Direct naar hoofdmenu / zoekveld

Verslag deelraadsvergadering 20 mei 2008


Verslag van de openbare vergadering van de deelgemeenteraad Hillegersberg-Schiebroek, gehouden op 20 mei 2008, om 20.00h, in de 'Castagnet'
 

Aanwezig:
De voorzitter:      de heer H.P.L. Cremers
De griffier:      mevrouw T. Ruwaard
 
       de heer J. Berghout (GroenLinks)
       de heer J.C. van Duin (VVD)
        de heer A.E. Dulfer (Leefbaar Rotterdam)
        de heer A.A. Ebeli (Leefbaar Rotterdam)
        mevrouw C.C.P.S.A. Everse (Leefbaar Rotterdam)
       de heer J. Fens (CDA)
        de heer C.B. van Holst (OPLW)
        de heer H.M. Kamps (GroenLinks)
        de heer C.W. de Jonge (Leefbaar Rotterdam)
        mevrouw M.O. Marges (PvdA)
        de heer W.J. Martinot (Leefbaar Rotterdam)
        de heer C.G. Mast (PvdA)
        mevrouw F. Oilad Adj Amar (PvdA)
        de heer J. van Poeteren (VVD)
        mevrouw M.J. Spaapen (VVD)
        de heer E.W.M. Sterenborg (PvdA)
        mevrouw M.J.K. van Velzen-Ruit (CDA)
        de heer R.L.P. Vermeulen (PvdA)
        mevrouw M.E. van Winsen (VVD)
 
Leden DB:       (de heer H.P.L. Cremers)
       mevrouw L.M. Bekedam
       mevrouw J.C. Holdtgrefe
       de heer A.B. Stapelkamp
 

Verslag:      OM NOTULISTEN, Leiden
 
 

1.  Opening en vaststelling agenda.
 
De Voorzitter opent de vergadering en heet iedereen welkom.
Met zijn verzoek agendapunt 10 (beleid bij gebruik verhardingsmateriaal) te verplaatsen naar punt 6 van de agenda stemt de deelraad in. Met deze wijziging wordt de agenda vastgesteld.
Vervolgens staat hij stil bij het overlijden van de heer Nederveen die actief is geweest als burgercommissielid van de deelraad. Ook is de heer Nederveen 24 jaar het gezicht geweest van de bewonersvereniging tegen vliegtuigoverlast. In dat dossier heeft de heer Nederveen met grote inzet en overtuiging geopereerd. Om die reden is hij ook in 2004 uitgeroepen tot vrijwilliger van het jaar. Tevens heeft hij een rol gespeeld bij de oprichting van de samenwerkende bewonersorganisaties in Schiebroek. De Voorzitter verzoekt om één minuut stilte.
Hij vervolgt de vergadering nadat er één minuut stilte in acht is genomen.
 
2.   Inspreekrecht niet-leden van de deelraad over op de agenda vermelde onderwerpen.
 
De heer Knottenbelt heeft zich aangemeld. Bij agendapunt 6 krijgt hij het woord.
 
 
 
3.   Vragenhalfuur leden deelraad aan leden dagelijks bestuur.
 
De heer Vermeulen vraagt de stand van zaken m.b.t. de motie trapvelden. Wanneer in 2008 worden deze twee trapvelden aangelegd? Waar in Schiebroek worden de trapvelden aangelegd? In hoeverre zijn jongeren bij de keuze voor de locatie betrokken geweest? Wat is de stand van zaken m.b.t. de motie Sporttoernooi? Welke concrete stappen zijn er gezet om het toernooi tot een succes te maken? Wie of welke organisaties zijn hierbij betrokken?
Mevrouw Bekedam deelt mede dat het eerste trapveldje aangelegd zal worden bij de school aan de Hazelaarweg. Dat zal een kunstgrasveld worden die na schooltijd gebruikt zou kunnen worden door jongeren, met name die van de Olijflaan. Dan slaan we drie vliegen in één klap: de motie, de bewoners van de Olijflaan die daarmee ontlast worden en de jongeren die dan een luxe veldje hebben. De andere locatie is nog niet bekend. Ze wil eerst met de jongeren van Schiebroek-Zuid rondlopen om hen de kans te geven een plek aan te wijzen waar dat veldje moet komen. Zodra dat bekend is, zal ze dat aan de deelraad communiceren.
Het is de bedoeling dat beide veldjes er voor het einde van dit jaar zijn.
De heer Stapelkamp heeft niet de meest actuele informatie vanwege vakantie van de betreffende ambtenaar. Hij verzoekt hier in de komende commissie op terug te mogen komen.
De heer Vermeulen gaat daarmee akkoord.
 
De heer Van Poeteren meldt dat er op het speelplein van de Openluchtschool aan de Olijflaan nog steeds na 22.00 uur wordt gevoetbald. De VVD heeft in de commissie voorgesteld de doelpalen te verplaatsen naar de ander kant van het schoolplein naast de ingang van de Eucalystushof. Wat is de huidige stand van zaken bij het vinden door het DB van een oplossing die recht doet aan alle betrokkenen? Is inmiddels besloten de doelpalen te verplaatsen? Zo ja, wanneer, zo nee, waarom niet? Kunnen bij wijze van eerste stap de doelpalen nu al worden verwijderd voor het hek dat grenst aan de nieuwe woningen? Kan de toegezegde reactie van het DB op het voorstel van de VVD binnenkort worden verwacht?
Mevrouw Bekedam antwoordt dat er contact is geweest met de oudere voetballers; die willen wel naar de Hazelaarweg. Het schoolplein is een prachtige locatie om te spelen en ze wil het niet onttrekken ten koste van de jeugd in de buurt. Het is immers het streven van het DB om zoveel mogelijk schoolpleinen als speelplaatsen na schooltijd bruikbaar te laten zijn. Inmiddels zijn de metalen doelpalen vervangen door houten doelpalen. Er moeten nog netten achter zodat de bal niet meer op de ijzeren hekken kan komen. Het voorstel van de VVD om de doelpalen te verplaatsen, wil de school niet omdat daar het slaapgedeelte is van de school. Als de doelpalen verwijderd zouden worden, zal daar nog steeds gevoetbald worden. Er wordt daar al jaren gevoetbald en het kan niet zo zijn dat er een speelveld, dat intensief door de jeugd gebruikt wordt, weg wordt gehaald omdat er nieuwe huizen zijn gebouwd. Het DB probeert een oplossing te zoeken zodat het als speelveld gebruikt kan worden en er zo min mogelijk overlast is voor de omwonenden. De omwonenden hebben zelf een geluidsmeting laten doen. Ook DCMR zal een geluidsmeting doen als alles klaar is. Overigens klagen de omwonenden ook over het stemgeluid van de kinderen. Dat gaat heel ver en daar zijn andere regels op van toepassing. Het DB verwacht daar niets tegen te kunnen doen. Wel wordt handhavend opgetreden als daar gevoetbald wordt na 19.00 uur.
De heer Van Poeteren is teleurgesteld in de beantwoording van het DB. In de nieuw gebouwde huizen slapen ook kinderen, dus het argument van de slapende kinderen zou dan voor beide kanten moeten gelden. Hij heeft slechts gevraagd om het doel weg te halen voor het hek dat grenst aan de woningen. Dan blijft er nog één doel staan. Daar moeten uiteraard netten achter, maar dat had vorig jaar al kunnen gebeuren toen er werd geklaagd. Waarom moet dat zo lang duren?
Mevrouw Bekedam antwoordt dat de metalen doelpalen inmiddels zijn weggehaald. De eerste indruk was dat dat voldoende zou zijn; dat is niet zo. Vervolgens is er ingezet op een andere plek: die is waarschijnlijk in september gerealiseerd. Dat is van groter belang dan allerlei lapmiddelen. Dat doel weghalen, zal geen oplossing betekenen want ook zonder doelpalen zal daar gevoetbald worden. Zolang de jongeren geen andere plek hebben, zullen ze daar blijven en het DB is niet van plan jongeren constant te beknotten in hun speelruimte.
De heer Van Holst zegt dat de OPLW in de vorige vergadering vragen heeft gesteld over de bebouwing aan het Hermespad; dat zou worden uitgezocht.
De heer Cremers deelt mede dat dit antwoord nog zal volgen.
 
4 .  Mededelingen.
 
Er zijn geen mededelingen.
 
5.   Vaststelling van het verslag van de deelraadsvergadering van 25 maart 2008.
 
Het verslag wordt conform vastgesteld.
De heer Fens meldt n.a.v. p.6 dat er t.a.v. het Hermespad het nodige is misgegaan. Ook met de trapveldjes en de inrichting van bepaalde delen loopt het daar niet lekker. Mevrouw Bekedam heeft echter gezegd dat de bewoners daar tevreden zijn en dat ze zelfs complimenten heeft gekregen. Van wie heeft de portefeuillehouder die complimenten eigenlijk gehad?
Mevrouw Bekedam antwoordt dat ze die van de bewonersorganisatie heeft gehad. Er is een aantal zaken wel goed gegaan. Op de trapveldjes zal ze nog terugkomen.
 
