Verslag van de openbare vergadering van de deelraad Prins Alexander
gehouden op maandag 22 november 2010 in het deelgemeentekantoor aan het
Prins Alexanderplein 6.
Aanwezig: mevrouw
G.T.M.E. Brevoort (PvdA), mevrouw S.I. Feenstra-Bruins
(VVD), mevrouw S.T. van Houten (Leefbaar Rotterdam), mevrouw G.M.
Mohanlal (CDA), mevrouw M.S. van Noordt Wieringa (D66), mevrouw M.
Schuurman (GroenLinks), mevrouw R. Smelt (VVD) en mevrouw V. Vredeveld
(Leefbaar Rotterdam) en de heren J. van Binsbergen (Leefbaar Rotterdam),
A.I.M. Denneman (D66), H. Eimers (VVD), W.P. van Gerdingen (Leefbaar
Rotterdam), B. Groos (Leefbaar Rotterdam), T.F. van den Ham (GroenLinks),
L.W.H. Hoff (PvdA) J. Kooijman (PvdA), R. Krul (PvdA), D.J.J. van Lottum
(CDA), P.B. van den Meerendonk (Leefbaar Rotterdam), J. Noeverman
(CU/SGP), A. Salhi (PvdA), B. van Schaik (Leefbaar Rotterdam) en W. Spuij
(Leefbaar Rotterdam).
Afwezig: de
heer P. Pieterse (PvdA)
Dagelijks
bestuur: De dagelijks
bestuurders: Jeugdbeleid en Maatschappelijke dienstverlening c.a. mevrouw
S. Rojer, Beheer
Buitenruimte, Sport en Recreatie c.a. de heer H.G.C. Koedijk. Ruimtelijke Ontwikkeling en Financiën c.a. de
heer P. Meijer. Algemene Zaken en voorzitter van het dagelijks bestuur (DB) en van de deelraad c.a. de
heer F. van der Hilst.
Buitenruimte, Sport en Recreatie c.a. de heer H.G.C. Koedijk. Ruimtelijke Ontwikkeling en Financiën c.a. de
heer P. Meijer. Algemene Zaken en voorzitter van het dagelijks bestuur (DB) en van de deelraad c.a. de
heer F. van der Hilst.
Griffie: de
heer R.D. Weststrate (griffier).
Notulist: de
heer A.M. van den Beukel, Alpha Verslaglegging, Waddinxveen.
1. Opening en vaststelling agenda.
De voorzitter heet alle
aanwezigen van harte welkom en opent de vergadering om 19.30 uur. Hij deelt
mee dat de heer Pieterse met kennisgeving afwezig is.
Mevrouw Noordt Wieringa
geeft te kennen dat zij graag een voorstel wil doen om in de nabije
toekomst met enige regelmaat gasten uit te nodigen in commissie- en
deelraadsvergaderingen. Zij stelt voor om dit voorstel als een apart
agendapunt aan de agenda toe te voegen.
De heer Van Lottum geeft
te kennen dat hij graag zou zien dat dit voorstel eerst in het presidium
wordt besproken en vervolgens via het presidium onder de aandacht van de
leden van de deelraad wordt gebracht. Maar als mevrouw Noordt Wieringa van
mening is dat het wenselijk is om dit agendapunt aan de agenda toe te
voegen, dan is de CDA-fractie hier niet op voorhand op tegen. Wel wenst de
CDA-fractie zich het voorbehoud te maken dat zij het voorstel alsnog naar
het presidium zal verwijzen als de aard en de inhoud van het voorstel
hiertoe aanleiding geven.
Alle leden van de deelraad stemmen in met het voorstel van mevrouw Noordt
Wieringa. Het door mevrouw Noordt Wieringa geagendeerde onderwerp wordt als
agendapunt 7a aan de agenda toegevoegd.
2. Gelegenheid tot het stellen van vragen
door het publiek over onderwerpen die niet op de agenda staan.
Geen van de aanwezigen op de publieke tribune wenst van deze mogelijkheid
gebruik te maken.
3. Besluit over burgerinitiatief tot
aanpakken manifestatieveld in Zevenkamp (zie ingekomen stuk 5 voor deze
deelraadsvergadering en bijgevoegd conceptbesluit).
