VERSLAG van de openbare vergadering van de deelraad Prins Alexander gehouden op maandag 14 september 2009 in het deelgemeentekantoor aan het Prins Alexanderplein 6.
Deelraad: mevrouw L. van Bijsterveld (PvdA), mevrouw M.A. Huisman (VVD), mevrouw J.L. Ton (CDA) evenals de heren R.J. van Asch (SP), J. van Binsbergen (Leefbaar Rotterdam), H.L.E. Blanck (PvdA), P.J. van Brenkelen (Leefbaar Rotterdam), R. Choenni (PvdA), D. Graafland (SP), H.C.G. Koedijk (VVD), J. Kooijman (PvdA), P. Kroon (PvdA), D.J.J. van Lottum (CDA), P. Meijer (Leefbaar Rotterdam), P.C. Paulusma (PvdA), D.J. van Pelt (Leefbaar Rotterdam), A. Salhi (PvdA), B. van Schaik (Leefbaar Rotterdam), J.A. Schippers (ChristenUnie/SGP), A. Siebel (Leefbaar Rotterdam), J.C.M. Soijer (LSD), L. Sörensen (Leefbaar Rotterdam), E.J.B. Stapelkamp (GroenLinks), A. Tieleman (CDA) en W. Veldhuijzen (Leefbaar Rotterdam)
Dagelijks bestuur: mevrouw G. Boekhoudt (portefeuillehouder), mevrouw M.A.M. Sedney Appeldoorn (portefeuillehouder) evenals de heren E.G. van Duin (portefeuillehouder), R. Krul (voorzitter van het dagelijks bestuur en de deelraad) en P. Pieterse (portefeuillehouder)
Griffier: de heer R.D. Weststrate
Notulist: de heer M. Stremler, Alpha Verslaglegging, Waddinxveen
Insprekers: mevrouw Van der Kool, mevrouw Odijk en de heer De Kruijf
Belangstellenden: circa 30 personen
-
Opening
De voorzitter heet iedereen welkom en opent de vergadering om 19.30 uur.
-
Vaststelling agenda
De heer Schippers stelt voor om het vervallen agendapunt 6, over de Rijksweg 13/16, toch te behandelen.
De voorzitter concludeert dat dit voorstel wordt aangenomen.
De heer Meijer verzoekt om behandeling van de Multifunctionele Ontmoetingsplek in het Ommoordse veld.
De voorzitter concludeert dat dit verzoek wordt ingewilligd. Het onderwerp zal worden behandeld als agendapunt 4b.
-
Spreekrecht publiek
Mevrouw Van der Kool merkt op dat de geluidsinstallatie in de vernieuwde raadszaal erg slecht is. Bovendien is er geen ringleiding. Spreekster, die een gehoorapparaat heeft, heeft zojuist enkele sprekers niet gehoord.
De voorzitter reageert door te melden dat er nog wordt gewerkt aan de geluidsinstallatie. Na een aantal vergaderingen zal de geluidsinstallatie worden geëvalueerd. De opmerking van mevrouw wordt meegenomen. Spreker merkt nog op dat de ringleiding in principe al zou moeten werken.
4a. Planontwikkeling Alexanderbad
Eerste termijn deelraad
De heer Meijer gaat eerst in op de geheimhouding. Als de deelraad of een commissie geheimhouding afspreekt, maakt de deelraad of de commissie zichzelf monddood. Er mag dan immers niet meer over worden gesproken. Het dagelijks bestuur heeft een persbericht doen uitgaan. Tegelijkertijd zaten de commissieleden vast aan hun geheimhoudingsplicht: ze mochten er niet over praten. Dat was een lastige situatie. Spreker vraagt wat de andere fracties en het dagelijks bestuur hiervan vinden. Hij benadrukt vervolgens het belang van de aanwezigheid van een goed en mooi zwembad in Prins Alexander. Uiteraard kost zoiets geld. Het voorstel is om een nieuw zwembad te bouwen, samen met twee flats. Van dit voorstel wordt gezegd dat het het beste plan is. De vraag is of dit daadwerkelijk het geval is. De deelraad moet dit nu immers zomaar aannemen. Aspecten die aandacht vragen zijn onder meer de wenselijkheid van het bouwen in het groen, de exploitatie, mogelijke valse concurrentie en het ondergrondse parkeren (dat erg duur is). Leefbaar Rotterdam vindt dat zij nog onvoldoende informatie heeft om een weloverwogen keuze te kunnen maken. Het is uiteraard niet de bedoeling dat er nu keuzen worden gemaakt waar men later spijt van krijgt. Daarom is het wenselijk een stedenbouwkundige visie te laten opstellen voor het Prinsessengebied voor de komende twintig jaar. Alleen zo kan de deelraad bepalen of de bouw van een toren aan de plas de beste keuze is. De fractie dient daarom onderstaande motie in:
Motie 2009-10 (Leefbaar Rotterdam)
De deelraad van Prins Alexander in vergadering bijeen op 14 september 2009,
overwegende
-
dat de realisatie van een nieuw Alexanderbad de voorkeur heeft boven het oplappen van het bestaande Alexanderbad;
-
dat de realisatie van een nieuw Alexanderbad niet los kan worden gezien van een kostendrager (woningen);
-
dat de impact van de Berninitoren op het Prinsenpark groot is;
-
dat het bouwen aan de rand van het Prinsenpark, volgens de Analyse Prinsenpark, ook een positieve bijdrage aan het Prinsenpark zou kunnen leveren;
-
dat nieuwbouw op het Prinsessengebied de toekomstige ontwikkeling van dit gebied voor vijftig jaar beïnvloedt;
constaterende
-
dat de gevolgen van de Berninitoren onvoldoende inzichtelijk zijn gemaakt om een weloverwogen keuze te kunnen maken;
-
dat, als gevolg van het ontbreken van een stedenbouwkundige visie, de stedenbouwkundige consequenties van de nieuwbouw op de toekomstige ontwikkeling van het Prinsessengebied onvoldoende inzichtelijk zijn gemaakt om een weloverwogen keuze te kunnen maken;
draagt op
-
de gevolgen van de Berninitoren op het Prinsenpark te laten onderzoeken en te rapporteren aan de deelraad;
-
een stedenbouwkundige visie op het Prinsessengebied voor de komende twintig jaar op te laten stellen;
besluit
-
de beslissing op de door het dagelijks bestuur gevraagde machtiging tot het verder invulling geven aan de ingeslagen weg, uit te stellen totdat de gevolgen van de Berninitoren op het Prinsenpark inzichtelijk zijn gemaakt en de stedenbouwkundige visie voor het Prinsessengebied is gepresenteerd;
en gaat over tot de orde van de dag.
P. Meijer (Leefbaar Rotterdam)
De heer Van Lottum geeft aan dat het CDA niet principieel tegen verdichting is, maar dat een besluit daartoe wel heel zorgvuldig dient te worden afgewogen. Bouwen in het groen valt daar uiteraard ook onder. Het CDA is de partij voor de buitenruimte. Volgens de Analyse Prinsenpark zijn de grenzen aan de noord- en oostzijde diffuus. De vraag is wat dit betekent. Uitgangspunt voor het CDA is altijd geweest dat er een zwemgelegenheid moet zijn voor scholen en ouderen. De rest in de plannen betreffen extra’s. Dat zijn weliswaar plezierige extra’s, maar daar moet wel een prijs voor worden betaald. De voorgestelde locatie voor de Berninitoren zou weleens verkeerd kunnen zijn. De heer Meijer heeft hier ook al op gewezen. Wellicht is plaatsing tussen de bestaande flats stedenbouwkundig veel beter. Het CDA wil daarover duidelijkheid. Het is daarom inderdaad wenselijk dat er een stedenbouwkundige visie komt. Herhaaldelijk is erop gewezen dat de plannen voor de ontwikkeling van het Alexanderbad geheel los staan van de toekomstplannen van Woonstad. De bewoners van de flats zijn daar echter nog niet van overtuigd. Het CDA hoopt dat constructief overleg de zorgen bij de bewoners kan wegnemen.
De heer Paulusma noemt het plan ambitieus en complex. Uitgangspunt moet zijn welzijn en wonen met elkaar te combineren. In de toelichting in de commissie is nadrukkelijk aangegeven dat er overleg heeft plaatsgevonden met planologen en deskundigen. De keuzeruimte is eigenlijk niet zo groot. Volgens de Partij van de Arbeid is gekomen tot een evenwichtig plan. Een stedenbouwkundige visie is wellicht te veel gevraagd, ook gelet op het tempo van het traject. Spreker zegt de reactie van het dagelijks bestuur hierop af te wachten.
