Verslag van de Openbare vergadering van de deelraad Prins Alexander gehouden op maandag 23 maart 2009 in het deelgemeentekantoor aan het Prins Alexanderplein 6
Aanwezig: Mevr. L. van Bijsterveld (PvdA), mevr. M.A. Huisman (VVD; tot 19.50 uur) en mevr. J.L. Ton (CDA; tot 22:00 uur) evenals de heren R.J. van Asch (SP), J. van Binsbergen (Leefbaar Rotterdam), H.L.E. Blanck (PvdA), P.J. van Brenkelen (Leefbaar Rotterdam), R. Choenni (PvdA), D. Graafland (SP), H.C.G. Koedijk (VVD), P. Kroon (PvdA), D.J.J. van Lottum (CDA), P. Meijer (Leefbaar Rotterdam), P.C. Paulusma (PvdA), D.J. van Pelt (Leefbaar Rotterdam), A. Salhi (PvdA), B. van Schaik (Leefbaar Rotterdam), J.A. Schippers (CU/SGP), A. Siebel (Leefbaar Rotterdam), J.C.M. Soijer (LSD), L. Sörensen (Leefbaar Rotterdam; tot 22:00 uur), E.J.B. Stapelkamp (GroenLinks), A. Tieleman (CDA) en W. Veldhuijzen (Leefbaar Rotterdam)
Afwezig: de heer J. Kooijman (PvdA)
Griffie: R.D. Weststrate (griffier).
Notulist: P.J. Hoepel, Alpha Verslaglegging, Waddinxveen
Dagelijks bestuur: R. Krul (voorzitter van het dagelijks bestuur en de deelraad), E.G. van Duin (portefeuillehouder), P. Pieterse (portefeuillehouder), mevr. G. Boekhoudt (portefeuillehouder) en mevr. M.A.M. Sedney-Appeldoorn (portefeuillehouder)
Insprekers: de heer J. Dorenbos en de heer J. Bosma
Belangstellenden: ca. 15 belangstellenden
1. Opening
De voorzitter opent de vergadering om 19.30 uur.
2. Vaststelling agenda
De agenda wordt goedgekeurd en vastgesteld.
3. Gelegenheid tot het stellen van vragen door het publiek over onderwerpen die niet op de
agenda staan
Hier wordt geen gebruik van gemaakt.
4. Onderzoek realiseringskans burgerinitiatief veerpont Zevenhuizerplas
De heer Dorenbos nodigt tien deelraadsleden uit voor aanstaande vrijdagavond om met hem een rondvaart te maken met een pont op de Rottemeren. Hierdoor kunnen deelraadsleden ervaren wat de mogelijkheden zijn van een elektroboot. De rondvaart start bij de uitspanning van Merenbos om 17.30 uur.
De heer Meijer vraagt of het DB de deelraad van informatie kan voorzien met betrekking tot de kosten van het onderzoek.
De heer Van Duin brengt naar voren dat het DB een offerte heeft ontvangen van het bureau Vrolijks. Het bureau heeft onderzoek gedaan naar het aantal ligplaatsen. De offerte meldt een bedrag voor onderzoek van € 11.500,- exclusief BTW.
De heer Meijer vindt het idee zeer sympathiek. Het is echter wel zorgwekkend dat er nog geen exploitanten en sponsors zijn gevonden. Ook de kosten voor het onderzoek zijn hoog.
De heer Van Lottum vraagt of in het onderzoek ook wordt meegenomen de vraag naar de mogelijkheden met betrekking tot het aantrekken van sponsors. Voorts vraagt hij wat moet worden verstaan onder een redelijke vergoeding zoals door de ontwikkelaar is aangegeven en vraagt verder of de heer Dorenbos zich hier in kan vinden.
De heer Kroon staat net als vorige sprekers positief tegenover het laten varen van de veerpont. Het bedrag van € 11.500,- is voor de PvdA-fractie aanvaardbaar. Er is wellicht een post onvoorzien waaruit dit kan worden bekostigd. Maar er zou ook gekeken kunnen worden of het Recreatieschap en/of het Hoogheemraadschap bereid is in de kosten bij te dragen.
De heer Koedijk geeft vooraf aan dat mevrouw Huisman ziek naar huis is gegaan. Met betrekking tot het onderzoek en de geraamde kosten van totaal ongeveer € 15.000,- kan de VVD leven. Hij ziet nog geen aanleiding om het burgerinitiatief af te blazen. Wel betreurt hij het dat er nog geen sponsors zijn gevonden.
De heer Graafland verzoekt om een korte schorsing voor aanvang van de tweede termijn om overleg te kunnen voeren met zijn fractie.
De heer Stapelkamp geeft aan dat uit de brief blijkt dat er vraagtekens worden geplaatst bij de haalbaarheid van het initiatief. Daarop gelet is het bedrag voor het onderzoek fors. Verder blijkt ook dat twee aanlegplaatsen bij de uitgang metro en de boulevard niet realiseerbaar zijn. Terwijl dit juist belangrijke opstapplaatsen zouden kunnen zijn. Spreker vraagt zich af welke consequenties dit heeft. Uit de krant heeft hij begrepen dat de aanschaf van een boot ongeveer € 75.000,- zal betreffen. Dit vindt hij een fors bedrag in het kader van aanloopkosten, zeker gelet op het feit dat er zich nog geen derden hebben gemeld voor financiële ondersteuning. Tot slot vraagt hij of er al contacten zijn geweest met bijvoorbeeld Spido of de Pannenkoekenboot en welke uitkomsten er eventueel kunnen worden meegedeeld.
