De deelraad van de deelgemeente Prins Alexander,
Gelezen het voorstel en het advies van de commissie Algemene Zaken, Financiën, Bedrijfsvoering en Veiligheidsbeleid d.d. 13 mei 2004;
Gelet op artikel 149 van de Gemeentewet en artikel 25 van de Tijdelijke referendumwet;
BESLUIT:
De Verordening Burgerinitiatief deelgemeente Prins Alexander vast te stellen.
De verordening komt als volgt te luiden:
Artikel 1
In deze verordening wordt verstaan onder:
a. deelraad: de raad van de deelgemeente Prins Alexander;
b. commissie: deelraadscommissie als bedoeld in artikel 34 van de Deelgemeenteverordening 2002".
c. dagelijks bestuur: dagelijks bestuur van de deelgemeente Prins Alexander;
d. burgerinitiatief: een schriftelijk en gemotiveerd verzoek van ingezetenen aan de deelraad om te beraadslagen en te besluiten over een door hen geformuleerd voorstel dat betrekking heeft op een deelgemeentelijke aangelegenheid;
e. ingezetenen: zij die hun werkelijke woonplaats in de deelgemeente hebben;
Artikel 2
Ingezetenen van veertien jaar en ouder kunnen een burgerinitiatief indienen.
Artikel 3
Een burgerinitiatief gaat niet over:
a. de uitvoering van besluiten van hogere bestuursorganen waaromtrent de deelraad geen beleidsvrijheid heeft;
b. de deelgemeentelijke procedures;
c. de deelgemeentelijke organisatie;
d. vaststelling en wijziging van de deelgemeentelijke begroting;
e. geldelijke voorzieningen voor ambtsdragers, gewezen ambtsdragers dan wel hun nagelaten betrekkingen of hun rechthebbenden;
g. handelingen en gedragingen van Dagelijks Bestuurders, deelraadsleden of ambtenaren waartegen een klacht kan worden ingediend op grond van de Algemene wet bestuursrecht of een door de deelraad of het Dagelijks Bestuur vastgestelde klachtenregeling;
h. benoemingen of functioneren van personen;
-
onderwerpen waartegen een bezwaar- of beroepsprocedure openstaat of heeft opengestaan;
-
onderwerpen waarover de deelgemeente niet bevoegd is;
-
een onderwerp dat louter een privé-belang betreft;
-
een onderwerp waarover korter dan 1 jaar voor indiening van het burgerinitiatief door de deelraad een besluit is genomen.
Artikel 4
1. Het burgerinitiatief wordt schriftelijk ingediend bij de voorzitter van de deelraad.
2. Het burgerinitiatief wordt ondersteund door ten minste 25 ingezetenen (buurtbewoners) van veertien jaar en ouder. *)
3. De ondersteuning bedoeld in het vorige lid blijkt uit medeondertekening door de ingezetene van een het burgerinitiatief.
4. Een medeondertekening als bedoeld in het vorige lid is pas geldig als naast de handtekening tevens de naam, het adres en de geboortedatum van de ingezetene worden vermeld.
Artikel 5
-
Het burgerinitiatief bevat met gebruikmaking van het in bijlage 1 van deze verordening opgenomen standaardformulier een voorstel aan de deelraad voor een door de deelraad te nemen besluit, voorzien van een motivering, waarbij inzicht wordt gegeven in de feiten, omstandigheden en belangen die van invloed kunnen zijn op de beoordeling van het burgerinitiatief.
-
Indien uit de realisering van het burgerinitiatief kosten voortvloeien, wordt daarvan een globale raming gegeven.
3. Het burgerinitiatief vermeldt de naam, het adres en de geboortedatum van minimaal een en maximaal drie ingezetenen die als vertegenwoordigers van het burgerinitiatief optreden.
Artikel 6
1. De voorzitter van de deelraad bericht de deelraad binnen twee weken na ontvangst van een burgerinitiatief of het burgerinitiatief voldoet aan de eisen bedoeld in de artikelen 4 en 5 en of sprake is van eventuele uitsluitingsgronden als bedoeld in artikel 3.
2. Indien een burgerinitiatief niet voldoet aan de eisen bedoeld in artikel 4 stelt de voorzitter van de deelraad de vertegenwoordigers bedoeld in artikel 5, derde lid, gedurende een termijn van ten hoogste vier weken in de gelegenheid om de vastgestelde gebreken te herstellen.