De heer Meijer merkt per interruptie op dat de enige informatie die zijn fractie heeft, bestaat uit de presentatie, het persbericht en de brief van het dagelijks bestuur. Op basis van die informatie wordt gevraagd een besluit te nemen. Voor de heer Paulusma ligt dit waarschijnlijk anders, omdat hij als portefeuillehouder betrokken is geweest bij de voorafgaande afwegingen.
De heer Paulusma reageert door te zeggen dat hij geen informatie heeft die de rest van de deelraad niet heeft. Het dagelijks bestuur heeft vrij uitvoerig geïnformeerd. Spreker vervolgt door op te roepen zich niet te verschuilen achter de noodzaak van nieuw onderzoek. Leefbaar Rotterdam heeft niet aangegeven welke afwegingen tot een andere keuze zouden kunnen leiden. Dit betekent dat er zo alleen maar onzekerheid ontstaat.
De heer Meijer zegt geen gigantische stedenbouwkundige visie te vragen. Het gaat om een goede visie. Men dient te beseffen dat de ontwikkelingen bepalend zijn voor vijftig jaar. Er komt een moment dat er iets met de bestaande flats moet gebeuren; die staan er niet meer voor vijftig jaar. Daar moet over worden nagedacht, voordat de omgeving wordt bebouwd. Later loop je anders tegen onmogelijkheden op. Spreker zegt in zijn werk regelmatig te maken te hebben met inbrei-locaties. Daarbij heeft hij het nog nooit meegemaakt, dat er niet eerst werd nagedacht over de toekomst van de locatie en de directe omgeving.
De voorzitter zegt dat het punt duidelijk is en geeft het woord aan de VVD.
De heer Koedijk geeft aan dat zijn fractie liever een vijftigmeterbad had gehad. Maar gelet op de discussie die is gevoerd is de VVD blij met wat er nu op tafel licht. De fractie is tevreden over de wijze waarop het dagelijks bestuur de financiering heeft weten te regelen. Als de mogelijkheid nu niet wordt aangegrepen, zal de deelgemeente over een jaar of tien voor een groot probleem staan. Naar aanleiding van motie 10 vraagt spreker zich af wat Leefbaar Rotterdam nu precies wil. De VVD gaat in principe akkoord met het voorstel van het dagelijks bestuur.
De heer Van Asch geeft aan dat de SP zich geplaatst voelt voor een duivels dilemma. De SP wil een nieuw zwembad, maar daarvoor moeten offers worden gebracht. Die offers heeft de SP ervoor over. Waar de fractie wel twijfels over heeft, is de Berninitoren. Het park als ontmoetings- en natuurplek heeft volgens de wethouder eigenlijk geen recht van bestaan, en zal op den duur worden volgebouwd. De SP kan dit voornemen niet steunen.
De heer Graafland voegt toe dat de SP het moeilijk heeft met de plannen. Spreker was niet positief gestemd na de commissievergadering. Er is geen sprake van een win-win-situatie, zoals werd gezegd, maar van een verlies-verlies-situatie. De deelgemeente verliest òf een goed zwembad òf een stukje groen. De SP heeft bezwaar tegen de koppelverkoop: in het servicecontract met huurders zou worden opgenomen dat zij gebruik moeten maken van het zwembad. Dat is niet van deze tijd en bovendien waarschijnlijk in strijd met de wet. Spreker vraagt of dit kan worden uitgezocht.
De heer Stapelkamp zegt dat het plan een kans verdient, in de wetenschap dat de definitieve beslissing pas later wordt genomen. GroenLinks is bezorgd over het groen. Het plan dat nu op tafel ligt zou de minste schade aan het park aanrichten. Dan gaat het om een acceptabele oplossing. Richting Leefbaar Rotterdam merkt spreker op dat dS+V voldoende kennis in huis heeft om goede afwegingen te maken. Het is daarom niet nodig om nu nog eens allerlei varianten te laten uitwerken.
De heer Meijer reageert per interruptie door te zeggen dat het zijn fractie niet te doen is om allerlei varianten: waar het om gaat, is dat er een visie op het gebied tot stand komt. Op het moment dat de plannen die er nu zijn, passen binnen die visie, zal Leefbaar Rotterdam instemmen. Maar dan moet er dus wel eerst een visie zijn. Spreker merkt verder op dat de deelraad geen weet heeft van alle varianten die zijn overwogen. De deelraad moet beslissen op basis van onvoldoende informatie.
De heer Van Lottum brengt richting de heer Stapelkamp per interruptie naar voren dat het dagelijks bestuur onlangs de woonvisie, opgesteld door dS+V, uit het raam heeft gegooid vanwege te lage kwaliteit.
De heer Stapelkamp reageert door te zeggen dat de rapporten van dS+V inderdaad kunnen verschillen in kwaliteit, maar dat dS+V wel de aangewezen partner is. Spreker zegt de stellige overtuiging te hebben dat inzicht in de precieze en technische overwegingen voor de deelraad geen toegevoegde waarde heeft.
De heer Meijer wijst er per interruptie op dat de deelraad wel vaker commentaar heeft bij voorstellen van het dagelijks bestuur, waar deskundigen aan hebben gewerkt.
De heer Stapelkamp stelt dat Leefbaar Rotterdam wil dat het dagelijks bestuur haar huiswerk overdoet. Dat is onnodig. Woonstad heeft zelf groot belang bij de ontwikkeling van het gebied. Dat is voldoende reden om aan te nemen dat het plan een goede oplossing is. GroenLinks zegt ‘ja’ tegen het voorstel, mits:
-
de Berninitoren de laatste nieuwbouw in, om en rond het park is;
-
waardevol natuurgebied niet gebruikt wordt om het restant aan bebouwing te ontwikkelen;
-
Woonstad de intentie uitspreekt de huidige bewoners niet te benadelen door de ontwikkeling rond het leisure centre;
-
er geen onomkeerbare besluiten worden genomen;
-
de samenwerkingsovereenkomst tijdig aan de deelraad wordt voorgelegd;
-
in de samenwerkingsovereenkomst klip en klaar garanties worden gegeven over het openbaar gebruik van het zwembad, daaronder begrepen entreeprijzen, openingstijden en doelgroepgebruik;
-
in de samenwerkingsovereenkomst wordt vastgelegd dat de deelgemeente niet financieel zal bijspringen in geval de investeringskosten hoger uitvallen, dan wel de exploitatie tegenvalt.
De heer Meijer zegt het voor een groot deel eens te zijn met de heer Stapelkamp. Hij koppelt terecht de bestaande bouw aan de nieuwbouw. Dat is precies waar het Leefbaar Rotterdam om te doen is. Die koppeling moet terugkomen in de stedenbouwkundige visie.
De heer Stapelkamp zegt dat die koppeling wordt gelegd in de samenwerkingsovereenkomst.
De heer Meijer reageert door te zeggen dat dit te laat is. De samenwerkingsovereenkomst is bovendien geen zaak van de deelraad.
De heer Schippers memoreert dat hij het dagelijks bestuur enige tijd geleden heeft gemaand tempo te maken. Aan dat verzoek heeft het dagelijks bestuur gehoor gegeven. De contouren van het plan zijn duidelijk. Spreker benadrukt de publieke functie van het zwembad. Tegenover de baten staan de kosten: de twee geplande flats. Voor de ChristenUnie/SGP is dit een acceptabele oplossing. De extra woningen moeten wel bijdragen aan de doorstroming op de woningmarkt. Voorts benadrukt spreker het belang van goede communicatie met de bewoners.
De heer Graafland stelt per interruptie dat de nieuwe woningen duur zullen zijn, zodat mensen die een huurflatje zoeken daar geen enkele baat bij hebben.
De heer Schippers reageert door te zeggen dat senioren die nu in een eengezinswoning wonen, kunnen zorgen voor doorstroming door te gaan wonen in de nieuwe appartementen.
De heer Soijer geeft aan dat volgens hem nieuwbouw van het zwembad noodzakelijk is. De torens zoals gepland zijn acceptabel. Spreker maakt zich wel zorgen over de koppeling van de huur met een abonnement van het zwembad. Die koppeling zou er niet moeten zijn.
