Reglement van orde voor de vergaderingen van de raad van de
deelgemeente Prins Alexander
Vastgesteld : 15 april 2002
Laatst gewijzigd : 29 september 2003
Artikelen 24, 45 en 47.
Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen
Artikel 1 Begripsomschrijvingen
In dit reglement wordt verstaan onder:
-
voorzitter: de voorzitter van de deelraad, de vice-voorzitter en de plaatsvervangend vice-voorzitter;
-
amendement: voorstel tot wijziging van een ontwerpverordening of ontwerpbeslissing, naar de vorm geschikt om daarin direct te worden opgenomen;
-
subamendement: voorstel tot wijziging van een aanhangig amendement, naar de vorm geschikt om direct te worden opgenomen in het amendement, waarop het betrekking heeft;
-
motie: korte en gemotiveerde verklaring over een onderwerp waardoor een oordeel, wens of verzoek wordt uitgesproken;
-
voorstel van orde: voorstel betreffende de orde van de vergadering;
-
initiatiefvoorstel: een voorstel voor een verordening of een ander voorstel;
-
interpellatie: het (verzoek om toestemming tot) vragen van inlichtingen aan het dagelijks bestuur of de voorzitter van het dagelijks bestuur over een onderwerp dat niet vermeld staat op de agenda;
-
griffier: de deelraadsgriffier of de plaatsvervangend (adjunct-) deelraadsgriffier;
-
secretaris: de deelraadssecretaris of de plaatsvervangend (loco-) deelraadssecretaris.
Artikel 2 De (vice-)voorzitter
De (vice-)voorzitter is belast met:
a. het leiden van de vergadering;
b. het handhaven van de orde;
c. hetgeen de wet of dit reglement hem verder opdraagt.
Artikel 3 Benoeming vice- voorzitter
1. De deelraad benoemt uit zijn midden een vice-voorzitter en een
plaatsvervangend vice-voorzitter.
2. De deelraad kan de door hem benoemde vice- voorzitter en plaatsvervangend vice-voorzitter uit zijn functie ontheffen als hij niet langer het vertrouwen van de deelraad geniet.
3. De benoeming vindt plaats in de eerste vergadering van een nieuwe zitting en bij het tussentijds openvallen van de plaats van vice-voorzitter en plaatsvervangend vice-voorzitter.
Artikel 4 De griffier
-
De griffier is in elke vergadering van de deelraad aanwezig. Bij verhindering of afwezigheid wordt hij vervangen door een daartoe door de deelraad vooraf aangewezen ambtenaar.
-
De griffier kan indien hij daartoe door de (vice-) voorzitter wordt uitgenodigd aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen.
Hoofdstuk 2 Onderzoek van geloofsbrieven; installatie
Artikel 5 Onderzoek geloofsbrieven door commissie en beëdiging
-
Het onderzoek van de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken van nieuw benoemde leden heeft plaats alvorens tot andere werkzaamheden wordt overgegaan.
-
De deelraad stelt daartoe samengesteld uit de deelraad een commissie van drie leden in die de geloofsbrieven en de daarop betrekking hebbende stukken terstond onderzoekt. De (vice-) voorzitter schorst de vergadering gedurende de tijd die de commissie voor haar werkzaamheden nodig heeft.
-
Na een raadsverkiezing roept de (vice-) voorzitter de toegelaten leden van de deelraad op om in de eerste vergadering van de deelraad in nieuwe samenstelling de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.
Artikel 6 Verslag en voorstellen commissie
Na hervatting van de vergadering brengt de commissie bij monde van haar eerstbenoemde lid verslag uit en doet naar aanleiding daarvan voorstellen met betrekking tot de toelating. De deelraad beslist terstond of, zo de zaak uitstel vordert, op een daartoe te bepalen dag.
Artikel 7 Tussentijdse vacature, installatie en beëdiging nieuwe leden
In geval van een tussentijdse vacaturevervulling roept de (vice-) voorzitter een nieuw benoemd lid van de deelraad op om voor de vergadering van de deelraad waarin over diens toelating wordt beslist om de voorgeschreven eed of verklaring en belofte af te leggen.
De griffier leidt een tussentijds door de deelraad toegelaten lid de vergaderzaal binnen voor het afleggen van de in de Gemeentewet voorgeschreven eed of verklaring en belofte. Nadat dit is gebeurd, begeleidt de griffier het nieuwe lid naar de hem toegewezen zitplaats.
Hoofdstuk 3 Het Presidium
Artikel 8 Het Presidium
-
De deelraad heeft een presidium. Het presidium bestaat uit de (vice-) voorzitter en de fractievoorzitters. De fractievoorzitters kunnen zich bij afwezigheid laten vervangen door hun plaatsvervanger in de deelraad. Het presidium wordt bijgestaan door de griffier. De griffier is in elke vergadering van het presidium aanwezig.
-
De (vice-) voorzitter kan voorstellen de secretaris en de ( vice-) voorzitter van het dagelijks bestuur uit te nodigen voor een bijeenkomst van het presidium.
-
Het presidium heeft tot taak voorstellen te doen voor de procedurele, organisator-ische en vergadertechnische voorbereiding betreffende de deelraadsvergaderingen.