6.   Beleid bij gebruik van verhardingsmateriaal in karakteristieke gebieden.
 
De heer Knottenbelt spreekt in namens de bewoners van de straten die uitkomen op de Hilleniussingel en de Kerkstraat. Namens hen uit hij zijn bezorgdheid over het voorgenomen besluit om een andere bestrating aan te leggen in die straten dan de huidige oude klinkers. Hij verzoekt het besluit te heroverwegen omdat Rotterdam een zeer beperkte hoeveelheid oudere woningen in groene wijken heeft zoals Hillegersberg. Met dergelijke besluiten moet dan ook zorgvuldig worden omgegaan. De deelraad heeft daar een specifieke taak in.
Tevens is het zo dat de straten als historisch worden bestempeld. De oude klinkers dragen bij aan het karakter van die straten. Als de straten die uitkomen op de Hilleniussingel en de Kerkstraat niet worden voorzien van oude klinkers, wordt het beeld daar volledig verstoord.
 
De heer Van Duin sluit zich aan bij de woorden van de heer Knottenbelt. Het is het DB te prijzen dat ze wil dat er oude klinkers komen in deze straten, maar het is hen aan te rekenen dat ze dat dan ook niet voorstellen. Het DB kan immers geen geld vinden om voor alle straten die in 2009 gepland zijn voor projectmatig onderhoud goed klinkermateriaal aan te brengen. Voor 2008 is € 75.000 extra nodig om de straten in de oude dorpskern van g oede klinkers te voorzien. De VVD heeft dit DB al vanaf het begin gezegd dat er mee r geld nodig is voor de buitenruimte. Het DB is een andere weg ingeslagen en heeft bij de begrotingsraden gezegd dat het wel goed komt met de buitenruimte. Dat er niet genoeg geld is voor de buitenruimte, heeft de VVD al voorspeld. Er is overigens wel geld: zo hebben het DB en de coalitie in 2008 €130.000 gevonden voor het deelgemeentelijk jubileum. Dat geld wordt nu vluchtig besteed, maar dat had ook geïnvesteerd kunnen worden in het behoud van het karakter van het oude dorp. Die €75.000 moet te vinden zijn. Hiertoe dient hij een amendement in.
 
Amendement A, VVD:
 
De deelraad in vergadering bijeen op 20 mei 2008 besluit toe te voegen aan het besluit behorend bij het “Beleid van het dagelijks bestuur bij gebruik verhardingsmateriaal in karakteristieke gebieden”:
 
- in te stemmen met het gebruik van klinkermateriaal in alle straten in de oude dorpskern van Hillegersberg die in 2008 gepland staan voor projectmat ig onderhoud en stelt hiertoe €75.000 beschikbaar.
 
Dit geld kan gevonden worden omdat in 2008 geen geld kan worden uitgegeven aan het nieuwe deelgemeentekantoor zoals eerst was voorzien.
De heer Van Holst zegt dat de heer Knottenbelt uitstekend verwoord heeft wat hij al in de commissie heeft aangegeven, namelijk de straten aanpalend aan de Hillenisusingel in oude klinkers uit te voeren. De OPLW heeft toen gezegd de grens te leggen tot aan de Adriaen van der Doeslaan. Het is een budgettaire kwestie: door het beperkte budget is het een schrale bedoeling in HIS. Het is een goede zaak dat de deelraad per situatie een besluit krijgt voorgelegd. De OPLW ondersteunt dat die € 75.000 ergens gevonden wordt want de OPLW wil dat deze straten in oud materiaal uitgevoerd worden.
De heer Fens meldt dat het CDA trots is op Hillegersberg want het is een van de mooiste wijken van Rotterdam; daar moet zuinig mee omgegaan worden. Dat wo rdt ook bevestigd door het recent ingediende burgerinitiatief. Hij heeft ook veel mails ontvangen van bewoners die dezelfde mening hebben als de heer Knottenbelt.
Het commissieadvies is wat neutraal: daar stond dat de commissie RO geen duidelijke mening had. Dat ligt genuanceerder: de meerderheid wilde immers oude klinkers maar wilde ook weten wat het ging kosten. Dat viel niet tegen en de inschatting is dat dat haalbaar is. Daartoe dient het CDA samen met de OPLW het volgende amendement in:
 
Amendement B, CDA en OPLW:
 
De deelraad in vergadering bijeen op 20 mei 2008, ter vaststelling van het beleid voor toepassing van verhardingsmateriaal in karakteristieke gebieden.
 
In aanmerking nemende dat het voorgestelde beleid in de notitie van het DB van 20 februari 2008 een helder beleid weergeeft dat beantwoord aan de wens tot behoud van de karakteristieke ruimtelijke kwaliteit in de gebieden zoals op bijbehorende kaarten weergegeven.
Tevens in aanmerking nemende dat het gezien het beperkte budget niet eenvoudig is alle daartoe bestemde gebieden als zodanig in te richten en dat dit voor het DB een afwegingsproces met zich meebrengt.
Mede in aanmerking nemende de mening van de meerderheid van de commissie RO van 16 april dat dit als een wenselijk beleid kan worden aangemerkt en dat de commissie aan de portefeuillehouder heeft verzocht aan te geven wat de meerkosten bedragen voor de straten aansluitend bij de oude dorpskern van Hillegersberg die op korte termijn voor onderhoud aan de orde komen.
Constateren dat d eze meerkosten volgens opgave ca. € 75.000 zullen bedragen,
stelt het volgende amendement voor:
 
toe te voegen na de eerste alinea van het concept-besluit:
 
-  voor de uitvoering van de voorstellen die vallen onder de prioriteit middelhoog, en die op korte termijn moeten worden uitgevoerd, deze benodigde extra middelen in te zetten om de beoogde ruimtelijke kwaliteit te kunnen behouden.
 
De Voorzitter merkt op dat beide amendementen dezelfde inhoud hebben. Het is gebruikelijk dat een amendement die een herhaling is van een eerder ingediend amendement, niet wordt ingebracht vanwege een soort concurrentie met het eerdere amendement. Het levert bij de stemming ook een raar beeld op als er een verdeelde stemming komt voor de amendementen op basis van partijherkomst. Hij verzoekt het CDA het amendement in te trekken.
De heer Fens stelt dat hij een goede reden heeft om dat niet te doen: hij heeft de VVD benaderd om steun te krijgen voor het behoud van deze kwaliteit, maar de VVD voelde daar niets voor. Vandaar dat hij zelf een amendement heeft opgesteld. Die handhaaft hij ook.
Mevrouw Van Winsen bestrijdt de woorden van de heer Fens.
De Voorzitter merkt op dat de strekking van beide amendementen identiek is: de grondslag voor amendement B vervalt dan ook als amendement A wordt aangenomen.
De heer Van Holst verzoekt om een schorsing.
De Voorzitter zegt dat er eventueel voor de besluitvorming nog geschorst kan worden.
 
De heer Kamps wijst erop dat de inzet van het DB hetzelfde is als die van de indieners van de amendementen. Terecht wordt daarbij opgemerkt dat het een budgettaire kwestie is: het DB heeft gelijk als ze zegt dat het wel betaald moet worden. GL staat in principe positief tegenover het leggen van klinkers in alle genoemde gebieden. De deelraad kan ook instemmen met de prioriteit die daarbij wordt aangebracht, maar als er amendementen komen om nu al vast te leggen dat bepaalde straten in ieder geval van klinkers moeten worden voorzien, moet daar wel een solide dekking tegenover staan. Dat ziet GL nog niet in deze amendementen. Derhalve wacht hij eerst de reactie van het DB af op deze amendementen.
De heer Sterenborg laat aan de hand van een betonklinker en een oude gebakken klinker zien om welk materiaal het gaat. De gebakken klinker ligt nu in de strate n en ook de heer Knottenbelt geeft aan die te behouden. Dat is een sympathiek voorstel en de € 75.000 in relatie tot het aantal straten valt mee, maar het heeft wel een staartje: als deze weg wordt ingeslagen zullen er vaker burgers met goede redenen pleit en voor gebakken klinkers. Daarmee wordt wel afgeweken van het beleid om zoveel mogelijk straten aan te leggen voor een redelijke prijs. Daar heeft de raad in meerderheid mee ingestemd. De PvdA wil dat de raad een visie duidelijk maakt. De pijn zit dus niet in deze straten, maar bij die daarna komen. Als de deelraad nu kiest voor duurdere stenen, gaat dat immers ten koste van het straatonderhoud; dan worden er immers minder straten herbestraat. De visie van de PvdA is rondom de oude kerk gebakken klinkers en in de overige straten betonklinkers. Het heeft immers consequenties voor de beheerskosten: hoe worden die betaald?
De heer Van Duin interrumpeert met de opmerking dat de heer Sterenborg dan uit gaat van een gelijkblijvend budget voor buitenruimte, maar niet voor de prioriteitstelling in hogere mate bij buitenruimte dan bij een andere sector.
De heer Sterenborg zegt dat hij uitgaat van de bestaande afspraken: er is nu immers een budget vastgesteld voor straatonderhoud waarmee gewerkt moet worden.
De heer Van Duin wijst erop dat politiek ook kiezen betekent: het vinden van die €75.000 in de begroting is een keuze; dat hoeft niet ten koste te gaan van onderhoud buitenruimte. Hij kan zich niet voorstellen dat het voor de PvdA een probleem is om die €75.000 elders uit de begroting te halen.
De heer Sterenborg verduidelijkt dat hij dat ook niet gezegd heeft: € 75.000 is een redelijk bedrag, maar het gaat om de verdere toekomst: waar gaan we naartoe? Hij wil graag van het DB horen hoe ze denkt over de financie ring op het moment dat we die kant uitgaan.
De heer Kamps verzoekt de voorzitter een vraag te mogen stellen aan de heer Van Duin.
De Voorzitter zegt dat niet toe te staan omdat de heer Van Duin het woord niet heeft.
 