Eerste termijn dagelijks bestuur
De heer Van Duin zegt de commotie over de geheimhouding niet te begrijpen. Het is niet zo dat het dagelijks bestuur de commissie geheimhouding heeft opgelegd. Het komt soms voor dat het dagelijks bestuur ergens mee bezig is en de deelraad of een commissie daarbij een kijkje in de keuken wil geven, waarbij echter nog zoveel onzekerheden zijn, dat het dagelijks bestuur verzoekt er nog niet mee naar buiten te treden.
De heer Van Lottum merkt per interruptie op dat tijdens de betreffende commissievergadering aan iedereen geheimhouding is opgelegd. Daarbij waren twee leden van het dagelijks bestuur aanwezig. Als zij meenden dat de geheimhouding niet het dagelijks bestuur zou gelden, dan zouden ze dat hebben moeten aangeven.
De heer Van Meijer wijst per interruptie op artikel 81 Gemeentewet. Als de portefeuillehouder dit artikel zou lezen, dan zou hij wel iets anders zeggen.
De heer Van Duin zegt dat er sprake is van een gebruikelijke gang van zaken. Het gaat zo bijvoorbeeld ook toe in Den Haag.
De heer Van Meijer ontkent dit.
Mevrouw Ton vraagt per interruptie of geheimhouding alleen geldt voor raadsleden en niet voor leden van het dagelijks bestuur.
De voorzitter wijst op de uitleg van de heer Van Duin.
Mevrouw Ton vraagt de voorzitter wat zijn conclusie is.
De heer Koedijk noemt de discussie op dit punt nutteloos. Men had dit punt aan moeten stippen tijdens de commissievergadering.
De voorzitter geeft de heer Van Duin het woord, om te vervolgen met de inhoud.
De heer Van Duin stelt dat het betoog van de heer Meijer tegenstrijdig is. Leefbaar Rotterdam profileert zich altijd als kampioen van de vrije markt. Tegelijk wijst ze op de mogelijkheid van concurrentie voor de sportscholen.
De heer Meijer brengt per interruptie naar voren dat er sprake is van verkapte subsidie. Dat gaat in tegen marktwerking. De portefeuillehouder zou dit als lid van de VVD ook moeten zijn opgevallen.
De heer Van Duin ontkent dat er sprake is van verkapte subsidie.
De heer Meijer stelt dat de exploitant een minimumomzet wordt gegarandeerd. Dit is een stimulering die zijn concurrenten niet ontvangen.
De heer Van Duin reageert door te zeggen dat hier gewoon sprake is van twee bedrijven die zaken met elkaar doen. Woonstad is geen overheidsinstelling.
De heer Meijer beaamt dit, maar voegt toe dat de deelgemeente wel participeert door een convenant aan te gaan.
De heer Van Duin zegt dat dit niet de enige tegenstrijdigheid in het betoog van Leefbaar Rotterdam is. Ook wat betreft het parkeren is de fractie tegenstrijdig: enerzijds wordt gezegd dat het voorstel niet deugd; anderzijds geeft men toe er geen verstand van te hebben. Spreker wijst op de geschiedenis van het plan en benadrukt het belang van daadkracht. Het geeft geen pas een uitgebreid onderzoek te vragen. Tijdens de commissievergadering is duidelijk aangegeven wat de overwegingen zijn. Het dagelijks bestuur heeft de keuze gemaakt ervan uit te gaan dat de bestaande structuur er nog wel twintig jaar staat. Daar wordt de nieuwbouw op afgestemd. Als de flats over twintig jaar worden gesloopt, zal de nieuwbouw op dat moment moeten worden afgestemd op de situatie dan. In tegenstelling tot Leefbaar Rotterdam kan van het CDA worden gezegd, dat ze alternatieven aandraagt. Het is te gemakkelijk om te zeggen dat men geen deskundige is.
De heer Van Lottum vraagt per interruptie of de deelraad de toezegging krijgt, dat de Molenwiek er nog twintig jaar staat. Als dit inderdaad is vastgesteld, geeft dat de bewoners zekerheid. Voorts wijst spreker erop dat het het CDA en Leefbaar Rotterdam niet gaat om een compleet nieuwe visie; er is al van alles beschikbaar. Wel willen de partijen weten wat de afwegingen zijn geweest die hebben geleid tot de conclusie dat het voorliggende plan het beste is. Ten slotte vraagt spreker of PWS wel in staat is tot de bouw van de toren.
De heer Van Duin antwoordt op de laatste vraag dat dit niet echt ter zake doet. Het bestemmingsplan laat de bouw toe. De grond is van PWS, maar die kan ze desgewenst verkopen. Daar gaat de deelgemeente niet over. Spreker geeft aan dat er eigenlijk drie opties zijn bekeken: bebouwing van de velden voor de Prinsessenflats, een toren midden in het gebied en het plan dat voorligt. Over die opties hoeft men het vanavond niet lang te hebben. De heer Van Lottum heeft gevraagd of de garantie er is dat de flats er nog twintig jaar staan. Het gaat om een model waar ook Woonstad voor kiest. Woonstad gaat dus ook uit van het nog lang aanwezig zijn van de vier flats. Richting de SP merkt spreker op dat hij nooit heeft gezegd dat het park waardeloos is. Keuzen maken is het afwegen van belangen. Het belang van goede woonvoorzieningen heeft voor het dagelijks bestuur zwaarder gewogen dan het belang van wandelaars in het park die een bepaald zicht gaan missen. Mocht de wethouder het idee hebben dat het Prinsenpark een mooie bouwlocatie is dan zijn de deelraad en het dagelijks bestuur mans genoeg om hier hun eigen geluid tegenin te brengen.
De heer Pieterse geeft aan dat er vooraf duidelijke afspraken zijn gemaakt over de publieke functie van het zwembad. Deze afspraken zullen terugkomen in de samenwerkingsovereenkomst. Bovendien probeert de deelgemeente zo veel mogelijk de WMO-voorzieningen te optimaliseren. Spreker vervolgt met te zeggen dat er niet wordt gebouwd in het park louter omwille van het bouwen. De twee torens zijn onderdeel van het gehele plan. Spreker heeft gekeken naar allerlei alternatieven in en rond het park. Het dagelijks bestuur is van mening dat de voorgestelde locatie de beste is. Er is een parkanalyse beschikbaar. Een nieuwe visie is niet nodig. Spreker beaamt dat de noord- en oostzijde van het park diffuus zijn. Het is niet te zeggen of dit verbetert of verslechtert. Punt blijft dat de torens nodig zijn als kostendrager voor het nieuwe zwembad. Het dagelijks bestuur hoopt door te kunnen gaan op de ingeslagen weg, zodat ze in december terug kan komen bij de deelraad. Dan kunnen samen afspraken worden gemaakt. Vervolgens merkt spreker op dat als de koppeling tussen huur en gebruik van het zwembad niet mogelijk is, deze koppeling niet terug zal komen in de overeenkomst.
De heer Graafland merkt per interruptie op dat het verstandig zou zijn om dit van te voren uit te zoeken.
De heer Pieterse reageert door te zeggen dat het dagelijks bestuur nu alles laat zien wat ze aan plannen heeft, in het openbaar. In december wordt er definitief besloten. Dan moet alles duidelijk zijn.
De heer Van Lottum vraagt per interruptie om inzicht in de overwogen mogelijkheden.
De heer Pieterse antwoordt door te verwijzen naar de bijdrage van de heer Van Duin, die de drie opties heeft genoemd. Spreker herhaalt dat de voorgestelde locatie de beste is.
De heer Schippers suggereert als locatie het gebied ten zuiden van de Molenwiek, precies op de plek waar het zwembad komt. Deze locatie zal de verkoopbaarheid echter niet verhogen.
De heer Van Duin merkt op dat plaatsing van de toren bovenop het zwembad extra eisen met zich mee zal brengen, bijvoorbeeld wat betreft de isolatie. Dat is onwenselijk.
Mevrouw Ton vraagt per interruptie of rekening is gehouden met het feit dat het park ooit als evenementenpark is benoemd. Voorts vraagt spreekster wanneer de bewoners bij de plannen worden betrokken.
De voorzitter reageert door te stellen dat deze vragen beter in tweede termijn hadden kunnen worden gesteld.
De heer Pieterse bevestigt dat is gekeken naar de functie van het park als evenementenpark. Het park zal deze functie behouden. Bebouwing in de nabijheid zou kunnen leiden tot klachten van omwonenden. De Berninitoren komt echter niet veel anders te staan dan de Berniniflats. De bewoners zijn inmiddels geïnformeerd en weten heel goed waar het over gaat. Zij weten van de afgelopen commissievergadering en van de raadsvergadering van vanavond. Nadrukkelijk is aangegeven dat er op 27 oktober een inloopmiddag en -avond is, waarop ze al hun vragen kunnen stellen.