De heer Rook spreekt in
namens de initiatiefgroep Wollefoppengroen en Co. Hij wijst de leden van de
deelraad erop dat hij reeds tijdens de commissievergadering van de
commissie BRO uitgebreid heeft ingesproken. In deze commissievergadering
heeft hij onder meer een korte toelichting gegeven op de plannen die nu
door de initiatiefgroep worden ontwikkeld. Uit een tot op heden op beperkte
schaal uitgevoerd onderzoek in de buurt blijkt overigens dat ook de
buurtbewoners zich volledig kunnen vinden in de plannen die de
initiatiefgroep voornemens is verder te ontwikkelen. Dat is dus goed
nieuws. Tot slot merkt de heer Rook op dat de initiatiefgroep zich volledig
kan vinden in het nu voorliggende voorstel van het dagelijks bestuur.
De heer Noeverman merkt op
dat hij wegens ziekte de vergadering van de commissie BRO, waar de
initiatiefgroep heeft ingesproken, niet heeft kunnen bijwonen. Hij wenst
zich echter van harte aan te sluiten bij de verschillende leden van de
commissie die zich in die commissievergadering op lovende wijze hebben
uitgesproken over het door de initiatiefgroep ontplooide initiatief. De
heer Noeverman wijst de leden van deelraad erop dat het hier een
burgerinitiatief betreft en dat enige terughoudendheid van de deelraad in
dezen daarom gepast is. Desalniettemin is het wel zaak om als deelgemeente
op een constructieve wijze betrokken te blijven bij dit initiatief. De
wijze waarop het dagelijks bestuur zich in deze kwestie tot op heden heeft
opgesteld kan vooralsnog echter op de instemming en de goedkeuring van de
ChristenUnie/SGP-fractie rekenen.
De heer Van Lottum geeft
te kennen dat zijn fractie kan instemmen met het nu voorliggende voorstel
van het dagelijks bestuur. Hij wenst de leden van de initiatiefgroep alle
succes toe bij de verdere uitwerking van hun plannen. Tot slot vraagt de
heer Van Lottum de leden van de initiatiefgroep om ook de nodige educatieve
en kindvriendelijke elementen te verwerken in hun plannen.
Mevrouw Noordt Wieringa
merkt op dat ook haar fractie het voorstel van het dagelijks bestuur
steunt. De D66-fractie hoopt dat de plannen van de initiatiefgroep ook
daadwerkelijk kunnen worden verwerkelijkt. Wel wenst mevrouw Noordt
Wieringa op te merken dat haar fractie het wenselijk acht dat nog eens
kritisch wordt gekeken naar de idee van stadslandbouw. Er zitten hier
namelijk nogal wat haken en ogen aan en het zou goed zijn als hier nog eens
goed over na wordt gedacht. Zo is het bijvoorbeeld de vraag of het wel tot
de aanbeveling strekt als alleen wordt gewerkt met regionale leveranciers.
En ook kunnen de nodige vragen worden gesteld bij de educatieve, culinaire
en toeristische waarde van stadslandbouw. Overigens betekenen deze
kanttekeningen niet dat de fractie van D66 een tegenstander is van het
verschijnsel stadslandbouw. De D66-fractie wil alleen dat men een goed en
weloverwogen besluit neemt, waardoor ook een zeker succes op de langere
termijn wordt gegarandeerd. Tot slot merkt mevrouw Noordt Wieringa op dat
zij bij de uitwerking van de plannen ook graag ziet dat rekening wordt
gehouden met een eventuele verandering van de samenstelling van de wijk en
dat goed wordt nagedacht over het onderhoud van het terrein.
Mevrouw Schuurman geeft te
kennen dat de GroenLinks-fractie tevreden is met het nu voorliggende
voorstel van het dagelijks bestuur. Evenals in de commissie BRO wil de
GroenLinks-fractie de initiatiefgroep de complimenten maken voor hun inzet
en de ontplooide initiatieven. Tot slot geeft mevrouw Schuurman te kennen
dat zij ook veel waardering heeft voor de handelswijze van het dagelijks
bestuur in dezen.
Mevrouw Feenstra-Bruins
merkt op dat de VVD-fractie zich goed kan vinden in het nu voorliggende
voorstel van het dagelijks bestuur. Mevrouw Feenstra-Bruins wijst erop dat
de VVD-fractie een goede financiële onderbouwing van de plannen en een
degelijk meerjarenperspectief onontbeerlijk vindt voor een eventuele
uitvoering van de plannen. Zij hoopt dan ook dat de initiefgroep voldoende
co-financiers weet te vinden die de uitvoering van de nog verder te
ontwikkelen plannen mogelijk maken en de duurzaamheid van het initiatief op
de langere termijn kunnen garanderen. Tot slot merkt mevrouw
Feenstra-Bruins op dat zij van de initiatiefgroep verwacht dat zij tijdig
aan de bel zal trekken, als blijkt dat zij niet in staat is om de plannen
binnen de gestelde termijn van 1 oktober 2011 te ontwikkelen. De
VVD-fractie zal er tot het verstrijken van deze termijn dan ook van uitgaan
dat geen bericht goed bericht is.