Mevrouw Everse zegt dat ook Leefbaar Rotterdam vanaf het begin af aan heeft gewezen op het weinige budget voor het grote achterstallig onderhoud dat er in deze deelgemeente is. Ze vindt het dan ook een zeer kwalijke zaak als deze historische dorpskern niet voorzien kan worden van deze oude klinkers doordat er geen rekening mee gehouden is in de begroting. Ze is van mening dat de portefeuillehouder deze rekenfout had moeten voorkomen want die is immers ook voorstander van het behouden van de historische kern. Ook Leefbaar Rotterdam is voor behoud van de historische kern en vindt dat het geld gevonden moet worden.
De heer Kamps vraagt wat achterstalligheid te maken heeft met het soort steen dat gelegd wordt. Dat verband ziet hij niet.
Mevrouw Everse antwoordt dat het een historische dorpskern is: als die straten vervangen moeten worden, neemt ze aan dat de portefeuillehouder opneemt in het budget dat die oude stenen daar weer teruggeplaatst worden.
De heer Kamps merkt op dat er geen sprake is van achterstalligheid: het gaat erom welk soort steen hier wordt teruggelegd bij onderhoud dat niet achterstallig is.
Mevrouw Everse zegt dat ze aanneemt dat de portefeuillehouder het niet doet als het niet nodig is, dus is het achterstallig onderhoud dat er gebeurt.
 
Mevrouw Bekedam deelt mede dat er inderdaad is afgesproken om te proberen achterstallig onderhoud zoveel mogelijk weg te werken en te zorgen dat de beheerskosten in de buitenruimte omlaag zouden gaan. Daartoe is een notitie opgesteld waarin het DB aangeeft dat gebakken klinkers niet overal kunnen blijven liggen. In de commissie heeft ze gezegd dat het eerstvolgende project de dorpskern was en heeft ze ook uitgelegd dat het extra geld kost om meer dan die twee straten te doen die hogere prioriteit hebben. Tevens heeft ze gemeld dat het DB het ook jammer vond als daar geen gebakken klinkers worden neergelegd en heeft ze gevraagd of de deelraad bereid was dat bedrag middels een begrotingswijziging beschikbaar te stellen. Nu krijgt ze twee amendementen waar ze niet blij mee is, want die geven niet het grensgebied aan waar die gebakken klinkers zouden moeten komen. In dat amendement zou moeten staan dat de grens ligt tot aan de Adriaen van der Doeslaan. Nu wordt het DB opgedragen om het te doen en die € 75.000 te zoeken. Daar is ze blij mee, maar dat bedrag gaat wel af van het budget buitenruimte. Op het moment dat er geld overblijft bij een project, gaat dat aan het einde van het jaar naar ‘projecten op de plank’. Die € 75.000 wordt dus uit één van die projecten gehaald. De VVD stelt voor om dat geld weg te halen bij de nieuwbouw CNA Looslaan omdat dat toch niet doorgaat. Het DB is ook van mening dat dat naar de buitenruimte kan, maar hoe je het wendt of keert: die € 75. 000 komt altijd in mindering op het budget buitenruimte; het komt niet in mindering op het budget voor welzijn.
De Voorzitter verduidelijkt dat het besluit over de CNA Looslaan over twee weken genomen wordt door het DB. De suggestie die uit de woorden van mevrouw Bekedam kan worden opgemaakt dat het besluit al genomen is, is niet juist.
Mevrouw Bekedam zegt dat ze de aanpak van de tuin bedoelde: dat gebeurt niet dit jaar.
Het ergert haar in hoge mate dat er gezegd wordt dat dit DB niet zoekt naar extra geld voor de b uitenruimte. Dat is niet waar want voor deze periode heeft het DB al meer dan € 4 miljoen binnengehaald: vorig jaar €800.000 extra voor de buitenruimte; Prinsemolenpad € 2 miljoen extra en voor de zettingsproblematiek meer dan € 1 miljoen extra. Het DB stopt deze periode meer geld in de buitenruimte dan in de vorige periode.
Er is geen rekenfout gemaakt: ze heeft in de commissie al gevraagd of de commissie het ermee eens was er € 75.000 extra aan te besteden. Vanavond wordt die keuze wel gemaak t, dat is prima, maar daartoe heeft ze wel toestemming van de deelraad nodig. Het beleid is immers zoveel mogelijk onderhoud te doen tegen zo laag mogelijke beheerskosten. Ze is het eens met de argumenten van de heer Knottenbelt maar daarvoor had ze wel de toestemming van de deelraad nodig. Die toestemming heeft de deelraad nu gegeven en zodoende gaat het DB zoeken naar die €75.000. Dat wordt in mindering gebracht op het onderhoud.
De heer Martinot wil de portefeuillehouder meegeven dat het uitgangspunt verkeerd is: herbestrating in de oude dorpskern gebeurt in principe in de historische vorm. Dan moet er niet gesteld worden dat het € 75.000 extra is, maar dat het goedkoper zou zijn als er betonklinkers worden neergelegd. Niemand had dan gezegd dat er betonklinkers zouden moeten komen. Wil de portefeuillehouder voortaan dit soort projecten op die manier bekijken?
Mevrouw Bekedam antwoordt dat dat precies de manier is waarop ze dat bekeken heeft en ook de manier waarop ze het in de commissie heeft aangegeven.
De heer Fens stelt dat hij in zijn amendement letterlijk heeft aangegeven voor welke straten het geldt. In de agendapost staat dat het gaat om de straten in de prioriteit middenhoog en die op korte termijn moeten worden uitgevoerd: dan is het helder waar het op slaat.
Mevrouw Bekedam is voorstander om het duidelijk aan te geven. Ze vraagt of de amendement en op tafel blijven of dat de deelraad nu de opdracht geef t om die € 75.000 te zoeken.
De heer Fens antwoordt dat het afgedaan is als de portefeuillehouder aangeeft dat ze de amendementen niet nodig heeft en gewoon doet wat de deelraad vraagt.
Mevrouw Bekedam is het met de deelraad en de heer Knottenbelt eens dat de dorpskern heel speciaal is. Dan is die € 75.000 niet zo’n hoog bedrag. In antwoord op de vraag van de PvdA wat de grens is voor komende jaren denkt ze dat het DB in de komende periode iedere k eer moet kijken bij projecten met de prioriteit middenhoog of ze er extra geld voor over heeft. Het wordt dus per project afgesproken. Dat geldt ook voor de beheerskosten. Die zijn dan hoger, maar per project zal dat met dezelfde argumenten bekeken worden.
 
