Direct naar hoofdmenu / zoekveld

2010-10-26 verslag


Verslag van de openbare vergadering van de deelraad Prins Alexander gehouden op dinsdag 26 oktober 2010 in het deelgemeentekantoor aan het Prins Alexanderplein 6.


Aanwezig: mevrouw G.T.M.E. Brevoort (PvdA), mevrouw S.T. van Houten (Leefbaar Rotterdam), mevrouw S.I. Feenstra-Bruins (VVD), mevrouw G.M. Mohanlal (CDA), mevrouw M.S. van Noordt Wieringa (D66), mevrouw M. Schuurman (GroenLinks) en mevrouw R. Smelt (VVD) en mevrouw V. Vredeveld (Leefbaar Rotterdam) en de heren J. van Binsbergen (Leefbaar Rotterdam), A.I.M. Denneman (D66), H. Eimers (VVD), W.P. van Gerdingen (Leefbaar Rotterdam), B. Groos (Leefbaar Rotterdam), T.F. van den Ham (GroenLinks), L.W.H. Hoff (PvdA) J. Kooijman (PvdA), R. Krul (PvdA), D.J.J. van Lottum (CDA) P.B. van den Meerendonk (Leefbaar Rotterdam), J. Noeverman (CU/SGP), P. Pieterse (PvdA), A. Salhi (PvdA), B. van Schaik (Leefbaar Rotterdam) en W. Spuij (Leefbaar Rotterdam).


Afwezig: mevrouw V. Vredeveld (Leefbaar Rotterdam)


Dagelijks bestuur: De dagelijks bestuurders:

Jeugdbeleid en Maatschappelijke dienstverlening c.a. mevrouw S. Rojer, Beheer Buitenruimte, Sport en Recreatie c.a. de heer H.G.C. Koedijk.

Ruimtelijke Ontwikkeling en Financiën c.a. de heer P. Meijer.

Algemene Zaken en voorzitter van het dagelijks bestuur (DB) en van de deelraad c.a. De heer F. van der Hilst.


Griffie: de heer R.D. Weststrate (griffier).


Notulist: de heer H.J. van Beek, Alpha Verslaglegging, Waddinxveen.


Belangstellenden: ca. 15 belangstellenden.


1. Opening en vaststelling agenda.


De voorzitteropent de vergadering en heet een ieder welkom. Spreker deelt mee dat mevrouw Vredeveld is verhinderd. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld



2. Gelegenheid tot het stellen van vragen door het publiek over onderwerpen die niet op de agenda staan.


Geen van de aanwezigen maakt van deze mogelijkheid gebruik.


3. Bestuurlijk kader heroverwegingen.


De heer Noevermanspreekt de onderstaande tekst uit:

Voorzitter,

Bezuinigen is geen eenvoudige opgave. Tenminste, als je, zoals ik, de visie hebt dat deelgemeenten op zichzelf bestaansrecht hebben. Vanuit die visie is een logische vraag aan welke taken de deelgemeenten hun bestaansrecht dan precies ontlenen, en hoe je daaraan, juist in tijden van bezuiniging, een efficiënte en effectieve manier invulling geeft.

Het is om die reden dat ik met zeer gemengde gevoelens vanavond in deze deelraad spreek over het “bestuurlijk kader heroverwegingen”. Immers, ik maak deel uit van een deelraad waarvan een meerderheid het bestaansrecht van deelgemeenten niet expliciet wil bevestigen. Gegeven dat feit –ik verwijs naar het verslag van 12 april 2010- is het eigenlijk onmogelijk te spreken over kerntaken, of om het dagelijks bestuur opdracht te geven een kerntakendiscussie verder voor te bereiden. Als een deelgemeente als politieke bestuurslaag geen duidelijk bestaansrecht heeft, wat voor zin heeft een politiek debat dan vanavond, en wat voor zin heeft de verdere uitwerking voor het takendebat dan? Maakt het uit met welke bril wij kijken naar de heroverwegingen, als je de deelgemeente als zodanig al niet eens ziet staan?

Met die gemengde gevoelens kom ik toe aan een beoordeling van het voorstel voor het bestuurlijk kader heroverwegingen. In het bestuurlijk kader zijn zes uitgangspunten geformuleerd. De eerste is een terugtredende overheid: minder overheid, meer samenleving. De ChristenUnie-SGP onderschrijft dit uitgangspunt, maar dit uitgangspunt kan nauwelijks als basis dienen voor een zinvolle heroverweging van taken. Het is eerder een algemene visie op de rol van de overheid. Hoe je aan dit uitgangspunt invulling wil geven, is zonder discussie over taken nauwelijks te voeren. We kunnen dit uitgangspunt allemaal onderschrijven, maar toch tot een totaal verschillende invulling van taken komen.

Het tweede uitgangspunt: zelfredzaamheid van burgers staat centraal, ondersteuning als het moet. Dit uitgangspunt baart de ChristenUnie-SGP zorgen, vanuit eerdere uitspraken van verschillende partijen in deze deelraad. Waar te veel nadruk wordt gelegd op individuele vrijheid en op de gedachte dat mensen prima in staat zijn zelf keuzes te maken, gaat zelfredzaamheid gemakkelijk over in egoïsme. De overheid heeft wel een taak om zelfredzame mensen te stimuleren zich in te zetten voor anderen, en dat sociale vangnet niet per definitie over te laten aan de overheid. De visie van de ChristenUnie-SGP is dat het een van de belangrijkste rollen van de overheid is om een omgeving te creëren, faciliteren en behouden die ieder mens, zowel individueel als in groepen, de mogelijkheid geeft tot zijn/haar recht te komen. Dat vraagt maatwerk. Veel mensen in onze samenleving zijn in staat zelfstandig tot hun recht te komen. Deze mensen zijn niet of slechts in geringe mate afhankelijk van het beleid van de overheid. Voor anderen geldt dat niet; zij hebben mensen om zich heen nodig die hen daarbij helpen. Het is de taak van de overheid ervoor te zorgen dat ook deze mensen tot hun recht kunnen komen. Dat lukt niet door als overheid alles voor iedereen te willen regelen. Wel door als overheid vertrouwen te hebben in de kracht van de samenleving, en te zorgen voor een (tijdelijk) vangnet voor mensen die niet op eigen kracht binnen de samenleving de zorg kunnen krijgen die ze verdienen. De taak van de overheid ligt dus vooral in het voeren van regie, in het aanbrengen van samenhang (coördinatie) in de uitvoering van taken door verschillende maatschappelijke verbanden en instanties, en het zorgen voor een vangnet voor die mensen die buiten deze verbanden vallen. Kortom: samen ervoor zorgen dat we goed voor elkaar zorgen!

Verder herhaal ik nog maar eens de opmerking die ik bij de begroting maakte: vrijwilligerswerk is niet alleen maar waardevol als het een bijdrage aan gebiedsvraagstukken en beleidsspeerpunten levert!

Het derde uitgangspunt: communicatie en participatie als grondbeginsel. De ChristenUnie-SGP is het eens met dit uitgangspunt. Dat zal ook duidelijk zijn uit de visie die ik hiervoor heb uiteengezet. Overheid en burger, overheid en instanties samen bereiken veel meer dan alleen. Het is de taak van de overheid die samenwerking te faciliteren, coördineren en regisseren. Maar de vraag is wel of dat op termijn echt meer moet kosten, of zelfs dat dit uitgangspunt betekent dat er niet bezuinigd zou mogen worden op communicatie en participatie. Communicatie en participatie dienen verankerd te zijn in de werkwijze van bestuur, deelraad en ambtelijke organisatie, en moet, behalve in complexe, wijkoverstijgende vraagstukken, niet overgelaten worden aan professionals. Het gaat in de eerste plaats om een cultuurverandering. Het lijkt me dat er op de lange termijn, en daar praten we bij de heroverweging over, financiële ruimte is om deze taak vooral ook effectief en efficiënt uit te voeren.

Het vierde uitgangspunt, namelijk dat burgers die gebruikmaken van voorzieningen daar ook voor betalen, lijkt logisch, maar is dat allerminst. Maar dat komt door de manier waarop dit uitgangspunt is uitgewerkt. Er staat namelijk dat over de hele linie een hogere bijdrage wordt gevraagd van individuele gebruikers. Maar als we dit uitgangspunt consequent hanteren, dan zou het ook moeten gelden voor bijvoorbeeld openbare speelplekken, of zelfs voor het gebruik van fietspaden. Gaan we bijvoorbeeld van sommige fietspaden tolpaden maken?Of waarom zou het niet moeten gelden voor het gebruik van de Stadswinkel op zaterdag? Zonder bijdrage van de stad laten we burgers die gebruikmaken van de stadswinkel op zaterdag gewoon extra betalen. Kortom: erg veel helpt zo’n kader niet. Waar het om gaat is een duidelijk onderscheid tussen wat we nu eigenlijk verstaan onder basisvoorzieningen, waarvan iedereen gebruik kan en zal maken en waarvoor we een taak voor de deelgemeente zien weggelegd, en overige voorzieningen. Het uitgangspunt dat sociaal zwakkeren worden ontzien onderstreept de ChristenUnie-SGP. Verder moet naast het profijtbeginsel ook het draagvlakbeginsel gelden. Het is aan het DB om voorstellen uit te werken hoe dit alles gestalte kan krijgen, zodat de deelraad weloverwogen en onderbouwd de politieke keuze kan maken welke taken dan tot de basisvoorzieningen behoren en welke niet. Daarnaast wil ik dan graag zien wat een verhoogde bijdrage betekent voor het gebruik van voorzieningen voor verschillende gebruikersgroepen. Met andere woorden ook de prijselasticiteit speelt een rol; ik wil dat graag bij het takendebat terug zien.

Het vijfde uitgangspunt, differentiatie in de taakuitvoering is in principe mogelijk, lijkt me een goed algemeen uitgangspunt, dat goed aansluit bij gebiedsgericht werken. Als uitgangspunt wil ik meegeven dat het moet gaan om dezelfde kwaliteitsbeleving in elke wijk. Dat vergt onderzoek, bijvoorbeeld door het COS, hoe verschillende groepen bewoners voorzieningen en de buitenruimte beleven. Ongetwijfeld zijn er, op basis van onderzoek, forse besparingen mogelijk op de programma’s Heel en Schoon. Ik moet in dit verband denken aan een interview dat ik ooit had met een productmanager bij Unox. Uit consumentenonderzoek was gebleken dat consumenten minder rookworst in de erwtensoep hoger waardeerden dan de hoeveelheid die er tot dan toe in de erwtensoep zat. Dat leidde tot een flinke kostenbesparing, terwijl de kwaliteit (in de ogen van de consument) toenam!

Tot slot het laatste uitgangspunt, de efficiencykorting: in combinatie met gerichte keuzes geeft het inderdaad een prikkel om organisaties te laten meedenken over bezuinigingen. Maar dan moet het echt over de volle breedte worden opgelegd, ook aan de eigen ambtelijke organisatie en aan de diensten, en niet alleen aan gesubsidieerde instellingen. Daar ligt de echte uitdaging, waarvan het opnieuw aan het DB is om dat uit te werken voor het takendebat.