De heer Kooijman wijst
erop dat ook zijn fractie vol lof is over de door de initiatiefgroep
ontplooide initiatieven. Ook is de PvdA-fractie te spreken over de
handelswijze van het dagelijks bestuur. In navolging van de VVD-fractie
wijst de heer Kooijman erop dat ook zijn fractie het belang van goede en
voldoende co-financiers wenst te onderstrepen. En tot slot merkt hij op dat
zijn fractie vooralsnog van mening is dat de beheerskosten van het terrein
niet mogen stijgen ten opzichte van de huidige beheerskosten.
De heer Spuij merkt op dat
zijn fractie zich goed kan vinden in het voorstel van het dagelijks bestuur
en namens de fractie van Leefbaar Rotterdam wenst de heer Spuij de
initiatiefnemers veel succes bij de verdere ontwikkeling van hun plannen.
De heer Koedijk dankt alle
sprekers voor de gemaakte complimenten. Hij wijst erop dat de
initiatiefnemers deze complimenten met recht toekomen. In de richting van
de heer Van Lottum merkt hij op dat het dagelijks bestuur met hem van
mening is dat het manifestatieveld ook een belangrijke educatieve en
kindvriendelijke functie moet krijgen. In de richting van mevrouw Noordt
Wieringa merkt hij op dat hij de initiatiefnemers vooralsnog de vrije hand
wil laten bij de nadere ontwikkeling van de plannen. Over zaken als het
afnemen van goederen bij regionale leveranciers wenst het dagelijks bestuur
zich vooralsnog niet uit te spreken. Het begrip stadslandsbouw is een zeer
veelzijdig begrip en het dagelijks bestuur laat zich mede daarom graag
verrassen door de plannen die de intiatiefgroep nader gaat ontwikkelen. Wel
is het zo dat het dagelijks bestuur de initiatiefgroep een degelijke
financiële onderbouwing van de plannen en de garantie van een zekere
duurzaamheid als harde eis heeft meegegeven. Het is dus niet zo dat de
initiatiefgroep helemaal naar eigen goeddunken te werk kan gaan. Verder
merkt hij op dat hij op grond van de geografische ontwikkeling van de wijk
niet verwacht dat de samenstelling van de wijk op korte termijn zal
veranderen. Dit is in de ogen van het dagelijks bestuur dan ook niet direct
een factor van betekenis in de ontwikkeling van de plannen. In de richting
van de heer Kooijman merkt de heer Koedijk op dat de beheerskosten van het
veld op dit moment zeer gering zijn. Naar verwachting zullen de
beheerskosten dus wel enigszins gaan stijgen als het manifestatieveld ooit
daadwerkelijk overeenkomstig de plannen van de initiatiefgroep wordt
vormgegeven.
Na deze beantwoording van alle vragen brengt de voorzitter het voorstel van het
dagelijks bestuur in stemming.
Het voorstel wordt met algemene stemmen aanvaard.
4. Besluit wijziging Programmabegroting
2010, inclusief stand van zaken afdoening moties (zie ingekomen stuk 8 voor
de deelraadsvergadering van 26 oktober jl., bijgevoegd overzicht van stand
van zaken moties en bijgevoegd conceptbesluit).
De heer Van Gerdingen
geeft te kennen dat zijn fractie zich kan vinden in het voorgestelde
besluit betreffende de wijziging van de Programmabegroting 2010.
De heer Krul geeft
eveneens te kennen dat zijn fractie zich kan vinden in het voorgestelde
besluit. Ten aanzien van motie 50 vraagt de heer Krul of de met betrekking
tot deze motie gehouden evaluatie kan worden besproken in commissieverband.
De heer Eimers merkt op
dat zijn fractie zeer te spreken is over de door het dagelijks bestuur
geboden inzichtelijkheid in de materie. De VVD-fractie kan zich dan ook
goed vinden in het voorgestelde besluit.
De heer Denneman geeft te
kennen dat zijn fractie tevreden is met de managementrapportage en de
antwoorden die zij van het dagelijks bestuur op de door haar gestelde
vragen heeft gekregen en kan daarom instemmen met het voorliggende besluit.
