Verslag van de Openbare vergadering van de deelraad Prins Alexander gehouden op maandag 20 april 2009 in het deelgemeentekantoor aan het Prins Alexanderplein 6.
Aanwezig: Mevr. L. van Bijsterveld (PvdA) en mevr. M.A. Huisman (VVD) evenals de heren R.J. van Asch (SP), J. van Binsbergen (Leefbaar Rotterdam), H.L.E. Blanck (PvdA), P.J. van Brenkelen (Leefbaar Rotterdam), R. Choenni (PvdA), D. Graafland (SP), H.C.G. Koedijk (VVD), J. Kooijman (PvdA), P. Kroon (PvdA), D.J.J. van Lottum (CDA), P. Meijer (Leefbaar Rotterdam), P.C. Paulusma (PvdA), D.J. van Pelt (Leefbaar Rotterdam), A. Salhi (PvdA), B. van Schaik (Leefbaar Rotterdam), J.A. Schippers (CU/SGP), A. Siebel (Leefbaar Rotterdam), J.C.M. Soijer (LSD; tot 21:00 uur), L. Sörensen (Leefbaar Rotterdam), E.J.B. Stapelkamp (GroenLinks), A. Tieleman (CDA) en W. Veldhuijzen (Leefbaar Rotterdam).
Afwezig: mevr. J.L. Ton (CDA)
Griffie:R.D. Weststrate (griffier).
Notulist: P.J. Hoepel, Alpha Language Services BV Waddinxveen.
Dagelijks bestuur: R. Krul (voorzitter van het dagelijks bestuur en de deelraad), E.G. van Duin (portefeuillehouder), P. Pieterse (portefeuillehouder), mevr. G. Boekhoudt (portefeuillehouder) en mevr. M.A.M. Sedney-Appeldoorn (portefeuillehouder).
Insprekers: de heer J. Bosma
Belangstellenden: ca. 15 belangstellenden.
1. Opening
De voorzitter opent de vergadering om 19:30 uur. Vervolgens wordt mevrouw Huisman toegezongen ter opluistering van haar verjaardag.
2. Vaststelling agenda
De agenda wordt goedgekeurd en vastgesteld.
3. Gelegenheid tot het stellen van vragen door het publiek over onderwerpen die niet op de agenda staan
Hier wordt geen gebruik van gemaakt.
4. Uitvoering motie instellen Seniorenplatform
De heer Bosma benadrukt in vervolg op zijn inbreng van de vorige raadsvergadering dat men zeer teleurgesteld is in de wijze waarop het DB is omgegaan met de motie. Vanaf 23 juni 2008 is bestuurlijk de indruk gewekt dat er een seniorenadviesraad zou komen. De drie bonden hebben hierop geanticipeerd door vanaf de zomervakantie regelmatig met elkaar te overleggen. Het gezamenlijk bespreken van de notitie mantelzorg is daar een voorbeeld van. Ook is overleg gevoerd met de gezamenlijke ouderenplatforms. Hij noemt een aantal argumenten om de deelraad te overtuigen. In tegenstelling tot de Anbo spreken de ouderenbonden centraal mee in het Cosbo. Daarnaast hebben ook tenminste drie andere deelgemeenten een seniorenadviesraad, waaronder Delfshaven en Feijenoord. Uit een stedelijk rapport blijkt dat procentueel gezien de meeste ouderen in PA wonen, namelijk 20%. De participatie van ouderen neemt af. Doordat eenderde van de ouderen in de deelraad lid is van een ouderenbond is sprake van een democratische legitimatie. Wat is er mooier voor de deelgemeente wanneer zij gratis advies krijgt aangeboden. Het enige dat wordt gevraagd is een niet geheel vrijblijvende structuur waarin kan worden meegepraat. De rol die door het DB wordt weggelegd voor het seniorenadviesplatform vindt spreker erg mager, nu zij ook wil meepraten over bijvoorbeeld het opstellen van iWAPSen.
De heer Meijer refereert aan de eerdere inbreng met betrekking tot dit onderwerp.
Het seniorenplatform is een welkome aanvulling. Het platform heeft niet het monopolie.
Leefbaar Rotterdam is verbaasd over het feit dat het DB deze vorm van participatie afwijst, terwijl in het coalitieakkoord gewag wordt gemaakt van het vergroten van de participatie. Leefbaar Rotterdam steunt het voorstel van het DB dan ook niet.
De heer Van Lottum kan in deze kwestie geen visie ontdekken bij het DB. Vervolgens bespreekt hij een aantal passages uit het belegstuk van 7 april 2009. In de eerste plaats stelt het DB dat het instellen van een seniorenplatform ter sprake is gekomen in de gesprekken die hebben plaatsgevonden met de waakhonden van het project. Navraag leert echter dat dit niet het geval is. Spreker wenst dan ook heldere uitleg op dit punt. Verder schrijft het DB dat is gesproken met het ouderenplatform. Niet duidelijk is wat hiermee wordt bedoeld en of deze instantie een democratische legitimatie heeft. Spreker vraagt zich af op grond waarvan het DB deze instantie als een relevante gesprekspartner beschouwt in het kader van ouderen. In de derde plaats is de heer Van Lottum van mening dat de rol die de seniorenadviesraad volgens het DB wel zou kunnen hebben, te vrijblijvend is. Dit wordt versterkt door het feit dat de bonden ruim drieduizend betalende leden hebben en daarmee democratisch zijn gelegitimeerd.
