Direct naar hoofdmenu / zoekveld

Verslag deelraadsvergadering 29 juni 2010


Verslag van de openbare vergadering van de deelgemeenteraad Hillegersberg-Schiebroek, gehouden op 29 juni 2010, om 20.00h, in de 'Castagnet'


Aanwezig:



De voorzitter:

de heer J.C. van Duin


De griffier:

mevrouw J.I. Weening





De leden:

mevrouw C.M.C. van den Berg

VVD


de heer R. Elouachoun

PvdA


de heer N.J. van Esch

Leefbaar Rotterdam


mevrouw C.C.P.S.A. Everse

Leefbaar Rotterdam


de heer C.B. van Holst

OPLW


de heer J. de Hoog

VVD


de heer H.M. Kamps

GroenLinks


de heer E.M. van der Kroft

GroenLinks


mevrouw S. Kos

PvdA


de heer W.J. Martinot

Leefbaar Rotterdam


de heer A.P. Moeken

Leefbaar Rotterdam


de heer J. van Poeteren

VVD


mevrouw M.C. Spaan-Klauss

D66


de heer E.W.M. Sterenborg

PvdA


mevrouw M.J.K. van Velzen-Ruit

CDA


de heer R.L.P. Vermeulen

PvdA


de heer M. Wang

VVD


de heer J.W. Ypeij

D66




Leden DB:

mevrouw D.E. de Coninck



de heer J.C. van Duin



de heer A. Pieterson



de heer G.A. Plezier





Afwezig:

de heer G.W.J. Hagenaars

CDA




Verslag:

OM NOTULISTEN, Leiden



  1. Opening, mededelingen en vaststelling agenda.

De voorzitteropent de vergadering en heet iedereen welkom. Bericht van verhindering is binnengekomen van de heer Hagenaars. De heer Penninga heeft zich voorlopig teruggetrokken als kandidaat burgercommissielid en de heer Van Hoorn kan vandaag niet aanwezig zijn. Voorts meldt hij welke stukken er op tafel liggen en stelt hij vast dat de deelraad ermee akkoord gaat het bestemmingsplan deelgemeentekantoor aan de agenda toe te voegen als punt 15a.

De heer Kamps meldt dat GroenLinks een motie over het Gedenkbos wil toevoegen.

De heer Moekenverzoekt een motie over het jazzfestival te mogen toevoegen.

De voorzittermeldt dat de moties worden toegevoegd als de agendapunten 15b en 15c.


  1. Lijst ingekomen stukken.

Er zijn geen vragen of opmerkingen over de lijst van ingekomen stukken.


  1. Inspreekrecht niet-leden van de deelraad over de op de agenda vermelde onderwerpen.

Mevrouw Van Meershoek(Bewoners Organisatie Kleiwegkwartier - BOK -) stelt dat bewoners geen nachtelijke overlast mogen hebben. Ze verwacht niet dat de overlast afneemt door het verwijderen van de voetbalkooi. Voorzieningen voor jongeren in het Kleiwegkwartier zijn dun gezaaid en omdat afbreken leidt tot kapitaalvernietiging pleit ze ervoor de voetbalkooi in stand te houden en de overlast blijvend en hard aan te pakken. De overgrote meerderheid van de Kleiwegkwartierbewoners is het daarmee eens en daarom zal de BOK via de rechter proberen de afbraak tegen te houden. Ze hoopt dat de gang naar de rechter overbodig wordt en dat de deelraad en het DB het maximale zullen doen om de overlast te bestrijden en de voetbalkooi te laten zoals het is. Tot slot benadrukt ze het belang van een vaste buurtagent: die ontbreekt momenteel.

De heer Van Holsteinzegt als bespeler van de voetbalkooi niet te begrijpen dat er nog steeds gepraat wordt over de voetbalkooi. De voetballers daar doen hun best de overlast zoveel mogelijk te beperken maar er wordt nog steeds door buurtbewoners gebeld en ze krijgen nog steeds boetes. Hij begrijpt de commotie niet want de jongeren hebben geen kwade bedoelingen.

De Voorzittermeldt dat de inspraakreacties bij het betreffende agendapunt worden betrokken.


  1. Vragenhalfuur leden deelraad aan leden dagelijks bestuur.

De heer Moekenstelt dat bij bebouwing van de groenstrook voor de Montessorischool in het bouwplan Abeelweg er buitenspeelruimte voor de kinderen verdwijnt. Tevens verdwijnt daarmee de mogelijkheid voor toekomstige uitbreidingsplannen van de school. Daarnaast zal het bestrate gedeelte gevaar opleveren als die gebruikt wordt als inrit naar de parkeerplaatsen van de woningen. Hij heeft dan ook de volgende vragen: 1) voldoet de oppervlakte van de huidige buitenspeelruimte binnen het hek van de school nog aan de geldende normen, aangezien zowel het aantal klaslokalen als het aantal kinderen de afgelopen jaren flink is uitgebreid? 2) bij ongewijzigde uitvoering van het bouwplan komt de school volledig uit zicht achter de woningen te liggen en het drukke autoverkeer bij het halen en brengen zal onveilige situaties opleveren. Kan het DB de veiligheid van de kinderen en de ouders garanderen? Welke verkeersmaatregelen stelt het DB daarbij voor? 3) is het DB op de hoogte dat de school op dit moment werkt aan een plan voor de realisering van een multifunctionele gymnastiekruimte door overkapping van de binnenplaats? 4) heeft het DB hierover contact met het bestuur of de directie van de school of zal dit op korte termijn plaatsvinden? 5) het bouwplan voor de woningen blokkeert deze mogelijkheid omdat er dan nog meer buitenspeelruimte zal verdwijnen. Dan zal er zeker niet meer aan de normen op dat gebied kunnen worden voldaan. Acht het DB het wenselijk dat deze mogelijkheid verdwijnt, aangezien zowel het aanzetten tot meer beweging bij de jeugd als het realiseren van meer gymnastiekzalen zijn opgenomen als beleidsvoornemens voor de komende 4 jaar? 6) is het DB van mening dat de bebouwing van de groenstrook een essentieel onderdeel is van het totale bouwplan en het ene gedeelte niet zonder het andere kan worden uitgevoerd? Zo ja, accepteert het DB de consequentie dat alle uitbreidingsmogelijkheden voor de school tot in lengte van jaren onmogelijk zullen worden? Zo nee, is het DB bereid in contact te treden met het OBR en de projectontwikkelaar om het bebouwen van deze groenstrook te heroverwegen en het informele gebruik van dit terrein door de school te formaliseren voor langere termijn?

De heer Pleizierantwoordt dat de dienst JOS primair verantwoordelijk is voor huisvesting binnen de deelgemeente. De huidige buitenspeelruimte voldoet aan de norm. V.w.b de verkeersmaatregelen staat de veiligheid voor ouders en kinderen voorop. Met een veilige afwikkeling van het verkeer zal nadrukkelijk bij de totstandkoming van de vervolgplannen rekening worden gehouden. Dat zal uiteindelijk in een inrichtingsplan - dat tot stand komt samen met de school en omwonenden - naar voren komen dat aan de deelraad wordt voorgelegd.

Tot op hedenmiddag was spreker niet op de hoogte van de plannen voor een multifunctionele gymnastiekruimte. Op korte termijn is er wel een afspraak met de school en zal dit plan waarschijnlijk aan de orde komen.

Het DB heeft bewegen van de jeugd hoog in het vaandel en het realiseren van meer gymnastiekzalen als uitgangspunt. De deelgemeente, JOS, S+R en sportlocatie NIO/de Meeuwen hebben na overleg afgesproken dat de jeugd op vaste tijden de kunstgrasvelden mag gebruiken die daar recent zijn geplaatst. Voorts is het DB van mening dat bebouwing van de groenstrook een essentieel onderdeel is van het totale bouwplan. Dat betreft een totaaldeal tussen ontwikkelaar en het OBR. Dat houdt in dat de uitbreidingmogelijkheden voor de school niet of zeer beperkt aanwezig zijn. Het projectbureau heeft bij het OBR een reservering m.b.t. beide percelen. Op het moment dat deze grondreservering omgezet wordt in een definitieve overeenkomst zal het DB daar nog een advies over geven.


De heer Kamps meldt dat omwonenden van de Mattheusschool tijdens de informatieavond hebben aangegeven de aanleg van een trapveldje op het parkeerterreintje in de Vuurpijlstraat niet te zien zitten. Ze vrezen voor overlast en er zijn geen kinderen in de buurt die daar gebruik van willen maken. Daarbij speelt een rol dat er dichtbij een trapveldje is bij het Ganzerikplein. GroenLinks heeft de volgende vragen: 1) de bestemming van deze locatie is volgens het vigerende bestemmingsplan maatschappelijke voorziening: kan een trapveldje als zodanig worden aangemerkt? 2) is het DB van mening dat het ongelukkig is dat de aanvraag voor de bouwvergunning van dit trapveldje met kooi al werd ingediend voordat de informatieavond voor omwonenden had plaatsgevonden? 3) vindt het DB, gelet op de afstand tot de woningen, dat deze locatie geschikt is voor de aanleg van een trapveldje? 4) naar verluidt gaat de Mattheusschool binnen 2 of 3 jaar verhuizen. Is dat van belang bij het nemen van besluiten over de aanleg en de herinrichting? Zo ja, op welke wijze? 5) hoe groot acht het DB de kans dat de aanleg van het trapveldje gecombineerd wordt met een herinrichting van dat gedeelte van de Vuurpijlstraat in opdracht van de deelgemeente? Welke kosten zijn daarmee gemoeid? 6) welke maatregelen gaat het DB in overleg met de buurt en school treffen om overlast te voorkomen, als de aanleg toch doorgaat?

De heer Pleiziermeldt dat het veldje door oudere kinderen van de school gebruikt zouden worden. In die zin past het veldje binnen het bestemmingsplan. Het huidige gebruik van het terrein als parkeerplaatsen lijkt minder te passen in de bestemming maatschappelijke voorziening. Het DB meent dat het past maar het is dS+V die dat uiteindelijk zal toetsen. Ook zal dS+V toetsen of de aanleg van het veldje geschikt is in relatie tot de afstand van de woningen.

Wat betreft het indienen van de aanvraag vóór de informatieavond is het zo dat iedere initiatiefnemer op elk willekeurig moment een aanvraag voor een bouwaanvraag kan indienen, ongeacht of omwonenden daarbij worden geïnformeerd. Het is aan de initiatiefnemer zelf om de buurt erbij te betrekken. De initiatiefnemer had aangegeven de omwonenden te willen informeren over de plannen voor ze in uitvoering te brengen. Of een aanvraag dan is ingediend, is niet van belang: omwonenden kunnen namelijk bezwaar maken als er een besluit genomen is.

De heer Pieterson zegt dat het de verwachting is dat de Mattheusschool over een aantal jaar zal verhuizen maar op dit moment is er nog geen nieuwe locatie voor de school beschikbaar. Desondanks heeft de school de wens voor een trapveldje en daarvoor is budget beschikbaar gesteld door de dienst JOS. Het staat de school dan vrij een bouwaanvraag in te dienen want het is geen toetsingscriterium of een aanvrager binnen een bepaalde periode van plan is te verhuizen.

De voorgenomen aanleg van het trapveldje was voor de deelgemeente aanleiding om te kijken of de directe buitenruimte van de Vuurpijlstraat kon worden opgeknapt en heringericht. Dat zou de Vuurpijlstraat als geheel een beter aanzien kunnen geven. De kans dat financiële middelen worden gevonden voor een evt. herinrichting van de Vuurpijlstraat, primair het verplaatsen van de parkeerplaats en een verbetering van de groenvoorziening, wordt reëel geacht. Dit bevindt zich nog in een onderzoekende fase. In hoeverre de aanleg van een trapveldje zal worden gecombineerd met de herinrichting hangt uiteraard samen met de financieringsmogelijkheden door de deelgemeente en ook met de vraag of de Mattheusschool wel of niet een bouwvergunning krijgt.

Hoe hoog de kosten van de herinrichting zijn, kan niet concreet worden benoemd. Als referentiekader wordt in deze de vierkante meterprijs gebruikt zoals GW die hanteert bij de aanleg van parkeerplaatsen, bestrating en groen.

V.w.b. maatregelen tegen overlast is de school in eerste instantie verantwoordelijk voor overleg met omwonenden om te bezien op welke manieren mogelijke overlast kan worden tegengegaan. Bewoners hebben onlangs aangegeven met de school te willen bespreken welke mogelijkheden er zijn om aan het plan een dusdanige invulling te geven dat omwonenden zich daarin ook kunnen vinden. Het voorkomen van overlast zal daarin een belangrijk aandachtspunt zijn. Als het trapveld er daadwerkelijk komt, zal het door de deelgemeente aangemerkt worden als speelplek. Toezicht en handhaving zullen op dezelfde manier worden uitgevoerd als bij andere vergelijkbare speelplekken zoals die op meerdere locaties in de deelgemeente voorkomen.