Voorzitter, tenslotte mis ik nog een aantal zaken:

Terecht wordt opgemerkt dat Prins Alexander wat betreft woningbouw zo goed als af is. Dat betekent dat we van groei naar beheer gaan, of, anders geformuleerd, van uitbreiding naar kwaliteit. Dat betekent dat er minder dan in het verleden studies of projecten nodig zijn. Een beperkte bezuiniging binnen het programma Ruimte etc. moet dus mogelijk zijn. Daarnaast zal in de programma’s Heel en Schoon nog eens heel goed moeten worden gekeken naar de ambities, en de relatie tussen investeringen/uitgaven en beleving van de kwaliteit. Iets minder Heel is nog lang niet kapot, en iets minder Schoon is nog lang niet vies.

Tot slot is het zeker te overwegen om ons sowieso de komende jaren meer op onderhoud en minder op projecten te richten! Op die manier houden we, ondanks bezuinigingen, voldoende ruimte om in mensen te investeren in plaats van in stenen. Want als we er als deelgemeente in slagen het maatschappelijke kapitaal dat aanwezig is in onze deelgemeente, met name in vrijwilligersorganisaties, mantelzorgers, en religieuze instellingen, aan te boren en uit te bouwen, dan zal zich dat vertalen in meer voordelen dan alleen financiële! Laten we daar samen voor zorgen!


De heer Dennemanspreekt de onderstaande tekst uit:

D66 is tevreden met het voorliggende document “Bestuurlijk kader heroverwegingen”. D66 staat achter de zes richting­gevende uitgangspunten, die als basis zullen dienen voor de nog te vinden zoekrichtingen voor het doorvoeren van onze bezuinigingen. Ik zal eerst de uitgangspunten stuk voor stuk bespreken, en vervolgens afsluiten met een paar vragen en opmerkingen over de vertaalslag naar beleidsdomeinen. Het eerste uitgangspunt: minder overheid, meer samen­leving. Naar de mening van D66 is dit uitgangspunt een logisch gevolg van de grotere focus op de kerntaken van de deelgemeente. In onze visie heeft de deelgemeente vooral een regierol, met als belangrijke taak het aanbieden van facili­teiten, waarbij actief wordt ingespeeld op de maat­schappelijke vraagstukken die in onze wijken en buurten leven. Niet als deelgemeente alles zelf willen doen, maar wel de vinding­rijkheid en creativiteit stimuleren van onze inwoners, onder­nemers en maatschappelijke organi­sa­ties en ze vervolgens de ruimte geven om hieraan uit­voering te geven. Of anders gezegd, geef elk goed idee een kans en doe veel aan talent­ont­wik­keling. Talentontwikkeling vergroot de zelfredzaamheid en daarmee komen we aan bij het tweede uitgangspunt. De zelfredzaam­heid van burgers centraal stellen, en ondersteuning als het moet. Investeren in zelfredzaamheid verdient zich vanzelf terug, want er is daarna minder ondersteuning nodig. Toch blijft ondersteuning altijd nodig, want we willen de zwakkeren onder ons niet in de kou laten staan. D66 is tegen betutteling, maar wel voorstander van preventie. Ook een investering in preventie verdient zich namelijk vaak vanzelf terug, niet alleen in economisch opzicht maar ook op het sociale vlak. Kortom, D66 is voorstander van meer zelfredzaamheid en een terugtredende overheid. Om te zorgen dat dit succesvol gerealiseerd gaat worden is communicatie met doel­groepen van groot belang, twee­rich­tings­verkeer, niet alleen informatie geven maar ook luisteren! Daarnaast dient de deelgemeente burgerpartici­pa­tie als grondbeginsel te hanteren. Alleen dan zal de deelgemeente in staat zijn de “goede dingen te doen”. Om deze dingen goed te doen, is samenwerken met alle betrokkenen een vereiste. Het liefst gebiedsgericht, waarbij men niet moet vergeten dat gebiedsgericht samenwerken een middel is, geen doel. In principe op buurt- en wijkniveau, dicht bij onze burgers, de zaken aanpakken. Maar soms is het beter om een generieke aanpak voor de gehele deel­gemeente door te voeren, in plaats van een gedifferentieerde aanpak per wijk. Gaandeweg moet hier de juiste balans worden gevonden. Effectiviteit en efficiency zijn hier de sleutelwoorden. En dan zijn we aangekomen bij het vierde uitgangspunt “burgers die gebruik maken van voorzieningen betalen daar ook voor”. D66 is het hiermee eens, mits de mensen met minder draagkracht hier worden ontzien. Ook hoeft niet elke wijk dezelfde voorzieningen te hebben. Wat volgens D66 dan wel van belang is, is dat deze voorzieningen goed bereikbaar zijn met het openbaar vervoer, in het bijzonder voor de ouderen, en dat de voorzieningen voor de jeugd op fiets­afstand zijn. Het vijfde uitgangspunt: “differentiatie in de taakuitvoering is in principe mogelijk”. D66 is het hiermee eens, als algemeen uitgangspunt, maar heeft zijn twijfels of dit tot zoekrichtingen gaat leiden voor onze bezuinigingen. Ik geef één simpel voorbeeld: in Monitor Prins Alexander 2009, “het percentage inwoners dat vindt dat de buurt tamelijk tot heel schoon is”. Het gemiddelde voor Prins Alexander is 71 procent. In de wijken Nesselande, ’s-Graveland, Prinsenland en het Lage Land is het blijkbaar veel schoner, want daar is ruim 80 procent van de bewoners tevreden in plaats van het deelgemeente­gemiddelde van 71 procent. Mooi, onze eerste bezuinigings­post hebben we gevonden. Echter, het probleem is dat uitschieters naar boven eigenlijk altijd samengaan met uitschieters naar beneden. Zo is het in Zevenkamp en Oosterflank blijkbaar minder schoon, minder dan 60 procent van de bewoners is tevreden in plaats van het deelgemeente­gemiddelde van 71 procent. Dus hier zou eigenlijk geld bij moeten. Al samen­vattend, netto schieten we er waarschijnlijk niets mee op, met het gedifferentieerd werken, de ene wijk krijgt iets meer, de andere wat minder. En als we wel bezuinigingen gaan inboeken met gedifferentieerd werken, dan zijn ze waarschijnlijk niet structureel en duurzaam. Eventjes iets minder uitgeven in bepaalde wijken en als het weer goed gaat met de economie in Nederland, dan stroomt dubbel zo hard extra geld naar deze wijken. D66 heeft dus twijfels over het nut van het vijfde uitgangspunt, maar laat zich graag overtuigen van het tegendeel. Daarom mag het blijven staan. De komende tijd zal moeten uitwijzen of hiermee zoek­richtingen voor onze bezuinigingen gevonden gaan worden.

En dan het zesde uitgangspunt: een generieke efficiency­taakstelling in combinatie met keuzes in de taken. Er wordt gesproken over een solidariteitsheffing, dat wil zeggen vanaf 2012 eenmalig een structurele efficiencykorting van 1 procent over de volle breedte van de taken. D66 is geen voorstander om zich vooraf vast te leggen op 1 procent efficiencykorting. D66 wil de toekomstige bezuinigingen gaan baseren op heldere keuzes, in beginsel geen kaasschaafmethode. Dit is makkelijker gezegd dan gedaan. De eerste bezuinigingen zullen snel worden gevonden, maar op een bepaald moment kom je in een grijs gebied. Dat wil zeggen, dat er geen goede redenen te bedenken zijn dat op de ene taak wel kan worden bezuinigd en op de anderen niet. Op dat moment is een korting over de volle breedte waarschijnlijk recht­vaardiger. Het percentage voor zo’n korting is nu nog niet duidelijk, het kan bijvoor­beeld nul, één of twee procent zijn. Dus liever niet nu al vastpinnen op de willekeurig gekozen 1 procent. De precieze invulling van dit percentage kan beter begin juni 2011 gebeuren, bij het vaststellen van de kader­brief. Nu heb ik de zes uitgangspunten gehad. Nog een paar vragen en opmerkingen over de vertaalslag naar de beleidsdomeinen. D66 mist iets bij het programma “opgroeien en groot­brengen”. We denken dat het hier verstandig is om goed in de gaten te houden waar de verantwoordelijkheid van de scholen ligt en waar die ophoudt, want welzijn moet niet in de schoenen van het onderwijs gaan staan, en andersom, het onderwijs moet niet in de schoenen van welzijn gaan staan. D66 vindt, dat het programma Vrije Tijd iets te veel gericht is op sporten. D66 is een enorm voorstander van sporten, maar wil graag ook aandacht blijven schenken aan de andere vrije­tijdsbestedingen waarvoor de deelgemeente een facili­terende regierol kan innemen. Het gaat dan om scouting, de kunst- en cultuur­activiteiten, het lezen, zang, dans en theater en de vele andere vrijetijdsbestedingen die ervoor zorgen dat het fijn en prettig vertoeven is in Prins Alexander. Ook heeft D66 opmerkingen over twee bullets onderaan op pagina 6. Derde bullet: kinderen moeten meer gestimuleerd worden om te sporten. Daar is D66 het mee eens, maar niet met wat er tussen haakjes achter staat; “ze moeten van de straat”. Vreemd, want juist ook het buitenspelen moet bij kinderen worden bevorderd. Daar maken wij toch de kindvriendelijke wijken voor? Dan de achtste bullet op pagina 6 onderaan: “wat in de stad is, heb je niet nodig in Prins Alexander”. Geef hiervan eens een concreet voorbeeld … het enige dat D66 kan bedenken is het te bouwen bioscoopcomplex in de Alexanderknoop, gaat dit nu niet door? Dat zou jammer zijn. Door de huidige bezuinigingsplannen op evenementen in het centrum van Rotterdam, is het juist nu van belang dat deelgemeente Prins Alexander op bruisende wijze zijn eigen stedelijke karakter gaat tonen. Rotterdam Prins Alexander is immers met 90 duizend inwoners een flinke stad. Zo’n 90 procent van de ruim 400 gemeenten in Neder­land is kleiner. Waarom geen stedelijke voorzieningen in onze eigen Prins Alexander en wel in de honderden kleinere gemeenten? Tot slot, nog een afsluitende opmerking. Het geven van meer verantwoordelijkheid aan de burgers is prima, maar vergt een heel goede begeleiding. Het mag voor de burger niet voelen als "zoek het zelf maar uit". Dat gevaar loop je als ze meer zelf "moeten" gaan doen en dus is heldere communicatie hierover essentieel. Blijf daarom participatie en communicatie een centrale positie geven in het doen en laten van onze deelgemeente. Daarmee nemen we onze inwoners, onder­nemers en maatschappelijke organisaties serieus in wat ze kunnen en willen. Ik dank u voor de aandacht.


De heer Van Lottum spreekt het volgende uit:

Voorzitter, de meesten onder ons hebben in de afgelopen jaren mee kunnen maken dat er tot twee keer toe een poging vanaf de Coolsingel is ondernomen om het deelgemeentebestel de nek om te draaien. Het was wachten op de derde poging, en jawel. Het nieuwe kabinet lijkt dit stokje over te nemen, en laat daar nu toevallig onze oud-burgermeester in zitten. U kunt allemaal een en een optellen. Als CDA zijn we niet tegen een herziening van het deelgemeentebestel, maar wel vragen we ons af hoe we dan nog kunnen spreken over een dicht-bij bestuur. Kortom, wij gaan er van uit dat dit de laatste ronde voor de deelraad Prins Alexander in deze formatie zal zijn. En dan maakt het debat waarvan we aan de vooravond staan toch wat duaal. We gaan vermoedelijk aan de slag om voor de Coolsingel een nette erfenis achter te laten. Op zich is daar natuurlijk niets mis mee. In CDA kringen heet dat goed rentmeesterschap.

