleden als aanwezig vermeld, terwijl dit er drieëntwintig waren. Naast de zeventien vermelde raadsleden waren ook aanwezig: mevrouw Huisman en de heren Blanck, Van Schaik, Veenstra, Boer en Van Pelt.


Zijn bijdrage op pagina 6 wenst hij als volgt aan te passen: “…. dat geen van de voorgestelde kandidaten een openbare betrekking bekleedt en allen in de gemeente Rotterdam woonachtig is.”


Verslag van 17 december 2007


De heer Veldhuijzen wenst zijn bijdrage op pagina 11 als volgt aan te passen: “… de exploitant zijn eigen verantwoordelijkheid moet nemen.”


De heer Meijer wenst zijn bijdrage op pagina 3 5e alinea aan te passen. Alleen wanneer het in het proces-verbaal van oplevering is opgenomen, kun je de troep op laten ruimen.


Mevrouw Ton maakt een drietal opmerkingen.

  1. Op pagina 9 staat dat zij in reactie op de heer Schippers heeft gevraagd of hij het parkeerterrein in de uitverkoop wenst te doen. Dit heeft zij niet gezegd. Zij heeft willen aangeven dat er nog andere geïnteresseerde partijen zijn voor het parkeerterrein.

  2. Zij heeft niet gezegd dat het bedrag van € 50.000,- overbodig is (pagina 10).

  3. Tot slot is het niet correct dat de heer Koedijk een initiatiefnemer was van een motie (pagina 10).


De heer Noeverman merkt op met betrekking tot pagina 7 dat hij niet volledig op de hoogte was van de datum van de rechtszaak. Er staat dat hij niet volledig op de hoogte is van de situatie bij de Romanohof. Dit had dus alleen betrekking op de datum van de rechtszaak.


De heer Meijer vraagt naar aanleiding van pagina 3 aan de heer Paulusma of de informatie is verstrekt.


De heer Paulusma antwoordt dat aan de heer Straver een brief is verzonden. De deelraad heeft een afschrift gekregen.


Mevrouw Ton vraagt zich af naar aanleiding van pagina 4 of de bijeenkomst extra vrijwilligers heeft opgeleverd.


De voorzitter kan dit noch bevestigen noch ontkennen. Het zal op de lijst van toezeggingen worden geplaatst.


De heer Noeverman brengt naar aanleiding van pagina 11 naar voren dat de rechtszaak betreffende de Romanohof op 17 maart 2008 zal dienen.


Mevrouw Zimmerman gaat in op toezegging 53. De heer Van Duin heeft toegezegd contact op te nemen met de familie De Ruiter over de stallingsmogelijkheid voor een aanhangwagentje. Zij heeft vernomen dat nog geen contact is opgenomen met het echtpaar. Daarnaast is haar gebleken dat het advies van de bezwarencommissie niet is opgevolgd. Zij vraagt zich af met welke argumenten het DB is afgeweken van het advies van de bezwarencommissie. Het niet opvolgen van dit advies heeft grote gevolgen voor het echtpaar. Spreekster vraagt of het beloofde contact alsnog kan plaatsvinden.


De heer Van Duin stelt voor mevrouw Zimmerman hierover schriftelijk te informeren.


De heer Stapelkamp geeft aan dat wat hem betreft de deelraad in maart wordt geïnformeerd over de parkeerproblematiek bij het IJssellandziekenhuis in relatie tot Pharo. Mogelijke ontwikkelingen bij Pharo kunnen een ander licht werpen op het parkeerprobleem bij het IJssellandziekenhuis. Toezegging 51 zou daarom nog niet van de lijst mogen worden afgevoerd.


De heer Van Duin vindt dat niet alles met elkaar in relatie staat. Een mogelijke andere bestemming van het terrein van Pharo moet niet met de parkeerproblematiek van het IJssellandziekenhuis worden verbonden. Een nieuwe organisatie of vereniging op het terrein van Pharo krijgt aldaar een eigen parkeervoorziening. Er zal geen grond worden verkocht voor parkeerplaatsen voor het IJssellandziekenhuis.


6. Lijst van ingekomen stukken


Verschillende sprekers verzoeken stukken terug te laten komen in commissievergaderingen.


De voorzitter zegt toe aan de heer Siebel dat een gewijzigde agenda voor de commissie Welzijn zal worden toegestuurd.


De heer Van Schaik wil ingekomen stuk 3 laten terugkomen in de commissievergadering buitenruimte.


De voorzitter zegt dit toe.


Mevrouw Zimmerman vraagt stukken 15 en 19 terug te laten komen in de commissievergadering welzijn.


De voorzitter zegt dit toe.


De heer Siebel vraagt of ingekomen stuk 35 terug kan komen in de commissievergadering welzijn.


De heer Sörensen stelt voor dat de griffier met de voorzitter van de commissie zal overleggen over de gewijzigde agenda.


7. Mededelingen en rondvraag


De heer Van Lottum stelt voor de meerjarenbegroting van de dienst Sport en Recreatie in de commissie buitenruimte te behandelen. De portefeuillehouder deelt zijn mening.


De voorzitter antwoordt dat de griffier met de beide voorzitters zal overleggen over de agenda’s voor de commissievergaderingen.


Mevrouw Ton maakt melding van het stuk over Doorsteek Fietspad Wasbloem. Ze vraagt de heer Paulusma om de briefschrijvers voor het einde van de week te antwoorden. Het betreft een kwestie die haast heeft. Maandag 4 februari 2008 zal de bouw een aanvang nemen.


De heer Paulusma maakt duidelijk dat de veiligheid aldaar zal worden nagelopen en verbeterd. De weg zal niet worden afgesloten.


Mevrouw Ton gaat vervolgens in op de brief over verantwoording fractiegelden die door de PvdA is verspreid. Ze gaat ervan uit dat kwestie zijn normale gang zal krijgen.


8. Vragenhalfuur raadsleden en informatieverstrekking door het dagelijks bestuur


De heer Van Pelt vraagt naar de stand van zaken betreffende de interne verhuizing. Tevens maakt hij melding van de gebrekkige gang van zaken omtrent de beantwoording van schriftelijke vragen.


De heer Noeverman legt uit dat er door de facility service van de servicedienst van de gemeente Rotterdam onderzoek is gedaan naar de mogelijkheden van de eerste etage. De griffier heeft hierover op dinsdag 29 januari overleg met de facility service. Er wordt aan gewerkt.


De heer Meijer vraagt naar de stand van zaken met betrekking tot de andere etages.


De heer Noeverman antwoordt dat ook de andere etages door de facility service zullen worden meegenomen.


De voorzitter verontschuldigt zich voor de gebrekkige gang van zaken omtrent het beantwoorden van de schriftelijke vragen. Er wordt aan gewerkt en de heer Van Pelt zal zijn antwoorden alsnog ontvangen.


Mevrouw Ton constateert dat de heer Besters afwezig is en vraagt of hij nog steeds ziek is.


De voorzitter bevestigt dit.


9. Sluiting


De voorzitter sluit de vergadering om 23.15 uur.






Zoeken
Uitgebreid zoeken