De heer Salhi geeft aan dat de argumenten in eerdere vergaderingen zijn uitgewisseld. In PA wonen inderdaad veel ouderen die een ouderenplatform verdienen. In het verkiezingsprogramma van de PvdA-fractie uit 2006 wordt hierover gesproken. Soms is het echter, gelet op de veranderde omstandigheden, nodig om een standpunt te herzien. De brief van het DB evenals de kanteling van de organisatie ten behoeve van het gebiedsgericht werken, heeft de PvdA-fractie overtuigd. Er blijft natuurlijk wel ruimte voor een seniorenplatform. In tegenstelling tot het CDA en Leefbaar Rotterdam vindt de PvdA-fractie dat dit platform niet officieel moet worden geïnstalleerd door de deelgemeente.
De heer Meijer vraagt wat het verschil is tussen een officieel en officieus ingestelde seniorenraad.
De heer Salhi maakt duidelijk dat de PvdA-fractie heeft ingestemd met het gebiedsgericht werken. Daarom is er geen behoefte aan een officieel ingestelde seniorenraad. Het staat ouderen echter vrij om zichzelf te organiseren en de deelgemeente te adviseren.
De heer Meijer vraagt opnieuw waarom de PvdA-fractie de keuze heeft gemaakt die zij heeft gemaakt.
De heer Salhi wijst op het bestaan van een gehandicaptenraad in de deelgemeente die ook niet officieel is ingesteld. Verder refereert hij aan de vraag van de heer Pieterse aan de heer Van Lottum, waarbij de heer Van Lottum heeft geantwoord dat het gaat om een driebonden-overleg.
De heer Van Lottum bevestigt dit en geeft aan dat dit gebiedsgericht kan zijn.
De heer Salhi vindt het bestaan van het platform prima, maar ziet gaan heil in een officieel ingesteld platform. Hier zullen de partijen het mee moeten doen.
De heer Sörensen is niet tevreden met de uitleg en argumentatie van de heer Salhi. Niet duidelijk is wat de reden is voor het afwijzen van een officieel ingesteld platform.
De heer Salhi interrumpeert en draait de vraag om en vraagt Leefbaar Rotterdam waarom de seniorenraad officieel zou moeten worden ingesteld door de deelraad.
De heer Koedijk sluit zich hierbij aan. Het is prima wanneer ouderen zich organiseren en de deelraad gevraagd en ongevraagd van advies voorzien. Bovendien is het niet mogelijk om aan te geven wie wel en wie niet zitting nemen in een dergelijk platform. Tot slot vraagt hij of het DB er bezwaar tegen heeft om op vaste tijden te overleggen met een officieus seniorenplatform.
De heer Graafland geeft aan dat de SP een groot voorstander is van gebiedsgericht werken. Dit biedt bewoners en organisaties de mogelijkheid om directe invloed uit te oefenen op hun directe leefomgeving. Categorale beleidsvoering past daarin niet goed. In de SP-fractie is echter geworsteld met de vraag hoe moet worden omgegaan met de unaniem aangenomen motie. Daarom geeft hij het woord aan de heer Van Asch.
De heer Van Asch reageert met zakelijke argumenten. Een raadsbreed aangenomen motie kan niet slechts vanwege organisatorische redenen opzij worden geschoven. In februari heeft de heer Bosma verklaard dat het instellen van een seniorenraad geen extra geld of mankracht hoeft te kosten. De brief van het DB eindigt met de wens dat de ouderen zich door middel van een particulier initiatief verenigen. De vraag is of gebiedsgericht werken en categoraal beleid elkaar per definitie uitsluiten. Hiernaar zal een onderzoek moeten plaatsvinden. Indien men hiermee akkoord gaat zal de SP-fractie de motie steunen. Spreker dient daartoe een amendement in (dit is als bijlage A toegevoegd aan het verslag).
De heer Stapelkamp stelt dat de meningen van ouderen serieus dienen te worden genomen. De vraag is of deze mening met het instellen van een seniorenraad is gediend. Wat spreker betreft zal de aandacht voor ouderen niet afnemen indien een dergelijke raad niet wordt ingesteld. Het staat iedereen vrij om ongevraagd de deelraad van advies te voorzien. Spreker spreekt dan ook de hoop en verwachting uit dat de ouderen zich zullen laten horen ook nu hij het instellen van de seniorenraad niet steunt.
De heer Schippers brengt naar voren dat de rol van de ouderen niet kan worden onderschat. Het werk dat de ouderenbonden doen ten behoeve van deze groep heeft dan ook zijn waardering. Het instellen van een ouderenplatform beschouwt spreker primair als een particulier initiatief. Spreker is daarom geen voorstander van het instellen van een officiële seniorenraad nu de deelraad daarmee haar primaat als politiek orgaan opgeeft. Het DB dient echter een seniorenraad serieus tegemoet te treden en denkt daarbij aan het gehandicaptenplatform. In de brief treedt het DB de seniorenraad wat hem betreft te gereserveerd tegemoet. Een warmer onthaal zou op zijn plaats zijn. Hij vraagt dan ook de toezegging van het DB dat wanneer het seniorenplatform er komt, dit als serieuze gesprekspartner wordt gezien en er regelmatig overleg zal plaatsvinden.