De heer Kamps proeft uit de beantwoording dat de deelgemeente afwacht hoe het zich ontwikkelt. Hij verwacht echter een actievere houding van het DB bij de aanleg van trapveldjes. Hij spoort het DB aan zich daarin actiever op te stellen en zich er meer mee te bemoeien.

De heer Van Duingeeft aan dat het DB kennis genomen heeft van de opmerkingen.

De heer Kamps heeft begrepen dat de evaluatie van de zgn. pilot Bergingen in voortuinen inmiddels aan de deelraad is aangeboden en dat het DB het in de deelraad of commissies zal aanbieden. Die vragen zal GroenLinks dus niet meer hoeven te stellen. De vraag die rest, is tot welke aanpassing van het beleid of de uitvoering, de evaluatie het DB al heeft doen besluiten.

De heer Van Duinmeldt dat de evaluatie tot de conclusie heeft geleid dat het beleid voldoet en voldoende helder is. Inmiddels heeft bijna iedereen aan de aanschrijving voldaan. N.a.v. deze pilot en n.a.v. een verzoek om handhaving is besloten om het tweede traject te starten en daarbij is gekozen voor het Berglustkwartier. Dat betekent dat er geen aanpassing van het beleid is.

Mevrouw Kosvraagt aandacht voor de verkeersveiligheid in de directe omgeving van de halte Meijersplein. Ze stelt daaromtrent de volgende vragen: 1) is het DB op de hoogte van de slechte staat van de voetgangersbrug die het voetgangerspad van de oude halte Wilgenplas verbindt met het voetgangerspad richting de nieuwe halte Meijersplein? Is het DB op de hoogte van het oplapwerk op het looppad van de brug dat de afgelopen weken is uitgevoerd voortkomend uit het wegvallen van delen van de balken? Hoe beoordeelt het DB dat? Is het DB ook van mening dat er sprake is van een gevaarlijke situatie die snel op een duurzame manier verholpen moet worden? Welke acties kunnen voetgangers verwachten en op welke termijn? 2) is het parkeerverbod dat onlangs in de omgeving van het Meijersplein is ingesteld, ingegeven door het niet tijdig en volledig opleveren van het parkeerterrein aan de andere kant van de G.K. van Hogendorpweg? Gaat het om een tijdelijke maatregel en worden de effecten gevolgd en geëvalueerd? Is deze maatregel met de bewoners besproken? Welke consequenties heeft het voor de bewoners van dat gebied? Worden zij niet de dupe van het falen van anderen?

De heer Pieterson zegt dat de tekortkomingen van de brug hem niet bekend zijn. Daarover is met de deelgemeente niet gecommuniceerd. Als het gaat om een gevaarlijke situatie moet dat duurzaam worden opgelost. Hij gaat morgen direct aan de slag om het uit te zoeken.

Het parkeerterrein is op tijd opgeleverd en het parkeerverbod is hem niet bekend. Hij zegt toe ook dat uit te zoeken en ermee aan de slag te gaan. Voorts meldt hij dat een bureau in opdracht van de stadsregio een enquête uitvoert over de fietskluizen bij de Melanchthonhalte.

De heer Kamps stelt dat het een kleine moeite is om na te gaan of er een parkeerverbod is.

De heer Pieterson zegt dat het niet kon worden nagekeken door ziekte van de medewerker.


  1. Vaststelling verslag van de deelraadsvergadering van 13 april 2010.

De heer Van der Kroftmerkt op dat de voorzitter op p.6 de aanwezigen heeft verzocht om "te gaan staan" i.p.v. "te gaan". Met deze wijziging wordt het verslag vastgesteld.


  1. Benoemen leden van de commissie voor Stemopneming en commissie tot Onderzoek van de geloofsbrieven.

De voorzitter stelt voor de heren Van Holst en Kamps en mevrouw Everse te benoemen tot leden van de Commissie voor Onderzoek van de geloofsbrieven. Hiermee wordt unaniem ingestemd. Vervolgens stelt hij voor de heren De Hoog, Ypeij en mevrouw Ruit te benoemen als leden van de Commissie voor Stemopneming. Ook hiermee wordt ingestemd.


  1. Aanpassingen Reglement van Orde deelraad commissies.

De voorzitterbrengt het ontwerp-besluit in stemming. Hij constateert dat er 18 stemmen voor zijn. Daarmee is het besluit unaniem aangenomen.


  1. a. Benoemen burgercommissieleden.

De Voorzittergeeft het woord aan de heer Van Holst.

De heer Van Holstzegt dat de stukken nauwkeurig zijn bestudeerd en dat de commissie geen onordelijke feiten kunnen ontdekken in de stukken. Alle kandidaten zijn derhalve benoembaar.

De voorzitterschorst de vergadering voor het uitdelen en controleren van de stembriefjes.


De voorzitterheropent de vergadering en geeft het woord aan de heer De Hoog.

De heer De Hoogmeldt dat voor de heren Bezemer, Kahmann, Van Rij, Diske, Kuil, Peutz, Lubbers, Van der Hoeven en Keesmaat 18 stemmen zijn uitgebracht. Op de heren Van Leeuwen, Mast en Fens zijn 17 stemmen voor en 1 blanco stem uitgebracht. Voor de benoeming van de heer Van der Kroft als lid van de commissie ABZ en voor de benoeming van de heer Elouachoun als lid van de commissie Schiebroek-Tebregge zijn 17 stemmen en 1 blanco stem uitgebracht.

Tot slot meldt hij dat voor de benoeming van de heren Kamps en Martinot als lid van de werkgeverscommissie 16 stemmen voor en 2 blanco stemmen zijn uitgebracht.

De voorzitter bedankt de leden van beide commissie en ontbindt beide commissies.

Alle burgercommissieleden hebben voldoende stemmen gekregen. Hij verzoekt de heren Bezemer, Diske, Fens, Van der Hoeven, Kahmann, Keesmaat, Kuil, Van Leeuwen, Lubbers, Mast, Peutz en Van Rij naar voren te komen voor het afleggen van de eed of de verklaring en belofte.

De voorzitter leest vervolgens de tekst van de eed voor, waarop de heen Fensantwoordt met: "zo waarlijk helpe mij God almachtig".

De voorzitter leest vervolgens de tekst van de verklaring en de belofte voor, waarop de heren Bezemer, Diske, Van der Hoeven, Kahmann, Keesmaat, Kuil, Van Leeuwen, Lubbers, Mast, Peutz en Van Rijantwoorden met: "dat verklaar en beloof ik".

De voorzitter verklaart dat de heren J.S.B. Bezemer, E. Kahmann, E.J. van Leeuwen, C.G. Mast, P.L. van Rij, de heer R. Diske, R. Kuil, F.J.D. Peutz, R.J. Lubbers, M.H. Penninga, L. van der Hoeven en R. Keesmaat hiermee zijn benoemd tot burgercommissielid van de raad van de deelgemeente Hillegersberg-Schiebroek. Hij feliciteert alle leden met hun benoeming en wenst hen succes met hun werkzaamheden.


8) b. Benoemen nieuwe leden commissies.

De voorzitterstelt vast dat de deelraad heeft ingestemd met dit voorstel. Daarmee is de heer Van der Kroft benoemd tot lid van de commissie ABZ en de heer Elouachoun benoemd tot lid van de commissie Schiebroek-Terbregge.


8) c. Benoeming werkgeverscommissie griffie.

De voorzitterstelt vast dat de deelraad heeft ingestemd met dit voorstel. Daarmee zijn de heren Kamps en Martinot - samen met de heer Sterenborg als nestor van de raad - benoemd tot lid van de werkgeverscommissie griffie.

De voorzitterschorst vervolgens de vergadering om allen te feliciteren met hun benoemingen.


  1. Stand van zaken overlast en voetbalkooi Johan de Wittlaan.

De voorzitterheropent de vergadering. Hij meldt dat er bij dit punt geen stukken zijn en dat er geen besluit wordt voorgelegd. In het presidium is afgesproken dit punt te agenderen ook naar aanleiding van hetgeen in de commissie Hillegersberg aan de orde is geweest. Daarnaast kan vanavond de laatste stand van zaken worden gewisseld en kan bekeken worden wat er verder aan uitspraken wordt gewisseld of wat er aan acties zou moeten gebeuren.

Vanuit het DB wordt maximaal ingezet op het bestrijden van overlast, zowel binnen als buiten de kooi. Ten aanzien van de voetbalkooi zelf is er tegen het besluit van het DB - het volgen van het advies van de bezwaarschriftencommissie en de bouwvergunning voor de kooi niet af te geven - beroep aangetekend. Dat betekent dat het besluit van het DB nog niet onherroepelijk is. Zodoende dient het DB af te wachten wat de beslissing van de rechter in deze is. Het DB wacht de uitspraak van de rechter derhalve af. Dit is niet veel anders dan in de commissie is besproken.


De heer Van Holstverzoekt het DB een standpunt in te nemen. Bij de jongeren is het bewustzijn gestegen dat ze zich aan de regels moeten houden. Dat gebeurt al grotendeels. Ondanks dat dat een positief effect heeft, hoort hij het DB niet het standpunt innemen om zich in te zetten de voetbalkooi te handhaven. De voetbalkooi is immers een aardige voorziening. De OPLW verwacht meer van het DB dan een afwachtende houding. Hij roept het DB op een standpunt in te nemen. De OPLW wil de voetbalkooi handhaven, maar het DB blijkbaar niet.

Mevrouw Ruitvraagt welke mogelijkheden de OPLW ziet om de kooi alsnog te legaliseren uitgaande van de twee adviezen van de bezwaarschriftencommissie die er liggen.

De heer Van Holstantwoordt dat het DB zich niet achter de regels moet verschuilen. Het gaat erom dat als je iets wilt, je je daarover moet uitspreken. Spreker is iemand die een richting uit wil. Het DB wil dat niet en dat is zijn verwijt aan het DB.

De heer Kamps sluit zich aan bij de OPLW als het gaat om een duidelijke positiebepaling door het DB. Aanvankelijk leek het er op dat het DB een opvatting had die tegenovergesteld was aan het vorige DB. Nu bespeurt GL een afwachtende houding bij het DB en de neiging om zich achter een eventuele stellingname van de raad te verschuilen. GroenLinks wil meer visie op de situatie en een uitleg van wat het DB nastreeft en waarom. Voor het overige zijn er geen nieuwe argumenten op tafel gekomen sinds de vorige discussies. Het heeft niet veel zin om die discussie te herhalen. Destijds was al bekend dat veel mensen in het Kleiwegkwartier de kooi willen behouden en dat er mensen zijn - misschien wat minder in aantal - die de kooi weg willen hebben. Dat is niets nieuws. De zaak ligt nu bij de rechter voor wat betreft de handhaving. De vergunningskwestie is een ander verhaal, hoewel het niet aannemelijk is dat over de vergunning een ander oordeel zal komen dan in de handhavingkwestie. Momenteel kan er weinig gedaan worden: het is afwachten hoe de rechter zich in deze zaak gaat uitspreken. Vervolgens zal er een nieuwe situatie zijn. Alle andere initiatieven lopen daarop vooruit en maken de zaak alleen maar gecompliceerder. Zijn insteek is om nu even een pas op de plaats maken en te wachten tot de rechterlijke uitspraak er is.

Mevrouw Ruitmeldt dat overlast ervoor heeft gezorgd dat omwonenden erachter zijn gekomen dat de kooi illegaal is. Die hebben op basis van verschillende argumenten twee keer van de bezwaarschriftencommissie gelijk gekregen t.a.v. de vraag of de kooi gelegaliseerd kon worden volgens het bestemmingsplan. De afgelopen periode zijn daarover diverse meningen geuit. Men kan er van alles van vinden en ook het CDA heeft er een mening over: het CDA wil daar speelmogelijkheden maar het gaat er niet om wat het CDA wil maar wat de rechter ervan vindt. Vooropgesteld vindt het CDA overlast onacceptabel. Er moet dan ook op ingezet worden dat de overlast geminimaliseerd wordt. Dat gebeurt ook en dat is ook gebeurd. Daarnaast wordt er niet door iedere gebruiker van de voetbalkooi overlast veroorzaakt, alhoewel spreekster zich wel kan voorstellen dat het geluid dat de voetbalkooi veroorzaakt op bepaalde momenten best storend kan zijn. Een feit blijft wel dat de voetbalkooi en de appartementen er staan en dat er overlast is. Men kan wel vinden dat de kooi er moet blijven staan maar als dat juridisch niet mogelijk is, houdt het op. Daarom was ze destijds van mening en dat is ze nog steeds - aangezien ze geen nieuwe feiten heeft gehoord - dat de kans klein is dat vervolgprocessen succesvol zijn als de bezwaarschriftencommissie twee keer heeft aangegeven dat het juridisch niet mogelijk is. Dat is ook de reden dat ze van mening is dat er gehoor gegeven moet worden aan de uitspraak van de bezwaarschriftencommissie. Dat betekent helaas dat de kooi afgebroken wordt. Evenwel betekent dat niet dat er helemaal geen speelgelegenheid komt. Er zijn andere mogelijkheden, maar dat moet dan wel gezocht worden binnen het bestemmingsplan. Ze heeft vanavond geen nieuwe feiten gehoord en daarom kan er niets anders gebeuren dan het afwachten van de juridische procedure. Als de uitspraak van de rechter is dat het niet past binnen het bestemmingsplan, is het CDA geen voorstander om verder te procederen en proberen de kooi te behouden. Dat gaat niet lukken en dat gaat veel geld kosten. Afbraak van de kooi kost geld, maar procedures ook.