De heer Van Lottum laat weten door bewoners van de Berniniflats te zijn benaderd, vanwege geluidsoverlast.
De heer Pieterse reageert door te zeggen dat voor deze flats geen andere regels gelden dan voor andere flats.
De voorzitter schorst de vergadering voor de duur van tien minuten.
Schorsing
De voorzitter heropent de vergadering.
Tweede termijn deelraad
De heer Meijer merkt richting de heer Van Duin op, dat Leefbaar Rotterdam inderdaad tegen uitstel was. Dat was niet om ambitie in de kiem te smoren, maar omdat duidelijk was dat er gedurende maanden geen vooruitgang was geboekt. Gelukkig is het dagelijks bestuur inmiddels wel verder gekomen. De portefeuillehouder heeft gezegd dat het uitgangspunt is dat de flats er nog wel twintig jaar staan; anders zou er niet worden geïnvesteerd. Uitgangspunt zou echter moeten zijn dat er wordt gezorgd voor voldoende draagvlak in het gebied. Dat kan met bestaande bouw, maar ook met nieuwbouw. Spreker vraagt of het dagelijks bestuur kan toezeggen dat de definitieve beslissing omtrent het plan in november/december wordt genomen.
De heer Van Duin bevestigt dit.
De heer Meijer vraagt of de deelraad dan voldoende informatie heeft om een weloverwogen besluit te nemen – afgezien van een eventueel stedenbouwkundige visie.
De heer Van Duin bevestigt ook dit. Als de deelraad nu groen licht geeft, betekent dit dat het dagelijks bestuur kan voortgaan op de ingeslagen weg. De intentieverklaring zal aan de deelraad worden voorgelegd, hoewel de deelraad er niet over gaat.
De heer Van Lottum uit de wens van Woonstad te vernemen wat zij van plan is met de flats. Dat bepaalt namelijk in grote mate de keuze voor de torens. Als Woonstad kan bevestigen dat de flats er nog zeker tien jaar zullen staan, vergemakkelijkt dat de discussie.
De heer Meijer zegt
te verwachten dat dit punt op korte termijn nog uitgebreid aan de
orde zal komen. Het dagelijks bestuur heeft aangegeven dat het de
afspraken aan de deelraad zal voorleggen. Leefbaar Rotterdam gaat
ervan uit dat als de raad daar iets van vindt, het dagelijks
bestuur hier iets mee doet. Als de deelraad bijvoorbeeld de
afspraken naar de prullenbak verwijst, moet het dagelijks bestuur
dat ook doen.
De heer Van Duin reageert door te zeggen dat als de deelraad terugkomt op eerder gedane uitspraken, dat dit dan niet het geval zal zijn.
De heer Meijer stelt dat de deelraad er niet alleen is om advies te geven. Als de meerderheid van de raad iets vindt, dient het dagelijks bestuur dat over te nemen. Spreker vraagt of het dagelijks bestuur dit kan toezeggen.
De heer Van Duin zegt dat er sprake is van een moeilijk en langdurig proces. De deelraad is steeds bij alle stappen betrokken geweest. Het is nog niet voorgekomen dat de deelraad het dagelijks bestuur op de vingers heeft getikt. Het dagelijks bestuur zal verder gaan op de ingeslagen weg.
Mevrouw Ton vraagt wat de betekenis is van een positief besluit vanavond. De vraag is of in november alsnog terug kan worden gekomen op het genomen besluit.
De heer Van Duin antwoordt dat de deelraad niet terug kan komen op eerder gedane uitspraken. Wel is er nu nog een aantal, dat nog moet worden beantwoord. De deelgemeente is nog niet klaar met de onderhandelingen. Daar kan het nog steeds op stuklopen.
De heer Meijer wijst erop dat het dagelijks bestuur vraagt om door te mogen gaan op de ingeslagen weg. Leefbaar Rotterdam trekt motie 10 in. Van belang is dat de bewoners van de bestaande flats ruim op tijd – en in ieder geval vóór de bijeenkomst in oktober – zekerheid krijgen over de toekomst van de flats. De onzekerheid knaagt. Leefbaar Rotterdam stemt in met het doorgaan op de ingeslagen weg.
De heer Van Lottum laat weten dat het CDA hier meer moeite mee heeft. De fractie is er nog steeds niet van overtuigd dat het voorliggende plan de beste optie is.
De heer Paulusma stemt namens de PvdA in met het verzoek van het dagelijks bestuur. De informatie waar de oppositie om vraagt is niet nodig voor de besluitvorming van vanavond. De PvdA steunt de wens om Woonstad te vragen naar haar intenties.
De heer Koedijk zegt blij te zijn met het feit dat Leefbaar Rotterdam de motie heeft ingetrokken. De VVD stemt in.
De heer Graafland geeft aan dat de SP vanavond instemt, mede gelet op het feit dat de definitieve beslissing pas in november wordt genomen. De SP is het eens met Leefbaar Rotterdam op het punt van de communicatie met de bewoners.
De heer Stapelkamp zegt dat de discussie de goede kant opgaat. Terecht wordt er aandacht gevraagd voor de communicatie met de bewoners. GroenLinks hoopt en verwacht dat ook Woonstad voldoende aandacht voor de bewoners opbrengt.
De heer Schippers laat weten dat zijn fractie akkoord gaat met het doorgaan op de ingeslagen weg. Spreker benadrukt het belang van zekerheid voor de bewoners.
De heer Soijer gaat ook akkoord.
Tweede termijn dagelijks bestuur
De heer Van Duin gaat voornamelijk in op de bijdrage van het CDA. Het is spijtig dat de fractie vanavond niet instemt. Het CDA profileert zich als de partij voor de buitenruimte, maar ook als de partij voor de sport. Dat laatste weegt vanavond blijkbaar niet zo zwaar.
De heer Van Lottum zegt dat het CDA een lastige afweging heeft gemaakt. Wellicht maakt de fractie in november – als alle informatie beschikbaar is – een andere keuze.
De heer Van Duin stelt dat als alle fracties zo zouden reageren, dit het einde van het project zou betekenen. Het dagelijks bestuur vraagt of het door mag gaan op de ingeslagen weg. Het CDA zegt daarop ‘nee’; de andere fracties ‘ja’.
Conclusie
De voorzitter concludeert dat uitgezonderd het CDA alle fracties instemmen met het voorstel om door te gaan op de ingeslagen weg.
De heer Meijer voegt nog toe dat Leefbaar Rotterdam schoorvoetend akkoord is gegaan.
4b. Ommoordse veld
Eerst termijn deelraad
De heer Meijer begint met te zeggen dat Leefbaar Rotterdam vindt dat iedereen een plek moet hebben in de deelgemeente, ook jongeren. Het Ommoordse veld is een prima locatie voor een ontmoetingsplek voor hen. Veel bewoners denken er ook zo over. Tijdens de vorige vergadering heeft Leefbaar Rotterdam ingestemd met het voorstel. Dit heeft de fractie mede gedaan omdat het voorstel aansluit bij Visie en vaart. Punt is nu dat de VVD gelijk heeft gekregen. De VVD stelde namelijk dat er nogal wat mis zou zijn met de communicatie. Aanvankelijk dacht Leefbaar Rotterdam dat het hiermee wel mee zou vallen. Immers, bij ieder plan zijn er wel bewoners die zo hun bedenkingen hebben. Er blijkt echter wel degelijk een probleem te zijn. De bewoners hebben een brief van het dagelijks bestuur ontvangen waarin staat dat het dagelijks bestuur heeft begrepen dat er veel oppositie is tegen de locatie van de ontmoetingsplek. Ook staat erin dat de communicatie met de bewoners zeer slecht is verlopen. Spreker viel bijna van zijn stoel, toen hij hier kennis van kreeg. Het dagelijks bestuur had namelijk eerder gezegd dat de communicatie uitstekend was verlopen. Leefbaar Rotterdam voelt zich in de maling genomen. Echte participatie door de bewoners is van groot belang. De vraag is of het dagelijks bestuur de waarheid heeft verteld. In ieder geval is niet de volledige waarheid verteld. Het dagelijks bestuur stelt dat de bewoners zijn benaderd. Onduidelijk is om welke bewoners het gaat. De fractie dient onderstaande motie in:
Motie 2009-11 (Leefbaar Rotterdam)
De deelraad van Prins Alexander in vergadering bijeen op 14 september 2009,
constaterende
-
dat de communicatie en, met name, participatie betreffende de Multifunctionele OntmoetingsPlek (MOP) in het Ommoordse veld zeer slecht verlopen is;
overwegende
-
dat iedereen, dus ook jong en oud, in harmonie moet kunnen recreëren in en rond het Ommoordse veld;
-
dat participatie door jongeren en omwonenden essentieel is voor het draagvlak, de realisatie en de mate van acceptatie van de Multifunctionele OntmoetingsPlek (MOP);
besluit
-
dat het volledige participatietraject rond de komst van een Multifunctionele OntmoetingsPlek op of aan het Ommoordse veld opnieuw doorlopen moet worden;
-
dat de realisatie van de Multifunctionele OntmoetingsPlek tot nader orde wordt uitgesteld;
en gaat over tot de orde van de dag.