De heer Soijer vindt het belangrijk dat er regelmatig overleg plaatsvindt tussen het DB en het seniorenplatform. Daarbij denkt hij minstens twee keer overleg per jaar zoals ook door de heer Schippers is voorgesteld.
De voorzitter reageert in de eerste plaats op het amendement van de heer Van Asch. Het is niet de procedureel juiste gang van zaken. Een aangenomen motie kan niet worden geamendeerd.
De voorzitter kan zich vinden in de inbreng van sprekers betreffende de lange tijdsduur tussen het aannemen van de motie en de actie van het DB daarop. Het DB had afgesproken zich terughoudend op te stellen ten aanzien van moties van de deelraad. Achteraf gezien had de voorzitter in het kader van de onderhavige motie wel enkele opmerkingen willen maken. Spreker stelt vast dat de deelraad in het verleden heeft gesproken over het ouderenbeleid bij de Kadernota Welzijn. Vervolgens vinden ontwikkelingen plaats als het gebiedsgericht werken en de kanteling van de organisatie. In de gesprekken met bewoners zijn de senioren goed vertegenwoordigd. Er is een hoge mate van participatie door ouderen die zeer positief wordt gewaardeerd. Het DB is echter geen voorstander van het instellen van een seniorenplatform. Dit betekent niet dat zij tegen een seniorenplatform is. Hij wijst op het gehandicaptenplatform waar het DB ook gesprekken mee voert. Dit zou op een soortgelijke wijze kunnen plaatsvinden voor wat betreft ouderen. In dat kader geeft hij de heer Schippers gelijk dat een minder koele en zakelijke reactie gepast is. Spreker zegt toe minstens twee maal per jaar overleg te voeren met het platform en eventueel vaker indien daar aanleiding toe is. Voorts merkt hij op dat de bonden met drie duizend leden een serieus signaal kunnen afgeven richting politiek en bestuur. Echter ook niet-leden kunnen dit doen. In reactie op het CDA voor wat betreft de waakhonden geeft hij aan dat ook het DB kennis heeft genomen van de brief. Op ambtelijk niveau heeft een kennismakingsgesprek plaatsgevonden op 16 december 2008 met de ouderenbonden, waarbij ook over een seniorenplatform is gesproken. Een kort verslag van deze bespreking is opgevraagd.
De heer Van Lottum reageert dat het DB hierop ongetwijfeld zal terugkomen bij het reageren op de brief over Ommoord ouderenproof.
De voorzitter bevestigt dit en vervolgt zijn beantwoording. Ouderenplatforms zijn belangrijk voor het DB. Spreker heeft waardering voor de inbreng van de PvdA-fractie en beseft dat men afwijkt van het PvdA-verkiezingsprogramma 2006. Tot slot maakt hij duidelijk dat hij tegen een eventuele aanpassing van de motie in een amendement op de brief van het DB zal blijven, omdat het DB tegen het instellen van een seniorenraad door de deelraad is.
2etermijn
De heer Van Asch deelt mee dat het amendement is aangepast en dat aan het amendement een zinsnede moet worden toegevoegd (zie het toegevoegde amendement A (gewijz.)).
De heer Bosma vindt een officieus ingesteld ouderenplatform te vrijblijvend, zo ook de rol die het DB ziet weggelegd voor een dergelijk platform.
De heer Meijer maakt duidelijk dat hij de indruk heeft dat voorstellen van de oppositie die een meerderheid halen, worden vertraagd bij de uitvoering door het DB. Leefbaar Rotterdam heeft dan ook een motie van wantrouwen overwogen, maar na ampele overwegingen besloten dit niet te doen. Wel dient hij een motie in (deze is als bijlage 2009-1 toegevoegd aan het verslag).
De heer Van Lottum refereert aan de toezegging van het DB dat zij in overleg zal treden met een seniorenplatform. Volgens spreker zal dit verband moeten houden met bijvoorbeeld het opstellen van iWAPS'en. Drie gesprekken zijn dan onvoldoende en ontoereikend. Tot slot herinnert hij het DB en de deelraad aan het feit dat bij de behandeling van de motie in het kader van Ommoord ouderenproof door diverse fracties en het DB is gezegd dat het niet de bedoeling is om voor iedere wijk een dergelijk platform in te richten.
De heer Meijer amendeert het amendement van de SP met de periode te stellen op ‘1 mei 2009 tot 1 mei 2010’.
De heer Salhi vraagt wat de status is van het amendement van de SP.
De voorzitter legt uit dat nu sprake is van een amendement op de brief van het DB.