De heer Van Lottum merkt
op dat ook zijn fractie kan instemmen met het voorgestelde besluit. Met
betrekking tot motie 50 merkt de heer Van Lottum op dat hij zich graag
aansluit bij de woorden van de heer Krul. Met betrekking tot motie 52
vraagt hij de portefeuillehouder of hij enige duidelijkheid kan bieden wat
betreft de stand van zaken inzake de opdrachten betreffende het carré. Met
betrekking tot motie 56 vraagt de heer Van Lottum tot slot of de
portefeuillehouder nog steeds denkt dat de leden van de raad voor eind
november 2010 een brief betreffende het jongerenpanel kunnen verwachten.
Mevrouw Rojer merkt in
reactie op de heer Krul en de heer Van Lottum op dat het aan de deelraad is
om te besluiten of de met motie 50 samenhangende evaluatie al dan niet in
commissieverband wordt besproken. Zij zelf heeft hier in ieder geval geen
bezwaar tegen. Met betrekking tot motie 56 merkt mevrouw Rojer op dat zij
verwacht dat de leden van de deelraad de brief betreffende het
jongerenpanel nog voor eind november 2010 zullen ontvangen.
De heer Koedijk merkt in
reactie op de heer Van Lottum op dat hij verwacht dat de leden van de
deelraad nog voor de Kerst kunnen worden geïnformeerd over de beplanting
van het door de heer Van Lottum genoemde carré.
De heer Krul merkt naar
aanleiding van de woorden van mevrouw Rojer op dat zijn fractie hecht aan
een bespreking van de evaluatie inzake motie 50. Hij stelt daarom voor om
deze evaluatie in commissieverband te bespreken.
Het voorstel van de heer Krul wordt met algemene stemmen aanvaard.
Het voorgestelde besluit betreffende de wijziging van de Programmabegroting
2010 wordt met algemene stemmen aanvaard.
5. Voorstel van dagelijks bestuur over
vervolg motie 2009-18 over invulling braakliggende terreinen (zie ingekomen
6 voor deze deelraadsvergadering en conceptraadsbesluit).
Mevrouw Schuurman geeft te
kennen dat haar fractie zich kan vinden in het voorliggende voorstel.
De heer Denneman geeft in
navolging van mevrouw Schuurman te kennen dat ook zijn fractie zich kan
vinden in het voorliggende voorstel. De heer Denneman geeft in dit verband
verder te kennen dat zijn fractie de grondige wijze waarop het dagelijks
bestuur het voorliggende voorstel heeft beargumenteerd als prettig heeft
ervaren.
De heer Van Lottum merkt
op dat zijn fractie zich kan vinden in het voorliggende voorstel. Hij doet
de leden van de deelraad verder de suggestie aan de hand om tijdens het
deelraadsuitje van 14 december 2010 een begin te maken met het inzaaien van
de genoemde braakliggende terreinen.
De heer Noeverman geeft te
kennen dat hij tevreden is over de wijze waarop het dagelijks bestuur
uitvoering wenst te geven aan de indertijd door zijn fractie en de fractie
van GroenLinks ingediende motie. Wel wenst hij op te merken dat hij zich
niet volledig kan vinden in de inleiding van de brief van het dagelijks
bestuur. De ChristenUnie/SGP-fractie heeft het verloop van het
besluitvormingsproces namelijk op een enigszins andere wijze ervaren dan
het dagelijks bestuur.
De heer Van Gerdingen
merkt op dat ook zijn fractie een voorstander is van het inzaaien van de
braakliggende terreinen. In tegenstelling tot wat in het voorstel wordt
voorgesteld wenst de fractie van Leefbaar Rotterdam echter alle
braakliggende terreinen in te zaaien. Dit is in de ogen van de fractie van
Leefbaar Rotterdam ook financieel haalbaar als men in zee gaat met de
stichting Zonnebloem. Deze stichting hanteert namelijk zeer schappelijke
prijzen en is bereid een are grond voor € 10,-- in te zaaien en voor
€ 7,-- te maaien. Een snelle bereking leert dat men door met deze
stichting samen te werken dus alle braakliggende terreinen kan inzaaien en
daarnaast ook nog eens kan onderhouden. De heer Van Gerdingen merkt op dat
hij het een mooi gebaar vindt als alle leden van de deelraad - eventueel op
14 december 2010 - samen met de griffie en de leden van het dagelijks
bestuur een begin maken met het inzaaien van de braakliggende terreinen
door in gezamenlijkheid het zogenaamde Paulusmaplantsoen in te zaaien. De
overige terreinen kunnen dan vervolgens worden overgelaten aan de stichting
Zonnebloem.