P. Meijer (Leefbaar Rotterdam)
De heer Van Lottum wijst erop dat het CDA al eerder heeft geconstateerd dat er nog geen draagvlak was voor de realisatie van de Multifunctionele OntmoetingsPlek. Het doordrukken van de beslissing leek de fractie niet verstandig. De omwonenden en de jongeren bleken desgevraagd bereid te zijn gedurende de zomerperiode te proberen de verschillen uit te praten. Het CDA heeft voorgesteld de besluitvorming over de zomervakantie heen te tillen. De meerderheid van de deelraad heeft dit voorstel afgewezen. Nu zit de deelgemeente met de gebakken peren. Het CDA is niet tegen de Multifunctionele OntmoetingsPlek, maar vindt wel dat er draagvlak bij omwonenden moet zijn.
De heer Koedijk brengt naar voren dat de voorzitter van het dagelijks bestuur tijdens de vorige vergadering heeft aangegeven dat hij alsnog met de partijen rond de tafel zou gaan zitten. Spreker zegt vernomen te hebben dat er diverse avonden zijn belegd en vraagt tot welke afspraken dit heeft geleid.
De heer Stapelkamp vraagt wat Leefbaar Rotterdam precies bedoelt met participatie.
De heer Meijer reageert per interruptie door te zeggen dat het dagelijks bestuur zelf schrijft dat er slecht is gecommuniceerd. Dan is het duidelijk dat er onvoldoende participatie heeft plaatsgevonden.
De heer Stapelkamp vervolgt met te vragen wat er in de discussie precies wordt bedoeld met draagvlak. Dat is immers een begrip dat heel verschillend kan worden ingevuld. Spreker roept op te komen met concrete gegevens.
De heer Meijer herhaalt dat het dagelijks bestuur het zelf is, dat schrijft dat de communicatie niet deugde.
De heer Stapelkamp zegt moedeloos te worden van de uitspraak dat er kennelijk geen draagvlak is. De bewoners van wie men niets heeft vernomen gaan wellicht wèl allemaal akkoord met de locatie. Spreker vraagt nogmaals om concrete gegevens.
De heer Van Lottum stelt dat hetzelfde punt speelt bij de verkiezingen. Immers, niet iedereen neemt de moeite te gaan stemmen. Wat telt zijn de uitgebrachte stemmen.
De heer Koedijk vraagt om de brief die vanuit de deelgemeente zou zijn verzonden naar de bewoners. Spreker zegt de brief niet te kennen.
Mevrouw Ton zegt kriebelig te worden van het ‘semiwetenschappelijk gebral’ van de heer Stapelkamp.
De heer Stapelkamp merkt per interruptie op dat deze bewoording niet gepast is.
De voorzitter verzoekt mevrouw Ton op haar woorden te passen.
Mevrouw Ton zegt dat de discussie niet mag gaan over woorden. Volkvertegenwoordigers zijn aangesteld om op te komen voor de belangen van de bewoners.
De heer Stapelkamp reageert door te zeggen dat dit laatste klopt, maar dat de opmerking geen reactie is op zijn inbreng.
De heer Schippers geeft aan dat wat in de overwegingen van de motie staat, precies is wat hij dacht tijdens de vergadering in juni.
De heer Meijer merkt per interruptie op dat het inzicht van Leefbaar Rotterdam soms voortschrijdt.
De heer Schippers vraagt naar de uitkomst van de gesprekken met de bewoners. De ChristenUnie/SGP vermoedt dat er vooraf heel verschillende verwachtingen bestonden bij de partijen. De deelraad heeft echter inmiddels wel een besluit genomen. Daar moet de deelraad zich aan houden. Spreker is daarom verbaasd over de motie.
De heer Meijer wijst per interruptie op de recente motie van het CDA die met algemene stemmen was aangenomen, maar waarbij het vervolgens geen enkel probleem was erop terug te komen.
De heer Schippers reageert door te zeggen dat al eerder duidelijk was dat één en ander schortte aan het voortraject.
De heer Van Lottum brengt naar voren dat de deelraad zich ongewenst bindt als de deelraad nooit zou mogen terugkomen op een eerder genomen besluit.
De heer Sörensen stelt dat er niet zozeer een besluit is aangenomen als wel dat de voorzitter een verhaal heeft gehouden over hoe één en ander heeft plaatsgevonden. Op basis van dit verhaal is Leefbaar Rotterdam akkoord gegaan. Achteraf krijgt de fractie te horen dat het verhaal niet klopte. Vandaar dat Leefbaar Rotterdam nu zegt dat men terug moet naar af.
De heer Soijer zegt de beantwoording van het dagelijks bestuur af te wachten.
Eerste termijn dagelijks bestuur
Mevrouw Sedney gaat staan uit respect voor twee gevallen van overlijden – de jongeman bij Hoek van Holland en de meneer die is overleden na de bijeenkomst over de ontmoetingsplek. Spreekster merkt op dat de gemeenteraad de deelraden de mogelijkheid heeft geboden om gebruik te maken van een bewonersinitiatief. Als burgers een bewonersinitiatief opstarten, kan ervan uit worden gegaan dat zij geloven dat het gaat om een haalbaar project. Dat is ook het geval bij het initiatief voor de ontmoetingsplek. De deelraad heeft het initiatief gesteund en het dagelijks bestuur opdracht gegeven het besluit uit te voeren. Met dat laatste is het dagelijks bestuur nu bezig. De heer Meijer heeft gezegd dat de VVD gelijk heeft, dat de communicatie niet deugt. Spreekster vraagt om welke communicatie het hier gaat. Het kan niet gaan om de communicatie van het dagelijks bestuur nadat het burgerinitiatief was aangenomen.
De heer Meijer stelt per interruptie, dat het vanzelfsprekend gaat om de communicatie die vooraf is gegaan aan het besluit. De indruk is gewekt dat de participatie op een zorgvuldige manier had plaatsgevonden. Dat blijkt nu niet het geval te zijn. Leefbaar Rotterdam heeft op zich geen bezwaren tegen een ontmoetingsplek in het Ommoordse veld, maar wel tegen de voorgestelde locatie. Er zijn betere plekken op het veld te bedenken.
Mevrouw Sedney vraagt of de heer Meijer doelt op de communicatie in het voortraject.
De heer Meijer reageert door te zeggen dat het besluit van de deelraad niet inhoudt dat er ergens op het Ommoordse veld een ontmoetingsplek wordt gerealiseerd maar dat er heel bepaald een locatie is vastgesteld. Uit de brief van het dagelijks bestuur en uit de reacties van omwonenden blijkt dat het traject dat heeft geleid tot de keuze voor die plek niet is geweest zoals het had behoren te zijn. De deelraad heeft ingestemd op basis van onvoldoende informatie. Leefbaar Rotterdam komt niet terug op het besluit dat er een ontmoetingsplek moet komen, maar wel op de keuze voor de locatie.
De heer Van Lottum benadrukt het belang van draagvlak bij omwonenden. De bedoeling van het communicatie- en participatietraject is het creëren van dit draagvlak. De omwonenden hebben bezwaren tegen de vastgestelde locatie. Dit moet ertoe leiden dat het dagelijks bestuur een andere locatie gaat overwegen.