De heer Koedijk maakt duidelijk dat de VVD een partij is voor alle bewoners, zowel jongeren als ouderen. Vervolgens geeft hij aan dat in de wijk Feijenoord ook geen seniorenplatform wordt ingesteld door de deelraad aldaar, maar deze slechts wordt gefaciliteerd. Tot slot geeft hij de SP-fractie in overweging een proefperiode te stellen tot 3 maart 2010, zodat het vervolgens kan worden meegenomen in een nieuw bestuursakkoord. De motie van Leefbaar Rotterdam neemt hij niet serieus.
De heer Meijer interrumpeert en stelt vast dat de VVD het dus blijkbaar goed vindt dat aangenomen moties pas na maanden worden uitgevoerd. Met ‘iemand geselen met een vossenstaart’ wordt bedoeld iemand een straf geven die achteraf gezien geen straf blijkt te zijn.
De heer Koedijk vindt de uitleg niet nodig en blijft bij zijn stelling dat de motie overbodig is.
De heer Van Asch is van mening dat het argument van het gebiedsgericht werken, zoals door het DB gebruikt, niet opgaat nu al in juni 2008 bekend was dat het gebiedsgericht werken er zou komen. Dit argument kan dus niet worden gebruikt tegen het invoeren van een seniorenplatform.
De heer Koedijk vraagt de heer Van Asch om een reactie op zijn voorstel om een proefperiode tot 3 maart 2010 in te stellen, waarin het seniorenplatform zich kan bewijzen.
De heer Van Asch kan zich vinden in dit laatste voorstel.
De heer Stapelkamp benadrukt dat een overkoepelende seniorenraad niet past in het gebiedsgericht werken dat de deelgemeente voorstaat. De angst van de bonden is wat hem betreft niet terecht, nu zij bij het gebiedsgericht werken meer vrijheid hebben om te handelen. Met het gebiedsgericht werken kunnen veel betere adviezen worden gegeven. Het amendement van de SP steunt spreker niet. De motie van Leefbaar Rotterdam vindt spreker tendentieus en werpt hij ver van zich. Hij doet geen recht aan de werkwijze van het huidige DB.
De heer Schippers is verheugd met de toezegging van het DB dat zij in overleg zal treden met een seniorenraad die op particulier initiatief tot stand komt. Verder vindt spreker dat geen sprake is van vrijblijvendheid, nu het DB deze toezegging heeft gedaan. Het amendement van de SP en de motie van Leefbaar Rotterdam kan hij niet steunen. Met name de tendentieuze formulering van de motie vindt hij niet gepast. De deelraad moet zichzelf wel serieus blijven nemen.
De heer Soijer kan zich vinden in de toezeggingen van het DB. De motie is ‘te gek voor woorden’.
De voorzitter constateert dat er in drie vergaderingen is gesproken over het onderwerp seniorenraad. Een volgende keer zal dit op een andere manier moeten plaatsvinden. Verder geeft hij aan dat in het kader van de iWAPS'en kan worden gesproken met de seniorenraad. Het faciliteren hiervan lijkt hem bij de senioren zelf in goede en geschikte handen. Eventueel kan het DB hierin een rol spelen. In reactie op de heer Van Asch maakt hij duidelijk dat in juni 2008 nog niet volledig helder was hoe het gebiedsgericht werken zou uitpakken.
De heer Meijer deelt mee dat het mondelinge amendement van Leefbaar Rotterdam is ingetrokken. De datum van 3 maart kan hij steunen en komt op hetzelfde neer.
De heer Koedijk herhaalt zijn voorstel om de bonden tot 3 maart 2010 de gelegenheid te geven zich te organiseren en vervolgens pas nader te besluiten.
De voorzitter legt uit dat het amendement van de SP-fractie uitgaat van het instellen van een seniorenplatform voor de periode van 1 mei 2009 tot 3 maart 2010.
Stemming (hoofdelijke stemming amendement en besluit)
Het amendement wordt met 11 stemmen (fracties Leefbaar Rotterdam en CDA, alsmede de heer Van Asch, SP) voor en 13 stemmen (overigen) tegen verworpen.
Het besluit wordt met 14 stemmen voor (overige fracties) en 10 stemmen (leefbaar Rotterdam en CDA) tegen aangenomen.
De motie van Leefbaar Rotterdam wordt met 8 stemmen (fractie Leefbaar Rotterdam) voor en 16 stemmen (overige fracties) tegen verworpen.
Schorsing van 20:45 uur tot 21:00 uur
5. Uitvoering motie Openbaar vervoer Kralingseveer
De voorzitter deelt mee dat de heer Soijer de vergadering heeft verlaten. Verder geeft hij aan dat agendapunt 5 van de agenda wordt verwijderd nu de motie nog niet als afgedaan kan worden beschouwd.
6. Informatievoorziening aan deelraad
De heer Sörensen maakt duidelijk dat Leefbaar Rotterdam akkoord gaat met de voorliggende notitie.
De heer Van Lottum stelt een aantal vragen. In de eerste plaats vraagt hij wie bepaalt wanneer sprake is van stukken die ‘louter ter kennisname’ zijn. Het heeft zijn voorkeur wanneer dit eerst in het presidium wordt voorgelegd. Met betrekking tot punt 2 vraagt hij of er een link gemaakt kan worden met de emailadressen van de deelraadsleden. Wat betreft punt 3 van het voorstel vindt hij dat toezending van stukken allen dient plaats te vinden bij 'last minute' stukken. Voor alle andere stukken bestaan postvakken.