Tweede termijn
De heer Van Duin concludeert dat het DB het amendement van de VVD heeft overgenomen want de portefeuillehouder heeft aangegeven die € 75.000 voor 2008 wel te vinden. De VVD doet daarbij de suggestie om dat niet uit het bestaande buitenruimtebudget te halen maar uit het budget deelgemeentekantoor. Hij heeft begrepen dat mevrouw Bekedam die suggestie wat minder vindt. Hij zou derhalve he t amendement kunnen intrekken, maar dan wil hij eerst horen of het DB het amendement van de VVD heeft overgenomen.
Het amendement van de OPLW en CDA is een verdergaand amendement want die gaat ook over de periode na 2008. Hij is benieuwd hoe het DB en de andere fracties daarop reageren.
De heer Fens zegt dat hij zijn amendement zal intrekken als de portefeuillehouder bevestigt dat de oude klinkers daar blijven.
De Voorzitter merkt op dat het nog steeds over een beleidsstuk gaat. De enige discussie die nu hier plaatsvindt, is over die € 75.000. Hij constateert dat het beleid dus gesteund wordt.
De heer Kamps stelt dat het DB en de deelraad op dezelfde lijn zitten. De opmerking van de VVD dat het DB het VVD-amendement overneemt, is dan gemakkelijk gescoord . Het is immers ook de inzet van het DB. Hij begrijpt van mevrouw Bekedam dat dat geld gevonden kan worden in de buitenruimte. Hij verzoekt bij de BURAP aan te geven ten koste van welk project de meerkosten van deze bestrating gaan.
De heer Sterenborg is akkoord met het voorstel van het DB om deze straten in oude klinkers uit te legge n en daarvoor € 75.000 extra te reserveren. Hij constateert dat daarmee afscheid is genomen van het beleid dat straten per definitie op de goedkoopst mogelijke manier worden aangelegd met de laagste beheerskosten. Hij spreekt daarbij de hoop uit dat het DB de volgende jaren zich bij die overwegingen beperkt tot die straten die nog als middelhoog en laag zijn geprioriteerd zijn en niet bij alle overige straten de materiaalkeuze gaat heroverwegen.
 
Mevrouw Bekedam zegt niet de letter maar de geest van het amendement uit te voeren. Dat wil zeggen: tot de Adriaen van der Doeslaan wordt het uitgevoerd in gebakken klinkers. Van de heer Fens heeft ze een patroon gekregen zodat het zo goed mogelijk op de oude manier wordt teruggelegd. Er zullen zoveel mogelijk stenen worden hergebruikt. Meestal is 30% niet meer bruikbaar: zodoende worden er stenen bijgekocht.
 
De heer Van Duin zegt dat de VVD-fractie nog wat aarzeling heeft om het bedrag ten laste te brengen van de buitenruimte. Hij verzoekt daarom om schorsing voor fractieoverleg.
De heer Cremers merkt op als portefeuillehouder Financiën dat de deelraad in juli a.s. een besluit neemt over de bestemming van het positieve resultaat van de jaarrekening. Daarom past het niet in de financiële systematiek om nu uitspraken te doen over verschuivingen in programma’s die raad zelf heeft vastgesteld.
De heer Van Duin begrijpt dat de portefeuillehouder nu wil aangeven dat dit niet het juiste moment is.
De heer Cremers antwoordt bevestigend: er zal nog een ander moment komen waarop de deelraad een besluit moet nemen over de omvang van de buitenruimtegelden deze periode. Zijn verzoek aan de VVD is om het bestemmingvoorstel van het DB t.a.v. het resultaat van de jaarrekening, dat straks wordt vastgesteld, af te wachten. Als de VVD daarmee niet tevreden is, kan ze alsnog aangeven dat ze dat anders wil.
De heer Van Duin geeft aan dat de VVD afziet van de schorsing en amendement A intrekt.
De heer Fens zegt amendement B in te trekken.
 
De Voorzitter brengt het ontwerp-besluit in stemming. Hij constateert dat er 19 stemmen voor zijn. Daarmee is het besluit unaniem aangenomen.
 
7.  Jaarrekening 2007 en Jaarverslag.
 
Mevrouw Everse zegt dat LR al in de commissie heeft aangegeven dat het een mooi jaarverslag is en dat alles klopt in de jaarrekening. Leefbaar Rotterdam kan zich echter niet achter het beleid scharen. Ook dat heeft Leefbaar Rotterdam in de commissie al aangegeven.
De heer Van Poeteren deelt mede dat de VVD in de commissie een voorbehoud heeft gemaakt omdat er nog wat vragen open stonden. Er was een toezegging van het DB om daar schriftelijk op te antwoorden maar hij heeft die beantwoording nog niet gezien. Ook de VVD deelt de complimenten van COR met name waar het gaat om de snelheid van het aanleveren van de cijfers. De VVD deelt ook de mening dat dit een correct verslag is met de juiste cijfers van een beleid dat de VVD niet steunt.
De heer Van Holst meldt dat HIS trots mag zijn zo’n goede jaarrekening te hebben afgeleverd. Dat wordt bevestigd aan alle kanten en het bewijst dat HIS het goed doet op dit gebied.
De heer Berghout complimenteert het DB en de organisatie voor de jaarrekening.
Dat het jaarverslag niet voldoet aan de eisen heeft GL in de commissie al opgemerkt. Het DB heeft daarop toegezegd volgend jaar een echt jaarverslag te leveren waarin staat wat er gebeurd is en wat het resultaat is. Hij is blij met de manier waarop het in COR besproken is alhoewel het wat haastwerk was omdat er aansluitend een commissievergadering gepland was. Wellicht moet daar nog even naar gekeken worden.
Voorts was de bespreking onduidelijk geagendeerd: het was immers de bedoeling om het jaarverslag in drie commissies te bespreken en in de commissie BZ tevens de jaarrekening. Dat is niet overal even goed verlopen: dat is een aandachtspunt voor volgend jaar.
GroenLinks uit haar zorgen over de capaciteitsproblemen die zich bij Beleid en Organisatie voor doet. Tevens heeft GL een opmerking gemaakt over de herijking van het convenant en heeft ze aandacht gevraagd voor het plan van eisen van fase 5 en 6 t.a.v. de Lupine.
Tot slot hoopt hij dat er dit jaar een extra slag gemaakt wordt m.b.t. de regierol bij de diensten en dat HIS dit jaar vooral een extra slag maakt bij het toezicht op de uitvoering van de werkzaamheden.
Mevrouw Van Velzen sluit zich aan bij de complimenten over de jaarrekening en ook bij de opmerkingen van GL over het jaarverslag. Dat ziet ze graag wat vollediger want er is niet goed terug te lezen hoe doelmatig het bestuur is geweest. Daar heeft het DB in de commissie al toezeggingen over gedaan. Tot slot benadrukt ze de aandachtspunten van de COR.
Mevrouw Marges zegt dat 2007 in cijfers uitgedrukt, een mooi jaar was voor HIS. Ook ligt er nu een jaarrekening voor met mooie resultaten waarover de accountants een inhoudelijk compliment hebben gegeven. Dat is een compliment waard voor het DB en de ambtenaren.
Het gaat er natuurlijk om wat de deelgemeente voor de mensen doet: dat is in 2007 ook veel geweest. Zo is er in de Adriaen van der Doeslaan een voorziening voor opvang van daklozen geopend en er is uitgebreid gesproken met bewoners en betrokkenen over de toekomst van het Kern en Plassengebied. De raad en het DB waren het in een aantal cruciale gevallen met de bewoners eens en zo is dat ook aan de stad geadviseerd: behoud van karakter, geen massieve bouwblokken langs de Straatweg, geen pontons op de Voorplas langs de Weissenbruchlaan en een beperking van de bebouwingsmogelijkheden op de stukken land waar nu Lommerrijk en Plaswijck staan.
In 2007 kwam er bijv. ook de vrouwenstudio van waaruit geïsoleerde allochtone vrouwen kunnen werken aan deelname aan de maatschappij.
Zo werd ook gestart met een echte opknapbeurt van het Prinsemolenpark, zijn er weer zebrapaden op de Peppelweg gelegd, wordt kinderen meer leertijd geboden op hun brede scholen, zijn er verschillende kunstgrasvoetbalvelden aangelegd, werden weer straten recht gelegd en opgehoogd en bleek het zwembad weer mooi, schoon en fris genoeg voor een keurmerk. Dit zijn enkele voorbeelden van zaken die door de deelgemeente zijn geregeld of waar ze een flinke steen aan heeft bijgedragen. Ze had ook andere zaken kunnen noemen.
Daarnaast is er ook gesproken over de toekomst op de langere termijn van Schiebroek. Het gaat dus ook om die gewone dingen van nu, de dingen waar de mensen wat aan hebben. De PvdA vindt die belangrijker dan alle mooie cijfers en die zijn minstens een net zo groot compliment waard aan alle betrokkenen: veel waardering dus daarvoor van de PvdA-fractie.
 
De heer Cremers dankt eenieder voor de vele positieve opmerkingen over de jaarrekening en ook voor de opmerkingen over de kwaliteit daarvan. De positieve opmerkingen wil hij enigszins relativeren omdat die ongetwijfeld gerelateerd zijn aan het feit dat er geld over is. Dat geld is overgebleven omdat het DB voor een belangrijk deel op sommige punten niet tot uitgaven is gekomen die ze wel voorzien had en ook omdat sommige dossiers wat lastig zijn.
De financiële boekhouding is evenwel goed op orde en de overzichtelijkheid daarvan zal volgend jaar alleen nog maar toenemen vanwege de overstap naar een nieuwe begrotingsindeling. De opmerkingen van GL en het CDA over het jaarverslag neemt het DB volmondig over. Het DB heeft al aangegeven een verbeterslag te maken t.a.v. het jaarverslag en daarin veel preciezer te verwoorden wat er gebeurd is.
De aandachtspunten van GroenLinks zijn bekend: die discussie is in de commissie gevoerd en het lijkt hem nu niet zinvol om daar uitgebreid op in te gaan.
Het DB is blij met de waarderende opmerkingen en uiteraard zal de deelraad in juli a.s. een besluit nemen over de vraag wat het DB met het overschot van 2007 wil gaan doen.
De heer Van Poeteren vraagt of het DB nog terugkomt op de toezeggingen in de commissie die ze niet is nagekomen.
De heer Cremers antwoordt na te zoeken welke punten van de VVD niet zijn beantwoord.
De Voorzitter brengt het ontwerp-besluit in stemming. Hij constateert dat er 19 stemmen voor zijn. Daarmee is het besluit unaniem aangenomen.
 