De heer Van Duin legt de heer Van Lottum uit dat het onderzoek geen betrekking zal hebben op de mogelijkheden van het aantrekken van sponsors. Het zal gaan om de haalbaarheid van het project. Vragen als aan welke eisen een veerpont moet voldoen, welke investeringen noodzakelijk zijn en wat de te verwachten bezoekersaantallen zijn, krijgen in dit onderzoek een plaats. Spreker kan nog geen redelijk bedrag noemen in het kader van de Jachthaven nu het plan nog niet volledig is uitontwikkeld. Daardoor kunnen de prijzen voor de ligplaatsen nog niet worden vastgesteld. Het recreatieschap en Schieland vinden het een interessant plan. Het recreatieschap ziet het niet als haar taak om een veerpont te exploiteren. Alleen eventueel onderhoud aan steigers zal zij op zich nemen. Tot slot maakt hij duidelijk dat niet is gesproken met partijen als Spido of de Pannenkoekenboot.
De heer Dorenbos geeft aan contact te hebben gezocht met het Economic Development Board of Rotterdam, maar nog geen reactie te hebben ontvangen.
Schorsing
2etermijn
De heer Meijer vindt het een lastige kwestie. Hij vraagt de heer Van Duin, gelet op zijn ervaring, hoe hij de kans inschat dat uit het onderzoek zal blijken dat de realisatie en exploitatie haalbaar zullen blijken.
De heer Van Lottum kan instemmen met het onderzoek. Zo ook de heer Kroon en de heer Koedijk.
De heer Graafland maakt duidelijk dat de SP-fractie tegen het op voorhand houden van het onderzoek is vanwege de hoge kosten.
De heer Stapelkamp stemt in met het onderzoek hoewel hij de kans van slagen klein acht en het een zeer lastige keuze blijft vinden.
De heer Schippers vraagt de initiatiefnemers of het mogelijk is dat zij voor een klein gedeelte zelf bijdragen in de kosten van het onderzoek. Hij denkt aan vijf procent van de totale kosten. Hierdoor zouden de initiatiefnemers laten blijken dat zij zich daadwerkelijk willen inspannen om het project te laten slagen. Anderzijds is hij van mening dat de deelraad het initiatief serieus dient te nemen. Wel acht ook hij de kans van slagen klein.
De heer Soijer vindt het een sympathiek initiatief. De kosten voor het onderzoek zijn behoorlijk, toch stemt hij in met het voorstel.
De heer Van Duin schat in dat het zeer lastig zal worden het initiatief van de grond te krijgen zonder een flinke bijdrage van de deelgemeente. In welke orde van grote moet worden gedacht, kan hij absoluut niet aangeven. Dit zal door de deelraad op een later moment moeten worden besloten. Het bedrag voor het onderzoek vindt hij redelijk.
De heer Dorenbos antwoordt op de heer Schippers dat er geen bereidheid/mogelijkheid is bij de initiatiefnemers tot een eigen bijdrage voor het onderzoek. Verder brengt hij nog naar voren dat andere partijen wellicht wel kunnen bijdragen zoals de gemeente en/of de provincie.
De heer Meijer geeft aan dat vijf leden tegen zijn en drie voor het onderzoek.
De voorzitter sluit af en stelt vast dat een meerderheid de uitvoering van het onderzoek steunt.
5. Gebiedsgericht werken en onder meer categoraal beleid, evenals categorale overlegfora
De heer Meijer steunt de uitspraak van het DB dat ‘alles beter kan’. De brief van het DB heeft Leefbaar Rotterdam wel enigszins gerustgesteld nu de eerdere strakke uitspraken zijn gerelativeerd. Niets staat op dit moment categoraal beleid in de weg. De motie van het CDA kan dan ook op korte termijn worden uitgevoerd.
De heer Van Lottum benadrukt dat hij al op 26 januari zijn vraagtekens heeft gezet bij de uitspraak van het stadsbestuur dat er geen ruimte meer zou bestaan voor categorale beleidsnotities. Als voorbeeld noemt hij de in de maak zijnde stedelijke sportvisie. In de voorliggende brief maakt het DB een uitzondering voor categorale beleidsnotities. Dat is volgens hem terecht. Niets staat dan ook meer de uitvoering van de motie voor een sportvisie in de weg. Er kan dan direct worden gestopt met het ‘hapsnap’ verzinnen van oplossingen voor een bepaald gebied zonder het overkoepelende geheel te bezien.
In de tweede plaats vraagt hij zich af hoe de verdeling van de deelraadscommissies zich verhoudt tot een integraal gebiedsgerichte aanpak.