De heer Choenni is met de commissie Programmabegroting van mening dat een schifting in de stukken moet worden gemaakt. Het voorliggende voorstel wordt door de PvdA-fractie gesteund.
De heer Koedijk kan instemmen met het voorstel.
De heer Stapelkamp steunt het voorstel na een stevige discussie met onder andere de heer Meijer. Na aanvankelijke bezorgdheid over de informatievoorziening aan de deelraad is deze zorg door de discussie weggenomen.
Mevrouw Huisman antwoordt op de eerste vraag van de heer Van Lottum dat dit geen probleem zou moeten geven met een hyperlink. Het is nu al mogelijk.
De voorzitter antwoordt in reactie op de heer Van Lottum dat de griffier voorstelt welke stukken ter kennisgeving worden aangeboden en dat dit altijd in het presidium wordt besproken. Verder stelt hij vast dat de deelraad unaniem akkoord gaat met het voorstel.
7. Woonvisie
De heer Meijer vraagt vooraf om de toegezegde toelichting van het DB.
De heer Van Duin stelt dat de brief voor zichzelf spreekt en is benieuwd naar de inbreng van Leefbaar Rotterdam.
De heer Meijer brengt twee aandachtspunten naar voren uit de brief van het DB. In de brief worden twee argumenten genoemd om af te zien van een Woonvisie: onvoldoende kwaliteit en de verandering van de opdrachtverstrekking door het gebiedsgericht werken. Het eerste argument is opvallend, aangezien dat betekent dat of de opdracht niet duidelijk is geweest of dat er onvoldoende is gestuurd door het DB. Ook kan het zijn dat geen tussentijdse terugkoppeling heeft plaatsgevonden. Ook het tweede argument overtuigt niet. Het DB stelt dat de context ingrijpend is veranderd. Dit is opvallend nu reeds in het coalitieakkoord werd gesproken over gebiedsgericht werken in combinatie met algemene notities. In Visie & Vaart wordt vooral gestreefd naar voldoende bereikbare woningen. Wat onder bereikbaarheid moet worden verstaan is onduidelijk. Ook de vraag wat voldoende is, blijft ongewis. Daarbij is de vraag in het kader van bereikbare woningen of moet worden gekozen voor centreren of verspreiden. De consequenties daarvan dienen eveneens in kaart te worden gebracht. Bij woningen gaat het normaliter om een levensduur van vijftig jaar. Een verkeerde keuze kan desastreuze gevolgen hebben en moet daarom goed doordacht worden. Een visie is daarom noodzakelijk. Tot slot is hij van mening dat de deelgemeente een regierol zou moeten vervullen. Nu een visie ontbreekt, is zij daarbij op wijkniveau overgeleverd aan de woningcorporaties.
De heer Van Lottum heeft de brief met gemengde gevoelens gelezen. Het CDA onderschrijft het ‘mea maxima culpa’ van het DB op pagina 2. De argumenten die het DB gebruikt om af te zien van een Woonvisie worden ten dele door het CDA gesteund. Dit neemt echter niet weg dat spreker de situatie betreurt. Een aantal ontwikkelingen had kunnen worden gecontrasteerd met een Woonvisie. Zo noemt hij in de eerste plaats het overgaan van het vastgoed van PWS naar de SOR. Ook bij het nadenken over woonservicegebieden kan een Woonvisie een belangrijke rol vervullen.
De heer Paulusma kan de richting die wordt gekozen door het DB volgen. Wel is er reden om bij de brief stil te staan. Wat is de reden dat de Woonvisie niet tot stand komt? De PvdA-fractie betreurt het dat deze er niet komt, nu dat wel in het bestuursakkoord was voorgenomen. Een Woonvisie hoeft geen dikke nota te zijn, maar dient wel onder andere de stedelijke visie, woontrends en bevolkingsontwikkelingen te bevatten. Vooral vindt spreker het van belang hoe het DB de woningcorporaties kan beïnvloeden. Daarom hecht hij aan een Woonvisie. Graag hoort hij van de portefeuillehouder hoe het DB deze invloed toch kan aanwenden. Langs welke lijnen en op welke wijze voert het DB het overleg met de woningbouwcorporaties? Dat dient volgens de heer Paulusma inzichtelijk te worden gemaakt.
De heer Meijer vraagt de heer Paulusma of hij doelt op de prestatieafspraken die het DB maakt met de woningcorporaties.
De heer Paulusma antwoordt dat het primair gaat om afspraken en beïnvloeding. Hij weet niet of de deelgemeente zelfstandig beleid voert met de woningbouwcorporaties. De deelgemeente is niet de opdrachtgever van de woningbouwcorporaties. Een andere vraag van spreker is of de opdrachtverlening onduidelijk is geweest of dat sprake is van een gebrek aan sturing. Ook vraagt hij zich of de notitie van dusdanig slechte kwaliteit was dat er niet in korte tijd met een extern bureau toch resultaat had kunnen worden geboekt. Hij besluit met de opmerking dat de PvdA-fractie zich kan vinden in de materieelrechtelijke uitkomst.