-
Het presidium voert ten minste twee maal per jaar overleg met de (vice-) voorzitters van de deelraadscommissies.
5. De bijeenkomsten van het presidium zijn niet openbaar.
Hoofdstuk 4 De Fracties
Artikel 9 De Fracties
1. De leden van de deelraad die door het centraal stembureau op dezelfde kan didatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij aanvang van de zitting als één fractie beschouwd.
-
Indien boven de kandidatenlijst een aanduiding was geplaatst voert de fractie in de deelraad deze aanduiding als naam.
-
Door tussenkomst van de (vice-) voorzitter wordt zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling gedaan aan de deelraad indien:
- één of meer leden van een fractie als zelfstandige fractie gaan optreden;
-
twee of meer fracties als één fractie gaan optreden;
-
één of meer leden van een fractie zich aansluiten bij een andere fractie.
-
Voor de toepassing van dit reglement wordt met de in het eerste lid beschreven veranderde situatie rekening gehouden met ingang van de eerstvolgende vergadering van de deelraad nadat de mededeling is gedaan.
Hoofdstuk 5 De Vergaderingen
Artikel 10 Openbare Vergaderingen
De vergadering wordt in het openbaar gehouden.
Artikel 11 Vergaderfrequentie
-
De vergaderingen van de deelraad vinden in de regel plaats op maandag en vangen aan om acht uur en worden gehouden in het deelgemeentehuis.
-
De (vice-) voorzitter kan in bijzondere gevallen een andere dag en/of aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen. Hij voert hierover, tenzij er sprake is van een spoedeisende situatie, overleg met het presidium.
Artikel 12 De agenda
-
Voordat de schriftelijke oproep wordt verzonden, stelt het presidium de voorlopige agenda van de vergadering vast.
-
In spoedeisende gevallen kan de (vice-) voorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproeping tot uiterlijk 72 uur voor de aanvang van een vergadering een aanvullende agenda opstellen.
-
Bij aanvang van de vergadering stelt de deelraad de agenda vast. Op voorstel van een lid van de deelraad of de (vice-) voorzitter kan de deelraad bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren.
-
Wanneer de deelraad een onderwerp onvoldoende voor de openbare beraad-slaging voorbereid acht, kan hij het onderwerp verwijzen naar een commissie of aan het dagelijks bestuur nadere inlichtingen of advies vragen.
-
Op verzoek van een lid of op voorstel van de (vice-) voorzitter kan de deelraad de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.
Artikel 13 Oproep vergadering
-
De (vice-) voorzitter roept –spoedeisende vergaderingen uitgezonderd- de leden tenminste tien dagen van tevoren schriftelijk tot de vergadering op.
-
Tegelijkertijd met de oproeping brengt de (vice-) voorzitter dag, tijdstip en plaats van de vergadering alsmede de agenda ter openbare kennis.
-
De agenda en de daarbij behorende voorstellen – met uitzondering van de in artikel 25, tweede lid Gemeentewet bedoelde stukken – worden tegelijkertijd met de oproeping (danwel uiterlijk vijf dagen voor aanvang van de vergadering) verzonden.
-
Indien er stukken als bedoeld in artikel 25, tweede lid Gemeentewet aan de deelraad worden overgelegd of voor de deelraad ter inzage worden gelegd, besluit de deelraad over bekrachtiging van de opgelegde geheimhouding.
Artikel 14 Ter inzage leggen van stukken
-
Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep voor een ieder op het deelgemeentehuis ter inzage gelegd. De (vice-) voorzitter maakt van de terinzagelegging melding in de openbare kennisgeving. Indien na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de deelraad en zo mogelijk in een openbare kennisgeving.
-
Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten het deelgemeentehuis gebracht.
-
Indien omtrent stukken op grond van artikel 25, eerste of tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, blijven deze stukken in afwijking van het eerste lid, onder berusting van de griffier en verleent de griffier de leden van de deelraad inzage.
Artikel 15 Openbare kennisgeving
-
De vergadering wordt door aankondiging in een huis-aan-huisblad, in het deelgemeentelijk informatieblad of op de voor afkondigingen in de deelgemeente gebruikelijke wijze en zo mogelijk door plaatsing op de internetsite van de deelgemeente ter openbare kennis gebracht.
-
De openbare kennisgeving vermeldt:
-
de datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering
-
de wijze waarop en de plaats waar een ieder de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken kan inzien
-
de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht.
Artikel 16 Het lid van het dagelijks bestuur
-
Het presidium kan een of meer leden van het dagelijks bestuur uitnodigen in de vergadering aanwezig te zijn en aan de beraadslagingen deel te nemen.
-
Indien een lid van het dagelijks bestuur bij een deelraadsvergadering aanwezig wil zijn en wil deelnemen aan de beraadslagingen, doet hij hiertoe voor de vaststelling van de voorlopige agenda een verzoek aan de (vice-) voorzitter onder vermelding van het betreffende onderwerp.
-
Voor de verzending van de schriftelijke oproeping beslist het presidium op het verzoek.