Voorzitter, op 27 september jl. heeft de deelraad aan de hand van een viertal feitenkaarten een informele gedachtewisseling gepleegd in het kader van de voorbereiding van deze raadsvergadering. De CDA-fractie heeft die als vruchtbaar en plezierig ervaren. Vandaag bespreken we als resultante daarvan het Concept Bestuurlijk Kader Heroverwegingen van KplusV, waarin een zestal uitgangspunten zijn geformuleerd voor de verdere uitwerking van het Bestuurlijk Kader.

Het voorliggend document geeft aan dat het Bestuurlijk Kader zich richt op de taak- en rolopvatting van de deelgemeente en geen inhoudelijke toekomstvisie is. Maar is die scheiding wel zo duidelijk te maken? En voorzitter, kunt u ons vertellen wat de status is van de uitkomsten van ons overleg van vandaag. Is de uitkomst ervan wel of niet richtinggevend voor uw gesprekken met (bewoners) organisaties?

Dan nu de uitgangspunten.

Terugtredende overheid, minder overheid, meer samenleving

Mijn fractie suggereert allereerst om te spreken over “andere” overheid in plaats van mindere; het gaat om een overheid die anders, dat wil zeggen slimmer organiseert, dat zaken adequaat worden opgepakt daar waar de verantwoordelijkheid hoort, dus bijvoorbeeld bij burgers en organisaties; een overheid die meer ruimte laat voor maatschappelijke initiatieven en het zelforganiserend vermogen van burgers, maar wel met de volgende kanttekeningen: hoe gaan wij de zeggenschap van de inwoners in onze wijken over hun eigen initiatieven en activiteiten begeleiden? Als ik kijk naar ervaringen in het verleden met bewonersorganisaties lijkt mijn fractie dit geen gelopen race.

Een ander punt van zorg is: welke verwachtingen ontlenen burgers aan hun nieuwe regierol en hoe gaan wij als deelraad die verwachtingen managen? Ik neem aan dat deze elementen uitgebreid terugkomen in de nog te bespreken Communicatie- en Participatienota.

Zelfredzaamheid van burgers staat centraal.

Dit sluit aan op de Wmo-principes. Maar krijgen wij als deelraad nog inzicht in de besteding van de wijkbudgetten? Voorzitter, begrijp ik goed dat de rol van professionals verandert in het primair begeleiden en coachen van bewoners en (vrijwilligers)organisaties? Ik ga ervan uit dat u er zich rekenschap van geeft dat sommige taken beter niet kunnen worden overgelaten aan bewoners en vrijwilligersorganisaties, nog daargelaten dat de wet soms kwaliteitseisen (bv. vakbekwaamheid) stelt aan de uitvoering daarvan. En begeleiding en coaching kan soms nog meer tijd en geld kosten dan wanneer professionals zelf de uitvoering ter hand nemen. Mijn fractie verwacht een wat meer doordachte kijk op taken en verantwoordelijkheden van beroepskrachten versus vrijwilligers(organisaties); de verwachtingen ten aanzien van de laatste lijken ons nogal hoog gespannen.

Communicatie met doelgroepen en burgerparticipatie als grondbeginsel; een overheid die terugtreedt, heeft als keerzijde dat nu er meer verantwoordelijkheden bij de samenleving worden teruggelegd, diezelfde overheid meer moet investeren in een goede interactie met de maatschappelijke omgeving. Dat de samenleving meer betrokken moet worden bij visie- , beleidsontwikkeling en uitvoering van plannen, is zonneklaar. Mijn fractie blijft zich zorgen maken over hoe dit te organiseren gezien ervaringen in het verleden.

Burgers die gebruik maken van voorzieningen betalen daar ook voor. Voorzitter, mijn fractie ondersteunt de lijn dat het voorzieningenniveau in PA dient te worden gehandhaafd, maar als dit alleen gaat met een verhoging van de eigen bijdrage voor de individuele gebruikers, dan moet dat dan maar. Waarom groepen moeten worden ontzien, in casu “sociaal zwakkeren” is het CDA niet meteen duidelijk, want wie zijn die sociaal zwakkeren?

Differentiatie in taakuitvoering is in principe mogelijk. Wij begrijpen dit, maar hebben toch de volgende vragen. Heeft de deelraad hierin geen inbreng? Als ik het document goed lees, heeft het DB hierin een eigenstandige afweging? Betekent dit dat het aan het DB is te bepalen welke uitstraling/kwaliteitsniveau voor een bepaald gebied al dan niet wenselijk is en niet aan de deelraad? En op basis van welke (objectieve) criteria gaat u dat doen?

Generieke efficiencytaakstelling in combinatie met keuzen in de taken. Voorzitter,mijn fractie ondersteunt de lijn van 1% efficiencykorting over de volle breedte van de taken. Maar als dat vanaf 2012 structureel is, waar duidt dan het woord “eenmalig” op. Overigens de kop van dit uitgangspunt geeft aan dat de efficiencykorting niet op zich staat maar in combinatie moet gebeuren met een keuze in taken. Hier ligt voor ons dus nog een schone taak.

Tenslotte de uitgangspunten vertaald naar beleidsdomeinen. Meedoen en samenleven. Opgroeien en opvoeden. Wat wordt verstaan onder de (basis)voorzieningen (die zoveel mogelijk moeten worden gehandhaafd)? Investeren in Talentontwikkeling voor de Jeugd is ook voor het CDA een groot goed. Daarom wacht mijn fractie met smart op het “uit de lucht halen” van de motie Jongerenpanel, zodat met inbreng vanuit die jongeren vaart kan worden gemaakt met die talentontwikkeling. Dat via subsidievoorwaarden professionals worden gedwongen meer samen te werken vindt mijn fractie prima. Zeker als daarmee overlap in hun werk wordt voorkomen

Vrije Tijd, ondersteuning, hulp en advies. Mijn fractie onderschrijft dat het profijtbeginsel breed moet worden toegepast voor vrije tijdvoorzieningen. Of dat nu via het draagkrachtbeginsel moet gebeuren, is nog maar de vraag. Wat vormt het uitgangspunt voor de draagkrachtberekening (bruto inkomen of het nettobedrag dat men overhoudt na alle lasten)? Worden bewoners en maatschappelijke organisaties ook betrokken bij de discussie hierover?

Voorzitter, dat bij subsidiering het maatschappelijk effect centraal staat (het moet bijdragen aan programmadoelen) klinkt het CDA als muziek in de oren. Belastinggeld van burgers moet niet zomaar worden uitgegeven in subsidieland. De samenwerking met andere deelgemeenten, voorzitter, behoeft nadere toelichting. Hangt er iets in de lucht?

Heel, Schoon, Ruimte voor wonen en werken. Wat betreft differentiatie in onderhoudsniveau per wijk heb ik het nodige al gezegd. Het marktconform aanbesteden van uitvoeringsdiensten lijkt mij een goede zaak, maar voorzitter, is dit wel realistisch en haalbaar.

Voorzitter, wij willen een evenwichtige overheid zijn waar inwoners van PA op kunnen vertrouwen. Dat worden wij door open met hen te communiceren over wat hen bezighoudt, wat er in hun buurt leeft en speelt, en over wat wij in PA voor hebben. De komende bezuinigingsronde zal daarop een wissel kunnen trekken, indien wij er niet in slagen goed te communiceren met onze inwoners over de problemen waarmee wij worden geconfronteerd en wat de mogelijke oplossingsrichtingen kunnen zijn. Wij spreken tegenwoordig trouwens liever niet meer over problemen maar over uitdagingen. En die zijn er volop. Kortom, wat is dus de status van deze deelraadsbijeenkomst?

Na deze inleiding, dus nu aan de slag, wel wetend dat het Bestuursakkoord met de Stad nog niet op tafel ligt.


Mevrouw Feenstra-Bruinsspreekt de onderstaande tekst uit:

Voorzitter, de VVD onderschrijft de zestal geformuleerde uitgangspunten die leidend zijn voor de verdere uitwerking van Bestuurlijk Kader Heroverwegingen en die de uitkomsten zijn van de gehouden informele gedachtewisseling d.d. 27.09.10. Op hoofdlijnen gaan we dus akkoord, maar hebben wel wat opmerkingen en een vraag.

Blz. 5.: De VVD is er in zijn algemeenheid mee eens dat de overheid efficiënter en effectiever moet gaan werken. Dit resulteert in het feit dat ook deelgemeenten hier rekening mee moeten gaan houden. In het kader heroverweging komt dit item dan ook terug. Bijvoorbeeld met betrekking tot de Efficiencywinst merkt de VVD op dat er gelijke of zelfs meer kwaliteit voor minder geld kan worden opgeleverd. Dit geldt niet alleen voor budgetten en subsidies aan derden, maar ook de budgetten voor de ambtelijke organisatie. Hoewel wij geen grote voorstander zijn van generieke kortingen, kunnen we als signaal wel leven met het genoemde in de notitie voor een eenmalige Structurele efficiencykorting van 1%.

Blz. 6. Het Profijtbeginsel voor vrije tijd, ondersteuning, hulp en advies dient breed toegepast te worden; er wordt alleen een uitzondering gemaakt voor diegene die dit financieel niet kan dragen.

Daarnaast is de VVD tevreden met de ombuiging binnen het programma Vrije Tijd van € 50.000 ten gunste van kunst en culturele activiteiten. Tevens moet het DB aandacht blijven schenken aan de kunst in de buitenruimte, zowel het plaatsen daarvan alsmede het onderhoud.

Met betrekking tot de Voorzieningen wordt het volgende genoemd: “niet in alle wijken zijn alle voorzieningen noodzakelijk”, zoals een bibliotheek. De VVD is van mening dat de voorziening bibliotheken zolang als mogelijk gehandhaafd dient te worden, gelet op het feit dat kinderen vanaf 3 jaar nog niet zelfstandig internet kunnen bedienen, daarnaast zal internet nooit de plaats van een echt prentenboek kunnen innemen. Bovendien kent Prins Alexander een vrij hoog percentage laaggeletterdheid, namelijk 18%, dat naar alle waarschijnlijkheid niet zal dalen bij het weghalen van de bibliotheken.

Voorzitter, de VVD is het niet eens met het punt (blz.6 onderaan)

“Wat in de stad is heb je niet nodig in Prins Alexander”. Dit is te ongenuanceerd en zou bijvoorbeeld betekenen dat een bioscoop hier ook niet neergezet zou worden, omdat er in de stad al bioscopen zijn.

Blz. 7. Bij het punt Parkeerterreinen verkopen aan derden gaat de VVD akkoord mits er in de voorwaarden wordt vermeld dat hier niet alleen rechten maar ook plichten aan verbonden zijn, zoals het zelf schoonhouden van de parkeerterreinen.