De heer Koedijk vraagt hoe kan worden voorkomen dat één en ander nogmaals voorvalt. Hij vindt het opmerkelijk dat dS+V niet in staat is een Woonvisie te ontwikkelen. Welke maatregelen worden genomen in de richting van dS+V? Het pakket voorstellen dat wordt gedaan in plaats van de Woonvisie kan spreker steunen. Verder gaat spreker er vanuit dat de gebiedsvisies van de woningcorporaties door het DB worden vastgesteld en op grond daarvan
iWAPS'en worden opgesteld. Hierin dienen afspraken terug te komen over bijvoorbeeld de aantallen woningen. De voorstellen van het DB dienen wat hem betreft zo spoedig mogelijk tot resultaat te leiden.
De heer Stapelkamp vindt het belang van wonen dusdanig dat het veel aandacht verdient. Wonen heeft betrekking op alle bewoners van de deelgemeente. Spreker kan zich vinden in het plan van aanpak voor de toekomst. Hij gaat er vanuit dat het DB de komende tijd gebruikt om samen met de woningcorporaties een toekomstvisie te ontwikkelen. Spreker is minder tevreden met de opmerking van het DB dat het stuk van dS+V van onvoldoende kwaliteit is. Hij vraagt zich af of het DB het geld terugkrijgt nu sprake is van wanprestatie.
De heer Van Duin kan zich vinden in de kritische inbreng van de fracties. Ook het DB is ongelukkig met het feit dat geen Woonvisie kan worden gepresenteerd. De oorzaak is een combinatie van factoren. Op tussenproducten van dS+V is kritiek geleverd, maar dat heeft niet geleid tot een stuk van voldoende kwaliteit. Door alle deelgemeentebesturen is actie ondernomen in de richting van dS+V. Er zijn afspraken gemaakt voor de toekomst. Zo is bijvoorbeeld door de deelgemeente een opdracht verstrekt van € 1,4 miljoen waarbij vier ton niet zonder meer naar dS+V gaat.
De heer Stapelkamp vraagt of in andere deelgemeenten wel Woonvisies zijn ontwikkeld die van voldoende kwaliteit zijn.
De heer Van Duin kan dit niet beantwoorden. Met betrekking tot de vraag of het DB de deelraad eerder had moeten informeren, legt hij uit dat er een keuze moest worden gemaakt tussen geen Woonvisie of de opdracht aan een andere partij uitbesteden. Tegelijkertijd deden zich nieuwe ontwikkelingen voor doordat de woningcorporaties zich gingen bezinnen over ‘Ommoord binnen de ruit’ en de SEV die een onderzoek doet naar bloemkoolwijken. Daardoor bleef alleen het Lage Land over. In dat kader is aldaar gesproken met woningcorporaties over een soortgelijk traject als in Ommoord. De corporaties in het Lage Land steunen een dergelijk traject zoals in Ommoord. Daarom heeft het DB besloten om geen Woonvisie te maken, maar te kiezen voor een combinatie van de genoemde trajecten. De schuld van het niet presenteren van een Woonvisie kan overigens niet volledig bij dS+V worden gelegd. Ook het DB valt qua opdrachtverstrekking een verwijt te maken en niet betalen is dan ook niet op zijn plaats. Wel wordt een bijdrage van dS+V verwacht aan de komende trajecten.
2etermijn
De heer Meijer brengt naar voren dat hij in het presidium regelmatig aandacht heeft gevraagd voor de Woonvisie. Hij vond daar echter geen bijval. Verder vindt hij het jammer dat het DB alleen de kwaliteit van het stuk als argument naar voren brengt, terwijl er blijkbaar meer aan de hand was. Inzake vitale coalities denkt spreker dat de invloed die zij eventueel zou kunnen uitoefenen, wegvalt nu geen Woonvisie is ontwikkeld. Hij pleit er dan ook voor alsnog een Woonvisie te ontwikkelen waardoor meer regie mogelijk is.
De heer Stapelkamp vraagt de heer Meijer of het in de praktijk uitmaakt of er wel of geen Woonvisie is voor de regierol van de deelgemeente.
De heer Meijer antwoordt dat door een Woonvisie de kaders worden vastgesteld waarbinnen je wilt handelen. Op deze kaders kan de deelraad sturen.
De heer Stapelkamp refereert aan de inbreng van de heer Paulusma en geeft aan dat het ontbreken van een Woonvisie niet per definitie een vermindering van regie betekent.
De heer Paulusma deelt de mening van portefeuillehouder dat ook het DB blaam treft en niet de diensten alleen. Opnieuw vraagt hij waarom niet is gekozen voor het inzetten van een ander bureau. Hoe slecht is het product dat is afgeleverd en hoe groot is het vertrouwen in de dienst?
De heer Meijer vult aan dat door verscheidene ontwikkelingen een andere visie tot stand zou moeten komen. Helemaal geen visie vindt spreker niet acceptabel. Spreker heeft behoefte aan de grote lijnen voor de toekomst van de deelgemeente. Exacte getallen kunnen achterwege blijven.