De heer Kooijman vraagt de
portefeuillehouder of het terrein aan de Klaas Timmerstraat niet moet
worden geëgaliseerd alvorens het kan worden ingezaaid. Met betrekking tot
dit terrein wijst de heer Kooijman er verder op dat dit terrein eigendom is
van zowel het OBR als een woningbouwcorporatie. Hij vraagt de
portefeuillehouder of de woningcorporatie in tegenstelling tot het OBR wel
bereid is om de verschillende werkzaamheden in financiële zin mogelijk te
maken. Verder vraagt hij of het door het dagelijks bestuur gereserveerde
bedrag van € 10.000,-- wel voldoende is voor de realisatie van de
voorgenomen plannen. Tot slot vraagt de heer Kooijman of het dagelijks
bestuur van zins is om het gehele terrein in te zaaien.
Mevrouw Smelt geeft te
kennen dat haar fractie zich kan vinden in het voorstel van het dagelijks
bestuur. Wel vraagt zij of het mogelijk is om de verschillende terreinen
niet met gras in te zaaien, maar met bloemen. Dit biedt immers een veel
prettiger aanblik.
In reactie op de verschillende sprekers merkt de heer Meijer op dat hij het initiatief
om bijvoorbeeld het zogenaamde Paulusmaplantsoen als deelraad in te zaaien
toejuicht. Wel moet men zich afvragen of 14 december 2010 - gelet op het
jaargetijde - hier een geschikte datum voor is. In reactie op de heer Van
Gerdingen merkt de heer Meijer op dat hij zijn suggestie zal meenemen. In
reactie op de heer Kooijman merkt de portefeuillehouder op dat
woningbouwcorporatie PWS bereid is om bij te dragen in de kosten voor het
inzaaien van het terrein aan de Klaas Timmerweg. Verder geeft hij te kennen
dat dit terrein inderdaad eerst moet worden geëgaliseerd voordat het kan
worden ingezaaid. Maar als het is geëgaliseerd dan is het vooralsnog ook de
bedoeling om het hele terrein in te zaaien. In de richting van mevrouw
Smelt merkt de heer Meijer op dat hij zich niet kan vinden in het idee om
de braakliggende terreinen in plaats van met gras met bloemen in te zaaien.
Het grootste gedeelte van het jaar zullen er dan namelijk geen bloemen
bloeien op de terreinen, met als gevolg dat het merendeel van de mensen
denkt dat het terrein helemaal vol onkruid staat. Tenzij men natuurlijk
kiest voor een mix van zomer- en winterbloeiers, maar dit is een vrij
kostbare mix van bloemen en daardoor niet direct haalbaar.
Mevrouw Schuurman merkt op
dat haar fractie zich op zich kan vinden in het voorstel van de fractie van
Leefbaar Rotterdam, maar zij vraagt zich wel af of dit voorstel van de
fractie van Leefbaar Rotterdam eigenlijk niet in de vorm van een amendement
onder de aandacht van de leden van de deelraad moet worden gebracht.
De heer Noeverman geeft te
kennen dat hij zich kan vinden in het voorstel van de fractie van Leefbaar
Rotterdam, mits dit voorstel inderdaad financieel haalbaar is.
De heer Van Gerdingen
merkt op dat zijn fractie het in de eerste termijn door hem verwoorde
voorstel in stemming wil brengen.
De voorzitter wijst de
heer Van Gerdingen erop dat hij dit voorstel dan wel schriftelijk en in de
vorm van een amendement moet indienen.
De heer Van Gerdingen
vraagt de voorzitter hierop om de vergadering voor enkele minuten te
schorsen.
De voorzitter antwoordt de
heer Van Gerdingen dat hij de vergadering zal schorsen, nadat de overige
fracties het woord hebben gevoerd en de portefeuillehouder heeft kunnen
reageren.
Mevrouw Smelt merkt op dat
zij het antwoord van de portefeuillehouder afdoende vindt en dat haar
fractie daarom zonder verdere op- of aanmerkingen kan instemmen met het
voorstel van het dagelijks bestuur.
De heer Meijer merkt op
dat hij het voorstel van de fractie van Leefbaar Rotterdam wil ontraden.
Los van de voorgestelde terreinen is het om verschillende redenen niet
nodig en daarom ook niet wenselijk om ook de overige braakliggende
terreinen in te zaaien. Sommige terreinen liggen er uit zichzelf namelijk
vrij behoorlijk bij en sommige terreinen zullen binnen zeer afzienbare tijd
worden bebouwd, waardoor het een vorm van kapitaalvernietiging zou zijn om
deze terreinen toch alsnog in te zaaien. Desalniettemin wil de heer Meijer
wel toezeggen dat hij bereid is ook meer aandacht te besteden aan de
overige twee braakliggende terreinen die aanvankelijk in de motie zijn
genoemd, als ten minste blijkt dat hiervoor voldoende financiële middelen
aanwezig zijn.