De heer Vermeulenzegt dat de PvdA voor het handhaven van de voetbalkooi is. Uiteraard is er te maken met procedures maar politiek is meer dan alleen procedures. De PvdA verwacht van het DB een visie en meer daadkracht in deze. Waar is politiek voor en voor wie is die politiek? Dat zijn de vragen waar het om gaat. In de laatste commissievergadering Hillegersberg kreeg de voorzitter ruim 300 handtekeningen overhandigd om de voetbalkooi te handhaven. Een betere vorm van burgerparticipatie kan je als politiek en als DB niet wensen. Dit biedt voor het DB de kans om te laten zien dat het de bewonersorganisaties serieus neemt zoals in het coalitieakkoord staat. De PvdA heeft al eerder aangegeven dat ernstige overlast aangepakt moet worden. Er dient gehandhaafd te worden totdat men de overlast de baas is. Het kan echter niet zo zijn dat overlast door jongeren bepalend is voor het afbreken van de voetbalkooi. Door het afbreken van de voetbalkooi worden de jongeren niet meer serieus genomen. Daarnaast zal de overlast door het verdwijnen van de voetbalkooi niet afnemen. Het Feijenoord-stadion wordt immers ook niet afgebroken omdat er 400-500 hooligans van Feijenoord voor overlast zorgen in deze stad. De overlastgevers dienen hard te worden aangepakt zodat de andere jongeren plezier kunnen beleven aan de voetbalkooi. De afgelopen periode hebben de politie en de jongerenorganisatie geconstateerd dat structurele overlast verminderd is. Het is redelijk beheersbaar. Iedere vorm van ernstige overlast moet blijvend aangepakt worden dus blijft een adequate aanpak nodig.

De honderden goedwillende jongeren moeten kunnen blijven sporten: daar gaat het immers om. Verdraagzaamheid is een belangrijk goed en hij roept de werkgroep Overlast Voetbalkooi nogmaals op om over haar eigen grenzen heen te kijken en niet vast te blijven zitten in haar eigen belang. De emoties moeten niet prevaleren boven de relationele afweging die gemaakt zou moeten worden. Hij roept de werkgroep op in gesprek te gaan met goedwillende jongeren en hen de hand te reiken. Dat is immers waar het om gaat.

Voorts leidt het afbreken van de voetbalkooi tot kapitaalvernietiging. Vindt het DB dat een dergelijke kapitaalvernietiging verantwoord is? Is het DB die mening toegedaan terwijl het niet eens zeker is dat de overlast door het afbreken van de kooi verminderd wordt? Is het DB het eens dat daardoor jongeren niet meer in hun buurt kunnen voetballen op hun eigen trapveld?

Heeft het DB, zoals afgesproken in de afgelopen commissievergadering, contact gehad met de verschillende partijen inzake de voetbalkooi? De PvdA is benieuwd daarnaar. Ook is de PvdA benieuwd hoe het momenteel gesteld is met de overlast. Wat zijn de waarnemingen van de politie in deze? Dat wil de PvdA graag inzichtelijk hebben via rapportages. Het moet immers duidelijk zijn hoe groot de overlast is. Tot slot stelt spreker de vraag of het DB bereid is te onderzoeken of de voetbalkooi gehandhaafd kan worden. Heeft het DB een visie en wil het DB ervoor gaan? Het DB dient zich niet te verschuilen achter procedures maar dient op te komen voor de jongeren. Hij roept het DB op ervoor te zorgen dat de bewoners van deze deelgemeente, ook in de Johan de Wittlaan op een verdraagzame manier met elkaar omgaan. Het DB is nu aan zet.


De heer Martinotherkent de emotie van de heer Vermeulen. Men dient zich echter te realiseren dat er nu niets kan gebeuren omdat de zaak onder de rechter is. Van alles wat hier besloten wordt, bestaat dan het risico dat de rechter anders beslist. Volgens zijn informatie kan het maanden duren voordat de rechter een uitspraak doet. Er zijn nu twee partijen: de bewoners van de appartementen en de groep bewoners die tegen die partij stelling heeft genomen.

De heer Kamps merkt op dat het goed mogelijk is dat er een voorlopige voorziening wordt getroffen en er tegelijkertijd uitspraak wordt gedaan in de hoofdzaak. In deze procedure zijn alleen diegenen die tegen de weigering om te handhaven bezwaar en beroep hebben ingesteld partij. Dus niet diegenen die beroep hebben ingesteld tegen de afwijzing van de vergunning. Die spelen op dit moment in deze procedure geen rol.

De heer Martinotreageert dat het volgens zijn informatie zo is dat de rechter dit kan voegen omdat het om één en hetzelfde object gaat. Met het voorgaande heeft spreker willen schetsen dat het naar de rechter stappen het democratische proces heeft gefrustreerd. Nu kan het bestuur van de deelgemeente immers niets doen. Dat vindt Leefbaar Rotterdam zeer vervelend en de fractie kan niet anders - hetzij met enige tegenzin - dan het eens zijn met het dagelijks bestuur.

De heer Vermeulengeeft aan het standpunt van Leefbaar Rotterdam te begrijpen maar het verwondert hem wel. De afgelopen 4 jaar heeft de heer Martinot immers altijd een standpunt verkondigd los van de procedures. Zodoende heeft de PvdA de vraag aan Leefbaar Rotterdam of die fractie vindt dat de voetbalkooi gehandhaafd moet blijven? Wat Leefbaar Rotterdam nu doet, is oude politiek bedrijven terwijl het juist die fractie was die vond dat de boel eens opgeschud moest worden en dat er duidelijk naar de mensen gecommuniceerd moest worden. Spreker roept de fractie van Leefbaar Rotterdam op een standpunt te geven.

De heer Martinotmerkt op dat hij dat standpunt al in zijn betoog van zojuist heeft aangegeven. Blijkbaar is dat niet doorgedrongen. Het heeft nu geen zin om een standpunt in te nemen.

De heer Vermeulenstelt dat Leefbaar Rotterdam geen standpunt heeft: dat is ook een standpunt.

De heer Martinotzegt dat zijn fractie pas een uitspraak kan doen als de rechter zich heeft uitgesproken.


Mevrouw Van den Berggeeft aan dat de VVD zich kan vinden in de woorden van Leefbaar Rotterdam en het CDA. Er kan vastgesteld worden dat er sprake is geweest van overlast. Haar fractie heeft er alle vertrouwen in dat het DB daar maximaal op inzet om dat de komende tijd in ieder geval te verminderen. Daarnaast is ze ervan overtuigd dat het DB genoeg speelplekken wil creëren in de deelgemeente die wel op legale wijze tot stand zijn gekomen.

Mevrouw Spaanmeldt dat ze voorstander was van een raadsbrede motie. Het ging er haar om duidelijkheid te krijgen voor de twee groepen bewoners. Ook D66 wil dat de overlast z.s.m. tot het verleden behoort maar vindt het daarnaast belangrijk dat er een gelegenheid is om te spelen en te bewegen. Er is al te weinig ruimte voor de kinderen van deze wijk. Het is moeilijk te verkroppen dat een projectontwikkelaar mag bouwen tot het maximale en dat een speelplek vervolgens moet verdwijnen omdat het een illegale sportvoorziening is. Inmiddels is het duidelijk dat de kooi niet afgebroken kan worden tot de uitspraak van de rechter er is. Het gaat erom om met bewonersgroepen te zoeken naar een oplossing die voor iedereen acceptabel is. De appartementbewoners hebben recht op hun rust en de kinderen op hun speelplek. D66 hoopt van harte dat het lukt dat de bewoners, het bestuur en de deelraad eindelijk tot een gewenste oplossing komen. Tot slot geeft ze aan dat ze een bord bij de kooi wil hebben dat aangeeft dat het na een bepaalde tijd stil moet zijn. Daar wil ze iets over horen net als over de inrichting van de straat. Tevens zou ze daar een agent willen zien. De problematiek is daar immers groot.


De heer Van Duinis van mening dat het DB al een duidelijk standpunt gegeven heeft, namelijk: de overlast dient te verdwijnen en daarnaast heeft het DB besloten dat de kooi weg moet. De bezwaarschriftencommissie heeft immers gesteld dat de kooi illegaal is. Het DB heeft geen reden gezien om af te wijken van het advies van de bezwaarschriftencommissie. Het DB meent zich aan de wet te moeten houden. Dat geven ook de adviseurs aan. Dat neemt niet weg dat het DB het zonde zou vinden als de kooi zou moeten verdwijnen. Er is weliswaar sprake van kapitaalvernietiging maar in hoeverre dat het geval is, is voor discussie vatbaar. De kooi staat er al 5 jaar en er is dus een bepaalde waarde op afgeschreven. Daarnaast kunnen delen wellicht hergebruikt worden. Die discussie wil het DB nu niet aangaan.

Ook het DB vindt het van belang dat jongeren een plek moeten hebben en dat daar ruimte en gelegenheid voor moet zijn. Deze kooi is op zich een mooie gelegenheid als hij op de goede plek zou staan en geen overlast zou veroorzaken of aantrekken. Dus daar moet absoluut maximaal op ingezet worden.

Sinds de commissievergadering Hillegersberg is er met verschillende partijen gesproken maar nog niet met alle partijen. Vóór de zomervakantie zal er met iedereen gesproken zijn.

Wat betreft de rapportages van de politie zijn er geen harde cijfers te geven. De politie constateert dat er aanmerkelijk minder overlast is dan dat er geweest is als ze ter plekke aanwezig is. Evenwel wordt een bevinding dat er geen overlast is, in de statistieken van de politie gemeld als een overlastcontrole, oftewel dat er overlast is geweest. Dan wordt er echter geen rapport opgemaakt en zodoende is niet te controleren of er wel of geen overlast is geweest. Aan de politie is derhalve verzocht ook te noteren wanneer er niets aan de hand is. Dat blijkt lastig te zijn omdat de politie niet in de statistieken wil hebben staan dat er veel overlast is terwijl geconstateerd is dat er geen overlast is. Het DB is van plan zich aan de wet te houden. Dat doet het DB als zodanig maar ten dele, want de situatie is dat het onder de rechter is en het is net als de heer Kamps al heeft aangegeven: het DB kan niets anders doen dan een pas op de plaats maken en afwachten wat de rechter zegt.


Tweede termijn

De heer Vermeulen dankt de portefeuillehouder voor de antwoorden maar betreurt het dat hij geen duidelijk standpunt inneemt en meldt wat hij persoonlijk vindt van de voetbalkooi voor wat betreft het handhaven. Het is jammer dat de jongeren nu geen duidelijk antwoord krijgen.

De vraag die het praten met een aantal partijen oproept, is met welk doel de deelgemeente de gesprekken aangaat. Op die vraag wil de PvdA een antwoord. Tot slot geeft hij aan een motie in te dienen. Hij kan zich niet voorstellen dat partijen daartegen zijn. Het tegen de motie zijn, geeft aan hoe partijen daadwerkelijk over jongeren denken. Als dat gebeurt zou dat erg triest zijn.