3. De voorzitter van de deelraad doet van een besluit als bedoeld in het vorige lid schriftelijk mededeling aan de vertegenwoordigers en aan de deelraad.
4. De termijn bedoeld in het tweede lid vangt aan met ingang van de datum van dagtekening van de schriftelijke mededeling bedoeld in het derde lid.
Artikel 7
1. De deelraad beslist in zijn eerstvolgende vergadering na ontvangst van het advies van de voorzitter bedoeld in artikel 6, eerste lid, over de behandeling van het burgerinitiatief.
2. Indien de deelraad het burgerinitiatief in behandeling neemt, stelt hij tegelijkertijd vast of gebruik wordt gemaakt van een van de mogelijkheden genoemd in het derde en het vierde lid van dit artikel en in welke deelraadsvergadering besluitvorming over het burgerinitiatief zal plaatsvinden.
3. De deelraad kan een burgerinitiatief om advies voorleggen aan het Dagelijks Bestuur. Hij stelt daarbij een termijn vast waarbinnen dit advies moet zijn uitgebracht.
4. De deelraad kan besluiten om over een burgerinitiatief het advies in te winnen van een commissie. Hij stelt daarbij een termijn vast waarbinnen dit advies moet zijn uitgebracht.
5. Beraadslaging en besluitvorming over een burgerinitiatief vindt plaats binnen acht weken nadat de deelraad heeft besloten om het burgerinitiatief in behandeling te nemen. Deze termijn kan ten hoogste eenmaal met vier weken worden verlengd.
6. Indien een burgerinitiatief wordt ingediend in de maanden juli of augustus kunnen de termijnen genoemd in het zesde lid, met acht respectievelijk vier weken worden verlengd.
Artikel 8
1. De voorzitter van de deelraad stelt een of meer van de vertegenwoordigers bedoeld in artikel 5, derde lid, in de gelegenheid het burgerinitiatief toe te lichten in de deelraadsvergadering waarin de beraadslaging over het burgerinitiatief plaatsvindt en eventuele vragen uit de deelraad te beantwoorden.
2. De voorzitter van de deelraad kan een of meer van de vertegenwoordigers bedoeld in artikel 5, derde lid, toestemming geven om deel te nemen aan de beraadslaging in de deelraad over het burgerinitiatief.
3. Indien de deelraad toepassing heeft gegeven aan artikel 7, vierde lid, zijn het eerste en het tweede lid van dit artikel van overeenkomstige toepassing.
Artikel 9
-
De deelraad stelt de vertegenwoordigers bedoeld in artikel 5, derde lid, binnen twee weken na de datum van de deelraadsvergadering waarin besluitvorming over het burgerinitiatief heeft plaatsgevonden schriftelijk in kennis van zijn besluit. Indien de
deelraad geheel of gedeeltelijk afwijkt van het burgerinitiatief geeft hij de redenen daarvoor aan.
2. Indien de deelraad geheel of gedeeltelijk overeenkomstig het burgerinitiatief besluit, deelt het Dagelijks Bestuur de vertegenwoordigers binnen twee weken na de deelraadsvergadering als bedoeld in het eerste lid van dit artikel mede wanneer met de uitvoering van het deelraadsbesluit zal worden gestart en bij welke medewerker van de deelgemeente Prins Alexander de vertegenwoordigers nadere inlichtingen kunnen inwinnen, en wat de duur van de uitvoering zal zijn.
Artikel 10
Deze verordening treedt in werking op 1 oktober 2004 met inachtneming van artikel 25 van de Tijdelijke referendumwet.
Artikel 11
Deze verordening wordt aangehaald als: Verordening burgerinitiatief deelgemeente Prins Alexander.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 20 september 2004.
De plv. griffier, De voorzitter,
J.W. Kromdijk E.G. van Duin.
Bekendmaking op 30 september 2004.
Inwerkingtreding op 1 oktober 2004.
Laatstelijk gewijzigd bij besluit van 4 juni 2007 en
Bekendgemaakt op 13 juni 2007
|
C:\WINDOWS\TEMP\convert3855022224531207772.doc |
Pagina 3 van 3 |