De heer Koedijk is tevreden met de beantwoording.
De heer Stapelkamp vraagt in de eerste plaats wat wordt gedaan met het stuk van DS+V. Daarnaast wil hij meer duidelijkheid over de kosten.
De heer Schippers steunt de opmerking dat het handelen van DS+V nader moet worden onderzocht en ook bij het college moet worden aangekaart.
De heer Van Duin is van mening dat een Woonvisie niet langer noodzakelijk is, maar dat de andere drie trajecten voldoen voor de toekomst.
De heer Meijer interrumpeert en vraagt wanneer de integrale toekomstvisie wordt gepresenteerd.
De heer Van Duin antwoordt dat dit eind 2009 zal zijn. In reactie op de opmerking van de heer Paulusma met betrekking tot het vertrouwen in de diensten, brengt hij naar voren dat door elf portefeuillehouders het vertrouwen in de voltallige directie van DS+V is opgezegd in de richting van de wethouders uit de stadsgemeente. Op de heer Stapelkamp antwoordt spreker dat wat betreft de onderhandelingen over de kosten in de commissie Buitenruimte uitsluitsel zal worden gegeven.
8. Wijziging Programmabegroting 2009
De deelraad stemt in met de voorgestelde wijziging.
9. Wijziging Programmabegroting 2009
De deelraad stemt in met de voorgestelde wijziging.
10. Wijziging Programmabegroting 2009
De deelraad stemt in met de voorgestelde wijziging.
11. Vergaderschema deelraad en commissies 2009/2010
De deelraad stemt in met het voorgestelde vergaderschema.
12. Uitstel besluitvorming over plan voor realiseren van multifunctioneel centrum in kader van project Alexanderbad
De heer Meijer geeft een stemverklaring. Leefbaar Rotterdam is tegen het uitstel en vindt dat met voortvarendheid aan de slag moet worden gegaan.
De heer Stapelkamp gaat eveneens niet akkoord met het gevraagde uitstel.
De heer Van Lottum vraagt zich af of niet beter kan worden gesproken over 14 september, aangezien dat de enige deelraadsvergadering is waarin dit besluit kan worden genomen.
De voorzitter constateert dat, met de fracties Leefbaar Rotterdam en GroenLinks tegen, het besluit in geamendeerde vorm is vastgesteld.
13. Mededelingen en rondvraag
De heer Van Lottum vraagt wanneer de deelraad de stukken voor de vergadering van 25 mei 2009 tegemoet kan zien. Daarnaast vraagt hij of het mogelijk is om het nieuwe beheerplan badplaats Nesselande te agenderen voor de komende commissievergadering Buitenruimte.
De voorzitter antwoordt dat de deelraadstukken voor de vergadering van 25 mei 2009 minimaal tien dagen van tevoren worden toegezonden. Wat betreft het nieuwe beheerplan merkt hij op dat het na toezending zal worden geagendeerd. Het beheerplan van vorig jaar blijft in tact totdat het nieuwe is vastgesteld.
Verder licht de voorzitter toe dat het voorstel van het stadscollege over het Rotterdamse bestuursmodel openbaar is geworden. Collegeleden hadden laten doorschemeren bereid te zijn de plannen toe te lichten aan deelraadsleden en portefeuillehouders. In het presidium is besproken dat men daar behoefte aan heeft. Op 18 mei 2009 is één wethouder één uur beschikbaar om deze toelichting te geven. Een alternatieve datum is niet haalbaar gebleken. Op 19 mei 2009 neemt het stadscollege een definitief besluit. De vraag is of het overleg op 18 mei 2009 dient door te gaan.
De heer Meijer is teleurgesteld in de opstelling van het stadsbestuur. Er wordt veel belang gehecht aan een goede samenwerking en aan complementair bestuur. Deze gang van zaken getuigt echter van het tegendeel.
De heer Schippers vindt dat sprake is van ‘een valse start’ van het stadsbestuur. De wijze waarop het stadsbestuur omgaat met de deelraden is niet prijzenswaardig.
De heer Koedijk vindt de reactie van het stadsbestuur betreurenswaardig. Spreker vraagt of het mogelijk is dat de griffier een reactie namens de deelraad opstelt, welke in het presidium kan worden besproken waarin de deelraad haar ongenoegen uit over de gang van zaken. Wat hem betreft hoeft de wethouder niet te komen.
14. Vragenhalfuur raadsleden en informatiestrekking door het dagelijks bestuur
Mevrouw Huisman brengt de verkeersveiligheid als gevolg van jongeren die met scooters de boulevard van Nesselande onveilig maken ter sprake. Spreekster heeft diverse signalen ontvangen van bewoners die zich hierover zorgen maken. Ook uit eigen ervaring weet zij dat de verkeersregels door deze jongeren frequent worden overtreden. Zij vraagt of het DB bekend is met deze problematiek en zo ja wat zij hieraan doet of gaat doen.
De heer Pieterse antwoordt dat het DB op de hoogte is van de problematiek en dat hiertegen door de politie wordt opgetreden. Onlangs zijn veertien boetes uitgedeeld. Verder wordt er met de coördinator groepsaanpak overlegd over de mogelijkheden die er op dat gebied zijn. Of het moet worden opgenomen in het beheerplan Nesselande kan spreker niet beantwoorden. Hier zal nader naar gekeken moeten worden.