Motie 1, PvdA: Motie voetbalkooi Johan de Wittlaan;


De deelraad van Hillegersberg-Schiebroek, in vergadering bijeen op 29 juni 2010,


Overwegende dat:

  • de locatie aan de Johan de Wittlaan al sinds jaar en dag een verzamelplek van jongeren is, waar tot tevredenheid van de nabijgelegen Tarcisiusschool en de buurt in 2005 een voetbalkooi is aangelegd;

  • deze voetbalkooi voor veel kinderen en jongeren sindsdien een geliefde speelplek is, maar helaas ook jongeren aantrekt die met enige regelmaat zorgen voor de nodige overlast en bedreigingen in de directe omgeving van de kooi;

  • deze overlast in het voorjaar van 2009 zeer ernstige vormen heeft aangenomen;

  • de deelgemeente toen samen met politie en jongerenwerk de overlast heeft aangepakt, maar ondanks het feit dat er met die aanpak resultaten zijn geboekt, toch nog met enige regelmaat sprake is van overlast en bedreigingen in de buurt van de kooi;

  • dat een aantal omwonenden denkt dat zolang de voetbalkooi aan de Johan de Wittlaan staat, de overlast niet structureel kan worden teruggedrongen, maar dat anderen van mening zijn dat de overlast hier niet zal zijn verdwenen nadat de voetbalkooi is afgebroken;

  • er in de omgeving van de kooi ruim 300 handtekeningen zijn opgehaald van bewoners die voor het behoud van de kooi zijn, maar in een eerdere fase ook 60 handtekeningen zijn opgehaald voor het tegenovergestelde standpunt;

  • met de afbraak een groep welwillende kinderen en jongeren worden gedupeerd en er sprake is van kapitaalvernietiging;

  • het toch mogelijk moet zijn in een wijk als Hillegersberg, dat een voetbalkooi een lust is in plaats van een last;


Draagt het dagelijks bestuur op:

  • zo snel mogelijk met de politie concrete afspraken te maken over een strengere handhaving rondom de voetbalkooi;

  • samen met bewoners, gebruikers van de kooi, politie, Thermiek en Dock het gesprek aan te gaan over een wenselijk gebruik van de voetbalkooi en afspraken te maken over de wijze van handelen bij eventuele overlast;

  • de overlast terug te brengen tot ten hoogste het normale geluid van voetballende kinderen of jongeren;

  • het besluit tot slopen van de kooi op te schorten om de resultaten van genoemde acties en de uitkomst van de lopende rechtbankprocedure af te wachten;

  • met bewoners, gebruikers en relevante derden zo vroeg als mogelijk te overleggen over nadere inrichtingsvoorstellen;

  • door deskundigen een veiligheidsmonitor op te laten stellen, op basis waarvan gehandhaafd kan worden;


en gaat over tot de orde van de dag.


Mevrouw Eversemeldt dat er bij andere speelvelden en voetbalkooien in de stad een bord staat dat aangeeft dat betreding na 22 uur niet getolereerd wordt. Ze vindt 23 uur aan de late kant zeker omdat er nog een uitloop bij is. Ze pleit ervoor het tijdstip van 22 uur aan te houden.


De heer Van Duinzegt in reactie op de heer Vermeulen dat het doel dat het DB gesteld heeft in de gesprekken met betrokkenen tweeledig is. Dat betreft het inventariseren bij de verschillende partijen van wat ze echt willen en te bekijken of er ruimte zit in de verschillende standpunten. Het is bijvoorbeeld zo dat sommige partijen met het vorige dagelijks bestuur een beetje uitgepraat waren en dit DB een nieuwe kans willen geven. Door de gesprekken kan bekeken worden waartoe men bereid is en waar men staat. Een mooie uitkomst zou een gezamenlijk overleg met de verschillende partijen kunnen zijn als de partijen daartoe bereid zijn.

De concrete maatregelen m.b.t. de handhaving zijn talrijk. Die heeft spreker al in de commissie Hillegersberg genoemd. Zowel het vorige als het huidige DB heeft zeer veel inzet gepleegd op het nemen van maatregelen om de overlast te beperken. Op de borden staat nu dat het voetballen na 22 uur gestopt moet zijn, dus niet na 23 uur. Dat houdt evenwel in dat mensen er wel mogen zijn tussen 22 en 23 uur en daarna verzocht worden om hun heil elders te zoeken.

Wat betreft de motie gaat hij in op de opdracht die aan het DB wordt gegeven. Het verdriet hem dat er gevraagd wordt om een strengere handhaving. Dat impliceert dat er tot nu toe niet streng genoeg gehandhaafd zou zijn. Het DB doet echter het maximale in overleg met alle partijen: politie, Dock, Thermiek, de DOSA-regisseur etc. Er is een grote groep jongeren die geen overlast veroorzaakt, maar er is een kleinere groep die wel overlast, en veel overlast veroorzaakt. Daar wordt ook bovenop gezeten en er wordt getracht om die groep wat uit elkaar te spelen. Dus als hij in de motie iets leest over strengere handhaving, vindt hij dat teleurstellend.

Spreker geeft aan niet veel moeite te hebben met wat de motie aan het DB vraagt. Daar staat immers in wat het DB ook wil: samen met partijen nagaan wat wenselijk gebruik is van de kooi, de overlast terugdringen en het besluit tot slopen op te schorten. Het zo vroeg mogelijk overleggen over nadere inrichtingsvoorstellen kan lastig zijn als de rechter uitspreekt dat de kooi daar kan blijven staan, bijv. onder nadere voorwaarden. Wat dat betreft, moet toch worden afgewacht waar de rechter mee komt. Bij het opstellen van een veiligheidsmonitor kan hij zich niets voorstellen maar als het gaat om te monitoren wat daar gebeurt en daarover te rapporteren, is hij daar niet op tegen. Dus met een aantal kanttekeningen, en het is maar hoe zwaar men die kanttekeningen wenst te wegen, is dat de eerste reactie van het DB op deze motie.

De voorzittergeeft de deelraad de gelegenheid op de motie te reageren.


De heer Martinotmeldt dat hij vanochtend per e-mail heeft laten weten geen voorstander te zijn van een raadsbrede motie. Zodoende is hij verbaasd dat sommigen die nu zo hard pleiten voor die motie, doen alsof ze die mail niet gehad hebben. Inhoudelijk is zijn fractie het niet oneens met wat er in de motie staat maar alle acties die nu ondernomen zouden worden, zijn in principe verkeerd. Helaas moet de discussie opgeschoven worden tot de rechter zich heeft uitgesproken.

De heer Kamps stelt dat de motie niet zoveel toevoegt, in die zin dat het DB al heeft toegezegd te doen wat er aan hen gevraagd wordt zowel inzake de handhaving als het uitstel. Eigenlijk is de motie overbodig. Ook GL wil niet dat de motie aanleiding is tot allerlei verwachtingen. Deze opdracht is voor de rechter immers niet erg van belang. Om dezelfde reden kan men er ook geen bezwaar tegen hebben. In die zin kan GL de motie wel steunen ondanks dat die overbodig is.

De heer Van Duinvindt dat een goede analyse in die zin dat het een wat gevaarlijke motie is. Als je de motie aanneemt, val je in je eigen zwaard en als je de motie afwijst, spreek je het tegendeel van de motie uit. Beiden zou spreker niet willen. De raad is het in belangrijke mate eens dat zolang de kooi er is, een goed gebruik van de kooi gewenst is, er maximaal ingezet moet worden op overlastbestrijding en dat er een pas op de plaats gemaakt moet worden tot de rechterlijke uitspraak. In feite neemt het DB de strekking van de motie over. Kan dat een overweging zijn samen met bovengenoemde conclusies voor de PvdA om de motie in te trekken?

De heer Vermeulendoet het deugd dat het DB zich in de motie kan vinden met de kanttekeningen die daarbij geplaatst zijn. Desalniettemin wil hij de motie toch in stemming brengen omdat hij duidelijk wil weten hoe de raad erover denkt.

De heer Kamps verzoekt om een schorsing.

De voorzitterschorst de vergadering.


De voorzitterheropent de vergadering en geeft het woord aan de heer Kamps.

De heer Kamps zegt dat GroenLinks de motie zal steunen als de motie wordt ingediend.

De voorzitter kondigt aan over te gaan tot stemming. Hij vraagt of er stemverklaringen zijn.

De heer Van Holstzegt dat de OPLW de motie gaat steunen omdat in de motie staat dat het besluit tot sloop wordt opgeschort. Het DB heeft immers gezegd dat de kooi weg moet. Deze motie geeft de kooi nog een kans en hij steunt de motie om te benadrukken dat hij dat ook wil.

Mevrouw Ruitgeeft aan tegen de motie te stemmen. De PvdA schetst het beeld dat iedere fractie die tegen de motie stemt ook tegen de voorziening voor de jeugd stemt. Dat beeld deelt ze niet. Ze stemt tegen de motie omdat het de indruk wekt dat het DB niet streng genoeg handhaaft. Daarnaast heeft het CDA moeite met de zin "het besluit tot slopen van de kooi op te schorten om de resultaten van genoemde acties en de uitkomst van de lopende procedure af te wachten." Dat zijn twee dingen die tegen elkaar in kunnen druisen. Dat wordt een hele lastige en daarom vindt ze dat stukje van het dictum niet terecht. Voor de rest vindt ze het een open deur.

Mevrouw Kos geeft aan voor deze motie te stemmen omdat ze alle vertrouwen heeft in het DB en hen eigenlijk een steuntje in de rug wil geven. De richting in deze kwestie is goed, dus het zoeken naar oplossingen en dialoog met eenieder die wil bijdragen. Dat wil de PvdA van harte ondersteunen.

De voorzitterbrengt de motie in stemming. Hij constateert dat er 7 stemmen voor (OPLW, PvdA en GroenLinks) en 11 stemmen (VVD, LR, D66 en CDA) tegen zijn. Daarmee is de motie verworpen. Voorts meldt hij dat als een motie wordt afgewezen, men eigenlijk het tegendeel uitspreekt. Hij heeft echter in deze raad geconstateerd dat de deelraad het eens is dat de kooi goed gebruikt moet worden zolang de kooi er is, dat er maximaal moet worden ingezet op de overlastbestrijding en dat er op dit moment een pas op de plaats gemaakt moet worden met name in verband met de rechterlijke procedure. Als eenieder het daarmee eens is, wil hij dat als conclusie bij dit punt neerzetten.


  1. Jaarrekening - verslag 2009, rapport ASR en advies Commissie tot Onderzoek van de Rekening.

De heer Elouachoun merkt op dat de PvdA op 22 juni schriftelijk aanvullende vragen heeft gesteld over de begrotingswijzigingen. Deze vragen zijn op zijn plaats want vandaag besluit de deelraad over € 6,6 miljoen aan begrotingswijzigingen, waarbij de begroting op 119 punten wordt aangepast. De PvdA is tevreden over de uitvoerige beantwoording van het DB ondanks dat het erg laat kwam. De PvdA stelt het op prijs dat het DB ook van mening is dat de presentatie van de begrotingswijziging verbeterd kan worden. De PvdA gaat graag in op de uitnodiging van het DB om hier samen naar te kijken. De begrotingswijziging is nu een lange lijst met ondoorgrondelijke getallen met moeilijk leesbare toelichtingen. Die toelichtingen moeten wel blijven zodat de deelraad haar budgetrecht en democratische controlefunctie goed kan uitoefenen. Die dienen kort, bondig en duidelijk te zijn. De ondoorgrondelijkheid leidt ertoe dat in de commissie slechts vragen worden gesteld over bijzaken en niet over de € 6,6 miljoen aan financiële keuzes die worden gemaakt. De presentatie van de begrotingswijziging moet ertoe leiden dat er gesproken wordt over hoofdzaken oftewel de inhoudelijke financiële keuzes die gemaakt worden.

Spreker wil graag de toezegging van het DB dat er voortaan onderscheid zal worden gemaakt tussen technische en beleidsmatige begrotingswijzigingen en dat duidelijk aangegeven zal worden waar er sprake is van nieuwe inhoudelijke keuzes. De nadere uitwerking kan aan de orde komen bij de nog te beleggen overlegsessies, zoals aangegeven is door het DB. De PvdA steunt het voorstel om de jaarrekening vast te stellen. Het vorige DB heeft het goed afgesloten met een overschot van ca. € 975.000. Daar is de PvdA zeer mee ingenomen. De PvdA is minder ingenomen met het afboeken van de vordering van € 103.000. De PvdA vindt dat het DB harder moet proberen het geld terug te krijgen.

Tot slot vraagt hij wanneer er over de vrije ruimte van € 1,4 miljoen besloten wordt.

De heer Kamps merkt op dat het gaat over het verslag van 2009 en niet over de huidige stand van zaken. Hij hecht eraan op te merken dat het vorige DB de situatie financieel op een gezond peil heeft achtergelaten en dat dit een mooi jaarverslag is ter afsluiting van een mooie periode die wellicht niet meer snel in die mate terugkeert. Spreker geeft aan dat de heer Hagenaars en hijzelf zich aanbieden om met de ambtenaren te spreken over het format van het jaarverslag en hoe daar mogelijk verbeteringen in kunnen worden aangebracht.

De heer Moekenzegt dat zich daarvoor ook te willen aanbieden.

De heer Van Duinonderschrijft de woorden van de heer Elouachoun voor wat betreft de voorliggende stukken. Met de zorgen die PvdA uitspreekt over vereenvoudiging en verheldering en de keuze voor technische en beleidsmatige keuzes is het DB het eens. Het DB heeft al aangegeven dat daar in gezamenlijkheid naar gekeken gaat worden. Het zal wel een groeiproces worden maar er zal getracht worden daar goede, heldere en inzichtelijke stukken van te maken. Het besluit over de vrije ruimte zal genomen worden naar aanleiding van de stukken van de begroting 2011, dus in de begrotingsvergadering van november a.s.