Mevrouw Sedney zegt dat het dagelijks bestuur nog niet zover is. Onderscheid moet worden gemaakt tussen twee vormen van communicatie: de communicatie vanuit de deelgemeente en de particuliere communicatie (de communicatie door bewoners). Het dagelijks bestuur heeft de communicatie ingezet nadat het burgerinitiatief is ingediend. Afgesproken is dat er drie avonden zouden worden uitgetrokken om na te gaan hoe groot het draagvlak bij omwonenden is. De deelgemeente heeft nooit een officiële brief doen uitgaan waarin staat dat het dagelijks bestuur begrijpt dat er veel oppositie is tegen de locatie en dat de communicatie zeer slecht is verlopen. Zulke correspondentie bestaat wel, maar die is niet afkomstig van de deelgemeente. Het dagelijks bestuur is daar niet voor verantwoordelijk en voelt die verantwoordelijkheid ook niet.
De heer Meijer merkt op dat mevrouw Sedney voorbijgaat aan een belangrijk aspect. In de vorige deelraadsvergadering is niet alleen gekozen voor de realisatie van een ontmoetingsplek, maar ook voor een specifieke locatie. Inmiddels weet Leefbaar Rotterdam dat de omwonenden – in tegenstelling tot wat eerder werd bericht – bezwaren hebben tegen deze locatie. Dit nieuwe inzicht zou ertoe moeten leiden dat de locatie wordt heroverwogen. Dit doet niets af aan het streven om een ontmoetingsplek te realiseren.
Mevrouw Ton vraagt aan mevrouw Sedney of zij volhoudt dat de deelgemeente goed heeft gecommuniceerd.
Mevrouw Sedney antwoordt dat het dagelijks bestuur niet het signaal heeft afgegeven dat er slecht is gecommuniceerd. De deelgemeente is nog niet klaar met de communicatie. Afgesproken is dat er drie informatieavonden zullen plaatsvinden. Eén van die avonden kon niet doorgaan vanwege het incident in Hoek van Holland. Eén avond heeft wél plaatsgevonden; dat was de avond met het onwel worden van de eerder genoemde man. Het dagelijks bestuur heeft hierop besloten dat de derde avond niet direct daarop zou moeten zijn. In plaats daarvan is een nieuwe datum afgesproken, aan het eind van de maand.
De heer Van Lottum stelt dat mevrouw Sedney om de problematiek heen draait. De deelraad had op 22 juni de indruk, dat er gecommuniceerd was met de omwonenden. Naar aanleiding van het inspreken van bewoners leek het het CDA echter beter om de partijen eerst nog met elkaar in gesprek te laten treden. Nu blijkt dat er vooraf niet adequaat met de betrokken bewoners is gecommuniceerd.
Mevrouw Sedney wijst erop dat op 22 juni de meerderheid van de deelraad voor het initiatief was, gehoord hebbende de bewoners. Vervolgens heeft het dagelijks bestuur besloten drie avonden uit te trekken om te communiceren met omwonenden.
De heer Meijer herhaalt dat mevrouw Sedney eromheen draait. Het gaat niet om de communicatie achteraf, maar om de participatie vooraf. Er is een besluit genomen op basis van informatie die de deelraad kreeg staande de vergadering. De heer Krul heeft de suggestie gewekt dat alle bewoners benaderd zijn en dat de bewoners achter de broek zijn gezeten met de oproep te participeren. Kennelijk gaat het hier echter slechts om een beperkt groepje mensen. Leefbaar Rotterdam heeft vanuit verschillende hoeken signalen ontvangen over de slechte participatie. De drie informatieavonden achteraf zijn prima, maar het gaat in de discussie om het voortraject. Als de deelraad beter was geïnformeerd, was er een ander besluit genomen. Leefbaar Rotterdam voelt zich misleid.
Mevrouw Huisman vraagt naar de informatieavonden – die hebben plaatsgevonden – en naar de uitkomst daarvan.
Mevrouw Sedney antwoord dat er drie avonden stonden ingepland, maar dat er tot nog toe nog maar één avond heeft plaatsgevonden. Er komt in ieder geval nog een avond. Het dagelijks bestuur was van plan na de drie avonden terug te komen bij de deelraad.
De heer Meijer benadrukt nog eens dat Leefbaar Rotterdam het initiatief als zodanig niet slecht vindt, maar dat de fractie zich misleid voelt door de informatieverschaffing voorafgaande aan de besluitvorming.
De heer Sörensen voegt toe dat mevrouw Sedney niet steeds hetzelfde antwoord moet geven, maar moet ingaan op het punt van discussie.
Mevrouw Sedney reageert door te zeggen dat Leefbaar Rotterdam misschien ook eens naar zichzelf zou moeten kijken, in plaats van voortdurend de vinger op te heffen richting het dagelijks bestuur. De ene avond komt Leefbaar Rotterdam met een groep jongeren naar de deelraad om het burgerinitiatief in te dienen, de andere avond komt de fractie met een groep bewoners die geen plezier aan het initiatief kan beleven. Voor het dagelijks bestuur is dit niet gemakkelijk. De deelraad heeft besloten dat het initiatief moet worden gesteund en heeft het dagelijks bestuur gevraagd er uitvoering aan te geven. Daar is het dagelijks bestuur nu mee bezig.
De heer Meijer herhaalt dat zijn fractie zich misleidt voelt in de informatievoorziening die als basis diende voor het genomen besluit. De communicatie achteraf staat niet ter discussie.
De heer Stapelkamp vraagt wat Leefbaar Rotterdam bedoelt met misleiding. De commotie was te verwachten. Een hangplek geeft altijd problemen. Leefbaar Rotterdam heeft haar huiswerk niet gedaan. De fractie had vooraf beter moeten opletten.
De heer Koedijk wijst op het verslag van de vergadering van 22 juni. Op pagina 11 bovenaan, waar de heer Krul aan het woord is, staat: “Het is duidelijk dat sprake is van een verdeeld draagvlak. Gelet op de inbreng van vooral de VVD en het CDA zal spreker zich beraden op het vervolgtraject met betrekking tot de communicatie.” Spreker uit de verwachting dat de tweede informatieavond op korte termijn zal plaatsvinden. De deelraad moet zo spoedig mogelijk worden geïnformeerd over de uitkomst van de gesprekken. De motie kan het beste worden aangehouden.
Mevrouw Ton constateert dat zowel de leden van de deelraad als de bewoners vinden dat de communicatie in het voortraject niet goed is verlopen. De heer Krul heeft een beeld neergezet dat niet overeenkomt met de beleving van de deelraadsleden (en dat mogelijk ook niet overeenkomt met de werkelijkheid).
De voorzitter reageert door te zeggen dat binnen het dagelijks bestuur is afgesproken dat mevrouw Sedney op dit punt de beantwoording voor haar rekening zal nemen.
Mevrouw Ton stelt dat de heer Krul degene is die een bepaald beeld heeft geschetst. Het is vreemd dat de heer Krul niet zelf antwoord geeft. Spreekster vervolgt met te wijzen op de controlerende functie van de deelraad. De deelraad moet het dagelijks bestuur kritisch kunnen bevragen. Dat heeft niets te maken met het terugspelen van de bal.
De heer Salhi zegt dat de vraag die moet worden beantwoord, is hoe de communicatie in het voortraject is verlopen. Spreker is benieuwd naar de ervaring van de bewoners. Het is vreemd dat Leefbaar Rotterdam een motie heeft ingediend voordat het dagelijks bestuur haar eerste termijn heeft gehad.
De heer Koedijk vraagt nog eens naar de brief die vanavond herhaaldelijk is genoemd.
Mevrouw Sedney merkt op dat in de motie niet wordt gerept over het voortraject.
De heer Sörensen vraagt of het dagelijks bestuur vindt dat de bijdrage van de heer Krul op 22 juni misleidend was.
Mevrouw Sedney reageert door te zeggen dat deze vraag niet van fatsoen getuigt. Spreekster wenst geen antwoord te geven.
De heer Pieterse vervolgt met de beantwoording door het dagelijks bestuur. Spreker stelt dat er geen nieuwe informatie beschikbaar is gekomen gedurende de tijd tussen 22 juni en vanavond. Leefbaar Rotterdam suggereert dat de deelgemeente op 14 juli een brief heeft doen uitgaan, waarin staat dat het communicatietraject slecht is verlopen. Mevrouw Sedney heeft al aangegeven dat het dagelijks bestuur van deze brief geen kennis heeft. Spreker vervolgt met aan te geven dat sommige partijen onterecht de suggestie wekken dat er na de informatieavonden van alles en nog wat beslist moet worden. Dat is niet het geval: de deelraad heeft al een beslissing genomen. Wel kan er nog worden gepraat over bijvoorbeeld het beheer en de inrichting van de ontmoetingsplek.