Artikel 17 De secretaris
De deelraad kan het dagelijks bestuur verzoeken de secretaris in de vergadering aanwezig te laten zijn en deel te laten nemen aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement.
Artikel 18 Verhindering tot bijwoning vergadering
Het lid dat verhinderd is de vergadering bij te wonen, geeft daarvan vóór het begin van de vergadering, zo mogelijk schriftelijk, kennis aan de (vice-) voorzitter.
Artikel 19 Presentielijst
-
De leden tekenen de presentielijst onmiddellijk na binnenkomst in de vergaderzaal. De presentielijst wordt na afloop van de vergadering gesloten en door de (vice-) voorzitter en griffier ondertekend.
-
Een lid dat vóór het sluiten van de vergadering de vergadering verlaat, geeft daarvan (bij het verlaten) kennis aan de griffier die van de mutatie in de presentielijst melding maakt.
-
Zolang een lid zich niet op de in het tweede lid bedoelde wijze heeft afgemeld en daarvan in de presentielijst geen aantekening is gemaakt, wordt het lid geacht aanwezig te zijn
Artikel 20 Opening vergadering, ontbreken quorum
-
De vergadering wordt door de (vice-) voorzitter geopend op het tijdstip waarop zij is belegd indien het daarvoor door de wet vereiste aantal leden blijkens de presentielijst tegenwoordig is.
-
Wanneer een kwartier na de voor de vergadering bepaalde tijd het vereiste aantal leden niet aanwezig is, laat de (vice-) voorzitter de namen van de afwezige leden door de griffier oplezen. Vervolgens deelt de (vice-) voorzitter mede dat de vergadering niet kan worden gehouden. Tevens bepaalt de (vice-) voorzitter (onder verwijzing naar dit artikel) dag en uur van de volgende vergadering met inachtneming van artikel 20 Gemeentewet.
Artikel 21 Zitplaatsen
-
De (vice-) voorzitter, de leden en de griffier hebben een vaste zitplaats, door de voorzitter na overleg met het presidium bij iedere nieuwe zittingsperiode van de deelraad aangewezen.
2. Indien daartoe aanleiding bestaat, kan de (vice-) voorzitter de indeling herzien na overleg in het presidium.
3. De (vice-) voorzitter draagt zorg voor een zitplaats voor de leden van het dagelijks bestuur, secretaris en overige personen, die voor de vergadering zijn uitgenodigd.
Artikel 22 Inspreekrecht niet-raadsleden over niet op de agenda vermelde onderwerpen
1. Voorafgaande aan de behandeling van de agenda van een vergadering is er voor een ieder, niet zijnde raadslid of lid van het dagelijks bestuur gelegenheid vragen te stellen.
2. De vragen worden, zo mogelijk, nog in dezelfde vergadering behandeld en beantwoord in de volgorde, waarin zij zijn ingediend. De (vice-)voorzitter kan van deze volgorde afwijken indien daartoe naar zijn oordeel redenen van overwegend belang aanwezig zijn.
3. Na mondelinge beantwoording kan de indiener nog kort vragen over hetzelfde onderwerp stellen en deze op zeer beknopte wijze toelichten.
4. De totaal beschikbare spreektijd bedraagt maximaal 30 minuten.
5. Vragen die niet aan de orde zijn gekomen worden in de volgende vergadering behandeld.
Artikel 23 Notulen
1. De ontwerpnotulen van de
voorgaande vergadering worden, zo mogelijk, aan de
leden toegezonden gelijktijdig met de schriftelijke oproep.De
ontwerpnotulen worden op hetzelfde moment aan de overige personen
die het woord gevoerd hebben, toegezonden.
2. Bij het begin van de vergadering worden, zoveel mogelijk, de notulen van de vori ge vergadering vastgesteld.
3. De leden, de (vice-) voorzitter, de leden van het dagelijks bestuur, de griffier en de secretaris hebben het recht, een voorstel tot verandering aan de deelraad te doen, indien de notulen onjuistheden bevatten of niet duidelijk weergeven het geen gezegd of besloten is. Een voorstel tot verandering dient voor het vaststel len van de notulen bij de griffier te worden ingediend.
4. De notulen moeten inhouden:
a. de namen van de (vice-) voorzitter, de griffier, de secretaris indien aanwezig, de aanwezige leden van het dagelijks bestuur en de ter vergadering aanwezi ge leden, alsmede van de leden die afwezig warenen overige personen die het woord gevoerd hebben;
b. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;
c. een zakelijke samenvatting van het gesprokene met vermelding van de namen van de aanwezigen die het woord voerden;
d. een overzicht van het verloop van elke stemming, met vermelding bij hoofde lijke stemming van de namen van de leden die voor of tegen stemden, onder aantekening van de namen van de leden die zich overeenkomstig de Ge meentewet van stemming hebben onthouden;
e. de tekst van de ter vergadering ingediende initiatiefvoorstellen en burgerinitia tiefvoorstellen, voorstellen van orde, moties, amendementen en subamende menten;
f. bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die per sonen, aan wie het door de deelraad is toegestaan op grond van dit reglement deel te nemen aan de beraadslagingen.