Hij bedankt de heren Moeken, Kamps en Hagenaars voor hun aanbod mee te denken over het format van het jaarverslag. De ambtelijke organisatie zal hen daar voor uitnodigen.

De voorzitterbrengt het ontwerp-besluit in stemming. Hij constateert dat er 18 stemmen voor zijn. Daarmee is het besluit unaniem aangenomen.


  1. a. 1e Bestuursrapportage 2010.

11.b) Begrotingswijziging in het kader van de 1ebestuursrapportage 2010.

De heer Van der Kroftspreekt zijn teleurstelling over uit de manier waarop de BURAP in de commissie ABZ is besproken en over de gang van zaken daarna. De deelraad kreeg de bij de BURAP behorende begrotingswijzigingen erg laat. Daarnaast heeft het stellen van vragen in de commissie geleid tot het opnieuw indienen van schriftelijke vragen. Ook dat kan weer aanleiding geven tot discussie terwijl dit niet de plek is om een dergelijke discussie te voeren. Derhalve verzoekt hij om ervoor te zorgen dat de stukken voor de bespreking van de 2eBURAP in ieder geval op tijd zijn en dat de gestelde vragen adequaat beantwoorden worden, zodat er in de commissie de kans is om er met zijn allen over te spreken.

Voorts heeft hij een vraag over de begrotingswijziging. Het staatje op p. 6. zou moeten aansluiten bij paragraaf 3.2 uit de BURAP maar daar staan andere getallen. Waarom zijn die getallen veranderd? Er wordt verwezen naar een eventuele uitleg maar die ontbreekt. Daarnaast staat er iets opgenomen over de BURAP 2008: dat vergt ook een aanpassing.

Ook GroenLinks heeft een opmerking over de vormgeving. De deelraad weet vaak wel bij welke besluiten hij geld beschikbaar stelt maar dan is het niet meer inzichtelijk welke zaken daarmee niet meer uitgevoerd worden. Zeker bij de bestemmingsreserve iWAP is dat zeer onduidelijk. Hij pleit ervoor bij besluiten niet alleen duidelijk te maken waarvoor de deelraad besluit maar ook wat er dan niet meer gebeurt. Dat zou het controlerecht en het budgetrecht van deze raad aanzienlijk kunnen verbeteren.

De heer Elouachoun zegt dat de PvdA de 1eBURAP voor kennisgeving aanneemt. In de toelichting van het ontwerpbesluit staat dat bezuinigingen onontkoombaar zijn. Dit is voorbarig en wellicht niet juist. Er is een vrije ruimte van € 1,4 miljoen, dat kan oplopen tot € 1.5 miljoen als de voormalige DB-leden geen gebruik maken van hun wachtgeld. Hoe staat het daarmee? Daarnaast blijkt herijking van het deelgemeentefonds ca. € 1 miljoen extra voor de deelgemeente op te leveren. De PvdA ziet derhalve geen financieel probleem, zeker niet omdat er pas in 2014 en 2015 sprake is van teruglopende inkomsten. Dat is zelfs een zeer voorlopige inschatting. De bezuinigingen zijn volgens de PvdA niet helemaal onontkoombaar en de noodzaak valt nog te bezien. Daar wil hij graag een reactie op.


De heer Van Duinmerkt op dat de heer Van der Kroft zijn teleurstelling ook al in de commissie heeft uitgesproken. Het DB heeft daarop de toezegging gedaan dat bij de 2eBURAP de stukken op tijd zijn en inhoudelijk zullen worden besproken en behandeld. Die toezegging was er dus al.

Wat betreft het stellen van vragen zijn partijen vóór de bespreking in de commissie in de gelegenheid gesteld technische vragen te stellen. Twee fracties hebben daar gebruik van gemaakt. Helaas zijn er nog vragenronden na de commissievergadering geweest vanwege technische vragen die in de commissie niet beantwoord konden worden. Die vragen zijn wederom beantwoord. Sterker nog: de PvdA kwam er ineens achter dat ze vergeten waren technische vragen te stellen en dus kwam er een derde ronde van technische vragen. Die zijn op het laatste moment ook nog allemaal beantwoord. Als GroenLinks dan nu wederom met technische vragen komt, krijgt die fractie daar geen antwoord op. De kansen zijn er geweest en dat waren er eigenlijk al teveel. De raadsleden dienen voortaan in te gaan op het verzoek van het DB om voorafgaand aan de commissie technische vragen te stellen zodat daar een discussie kan plaatsvinden.

Wat betreft de opmerking van de heer Elouachoun, is het DB van mening dat bezuinigingen onontkoombaar zijn. Het DB kan niet met ongewijzigd beleid verder gaan als nu al bekend is dat de deelgemeente aan het einde van deze bestuursperiode met grote tekorten geconfronteerd zal worden. Vanuit het Rijk, de gemeente, het gemeentefonds komen allerlei signalen en aankondigingen. Dan zou het kortzichtig zijn om daar pas in 2014-2015 rekening mee te houden. Voor instellingen die nu een subsidie krijgen van de deelgemeente geldt een afbouwregeling. Dat houdt in dat de deelgemeente niet in een keer de subsidie kan afbouwen. Dat dient de deelgemeente van tevoren aan te kondigen. Vooruitlopend op de situatie die zal ontstaan, meent het DB dat bezuinigingen onontkoombaar zijn en dat daar nu al aan begonnen moet worden. Er kan wel gezegd worden dat het een voorlopige inschatting is maar er zijn vooral tegenvallers en weinig meevallers. Zo bleek opeens dat de gemeente met terugwerkende kracht van 1 jaar de rente had verlaagd van 4% naar 1.5% zonder dat te communiceren. De deelgemeente heeft daarover zijn beklag gedaan maar de stad geeft niet toe en het ziet ernaar uit dat HIS het als tegenvaller kan boeken. De deelgemeente vreest dat er meer tegenvallers zullen zijn. De opmerking van de heer Kamps onderschrijft het DB: het vorige DB heeft een mooie financiele situatie achtergelaten en het huidige DB niet met grote financiële problemen opgezadeld. Integendeel: het ziet er gezond uit. Alleen ziet de toekomst er iets minder solide uit dan het DB zou willen.

De voorzitterbrengt het ontwerp-besluit in stemming. Hij constateert dat er 18 stemmen voor zijn. Daarmee is het besluit unaniem aangenomen.


  1. Coalitieprogramma "Samen sterker, Hillegersberg-Schiebroek is het waard".

De voorzittermeldt dat er in het ontwerpbesluit niet wordt gevraagd in te stemmen met het coalitieprogramma maar er wordt gevraagd of de deelraad ermee kan instemmen dat het als kader voor het DB dient voor de komende periode.

Mevrouw Kosis teleurgesteld in wat er voorligt. In de motie die in de vorige deelraad bij de behandeling van dit punt unaniem is aangenomen, is het DB verzocht om een (financiële) onderbouwing, een tijdsplanning en prioriteiten aan te geven. Ze heeft echter weinig verschillen in het stuk gezien. Dat brengt haar tot de vraag wat het DB met de motie heeft gedaan. De PvdA is niet van plan het stuk vast te stellen als kader daar het financiële kader ontbreekt. De vraag is dan ook hoe het DB de deelraad in staat gaat stellen om zijn controlerende en kaderstellende taak uit te oefenen. Ze hoopt dat het DB de komende 4 jaar meer daadkracht aan de dag legt dan tot op heden het geval is. Het DB moet aan de slag. Het stuk is niet wat de PvdA had verwacht en ze wil dan ook weten wanneer er wel een goed stuk komt.

De heer Kamps heeft ook weinig verschillen aangetroffen in het nieuwe coalitieprogramma. Hij heeft de vorige keer al aangegeven wat hij miste en geadviseerd om het opnieuw te doen. Het resultaat is nagenoeg hetzelfde en GroenLinks kan er dan ook niet mee instemmen om dat als kader voor de komende 4 jaar te gebruiken. Er zitten best aardige zaken in maar in zijn totaliteit is het te weinig. Hij heeft er al over gezegd dat het geen focus, visie en geen vernieuwing bevat en daar wil hij aan toevoegen dat het een pas op de plaats is; een beetje op de winkel passen.

Hij roept het DB op meer ambitie te tonen de komende 4 jaar.

De heer Van Holstzegt dat de OPLW achter de missie staat om Hillegersberg-Schiebroek de mooiste en veiligste deelgemeente te laten blijven en zelfs te verbeteren. In het programma is echter niet te lezen hoe dat gaat gebeuren. Zo leest hij niets terug uit het STIBO-rapport m.b.t. Schiebroek waarin wordt ingezet op een mooiere omgeving die beter aansluit bij de wensen van de burgers. Als voorbeeld haalt hij het NIO-terrein aan, de laatste locatie die wordt volgebouwd: de plannen voor die locatie vindt hij bedroevend. Hij vindt het onbegrijpelijk dat de coalitiepartijen zich daar niet tegen roeren want met dat plan wordt Schiebroek niet mooier. Dergelijke zaken mist hij in het coalitieprogramma. Hij ziet wel veel zaken uit het vorige DB terugkomen. Derhalve kan hij zich aansluiten bij de woorden van GroenLinks dat het voornamelijk gaat om op de winkel passen. Er is zit niet echt een visie in. Ook de tekst dat naar burgers wordt geluisterd, blijkt slechts woorden. Naar de Vuurpijlstraatbewoners is niet geluisterd en ook vanavond is zulks niet gebeurd. Het DB verschuilt zich achter regeltjes terwijl de heer Van Duin eens heeft gepleit om overbodige regels af te schaffen. De burgers willen een standpunt horen en die geeft het DB niet. Het zijn dus allemaal woorden: de OPLW wil daden. Tot slot begrijpt hij niet waarom de coalitie de Rotterdam Stijl wil voortzetten. De OPLW is daar altijd op tegen geweest omdat het is opgelegd zonder dat de deelgemeente daarover een besluit heeft kunnen nemen. Een motivatie had op zijn plaats geweest. De OPLW kan het stuk derhalve niet ondersteunen.


De heer Van Duinzegt dat de vorm en inhoud van het stuk de verantwoordelijkheid is van de coalitiepartijen. Het is dus aan hen om daar eventueel iets over te zeggen.

Het DB heeft de motie getracht zo in te vullen dat ze het coalitieprogramma heeft opgevat als kader dat de deelraad heeft meegegeven ondanks dat het niet als zodanig is vastgesteld. Het DB is wel in de geest daarvan gaan handelen en het DB heeft een eerste concept van een uitvoeringsprogramma neergelegd. Dat heeft de deelraad al ter informatie gekregen en dat ziet het DB als de uitvoering van de motie in die zin dat het een inzet is van wat het DB op dat vlak wil doen. In twee vergaderingen van de commissie ABZ zal de deelraad dat inhoudelijk kunnen bespreken zodat er een verdere invulling en aanvulling aan het uitvoeringsprogramma gegeven kan worden en het coalitieprogramma een nadere concretisering krijgt die het DB wil aangeven.

Het lijkt hem op zich niet logisch dat er nu een financieel kader in het stuk zou moeten zitten. Het gaat nu om de basis, de uitgangspunten waar partijen zich in vinden en die geven opdracht aan het DB om vanuit die basis te komen met nadere voorstellen. Die zullen dus geformuleerd worden in het uitvoeringsprogramma.

Er is een algemene oproep voor meer daadkracht: daar zal het DB graag invulling aan geven en dat zal terug te vinden zijn in het uitvoeringsprogramma. Daar zal tevens de ambitie in te vinden zijn, want die heeft het DB zeker.

Wat betreft de regels is het uitgangspunt niet om daarmee alles af te houden maar om te bekijken hoe zaken mogelijk gemaakt kunnen worden. Dat dient wel binnen de regels te gebeuren. Het DB wil daar dus een positieve uitleg en invulling aan geven maar het zal ook de OPLW bekend zijn dat er gewaakt moet worden voor precedentwerking en dat soort zaken. Er dient sprake te zijn van gelijke behandeling dus de deelgemeente moet erop letten dat zaken goed en juist worden gedaan. Het DB zal zich dus niet achter de regels verschuilen.


Tweede termijn

Mevrouw Kosbetreurt het dat geen van de coalitiepartijen in de eerste termijn iets heeft gezegd over het coalitieprogramma. Ze daagt de coalitiepartijen uit met daadkracht aan de weg te timmeren en meer ambitie en trots te tonen voor het eigen coalitieprogramma. Ze herhaalt haar pleidooi voor een tijdsplanning. Die staat nog niet in het concept van het uitvoeringsprogramma. Over dat stuk gaat ze graag in intensieve sessies de discussie aan maar ze vindt het jammer dat dat niet vandaag kan want dat was immers de inzet van de motie.