Participatie zal gebiedsgericht worden aangepakt. Spreker vraagt zich af welke consequenties dit heeft voor categorale platfora. Vooral de motie van het CDA tot het instellen van een seniorenadviesraad komt in het geding. Volgens het DB kúnnen categorale platfora worden ingezet bij advisering aan de deelgemeente. Heeft dit tot gevolg dat de motie vooralsnog niet wordt uitgevoerd en dat deze wordt uitgesteld?
In de vierde plaats vraagt de heer Van Lottum of de gebiedsgerichte notities worden betrokken bij de coalitiebesprekingen in 2010?
Tot slot vraagt hij zich af hoe de rolverdeling is tussen deelraad en DB in het kader van gebiedsgericht werken. Ook hier zullen de voorstellen van het stadscollege moeten worden afgewacht.
De heer Choenni maakt duidelijk dat de PvdA-fractie een voorstander is van gebiedsgericht werken. Hierdoor kan het bestuur dicht bij de burger komen door onder andere wijkbezoeken en een vraaggerichte aanpak per wijk voor te staan. Vervolgens gaat hij in op de vijf discussiepunten zoals door het DB naar voren gebracht.
De gebiedsgerichte aanpak brengt mee dat een specifieke aanpak per wijk kán plaatsvinden. Door middel van iwapsen kunnen verschillende opties worden bekeken en kunnen burgers hun inbreng kenbaar maken. Zodra de eerste iwap gereed is zal de deelraad de best werkende vaststellen. Gebiedsgericht werken vergt ten derde interactie met diverse actoren in de wijk zoals scholen, maatschappelijk werkers, enz. Zowel vrouwen, kinderen, ouderen, allochtonen enz. passeren de revue. Alles vindt op wijkniveau plaats. Er is dan ook geen ruimte voor ‘vreemde eenden in de bijt’. Gebiedsoverstijgende adviesraden zijn volgens spreker volstrekt overbodig.
Iedere wijk kent zijn eigen ontstaansgeschiedenis en ontwikkeling. Bij de opstellingen van de iwapsen zal de huidige stand van de wijk als nulmeting gelden. Tot slot geeft hij aan dat de deelraad kaderstellend en controlerend optreedt. De deelraad oormerkt de gelden en stelt de kaders vast. Het DB implementeert de plannen. Ook verzorgt het DB de informatievoorziening richting de deelraad. De deelraad stuurt op hoofdlijnen. Er is geen ruimte voor overkoepelende adviesraden die door de deelgemeente zijn ingesteld. Wel kunnen vrijwilligers zichzelf organiseren. In de private sector is veel mogelijk.
De heer Koedijk is verheugd met het voorliggende document. Hierin ligt het antwoord dat hij graag wilde horen. Spreker kijkt uit naar de uitwerking op korte termijn. Problemen heeft hij met een eventueel door de deelgemeente in te stellen adviesraad. Wel zou er bij diverse instanties gevraagd en ongevraagd advies kunnen worden gevraagd.
De heer Meijer is van mening dat het niet gaat om een door de deelraad in te stellen adviesraad. De voorgestelde adviesraad zou het DB van advies moeten voorzien.
De heer Koedijk antwoordt dat het DB dan een aparte commissie moet gaan benoemen. Dat kan volgens hem niet de bedoeling zijn.
De heer Graafland ziet kansen in het gebiedsgericht werken omdat daarin wijken en bewoners centraal staan. Wijkbewoners krijgen door het meedenken bij de iwapsen meer invloed op de concrete invulling van de plannen voor hun wijk. De SP is geen tegenstander van categorale nota’s, maar ‘zit er ook niet op te wachten’. Gelet op de discussie over het deelgemeentebestel, lijkt dit meer een zaak voor de stadsgemeente. Zij schrijven immers de kaders die door de deelgemeente worden ingevuld. Indien bijvoorbeeld ouderen zich willen organiseren, zullen zij dat in de toekomst op een ander niveau moeten doen. In iedere wijk zullen belangenbehartigers moeten worden gezocht. Dit komt de sociale cohesie ten goede. Tot slot benadrukt hij dat de SP zich goed kan vinden in de wijkgerichte aanpak.
De heer Stapelkamp steunt het gebiedsgericht werken. Op dit moment wordt door middel van de wijkteams al gebiedsgericht gewerkt. Volgens spreker is er geen principieel verschil tussen gebiedsgericht en categoraal beleid. Ieder beleidsdocument voegt iets toe. In de voorgestelde werkwijze zullen de beleidsdocumenten die voor een groot deel op stedelijk beleid zijn geschoeid, afnemen. Meer maatwerk en minder algemeen beleid.
In de nieuwe bestuursperiode moet naar de mening van spreker gewerkt gaan worden met gebiedsgerichte deelraadscommissies. Gebiedsoverstijgende zaken dienen in een aparte commissie of in de deelraad te worden besproken. Deze problematiek zal ook in andere deelgemeenten spelen. Voor- en nadelen dienen te worden geïnventariseerd.
Met de iwapsen krijgen bewoners meer en betere inspraak. Hier is GroenLinks altijd voorstander van geweest. Het komt de betrokkenheid van bewoners ten goede.