5. De notulen worden opgesteld onder de zorg van de griffier.
6. De vastgestelde notulen worden door de (vice-) voorzitter en de griffier onderte kend.
Artikel 24 Behandeling ingekomen stukken (z.g. doorlopende lijst) *
1. Bij de deelraad ingekomen stukken, respectievelijk schriftelijke mededelingen van het dagelijks bestuur aan de deelraad , worden op een lijst geplaatst. Deze lijst wordt aan de leden toegezonden en bij de overige stukken ter inzage gelegd.
2. De behandeling van een stuk als in het vorige lid bedoeld kan slechts betrekking hebben op de procedurele wijze van afdoening.
Artikel 25 Spreekregels
1. De leden en de leden van het dagelijks bestuur spreken vanaf hun plaats of van de spreekplaats en richten zich tot de (vice-) voorzitter.
2. Bij bijzondere gelegenheden kan de (vice-) voorzitter bepalen dat de leden of de leden van het dagelijks bestuur vanaf een andere plaats spreken.
Artikel 26 Volgorde sprekers
1. Een lid voert het woord na het
aan de (vice-) voorzitter gevraagd en van hem ver
kregen te hebben.
2. De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer een lid het woord vraagt over de orde van de vergadering.
3. Een voorstel van orde kan door
de (vice-) voorzitter of een lid worden gedaan.
Over een voorstel van orde beslist de deelraad terstond.
Artikel 27 Aantal spreektermijnen
1. De beraadslagingen over een onderwerp of voorstel vinden plaats in ten hoogste twee termijnen. Elke spreektermijn wordt door de (vice-) voorzitter afgesloten.
2. De deelraad kan in bijzondere gevallen toestaan, dat van het bepaalde in het vo rige lid, eerste zin, wordt afgeweken.
3. Niemand, met uitzondering van de (vice-) voorzitter, voert in één termijn meer dan eenmaal het woord.
*gewijzigd 29 september 2003
4. Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het stellen van een feitelijke vraag over een in behandeling zijnd onderwerp of over een voorstel van orde.
Artikel 28 Spreektijd
1. Voor een vergadering kan een spreektijdregeling worden ingesteld. Daartoedoet de (vice-) voorzitter zo mogelijk voorafgaande aan, dan wel bij het begin of tijdens de vergadering een voorstel ten aanzien van de duur van de redevoeringen van de leden t.a.v. één of meer onderwerpen.
2. De (vice-) voorzitter kan ook een voorstel doen ten aanzien van de totale spreek tijd gedurende de vergadering.
3. De (vice-) voorzitter brengt zijn voorstel(-len) zo mogelijk vóór de vergadering ter kennis van de leden van de deelraad.
4. Zodra de voor een spreker gestelde spreektijd is verstreken, is hij gehouden op uitnodiging van de (vice-) voorzitter zijn rede onverwijld te beëindigen.
5. Voldoet een spreker niet aan de in het vorige lid bedoelde uitnodiging, dan ont neemt de (vice-) voorzitter hem het woord.
Artikel 29 Storen in rede / Interrupties
Behoudens interrupties mag een spreker niet in zijn rede worden gestoord. De (vice-) voorzitter kan even wel bepalen dat een spreker zijn betoog zonder verdere interrupties zal afronden.
Artikel 30 Beledigende uitdrukkingen e.d./ontnemen van het woord
1. Indien een spreker zich beledigende of ongepaste uitdrukkingen veroorlooft of op welke wijze dan ook de orde verstoort, wordt hij door de (vice-) voorzitter tot de orde geroepen. Hetzelfde geldt indien naar het oordeel van de (vice-) voorzitter een spreker afwijkt van het onderwerp.
2. Wanneer een spreker voortgaat met het bezigen van beledigende of ongepaste uitdrukkingen, het storen van de orde of het afwijken van het onderwerp in be raadslaging, ontneemt de (vice-) voorzitter hem het woord. In de vergadering waarin dit plaats heeft, mag het lid, wie het woord is ontnomen, aan de beraad slagingen over het onderwerp in behandeling niet meer deelnemen. Hiervan is beroep op de vergadering niet toegelaten.
3. De (vice-) voorzitter is bevoegd om in de notulen niet te doen opnemen een weer gave van door een spreker gebezigde beledigende of ongepaste uitdrukkingen, waarvoor die spreker tijdens de vergadering tot de orde geroepen is.
Artikel 31 Schorsing vergadering
De (vice-) voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en – indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten.
Artikel 32 Beraadslaging
1. De deelraad kan op voorstel van de (vice-) voorzitter of een lid van de deelraad besluiten over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen.
2. Op verzoek van een lid van de deelraad of op voorstel van de (vice-) voorzitter kan de deelraad besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het dagelijks bestuur of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is.
3. Over de voorstellen, bedoeld in het eerste en het tweede lid, wordt niet beraadslaagd.
Artikel 33 Het woord voeren door derden
1. De deelraad kan bepalen dat
anderen dan de in de vergadering aanwezige leden
van de deelraad, van het dagelijks bestuur, de secretaris, de
griffier en de (vice-)
voorzitter voorafgaand aan een agendapunt het woord kunnen voeren
over dat
agendapunt.