Mevrouw Van den Bergstelt dat de missie en de visie duidelijk in het stuk staan. Ze is het eens dat er iets moet komen waarop de coalitie afgerekend kan worden inclusief een tijdsplanning maar er is nog tijd genoeg om daar de komende tijd over van gedachten te wisselen.

Mevrouw Ruitmerkt op dat er een programma ligt dat veel en genoeg zegt. Ze zal niet herhalen wat ze de vorige keer al heeft gezegd. Het is juist dat er niet veel gewijzigd is, want het CDA kon zich al zeer in het eerste concept vinden. Het was dan ook niet nodig het tweede concept drastisch aan te passen. Het CDA is trots op wat er ligt en blij dat er een lijn wordt voortgezet die ze eerder heeft gezien met daarbij nieuwe ambities. Ze begrijpt dat de oppositie haar rol invult door alleen kritiek te leveren maar er staan goede punten in het coalitieprogramma en ze meent dan ook dat over 4 jaar ook de oppositie tevreden zal zijn met de resultaten.

Mevrouw Spaanvindt het een mooi programma. Het laat duidelijk zien waar de deelgemeente voor bedoeld is: een bestuurslaag dichtbij de bewoners. Het doet een beroep op de verantwoordelijkheid van mensen maar ondersteunt waar nodig. Het is voor ontplooiing, onafhankelijkheid en het serieus betrekken van belanghebbenden en voor behoud van de karakters van de wijken. D66 vindt veel punten uit het verkiezingsprogramma terug en kan prima leven met dit akkoord.

Naar de mening van de heer Van Duin bevat het uitvoeringsprogramma een tijdsplanning en meetbare resultaten. Het bevat immers een financieel staatje waar jaartallen bijstaan en hoeveel geld er aan bepaalde zaken worden uitgegeven en of die uitgaven structureel of incidenteel zijn. Mogelijk kan het concept dat er nu is helderder worden opgeschreven want het hoort zo te zijn dat het voldoet aan de eisen die daaraan worden gesteld.

De voorzitterkondigt aan het ontwerp-besluit in stemming te brengen.

De heer Sterenborgzegt als stemverklaring tegen dit voorstel te stemmen vanwege de opmerkingen die mevrouw Kos heeft gemaakt. Hij is teleurgesteld dat geen van de coalitiepartijen de moeite heeft genomen er iets over te zeggen. Hij geeft de complimenten aan de fractievoorzitters die wel die moeite hebben genomen.

De voorzitterbrengt het ontwerp-besluit in stemming. Hij constateert dat er 11 stemmen (D66, CDA, VVD en Leefbaar Rotterdam) voor en 7 stemmen (PvdA, OPLW en GroenLinks) tegen zijn. Daarmee is het besluit aangenomen.


  1. Deelgemeentelijk Waterplan.

De heer Van der Kroftis blij met het Waterplan en kan derhalve instemmen met het voorstel. Daarnaast wil hij een motie indienen betreffende problemen met het grondwaterpeil die veroorzaakt worden door verstening van tuinen. Hij dient de volgende motie in:


Motie, GroenLinks: Verstening tuinen;


De raad van deelgemeente Hillegersberg-Schiebroek, in vergadering bijeen op 29 juni 2010,


Overwegende:

  • dat in het deelgemeentelijke waterplan door de diverse betrokken organisaties wordt gewezen op het probleem van verstening van de voor- en achtertuinen;

  • dat verstening van tuinen van directe invloed is op het grondwaterpeil in onze deelgemeente;

  • dat het tegengaan van verstening van voor- en achtertuinen bijdraagt aan de kwaliteit van de leefomgeving;


Verzoekt het dagelijks bestuur:

  • te onderzoeken welke bestuurlijke mogelijkheden de deelgemeente heeft om verdere verstening van tuinen binnen de deelgemeente tegen te gaan en de uitslagen van dat onderzoek zo spoedig mogelijk aan de raad mee te delen;

  • op korte termijn te komen met een plan van aanpak om de inwoners van de deelgemeente te informeren over de verstening van tuinen en hen te stimuleren om hun tuinen zo groen mogelijk te houden.


en gaat over tot de orde van de dag.


De heer De Hoogverzoekt de portefeuillehouder om de watergangen en de plas drie keer per jaar te schouwen waarbij belanghebbenden bijv. watersportvereniging Ons Buiten als het om de Achterplas gaat en bewoners betrokken worden bij het bevaarbaar en veilig houden van de watergangen. Draadalg ontwikkelt zich in de vaarten en daardoor worden ze onbevaarbaar en veroorzaken ze stank. Een ander verzoek aan de portefeuillehouder is om het water van de Aleyda van Raephorstsingel van goede kwaliteit te laten zijn. Dat water stinkt terwijl het als waterinlaat dient voor het Zwarte Plasje. De groene drab dient daar verwijderd te worden.

De heer Elouachoun geeft aan dat hij kan instemmen met het plan. Hij hoopt echter wel dat de adviezen van het Waterplan worden overgenomen door het DB. Daarin staat dat het scheiden van afval- en hemelwater de waterkwaliteit bevordert maar wanneer dit zal gerealiseerd wordt, werd niet door het DB aangegeven. Daar wil de PvdA opheldering over.


De heer Pieterson begrijpt uit de reacties dat eenieder het een goed plan vindt met hier en daar een kritische kanttekening dat het beter kan. Het DB gaat daarmee aan de slag.

Wat betreft de bedreiging van de toenemende verstening van voor- en achtertuinen gaat het vaak om particulier bezit. Dat kan de deelgemeente niet afdwingen maar door middel van voorlichting, publicaties etc. kunnen huiseigenaren er wellicht van overtuigd worden dat ze niet te ver moeten gaan met de verstening. In de uitwerking van het Waterplan kan meegenomen worden wat de deelgemeente aan mogelijkheden heeft en wat de deelgemeente eraan kan doen.

Ook de opmerkingen van de VVD worden meegenomen in de uitwerking. Voor wat betreft het schouwen is de deelgemeente afhankelijk van de gemeentelijke diensten en het waterschap. Hoe het schouwen exact vorm moet krijgen, moet worden onderzocht. Gaat het alleen om het schouwen van zichtbaar vuil? Dienen er watermonsters onderzocht te worden? Het DB zal er in ieder geval naar kijken. Ook voor de gescheiden waterhuishouding is aandacht. Momenteel zijn er experimenten in het Molenlaankwartier. Een termijn kan hij niet geven maar de komende 4 jaar gaat de deelgemeente daar zeker mee aan de slag.

De heer Martinotzegt dat de motie te willen steunen als het woordje 'bestuurlijke' eruit gaat in de zin 'te onderzoeken welke bestuurlijke mogelijkheden de deelgemeente heeft'. De portefeuillehouder heeft immers gemeld dat de deelgemeente niets kan afdwingen.

De heer Van der Kroftreageert dat GroenLinks wil dat de bestuurlijke mogelijkheden worden onderzocht maar dat alle andere mogelijkheden die daartoe bijdragen welkom zijn. GroenLinks gaat er derhalve mee akkoord het woordje 'bestuurlijke' te schrappen.

De voorzitterconcludeert dat het woordje wordt geschrapt.

Mevrouw Van den Berggeeft aan ook voorstander te zijn van het informeren van bewoners en het communiceren aan bewoners. Het stimuleren vindt ze wat ver gaan en daarom zou ze dat woordje graag geschrapt zien.

De heer Van der Kroftmerkt op dat er dan weinig van de zin overblijft. Hij pleit ervoor het te laten staan want stimuleren kan immers van alles betekenen.

De voorzitterbrengt de gewijzigde motie in stemming. Hij constateert dat er 18 stemmen voor zijn. Daarmee is de motie unaniem aangenomen.

Hij brengt vervolgens het ontwerp-besluit in stemming. Hij constateert dat er 18 stemmen voor zijn. Daarmee is het besluit unaniem aangenomen.


  1. Voorlopig Ontwerp Inrichtingsplan Cliostraat en Orionstraat 110 Morgen.

De voorzitterbrengt het ontwerp-besluit in stemming. Hij constateert dat er 18 stemmen voor zijn. Daarmee is het besluit unaniem aangenomen.


  1. Voorlopig Ontwerp inrichtingsplan Bizet-Verdilaan.

De heer Sterenborgzegt dat de PvdA zich redelijk in het plan kan vinden maar in de commissie is er een punt naar voren gekomen waar de VVD en de PvdA opmerkingen over hebben gemaakt. Die fracties hebben de handen ineengeslagen om op dat punt de handen ineen te slaan. Derhalve dient hij de volgende motie namens beide fracties in:


Motie PvdA en VVD: Motie bouwplan Bizet-Verdilaan;


De deelraad van Hillegersberg-Schiebroek, in vergadering bijeen op 29 juni 2010,


Overwegende:

  • dat de financiële en economische crisis van grote invloed is op de woningmarkt;

  • dat met name de vraag naar koopwoningen in het dure- en topsegment enorm is teruggelopen;

  • dat in het plan Bizet-Verdilaan uitsluitend woningen zijn voorzien in het topsegment;

  • dat vanuit het kostenaspect ervoor wordt gekozen om het gehele bouwplan in één keer bouwrijp te maken;

  • dat door de crisis en het in één keer bouwrijp maken de ongewenste situatie kan ontstaan dat dit gebied of een aanzienlijk deel ervan langere tijd braak ligt;


Draagt het dagelijks bestuur op:

  • te wachten met het ontmantelen van het park en het bouwrijp maken van het plangebied totdat minimaal 60% van de kavels is verkocht;


en gaat over tot de orde van de dag.


De heer De Hoogmeldt dat de motie mede is ingegeven door het feit dat de portefeuillehouder tijdens de commissievergadering heeft gemeld dat het OBR ervan overtuigd is dat de 10 kavels binnen zeer korte tijd verkocht zullen zijn. Dat impliceert dat er een wachtlijst is voor die kavels en die wil de VVD graag zien. De VVD wil dus dat het in korte tijd één keer bouwrijp gemaakt kan worden en dat er niet voor jaren een zandvlakte blijft liggen.


De heer Pieterson merkt op dat de grond van het OBR is. Het OBR is er alles aan gelegen om het zo snel mogelijk door te verkopen. Hij weet niet of het DB de opdracht in de motie kan uitvoeren. De deelgemeente kan wel bepalen op welk moment de kapvergunning wordt gegeven maar het wordt anders lastig om de goede volgorde te doorlopen wat betreft het bouwrijp maken en het te koop aanbieden van de kavels.

De heer Sterenborgmerkt op dat het OBR wordt aangestuurd door zowel de gemeente als de deelgemeente. Zo is in de vorige periode de regie over de toekomst van de oude deelgemeentesecretarie niet alleen door het OBR gevoerd. In de motie pleiten de VVD en de PvdA er dan ook voor om de regie te nemen en te voorkomen dat er een ongewenste situatie ontstaat zoals de braakliggende bouwplaats die jarenlang bij de Irenebrug heeft gelegen. De motie stuurt de portefeuillehouder daarmee op pad en als hij gaande het proces aangeeft meer geholpen te zijn met een andere motie, kan hij dat melden.

De heer Pieterson geeft aan daar best mee op pad te willen maar het wijkt af van de gangbare procedure. De deelgemeente is wel de bestuurlijke opdrachtgever maar er staat dat een kavel niet verkocht mag worden zolang deze niet bouwrijp is gemaakt. Dat is het lastige aan de opdracht. Als dat van perceel tot perceel gebeurt, worden de kosten weer veel groter.

De voorzittervraagt of zijn constatering juist is dat het DB de motie wel naar de geest wil uitvoeren maar dat er belemmeringen zijn om het naar de letter uit te voeren.

De heer Pieterson antwoordt dat hij dat zou willen zeggen maar de procedure is echter anders. Het punt is dat een kavel pas te koop wordt aangeboden als hij bouwrijp is.

Tweede termijn

Mevrouw Ruitvindt de motie erg sympathiek: daarin is een van de grote zorgen verwoord die bewoners op de informatieavond uitspraken. Ze deelt de zorg maar heeft twijfels over de uitvoerbaarheid van de motie. De motie houdt in dat het pas na 6 verkochte kavels bouwrijp wordt gemaakt. Als er 4 kavels verkocht zijn, kan het een tijd duren voordat het aantal van 6 bereikt is. Dat kan ertoe leiden dat die 4 kavels ook niet verkocht raken. Dat kan behoorlijke consequenties hebben. Ze betwijfelt daarom of het OBR er wel in mee zal gaan. Het is wel zo dat de deelgemeente t.a.v. het oude deelgemeentekantoor het gesprek is aangegaan maar het was niet zo dat het DB verantwoordelijk werd gehouden om het een publieke functie te laten blijven. Deze formulering is wat scherper dus wellicht kunnen de indieners daar nog op reageren.