De heer Van Gerdingen
wijst de heer Meijer erop dat het in ieder geval volgens de berekening van
de fractie van Leefbaar Rotterdam goed mogelijk is om ook de overige twee
terreinen in te zaaien en daarom wil de fractie van Leefbaar Rotterdam toch
een amendement indienen.
De voorzitter schorst
hierop de vergadering.
De voorzitter heropent de
vergadering en geeft de heer Van Gerdingen de gelegenheid zijn amendement
in te dienen.
De heer Van Gerdingen
dient hierop het volgende amendement in:
"De deelraad van Prins Alexander in vergadering bijeen op 22 november
2010 ter bespreking van het voorstel over Invulling braakliggende terreinen
en het daarbij behorende conceptraadsbesluit;
Overwegende dat op basis van de door de Stichting De Zonnebloem
gehanteerde tarieven wordt gemeend dat binnen het eenmalige budget van €
10.000,-- en een jaarlijks onderhoudsbudget van € 7.500,-- 4 braakliggende
terreinen kunnen worden ingezaaid en onderhouden;
Besluit:
Het bepaalde onder 1 van het dictum van het conceptraadsbesluit te
wijzigen in: De terreinen hoek Grote Beer/Hoofdweg, hoe Prinsenlaan/Klaas
Timmerstraat en de locaties 1 en 4 in Nesselande in te zaaien met
"zaaigoed".
Namens de fractie Leefbaar Rotterdam,
W.P. van Gerdingen"
De heer Meijer geeft te
kennen dat hij dit amendement kan overnemen mits de door door de heer Van
Gerdingen voorgerekende kosten ook daadwerkelijk conform de werkelijkheid
zijn. Wel merkt de heer Meijer op dat het terrein aan de Prinsenlaan/Klaas
Timmerstraat mogelijk moet worden afgegraven of anderszins moet worden
geëgaliseerd. Zoals men begrijpt brengt dit de nodige kosten met zich mee
en mede daarom heeft het dagelijks bestuur ervoor gekozen om zich te
concentreren op slechts 2 terreinen in plaats van op de 4 aanvankelijk
beoogde terreinen. Maar, zoals opgemerkt, kan het dagelijks bestuur het
amendement overnemen mits dit niet tot een overschrijding van het
gereserveerde budget leidt.
Mevrouw Schuurman merkt op
dat haar fractie het amendement kan steunen, tenzij dit leidt tot een
algemene verschraling van de terreinen. De GroenLinks-fractie verkiest
kwaliteit namelijk boven kwantiteit.
De heer Van Lottum wijst
erop dat uit de door het dagelijks bestuur aangeleverde stukken blijkt dat
het zeer de vraag is waarom men eigenlijk de nu niet verkozen terreinen zou
moeten inzaaien. De CDA-fractie vindt de zienswijze van het dagelijks
bestuur dusdanig overtuigend dat zij zich niet kan vinden in het amendement
van de fractie van Leefbaar Rotterdam.
De heer Van Gerdingen
merkt in reactie op de heer Van Lottum op dat de braakliggende terreinen
waar de heer Van Lottum op doelt de wijk Nesselande op een dusdanige manier
ontsieren dat de fractie van Leefbaar Rotterdam het wenselijk acht dat deze
terreinen worden ingezaaid met zaaigoed.
De heer Noeverman vraagt
de heer Van Gerdingen waarom in het amendement wordt gekozen voor de term
zaaigoed en niet voor gras.
De heer Van Gerdingen
antwoordt de heer Noeverman dat het in de ogen van de fractie van Leefbaar
Rotterdam niet per se noodzakelijk is om alle terreinen met gras in te
zaaien. Oftewel, de fractie staat niet per definitie afwijzend tegenover
alternatieve 'zaaigoederen'.
De heer Kooijman wijst
erop dat een van de terreinen die het dagelijks bestuur niet wilde inzaaien
(terrein 1) als opslagterrein wordt gebruikt en naar de mening van het
dagelijks bestuur hierdoor nooit een mooi terrein zal kunnen worden. De
PvdA-fractie kan zich, mede gelet op dit argument, niet vinden in het door
de fractie van Leefbaar Rotterdam ingediende amendement.