8.  Mutaties in budgetten voorjaar 2008.
 
De heer Van Poeteren zegt dat de VVD in de commissie heeft aangegeven tegen dit voorstel te zijn: de VVD zal dan nu ook tegenstemmen.
 
De Voorzitter brengt het ontwerp-besluit in stemming. Hij constateert dat er 10 stemmen (CDA, GL, OPLW en PvdA) voor en 9 stemmen (VVD en LR) tegen zijn. Daarmee is het besluit unaniem aangenomen.
 
9.   Accommodatieonderzoek Welzijn, Zorg en Onderwijs.
 
Mevrouw Everse meldt dat LR al in het begin van deze periode heeft aangegeven tegen dit onderzoek te zijn, zeker gezien het bedrag omdat dit soort zaken al bekend moeten zijn bij de deelgemeente. Het onderzoek is wel grondig gedaan maar de resultaten zijn niet goed terug te vinden. LR wil vooral de bezettingsgraad weten van de accommodaties waaraan HIS subsidies geeft. Voor een bureau is het vrij lastig om dit soort onderzoeken te doen zonder een duidelijke opdracht. Om dit in te toekomst te voorkomen dient ze een motie in zodat er een onderzoek komt waar de deelraad iets aan heeft en waar ze ook iets mee kan doen.
 
Motie Leefbaar Rotterdam, externe onderzoeken en adviezen:
 
De deelraad van de deelgemeente Hillegersberg-Schiebroek in vergadering bijeen d.d. 20 mei 2008,
 
Overwegende dat:
·   het DB gebruik maakt van externe onderzoeken en adviezen die vooraf budgettair door de deelraad zijn goedgekeurd;
·   dat de uitkomsten van die rapporten voor een belangrijk deel van de deelraad onbevredigend zijn als het gaat om antwoord te krijgen op de vraagstelling;
·   dat in principe een onderzoek antwoord geeft op gestelde vragen, maar niet op wat de deelraad wil weten;
·   dat uit de presentaties blijkt dat het ingeschakelde bureau of organisatie de onderzoeksdoelstelling niet helder kan formuleren;
·   dringt aan de onderzoeksdoelstelling en opdrachtformulering te agenderen in de desbetreffende commissievergadering voorafgaand aan de opdrachtverstrekking;
 
En gaat over tot de orde van de dag.
 
De heer Van Duin meldt dat de VVD zich al eerder heeft uitgesproken tegen het accommodatieonderzoek als zodanig. Zijn fractie wil conform het gevraagde in het beslispunt, op zich kennis nemen van het rapport; of de VVD daar gelukkig mee is, is iets anders.
De VVD stemt ook in met het tweede beslispunt om geen vervolgonderzoek in te stellen.
Het derde beslispunt is lastiger om mee in te stemmen omdat de VVD de conclusies en aanbevelingen niet ziet als bouwstenen voor het beleid: die zijn vaag en weinig ambitieus. Zo kwam uit het onderzoek dat er in HIS nog ruimte zou zijn voor een tweede of wellicht een derde sporthal. Hierover had een concreet voorstel kunnen voorliggen om daar een besluit over te nemen i.p.v. het aan te nemen als bouwsteen. Hetzelfde geldt voor de conclusie uit het rapport dat accommodaties gemiddeld verouderd zijn en dat medegebruik beperkt is. De VVD onderschrijft dat: daar is ook echt aandacht voor nodig. Het DB doet echter geen voorstel om hier iets aan te doen. Voorts staan er in het rapport wat softe aanbevelingen, want het gaat om zaken die al gebeuren zoals het realiseren van de brede school, realiseren van multifunctionele accommodaties en de woonservicezone oude Peppelweg. Dat gebeurt al, maar dat zijn nauwelijks aanbevelingen en dus ook nauwelijks bouwstenen.
Met de aanbeveling t.a.v. de herstructurering van complexen van zorginstellingen en kerken kan HIS niets; daar gaat de deelgemeente immers niet over. Kortom, de VVD vindt de bouwstenen voor beleid onvoldoende en derhalve kan de VVD niet instemmen met het voorstel.
De heer Van Holst stelt dat de deelgemeente weliswaar niet over de herstructurering van kerken gaat, maar wel over de ruimtelijke ordening. De deelgemeente geeft immers functies aan gebieden, dus ze gaat er zijdelings wel over. Ziet de VVD dat niet als bouwsteen?
De heer Vermeulen herkent wel wat de heer Van Duin heeft gezegd maar in de commissie is ook geconstateerd dat er meer vorm gegeven moet worden aan de conclusies van het rapport. Daar zijn ook toezeggingen over gedaan. De VVD heeft toen toch ingestemd dat de verdere concretisering van het beleid qua vernieuwing nog plaats moest gaan vinden?
De heer Van Duin antwoordt dat HIS uiteraard wel gaat over bestemmingen in het kader van ruimtelijke ordening maar niet over de instandhouding van die bestemmingen, dus over het in stand houden van accommodaties zoals kerken. Als een kerkbestuur besluit het gebouw te sluiten, doet ze dat en dan is HIS de accommodatiemogelijkheid kwijt. Daar gaat de deelgemeente niet over; dat bedoelde hij te zeggen.
In reactie op de heer Vermeulen meldt hij dat het nog helemaal niet bekend is welke kant de nadere concretisering van het beleid opgaat. Dat zo besprekend in de fractie is hij er zeer van overtuigd geraakt dat het absoluut nog onvoldoende is.
 
Mevrouw Van Velzen meldt dat ze in de commissie kritisch was t.a.v. de beantwoording van de portefeuillehouder op de vraag concrete actiepunten te noemen. Kan de portefeuillehouder nu wel concrete acties benoemen van de zaken die de raad vóór het einde van 2008 gaat horen?
Het rapport voldoet aan de verwachtingen. Ze meent dat Leefbaar Rotterdam dat ook in de commissie heeft aangegeven. Ze betreurt het dat die fractie vanavond minder positief is.
Ze zal tegen de motie stemmen omdat er een aantal onjuistheden in staat: zo wordt er aangegeven dat de uitkomsten voor een belangrijk deel van de deelraad onbevredigend zijn; dat is niet de conclusie die in de commissievergadering naar voren is gekomen.
Mevrouw Everse zegt dat ze toen al heeft aangegeven dat LR graag een onderzoek naar de bezettingsgraad van de door HIS gesubsidieerde instellingen had gezien en niet een onderzoek naar accommodaties waar HIS in principe niets over te zeggen heeft.
Mevrouw Van Velzen herkent de opmerking dat LR de bezettingsgraad wilde weten. In de commissie is toen toegezegd dat ze nog een aantal gegevens zou krijgen. Daarnaast was Leefbaar Rotterdam wel positief over de gegevens die in het rapport staan.
Mevrouw Everse merkt op dat ze positief over het rapport was omdat het zo’n uitgebreid onderzoek was geweest, maar het resultaat vond ze erg slecht.
Mevrouw Van Velzen zegt dat het rapport voor haar hetzelfde is als het resultaat.
Voorts geeft de motie aan dat het wel antwoord geeft op de gestelde vragen maar niet op hetgeen de deelraad wil weten. Die gestelde vragen zijn geformuleerd door de deelraad, dus wat haar betreft geeft het wel een antwoord op wat de meerderheid van de deelraad wil weten. Dat is blijkbaar niet alles wat LR wilde.
Op de vragen over de buitenschoolse opvang die ze schriftelijk heeft gesteld, wil ze graag een terugkoppeling in de commissie MO.
Tot slot meldt ze dat het CDA het eens is dat er geen vervolgonderzoek nodig is.
 