Over de bijlage:

Blz. 2. De VVD is van mening dat op de uitvoering van Buitenruimte niet moet worden bezuinigd. Natuurlijk mag het efficiënter, maar minder uitvoeren is wat ons betreft niet aan de orde. De bezuinigingen zullen dus uit andere budgetten moeten worden gehaald. Voorzitter, daarnaast wil ik aandacht vragen voor een uitspraak van de burgemeester van Rotterdam, hij heeft recentelijk het volgende gezegd: “het handhaven van de veiligheid in wijken met minder mensen is mogelijk.”

Voorzitter, los van het feit dat deze opmerking ons vreemd overkomt, is de lijn van de VVD duidelijk: minimaal handhaven van de (relatief) gunstige veiligheidsscore van de DG.

Tot slot voorzitter, De VVD kan zich vinden in de geformuleerde bestuursopdracht aan het DB, waarbij wij wel de vraag hebben: hoe de terugkoppeling naar de deelraad zal plaatsvinden over de consultatiebijeenkomsten met maatschappelijke partners van de DG.

Tot zover onze vragen en opmerkingen in de eerste termijn.


De heer Van den Ham spreekt de onderstaande tekst uit:

Voorzitter, collega’s, toehoorders, een tijdje terug was ik bang toch misschien iets gemist te hebben door de besloten raadsbijeenkomst van 27 september niet bij te wonen. Toen ik de vragen las en later ook de voorspelbare uitkomsten van de discussie, was ik gerustgesteld.Ik moet u complimenteren: de uitkomst van die discussie ligt geheel in lijn met uw coalitie- en bestuursakkoord en was door onze aanwezigheid zeker niet anders geworden, immers de verhouding 14-11 is “iets waar ik ernstig rekening mee moet houden” is mij onlangs duidelijk geworden.

We gaan dus nu voort op de lijn als reeds uitgezet: bezuinigen ten koste van het vangnet in welzijn, met instandhouding van het niveau buitenruimte. De vorige raadsvergadering is reeds gebleken dat college en coalitiepartijen geen ruimte wensen te laten voor debat en een eigen geluid van de oppositie. Toch is deze discussie vanavond weer voorgesteld als een debat tussen raadsfracties en zijn wij graag bereid onze bijdrage te leveren.Voor het eerst spreken wij -in het openbaar- over de door u voorgenomen bezuinigingen, we gaan een visie ontwikkelen, waarna we onze taakstellingen wellicht gaan bijstellen. U hebt een extern bureau in de arm genomen om het scala van bezuinigingsmogelijkheden te verwoorden en ons ter discussie aan te bieden. Met enige verbijstering missen wij daarin dan toch wel de mogelijkheden die niet “de uwe” zijn, zo wordt het debat wel lastig. Ik noem maar even: #Snijden in eigen vlees (zowel op kosten deelraadsleden als op ambtenaren) #Bezuinigen op inrichting buitenruimte, #Bezuinigen op onderhoud buitenruimte, #Andere inzet bestemmingsreserves. Erger nog dan dit, vinden wij het dat uw participatieambitie op het niveau van de 60-er jaren van de vorige eeuw ligt. Daar waar het vorige college een goed en zorgvuldig traject liep bij de toekomst- en gebiedsvisie en een scala van belangengroeperingen hoorde omtrent hun mening, denkt het huidige college dit af te kunnen met niet nader gespecificeerd “regulier overleg” in voorbereiding en een nog nader af te spreken “consultatieronde” omtrent de voorgenomen taakaanpassingen. Nogmaals, dit is inspraak, zoals het plaatsvond in de rudimentaire vorm in de 60-er jaren: met informatieachterstand mogen zeggen wat je van een reeds bestaand stuk vindt. Zo creëer je geen draagvlak! Hoewel wij geen principiële problemen hebben met het inkomensafhankelijk maken van tarieven, achten wij de uitvoering buitengewoon moeilijk voor te stellen (loonstrookjes meenemen, of een speciale “goedkoop-tarief-pas”?) en achten wij het gelet op het niet mobiliseren van draagkracht niet uitvoerbaar.Ook een terugtredende overheid willen we niet aan dit college toevertrouwen, immers het sociaal-maatschappelijk vangnet staat ter discussie en op velerlei wijze heeft dit college ons laten zien geen progressief, beschermend en vergevingsgezind beleid te willen voeren. Bovendien is het overlaten van deskundige taken aan vrijwilligers op veel punten discutabel. Door dit uitgangspunt diskwalificeer je relatief hoog opgeleide en ervaren deskundigen op welzijnsgebied en zijn vrijwilligers naar de betekenis van het woord “vrij” en dus kun je er geen beroep op doen met voorspelbare continuïteit. Daarnaast heeft het hoger belasten van de vrijwilligers een impliciet risico van uitval van die vrijwilligers en is het inzetten, scholen, begeleiden, inroosteren, coachen en koesteren van vrijwilligers niet per definitie goedkoper…. Ook is een terugtredende overheid voor mantelzorgers en de door hen verzorgden een ernstige bedreiging, zij hebben immers alle hulp nodig om juist hogere maatschappelijke kosten te voorkomen. Wat het overhevelen van welzijnsvoorzieningen naar particulier initiatief betreft en het centraal stellen van het maatschappelijk effect, kan ik wijzen op een breed scala van mislukkingen op een veel hoger schaalniveau, waarbij weliswaar de overheid minder geld uitgeeft, maar de burger juist meer geld kwijt is voor die voorzieningen. U weet welke groepen er dan worden getroffen: de minst weerbaren! Laten we eens teruggaan naar de basis….. BEZUINIGEN, IS DAT WEL NODIG??

We moeten tot 2014 een €5 miljoen bezuinigen stelt u, inmiddels €4 miljoen…, maar we hebben nog een flinke spaarpot in de vorm van “bijzondere bestemmingsreserves”. Ik stel u voor hiervan een substantieel deel te besteden aan het in stand houden van het sociaal maatschappelijk vangnet en dus niet deze bezuinigingsronde uit te voeren.Een belangrijk deel van deze reserves hebben wij in de vorige raadsvergadering vastgesteld en als GroenLinks hebben wij hiermee ingestemd, omdat besteding van deze bestemming aan de deelraad is voorbehouden en dus ook te wijzigen.

De bestemming van deze reserves is voor doelen die érg ver weg liggen en het onder druk van de crisis (in onze optiek nader gespecificeerd als “een door banken wereldwijd veroorzaakte crisis”) zeer de vraag is of realisatie van die doelen realistisch is. De aansluiting A13-16 gaan onze kleinkinderen misschien meemaken, de Alexandervisie is vooralsnog slechts luchtfietserij van de deelgemeente Prins Alexander, die onder deze omstandigheden nog decennialang partners zal moeten werven voor de realisatie. Nog pikanter is dat vooral dankzij de inzet van de stedelijke fractievoorzitter van de raadsfractie Leefbaar Rotterdam (hij laat zich hier graag en uitgebreid op voorstaan) de opheffing van deelgemeenten in het regeerakkoord is terechtgekomen en recent door de premier nog als saillant voorbeeld van bezuiniging is geroemd. Deze dreigende opheffing lijkt eenvoudig haalbaar en dus onafwendbaar en derhalve is het handhaven van onze op ver perspectief ingeboekte bestemmingsreserves niet nodig. Deze bezuiniging zal op alleen al de kosten van de politieke laag van de deelgemeente €1 miljoen per jaar bedragen, hierdoor heeft de stedelijke fractie van Leefbaar Rotterdam de bezuiniging al voor ons gerealiseerd!Ik wacht het vervolg van de discussie met plezier af, overigens overtuigd van mijn eigen rekenvaardigheden. Ik dien naar aanleiding van mijn bijdrage aan het debat het navolgende amendement in:


Amendement A.


De deelraad van de deelgemeente Prins Alexander in vergadering bijeen op 26 oktober 2010,


Overwegende dat:


- De bestemmingsreserves in de vorige deelraadsvergadering zijn vastgesteld en besteding van deze bestemming aan de deelraad is voorbehouden.

- Bestemming van deze reserves voor doelen die érg ver weg liggen is en het is onder druk van de crisis zeer de vraag is of realisatie van die doelen haalbaar is.

- De opheffing van deelgemeenten in het regeerakkoord is opgenomen en recent door de premier nog als saillant voorbeeld van bezuiniging is genoemd. Deze dreigende opheffing lijkt haalbaar en onafwendbaar en derhalve is het handhaven van onze op ver perspectief ingeboekte bestemmingsreserves niet nodig.

- Bezuiniging op alleen al de kosten van de politieke laag van de deelgemeente zal minimaal €1 miljoen per jaar bedragen, daardoor is de bezuiniging ook op langere termijn gedekt.


Besluit:


-Het DB geen opdracht te geven tot een heroverweging van taken en een substantieel deel van de bestemmingsreserve “Maatschappelijke investeringen” te besteden aan het ten minste in stand houden van het huidige niveau welzijnsvoorzieningen.

- Hiermee de beraadslagingen omtrent dit onderwerp te sluiten.


De heer Van Gerdingenspreekt onderstaande tekst uit:

Voorzitter, collega raadsleden, dames en heren, onze samenleving staat voor een aantal ingrijpende veranderingen op het gebied van:

wat kunnen we verwachten van onze overheid. Waar kunnen we ons geld aan uitgeven.

Hoe groot is de verwachting die we kunnen uiten. Nu bezuinigingen onontkoombaar blijken, is een kritische beschouwing van de diverse subsidiestromen zeker noodzakelijk. Naar het lijkt is links en rechts sprake van doublures, onnodige zaken, enz. die een uiterst kritische beschouwing verdienen.

Ik ben sinds augustus verhuisd van de ene plek in Nesselande naar een andere plek in Nesselande. Het invullen van het verhuisbericht op de site van de Deelgemeente betekende dat ik de vraag: hebt u een hond en verhuist die hond mee? moest invullen. Ik heb die hond al zeven jaar, een Labrador, meeverhuisd van Nieuwerkerk aan den IJssel naar Nesselande en ja, ook naar mijn nieuwe adres.

Gisteren kreeg ik een brief thuis gestuurd. Citaat uit de brief: “Kort geleden hebt u aangifte van uw hond gedaan. Rotterdam voert een actief hondenbeleid en probeert een goede balans te zoeken tussen de wensen van inwoners met en zonder hond. De gemeente is verantwoordelijk voor de aanleg, schoonmaak en het onderhoud aan uitlaat- en losloopzones. De hondenbelasting draagt bij aan de kosten van dit beleid en als dank voor uw aanmelding krijgt u een gratis hondenfrisbee, om lekker met uw hond op een van de zones in Rotterdam mee te spelen.”

Collega raadsleden, dit soort onnodige, zinloze actie, kennelijk een voortzetting vanuit het vorige Bestuur, is dus de eerste bezuiniging die Leefbaar Rotterdam voorstaat. Bestaande (subsidie) afspraken moeten opnieuw worden getoetst en waar nodig en mogelijk bijgesteld. Een eenmaal verkregen subsidie mag nooit een vaste garantie voor vele jaren zijn. Wij steunen de te behalen doelen, niet per definitie de gesubsidieerde instellingen.