Verder maakt hij duidelijk dat gebiedsgericht werken categorale overleggen niet hoeven uit te sluiten. Een seniorenplatform heeft dus wel degelijk bestaansgrond, maar dient alleen niet door de deelgemeente te worden ingesteld.
Tot slot benadrukt spreker dat de deelraad forse inspraak dient te hebben bij de ontwikkeling van gebiedsvisies.
De heer Schippers sluit zich aan bij de heer Stapelkamp wat betreft de verhouding tussen gebiedsgericht en categoraal beleid. Categoraal beleid dient volgens hem op deelraadniveau plaats te vinden. De suggestie om in de volgende raadsperiode met gebiedsgerichte deelraadscommissies te gaan werken, steunt hij van harte.
Categorale platfora zullen over het algemeen overbodig worden. Wijkoverstijgende punten kunnen door hen eventueel ter hand worden genomen. De nota is niet helemaal duidelijk over hoe dit in de praktijk zal werken.
Bij punt 4 maakt hij de kanttekening dat de iwapsen deelgemeentelijk georiënteerd dienen te blijven. Wijkgericht en niet bedoeld als service-instrument voor problemen van bijvoorbeeld het stadscentrum.
Met het instellen van een adviesraad door de deelgemeente wordt volgens spreker het politieke primaat van de deelraad ondergraven. Wel dient de deelgemeente adviezen van een eventueel categoraal platforum serieus te nemen en te behandelen.
De voorzitter constateert dat met de brief op verschillende punten helderheid is geschapen. Veel kan echter niet los worden gezien van stedelijk beleid. De brief moet dan ook als richtinggevend worden gezien. In de komende periode zal ervaring moeten worden opgedaan met de iwapsen waarmee in de komende raadsperiode voordeel kan worden gedaan. Verschillen tussen de fracties zijn vooral zichtbaar met betrekking tot de motie van het CDA en hoe daar invulling aan moet worden gegeven. Spreker constateert dat sinds de aanvaarding van de motie veel tijd is verstreken en er zich tevens diverse ontwikkelingen hebben voorgedaan die niet voorzien waren. Met de keuze voor het gebiedsgericht werken en de iwapsen wordt een bepaalde koers uitgezet waarin bewoners invloed kunnen uitoefenen op het beleid. Ouderenplatforms kunnen als gesprekspartner worden gezien in de verschillende wijken. De ouderenbonden zijn echter anders georganiseerd. Deze dienen echter ook te worden uitgenodigd bij de overleggen in de wijken en het opstellen van de iwapsen. Het DB kiest om die reden niet voor het instellen van de seniorenraad die op alle onderwerpen inbreng zou moeten hebben. Wel zullen ouderen zeer nadrukkelijk worden betrokken bij het opstellen van de iwapsen.
De heer Bosma benadrukt dat het voor de ouderenbonden lastig is zich over acht wijken te verdelen. Bij de vertegenwoordiging gaat het vaak om onderwerpen die wijkoverstijgend zijn zoals huisvesting en vervoer. Zijn grote zorg is dat de terugloop van het vrijwilligerspotentieel grote gevolgen zal hebben, zeker wanneer de bonden zich op wijkniveau moeten organiseren. Hij wijst in dat kader op de opheffing van het ouderenplatform in Zevenkamp.
2etermijn
De heer Meijer is niet blij met de redenering van het DB dat de motie van het CDA door het verloop van de tijd een andere invulling zou moeten krijgen of wellicht niet zou moeten worden uitgevoerd. De heer Meijer herkent zich in de zorgen van de heer Bosma met betrekking tot de terugloop van het aantal vrijwilligers. Uit eigen ervaring weet hij dat ook bij de Anbo sprake was van een tekort aan vrijwilligers. Vooral de overdracht van kennis op alle vrijwilligers zal zeer lastig zijn. Zeker wanneer deze over acht wijken zijn verspreid. Spreker pleit daarom nogmaals voor het steunen van de ouderenbonden.
De heer Van Lottum vindt dat er een wonderlijke situatie is ontstaan. De motie van het CDA is een half jaar geleden met raadsbrede steun aangenomen. Geen van de partijen was er tegen. Nu blijkt dit echter geheel veranderd te zijn nu het DB de uitvoering anders wil aanpakken in verband met het gebiedsgericht werken. De PvdA-fractie spreekt zelfs van een vreemde eend in de bijt. Dit zal hij bij de medewerkers van de Ambo en het FNV overbrengen. Voorts werpt hij het DB tegen dat de Ouderenbonden niet over alle onderwerpen gaan, maar slechts alleen die onderwerpen die ouderen betreffen. Overlgplatfora zijn in de ogen van spreker zeer verdienstelijke clubjes die af en toe een bingoavond organiseren, maar kunnen niet als serieuze gesprekspartners worden beschouwd, ook niet in een wijk.
De heer Choenni merkt op dat diverse groepen zullen participeren: jongeren, ouderen, allochtonen, enz. Het gaat om participatie op wijkniveau. De heer Van Lottum spreekt echter over een deelgemeente overkoepelende adviesraad. De leden van de bonden die in een bepaalde wijk wonen, kunnen in die wijk en alleen over die wijk hun inbreng leveren. De heer Van Lottum kan echter niet als voorzitter van één van de ouderenbonden in de wijk als gesprekspartner optreden.