Spreekrecht publiek
Mevrouw Odijk noemt het overleg van de bewoners met mevrouw Van Os van de deelgemeente. Tijdens dit overleg is gezegd dat het overleg met de bewoners niet goed is gegaan. De bewoners hebben zowel een bezwaar als een klacht ingediend. Op de bijeenkomst van 1 september is aangegeven dat het al dan niet plaatsen van de ontmoetingsplek geen punt van discussie meer kon zijn. De discussie zou slechts nog over enkele minimale aspecten kunnen gaan. Dit is geen inspraak. Een aantal bewoners is weggelopen op die avond vanwege de respectloze manier waarop het dagelijks bestuur de bewoners benaderde. De bewoners willen correct worden behandeld. Spreekster zegt dat de heer Krul de bewoners excuses schuldig is, aangezien hij de bewoners gebruuskeerd heeft. Nu speelt hij het via mevrouw Sedney. Dat is niet aardig. Mevrouw Sedney zou bovendien zelf bezwaren moeten hebben tegen de locatie, want zij is van Groen Links. Spreekster geeft aan dat de bewoners desondanks bereid zijn mee te denken over een geschikte locatie voor de ontmoetingsplek.
De heer De Kruijf zegt dat de bezwaren van de bewoners op 22 juni duidelijk moesten zijn, omdat de bewoners honderden handtekeningen hebben overhandigd. Spreker vraagt waarom de bewoners hier niets meer over hebben vernomen.
De voorzitter schorst de vergadering voor de duur van tien minuten.
Schorsing
De voorzitter heropent de vergadering.
Tweede termijn dagelijks bestuur
Mevrouw Sedney merkt op dat het voortraject misschien niet voorspoedig is verlopen, maar dat dit traject niet aan het dagelijks bestuur was. De invulling van het voortraject ligt bij de bewoners, het gaat immers om een burgerinitiatief. Het dagelijks bestuur is verantwoordelijk voor de uitvoering van het initiatief, nadat het initiatief door de deelraad is aangenomen.
De heer Meijer zegt het vreemd te vinden dat pas met de bewoners wordt gepraat, nadat de locatie is vastgesteld.
Mevrouw Sedney merkt op dat het hierbij gaat om de uitvoering van het deelraadsbesluit. Het zou kunnen zijn dat het dagelijks bestuur geen draagvlak kan vinden voor het besluit. Dan zal het dagelijks bestuur terugkomen bij de deelraad met de melding dat de deelraad het dagelijks bestuur met een heel vervelend voorstel heeft opgezadeld. Spreekster zegt niet voortdurend voor schut te willen worden gezet voor een traject waar het dagelijks bestuur niet verantwoordelijk voor is.
De heer Meijer vervolgt met te zeggen dat de brief van 14 juli niet bepalend was voor de keuze om te komen met de motie. De brief was slechts een trigger om navraag te gaan doen.
Mevrouw Sedney vindt het verbazingwekkend dat men wordt getriggerd door een niet bestaande brief. Dat de fractie wellicht op de vingers is getikt door de toekomstige lijsttrekker is haar eigen zaak. Het dagelijks bestuur wenst niet te worden afgerekend op een brief die niet bestaat.
De heer Choenni vraagt de heer Meijer wat hij heeft gedaan om de brief te achterhalen.
De heer Meijer antwoordt dat de brief slechts één van de signalen was dat de communicatie niet deugde. Slechts een beperkt aantal personen blijkt te zijn benaderd.
De heer Choenni vraagt waar de heer Meijer dit op baseert.
De heer Meijer antwoordt dat dit de reacties zijn van de bewoners.
De heer Pieterse merkt op dat er uitnodigingsbrieven zijn. Bepaalde blokken woningen hebben de brief ontvangen. Het is verder niet aan het dagelijks bestuur wie hierop reageert. Spreker benadrukt nog eens dat de brief waarover wordt gerept niet bestaat. Over de handtekeningen merkt spreker op dat deze zijn meegenomen in de besluitvorming. De handtekeningen waren op de 22ste juni bekend. De grondslag van het besluit is niet gewijzigd.
Conclusie
De voorzitter stelt voor om de bespreking van dit agendapunt te verdagen tot de volgende deelraadsvergadering. Eerst moet de brief waarover wordt gerept boven water komen. De deelgemeente kan de brief niet geven, dus de bewoners moeten de brief maar beschikbaar stellen.
Mevrouw Ton zegt dat de brief er niet zoveel toe doet, maar nu wordt gebruikt om de bespreking te verdagen. Het zou de voorzitter sieren als hij eerlijk erkent dat de communicatie in het voortraject niet goed is verlopen.
De voorzitter brengt het ordevoorstel in stemming.
Voor: GroenLinks, ChristenUnie/SGP, VVD, LSD, SP en PvdA
Tegen: Leefbaar Rotterdam en CDA
De voorzitter concludeert dat het ordevoorstel is aangenomen.
De voorzitter schorst de vergadering voor de duur van vijf minuten.
Schorsing
De voorzitter heropent de vergadering.
De voorzitter stelt voor om agendapunt 5, bestuursrapportage 2009, te verdagen naar de volgende deelraadsvergadering. Spreker brengt het ordevoorstel in stemming.
Voor: GroenLinks, ChristenUnie/SGP, VVD, LSD, SP en PvdA
Tegen: Leefbaar Rotterdam en CDA
De voorzitter concludeert dat het ordevoorstel is aangenomen.
-
Bestuursrapportage 2009
Verdaagd.
-
Rijksweg 13/16
Eerste termijn deelraad
De heer Schippers merkt op dat het wenselijk is dat de deelraad expliciet een uitspraak doet over de aan te leggen Rijksweg 13/16. De fractie van de ChristenUnie/SGP wordt hierin gesteund door de PvdA en GroenLinks. Spreker dient onderstaande motie in:
Motie 2009-12 (ChristenUnie/SGP, PvdA en GroenLinks)
De deelraad van Prins Alexander in vergadering bijeen op 14 september 2009,
gezien
-
de brief van het dagelijks bestuur d.d. 27 augustus 2009 (ingekomen stuk nr. 53);
-
de Trajectnota/MER Rijksweg 13/16 Rotterdam van de minister van Verkeer en Waterstaat;
overwegende
-
dat de aanleg van de Rijksweg 13/16 dient ter oplossing van congestie en overlastproblemen op de A20 en de A13 in andere deelgemeenten van Rotterdam en dat de deelgemeente Prins Alexander hieraan een bijdrage wil leveren;
-
dat de problemen als hierboven omschreven niet (grotendeels) verplaatst mogen worden naar de deelgemeente Prins Alexander;
-
dat de woonwijken van Prins Alexander in Ommoord ten oosten liggen van de beoogde Rijksweg 13/16 en derhalve – als gevolg van de hoofdwindrichting – onaanvaardbare extra hinder zullen ondervinden van een bovengrondse aanleg van het tracédeel dat door of vlak langs de deelgemeente loopt;
-
dat de nieuwe Rijksweg 13/16 zondanig moet worden aangelegd, dat huidige en toekomstige bewoners van Ommoord deze autosnelweg zo min mogelijk kunnen zien, horen of ruiken;
-
dat het in het belang van de bewoners van de deelgemeente is wanneer de deelgemeenteraad een uitspraak doet over de gewenste aansluiting op het onderliggende wegennet en een zorgvuldige inpassing van de beoogde Rijksweg in het landschap;
-
dat de deelgemeenteraad reeds enkele jaren geleden zijn nadrukkelijke voorkeur heeft uitgesproken voor een volledige aansluiting van de Rijksweg 13/16 op de Hoofdweg;
-
dat vier punten in de bovengemelde brief van het dagelijks bestuur (ten aanzien van een lage passage van het Terbregseplein, een volledige aansluiting ter hoogte van de Hoofdweg, beslist geen aansluiting op de President Rooseveltweg en een halve aansluiting van Rijksweg 13/16 op de Ankie Verbeek-Ohrlaan in en vanuit zuidoostelijke richting) volledig worden onderschreven;
-
dat op drie punten nog een verduidelijking of aanscherping gewenst gevonden wordt;
besluit
-
over de drie volgende planonderdelen van de voorgenomen Rijksweg 13/16 die van invloed zijn op de leefomgeving van de bewoners van de deelgemeente Prins Alexander zich als volgt uit te spreken:
-
vooralsnog geen bypass tussen de President Rooseveltweg en de Hoofdweg aan te leggen, maar een capaciteitsuitbreiding van de Terbregseweg te realiseren op het gedeelte direct ten noorden van de kruising met de Hoofdweg tot aan de President Rooseveltweg, inclusief aanpassing van het viaduct onder de spoorlijn Rotterdam-Gouda v.v. ten behoeve van hoge vrachtwagens;
-
tussen het Terbregseplein en de Rotte moet Rijksweg 13/16 aangelegd worden in een overdekte tunnelbak of tunnel, waarbij ook de aansluiting van de A20 in noordwestelijke richting ondergronds overgaat in de rechter rijstrook van Rijksweg 13/16, met name ter reductie van de geluidshinder;
-
de deelgemeente Hillegersberg-Schiebroek te steunen in haar voorkeur voor een korte verbinding langs Hillegersberg, waarbij het tracédeel door het Lage Bergse Bos loopt door een tunnel onder het maaiveld, dit ter beperking van de gevolgen van deze ingreep voor dit recreatiegebied met een regionale functie;
verzoekt
-
het dagelijks bestuur van Prins Alexander de aanbevelingen van de deelgemeenteraad te onderschrijven en dit standpunt ter kennis te brengen van de dagelijkse besturen van de deelgemeenten Hillegersberg-Schiebroek, Kralingen-Crooswijk en Overschie, de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Rotterdam en Lansingerland, het dagelijks bestuur van de stadsregio Rotterdam, de minister van Verkeer en Waterstaat, Rijkswaterstaat en het Platform Regiopark Rottemeren – A13/16;
en gaat over tot de orde van de dag.