De heer Kamps ishet ook eens met de achterliggende doelstelling om te voorkomen dat er in de deelgemeente gedurende lange tijd terreinen braak komen te liggen. Spreker is het ook eens met de heer Pieterson dat het DB formeel de mogelijkheid niet heeft om dat te bewerkstelligen. De portefeuillehouder wil er echter wel alles aan doen langs de niet formele weg om het toch te bereiken. Hij wil de indieners in overweging geven de motie zodanig aan te passen dat de heer Pieterson ermee op pad kan om het gewenste doel te bereiken.

De heer Van Holstis het eens met de strekking van de motie maar als dit een obstructie is om de kavels snel te verkopen, wordt het doel voorbijgestreefd. Dan is er geen winst voor de deelgemeente en blijft het een onbestemd gebied. Dat is het risico waar de portefeuillehouder op wijst. Als het een negatief effect heeft op de verkoop, zal de OPLW tegenstemmen.

Mevrouw Eversestelt voor de motie als volgt te wijzigen: "draagt het DB op er bij het OBR op aan te dringen te wachten met het ontmantelen van het park". Dat is wellicht een tussenweg waarmee de portefeuillehouder uit de voeten kan.

De heer De Hoogmerkt op dat de motie nooit tot stand was gekomen indien de portefeuillehouder tijdens de commissievergadering niet duidelijk had gemaakt dat het OBR een wachtlijst heeft voor mensen die daar graag een kavel willen aanschaffen. De stelligheid heeft hem ervan overtuigd dat de strekking van deze motie zodanig is, dat die uit te voeren is. Indien het OBR die lijst en die zekerheid niet heeft, is er ook geen probleem.

De heer Pieterson heeft vernomen dat het zeer gewilde grond is en dat er een wachtlijst zou zijn. Hij weet niet hoe het met andere bouwlocaties is gegaan, maar dit is wel een gouden randje van de deelgemeente. Er wordt nu iets gevraagd aan het DB wat onmogelijk uit te voeren is: een kavel mag immers niet verkocht worden als deze niet bouwrijp is. Het is te hopen dat de kavels zeer snel verkocht zijn, maar het kan evenwel zo zijn dat dat niet zal gebeuren.

De voorzitterzegt te constateren dat de portefeuillehouder aangeeft dat het DB bereid is de motie naar de geest uit te voeren maar de motie naar de letter ontraadt.

De heer Sterenborgzou het anders willen stellen. Als de deelraad de portefeuillehouder met de motie op pad stuurt, is er voldoende tijd om na te gaan of er voetangels en klemmen zijn en welke dat zijn. Daarover kan de portefeuillehouder rapporteren en dan is er nog tijd om indien nodig, een andere afweging te maken. Evenwel is zijn voorstel dat het DB op pad te sturen met de motie want het DB en de deelraad willen beiden dat dit een bestuur is dat ertoe doet. Het OBR heeft ook een belang dat het gebied er goed uit blijft zien. Wellicht gaat het OBR er wel in mee om het kavel voor kavel bouwrijp te maken. Er ligt nu een duidelijke uitspraak van de deelraad met als doel ervoor te zorgen dat het terrein jarenlang braak blijft liggen.

De heer De Hoogveronderstelt dat de heer Pieterson met verkopen van de grond de overdracht van de grond bedoelt. Die grond dient bouwrijp gemaakt te zijn op het moment van verkoop. Hij neemt aan dat er tijd zit tussen het tekenen voor de koop en de overdracht. In ieder geval moet voorkomen worden dat het bouwrijp gemaakt wordt voordat er getekend wordt voor verkoop of overdracht. De wijze van verkoop, zoals die werd voorgesteld in de commissie, wees erop dat er zoveel aanvragen zijn dat het geen probleem is om die grond te verkopen en dat er dan voldoende tijd over is om de grond bouwrijp te maken tussen het moment van verkopen en overdragen van de grond.

Mevrouw Ruitvraagt de heer De Hoog of hij ter discussie stelt wat de portefeuillehouder gezegd heeft? Als dat niet het geval is, is de motie overbodig.

De heer De Hoogantwoordt dat hij niet ter discussie stelt wat de portefeuillehouder zegt. Hij hoopt dat de kavels zeer snel verkocht worden maar er moet in ieder geval voorkomen worden dat het terrein jarenlang braak blijft liggen. Dat is de strekking van de motie.

De voorzitterconstateert dat de motie gehandhaafd blijft. Hij vraagt om stemverklaringen.

Mevrouw Ruitgeeft aan in stemmen met de motie maar wel met de opmerking dat ze de motie steunt voor wat betreft de geest. Hetgeen de heer Sterenborg gemeld heeft, betekent dat het DB kan terugkomen naar de deelraad als hetgeen opgedragen is, niet is gelukt. Dan is ze tevreden met de manier waarop het DB het behandeld heeft.

Devoorzitter brengt de motie in stemming. Hij constateert dat er 18 stemmen voor zijn. Daarmee is de motie unaniem aangenomen.

Hij brengt vervolgens het ontwerp-besluit in stemming. Hij constateert dat er 18 stemmen voor zijn. Daarmee is het besluit unaniem aangenomen.


15a. Bestemmingsplan deelgemeentekantoor.

Devoorzitter brengt het ontwerp-besluit in stemming en constateert dat er 18 stemmen voor zijn. Daarmee is het besluit unaniem aangenomen.


15b. Motie Gedenkbos.

De heer Kamps zegt dat het gedenkbos in de vorige raadsperiode in bescheiden omvang is gerealiseerd. Vervolgens bleek er voor het uitbreiden een zeer grote belangstelling te zijn (ca. 200 aanvragers). Een voorstel daartoe - waarbij het onduidelijk was wat de exacte kosten waren - heeft het in de vorige periode niet gehaald met name vanwege de vermeende hoge kosten. Zodoende zijn er nu 200 teleurgestelde aanvragers. De motie verzoekt het DB om te onderzoeken of en hoe het mogelijk is verder te gaan met het gedenkbos. Het zou jammer zijn als dit initiatief nu strandt doordat er geen verdere uitbreiding plaatsvindt. Het planten van bomen betekent ook een bijdrage aan het Schiebroekse Park. Er is een behoorlijke post op de begroting voor het renoverend onderhoud van het Schiebroekse Park dus het verzoek aan het DB is of zij willen onderzoeken met gebruikmaking van die post en de eigen bijdrage van degenen die daar een boom willen neerzetten, er wellicht een mogelijkheid bestaat om al dan niet gefaseerd verder te gaan met dat gedenkbos. Hij dient de motie in.


Motie 1, GroenLinks: Motie Gedenkbos;


De deelraad van Hillegersberg-Schiebroek, in vergadering bijeen op 29 juni 2010,


Overwegende:

  • dat in de vorige raadsperiode het initiatief voor een gedenkbos in het Schiebroekse Park is gerealiseerd;

  • dat na een eerste plant van ca. 20 bomen gebleken is dat een groot aantal bewoners van de deelgemeente belangstelling heeft voor deze mogelijkheid om ter nagedachtenis van een dierbare overledene een gedenkboom te planten;

  • dat het initiatief tot nu toe geen vervolg heeft gekregen nadat een voorstel daartoe door de deelraad werd afgewezen;

  • dat als gevolg daarvan ca. 200 aanvragers moesten worden teleurgesteld;

  • dat het planten van gedenkbomen ook een meerwaarde heeft voor het Schiebroekse Park en gezien kan worden als een bijdrage aan de verbetering van het park en dus als renoverend onderhoud;

  • belangstellenden bereid zijn een financiële bijdrage te leveren;


Verzoekt het dagelijks bestuur:

  • om te onderzoeken of het mogelijk is het gedenkbos in het Schiebroekse Park weer - al dan niet geleidelijk - open te stellen voor nieuwe beplantingen, waarbij de kosten deels worden betaald uit het bedrag dat beschikbaar is in de begroting voor renoverend onderhoud van het Schiebroekse park (ruim 300.000 euro) en deels uit een financiële bijdrage van degenen die zich hiervoor aanmelden of hebben aangemeld;

  • daarover binnen 3 maanden met een voorstel te komen;


en gaat over tot de orde van de dag.


De heer Van Holstzegt dat de OPLW de motie van harte zal ondersteunen. Het park ligt er nu armoedig bij en daar moet iets gebeuren. Dit is een mogelijkheid om iets te verbeteren.

De heer Sterenborgsluit zich aan bij de woorden van de OPLW. De PvdA heeft eerder dit jaar verdeeld gestemd over het voorstel vanwege de mogelijke kosten. De PvdA ziet graag voorstellen tegemoet maar de kosten dienen enigszins redelijk te blijven.

De heer Van Poeterenmeldt dat de VVD voor het park maar tegen subsidiëring daarvan is. Het verzoek aan GroenLinks is om de motie zo te wijzigen dat de kosten worden betaald door degenen die zich daarvoor aanmelden of hebben aangemeld. Het gedenkbos is een lovenswaardig initiatief maar hij kan zich daarbij voorstellen dat het door de belanghebbenden zelf wordt betaald en niet door de deelgemeente. Er zou onderzocht kunnen worden of die mensen bereid zijn om ervoor te betalen. Dan kan het gedenkbos keurig worden uitgebreid of elders zou een dergelijk bos tot stand kunnen komen.

De heer Sterenborgveronderstelt dat de VVD niet van plan is bomen daar te laten planten als nu besloten wordt van dat stuk geen gedenkbos te maken.

De heer Van Poeterenantwoordt dat het er een bedrag voor onderhoud is opgenomen in de begroting. Dus ook zonder deze motie zal er het nodige aan beplanting plaatsvinden. Wat de heer Kamps nu doet, is een herhaling van zetten en dat is niet zo netjes.

De heer Sterenborgstelt dat er nu een geweldige kans is dat de burgers het subsidiëren. Anders moet de deelgemeente het zelf betalen. Het is dus geen subsidie van de deelgemeente maar van de burgers.

De heer Van Poeterenstelt voorop dat de VVD het gedenkbos een geweldig idee vindt. Het is fantastisch als burgers bereid zijn daarvoor de prijs te betalen. De VVD is er echter op tegen dat het vanuit de deelgemeente met belastinggeld gesubsidieerd wordt. Dat geld is immers erg hard nodig voor andere zaken.

De heer Van Holstvraagt of de heer Van Poeteren vergeten is dat bij het vorige voorstel werd gemeld dat de grond daar ongeschikt is om bomen te planten. Er moet daar een renovatie plaatsvinden om de burgers in staat te stellen bomen te planten. De OPLW meent dat de post Renoverend Onderhoud bedoeld is om dit soort stukken grond te renoveren.

De heer Van Poeterenvindt dat de deelgemeente de regie moet houden. Als je bomen laat planten op een stuk dat daarvoor ongeschikt is, voer je je regievoerende taak niet goed uit. Dat stuk bos moet in goed overleg met deskundigen worden aangelegd. Daarbij moet er een keuze zijn in verschillende typen bomen, het mag niet in een aanvliegroute zijn etc. De deelgemeente moet de regie houden en als particulieren dan bereid zijn daarvoor de prijs te betalen is het prima dat de deelgemeente daarvoor ruimte biedt.

De heer Kamps gaat in op de beschuldiging van de heer Van Poeteren dat hij iets niet netjes gedaan zou hebben. Spreker vindt dit een zeer net voorstel want hij legt het DB niets dwingends op. Hij verzoekt het DB te onderzoeken of het mogelijk is verder te gaan met de ontwikkeling van het gedenkbos. Daarnaast is het zo dat iedere boom die in de deelgemeente in het openbare gebied geplant wordt, ook gesubsidieerd wordt.

De heer Van Poeterenreageert dat er al eerder een voorstel lag. Dat is afgeschoten door de raad en nu komt GroenLinks met hetzelfde.

De heer Kamps bestrijdt dat het hetzelfde is.

De voorzittermerkt op dat het onderwerp gedenkbos wederom aan de orde is. De vormgeving is evenwel anders.

De heer Martinotvindt het een goede gedachte om de teleurgestelde aanvragers weer hoop te geven. GroenLinks vraagt nu om een onderzoek: daar is zijn fractie niet op tegen.

Mevrouw Eversemerkt op dat er door de gemeenteraad een bomenvisie is aangenomen, waarbij een motie is aangenomen dat er 100.000 bomen geplant moeten worden. Wellicht biedt dat voor de portefeuillehouder de mogelijkheid om de bomen te laten planten.

De heer Pieterson vindt het gedenkbos een sympathiek idee. Het komt iets te vroeg want een dergelijk voorstel zou hij eigenlijk bij de begrotingsbehandeling verwachten als een amendement. In het verzoek om het te onderzoeken kan hij wel meegaan. De besluitvorming daarover - voor zover het geld kost - dient bij de begrotingsbehandeling plaats te vinden.