De heer Van Lottum reageert dat het niet om zijn persoon gaat. Binnen het driebondenoverleg zijn mensen die hier speciaal voor zijn opgeleid. Deze mensen zijn beter opgeleid dan de deelnemers van de seniorenplatfora.
De heer Pieterse vraagt of het de heer Van Lottum is te doen om een driebondenoverleg of om een seniorenadviesraad.
De heer Van Lottum antwoordt dat het in feite gaat om een driebondenoverleg. Deze bonden beschouwen zichzelf als aanspreekpunt voor alles wat ouderen betreft.
De heer Koedijk brengt naar voren dat de VVD niet van standpunt is gewijzigd. In de rubriek ‘Raadsleden aan het woord’ heeft iedereen kunnen lezen wat zijn standpunt is. Spreker vindt het van belang dat ouderen zich kunnen laten horen; gevraagd en ongevraagd. Hoe dit wordt georganiseerd is van ondergeschikt belang. Ook met betrekking tot jongeren werkt het op deze wijze.
De heer Meijer confronteert de heer Koedijk met het bestaan van een deelgemeentelijk jongerenpanel.
De heer Koedijk reageert dat het jongerenpanel na 2009 wordt opgeheven omdat het jongerenjaar dan is afgelopen.
De heer Van Lottum blijft van mening dat de heer Koedijk van standpunt is gewijzigd. Zal bij het opstellen van de iwapsen, bijvoorbeeld in het kader van brandveiligheid, advies worden ingewonnen bij de brandweerman uit de desbetreffende wijk of gaat men daarvoor naar de deelgemeentelijke brandweer?
De heer Graafland is tevreden met de overeenstemming tussen het DB en de SP.
De heer Stapelkamp reageert in de eerste plaats op het CDA. GroenLinks heeft destijds de motie van het CDA gesteund vanwege de onderliggende gedachte betreffende de participatie van ouderen. In de huidige situatie wordt daaraan niet afgedaan alleen is er een andere invulling aan gegeven. Er is dan ook geen achteruitgang wat de participatie betreft.
De heer Schippers maakt zich zorgen over hoe de organisatie over de acht wijken zal moeten plaatsvinden. Indien de ouderenbonden hier problemen mee hebben, zal de feitelijke participatie afnemen. Blijft het mogelijk dat de ouderenbonden in één keer commentaar geven op alle acht wijkvisies?
De voorzitter kan de zorgen van de heer Bosma volgen. Ook voor de deelgemeente bestaat er een volstrekt nieuwe situatie, zoals het werken met iwapsen. Deze wijziging van denken zal consequent moeten worden doorgevoerd. Ook de deelraad zal hierin mee moeten. Spreker heeft geen bezwaar tegen het bestaan van platfora zoals het armoedeplatform. Al deze platfora zijn echter niet door de deelgemeente ingesteld. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld het jongerenpanel. Primair gaat het om de participatie van ouderen. Hij doet dan ook een dringend beroep op de fracties van het CDA en Leefbaar Rotterdam om dit te steunen en een kans te geven.
De heer Van Lottum ziet het probleem niet in. Hij begrijpt niet waarom een overkoepelende ouderenraad niet als adviesorgaan zou kunnen fungeren. Zeker nu het DB aangeeft dat dit niet strijdig hoeft te zijn met het gebiedsgericht werken.
De heer Meijer vraagt wat het DB gaat doen met de motie van het CDA. Wordt deze nu wel of niet uitgevoerd?
De voorzitter antwoordt dat, gehoord de beraadslagingen van de vergadering, op voorstel van het dagelijks bestuur, in de volgende vergadering de deelraad een uitspraak zal worden gevraagd over de uitvoering van de motie.
6. Wijziging samenstelling deelraadscommissies
De voorzitter stelt voor de heren Blanck, Siebel en Graafland te benoemen in het stembureau.
Stemming
De heer Siebel doet verslag van de stemming. Er zijn 23 stemmen uitgebracht waarvan 12 geldige op de heer Soijer en 11 ongeldige stemmen. De heer Soijer is gekozen in de verschillende commissies.
Schorsing
De voorzitter ontbindt het stembureau.
7. Speerpunten Kaderbrief 2010
De heer Meijer maakt vooraf duidelijk dat hij van mening is dat de partijen die nog geen inhoudelijke reactie hebben gegeven op de ingebrachte speerpunten van de verschillende fracties, alsnog een reactie moeten geven. Het kan niet zo zijn dat zij er zonder inhoudelijke reactie vanaf komen.
De voorzitter is van mening dat moet worden vastgehouden aan de voorgestelde werkwijze van de heer Schippers.
De heer Meijer zijn eerste speerpunt naar voren: een website. Op deze website kunnen bewoners (geselecteerd op postcode) hun mening geven over bijvoorbeeld meerdere inrichtingsvarianten van hun eigen straat of plein. Ook kunnen op de site foto’s en filmpjes worden geplaatst over misstanden in de wijk. Op de site zou gechat kunnen worden met bestuurders. Zo past het plan perfect bij communicatie en participatie van bewoners.