De heer Berghout zegt dat in de commissie uitgebreid gesproken is over dit onderzoek. GroenLinks heeft daar gezegd akkoord te gaan om geen vervolgonderzoek te houden.
In de commissie heeft het DB toegezegd alle punten van het rapport mee te nemen. Dat is vervolgens geëffectueerd in het nieuwe ontwerp-besluit. Ook heeft de portefeuillehouder toegezegd dat er over een half jaar een notitie komt waarin wordt vermeld wat het DB ermee gedaan heeft en wat er nog moet worden gedaan. Kortom, alles wat er nu gebeurt, is mosterd na de maaltijd. De motie die er nu ligt, slaat nergens op. Het is eigenlijk een brevet van onvermogen van Leefbaar Rotterdam om nu kritiek te hebben op de uitkomsten van een onderzoek waarover ze aan het begin hadden kunnen meepraten.
Mevrouw Everse merkt op dat het niet alleen over dit onderzoek gaat maar ook over alle andere onderzoeken die gaan volgen.
De heer Berghout stelt dat het altijd zo is dat als de raad met een onderzoek heeft ingestemd, de commissie van tevoren bespreekt wat men met dat onderzoek wil en welke uitkomsten men wil. LR heeft dus haar kans gemist toen dit onderzoek aan de orde kwam want dat LR een onderzoek naar de bezettingsgraad van de gesubsidieerde instellingen wilde, had ze toen kunnen aangeven. Deze motie is derhalve overbodig omdat de procedure die daarin wordt voorgesteld, nu al wordt uitgevoerd.
Mevrouw Everse merkt op dat Leefbaar Rotterdam tegen het gehele onderzoek was.
De heer Berghout vindt dat LR dan ook geen kritiek moet hebben op de uitslagen.
 
De heer Van Holst zegt dat uit het onderzoek duidelijk is geworden dat er veel stand alone functies zijn in HIS die niet matchen met de wensen die er zijn. Met name voor de kinderopvang zijn geen goede accommodaties te vinden om commercieel te exploiteren. Er blijkt ook een wens naar meer sportaccommodaties. Daarmee dient rekening gehouden te worden in bestemmingsplannen. Dat is helder geworden door dit rapport.
Verder is het meer een rapport voor de portefeuillehouder om onderhandelingen te voeren en hier en daar wat ideeën te ventileren. De OPLW is dus redelijk positief over het rapport.
De heer Mast zegt dat het algemene kritiekpunt in de commissie was dat de conclusies en aanbevelingen van het onderzoeksbureau waren verengd tot conclusies en aanbevelingen van het DB. De PvdA is tevreden dat het ontwerp-besluit vervolgens is aangepast.
Spreker zag de heer Van Duin als de ster van deze vergadering vanwege zijn inbreng over het verhardingsmateriaal. Spreker was dan ook zeer benieuwd naar de inbreng van de heer Van Duin bij dit agendapunt omdat deze bij twee eerdere deelraadsvergaderingen voor het voorstel stemde, tegen de rest van zijn fractie in. Spreker heeft de heer Van Duin in de commissie MO van 15 april jl. gevraagd of zijn positieve inbreng van toen erop duidde dat hij de rest van zijn fractie zou meekrijgen. Hij antwoordde toen dat hij daar net zo benieuwd naar was als hijzelf. Inmiddels is bekend dat de heer Van Duin zijn fractie niet heeft meekregen maar de rest van zijn fractie hem heeft meegekregen. Dat stelt spreker teleur en hij constateert dat de ster van de heer Van Duin in het tweede deel van de vergadering niet rijst.
De heer Van Duin merkt op dat er bij de VVD een kadaverdiscipline heerst; dat zou de heer Mast moeten herkennen.
De heer Mast betreurt het dat de heer Van Duin zich er met een grapje van af maakt.
Voorts sluit hij zich aan bij de opmerkingen van GL inzake de motie van LR maar niet in dezelfde terminologie. LR heeft op het moment dat erover beraadslaagd werd, verzuimd om met concrete voorstellen te komen. Om die reden zal de PvdA tegen de motie stemmen.
 
De heer Stapelkamp meldt dat ook hij het standpunt van LR niet begrijpt: enerzijds wordt gezegd dat het een grondig onderzoek is en anderzijds dat het tegenvalt. De opdracht is uitgebreid aan de orde geweest in de commissie en volgens hem zelfs ook in de deelraad. Spreker kan niet zoveel met de motie want het is standaard zo dat onderzoeksopdrachten besproken worden, althans wat de bedoeling is van het onderzoek.
Mevrouw Van Winsen merkt op dat in de vergaderingen waar het aan de orde kwam, zeer nadrukkelijk vanuit het DB en de portefeuillehouder werd bepleit dat het allemaal moest en hoe uitgebreid het allemaal moest. Een compliment komt juist toe aan de heer Vermeulen die in eerste i nstantie buiten zijn fractie om, stand hield om dat bedrag naar beneden bij te stellen; die vond het immers te gek voor woorden dat het € 70.000 moest kosten. Het is niet zonder slag of stoot gelopen, zoals de portefeuillehouder beweert.
De heer Stapelkamp beaamt dat de heer Vermeulen een aanpassing in het verhaal heeft gebracht maar dat is iets anders dan dat de raad niet betrokken is geweest bij de opdrachtvaststelling. De correctie van de deelraad bestond er toen uit dat het onderzoek veel beperkter werd, maar wel breed inventariserend. Dat is dus beperkter dan dat het vervolgonderzoek had kunnen opleveren. Om dan hier de klacht te leveren dat allerlei concrete vervolgstappen er niet in staan, is buitengewoon merkwaardig want de deelraad heeft besloten om dat zelf te bekijken. Die conclusies moet HIS zelf in praktijk brengen en er zelf mee aan de slag gaan.
De heer Van Duin weet wellicht niet dat in de vorige periode zijn partijgenoot, de heer Van Wijlen, uitgebreid heeft gepleit voor dat onderzoek. Spreker heeft toen een soort toezegging gedaan om dat in de volgende periode te bekijken, niet wetende of hij daarbij was, maar spreker heeft zich daar wel aan gehouden.
Het was dus de bedoeling om een breed onderzoek te doen inclusief de gebouwen en accommodaties waar HIS niet over ging. Dat HIS niet op alle punten zelf concrete acties kon nemen, was ook van tevoren duidelijk; dat is wat anders dan dat HIS geen beïnvloedingsmogelijkheden zou hebben op allerlei terreinen. Behalve ruimtelijke ordening, kan HIS ook invloed uitoefenen op het bij elkaar brengen van partijen of stedelijke diensten attenderen op mogelijkheden etc.
Het CDA vroeg wat concrete acties: hij heeft al gezegd dat hij binnen een jaar met een overzicht zou komen van al die concrete stappen en acties rond accommodaties waar HIS nu mee bezig is. Zo wordt er momenteel gesproken met de dienst JOS over 13 schoolgebouwen om combinaties te realiseren, zoals de buitenschoolse opvang. Zo heeft spreker peuterspeelzaal Kabouter Puntmuts met de dienst JOS in contact gebracht om een nieuw onderkomen bij een basisschool onder te brengen. Zo wordt ook bekeken of de culturele voorzieningen, die nu voornamelijk stand alone opereren, iets kunnen toevoegen aan elkaar.
Over de gymzalen wordt gesproken met de dienst JOS. Geprobeerd wordt om 4 gymzalen bij schoolgebouwen te realiseren. De bouw kost HIS dan geen cent, terwijl een nieuwe sporthal HIS veel meer kost. Dat bespaarde bedrag kan dan weer naar de buitenruimte.
Voorts heeft spreker geen moeite met de uitbreiding van het ontwerp-besluit zoals die nu geformuleerd is. Het is wel degelijk een interessant onderzoek geweest dat veel informatie heeft opgeleverd en dat gebruikt kan worden bij iedere kans die hij gaat krijgen. Dat zijn er velen op dit terrein, dus het DB gaat er ook veel mee doen.
 
De Voorzitter zegt de motie in stemming te willen brengen.
De heer Van Duin zegt dat er veel is aan te merken op de formulering maar de strekking dat de motie ook gericht is op toekomstige onderzoeken maakt het sympathiek genoeg om die te ondersteunen.
 
De Voorzitter brengt de motie in stemmig en constateert dat er 9 stemmen (VVD en Leefbaar Rotterdam) voor en 10 (CDA, GL, PvdA en OPLW) tegen zijn. Daarmee is het de motie verworpen. Hij brengt vervolgens het ontwerp-besluit in stemming. Hij constateert dat er 10 (CDA, GL, PvdA en OPLW) stemmen voor en 9 stemmen (Leefbaar Rotterdam en VVD) tegen zijn. Daarmee is het besluit aangenomen.
 