Punt 1: Een terugtredende overheid, minder overheid, meer samenleving.

Het mag inmiddels duidelijk zijn dat Leefbaar Rotterdam een groot voorstander is van het opheffen van de bestuurlijke laag in de deelgemeentes. Echter zolang dit nog niet aan de orde is, moeten we gebruikmaken van de kracht en deskundigheid van de burger zowel op vrijwillige basis als op professionele basis. Ook moet de overheid de burgers meer betrekken in zaken die hen aangaan.

Punt 2: Zelfredzaamheid van burgers, ondersteuning als het moet.

Hier willen wij toch wel aangeven dat het zeer belangrijk is dat er bepaalde groepen in onze samenleving zijn, die zich zelf maar moeilijk kunnen redden. Denk aan ouderen en gehandicapten.

Mensen moeten te allen tijde op ondersteuning kunnen rekenen. Ik denk niet dat men als overheid de verantwoording bij de behulpzaamheid van de medeburgers mag neerleggen. Als overheid moet je de verantwoordelijkheid voor deze mensen op je nemen en ervoor zorgen dat deze mensen een waardig bestaan kunnen hebben in deze samenleving.

Punt 3: Communicatie met doelgroepen en burgerparticipatie.

Dit heb ik al eerder aangegeven: communicatie is zeer belangrijk. Betrek de burger bij beslissingen die eventueel MOETEN worden genomen alvorens men die beslissingen doorvoert, maar geef ook gehoor aan andere ideeën die eruit voortkomen. Naar redelijkheid uitvoerbaar en voor alle partijen aanvaarbaar zijn.

Collega raadsleden,

Punt 4 : Burgers die gebruikmaken van voorzieningen betalen daar ook voor.

Ik denk dat de overheid in dit onderwerp eerst moet kijken naar de productiviteit van de aangeboden voorzieningen en dan vooral naar: wordt er niet te veel gefaciliteerd, of: moeten bepaalde voorzieningen niet worden samengebracht. Ik ben bang dat als de gebruiker een hogere bijdrage moet gaan leveren dat de zwakkeren hier weer de dupe van worden. De gemeente regisseert en geeft sturing. Men kan zich afvragen wat nut en noodzaak is.

Punt 5 : Differentiatie in de taakuitvoering is in principe mogelijk.

Ook hier doen we een beroep op de burgers (participatie) als een ieder zijn eigen stoepje schoon houdt scheelt dit al aanzienlijk. Maar het is natuurlijk gewoon zo dat, daar waar het nodig is, onderhoud te allen tijde moet worden uitgevoerd. Als bijvoorbeeld de beplanting op een rotonde niet wordt bijgehouden en uitzicht hierdoor wordt belemmerd, komt hier zelfs de veiligheid in het geding. Dus per wijk en locatie kan er best differentiatie plaatsvinden.

Punt 6 : Generieke efficiency taakstelling

Wij vinden dat dit niet over de volle breedte van het takenpakket moet worden toegepast.

Op deze manier worden de organisaties die nu al efficiënt werken tekort gedaan.

Uiteraard moet ook gekeken worden als er gekort gaat worden of dit de duurzaamheid van sommige projecten niet in gevaar brengt. Een voorbeeld is als je nu op een bepaald project gaat bezuinigen, dat er misschien in de toekomst wel het dubbele ingestoken moet worden wil je het project kunnen behouden. Keuzes maken in NUT en NOODZAAK. De korting van 1% (€ 400k) is een soort solidariteitskorting. Wij willen als deelgemeente wel de doelen stellen en faciliteren, maar niet de organisaties als zodanig. De gedwongen winkelnering zou moeten worden afgeschaft, de “vrije markt” zou ook voor onze gemeentelijke inkopers van toepassing moeten zijn.

Want mijnheer de voorzitter, dames en heren, Samenwerken is samen werken!,

Dank u wel.


De heer Pietersespreekt het onderstaande uit:

Voorzitter, vanavond spreekt de deelraad, in alle openbaarheid, over het Bestuurlijk kader Heroverwegingen. Dit doen wij niet zomaar, maar dit is voortgekomen uit de bezuinigingsopdracht die de deelgemeente via het deelgemeentefonds vanuit de stad en het rijk krijgt doorgesluisd. De omvang van de bezuinigingen verandert echter steeds. Ook de financiële ruimte binnen de deelgemeente is nog niet geheel duidelijk. Ook de Voortgangsrapportage van de lopende begroting geeft thans weer een ongebruikt bedrag van ruim 450.000 euro, dat toegevoegd gaat worden aan de algemene reserve. Het wordt steeds duidelijker dat de bezuinigingen de komende jaren oplopen tot een bedrag van ca. 4 miljoen euro structureel. Anders dan in andere deelgemeenten hoeven wij in Prins Alexander in 2011, mede dankzij de vorige deelraad en het bestuur daarvan, nog niet te bezuinigen en kunnen wij de bezuinigingen over een periode van 2012-2014 langzaam laten oplopen.

Deze tijdsruimte geeft ons als raad de mogelijkheid zorgvuldige afwegingen te maken, zonder overhaaste beslissingen te hoeven nemen. Wij kunnen in dit traject heel open de discussie aangaan met bewoners, instellingen en ondernemers. Als eerste een opmerking over het vervolgtraject: (zie uw DB brief van 19 oktober 2010, ingekomen stuk 12) Doordat de meerderheid van de deelraad zelf heeft gekozen voor een besloten bijeenkomst op 27 september jl., lopen we in het tijdpad een maand uit. Vanuit die achtergrond kan de PvdA-fractie instemmen met het verplaatsen van het takendebat van 14 december naar 31 januari of 1 februari 2011. Wij zijn groot voorstander van snelle, goede en duidelijke communicatie en participatie aangaande dit traject. Wij zijn niet tevreden over de eerste consultatieronde in voorbereiding tot het onderhavige stuk. De PvdA had, laat ik maar simpel zeggen, een ander (= transparanter) beeld voor ogen van de consultatieronde die in de periode tot 1 september jl. heeft plaatsgevonden. De PvdA-fractie had hier meer van verwacht. Voor de toekomst, de volgende ronde, zullen wij dus duidelijker moeten aangeven wat onze verwachtingen zijn. Wij verwachten dan ook dat de inbreng door de consultatie van inwoners, maatschappelijke organisaties, ondernemers en voeg daarbij ook maar de stedelijke diensten, zichtbaar voor de raad moet zijn. Hierbij roepen wij een ieder op schriftelijk te reageren c.q. de verschillende bijdragen te notuleren. Een tweede opmerking voordat ik naar de stellingen ga is de volgende:

Bewoners mogen van de politiek verlangen dat problemen en knelpunten worden opgelost. Ook in een tijdsgewricht waarin het economisch minder gaat in ons land en er minder financiële middelen aan de deelgemeente beschikbaar zullen worden gesteld. Als partij doen we dit vanuit de overtuiging dat iedere inwoner van Prins Alexander gelijkwaardig is en recht heeft op een fatsoenlijk bestaan. In die samenleving worden geen groepen of individuen uitgesloten, maar kan ieder op een volwaardige manier deelnemen aan het maatschappelijk leven. Een toekomst waarin respect is voor de omgeving en waarin duurzame ontwikkeling centraal staat. De PvdA staat voor een Prins Alexander waar iedereen zich thuis voelt en waaraan iedereen een bijdrage moet leveren. Een deelgemeente waar mensen niet onverschillig tegenover elkaar staan. Waar de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen. Voorzitter, met u gaan wij bij de verdere invulling uit van de richting die is aangegeven in de Toekomstvisie 2020 en de Gebiedsvisie 2010-2014. Er is in het discussiestuk gekozen voor een zestal uitgangspunten en daarbinnen verschillende accenten.

1. Minder overheid, meer samenleving?

Wij kunnen het in het algemeen eens zijn met dit uitgangspunt. Wij moeten echter oppassen dat we niet te ver doorslaan en de gevolgen hiervan goed in beeld krijgen voordat we beslissingen nemen. De PvdA is tegen het privatiseren om het privatiseren. Wij willen een optredende overheid naast een duidelijk herkenbaar particulier initiatief. Geen afbraak van de verzorgingsstaat, maar die herijken. Wat de PvdA betreft is dit alles niet alleen van toepassing op de zachte sector, de welzijnskant van de begroting. Ook bij diensten kan het beter en goedkoper. Afschaffen van de gedwongen winkelnering kan besparingen opleveren in de buitenruimte. Waarom moet Gemeentewerken er nog tussen zitten, als veel werk thans al door particulieren wordt verricht. Het is dan wel van belang dat wij onze opdrachten duidelijk formuleren, op een zodanige mannier dat de uitvoering (lees kwaliteit) makkelijk te controleren is. Terugkomend op die optredende overheid: daar waar we regels met elkaar afspreken, moeten we als overheid de ander ook wel houden aan de regels. Wat ons betreft treedt de overheid weer op tegen eigenaren van losslingerende winkelwagentjes of verpakkingsmateriaal in de buitenruimte. Wat ons betreft, betaalt de vervuiler in deze.

Of we toe moeten naar het op grote schaal verkopen van openbare ruimte/parkeerterreinen aan de hoogste bieder is voor ons de vraag. Deze maatregelen vereisen een zorgvuldige afweging. Heeft de transactie eenmaal plaatsgevonden, dan is een en ander niet meer terug te draaien. Als het slechts gaat om stukjes snippergroen, dan kunnen wij ons er iets bij voorstellen. Duidelijk moet dan wel zijn wat het voordeel voor ons als deelgemeente is. Nu opbrengsten van verkoop bij het OBR komen.

2. Zelfredzaamheid van burgers en ondersteuning, indien nodig.

De PvdA is het eens met de begrippen “eigen verantwoordelijkheid” en “actief burgerschap”. Wij gaan echter niet zover dat wij van mening zijn dat op basis van deze begrippen het gehele welzijnsveld kan worden overgeheveld naar vrijwilligers. Het principe “zelfredzaam als het kan, ondersteuning als het moet” moet geen doel op zich worden. De opmerking dat de inzet van beroepskrachten primair gericht is op de begeleiding en coaching van vrijwilligers vinden wij te stellig. Tijdens de verschillende gesprekken met en bezoeken aan diverse welzijninstellingen is duidelijk geworden er nu al veel vrijwilligers werkzaam zijn binnen de welzijnssector en de zorg. Bij het MDA werd aangegeven dat op dit moment twee beroepskrachten zo’n 200 vrijwilligers ondersteunen, die allerhande hand- en spandiensten verrichten. Verder gaven verschillende instellingen aan, en we kennen die geluiden ook van verschillende sportverenigingen, dat er een tekort is aan vrijwilligers. Meer in handen van vrijwilligers, maar dan moeten ze er wel zijn. De PvdA kan zich vinden in het idee om ook burgers in te zetten bij het onderhoud van de directe woonomgeving. Ook hier zal professionele begeleiding noodzakelijk zijn. Extra geld door middel van bijvoorbeeld wijkbudgetten moet dan wel een besparing opleveren op de reguliere onderhoudsbudgetten.

3. Communicatie en participatie is een grondbeginsel

Wij zijn voor een goed communicerende overheid. Participatie is een belangrijk goed.