Een tweede speerpunt komt van GroenLinks (nr. 8). Bestuurders dienen naar bewoners toe te gaan en hen te benaderen. De praktijk leert namelijk dat weinig bewoners naar georganiseerde bijeenkomsten van de deelgemeente komen.
Een volgend voorstel is het zichtbaar maken en ordenen van regels (nr. 18). Leefbaar Rotterdam kan zich vinden in de omschrijving van de VVD die sprak van een ‘woud van potjes’. Er moet aan bewoners duidelijkheid worden verschaft waar zij wel en niet gebruik van kunnen maken.
Ook de nummers 55/60 spreken Leefbaar Rotterdam aan. Probleem is dat het vaak doorgaande wegen betreft die onder verantwoordelijkheid van de stadsgemeente vallen. Toch kan ook de deelgemeente hier wat aan doen.
Tot slot brengt hij nummer 28 naar voren. Dit betreft het realiseren van ontmoetingsplekken voor jongeren. Onlangs bleek dat jongeren zelf ook initiatieven hierin nemen. Er blijkt dus behoefte aan te bestaan.
Ter afsluiting noemt spreker het ouderenbeleid (nr. 14) en dan meer specifiek de openbare ruimte. Zo zijn kort geleden de stoepen rondom ouderencomplexen recht getrokken. Dit kan spreker van harte ondersteunen. Er is echter meer nodig. Zo moeten obstakels worden verwijderd en dienen er bankjes te worden geplaatst zodat ouderen kunnen uitrusten.
Ook verdient ‘schoon en heel’ meer aandacht. Ondanks dat dit staand beleid is, zou soms meer kunnen worden gedaan. Hij noemt als voorbeeld het verbeteren van straatverlichting.
Tot slot is Leefbaar Rotterdam voorstander van de realisatie van een vrachtautoparkeerterrein (nr. 57).
De heer Van Lottum bedankt in de eerste plaats Leefbaar Rotterdam voor de overzichtelijke lijst met speerpunten die door hen is opgesteld. Voorts noemt hij in de eerste plaats als speerpunt nummer 1? De nummers 3, 7 en 8 kunnen worden samengevoegd. Nummer 28 kan hier ook een plaats in krijgen. Nummer 42 zou een nadere uitwerking kunnen krijgen. Voor een deel is daar de tekst weggevallen. Daar had moeten staan het wegwerken van achterstanden in het onderhoud van de buitenruimte. Dit punt kan worden gecombineerd met nummers 40, 42 en 43. Een volgend speerpunt is nummer 32 betreffende het lid maken van kinderen van bijvoorbeeld een sportvereniging waarbij de deelgemeente de contributie betaalt. Dit zou nader moeten worden uitgevoerd door het ambtelijk apparaat. Ook nummer 23 verdient aandacht. Het is niet duidelijk of dit onder de competentie van de deelgemeente valt, maar wellicht kan de deelgemeente dit desondanks oppakken. Tot slot wijst hij op de nummers 55/60 als zesde speerpunt.
De heer Salhi heeft gekozen voor vijf speerpunten. In de eerste plaats werkgelegenheid gecombineerd met arbeidsmobiliteit, verborgen armoede en bestrijding taalachterstand (nrs. 15/45/61/13/19). Door de bestrijding van taalachterstand kunnen de kansen van mensen op de arbeidsmarkt worden vergroot. Vanuit de stadsgemeente wordt in een aantal wijken pilots gehouden in dit kader. Hier zou de deelgemeente op in moeten springen.
In de tweede plaats de buitenruimte (nrs. 40/41/42/43/46/47/48/50).
Ten derde communicatie en participatie (nrs. 1/2/4/6/7/8). Alle punten worden hierin gesteund aangezien zij in feite één speerpunt vormen.
In de vierde plaats jongeren. Dit betreft realisatie ontmoetingsplekken (nrs. 28/58), er moet aandacht komen voor jongeren van 12-23 jaar, sportstimulering (gratis sporten voor schooljeugd) (nr. 32) en jongerenhuisvesting (nr. 58).
Tot slot noemt hij als vijfde speerpunt hulpverlening en thuiszorg (nrs. 22/33/34/36/39).
De heer Koedijk brengt eveneens vijf speerpunten naar voren. In de eerste plaats schoon en heel (nrs. 47/16/41/42/44/46/48/53). Tweede speerpunt is het gratis sporten (nr. 32). In de derde plaats noemt hij het parkmanagement (nr. 59). De bedrijventerreinen verdienen veel meer aandacht dan nu het geval is. Verder nummers 29/28 betreffende jongeren is zijn vierde speerpunt. Tot slot noemt hij het vrachtwagenparkeerterrein (nr. 57).
De VVD staat sympathiek ten opzichte van nummers 35 (ouderenbeleid), 11/5 (kwalificeren tevredenheid), 12/10, 18, 60/55 en 63/58.