10.  Proces Inrichtingsplannen.
 
De heer Kamps zegt dat er de laatste tijd wel wat is misgegaan inzake het vaststellen van inrichtingplannen (IP’s). De portefeuillehouder heeft toen toegezegd het proces te veranderen, hetgeen inhoudt dat de deelraad in een vroeger stadium bij de IP’s betrokken wordt, de grote lijnen daarvan vaststelt en het vaststellen van het definitief ontwerp delegeert aan het DB. Met die lijn kan GroenLinks instemmen want ook in die gevallen dat het aan de deelraad werd voorgelegd, had GroenLinks haar twijfels of hetgeen er in de deelraad over gezegd werd, nog enig effect had. Dat is in dit voorstel wel gegarandeerd omdat de deelraad haar licht over de plannen kan laten schijnen voordat ze gemaakt worden. Formeel heeft GL een kleine kanttekening; dat heeft zelfs geleid tot het maken van een amendement. Als de deelraad immers een bevoegdheid delegeert, moet dat in een besluit tot uiting komen. Die bevoegdheid kan altijd weer worden ingetrokken.
Mevrouw Van Winsen merkt op dat het mandateren moet zijn. Delegeren is bijv. dat B&W een taak doorgeeft aan de deelgemeente in casu het DB.
De heer Kamps zegt dat mandateren inhoudt dat je die bevoegdheid ook zelf houdt. In de nieuwe situatie is het wel degelijk de bedoeling dat de bevoegdheid aan het DB is en dat de deelraad die bevoegdheid niet meer heeft. Dan is er sprake van delegatie.
De heer Van Duin vraagt of dat iets is dat GroenLinks ook wil: mandateren is immers een betere optie dan delegeren, want dat is dan iets minder vergaand.
De heer Kamps beaamt dat, maar dan ontstaat de onwenselijke situatie dat zowel het DB als de deelraad die bevoegdheid hebben. GL heeft al iets dergelijks in de commissie gezegd en had dan ook de hoop dat het in het besluit zou worden aangepast. Vandaar dat GL een amendement heeft opgesteld om in het besluit op te nemen dat die delegatie plaatsvindt. Hij dient daartoe het volgende amendement in:
 
Amendement, GroenLinks:
 
Aan het besluit inzake de inrichting van de besluitvorming ten aanzien van de inrichtingsplannen wordt nr. 1 de volgende bepaling toegevoegd:
 
1. De deelraad delegeert de bevoegdheid tot vaststelling van het definitieve ontwerp van een inrichtingsplan als bedoeld in art. 147 lid 2 van de Gemeentewet aan het dagelijks bestuur;
 
Daarna wordt het oorspronkelijke voorstel tot nr. 2 vernummerd:
 
2. Het proces ‘vaststelling inrichtingsplannen’ wordt als volgt vastgesteld:
a. De deelraad stelt het Programma van eisen van een inrichtingsplan vast:
b. De deelraad stelt het voorlopig ontwerp van het inrichtingsplan vast;
c. Het dagelijks bestuur stelt het definitieve ontwerp vast.
 
Daarna wordt toegevoegd:
 
3. het hiervoor vermelde proces wordt voorlopig gehanteerd gedurende 18 maanden na datum van het besluit en kan op grond van een evaluatie gewijzigd of ingetrokken worden.
 
De heer Fens vraagt ook of mandateren niet beter is. Het geluid is bekend vanuit de commissie maar hij mist in het amendement van GL dat de deelraad wordt geïnformeerd door het DB als er aanleidingen zijn om belangrijke wijzigingen aan te brengen in het voorlopig ontwerp. Voor hem zou het voldoende zijn als het DB toezegt de deelraad bij dergelijke veranderingen op die manier te informeren en een verklaring te geven. Dan heeft hij het amendement niet nodig en mag het DB de procedure op deze manier tot een goed einde brengen. De wijze van werken vindt hij immers wel goed: het vroegtijdig betrekken van de raad bij het programma van eisen en een voorlopig ontwerp is zinvoller, nuttiger en effectiever dan aan het einde proberen een boompje toe te voegen of te verplaatsen.
 
De heer Van Holst is blij dat de procedure is opgestart en dat de deelraad aan de voorkant mee mag doen aan zo’n proces, maar hij heeft als ontwerper nooit meegemaakt dat als er een definitief ontwerp is, een opdrachtgever dat niet wil zien. Tussen een voorlopig ontwerp en een definitief ontwerp gebeurt er altijd nog veel. Dan worden ook de financiën duidelijk. De deelraad kan aan de voorkant niet aangeven wat het mag kosten; ze kan hooguit zeggen dat de beheerslasten niet mogen stijgen. Als op een gegeven moment blijkt dat bij het definitief ontwerp de kosten gierend uit de hand lopen en er zaken in staan die te duur zijn, dan heeft de raad het budgetrecht en moet ze kunnen ingrijpen. Als dat gedelegeerd is aan het DB, dan wordt aan het DB overgelaten hoe de deelraad in gaat grijpen. Hij pleit er dan ook voor om ook het definitief ontwerp aan de raad te presenteren met de bijbehorende financiële consequenties. Zoals het er nu staat kan de OPLW er niet mee akkoord gaan.
De heer Fens vraagt of het presenteren van het definitieve ontwerp ter vaststelling of ter informatie naar de deelraad moet komen.
De heer Van Holst antwoordt dat de deelraad nu altijd de plannen ter vaststelling krijgt met de beheerslasten erbij en tot nu toe is de ervaring dat die vaak te hoog zijn. Het is tot nu toe slikken of stikken geweest maar als de deelraad allerlei eisen stelt in een voorlopig ontwerp zonder de financiële consequenties te kunnen overzien, is het gevaarlijker omdat er dan een definitief ontwerp voorgelegd wordt waarvan de deelraad moet besluiten waar er gesneden moet worden.
De heer Sterenborg meldt dat deze discussie duidelijk maakt dat de deelraad het moet proberen en moet kijken hoe het loopt. Het statement van de PvdA is om het te doen. Het PvdA is tevreden met het amendement van GL waarin de evaluatieperiode staat aangegeven en dat na 18 maanden wordt gekeken of het werkt.
Mevrouw Spaapen zegt dat de VVD zich aansluit bij de woorden van de heer Van Holst. De VVD ziet in dit omslachtige voorstel geen oplossing van het probleem zoals het de afgelopen jaren gerezen is: werkzaamheden die al begonnen zijn, voordat er een besluitvorming was t.a.v. IP’s. De VVD meent dat de crux zit in aansturing vanuit het DB naar degene die de IP’s gaat uitvoeren. Het voorliggende voorstel zal daar weinig aan afdoen.
Bovendien is de VVD van mening dat een definitief ontwerp altijd een besluit van de raad moet blijven, dus geen delegering of mandatering. Het definitieve ontwerp moet altijd langs de raad, desnoods als hamerstuk, als er in de commissies ruimschoots over gesproken is.
Bij het commissieadvies staat dat het zonder duidelijk advies naar de raad is gegaan. Echter voor hetgeen GL vanavond en in de commissie verwoordde, was een zekere meerderheid namelijk voor die mandatering aan het DB. Ze vindt het vreemd dat dat niet in het commissieadvies verwoord staat. Ook de opmerking van het CDA dat een portefeuillehouder verantwoording toezegt als in een voorlopig ontwerp wijzigingen worden aangebracht, is in de commissievergadering duidelijk naar voren gekomen; dat had ook in het besluit moeten staan. De deelraad kan het DB immers niet zomaar op haar blauwe ogen geloven. Voor de VVD is dit verhaal geen aanleiding om er in mee te gaan.
De heer Martinot vindt het na de opmerkingen van de andere fracties gehoord te hebben steeds duisterder worden. Leefbaar Rotterdam vond het sowieso al een onlogisch voorstel.
Dat de deelraad een programma van eisen vaststelt is goed. Dat het DB met het voorlopig ontwerp aan de gang gaat, is prima, maar het definitieve ontwerp moet altijd via de deelraad. Dit is een onzinverhaal waarbij het DB in feite de eindverantwoording neemt, de deelraad voortaan van alles kan roepen en het DB dan zegt dat de deelraad dat zo bedacht heeft op 20 mei 2008: daar kan Leefbaar Rotterdam echt niet mee akkoord gaan.
De heer Kamps vraagt waarom dat dan naar de deelraad moet.
De heer Martinot antwoordt dat de deelraad de bevolking vertegenwoordigt en naar eigen inzicht moet verantwoorden ergens voor of tegen te zijn. Politiek is keuzes maken, dat moet gewoon in de raad gebeuren. Hij weet dat wat hij vertelt een onpraktisch verhaal is want wat het DB voorstelt zal voor 99,9% akkoord zijn omdat de coalitie daar altijd mee instemt. Het standpunt van LR is dat de deelraad het laatste woord moet hebben.
De heer Kamps merkt op dat het DB heel veel besluiten neemt. Het kan niet zo zijn dat de deelraad alle besluiten voor haar rekening neemt omdat ze toevallig een gekozen vertegenwoordiging is. Waarom zou in dit geval die beslissing bij de raad en niet bij het DB moeten zijn? Hij denkt niet dat de heer Martinot dat antwoord heeft. Het antwoord dat nu is gegeven met een algemene zinsnede over de volksvertegenwoordiging, vindt hij geen antwoord.
De heer Martinot vindt het wel degelijk een antwoord.
Mevrouw Spaapen verzoekt om een interruptie.
De Voorzitter staat dat niet toe. Hij geeft de heer Martinot het woord.
De heer Martinot vindt het dermate stupide dat hij het hier bij laat.
 