Mevrouw Huisman vindt dat ook ouders een verantwoordelijkheid hebben naast de groepsaanpak die door de heer Pieterse naar voren is gebracht.
De heer Siebel geeft aan dat hij uit eigen ervaring weet heeft van de overlast van groepen jongeren evenals van de troep die wordt gemaakt op het strand.
Mevrouw Huisman vraagt of de deelraad op de hoogte kan worden gesteld van de locaties alwaar zich deze problemen voordoen.
De heer Pieterse vraagt of hij daarbij moet denken aan hotspots scooteroverlast.
Mevrouw Huisman geeft aan dat het breder moet worden gezien.
De heer Pieterse antwoordt dat hem de locaties bekend zijn en dat hier rapportages van worden gemaakt. Deze kunnen aan de deelraad worden toegezonden.
De heer Van Lottum vraagt zich af wat er mogelijk is op het gebied van beboeten nu het personeel van stadstoezicht nog niet bevoegd is om boetes uit te delen.
De voorzitter legt uit dat in het beheersplan afspraken zijn gemaakt, met onder andere de politie, dat met enige regelmaat zogenaamde ‘aso-controles’ worden uitgevoerd.
De heer Van Schaik vraagt naar de stand van zaken met betrekking tot het burgerinitiatief van het Ommoordseveld. Van de heer Filon heeft hij begrepen dat de groepsaanpak is geslaagd.
De voorzitter antwoordt dat er een overleg heeft plaatsgevonden tussen jongeren en bewoners. Dit is constructief verlopen. Hij hoopt op korte termijn met een reactie naar de deelraad te kunnen komen. Er heeft nog geen overleg in het DB plaatsgevonden.
De heer Meijer vraagt naar de beantwoording van de door hem gestelde vragen. De vragen betreffen de herhuisvesting van de deelgemeente. Spreker vraagt of men binnen de begroting blijft van € 2.363.000,-. Indien dat niet het geval is, hoe groot is de overschrijding? Worden er meerwerk-kosten verwacht en zo ja, waarvoor dat is en wat de kosten zijn? En is het DB bereid de overschrijdingen aan de deelraad te melden, en zo nee, waarom niet?
Mevrouw Sedney antwoordt dat het DB er vanuit gaat dat het geraamde bedrag toereikend is.
De heer Meijer vraagt of de portefeuillehouder kan bevestigen dan binnen het budget wordt gebleven.
Mevrouw Sedney kan dat niet bevestigen, aangezien de opdracht nog niet is gegeven.
Vervolgens vraagt de heer Meijer of de aanbestedingsopdracht binnen het budget blijft.
Dit wordt door mevrouw Sedney bevestigd. Ambtelijk is de opdracht om binnen het budget te blijven, zo stelt ook de voorzitter.
15. Verslag van de vergadering d.d. 23 maart 2009 van de deelraad, alsmede de lijst met toezeggingen
De heer Sörensen gaat in op nummer 75 van de lijst met toezeggingen. Hij vindt het antwoord te summier en ziet graag een nadere toelichting in de volgende commissie Welzijn en vraagt naar het procesvoorstel.
Mevrouw Boekhoudt zegt dit toe. Zij weet in de loop van de week of een bericht over hoe het proces verloopt, kan worden verstrekt.
De heer Meijer gaat in op nummer 76. Hij vraagt zich af of het de Burap of Kaderbrief wordt.
De heer Paulusma vraagt naar de relevantie van de vraag.
De heer Meijer antwoordt dat er dit jaar nog over gesproken kan worden wanneer het de Burap wordt en bij de Kaderbrief pas volgend jaar.
De voorzitter zegt toe hier zo spoedig mogelijk op te antwoorden.
De heer Meijer gaat verder in op nummer 83. Aldaar wordt geen antwoord op de vraag gegeven.
De heer Pieterse antwoordt dat het niet mogelijk is om de situatie voor 2000 in kaart te brengen.
Met betrekking tot motie 14 is de heer Meijer van mening dat deze niet kan worden afgevoerd nu het evenementenbeleid nog niet is vastgesteld.
De heer Pieterse antwoordt dat hij zich hierin kan vinden.
De heer Van Lottum merkt in de eerste plaats op dat op pagina 7 ‘deelgemeentelijke brandweer’ dient te worden vervangen door ‘brandweer’. Op pagina 12 onder punt 13 dient ’16 april’ te worden vervangen door ’16 september’. Met betrekking tot de lijst van toezeggingen nummer 27 stelt spreker opnieuw dat er slechts één gesprek heeft plaatsgevonden met de ouderenbonden en niet meerdere gesprekken.
De heer Schippers geeft naar aanleiding van pagina 5 aan dat hij heeft bedoeld te zeggen ‘het beleid van het stadsbestuur’ en niet ‘problemen in het stadscentrum’.
16. Lijst ingekomen stukken
17. Sluiting
De voorzitter sluit de vergadering om 22:30 uur.