De heer Graafland geeft aan dat hij door persoonlijke omstandigheden niet is toegekomen aan de lijst van 67 speerpunten. Wel heeft hij zelf een aantal speerpunten geformuleerd. Als eerste speerpunt noemt hij nummer 1. Daarnaast de punten 6/7/8 kunnen worden samengevoegd. In de derde plaats kunnen ook de punten 10/11/12 worden samengevoegd. Hierbij staat de verbetering van de dienstverlening van de burgers centraal. Ook nummer 18 heeft zijn steun, mits de deelgemeente hierin de regie houdt. Tot slot steunt hij ook nummer 58 betreffende de jongerenhuisvesting.
De heer Stapelkamp noemt in de eerste plaats zijn speerpunten:
-
Nummers 3/6/7/8: betrokkenheid van de burger;
-
Nummers 33/39/13/34: maatschappelijke gevolgen kredietcrisis;
-
Nummers 58/63: jeugd.
Het valt spreker op dat er veel steun is voor punt 1: het verhogen van de betrokkenheid van de burger bij het beleid van de deelgemeente. Hij doet de oproep aan het DB om met de ambtenaren de wijk in te trekken en de problemen van bewoners te inventariseren en deze met hen op te lossen. Hij verwacht veel van de wijkteams bij het gebiedsgericht werken.
Voorts spreekt hij zijn zorgen uit over de problemen van veel bewoners als gevolg van de crisis. Waar de deelgemeente mogelijkheden heeft dient zij deze volledig uit te buiten. Scheefhangende straatnaamborden hebben dan ook minder prioriteit. GroenLinks verwacht een maximale inspanning van het DB hierin.
Tot slot dienen de kansen van jongeren te worden vergroot. Te veel en te vaak worden jongeren in de hoek gezet van probleemveroorzakers. De beeldvorming tussen ouderen en jongeren dient te worden verbeterd. Jongeren dienen te worden ondersteund met bijvoorbeeld stageplekken en huisvesting. Het gaat om een optimale benutting van de kansen.
De heer Schippers brengt in de eerste plaats naar voren dat gelet op de lange lijst aan speerpunten de indruk zou kunnen ontstaan dat er niets gebeurt in de deelgemeente. Dit is echter niet het geval. Verbeteringen blijven natuurlijk altijd mogelijk. Hij constateert dat er slechts één voorstel is gedaan voor bezuinigingen. Deze bezuiniging kan volgens spreker plaatsvinden op het evenementenbeleid (met 25%). Er blijven dan voldoende evenementen over. Andere fracties hebben dit echter niet gesteund en zelfs gesteld dat bezuinigingen geen speerpunt kan zijn. Dit is volgens hem niet terecht.
Als eerste speerpunt noemt spreker participatie (nrs. 3/6/7/8), eventueel in combinatie met nummer 1. Wel dient altijd het doel van de participatie voor ogen te worden gehouden. Bovendien moet duidelijk zijn wat de rol hierin is van het DB, deelraadsleden, ambtelijke organisatie en individuele fracties. Een interactieve website zoals voorgesteld door Leefbaar Rotterdam vergt dan ook goede doordenking vooraf. Wie beheert bijvoorbeeld de website, wie mag er wel en wie niet op het forum, wat zijn de spelregels, enz. En wat is het doel van de website? Uit een onlangs gehouden wetenschappelijk onderzoek blijkt dat de burger nog steeds het liefst middels de telefoon met de overheid communiceert.
In de tweede plaats noemt hij als speerpunt schoon en heel (nrs. 53/46/47/41/49). Aan het zwerfvuil dient volgens spreker spoedig wat worden gedaan. Een gerichte aanpak is nodig. Die wijken die niet hoog scoren op schoon en heel dienen voorrang te krijgen.
Het derde speerpunt is jongeren (nrs. 29/28/23/26/38). Dit dient niet te worden beperkt tot het realiseren van ontmoetingsplekken, maar ook tot de alcoholproblematiek en sporten voor jongeren.
Wijkveiligheid is zijn vierde speerpunt (nr. 67). Het gaat daarbij niet om wijkknokploegen, maar aan wijkteams van burgers. Hierdoor dragen burgers zelf bij aan de vergroting van de veiligheid in hun wijk.
Tot slot noemt hij nummer 61. Het betreft een stedelijke verantwoordelijkheid, maar de deelgemeente kan hier wel aandacht voor vragen, partijen bij elkaar brengen en monitoren of stedelijke diensten ook daadwerkelijk van werk naar werk begeleiden.
Sympathieke punten zijn klantgerichtheid (nrs. 5/10) en externe dienstverlening (nrs. 11/12), kleinschalige bedrijvigheid (nr. 62), taalachterstand Oosterflank (nr. 19), verborgen armoede (nr. 13), wegwerken achterstanden buitenruimte (40/42/43/45) en nummer 35 betreffende ouderen. Nummer 31, het bezuinigen op evenementen blijft staan.
De heer Soijer sluit zich aan bij de motivering van de andere sprekers en beperkt zich tot het opnemen van de speerpunten. Dit zijn de nummers 1, 14, 40, 50 en 53. Sympathie heeft spreker voor de nummers 49, 60, 33, 39, 3, 6, 7, 8 en 31.