Het gaat ons echter te ver om communicatie en participatie heilig te verklaren.

In tijden van bezuinigen dient ook met de hiervoor bestemde budgetten zuinig te worden omgegaan.

4. Burgers die gebruikmaken van voorzieningen betalen daar ook voor

Voorzieningen vormen een belangrijke pijler voor de sociale infrastructuur en leefbaarheid van de wijken. Een hogere eigen bijdrage voor deze voorzieningen kan in tijden van bezuinigingen niet worden voorkomen. Voorop blijft staan dat de sterkste schouders de zwaarste lasten dragen en de sociaal zwakkere groepen worden ontzien. De PvdA wil de discussie wel starten over het huidige gebruik van de Rotterdampas. Was die in het verleden ontstaan om voorzieningen toegankelijk te maken voor de sociaal zwakkeren. Kan thans een ieder, ook met een zeer groot inkomen, die pas voor een beperkt bedrag aanschaffen en daar haar of zijn voordeel mee doen. De hogere aanschafprijs (€ 75) heb je er bij 1 cursus uit. Kortingen en reductie moeten terechtkomen bij mensen die het echt nodig hebben. Een goede evaluatie van deze maatregelen is noodzakelijk.

Niet elke wijk hoeft, wat ons betreft, dezelfde voorzieningen te hebben. Je moet hier wel goed kijken naar de doelgroep. Ouderen zijn minder mobiel dan jongeren. Samenwerken en samengebruik van gebouwen kan kostenbesparingen opleveren. Echter leegstand, zoals de ruimtes in Uittiebuis en de sporthal in Oosterflank, dienen tot het verleden te behoren.

5. Differentiatie in taakuitvoering moet kunnen.

Dit uitgangspunt is niet nieuw. Ook in het verleden is al onderscheid gemaakt in verschillende kwaliteitsniveaus voor bepaalde categorieën groen of steen. Het openbare groen rond bijvoorbeeld winkelcentra en woonblokken kan wat mijn fractiebetreft een hoger kwaliteitsniveau krijgen dan dat van aangrenzende achterpaden. Te allen tijde kan dit niet los worden gezien van de veiligheidsaspecten. Differentiatie moet dus mogelijk zijn, maar onderscheid op basis van o.a. OZB-bijdragen wijzen wij af. Of dit moet ingegeven zijn door het idee dat bewoners die in gebieden met een hoge OZB-bijdrage wonen beter voor hun eigen woonomgeving kunnen zorgen en dat hier dus minder in zou moeten worden geïnvesteerd. Dan lijkt het al weer meer op het principe van “de sterkste schouders…”. De buitenruimte is beeldbepalend voor onze deelgemeente. Veel mensen wonen hier omdat het er zo groen, schoon, heel en veilig is. Binnen Rotterdam steken wij hier met kop en schouders boven uit, als je kijkt naar de afgesproken onderhoudsniveaus.

De PvdA vraagt zich af of het voor onze inwoners zichtbaar is, als we 0,1/2 punten inleveren op het onderhoudsniveau buitenruimte.

6. Alles kan efficiënter bij gerichte keuzes in taken.

De PvdA is geen voorstander van de kaasschaafmethode. Een efficiencykorting van 1% op alle uitvoerende taken als solidariteitsheffing maakt duidelijk dat geen enkel onderdeel zal worden ontzien. Tot slot:

7. Ambtelijk apparaat en deelraad kunnen kleiner.

Ook het deelgemeentelijk apparaat (ambtenaren, DB, raad en griffie) kan niet worden ontzien bij bezuinigingen. Wij zullen als raad ook iets moeten inleveren. In geld en wat ons betreft ook in aantal. Eerder hebben wij al aangegeven dat het in Prins Alexander wel met minder raadsleden kan.

De PvdA is het eens met de stelling dat binnen het programma veel besparingen te realiseren zijn door investeringen in duurzaamheid. De opmerking “wat in de stad is heb je niet nodig in Prins Alexander” vraagt om nadere invulling. Wat ons betreft kun je hierbij ook onze nabuurgemeenten betrekken. Goede afstemming is dan wel noodzakelijk. De PvdA is en blijft tenslotte een sociale partij. Voorzitter, wij wachten met spanning op de verdere uitwerking en zullen ook daar kritisch kijken naar gevolgen van de verschillende maatregelen.


De heer Noevermangeeft aan dat er weinig is om over te debatteren. De uitgangspunten zijn zo algemeen geformuleerd dat bijna alles daaronder te vatten is. Spreker heeft er grote moeite mee om het Bestuurlijk kader vast te stellen, want het is te ruim geformuleerd en spreker voelt zich niet geroepen om het te specificeren. Spreker merkt op niet letterlijk in de uitgangspunten te lezen dat er niet op Buitenruimte gaat worden bezuinigd. Spreker kan er niet mee instemmen als het programma Heel en Schoon en de Buitenruimte worden ontzien. Spreker geeft aan dat de echte discussie moet worden gevoerd als het over de taken gaat. Spreker stelt dat uit de bijdragen van de VVD en D66 blijkt dat deze partijen zich niet volledig kunnen vinden in het bestuurlijk kader en spreker is dan ook verbaasd dat er door deze fracties geen amendementen zijn ingediend. Spreker vindt amendement A lastig. Spreker wil er alles aan doen om het deelgemeentebestel overeind te houden. Spreker voelt er niets voor om de handdoek al in de ring te gooien. Spreker merkt op dat LeefbaarRotterdam stelt dat de deelgemeentelijke politieke laag geen bestaansrecht heeft. Spreker vindt dit het depolitiseren van het debat. Spreker geeft aan dat de deelraad wel realistisch moet zijn, maar het wijzigen van de bestemmingsreserves gaat te ver. Het is belangrijk dat de goede financiële huishouding behouden blijft.


De heer Dennemanmerkt op de uitgangspunten te onderschrijven en de uitwerking daarvan komt terug tijdens het takendebat. Spreker heeft wel een aantal voorbehouden gemaakt. Niet over de uitgangspunten zelf, maar spreker betwijfelt of er door differentiatie kan worden bezuinigd. Spreker wil dit echter niet uitsluiten als er binnen dat uitgangspunt toch bezuinigingen kunnen worden gevonden.


De heer Noevermaninterrumpeert dat de heer Denneman in zijn betoog duidelijk aangaf dat uitgangspunt zes, de generieke efficiencykorting niet werd gedeeld. Het werd niet uitgesloten, maar in het bestuurlijk kader staat dat het wordt toegepast.


De heer Dennemanmerkt op bij uitgangspunt zes te hebben benadrukt dat niet van te voren moet worden vastgelegd dat het een efficiencykorting van 1% moet zijn. Het kan ook 0% of 2% zijn.


De heer Noevermaninterrumpeert dat het bestuurlijk kader stelt dat er 1% efficiencykorting zal worden opgelegd. Spreker wil weten of de heer Denneman dit gaat amenderen.


De heer Dennemanantwoordt dit niet te zullen doen. Het DB mag dit als uitgangspunt meenemen om te bekijken of er mee kan worden bezuinigd, bij het takendebat zal dan daarover worden gesproken. Spreker geeft aan dat als er soortgelijke bezuinigingen mogelijk zijn, heldere keuzes om te bezuinigen de voorkeur hebben. Spreker geeft aan dat zeker te amenderen. Spreker geeft aan dat er zaken stellig geformuleerd in het stuk staan, zoals de efficiencykorting van 1% en “Wat in de stad is hoeft niet in de dgPA”. Spreker wil het DB op alles wat zo stellig is geformuleerd de ruimte geven om te kijken wat er uit te voeren is in de zoektocht naar bezuinigingen en kijkt tijdens het takendebat wat daaruit komt.


De heer Krulinterrumpeert verbaasd te zijn dat de heer Denneman niet reageert op de bijdrage van de VVD, waarin wordt aangegeven dat er niet zal worden bezuinigd op de Buitenruimte. Gezien de taken van de deelgemeente wordt er dan bezuinigd op Welzijn. Spreker geeft aan dat D66 een portefeuillehouder op Welzijn heeft en wil weten of de heer Denneman hiermee instemt. Als er alleen wordt bezuinigd op Welzijn is er in 2012 geen portefeuillehouder Welzijn meer nodig.


De heer Dennemanmerkt op dat in het verkiezingsprogramma van D66 stond dat de Buitenruimte op minimaal hetzelfde niveau moet blijven.


De heer Kooijmaninterrumpeert of de D66 dit ten koste van Welzijn wil doen.


De heer Dennemanantwoordt dat, conform het verkiezingsprogramma, het niveau van de Buitenruimte niet omlaag gaat. Spreker geeft aan dat er wel efficiënter moet worden gewerkt om zo de kosten omlaag te brengen. Spreker wil geen uitspraak doen over het eventueel bezuinigen op Welzijn en wacht het takendebat af. Als het wordt versimpeld tot: alles buiten Buitenruimte is Welzijn, dan zal daar meer worden bezuinigd.


De heer Pieterseinterrumpeert of het zo is dat de kwaliteit op hetzelfde niveau moet blijven, maar er kan wel worden bezuinigd door efficiënter te werken.


De heer Noevermaninterrumpeert of het om efficiëntie in taken van de Buitenruimte gaat of om effectiever, minder taken. Minder taken is een andere invulling. Spreker wil weten of D66 bereid is te kijken naar de kwaliteit van de Buitenruimte.


De heer Dennemangeeft aan dat ook naar de effectiviteit moet worden gekeken. Gebiedsgericht werken en de afschaffing van de gedwongen winkelnering kunnen er toe leiden dat de Buitenruimte goedkoper kan. Spreker wil niet bezuinigen op het kwaliteitsniveau.


De heer Van Lottummerkt op dat het gaat om het niveau van het onderhoud, hoe dit wordt bereikt is niet interessant. Spreker wijst er wel op dat de mogelijkheid bestaat dat, gezien de bezuinigingen op de gemeentelijke diensten, de diensten kosten gaan doorberekenen die eerder niet werden doorgerekend. Daarmee kan het op niveau houden van de Buitenruimte duurder worden. Spreker merkt met betrekking tot amendement A op dat men de conclusie heeft getrokken dat het deelgemeentebestel al is opgeheven. Spreker vindt dit een stap te ver. Spreker geeft aan dat de uitgangspunten nu moeten worden uitgewerkt, want nu kan elke fractie er een eigen interpretatie aan geven. Spreker wil weten wat de status van dit overleg is, wat er met de uitkomsten gebeurt.


De heer Dennemanmerkt met betrekking tot amendement A op er geen voorstander van te zijn. Eerst moet worden afgewacht wat er gaat gebeuren op het deelgemeentevlak.


Mevrouw Feenstra-Bruinsgeeft aan dat met niet bezuinigen op de Buitenruimte het coalitieakkoord wordt gevolgd. Spreekster merkt op voor de invulling van de bezuinigingen het takendebat af te wachten. Spreekster wil af van de gedwongen winkelnering, te beginnen bij Gemeentewerken (GW). Spreekster geeft aan dat de fractie van de VVD in de gemeenteraad hier deze week (43) een motie over indient. Deze motie is breder dan alleen GW, het gaat om alle diensten.