Tweede termijn

De heer Van Poeterenpleit ervoor dat er ook wordt onderzocht of de bereidheid er bij de burgers is de kosten zelf voor hun rekening te nemen. Ieder aanbod schept immers zijn vraag. Als de deelgemeente het voor een koopje aanbiedt, is er altijd belangstelling. De VVD wil van de portefeuillehouder de toezegging dat ook wordt onderzocht hoe elastisch die vraag is.

De heer Pieterson geeft aan die mogelijkheid te zullen meenemen.

De voorzitterbrengt de motie in stemming. Hij constateert dat er 18 stemmen voor zijn. Daarmee is de motie unaniem aangenomen.


  1. Motie Jazzfestival.

De heer Moekendient de volgende motie in:


Motie Leefbaar Rotterdam: Motie Jazzfestival;


De deelraad van Hillegersberg-Schiebroek, in vergadering bijeen op 29 juni 2010,


Constaterende dat:

  • dat de stichting Jazz Festival Hillegersberg (SJH) dit jaar voornemens is om op 27, 28 en 29 augustus voor de 26ste maal het Jazzfestival te organiseren en hiervoor vergunning heeft aangevraagd;

  • dat dit festival in de deelgemeentelijke evenementen nota 'Evenementen in balans' wordt aangemerkt als een kleinschalig festival met stedelijke vergunning bij het bestuur van de deelgemeente ligt;

  • dat het stellen van de voorwaarden voor de vergunningsverlening is gedelegeerd aan het 'Team Horeca en Evenementen' (THE) van de dS+V, omdat het festival door de gemeente in de vernieuwde gemeentelijke evenementennota wordt aangemerkt als B-evenement waarvoor de verantwoordelijkheid voor de vergunningverlening ligt bij B&W van Rotterdam;

  • dat de aanscherping van de eisen in de gemeentelijke nota voor SJH een kostenstijging van ca. 42.350 euro tot gevolg heeft t.o.v. het afgelopen jaar, en dat hierdoor bij de SJH een begrotingstekort van 50.340 euro ontstaat (cijfers volgens de voorlopige begroting die als bijlage bij de subsidieaanvrage is toegevoegd);

  • dat de SJH als hiervan waarschijnlijk zal moet besluiten om het festival niet door te laten gaan en de vergunningsaanvraag in te trekken;

  • dat de SJH op 25 juni een aanvraag voor een incidentele subsidie heeft ingediend bij de deelgemeente;


voorts constaterende:

  • dat de deelgemeentelijke horecanota het bestuur ruimte biedt tot het verstrekken van een incidentele subsidie bij evenementen die van economisch, cultureel en/of sociaal belang zijn (art.5.10);

  • dat de voorzitter van het DB bij de beantwoording van vragen hiernaar in de commissie Hillegersberg heeft aangegeven het festival van belang voor de deelgemeente te vinden en hecht aan het doorgaan van het festival;


spreekt uit:

  • dat zij belang hecht aan het doorgaan van het festival en de economische, culturele en sociale waarde van het festival voor de deelgemeente erkent;

  • dat zij de inzet van de vrijwilligers in het bestuur van de SJH en in de uitvoering van het festival in de afgelopen 25 jaar waardeert en dat zij van mening is dat het festival bijdraagt aan de positieve promotie van de deelgemeente binnen en buiten haar eigen grenzen;


En draagt het Dagelijks Bestuur op:

Op korte termijn samen met het bestuur van de SJH alle mogelijkheden om het begrotingstekort van het festival op te lossen te onderzoeken, hetzij door verlichting van de eisen, hetzij door het toekennen van een projectsubsidie, hetzij door als deelgemeente een sponsorcontract met de SJH af te sluiten, om hiervoor eventueel ruimte te zoeken of te creëren binnen de begroting en om maximale inzet te verrichten om het festival alsnog door te laten gaan,


en gaat over tot de orde van de dag.


De heer Sterenborgvindt het een sympathieke motie, maar er lijken wat voetangels en klemmen aan te zitten. Met name het feit dat het een structurele subsidie kan zijn. Voor dit jaar kan het worden opgelost maar volgend jaar zal het geen ander soort evenement zijn. Daarnaast zijn er andere evenementen zoals het Kunstfestival in Schiebroek waarvoor hetzelfde zou kunnen gelden. De vraag is dus wat de financiële consequenties zijn van deze sympathieke motie.

De heer Van Holstvraagt wat de heer Moeken verstaat onder projectsubsidie en of hij het Jazzfestival ziet als een eenmalig project. Als dat niet zo is, komen ze volgend jaar terug en is er hetzelfde probleem. Dan krijgt het een structureel karakter.

De heer Moekenantwoordt dat de term eenmalige projectsubsidie op het voorblad van het ingediende aanvraagformulier staat.

De heer Kamps wil weten om welke bedragen het eventueel zou kunnen gaan.

Mevrouw Eversemerkt op dat er moties door de gemeenteraad zijn aangenomen ter ondersteuning. Daarnaast is er een uitspraak geweest van het Bureau Veiligheid. Wellicht is dat een steuntje in de rug voor het DB om het geld bij de gemeente te halen?

De heer Van Duinreageert dat laatste mee te zullen nemen. Het DB heeft geen moeite met de opdracht van de motie om met het SJH-bestuur te bekijken wat de mogelijkheden zijn t.a.v. het tekort. Op 2 juli a.s. is er immers een afspraak om zulks te doen. Voorts wordt in de motie gevraagd om ruimte te zoeken voor geld. In de motie wordt het begrotingstekort gesteld op € 50.340 maar de subsidieaanvraag die de SJH gedaan heeft bedraagt € 40.000. Wellicht is de BTW daarbij niet inbegrepen maar een en ander houdt in dat het gaat om een bedrag tussen de €40.000 en € 50.000: dat is buitengewoon veel geld. Als de deelraad uitspreekt dat geld te willen fourneren aan dit evenement zou dat in beginsel moeten kunnen. Evenwel levert dat een precedentwerking op. Dan zal het evenementenbeleid op een aantal punten aangepast moeten worden. Dit is echter een actuele kwestie dus dit kan niet doorgeschoven worden tot na de zomer of tot de begrotingsraad. In die zin is het lastig maar het DB kan wel evenals vorig jaar binnen de bestaande regels een subsidie van € 10.000 toekennen conform het evenementenbeleid. Met wat passen en meten kan daar wellicht € 15.000 van gemaakt worden. Het bedrag van € 40.000 is echter een buitengewoon grote opgave om te realiseren. Het DB draagt het evenement een warm hart toe en wil graag dat het gerealiseerd wordt. Het DB kan zich niet vinden dat het festival nu is opgeschaald tot een stedelijke activiteit: daardoor wordt de organisatie op grote kosten gejaagd terwijl het toch al niet meevalt om de begroting rond te krijgen. Het zou droevig zijn als het om die reden niet kon doorgaan. Een optie is nog om het wat kleinschaliger te doen bijv. door een podium minder. Spreker zal met het SJH-bestuur om de tafel gaan om te bekijken wat de mogelijkheden zijn en in beginsel niet verder gaan dan het bedrag van € 15.000. Als dat de strekking van de motie is kan het DB zich daarin vinden. Als de deelraad het grote belang onderschrijft, moet het DB kijken wat er verder mogelijk is. In de motie staat maximale inzet maar als dat betekent dat dat een maximale financiële inzet is, heeft het DB daar moeite mee.


De heer Sterenborgstelt dat er meerdere festivals zijn die hiermee te kampen hebben. Het DB kan zijn oor te luister leggen bij andere deelgemeenten en bezien hoe de stad daarmee om gaat. Daarnaast blijft het de vraag wat de gevolgen zijn van de precedentwerking: er zijn immers nog andere festivals in HIS. De PvdA onderschrijft het nut, het belang en de toevoegde waarde van het Jazzfestival maar het is niet de bedoeling dat het tot grote financiële consequenties leidt.

De heer Van Holststelt voor het Jazzfestival door te laten gaan. Daarna is er een heel jaar om het aan de nieuwe situatie aan te passen. Hij proeft uit de beantwoording dat het DB weinig ruimte wil geven en zuinig wil zijn ten aanzien van het probleem dat binnen korte termijn is ontstaan. Hij roept het DB en de deelraad op daar ruimhartiger mee om te gaan. Daarmee bedoelt hij dat het niet direct € 40.000 moet zijn maar er moet ook niet de klem op een paar duizend euro.

Mevrouw Ruitis overtuigd van het belang van het Jazzfestival en is er voorstander van dat het doorgaat. Ze pleit er dan ook voor dat de deelgemeente in overleg met SJH zoekt naar de mogelijkheden binnen de wetgeving. Er gaan kosten gemaakt worden die niet per se gemaakt hoeven te worden. Wellicht kan bekeken worden of de deelgemeentelijke diensten of stadstoezicht bepaalde taken kunnen overnemen. Mogelijkerwijs zijn er meer van dat soort creatieve oplossingen. Ze vindt € 40.000 teveel en € 10.000 te weinig. Ze wil iets meer ruimte geven aan het bestuur maar het CDA vindt het lastig nu een exact bedrag te noemen.

De heer Van der Kroftmeldt dat GroenLinks sympathie heeft voor het Jazzfestival. De heer Moeken de mogelijkheid geopperd om de eisen te verlichten. Hoe zou dat kunnen gebeuren?

De heer Moekenmeldt dat de complete Weissenbruchlaan afgesloten moet worden en dat de bebording en de bewegwijzering voor het begin van de Kleiweg moet komen. Met een goed verkeersplan zou dat opgelost kunnen worden. Daarnaast kunnen meerdere eisen verlicht worden.

De SJH wordt geconfronteerd met extra kosten vanwege gewijzigd overheidsbeleid. Dan dient de deelgemeente de waarde te onderkennen van dat festival voor Hillegersberg. Zo weet hij dat andere deelgemeenten de kosten van bebording e.d. overnemen. Ook ziet hij andere deelgemeenten geld uitgeven voor promotie. Dat gebeurt in HIS nauwelijks.

De heer Sterenborgmerkt op dat deze deelgemeente beleid heeft om kleine festivals te hulp te schieten. Als het in de richting van de € 40.000 gaat, vindt de PvdA dat teveel. Ook de suggestie van de PvdA is om het te zoeken in de verlichting van de eisen. Daar kan met de gemeente over gesproken worden: dergelijke enorme eisen kunnen niet aan deelgemeenten gevraagd worden. De PvdA draagt in eerste instantie op het bij de € 15.000 te houden en voor de rest een oplossing te zoeken in de creativiteit.

De heer De Hoogvindt het Jazzfestival belangrijk voor Hillegersberg. De VVD wil vooral aanraden het in de creativiteit te zoeken. De deelgemeente kan het wellicht op een andere manier de bijdrage van de gemeentelijke diensten organiseren en regisseren zodat daar een positieve bijdrage om niet door ontstaat. De VVD verwacht daardoor € 20.000 te winnen en daardoor kan het binnen de perken blijven.


De heer Van Duinrecapituleert dat de deelraad het DB verzoekt naar creatieve oplossingen te zoeken naast een financiële bijdrage. Die bijdrage zou ongeveer de helft hoger mogen zijn dan vorig jaar. Evenwel is het geen deelgemeentelijke activiteit meer maar een stedelijke activiteit dus dat maakt het lastiger daar een deelgemeentelijke bijdrage aan te geven. Er is enige lenigheid van geest nodig om dit zo in te brengen. De deelraad heeft gesteld het een goed initiatief te vinden en dat het alle steun verdient. De maximale inzet die in de motie staat, dient dus zo gelezen te worden dat er in overleg met de gemeente bekeken moet worden wat er aan het financiële tekort gedaan kan worden. De opdracht is daar creatief mee om te gaan. Over het bedrag wordt nog niet een specifieke uitspraak gedaan maar het DB wordt wel opgedragen daar zo voorzichtig mogelijk mee om te gaan met het oog op het doorgaan van het evenement. Als het DB de motie zo mag lezen, denkt hij dat het DB daarover een positief advies kan geven.

De voorzitterconstateert dat zulks het geval is en brengt de motie in stemming. Hij constateert dat er 18 stemmen voor zijn. Daarmee is de motie unaniem aangenomen.


  1. Rondvraag.

Er zijn geen vragen voor de rondvraag.


  1. Sluiting.

De voorzitterdankt de aanwezigen voor hun bijdrage en hun komst. Hij wenst allen een prettige vakantie en sluit de vergadering om 0.13h.


Aldus vastgesteld door de deelgemeenteraad van Hillegersberg-Schiebroek in zijn openbare vergadering op 28 september 2010,


De griffier, de voorzitter,




Zoeken
Uitgebreid zoeken