Schorsing
De voorzitter brengt naar voren dat van de lijst speerpunten er veertien niet zijn genoemd. Er blijven kortom nog 53 speerpunten over. Voorts gaat hij in op de inbreng van de heer Schippers betreffende bezuinigingen op het evenementenbeleid. Het DB houdt rekening met bezuinigingen voor volgend jaar. Dit kan een rol gaan spelen bij de kaderbrief en/of bij de begroting. De voorzitter legt uit dat door het DB is gekeken naar de individuele speerpunten en niet naar combinaties daarvan zoals door verschillende partijen aangebracht. Verder maakt spreker duidelijk dat er verschillende aanvliegroutes mogelijk zijn voor de verdere behandeling. In de eerste plaats kan een aantal thema’s worden vastgesteld. Dit zijn Jongeren, Communicatie/participatie, Gevolgen van de crisissituatie, Schoon en heel en Parkeren + verkeer. Daarnaast kan worden gewerkt met de meest gekozen nummers. Dit zijn de nummers 1, 6, 7, 8, 28, 40, 43, 55, 58 en 18. Voorts de combinatie 6, 7, en 8 met nummer 3.
De heer Meijer vindt de route via de thema’s preferabel. Hierover zou gestemd moeten worden.
Ook de andere sprekers kunnen zich hier in vinden. De heer Stapelkamp vindt echter dat hiertoe niet in vijf minuten zou moeten worden besloten. In mei vindt namelijk nog een discussie plaats over de kaderbrief waarbij de deelraad de mogelijkheid heeft om het DB te sturen.
De voorzitter maakt duidelijk dat daar geen tijd voor is. Het DB moet direct aan de slag kunnen gaan met de speerpunten.
Mevrouw Sedney vult aan dat de eerder door de voorzitter genoemde speerpunten een meerderheid behalen waarmee het DB goed uit de voeten kan. Indien nu tot uitstel wordt besloten komt de uitwerking, mede gelet op de verhuizing van het DB, in het gedrang.
De heer Salhi vindt de clustering van thema’s een goed voorstel. Het voorstel van de heer Stapelkamp past daar niet in. Ook de heer Salhi heeft zijn speerpunten geclusterd.
De heer Van Lottum geeft aan dat mevrouw Sedney nummer 42 wel noemde in tegenstelling tot de voorzitter terwijl er wel raadsbrede steun is voor dit speerpunt.
De voorzitter reageert dat dit nummer als sympathiek is genoemd door de fracties en niet als speerpunt.
De heer Stapelkamp maakt duidelijk dat hij zich graag laat overtuigen. Nu het voor het DB praktisch niet mogelijk is, legt hij zich daarbij neer.
Ook de heren Schippers en Soijer kunnen zich vinden in de thematische aanpak.
De heer Van Lottum wijst nogmaals op nummer 42. In de aangepaste versie kunnen vrijwel alle fracties zich hierin vinden.
8. Wijziging Programmabegroting 2009
De deelraad stemt unaniem in.
9. Subdelegatie bevoegdheden op grond van de Wet ruimtelijke ordening aan dagelijks
bestuur
De deelraad stemt unaniem in.
10. Afdoening motie over gebruik jongerencentrum
De deelraad stemt unaniem in.
11. Mededelingen en rondvraag
De heer Van Lottum is benaderd door bewoners over een klacht over het parkeren van een aanhangwagen op een reguliere parkeerplaats. Hij vraagt naar de stand van zaken met betrekking tot deze problematiek.
De heer Pieterse geeft aan dat aan de wethouder is voorgesteld de APV aan te passen. Zijn inschatting is dat dit niet voor de zomervakantie zal zijn geregeld.
Mevrouw Sedney deelt mee dat de deelraad een rapportage zal ontvangen van wethouder Baljeu waaruit zal blijken dat de zaterdagopenstelling van de stadswinkel van 10.00 uur tot 12.30 uur is.
12. Vragenhalfuur raadsleden en informatiestrekking door het dagelijks bestuur
Hier wordt geen gebruik van gemaakt.
13. Verslag van de vergadering d.d. 16 februari 2009 van de deelraad, alsmede de lijst met
toezeggingen
De heer Van Lottum maakt een opmerking over de lijst van toezeggingen (nr. 27, p. 3 van 7). Hij stelt dat er slechts één gesprek heeft plaatsgevonden en niet meerdere gesprekken zoals foutief staat vermeld. Er hebben niet meerdere gesprekken met de ouderenbonden plaatsgevonden.
De voorzitter bevestigt dat op 16 april een gesprek heeft plaatsgevonden met een vertegenwoordiging van de ouderenbonden.
Het verslag wordt vastgesteld.
14. Lijst ingekomen stukken
De voorzitter merkt tot slot met betrekking tot de lijst van ingekomen stukken op dat ten aanzien van nummer 3 ‘2008’ moet worden vervangen door ‘juni 2009’.
Verder wat betreft nummer 20 dient in plaats van ‘2 maart 2009’ te staan ’20 april 2009’.
15. Sluiting
De voorzitter sluit de vergadering om 22.45 uur.