Spreekster is geen voorstander van amendement A, want er is nog geen definitief besluit genomen over de deelgemeentes. Spreekster wil vasthouden aan de verdeling van de reserves.


De heer Van Gerdingenmerkt op dat de heer Noeverman stelde dat minder schoon niet echt vies is en minder heel niet gelijk staat aan kapot. Spreker is het hier niet mee eens. De fles is halfvol of halfleeg. Spreker wil niet bezuinigen op de kwaliteit van de Buitenruimte, maar wel door efficiënter of effectiever te werken.


De heer Noevermaninterrumpeert te hebben aangegeven dat de kwaliteit van de Buitenruimte, net als de veiligheid een subjectieve beleving van bewoners is. Het kan zo zijn dat er wordt bezuinigd, maar dat de beleving hetzelfde blijft. Nu wordt de discussie vertroebeld. Spreker geeft aan dat de objectieve taken of moeten worden gehandhaafd of er moet worden gekeken naar effectiviteit en efficiëntie. Een andere invulling van het beheer Buitenruimte, dat goedkoper is, zonder dat de beleving van inwoners afneemt. Dat vraagt een ander soort onderzoek.


De heer Van Lottummerkt op dat de Veiligheidsindex een complicerende factor is. Deze bestaat voor 2/3 uit subjectieve beleving van de Buitenruimte en morrelen aan de Buitenruimte heeft daar direct invloed op. Het risico is dat het gevoel van Veiligheid minder wordt en dat is wel het laatste dat je moet willen.


De heer Dennemanmerkt op dat een betere Buitenruimte leuk klinkt, maar wil van de heer Noeverman iets concreters horen.


De heer Noevermanmerkt op zich te kunnen voorstellen dat sociaal en economische factoren en leeftijd van invloed zijn op de beleving van mensen. Dat is een wetenschappelijke benadering van het probleem, maar er moet genoeg data zijn om uit te zoeken waar de beleving van inwoners vandaan komt.


De heer Van Gerdingengeeft aan dat de VVD aangaf dat er € 50.000 van Sport wordt omgebogen naar Kunst en Cultuur. Spreker vraagt zich af of dit goed is begrepen.


Mevrouw Feenstra-Bruinsantwoordt dat dit een misverstand is, er is geen sprake van sport. Het moet binnen het programma Vrije tijd worden gevonden.


De heer Van Gerdingenmerkt op dat de heer Van den Ham aangaf dat vrijwilligers er niet voor de continuïteit zijn. Spreker geeft aan dat sportverenigingen bijna alleen maar op vrijwilligers draaien, daar zijn bijna geen professionals.


De heer Van den Haminterrumpeert het woord ‘sport’ niet in de mond te hebben genomen. Het woord ‘vrij’ in vrijwilliger betekent dat je niet op ze kan rekenen zoals op een betaalde kracht. Spreker geeft aan dit te betrekken op Welzijn.


De heer Van Gerdingenmerkt op dat het met de afschaffing van de gedwongen winkelnering wel goed moet komen. Spreker stelt dat amendement A meer op een motie lijkt. Een motie is bedoeld om het DB een opdracht te geven en een amendement om een stuk te wijzigen, zodat het beter wordt. Spreker heeft niet de indruk dat het document beter wordt van amendement A en ondersteunt deze niet.


De heer Pietersemerkt op met spanning te wachten op verdere uitwerking van de uitgangspunten en gaat er vanuit dat het DB de mededelingen en de bespreking van deze avond daarin meeneemt. Het lijkt erop dat alle fracties qua stellingen op een lijn staan, maar bij de concrete uitwerking ontstaan verschillen. Spreker geeft aan dat het DB op weg kan naar verdere invulling en daarbij is het communicatie- en participatietraject zeer belangrijk. Spreker wijst op het traject voor de Toekomstvisie en de Gebiedsvisie die breed is uitgevoerd en waarvan de deelraad alle verslagen tot haar beschikking kreeg, om zo te zien wat de verschillende partijen en bewoners nu echt vonden. Spreker merkt op geen tegenstelling tussen Buitenruimte en Welzijn te hebben gecreëerd. Spreker meent dat de beleving van de Buitenruimte veel te maken heeft met het welzijn van mensen. Het lijkt erop dat veel fracties voorstander zijn van het zoeken naar bezuinigingen binnen onderhoud Buitenruimte, mits de kwaliteit niet minder wordt. Spreker geeft aan nog een stap verder te willen en vraagt zich af of het tastbaar is als de kwaliteit met 0,1 punt wordt verminderd. Spreker is blij dat het draagkrachtbeginsel en het opkomen voor de zwakkeren wat betreft de tarieven door velen wordt gedeeld. Spreker is ook blij dat mevrouw Feenstra-Bruins aangaf iets met Welzijn te hebben, maar jammer is dan dat de bibliotheek, een gemeentelijke verantwoordelijkheid, wordt genoemd. Spreker hoopt dat de VVD zich net zo hard maakt voor welzijnsvoorzieningen in de dgPA. Spreker is voorstander van de 1% efficiencykorting, maar die moet dan wel overal worden toegepast. Er moet niet worden gekeken naar zaken die belangrijker zijn dan anderen.


De heer Van Lottuminterrumpeert dat het risico dan is dat instanties die al efficiënt werken zo twee keer worden gestraft.


De heer Pieterseantwoordt dat de deelraad nu aan het herijken is en dat er nieuw beleid wordt gemaakt. Misschien krijgen dat soort organisaties wel extra geld, omdat ze belangrijk zijn. Als uit de zoektocht blijkt dat er voldoende bezuinigingen zijn, kan de efficiencykorting er ook uit, ze is niet heilig. Spreker is geen voorstander van de kaasschaafmethode, maar iedereen moet voelen dat er minder te besteden is.


De heer Van Gerdingeninterrumpeert voorstander te zijn van de efficiencykorting als solidariteitskorting en er moeten ook keuzes worden gemaakt in nut en noodzaak. Het is dus én én.


De heer Pietersegeeft aan te hebben begrepen dat deze twee gelijk waren geschakeld en dat bepaalde organisaties waren uitgesloten van een korting, maar dat klopte dus niet.

Spreker merkt op dat Leefbaar Rotterdam aangeeft de subsidiestroom goed te willen beschouwen. Spreker vindt dat alle geldstromen tegen het licht moeten worden gehouden en het is niet nodig om dan steeds de subsidiestromen te noemen. Spreker merkt met betrekking tot amendement A op er vanuit te gaan dat de deelgemeente er over vier jaar nog is. En anders zijn er nog wel andere manieren om het burgernabijbestuur weer in te voeren.


De heer Van den Ham geeft aan te hebben geprobeerd duidelijk te maken dat de heroverwegingen niet alleen op Welzijn, maar op het totale takenpakket van de dgPA moeten worden gezocht. In het stuk is dit niet gebeurd. Spreker vindt dit een buitengewoon onhandige zet, net als het werken aan dit stuk zonder participatie en medezeggenschap van inwoners en instellingen. Op beide stellingen werd weinig weerwoord gegeven door andere fracties. Spreker geeft aan al vanaf de verkiezingsavond te hebben geroepen dat bezuinigingen in de Buitenruimte moeten worden gerealiseerd, omdat de Buitenruimte voor herstel toegankelijk is. Als het onderhoudsniveau wordt bijgesteld is een slecht voetpad altijd nog te herstellen, terwijl bij Welzijn en het maatschappelijk vangnet niet te repareren valt. Weg is dan weg.


Mevrouw Van Noordt Wieringainterrumpeert dat als iemand een been breekt op een voetpad dit nog meer kosten voor Welzijn met zich meebrengt.


De heer Van den Hamgeeft aan dat dit geen substantieel argument is bij bezuinigingen. Tussen een redelijk goed voetpad en een benenbrekend voetpad zit een wereld van verschil. Spreker is verbaasd dat verschillende fracties van de gedwongen winkelnering af willen en daar hoge verwachtingen bij hebben. Spreker gelooft hier niet in. GW is een uitgebreid ingenieursbureau die de aanbesteding regelt. Om dit in de dgPA zelf goed te regelen zijn meer ambtenaren nodig en er is sprake van een ander inkoopvolume. Er loopt nog één klein stratenmakerploegje in de dgPA rond, dus er is geen sprake van een logge, onder een zware CAO vallende organisatie. Spreker geeft aan dat het weinig zin heeft om te praten en te overleggen over bezuinigingen, want bij het aantreden van deze coalitie werd duidelijk hoe de hazen zouden gaan lopen en nu blijkt dat ze exact lopen zoals werd gedacht.

Spreker merkt op dat amendement A niet was bedoeld om de dgPA op te heffen, maar de fracties zijn alleen op dat aspect ingegaan. Terwijl het amendement gaat om het inzetten van reserves van de lange termijn om de bezuinigingen te dekken. De komende periodes kan de dgPA makkelijk toe met de reserves en het is te gek voor woorden dat er nu, als mensen het nodig hebben en er een goed voorzieningenniveau op peil moet worden gehouden, deze reserves voor zaken op de lange termijn, zoals de Alexandervisie en de aansluiting A13/16, worden behouden. Daarop heeft geen van de fracties gereageerd.


De voorzittermerkt nog op dat het document de status heeft van een bestuurlijk kader, dat wordt uitgewerkt tot een concept takendocument. Daarmee zullen consultatiebijeenkomsten worden georganiseerd met het bedrijfsleven, maatschappelijke organisaties, instellingen en burgers. De deelraad zal een overzicht krijgen van de uitkomsten van de gesprekken en zal ook worden uitgenodigd voor de consultatiebijeenkomsten. Daarna ligt het takendocument voor de deelraad. Morgen komt de voorbereidingsgroep heroverweging bij elkaar om de procedure te bespreken en de deelraad zal daarvan zo snel mogelijk worden geïnformeerd. Deze voorbereidingsgroep bestaat uit een vertegenwoordiger van K+V, de dg-secretaris, beleidsambtenaar, de griffier en de voorzitter van de deelraad. Dat is zo in het presidium afgesproken.


De heer Pietersemerkt op dat het grootste deel van de deelraad zich kan vinden in de richting en de uitgangspunten, maar om dan het document met alle ins en outs en voorbeelden vast te stellen als enige waarheid is zonde. Dat zou ook zonde van de discussie zijn. Het DB moet niet alleen het stuk, maar ook de beraadslagingen meenemen.


De voorzittermerkt op dat de wijze van vaststelling anders geagendeerd staat. De heer Pieterse moet dan een ordevoorstel indienen.


De heer Pietersegeeft aan dat het DB, gehoord de discussie van vanavond, op deze lijn verder moet gaan. Spreker wil in elk geval de invloed van derden terugzien in het takendocument en op 31 januari of 1 februari 2011 zal hierop dieper worden ingegaan.


De heer Noevermanmerkt op dat de deelraad een besluit neemt over de bestuursopdracht op pagina 7. De deelraad besluit dan om punt 1 te wijzigen en er aan toe te voegen: inclusief de beraadslagingen van 26-10-2010.