Mevrouw Smelt geeft te
kennen dat de VVD-fractie zich in principe kan vinden in het ingediende
amendement.
De voorzitter brengt het
amendement van de fractie van Leefbaar Rotterdam in stemming:
Voor: GroenLinks, D66, VVD, ChristenUnie/SGP, Leefbaar Rotterdam.
Tegen: CDA, PvdA.
Het amendement is met 17 stemmen voor en 7 stemmen tegen aangenomen.
Hierop brengt de voorzitter het voorstel van het
dagelijks bestuur in stemming:
Het voorstel wordt met algemene stemmen aanvaard.
6. Afdoening motie ATV Ommoord (zie
ingekomen stuk 33 uit de deelraadsvergadering van 20 september
2010).
Het voorstel wordt met algemene stemmen aanvaard.
7. Afdoening motie 2009-7 over
Controlefunctionaris Buitenruimte (zie ingekomen stuk 4 uit de
deelraadsvergadering van 26 oktober 2010).
Het voorstel wordt met algemene stemmen aanvaard.
7a. Voorstel D66-fractie om gasten uit te
nodigen in de deelraad.
Mevrouw Noordt Wieringa
wijst erop dat communicatie en participatie één van de speerpunten van het
bestuursprogramma is. Ook in het coalitieprogramma wordt grote waarde
gehecht aan de betrokkenheid van de bewoners. Zo wordt er bijvoorbeeld
gesproken over het betrekken van de bewoners bij het maken van beleid en
uitvoeringsplannen. De D66-fractie is, ondanks deze mooie woorden, echter
van mening dat veel mensen de weg naar de deelraad nog niet kennen en
daarom is de D66-fractie van mening dat de participatie een verdere impuls
moet krijgen. De D66-fractie wil daarom voorstellen om in het eerste
kwartaal van 2011 over te gaan tot het persoonlijk uitnodigen van bewoners
bij de commissie- en deelraadsvergaderingen. Het is hierbij een idee om de
genodigden 'random' te selecteren. Ook is het hierbij een idee om het
concept 'gast in de raad' een aantrekkelijke invulling te geven, waardoor
het de bewoners ook daadwerkelijk aanspreekt om eens een keer een
commissie- en of deelraadsvergadering bij te wonen. De D66-fractie stelt
verder voor om dit concept na een jaar te evalueren. Maar alvorens het
zover is, is het ook een goed idee om eerst een werkgroep te formeren die
de voorbereiding voor dit alles op zich neemt. Tot slot merkt mevrouw
Noordt Wieringa op dat haar fractie dit voorstel in gezamenlijkheid met de
fractie van GroenLinks wenst in te dienen.
De heer Van Gerdingen
geeft te kennen dat zijn fractie het voorstel van de fracties van D66 en
GroenLinks in principe een sympathiek voorstel vindt en zij kan daarom ook
instemmen met dit voorstel.
De heer Krul wijst de
leden van de deelraad erop dat de huidige gang van zaken niet geheel
conform het reglement van orde is. Als de fractie van Leefbaar Rotterdam
wordt gedwongen om het door haar gedane voorstel op schrift te stellen dan
kan het niet zo zijn dat er nu opeens van deze gebruikelijke gang van zaken
wordt afgeweken. Op zijn minst moet het voorstel van de D66-fractie dan ook
op schrift worden gesteld. Maar nog beter is het om dit voorstel eerst even
in het presidium te bespreken, waarna het in commissieverband nader kan
worden besproken. Dat is immers de gebruikelijke gang van zaken en deze
gang van zaken is niet voor niets gebruikelijk. De heer Krul vraagt mevrouw
Noordt Wieringa in dit verband om haar voorstel aan te houden en volgens de
gangbare weg onder de aandacht van de leden van de deelraad te brengen.
Desalniettemin staat de PvdA-fractie wel sympathiek tegenover de strekking
van het voorstel.
De heer Eimers merkt op
dat hij het niet nodig vindt om het voorstel via het presidium onder de
aandacht van de leden van de deelraad te brengen. Wat hem betreft kan het
voorstel ook nu worden behandeld en zijn fractie kan in een dergelijk geval
ook gewoon instemmen met het voorstel van mevrouw Noordt Wieringa.
De heer Krul merkt bij
interruptie op dat het niet wenselijk is als de deelraad een loopje neemt
met het reglement van orde. Het is goed om consequent te zijn en om vast te
houden aan de gebruikelijke orde. De PvdA-fractie kan zich dan ook niet
vinden in de woorden van de heer Eimers als hij voorstelt om het voorstel
gewoon nu te behandelen.