J.A. Schippers (ChristenUnie/SGP)
P. Kroon (PvdA)
E.J.B. Stapelkamp (GroenLinks)
De heer Meijer merkt op dat Leefbaar Rotterdam de discussie in de deelraad overbodig vindt. De gehele commissie BRO stond achter de keuzen van het dagelijks bestuur. De motie is overbodig. Leefbaar Rotterdam zal toch voor stemmen, want inhoudelijk is de fractie het eens met de motie.
De heer Van Lottum noemt de motie ook overbodig, maar geeft ook aan de inhoud ervan te steunen.
De heer Kroon zegt een uitgebreide bijdrage te hebben willen leveren, maar hier, gezien de tijd, van af te zien. Spreker heeft een voorstel voor de kostendekking en verzoekt zijn uitgeschreven bijdrage hierover als bijlage toe te voegen aan het verslag.
De voorzitter stelt vast dat de bijdrage als bijlage zal worden toegevoegd aan het verslag.
Mevrouw Huisman wijst op een motie uit 2000 waarin de VVD ook al heeft gesteld dat de Rijksweg 13/16 een aansluiting moet krijgen op de Hoofdweg. Deze motie is toentertijd aangenomen en dus in principe nog steeds van kracht.
De heer Meijer zegt geen kennis te hebben van deze motie, omdat Leefbaar Rotterdam toen nog niet in de deelraad zat.
De heer Graafland laat weten niet te zitten wachten op de Rijksweg, maar de motie wel te ondersteunen.
De heer Stapelkamp zegt nog even te moeten nadenken over de motie.
Eerste termijn dagelijks bestuur
De heer Van Duin merkt naar aanleiding van de motie op dat de uitspraak over de bypass, bij punt a), overeenkomt met de brief van het dagelijks bestuur. Er is nog onderzoek nodig om te bepalen wat de meest optimale oplossing is. Punt b) heeft het dagelijks bestuur overgenomen in de commissievergadering. Spreker zegt niet veel te voelen voor punt c): het steunen van de deelgemeente Hillegersberg-Schiebroek in haar voorkeur voor een korte verbinding langs Hillegersberg. De deelgemeenten hebben vooraf met elkaar afgesproken dat ze geen uitspraken zullen doen over elkaars grondgebied, tenzij de gevolgen doorwerken op het eigen grondgebied. Als dit punt wordt overgenomen, kan de deelgemeente net zo goed ook andere deelgemeenten gaan steunen. De motie is overbodig.
Tweede termijn deelraad
De heer Schippers geeft aan dat de heer Van Duin zelf expliciet heeft gevraagd om een uitspraak van de deelraad. Hij vond het verbijsterend dat de deelraad niets van zich liet horen. Mede hierom is de motie ingediend. Punt c) kan volgens spreker gewoon blijven staan, temeer omdat Hillegersberg-Schiebroek precies hetzelfde standpunt inneemt als Prins Alexander.
De heer Meijer zegt zich aan te sluiten bij de wijze woorden van de portefeuillehouder. Leefbaar Rotterdam stemt daarom tegen.
De heer Van Lottum herhaalt dat de motie overbodig is. Het CDA stemt tegen.
De heer Kroon zegt het belangrijk te vinden dat de deelgemeente een standpunt inneemt. De PvdA steunt de motie.
Mevrouw Huisman laat weten dat de VVD de motie overbodig vindt en dus tegen stemt.
De heer Graafland geeft aan dat de SP de motie steunt.
De heer Stapelkamp zegt de motie te steunen.
De heer Soijer geeft aan tegen te stemmen.
Conclusie
De voorzitter concludeert dat de deelraad de brief van het dagelijks bestuur onderschrijft. Spreker brengt de motie in stemming.
Voor: GroenLinks, ChristenUnie/SGP, SP en PvdA
Tegen: Leefbaar Rotterdam, CDA, VVD en LSD
De voorzitter concludeert dat de motie is verworpen.
-
In behandeling nemen van en verdaging beslissing op burgerinitiatief fietspad ‘s Gravenweg
De voorzitter concludeert dat het voorstel is aangenomen.
-
Beslissing op twee bezwaarschriften tegen besluit d.d. 22 juni 2009 dagelijks bestuur op te dragen multifunctionele ontmoetingsplek in Ommoordse Veld te creëren
De voorzitter concludeert dat het voorstel is aangenomen.
-
Afdoening motie 2008-24 over mobiele bladkorven
De voorzitter concludeert dat het voorstel is aangenomen.
-
Mededelingen en rondvraag
De heer Van Schaik zegt een internetvoorziening in de vernieuwde raadszaal te missen en vraagt of hiernaar kan worden gekeken.
De voorzitter antwoordt dat een internetvoorziening geen onderdeel uitmaakt van de plannen. Wel is er een alternatief. De vraag zal worden meegenomen naar het presidium.
De heer Van Schaik vraagt vervolgens of het publiek voortaan ook van water kan worden voorzien.
De voorzitter zegt dat deze opmerking wordt meegenomen.
De heer Van Asch laat weten sinds een maand tientallen e-mails te ontvangen via Facebook en hier geen prijs op te stellen. Spreker deelt mee af te zien van alle contact met Facebook.
De heer Sörensen reageert door te zeggen dat het ontvangen van e-mails kan worden uitgeschakeld.
De heer Van Lottum merkt op dat de deelraad onlangs is geïnformeerd over het intrekken van het verzoek van het dagelijks bestuur aan de burgemeester om te komen tot een alcoholverbod op de Veerse heuvel. Het CDA had het netter gevonden als het dagelijks bestuur deze intrekking eerst had voorgelegd aan de commissie. Het verzoek om een alcoholverbod is immers in eerste instantie door de commissie gedaan.
De voorzitter geeft toe dat dit inderdaad beter zou zijn geweest.
-
Vragenhalfuur
De voorzitter concludeert dat geen van de deelraadsleden het woord vraagt.
-
Vaststelling van het verslag van de vergadering d.d. 22/23 juni 2009 van de deelraad alsmede lijst van toezeggingen
De heer Meijer verzoekt om zijn bijdrage bij agendapunt 7a, over het Ommoordse veld, woordelijk op te nemen in het verslag.
De voorzitter zegt dit toe. Spreker concludeert dat het verslag met inachtneming van bovenstaande wijziging wordt goedgekeurd en vastgesteld (zie bijlage).
De heer Choenni merkt naar aanleiding van pagina 13 op dat spreker het dagelijks bestuur heeft gevraagd de kunstwerken in de deelgemeente te inventariseren. Spreker vraagt hoever het staat met de inventarisatie.
Mevrouw Boekhoudt antwoordt dat de deelgemeente er druk mee bezig is en de inventarisatie eind dit jaar af hoopt te hebben.
-
Ingekomen stukken
De voorzitter concludeert dat geen van de deelraadsleden het woord vraagt.
-
Sluiting
De voorzitter bedankt iedereen voor zijn inbreng en sluit de vergadering om 23.40 uur.