2. Een beslissing daartoe wordt op
voorstel van de (vice-) voorzitter of één der leden van de deelraad
genomen alvorens met de beraadslaging ten aanzien van het
aan de orde zijnde agendapunt een aanvang wordt genomen.
3. Op degene die op grond van dit
artikel is toegelaten om het woord te voeren zijn
de bepalingen van dit reglement van toepassing.
Artikel 34 Stemverklaring
Na het sluiten van de beraadslaging en voordat de deelraad tot stemming overgaat, heeft ieder lid het recht zijn uit te brengen stem kort te motiveren.
Artikel 35 Beslissing
1. Wanneer de (vice-) voorzitter vaststelt, dat een onderwerp of voorstel voldoende is toegelicht, sluit hij de beraadslaging, tenzij de deelraad anders beslist.
2. Ook een lid kan de vergadering voorstellen de beraadslaging te sluiten; zo’n voor stel moet door ten minste drie andere leden worden ondersteund.
3. Over de voorstellen, bedoeld in het eerste en het tweede lid, wordt niet beraad slaagd. Wanneer de vergadering tot sluiting van de beraadslaging overgaat, heeft het lid bedoeld in artikel 45 (interpellatie) het recht nog kort te reageren.
4. Nadat de beraadslaging is
gesloten, vindt na een stemming over eventuele
amendementen, de stemming plaats over het voorstel in zijn geheel,
zoals het dan luidt, tenzij geen stemming wordt gevraagd.
5. Voordat de stemming over het voorstel in zijn geheel plaatsvindt, formuleert de (vice-) voorzitter het voorstel over de te nemen eindbeslissing.
Hoofdstuk 6 Procedures bij stemmingen
Artikel 36 Algemene bepalingen over stemming
1. De (vice-) voorzitter vraagt, of stemming wordt verlangd. Indien geen stemming wordt gevraagd en ook de (vice-) voorzitter dit niet verlangt, stelt de (vice-) voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke stemming is aangenomen.
2. In de vergadering aanwezige leden kunnen aantekening in de notulen vragen, dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich van stemming te hebben onthouden.
3. Indien door een of meer leden stemming wordt gevraagd, doet de (vice-) voorzitter daarvan mededeling.
4. Bij het begin van de eerste hoofdelijke stemming in een vergadering deelt de (vice-) voorzitter mede, bij welk lid van de deelraad, de hoofdelijke stemming zal beginnen. Daartoe wordt bij loting een volgnummer van de presentielijst aangewezen; bij het daar genoemde lid begint de hoofdelijke stemming.Vervolgens geschiedt de oproeping naar de volgorde van de presentielijst. De (vice-) voorzitter (of de griffier) roept de leden bij naam op hun stem uit te brengen.
5. Bij hoofdelijke stemming is ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet vandeelneming aan de stemming moet onthouden verplicht zijn stem uit te brengen.
6. De leden brengen hun stem uit door het woord ‘voor’ of ‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging.
7. Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende lid gestemd heeft. Bemerkt het lid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de (vice-) voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt wel aantekening vragen dat hij zich heeft vergist; in de uitslag van de stemming brengt dit echter geen verandering.
8. Bij staking van stemmen wordt, tenzij de vergadering voltallig is, het nemen vaneen besluit uitgesteld tot een volgende vergadering, waarin de beraadslagingen kunnen worden heropend. Indien de stemmen staken in een voltallige vergadering of in een opnieuw belegde vergadering, is het voorstel niet aangenomen. Onder een voltallige vergadering wordt verstaan een vergadering waarin alle leden waaruit de deelraad bestaat, voor zover zij zich niet van deelneming aan de stemming moesten onthouden, een stem hebben uitgebracht.
9. De (vice-) voorzitter deelt de uitslag na afloop van de stemming mede, met vermelding van het aantal voor en tegen uitgebrachte stemmen. Hij doet daarbij tevens mededeling van het genomen besluit.
Artikel 37 Stemming over amendementen en moties
1. Indien een amendement op een aanhangig voorstel is ingediend, wordt eerst
over dat amendement gestemd.
2. Indien op een
amendement een subamendement is ingediend, wordt eerst over
het subamendement gestemd en vervolgens over het amendement.
3. Indien twee of meer amendementen of subamendementen op een aanhangig voorstel zijn ingediend, bepaalt de (vice-) voorzitter de volgorde waarin hierover zal worden gestemd. Daarbij geldt de regel, dat het meest verstrekkende amendement of subamendement het eerst in stemming wordt gebracht.
4. Indien aangaande een aanhangig voorstel een motie is ingediend, wordt eerstover het voorstel gestemd en vervolgens over de motie.
Artikel 38 Stemming over personen
1. Wanneer een stemming over personen voor het doen van een voordracht of het opstellen van een voordracht of aanbeveling moet plaatshebben, benoemt de (vice-) voorzitter drie leden tot stembureau.
2. Ieder ter vergadering aanwezig lid dat zich niet op grond van de Gemeentewet van stemming moet onthouden is verplicht een stembriefje in te leveren. De stembriefjes dienen identiek te zijn.
3. Er hebben zoveel stemmingen plaats als er personen zijn te benoemen, voor tedragen of aan te bevelen.
4. De vergadering kan op voorstel van de (vice-) voorzitter beslissen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje. De deelraad kan bepalen dat bepaalde stemmingen worden samengevat op één briefje.
5. Het stembureau onderzoekt of het aantal ingeleverde stembriefjes gelijk is aan het aantal leden dat ingevolge het tweede lid verplicht is een stembriefje in te leveren.
6. Wanneer de aantallen niet gelijk zijn worden de stembriefjes vernietigd zonder deze te openen en wordt een nieuwe stemming gehouden.
7. Voor het bepalen van de volstrekte meerderheid als bedoeld in artikel 30 van de Gemeentewet worden geacht geen stem te hebben uitgebracht die leden die geen behoorlijk stembriefje hebben ingeleverd. Onder een niet behoorlijk ingevuld stembriefje wordt verstaan:
- een blanco ingevuld stembriefje;
- een ondertekend stembriefje;
-
een stembriefje waarop meer dan één naam is vermeld, tenzij de
stemming
verschillende vacatures betreft;
-
een stembriefje waarbij, indien het een benoeming op voordracht
betreft, op
een persoon wordt gestemd die niet is voorgedragen;
-
een stembriefje waarbij op een andere persoon wordt gestemd dan die
waar
toe de stemming is beperkt.
In
geval van twijfel over de inhoud van een stembriefje beslist de
deelraad, op
voorstel van de (vice-) voorzitter.
8. Onder de zorg van de griffier worden de stembriefjes onmiddellijk na vaststelling
van de uitslag vernietigd.
Artikel 39 Herstemming over personen
Wanneer bij de eerste stemming niemand de volstrekte meerderheid heeft verkregen, wordt tot een tweede stemming overgegaan.
Wanneer ook bij deze tweede stemming door niemand de volstrekte meerderheid is verkregen, heeft een derde stemming plaats tussen twee personen, die bij de tweede stemming de meeste stemmen op zich hebben verenigd. Zijn bij de tweede stemming de meeste stemmen over meer dan twee personen verdeeld, dan wordt bij een tussenstemming uitgemaakt tussen welke twee personen de derde stemming zal plaatshebben.
Indien bij tussenstemming of bij de derde stemming de stemmen staken, beslistterstond het lot.
Artikel 40 Beslissing door het lot
Wanneer het lot moet beslissen, worden de namen van hen tussen wie de beslissing moet plaatshebben, door de (vice-) voorzitter op afzonderlijke, geheel gelijke, briefjes geschreven.
Deze briefjes worden, nadat zij door het stembureau zijn gecontroleerd, op gelijke wijze gevouwen, in een stembokaal gedeponeerd en omgeschud.
Vervolgens neemt de (vice-) voorzitter een van de briefjes uit de stembokaal. Degene wiens naam op dit briefje voorkomt, is gekozen.
Hoofdstuk 7: Rechten van leden
Artikel 41 Amendementen
Ieder lid kan tot het sluiten van de beraadslagingen amendementen indienen. Een amendement kan het voorstel inhouden om een geagendeerd voorstel in één of meer onderdelen te splitsen, waarover afzonderlijke besluitvorming zal plaatsvinden. Alleen beraadslaagd kan worden over amendementen die ingediend zijn door leden, die de presentielijst getekend hebben en in de vergadering aanwezig zijn.
Ieder lid dat in de vergadering aanwezig is, is bevoegd op het amendement datdoor een lid is ingediend, een wijziging voor te stellen (subamendement).
Elk (sub)amendement en elk voorstel moetom in behandeling genomen te kunnen wordenschriftelijk bij de (vice-) voorzitter worden ingediend, tenzij de (vice-) voorzitter - met het oog op het eenvoudige karakter van het voorgestelde - oordeelt, dat met een mondelinge indiening kan worden volstaan.
Intrekking, door de indiener(-s), van het (sub)amendement is mogelijk, totdat de besluitvorming door de deelraad heeft plaatsgevonden.
Op een motie, alsmede op een voorstel om de behandeling van een aan de orde gesteld onderwerp tot een volgende vergadering te verdagen, kunnen geen amendementen worden ingediend
Artikel 42 Moties
Ieder lid kan ter vergadering een motie indienen.
Een motie wordt alleen in behandeling genomen, indien deze schriftelijk bij de (vice-)voorzitter is ingediend.De tekst van een motie wordt door de indiener voorgelezen.
De behandeling van een motie over een aanhangig onderwerp of voorstel vindttegelijk met de beraadslaging over dat onderwerp of voorstel plaats.
De behandeling van een motie over een niet op de agenda opgenomen onderwerp vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende onderwerpen zijn behandeld.
De indiener van een motie kan deze intrekken voordat de besluitvorming door de vergadering heeft plaatsgevonden.
Artikel 43 Voorstellen van orde
De (vice-) voorzitter en ieder lid kunnen tijdens de vergadering mondeling een voorstel van orde doen, dat kort kan worden toegelicht.
2. Een voorstel van orde kan uitsluitend de orde van de vergadering betreffen.
3. Over een voorstel van orde beslist de deelraad terstond.
Artikel 44 Initiatiefvoorstel
Ieder lid heeft het recht een initiatiefvoorstel in te dienen.
Een initiatiefvoorstel wordt alleen in behandeling genomen, indien het schriftelijk bij de (vice-) voorzitter is ingediend.
De (vice-) voorzitter plaatst het voorstel op de agenda van de eerstvolgende ver-gadering, tenzij de schriftelijke oproep hiervoor reeds verzonden is. In dit laatste geval wordt het voorstel op de agenda van de daaropvolgende vergadering verplaatst.
De behandeling van het voorstel vindt plaats nadat alle op de agenda voorkomende voorstellen zijn behandeld, tenzij de deelraad oordeelt dat het voorstel met het oog op de orde van de vergadering tezamen met een ander geagendeerd voorstel of onderwerp dient te worden behandeld, het voorstel eerst dient te worden behandeld in een deelraadscommissie of voor advies naar het dagelijks bestuur dient te worden gezonden. In het laatste geval bepaalt de deelraad in welke vergadering het voorstel opnieuw geagendeerd wordt.
De deelraad neemt een voorstel, niet zijnde een voorstel voor een verordening, niet in behandeling indien het voorstel in strijd is met een wet, een algemene maatregel van bestuur of een verordening.
De deelraad kan nadere voorwaarden aan de indiening en behandeling van een voorstel, niet zijnde een voorstel voor een verordening stellen.
Artikel 45 Interpellatie *
Het verzoek tot het houden van een interpellatie wordt, behoudens in naar het oordeel van de (vice-) voorzitter spoedeisende gevallen, ten minste 72 uur voor de aanvang van de vergadering schriftelijk bij de (vice-) voorzitter ingediend. Het verzoek bevat een duidelijke omschrijving van het onderwerp waarover inlichtingen worden verlangd alsmede de te stellen vragen.
De (vice-) voorzitter brengt de inhoud van het verzoek zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden en het dagelijks bestuur. Na behandeling van de notulen van de vorige vergadering wordt het verzoek in stemming gebracht. De deelraad bepaalt op welk tijdstip tijdens de vergadering de interpellatie zal worden gehouden.
De interpellant voert niet meer dan tweemaal het woord, de overige leden, de (vice-)voorzitter en de leden van het dagelijks bestuur nietmeer dan eenmaal, tenzij de deelraad hen hiertoe verlof geeft.
Artikel 46 Schriftelijke vragen
Ieder lid kan aan de (vice-) voorzitter of aan het dagelijks bestuur schriftelijk vragen stellen
Schriftelijke vragen worden kort en duidelijk geformuleerd. De vragen kunnen van een toelichting worden voorzien. Bij de vragen wordt aangegeven, of schriftelijke of mondelinge beantwoording wordt verlangd.
De vragen worden bij de (vice-) voorzitter van de deelraad ingediend. Deze draagt er zorg voor dat de vragen zo spoedig mogelijk ter kennis van de overige leden van de deelraad en het dagelijks bestuurworden gebracht.
Schriftelijke beantwoording vindt zo spoedig mogelijk plaats, in ieder geval binnen dertig dagen, nadat de vragen zijn binnengekomen. Mondelinge beantwoording vindt plaats in de eerstvolgende deelraadsvergadering. Indien beantwoording niet binnen deze termijnen kan plaatsvinden, stelt het verantwoordelijk lid van het dagelijks bestuur de vragensteller hiervan gemotiveerd in kennis, waarbij de termijn aangegeven wordt, waarbinnen beantwoording zal plaatsvinden. Dit bericht wordt behandeld als een antwoord.
*gewijzigd 29 september 2003
De antwoorden worden door het verantwoordelijk lid van het dagelijks bestuur aan de leden van de deelraad medegedeeld.
De vragen en antwoorden worden gelijktijdig met de stukken als bedoeld in artikel 13 aan de leden van de deelraad toegezonden.
De vragensteller kan, bij schriftelijke beantwoording in de eerstvolgende deelraadsvergadering en bij mondelinge beantwoording in dezelfde deelraadsvergadering, na de behandeling van de op de agenda voorkomende onderwerpen nadere inlichtingen vragen omtrent het door de (vice-) voorzitter of door het dagelijks bestuur gegeven antwoord, tenzij de deelraad anders beslist.
Artikel 47 Vragenhalfuur (raadsleden aan dagelijks bestuur) *
Nadat alle op de agenda voorkomende voorstellen en de ingekomen stukken in de vergadering van de deelraad zijn behandeld en/of afgedaan, wordt een halfuur de mogelijkheid geboden tot het stellen van vragen over actuele onderwerpen, tenzij er bij de (vice-)voorzitter en/of griffier geen vragen zijn ingediend. In bijzondere gevallen kan het presidium bepalen dat het vragenhalfuur op een ander tijdstip wordt gehouden. De (vice-)voorzitter bepaalt per vergadering op welk tijdstip het vragenhalfuur eindigt.
Het lid dat tijdens het vragenhalfuur vragen wil stellen, meldt dit onder aanduiding van het onderwerp ten minste 12 uur voor aanvang van de vergadering bij de (vice-)voorzitter en/of griffier. De (vice-)voorzitter kan weigeren een onderwerp tijdens het vragenhalfuur aan de orde te stellen indien hij het onderwerp niet actueel acht, niet voldoende nauwkeurig acht aangegeven of indien het onderwerp in de deelraadsvergadering van die dag aan de orde komt.
De (vice-)voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen tijdens het vragenhalfuur aan de orde worden gesteld.
De (vice-)voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, voor de leden van het dagelijks bestuur en voor de overige leden. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen aan het dagelijks bestuur te stellen en een toelichting daarop te geven.
Na de beantwoording door (een lid of leden van) het dagelijks bestuur krijgt de vragensteller desgewenst het woord om aanvullende vragen te stellen.
Vervolgens kan de (vice-)voorzitter aan andere leden het woord verlenen om hetzij aan de vragensteller, hetzij aan het dagelijks bestuur vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.
Tijdens het vragenhalfuur kunnen geen moties worden ingediend.
Artikel 48 Inlichtingen
Indien een lid over een onderwerp inlichtingen als bedoeld in de artikelen 169, derde lid, en 180, derde lid, van de Gemeentewet verlangt, wordt een verzoek daartoe schriftelijk ingediend bij het dagelijks bestuur of de (vice-) voorzitter daarvan.
Een afschrift van dit verzoek wordt door de indiener in afschrift toegezonden aan de deelraad.
De verlangde inlichtingen worden mondeling of schriftelijk in de eerstvolgende of in de daarop volgende vergadering gegeven.
De gestelde vragen en het antwoord vormen een agendapunt voor de vergadering, waarin de antwoorden zullen worden gegeven.
* gewijzigd 29 september 2003
Hoofdstuk 8 Begroting en rekening
Artikel 49 Procedure begroting
Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding, het onderzoek, de behandeling en de vaststelling van de begroting volgens een procedure die de deelraad vaststelt.
Artikel 50 Procedure jaarrekening
Onverminderd het bepaalde in de Gemeentewet geschiedt de voorbereiding en het onderzoek van de jaarrekening en het jaarverslag, alsmede de vaststelling van de jaarrekening en van een eventueel indemniteitsbesluit volgens een procedure die de deelraad vaststelt.
Hoofdstuk 9 Besloten vergadering
Artikel 51 Algemeen
De (vice-) voorzitter schorst de openbare vergadering nadat ten minste eenvijfde deel van de leden die de presentielijst hebben getekend daarom verzoekt of de (vice-) voorzitter dit nodig oordeelt.
De (vice-) voorzitter verzoekt anderen dan de leden van de deelraad de zaal te verlaten met uitzondering van de griffier, de notulist en eventueel andere door hem aan te wijzen leden van het dagelijks bestuur en ambtenaren.
De leden beslissen of met gesloten deuren zal worden beraadslaagd. Indien wordt ingestemd met het beraadslagen met gesloten deuren, opent de (vice-) voorzitter de besloten vergadering.
Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van overeenkomstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering.
Artikel 52 Notulen
Deze notulen worden zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de deelraad een besluit over het al dan niet openbaar maken van deze notulen. De vastgestelde notulen worden door de (vice-) voorzitter en de griffier ondertekend.
Artikel 53 Geheimhouding
Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de deelraad overeenkomstig artikel 25, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De deelraad kan besluiten de geheimhouding op te heffen.
Artikel 54 Opheffing geheimhouding
Indien de deelraad op grond van het gestelde in artikel 25, derde en vierde lid, of artikel 55, tweede en derde lid, of artikel 86, tweede en derde lid, van de Gemeentewet voornemens is geheimhouding op te heffen wordt, indien daarom wordt verzocht door het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd, in een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.
Hoofdstuk 10 Toehoorders en pers
Artikel 55 Toehoorders en pers
De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen.
Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden.
Artikel 56 Geluid- en beeldregistraties
Degenen die in de vergaderzaal tijdens de deelraadsvergadering geluid- dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de (vice-) voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen.
Artikel 57 Verbod gebruik mobiele telefoons
In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de vergadering het gebruik, alsmede het stand-by houden van mobiele telefoons of andere communicatiemiddelen, die inbreuk kunnen maken op de orde van de vergadering, zonder toestemming van de (vice-) voorzitter, niet toegestaan.
Hoofdstuk 11 Slotbepalingen
Artikel 58 Uitleg reglement
In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de deelraad op voorstel van de (vice-) voorzitter.
Artikel 59 In werking treden
Dit reglement treedt direct in werking zodra het door de deelgemeenteraad is vastgesteld.
Op dat tijdstip vervalt het reglement van orde voor de vergaderingen van de deelraad van de deelgemeente Prins Alexander, vastgesteld bij raadsbesluit van 12 maart en van 14 maart 2002.
Artikel 60 Citeertitel
Dit reglement kan worden aangehaald als “Reglement van orde deelraad 2002”.
16RvO duaal dg 16
Versie 29-09-2003