De voorzittergeeft aan dat amendement B wordt ingediend:

De tekst op pagina 7 van het bestuurlijk kader heroverweging onder het kopje Bestuursopdracht aan het DB punt 1:

“de uitgangspunten van het bestuurlijk kader en de accenten per beleidsdomein te betrekken in de voorbereiding van het takendebat in de deelraad van 14 december 2010;” wordt gewijzigd in:

“ de uitgangspunten van het bestuurlijk kader, inclusief de beraadslagingen van 26 oktober 2010, en de accenten per beleidsdomein te betrekken in de voorbereiding van het takendebat in de deelraad van 14 december 2010;”.


De heer Van Lottuminterrumpeert of van de datum 14 december 2010 niet beter 31 januari of 1 februari 2011 kan worden gemaakt.


De voorzitterconstateert dat de deelraad hiermee akkoord is:


Amendement B:

De tekst op pagina 7 van het bestuurlijk kader heroverweging onder het kopje Bestuursopdracht aan het DB punt 1:

“de uitgangspunten van het bestuurlijk kader en de accenten per beleidsdomein te betrekken in de voorbereiding van het takendebat in de deelraad van 14 december 2010;” wordt gewijzigd in:

“ de uitgangspunten van het bestuurlijk kader, inclusief de beraadslagingen van 26 oktober 2010, en de accenten per beleidsdomein te betrekken in de voorbereiding van het takendebat in de deelraad van 31 januari 2011/1 februari 2011;”.


De voorzitterbrengt amendement A in stemming.

De voorzitter constateert dat GroenLinks voor stemt. CU/SGP, CDA, D66, VVD, LeefbaarRotterdam en de PvdA stemmen tegen. Amendement A is verworpen.


De voorzitterbrengt amendement B in stemming.

De voorzitter constateert dat GroenLinks tegen stemt. CU/SGP, CDA, D66, VVD, LeefbaarRotterdam en PvdA stemmen voor. Amendement B is aangenomen.

De voorzitterbrengt het bestuurlijk kader heroverwegingen in stemming.

De voorzitter constateert dat voor vaststelling stemmen: CU/SGP, CDA, D66, VVD, LeefbaarRotterdam en de PvdA. GroenLinks stemt tegen.

Het bestuurlijk kader heroverwegingen is daarmee vastgesteld.


4a. Mededelingen.


De heer Van Lottumdeelt mee dat tijdens de begroting werd gesproken over acht wijken in de dgPA, maar in de nieuwe deelgemeentegids staat dat er zeven wijken zijn. Spreker hoort graag wat het nu is.


De voorzittermerkt op dat dit eigenlijk geen mededeling is, maar antwoordt dat er acht wijken in de dgPA zijn.


4b. Rondvraag.


De heer Kooijmanmerkt op in de stukken te lezen dat er 27 september 2010 een ‘informele bijeenkomst’ is gehouden over de heroverwegingen. Spreker wil weten of dit niet een ‘besloten bijeenkomst’ moet zijn en wie de tien belangstellenden zijn bij een besloten bijeenkomst.


De voorzitterantwoordt dat het een informele bijeenkomst was en dat de heer Kooijman nog te horen krijgt wie de tien belangstellenden waren.


5. Vragenhalfuur raadsleden.


Geen van de raadsleden maakt hiervan gebruik.


6a. Vaststelling verslag van de vergadering van 11/13 oktober 2010.


De heer Kooijmandankt de griffie voor de audioverslagen op de deelgemeentepagina. Spreker merkt op dat op pagina 35 staat dat Leefbaar Rotterdam motie 2010-16 niet steunt: “Gelet de huidige economische omstandigheden.” Dit moet zijn: “Gelet de huidige budgetten. Spreker merkt op dat dit de reactie van Leefbaar Rotterdam was op een vraag van spreker naar de redenen van het niet steunen. Daarbij werd ook aangegeven dat: “het voorstel mede niet werd ondersteund omdat Leefbaar Rotterdam niet een ding heeft met kunst.”


De voorzittermerkt op dat de griffier het zal naluisteren en zonodig zal aanpassen. Het verslag wordt met deze kanttekening vastgesteld.


6b. Vaststelling toezeggingenlijst.


De heer Noevermanmerkt bij toezegging vier en zeven op dat daar staat dat dit te zijner tijd in de commissie WAZ zal worden besproken. Spreker geeft aan dat de toezegging dan niet van de lijst kan, zodat de deelraad de vinger aan de pols kan houden. Als er geen concrete datum is kan het niet van de lijst.


De voorzittergeeft aan dat toezegging vier en zeven op de lijst blijven staan.


De heer Noevermanmerkt bij toezegging vijf op geen moeite te hebben met afvoering en zal hierop terugkomen in de commissie WAZ als de mantelzorgondersteuning wordt besproken. Spreker denkt dat het om een misverstand gaat. Spreker wil het mantelzorgcompliment niet overnemen, maar onder de aandacht van de mantelzorgers brengen.


De toezeggingenlijst wordt met inachtneming van de geplaatste opmerkingen vastgesteld.


7. Lijst van ingekomen stukken.


De heer Van den Hamwil graag wat zeggen over de wijze van afhandeling van schriftelijke vragen van GroenLinks. Het gaat over ingekomen stuk 1, 2 en 3.


De voorzittermerkt op dat dit agendapunt gaat over de wijze van afdoening van ingekomen stukken. Het is aan de deelraad of de mogelijkheid tot een inhoudelijke bijdrage wordt geboden, want het hoort niet bij dit agendapunt.


De heer Van Gerdingengeeft aan hier tegen te zijn. Dit soort zaken moet in de commissie worden behandeld en de deelraad moet dat niet uitgebreid aan de orde willen laten komen.


De heer Noevermanmerkt op dat de voorzitter strikt formeel gelijk heeft. Spreker constateert tegelijkertijd dat tijdens de vorige vergadering, ondanks afspraken in het presidium, dit punt onplezierig is verlopen. Vervolgens heeft er een emailwisseling plaatsgevonden en is er vastgesteld dat het tijdens deze vergadering aan de orde kon komen. Formeel had het bij de vaststelling van de agenda aangegeven moeten worden, maar spreker heeft met deze gang van zaken geen moeite.


De heer Van Lottumsluit zich hierbij aan.


De heer Pieterse volgt de heer Noeverman.


De heer Dennemanmerkt op dat op grond van de emailwisseling de heer Van den Ham iets kan zeggen. Maar niet over allerlei formele procedures die niet goed zijn gelopen, want deze mogelijkheid tot een bijdrage is ook niet formeel juist gelopen.


De heer Eimersgeeft aan dat naar aanleiding van de emailwisseling het passend is dat de heer Van den Ham de gelegenheid krijgt iets te zeggen.


De heer Van den Hamspreekt de onderstaande tekst uit:

Meneer de voorzitter, collega’s, belangstellenden,

Ik begin maar even met “hoe het ging en waarom?”

Ik stelde schriftelijke vragen ex artikel 46 RvO vergadering deelraad (laatst gewijzigde versie 29 sept 2003) en gaf daarbij duidelijk aan voor deze vragen een mondelinge beantwoording te verlangen. Conform dit artikel RvO vindt die beantwoording in de volgende deelraadsvergadering plaats. Ten overvloede stelde ik nog bespreking vooraf in het presidium voor. Het presidium stemde met 5 stemmen voor en 2 tegen in met behandeling.

Na mijn mondelinge toelichting van de vragen en de reden dat ik stond op behandeling in deze betreffende deelraadsvergadering nam de voorzitter van het DB het woord met beantwoording, deze was dermate minimaal dat daarmee niet werd voldaan aan het gestelde in artikel 46.

Toen ik de voorzitter van het DB hierop aansprak, deed hij nog een korte toevoeging en mijn volgende vraag werd vooraleerst door de vicevoorzitter, die dit agendapunt voorzat als niet volgens de orde voor schriftelijke vragen afgedaan. Verdere argumentering werd mij via een ordedebat onmogelijk gemaakt.

Hiermede werd zowel het reglement van orde van vergaderingen voor de deelraad geschonden als de uitspraak van het presidium, die tot taak heeft de vergaderingen van de deelraad voor te bereiden.

Het besluit van de deelraad om te komen tot een commissiebehandeling van de GroenLinks-vragen is niet tot uitvoer gebracht. Het behoort tot de competentie van de deelraadsvoorzitter de besluiten van de deelraad tot uitvoer te brengen. Overigens zou ook de deelraadsvoorzitter handhaving en uitvoering van het RvO tot zijn taakgebied mogen rekenen. Tot zover over het “hoe en waarom”.

In mijn bijdrage eerder deze vergadering heb ik reeds ons standpunt inzake participatie uiteengezet, het belangrijkste onderdeel van mijn vragen.

In zijn beantwoording ging de voorzitter van het DB nog kort in op de laatste vraag rond “de te lopen route”, deze was geheel “op koers” zo lichtte hij toe.

Geheel als verrassing bleek deze informatie onjuist en behandelen/behandelden wij bij de ingekomen stukken een nieuw tijdpad.

De fractie van GroenLinks is ernstig teleurgesteld over deze gang van zaken, stemt in met een uitgebreide evaluatie in de eerstvolgende presidiumvergadering en wijst er nadrukkelijk op dat zij ruim 3300 inwoners van deze deelgemeente vertegenwoordigt en daaraan een eigen identiteit kan en mag ontlenen.

Een deelraad die zichzelf respecteert, respecteert ook het eigen geluid van elk deelraadslid.

Ik ga meteen maar even verder, als u mij toestaat, met de beide andere schriftelijke vragen, door ons gesteld.

Wat betreft de vragen rond het zakenfestival verschillen wij duidelijk omtrent de impact van de opmerking van de portefeuillehouder, die in functie ook namens ons spreekt. Wij zijn blij met de erkenning van het DB van de verantwoordelijkheden van een dagelijks bestuurder en vergeven betrokken DB-er zijn foutje graag.

Wat betreft de beantwoording omtrent bomenkap verzoeken wij om bespreking van dit onderwerp in de commissie BRO.


De voorzitter constateert dat de deelraad akkoord gaat met het bespreken van de beantwoording omtrent de bomenkap in de commissie BRO en dat met betrekking tot de beantwoording van de vragen t.a.v. zakenfestival het advies van de griffier wordt opgevolgd.


De heer Pietersemerkt op al inhoudelijk te hebben gereageerd op de beantwoording tijdens de behandeling van agendapunt 3, het bestuurlijk kader heroverwegingen. Voor procedures en afspraken hoe de deelraad en DB met elkaar omgaan is een reglement en er is afgesproken daar nader op terug te komen in het presidium.


De heer Eimerssluit zich hierbij aan.


De voorzitterconstateert dat een meerderheid van de deelraad ermee instemt.

Spreker geeft verder aan dat onjuiste informatie verstrekken eigenlijk dodelijk is voor een bestuurder. Spreker merkt dan ook op dat er geen onjuiste informatie is verstrekt. De beantwoording ligt nog steeds op koers en het tijdspad zal worden gehaald. Er is een kleine verschuiving in de tijd. Door het verzetten van het afgelopen debat verschuift het takendebat. De geplande behandeling van de kadernota is onveranderd. Er is geen onjuiste informatie verstrekt.


De heer Van den Hammerkt op hierover met de voorzitter van mening te verschillen.


8. Sluiting.


Devoorzitter sluit de vergadering om 22.20 uur en wenst een ieder wel thuis.

21





Zoeken
Uitgebreid zoeken