De heer Van Lottum wijst
de leden van de deelraad erop dat het onnodig is om het voorstel nu al in
behandeling te nemen. Het lijkt immers niet nodig om in dezen overhaast te
werk te gaan. Het verdient daarom de aanbeveling om vast te houden aan de
gebruikelijke gang van zaken, dat betekent dat het voorstel via het
presidium onder de aandacht van de leden van deelraad zal worden gebracht.
De heer Van den Ham merkt
op dat zijn fractie nadrukkelijk hecht aan de zogenaamde
burgerparticipatie. Met betrekking tot dit onderwerp zal zijn fractie in
het voorjaar van 2011 ook met een nota komen. Deze nota zal tegelijkertijd
of iets eerder dan de reeds door het dagelijks bestuur aangekondigde nota
over ditzelfde onderwerp verschijnen, zodat deze nota nadrukkelijk in de
discussie over dit onderwerp kan worden meegenomen. Tot slot merkt de heer
Van den Ham op dat zijn fractie, gelet op het belang dat zijn fractie hecht
aan de participatie van de burger, het voorstel van de D66-fractie van
harte ondersteunt en daarom ook mede heeft ingediend.
De heer Noeverman geeft te
kennen dat hij niet afwijzend staat tegenover het voorstel van de
D66-fractie, maar dat hij zich wat betreft de te volgen procedure volledig
kan vinden in de woorden van de heer Krul en de heer Van Lottum. Ook hij
verzoekt mevrouw Noordt Wieringa daarom om het voorstel aan te houden en
het via het presidium onder de aandacht van de leden van de deelraad te
brengen.
Mevrouw Noordt Wieringa
merkt in reactie op de verschillende sprekers op dat zij het voorstel enkel
onder de aandacht van de leden van de deelraad heeft willen brengen. Nu
blijkt dat een groot aantal leden van de deelraad niet onsympathiek
tegenover dit voorstel staat, maar het eerst via het presidium aan de orde
wil stellen, is zij bereid het voorstel aan te houden en het eerst in het
presidium te bespreken.
Het voorstel wordt hierop aangehouden en doorgeleid naar het presidium.
8a. Mededelingen.
Mevrouw Mohanlal deelt mee
dat het raadsuitje zal plaatsvinden op 14 december 2010. Waarschijnlijk zal
de deelraad dan een werkbezoek kunnen brengen aan Sonor.
In aanvulling op mevrouw Mohanlal merkt de heer Hoff op dat het de bedoeling is
dat men op 14 december 2010 met elkaar zal gaan dineren in Restaurant Lust.
Vanaf 18.30 uur wordt men in dit restaurant verwacht voor de borrel waarna
men om 19.30 uur aan tafel zal gaan. Zowel de leden van de deelraad, als de
griffie, als de leden van het dagelijks bestuur zijn voor dit diner
uitgenodigd. Het is echter wel van belang dat een ieder zich voor 4
december 2010 voor dit diner bij de heer Hoff aanmeldt.
De heer Van Schaik wijst
de leden van de deelraad erop dat zij worden geacht op eigen gelegenheid
naar Restaurant Lust te komen.
8b. Rondvraag.
Geen van de aanwezigen wenst het woord te voeren.
9. Vragenhalfuur raadsleden:
Geen van de aanwezigen wenst het woord te voeren.
10a. Vaststelling verslag van de vergadering
van 26 oktober 2010.
Het verslag wordt zonder verdere op- of aanmerkingen goedgekeurd en
vastgesteld.
10b. Vaststelling toezeggingenlijst,
inclusief reactie dagelijks bestuur (zie bijlage).
De heer Van Lottum merkt
naar aanleiding van punt 6 (het onderwerp 'buurtpreventie') op dat hij zich
kan vinden in de reactie van het dagelijks bestuur. Hij wijst de aanwezigen
erop dat het vorige dagelijks bestuur een burgerinitiatief hieromtrent
simpelweg heeft weggewuifd. De CDA-fractie rekent erop dat als er ooit weer
een dergelijk burgerinitiatief wordt ontplooid, het dagelijks bestuur dan
wel een besluit zal nemen op deugdelijke gronden.
11. Lijst ingekomen stukken (zie
bijgevoegde lijst van 11 november 2010).
Geen van de aanwezigen wenst hierover het woord te voeren.
12. Sluiting.
De voorzitter dankt al de
aanwezigen voor hun bijdrage en sluit de vergadering om 21.15 uur.
zie ook:
