Direct naar hoofdmenu / zoekveld

Rvo commissies 2007

Reglement van orde voor de vergaderingen van de raadscommissies van de deelgemeente Prins Alexander 2007


De raad van de deelgemeente Prins Alexander;


Gezien het voorstel van 14 junil 2007 van het presidium;


Besluit:


vast te stellen het hierna volgende Reglement van orde voor de vergaderingen van de raadscommissies van de deelgemeente Prins Alexander 2007.


Hoofdstuk 1: Algemene bepalingen


Artikel 1 Begripsomschrijvingen

In dit reglement wordt verstaan onder:

  • commissies: deelraadscommissies zoals bedoeld in artikel 34 van de Deelgemeenteverordening 2002;

  • voorzitter: de voorzitter van een commissie of diens plaatsvervanger;

  • Presidium: de vicevoorzitter van de deelraad en de fractievoorzitters uit de deelraad;

  • griffier: de deelraadsgriffier of de plaatsvervangend deelraadsgriffier;

  • fractie: de leden van de deelraad die door het centraal stembureau op dezelfde kandidatenlijst verkozen zijn verklaard, worden bij aanvang van de zittingsperiode als één fractie beschouwd, alsmede één of meer leden van een fractie die gaan optreden als zelfstandige fractie, danwel twee of meer fracties die als één fractie gaan optreden of één of meer leden van een fractie die zich aansluiten bij een andere fractie en hiervan schriftelijk mededeling wordt gedaan aan de voorzitter van de deelraad.


Hoofdstuk 2: Instelling, taken en samenstelling


Artikel 2 Instelling commissies
  1. De deelraad stelt raadscommissies in.

  2. Deze commissies adviseren en overleggen over de door de deelraad benoemde onderwerpen.

  3. Indien een onderwerp meerdere commissies aangaat, wordt het onderwerp in de afzonderlijke commissies besproken, tenzij de voorzitters van de betrokken commissies in overleg beslissen dat een gezamenlijke vergadering van de commissies wordt belegd of de commissie die het onderwerp het meest aangaat, het onderwerp behandelt.

  4. Indien een gezamenlijke vergadering van commissies wordt belegd, vervult de voorzitter van de commissie die het onderwerp het meest aangaat, de taken van de voorzitter.


Artikel 3 Taken

Een commissie heeft de volgende taken:

  • het uitbrengen van advies aan de deelraad over een voorstel of onderwerp dat betrekking heeft op de door de deelraad benoemde onderwerpen, zoals bedoeld in artikel 2;

  • het uitbrengen van advies aan de deelraad uit eigener beweging;

  • voeren van overleg met het dagelijks bestuur over in ieder geval door het dagelijks bestuur verstrekte inlichtingen en het gevoerde bestuur ten aanzien van de in artikel 2 bedoelde onderwerpen en

  • platform van ontmoeting tussen burgers en volksvertegenwoordigers.


Artikel 4 Samenstelling en plaatsvervanging
  1. Een commissie bestaat uit:

- maximaal 1 lid voor deelraadsfracties van 1 t/m 3 leden;

- maximaal 2 leden voor deelraadsfracties van 4 t/m 6 leden en

- maximaal 3 leden voor deelraadsfracties van 7 leden en meer.

  1. De in het eerste lid genoemde leden worden door de deelraad uit de deelraad op voordracht van de fracties benoemd.

  2. De artikelen 10, 11, 12, 13 en 15 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op een lid van een commissie.

  3. De in lid 1 genoemde leden kunnen zich laten vervangen door een deelraadslid van dezelfde fractie.


Artikel 4a Burgerleden in commissies


  1. In afwijking van het bepaalde in artikel 4 kan een fractie, met inachtnemning van de formule: het aantal commissies min het aantal leden per fractie leidt tot het aantal toegestane burgerleden, burgerleden voordragen ter benoeming als plaatsvervangd lid van de commissies.

  2. Voor een dergelijke voordracht komen alleen personen in aanmerking van wie de naam voorkomt op een geldig verklaarde lijst van leden van de politieke groepering ten tijde van de laatst gehouden deelraadsverkiezingen.

  3. De voorgedragen burgerleden van de commissies worden door de deelraad benoemd.

  4. De artikelen 10, 11, 12, 13, 15, 28, 88 en 89 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op burgerleden, met dien verstande dat in artikel 15 tweede lid van de Gemeentewet voor Gedeputeerde Staten de deelraad moet worden gelezen.

  5. Een burgerlid geeft schriftelijk aan de voorzitter van de deelraad te kennen of hij de benoeming aanvaardt.

  6. Zodra blijkt dat een burgerlid van een commissie een van de vereisten van het lidmaatschap niet (meer) bezit of een met het lidmaatschap onverenigbare betrekking vervult, houdt hij op plaatsvervangend lid van een commissie te zijn.

  7. Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen, leggen de burgerleden in de deelraadsvergadering, in handen van de voorzitter van de deelraad, de volgende eed of belofte af:

    "Ik zweer (verklaar) dat ik, om tot burgerlid van de commissie benoemd te worden, rechtstreeks noch middellijk, onder welke naam of welk voorwendsel ook, enige gift of gunst heb gegeven of beloofd.

    Ik zweer (verklaar en beloof) dat ik, om iets in dit ambt te doen of te laten, rechtstreeks noch middellijk enig geschenk of enige belofte heb aangenomen of zal aannemen.

    Ik zweer (beloof) dat ik getrouw zal zijn aan de Grondwet, dat ik de wetten zal nakomen en dat ik mijn plichten als lid van de commissies naar eer en geweten zal vervullen.

    Zo waarlijk helpe mij God Almachtig!" (dat verklaar en beloof ik)



Artikel 5 Voorzitter

  1. De voorzitter en zijn plaatsvervanger worden door de deelraad uit zijn midden benoemd.

  2. De voorzitter is geen lid van de raadscommissie.

  3. De voorzitter is belast met:

  1. het leiden van de vergadering;

  2. het handhaven van de orde;

  3. het doen naleven van dit reglement.


Artikel 6 Zittingsduur en vacatures

  1. De zittingsperiode van een lid, de voorzitter en hun plaatsvervangers eindigt in ieder geval aan het einde van de zittingsperiode van de deelraad.

  2. Een lid en zijn plaatsvervanger houden op lid te zijn van een raadscommissie indien zij niet meer voldoen aan de in artikel 4, derde lid, gestelde eisen.

  3. De deelraad kan een lid ontslaan op voorstel van de fractie op wiens voordracht het lid is benoemd.

  4. De deelraad kan de voorzitter of zijn plaatsvervanger ontslaan.

  5. Een lid, de voorzitter en hun plaatsvervangers kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij doen daarvan schriftelijk mededeling aan de deelraad. Het ontslag gaat een maand na de schriftelijke mededeling in of zoveel eerder als hun opvolger is benoemd.

  6. Indien door overlijden of ontslag een vacature ontstaat, beslist de deelraad zo spoedig mogelijk over de vervulling daarvan met inachtneming van artikel 4.


Artikel 7 De griffier
  1. De griffier is in elke vergadering van de commissies aanwezig. Bij verhindering of afwezigheid wordt hij vervangen door de plaatsvervangend griffier of een daartoe door de deelraad vooraf aangewezen ambtenaar.

  2. De griffier kan indien hij daartoe door de voorzitter wordt uitgenodigd aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement deelnemen.


Hoofdstuk 3: Aanwezigheid dagelijks bestuur, deelgemeentesecretaris, ambtenaren, deskundigen en derden


Artikel 8 Dagelijks bestuur

  1. De voorzitter danwel de commissie kan één of meer leden van het dagelijks bestuur uitnodigen in de vergadering aanwezig te zijn en aan de beraadslagingen deel te nemen.

  2. Indien een lid van het dagelijks bestuur bij een vergadering aanwezig wil zijn en wil deelnemen aan de beraadslagingen, doet hij hiertoe een verzoek aan de voorzitter.


Artikel 9 Deelgemeentesecretaris, ambtenaren, deskundigen en derden

De voorzitter danwel de commissie kan het dagelijks bestuur verzoeken de deelgemeentesecretaris, andere ambtenaren, deskundigen of anderszins betrokkenen aanwezig te laten zijn in de vergadering en deel te laten nemen aan de beraadslagingen als bedoeld in deze verordening.


Hoofdstuk 4: Vergaderingen


Paragraaf 1 Tijdstip van vergaderen en voorbereidingen


Artikel 10 Vergaderfrequentie, vergaderdag en aanvangstijdstip

  1. In de regel vinden de vergaderingen van de commissies op een maandag éénmaal per 4 weken plaats, met uitzondering van de vakantieperioden.

  2. De vergadering vangen in de regel aan om 19.00 uur en vinden plaats in het Deelgemeentehuis Prins Alexander.

  3. Een commissie vergadert voorts indien de voorzitter het nodig oordeelt of indien tenminste twee fracties met opgaaf van redenen daarom verzoeken, danwel het Presidium daarom vraagt.

  4. De voorzitter danwel de commissie kan in voorkomende gevallen een andere dag of aanvangsuur bepalen of een andere vergaderplaats aanwijzen.


Artikel 11 Oproep

  1. De voorzitter zendt, spoedeisende gevallen uitgezonderd, ten minste tien dagen voor een vergadering de leden een schriftelijke oproep onder vermelding van de dag, het tijdstip en de plaats van de vergadering.

  2. De voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken, worden tegelijkertijd met de schriftelijke oproep aan de leden verzonden en openbaar bekendgemaakt. Dit met inachtneming van het derde lid.

  3. Stukken waarvoor op grond van artikel 86, eerste en tweede lid van de Gemeentewet ter bescherming van de in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur genoemde belangen een geheimhoudingsplicht geldt worden niet openbaar bekendgemaakt.


Artikel 12 De agenda

  1. Voordat de schriftelijke oproep wordt verzonden, stelt de voorzitter de agenda van de vergadering voorlopig vast.

  2. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproep tot uiterlijk 72 uur voor de aanvang van een vergadering een aanvullende agenda opstellen.

  3. Bij aanvang van de vergadering stelt de commissie de agenda vast. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de commissie bij de vaststelling van de agenda onderwerpen aan de agenda toevoegen of van de agenda afvoeren.

  4. Wanneer de commissie een onderwerp of voorstel onvoldoende voor de beraadslaging voorbereid acht, kan zij aan het dagelijks bestuur nadere inlichtingen of advies vragen.

  5. Op voorstel van een lid of de voorzitter kan de commissie de volgorde van behandeling van de agendapunten wijzigen.


Artikel 13 Ter inzage leggen van stukken

  1. Stukken, die ter toelichting van de onderwerpen of voorstellen op de agenda dienen, worden gelijktijdig met het verzenden van de schriftelijke oproep voor een ieder in het deelgemeentehuis ter inzage gelegd. De voorzitter maakt van de terinzagelegging melding in de openbare bekendmaking. Indien na het verzenden van de schriftelijke oproep stukken ter inzage worden gelegd, wordt hiervan mededeling gedaan aan de leden van de commissie en zo mogelijk in een openbare bekendmaking.

  2. Een origineel van een ter inzage gelegd stuk wordt niet buiten het deelgemeentehuis gebracht.

  3. Indien omtrent stukken op grond van artikel 86, eerste of tweede lid, van de Gemeentewet geheimhouding is opgelegd, worden deze stukken met de plicht tot geheimhouding toegezonden.


Artikel 14 Openbare bekendmaking

  1. De vergadering wordt door aankondiging in een huis-aan-huisblad, in het deelgemeentelijk informatieblad of op de voor afkondigingen in de deelgemeente gebruikelijke wijze en zo mogelijk door plaatsing op de internetsite van de deelgemeente openbaar bekendgemaakt.

  2. De openbare kennisgeving vermeldt:

  1. de datum, aanvangstijd en plaats van de vergadering:

  2. de wijze waarop en de plaats waar een ieder de voorlopige agenda en de daarbij behorende stukken kan inzien en

  3. de mogelijkheid tot het uitoefenen van het spreekrecht.



Paragraaf 2 Orde der vergadering


Artikel 15 Verhindering tot bijwoning vergadering

Het lid dat verhinderd is de vergadering bij te wonen, geeft daarvan vóór het begin van de vergadering, kennis aan de voorzitter of de griffier.


Artikel 16 Presentielijst

Bij binnenkomst in de vergaderzaal tekent ieder lid onmiddellijk de presentielijst. Aan het einde van elke vergadering wordt die lijst door de griffier door ondertekening vastgesteld.


Artikel 17 Opening vergadering, (ontbreken) quorum

  1. De vergadering wordt door de voorzitter geopend op het tijdstip waarop zij is belegd indien meer dan de helft van het aantal zitting hebbende leden blijkens de presentielijst aanwezig is.

  2. Wanneer een kwartier na de voor de vergadering bepaalde tijd het vereiste aantal leden niet aanwezig is, laat de voorzitter de namen van de afwezige leden door de griffier oplezen. Vervolgens deelt de voorzitter mede dat de vergadering niet kan worden gehouden. Tevens bepaalt de voorzitter onder verwijzing van artikel 20 Gemeentewet dag en uur van de volgende vergadering.


Artikel 18 Inspreekrecht burgers

  1. Na de opening van de vergadering is er voor een ieder, niet zijnde commissielid of lid van het dagelijks bestuur de gelegenheid het woord te voeren over niet op de agenda vermelde onderwerpen.

  2. Het woord kan niet gevoerd worden over:

  1. een besluit van het deelgemeentebestuur waartegen bezwaar en beroep openstaat of heeft opengestaan;

  2. benoemingen, keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen;

  3. een gedraging waarover een klacht ex artikel 9:1 van de Algemene wet bestuursrecht kan of kon worden ingediend.

  1. Vragen en/of opmerkingen worden, zo mogelijk, nog in dezelfde vergadering behandeld en beantwoord in de volgorde, waarin zij zijn ingediend. De voorzitter kan van deze volgorde afwijken indien daartoe naar zijn oordeel redenen van overwegend belang aanwezig zijn.

  2. Na mondelinge beantwoording kan de indiener nog vragen over hetzelfde onderwerp stellen en deze toelichten.

  3. De totaal beschikbare spreektijd bedraagt maximaal 30 minuten.

  4. Voor vragen en/of opmerkingen die niet aan de orde dreigen te komen kan de voorzitter met instemming van de commissie afwijken van het in het vijfde lid genoemde maximum van 30 minuten.

  5. Tevens is er voor een ieder, niet zijnde commissielid of lid van het dagelijks bestuur de gelegenheid het woord te voeren over onderwerpen die op de agenda staan vermeld.

  6. Onmiddellijk voor de behandeling van het betreffende agendapunt stelt de voorzitter degene(n) die van het in lid 7 bedoelde spreekrecht gebruik wenst (wen­sen) te maken (afzonderlijk) in de gelegen­heid het woord te voeren.

  7. Na beraadslaging door de commissie in eerste termijn en voorafgaand aan de beraadslagingen in tweede termijn worden insprekers in de gelegenheid gesteld op vragen en/of mededelingen vanuit de commissie te reageren.



Artikel 19 Notulen
  1. De ontwerpnotulen van de voorgaande vergadering worden, zo mogelijk, aan de leden toegezonden gelijktijdig met de schriftelijke oproep. De ontwerpnotulen worden op hetzelfde moment aan de overige personen die het woord gevoerd hebben, toegezonden.

  2. Bij het begin van de vergadering worden, zoveel mogelijk, de notulen van de vorige vergadering vastgesteld.

  3. De leden, de voorzitter, de leden van het dagelijks bestuur en de griffier hebben het recht, een voorstel tot verandering aan de commissie te doen, indien de notulen onjuistheden bevatten of niet duidelijk weergeven hetgeen gezegd of besloten is. Een voorstel tot verandering dient voor het vaststellen van de notulen bij de griffier te worden ingediend.

  4. De notulen moeten inhouden:

  1. de namen van de voorzitter, de griffier, de ter vergadering aanwezige leden, alsmede van de leden die afwezig waren, de aan­wezige leden van het dagelijks bestuur, de aanwezige ambtenaren en de overige personen die het woord gevoerd hebben;

  2. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest;

  3. een zakelijke samenvatting van het gesprokene met vermelding van de namen van de aanwezigen die het woord voerden;

  4. bij het desbetreffende agendapunt de naam en de hoedanigheid van die personen, aan wie het door de commissie is toegestaan op grond van dit reglement deel te nemen aan de beraadslagingen.

  1. De notulen worden opgesteld onder de zorg van de griffier.

  2. De vastgestelde notulen worden door de voorzitter en de griffier ondertekend.


Artikel 20 Behandeling ingekomen stukken (z.g. doorlopende lijst)

  1. Bij de commissie ingekomen stukken, respectievelijk schriftelijke mededelingen van het dagelijks bestuur aan de commissie, worden op een lijst geplaatst. Deze lijst wordt aan de leden toegezonden en bij de overige stukken ter inzage gelegd.

  2. Na de vaststelling van de notulen vindt de behandeling plaats van de door voorzitter voorgestelde (procedure van) afdoening van de ingekomen stukken.

  3. De behandeling van een stuk als in het vorige lid bedoeld kan slechts betrekking hebben op de procedurele wijze van afdoening.


Artikel 21 Spreekregels

  1. De leden en de leden van het dagelijks bestuur spreken vanaf hun plaats of van de spreekplaats en richten zich tot de voorzitter.

  2. Bij bijzondere gelegenheden kan de voorzitter bepalen dat de leden of de leden van het dagelijks bestuur vanaf een andere plaats spreken.


Artikel 22 Volgorde sprekers en voorstellen van orde

  1. Sprekers voeren het woord na het aan de voorzitter gevraagd en van hem verkregen te hebben.

  2. De volgorde van sprekers kan worden gewijzigd, wanneer een lid het woord vraagt over de orde van de vergadering.

  3. Een voorstel van orde kan door de voorzitter of een lid worden gedaan. Over een voorstel van orde beslist de commissie terstond.


Artikel 23 Aantal spreektermijnen

  1. De beraadslagingen over een onderwerp of voorstel vinden plaats in ten hoogste twee termijnen. Elke spreektermijn wordt door de voorzitter afgesloten.

  2. De commissie kan in bijzondere gevallen toestaan, dat van het bepaalde in het vorige lid, eerste zin, wordt afgeweken.

  3. Niemand, met uitzondering van de voorzitter, voert in één termijn meer dan eenmaal het woord.

  4. Bij de bepaling hoeveel malen een lid over hetzelfde onderwerp of voorstel het woord heeft gevoerd, wordt niet meegerekend het stellen van een feitelijke vraag over een in behandeling zijnd onderwerp of over een voorstel van orde.



Artikel 24 Spreektijd

  1. Voor een vergadering kan een spreektijdregeling worden ingesteld. Daartoe doet de voorzitter zo mogelijk voorafgaande aan, dan wel bij het begin of tijdens de vergadering een voorstel ten aanzien van de duur van de redevoeringen van de leden voor één of meer onderwerpen.

  2. De voorzitter kan ook een voorstel doen ten aanzien van de totale spreektijd gedurende de vergadering.

  3. De voorzitter brengt zijn voorstel(-len) zo mogelijk vóór de vergadering ter kennis van de leden van de commissie.

  4. Zodra de voor een spreker gestelde spreektijd is verstreken, is hij gehouden op uitnodiging van de voorzitter zijn rede onverwijld te beëindigen.

  5. Voldoet een spreker niet aan de in het vorige lid bedoelde uitnodiging, dan ont­neemt de voorzitter hem het woord.


Artikel 25 Storen in rede / Interrupties

Behoudens interrupties mag een spreker niet in zijn rede worden gestoord. De voorzitter kan even wel bepalen dat een spreker zijn betoog zonder verdere interrupties zal afronden.


Artikel 26 Beledigende uitdrukkingen e.d./ontnemen van het woord

  1. Indien een spreker zich beledigende of ongepaste uitdrukkingen veroorlooft of op welke wijze dan ook de orde verstoort, wordt hij door de voorzitter tot de orde geroepen. Hetzelfde geldt indien naar het oordeel van de voorzitter een spreker afwijkt van het onderwerp.

  2. Wanneer een spreker voortgaat met het bezigen van beledigende of ongepaste uitdrukkingen, het storen van de orde of het afwijken van het onderwerp in beraadslaging, ontneemt de voorzitter hem het woord. In de vergadering waarin dit plaats heeft, mag het lid, wie het woord is ontnomen, aan de beraadslagingen over het onderwerp in behandeling niet meer deelnemen. Hiervan is beroep op de vergadering niet toegelaten.

  3. De voorzitter is bevoegd om in de notulen niet te doen opnemen een weergave van door een spreker gebezigde beledigende of ongepaste uitdrukkingen, waarvoor die spreker tijdens de vergadering tot de orde geroepen is.

  4. De voorzitter kan een commissie voorstellen aan een lid dat door zijn gedragingen de geregelde gang van zaken belemmert, het verdere verblijf in de vergadering te ontzeggen. Over het voorstel wordt niet beraadslaagd. Na aanneming daarvan verlaat het lid de vergadering onmiddellijk. Zo nodig doet de voorzitter hem verwijderen. Bij herhaling van zijn gedrag kan het lid bovendien voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering worden ontzegd.


Artikel 27 Schorsing vergadering

De voorzitter kan ter handhaving van de orde de vergadering voor een door hem te bepalen tijd schorsen en – indien na de heropening de orde opnieuw wordt verstoord - de vergadering sluiten.


Artikel 28 Beraadslaging

  1. De commissie kan op voorstel van de voorzitter of een lid van de commissie besluiten over één of meer onderdelen van een onderwerp of voorstel afzonderlijk te beraadslagen.

  2. Op verzoek van een lid van de commissie of op voorstel van de voorzitter kan de commissie besluiten de beraadslaging voor een door hem te bepalen tijd te schorsen teneinde het dagelijks bestuur of de leden de gelegenheid te geven tot onderling nader beraad. De beraadslagingen worden hervat nadat de schorsingsperiode verstreken is.

  3. Over de voorstellen, bedoeld in het eerste en het tweede lid, wordt niet beraadslaagd.


Artikel 29 advies commissie

  1. De commissie kan ter vergadering advies uitbrengen, indien meer dan de helft van het aantal leden, als bedoeld in artikel 4, tweede lid, aanwezig is.

  2. Adviezen worden uitgebracht bij meerderheid van stemmen, berekend naar verhouding van het aantal zetels dat elke fractie in de deelraad heeft.

  3. Het gevoelen van een minderheid wordt in het commissieadvies tot uitdrukking gebracht.

  4. De adviezen van de commissie worden schriftelijk uitgebracht.



Hoofdstuk 5 Besloten vergadering


Artikel 30 Algemeen

  1. De voorzitter sluit de openbare vergadering nadat ten minste eenvijfde deel van de leden die de presentielijst hebben getekend daarom verzoekt of de voorzitter dit nodig oordeelt.

  2. De voorzitter verzoekt anderen dan de leden van de commissie de zaal te verlaten met uitzondering van de griffier, de notulist en eventueel andere door hem aan te wijzen leden van het dagelijks bestuur en ambtenaren.

  3. De leden beslissen of met gesloten deuren zal worden beraadslaagd. Indien wordt ingestemd met het beraadslagen met gesloten deuren, opent de voorzitter de besloten vergadering.

  4. Op een besloten vergadering zijn de bepalingen van dit reglement van overeen­komstige toepassing voor zover deze bepalingen niet strijdig zijn met het besloten karakter van de vergadering.


Artikel 31 Notulen

Deze notulen worden zo spoedig mogelijk in een besloten vergadering ter vaststelling aangeboden. Tijdens deze vergadering neemt de commissie een besluit over het al dan niet openbaar maken van deze notulen. De vastgestelde notulen worden door de voorzitter en de griffier ondertekend.


Artikel 32 Geheimhouding

Voor de afloop van de besloten vergadering beslist de commissie overeenkomstig artikel 86, eerste lid, van de Gemeentewet of omtrent de inhoud van de stukken en het verhandelde geheimhouding zal gelden. De commissie kan besluiten de geheimhouding op te heffen.


Artikel 33 Opheffing geheimhouding

Indien de commissie op grond van het gestelde in artikel 25, derde en vierde lid, of artikel 55, tweede en derde lid, of artikel 86, tweede en derde lid, van de Gemeentewet voornemens is geheimhouding op te heffen wordt, indien daarom wordt verzocht door het orgaan dat geheimhouding heeft opgelegd, in een besloten vergadering met het desbetreffende orgaan overleg gevoerd.


Hoofdstuk 6 Toehoorders en pers


Artikel 34 Toehoorders en pers

  1. De toehoorders en vertegenwoordigers van de pers kunnen uitsluitend op de voor hen bestemde plaatsen openbare vergaderingen bijwonen.

  2. Het geven van tekenen van goed- of afkeuring of het op andere wijze verstoren van de orde is verboden.

  3. De voorzitter is bevoegd, toehoorders die op enigerlei wijze de orde van de vergadering verstoren, te doen vertrekken. Toehoorders die bij herhaling de orde in de vergadering verstoren kan hij voor ten hoogste drie maanden de toegang tot de vergadering ontzeggen.


Artikel 35 Geluid- en beeldregistraties

Degenen die in de vergaderzaal tijdens de commissievergadering geluid- dan wel beeldregistraties willen maken doen hiervan mededeling aan de voorzitter en gedragen zich naar zijn aanwijzingen.


Artikel 36 Verbod gebruik mobiele telefoons

In de vergaderzaal, met inbegrip van de publieke tribune, is tijdens de vergadering het gebruik, alsmede het stand-by houden van mobiele telefoons of andere communicatiemiddelen, die inbreuk kunnen maken op de orde van de vergadering, zonder toestemming van de voorzitter, niet toegestaan.



Hoofdstuk 7 Slotbepalingen


Artikel 37 Uitleg reglement

In de gevallen waarin dit reglement niet voorziet of bij twijfel omtrent de toepassing van het reglement, beslist de commissie op voorstel van de voorzitter.


Artikel 38 Inwerkingtreding

  1. Dit reglement treedt in werking op de dag van bekendmaking.

  2. Op dat tijdstip vervalt het op 24 mei 2004 vastgestelde Reglement van orde voor de vergaderingen van de commissies van de deelgemeente Prins Alexander 2004

Artikel 39 Citeertitel

Dit reglement kan worden aangehaald als “Reglement van orde commissies 2007”.


Aldus vastgelegd in de openbare vergadering van 4 juli 2007.


de griffier, de voorzitter,





R.D. Weststrate. A.A.P. Eekhof





Bekendmaking op:


Inwerkingtreding op:

RvO commissies 2007 9



Zoeken
Uitgebreid zoeken