Mevrouw Bekedam zegt dat het commissieadvies haar ook wat heeft verbaasd. Dat maakt het DB niet maar de griffier in samenwerking met de voorzitter van de commissie. Ook had ze verwacht dat het besluit zou worden aangepast op basis van hetgeen in de commissie was voorgesteld. Verder verbaast het haar dat er in de raad andere zaken worden verteld dan in de commissie. In de commissie waren vijf fracties voor het amendement van GL, en plots hoort ze hier andere dingen. Met de geest van het amendement is ze het eens, maar volgens de letter van de wet is het niet juist om daar een amendement aan toe te voegen. Ze heeft er echter geen bezwaar tegen.
Het CDA vraagt om in het amendement expliciet de toezegging te verwoorden dat de portefeuillehouder de deelraad zal informeren als er belangrijke wijzigingen zijn van het voorlopig ontwerp naar het definitieve ontwerp. Die toezegging heeft ze in de commissie al gedaan en die doet ze ook hier. Er is een aantal keren fouten gemaakt t.a.v. IP’s, zodanig dat het voor haar duidelijk werd dat de deelraad veel eerder betrokken moet zijn bij de plannen. Ze is het dan ook niet eens met de opmerking van de VVD dat dit geen oplossing voor het probleem is. In dit voorstel kan immers geen IP worden getekend voordat de deelraad het programma van eisen heeft goedgekeurd. Er kan geen definitief ontwerp worden getekend voordat de deelraad een voorlopig IP heeft goedgekeurd. Dus kan er ook geen IP worden uitgevoerd. Zodoende worden de problemen die er zijn geweest, hier wel degelijk mee getackeld.
Ook de stelling van de OPLW dat de deelraad niets te zeggen heeft over het geld is onjuist: in het voorstel staat dat bij het programma van eisen zal worden vermeld wat het maximumbudget en de maximumbeheerskosten zijn. De deelraad krijgt dus een grotere macht in het begin. Een belangrijk winstpunt is dat de deelraad al voordat er een tekening gemaakt is, kan aangeven of ze het ergens mee eens is of niet.
Waarom het DB voorgesteld heeft om het definitief ontwerp aan het DB over te laten, heeft te maken met tijd. Het DB ziet het als volgt: het programma van eisen wordt opgesteld; daar komt een bewonersavond over als het belangrijk is. Vervolgens wordt het vastgesteld in de deelraad. Op grond daarvan worden de tekeningen gemaakt, het voorlopig ontwerp. Ook daarbij komen weer eerst de bewoners in het geheel en kan de deelraad haar opmerkingen maken. Tot slot wordt er een definitief ontwerp vastgesteld.
In de huidige situatie is er eerst een definitief ontwerp, waar de deelraad opmerkingen bij maakt en dan moet de deelraad maar afwachten of die nog worden uitgevoerd want daarna is er geen mogelijkheid meer om daar iets over te zeggen.
Mevrouw Spaapen bestrijdt dat: als de commissie zaken veranderd wil hebben, komt het de volgende keer gewoon terug in de commissie. Er zijn nu al soms IP’s die twee keer terugkomen in de commissie. Wat mevrouw Bekedam beweert, is dus onzin.
 
Mevrouw Bekedam merkt op dat je dat zelf met een voorlopig ontwerp zou kunnen doen. Bij een definitief ontwerp is het de bedoeling dat alle opmerkingen van de deelraad zijn meegenomen in de tekening. Het voordeel daarbij is dat het tegelijkertijd langs de veiligheidsdiensten gaat. Als hun opmerkingen dan ver afwijken van wat de deelraad heeft gezien, komt ze daarmee terug naar de deelraad. Dan gaat het puur om de opmerkingen van veiligheidsdiensten die aangeven het niet eens te zijn met de voorgestelde plannen. Verder wordt er gewoon getekend aan de hand van de inbreng van de deelraad en van de bewoners. Het is puur een kwestie van tijd: dit scheelt 1,5 maand per IP terwijl de deelraad er aan voorkant meer over te zeggen heeft. Het is dus geen raar voorstel. Ze zou blij zijn als de deelraad het amendement van GL aanneemt zodat formeel wordt geregeld wat spreker voorstelt.
 

Tweede termijn

De heer Fens denkt dat er met de toezegging van de portefeuillehouder dat de deelraad bij belangrijke wijzigingen, ook qua kosten, geïnformeerd zal worden, een goede werkwijze ligt. Welke mogelijkheden bieden mandateren en delegeren echter als de deelraad niet tevreden is en deze wil intrekken?
De heer Kamps antwoordt dat de bevoegdheid om te delegeren ten alle tijden weer ingetrokken kan worden. Bij mandateren houdt de deelraad die bevoegdheid ook zelf. Het verwarrende is dan dat zowel de deelraad als het DB die bevoegdheid hebben. Zodoende kiest GroenLinks hier voor delegeren.
De heer Stapelkamp merkt op dat bij mandateren er per geval eventueel ingebroken mag worden. Bij delegatie is de deelraad die bevoegdheid kwijt.
De heer Fens begrijpt uit alle opmerkingen dat bij mandatering het per plan bepaald wordt en dat bij delegering sprake is van de proeftijd van 18 maanden. Als de portefeuillehouder tussentijds in de fout mocht gaan, weet de deelraad haar evenwel te vinden.
Mevrouw Spaapen vindt het antwoord van de portefeuillehouder over het aanpassen van het ontwerp-besluit door de griffie en commissievoorzitter wat raar. Ze begrijpt niet waarom mevrouw Bekedam niet heeft ingegrepen. Het is toch in het belang van het DB dat er een goed ontwerp-besluit in de raadsvergadering voorligt?
De heer Sterenborg merkt op dat de procedure bekend is: het DB scheidt stukken af en het is vervolgens aan de raad om dat goed te regelen. Dat gaat soms een keer mis en nu wordt geprobeerd dat te herstellen.
Mevrouw Spaapen vindt dat het in orde moet zijn voordat de stukken de deur uit gaan.
De heer Sterenborg merkt op dat het de verantwoordelijkheid en taak van de raad is.
Mevrouw Spaapen zegt dat het de VVD niet bekend is dat er een financieel totaalplaatje bekend is bij het programma van eisen. Gedurende het hele proces van vaststelling van het voorlopig ontwerp en definitief ontwerp komen er nog allerhande zaken tussendoor waarbij de financiën nog moeten worden geregeld. De VVD is het dus niet eens met wat mevrouw Bekedam net gezegd heeft. Ze vraagt aan de raad waarom ze in hemelsnaam zo’n onderwerp delegeert aan het DB. Als dit dan de gang van zaken wordt, is het eenvoudig om bij beslispunt 3 te zeggen dat de raad uiteindelijk het definitief ontwerp vaststelt. Dan ligt er een goed besluit voor. Ze vindt het onnodig om zo’n onderwerp te delegeren aan het DB.
 
De heer Van Holst zegt dat het hem niet helder is wanneer de financiën nu duidelijk zijn want het is ongebruikelijk dat er in een voorlopig ontwerp al een goede begroting ligt van wat iets gaat kosten. Dan kan de portefeuillehouder wel zeggen dat het gaat over onderdelen waar een raming voor is, maar zijn ervaring is dat er tussen een voorlopig ontwerp en definitief ontwerp vaak een groot verschil is. Het is een proces waarbij het in stappen steeds verfijnder wordt. Hij begrijpt wel dat het politieke zwaartepunt bij de deelraad moet liggen maar als dat het geval is, moet de deelraad ook de eindverantwoording nemen: dus zou hij bij beslispunt 3 zetten om het definitieve besluit ook bij de raad te leggen.
De heer Fens denkt dat de heer Van Holst de opmerking van de portefeuillehouder is vergeten dat de deelraad het maximumbudget vaststelt. Het is de taak van de ontwerper om binnen dat budget zowel een voorlopig ontwerp als een definitief ontwerp te maken. Zo niet, dan gaat het werk niet goed en gaat het werk terug naar de adviseurs.
De heer Van Holst zegt dat hij geen inzicht heeft in budgetten voor de buitenruimte. Als de deelraad al een budget in een soort frame krijgt aangeleverd, is er een sturing van hoe het gaat worden. Hij meent dat er eerst een programma van eisen opgesteld moet worden en de wensen van de raad geïnventariseerd moeten worden. Daar moet een kostenplaatje aan gehangen worden waarvan de deelraad vervolgens kan aangeven of dat al dan niet te duur is. Dan ga je al richting een voorlopig ontwerp. Hoe de deelraad dat budget moet vaststellen ziet hij niet. Daar hoort hij graag uitleg over.
 
Mevrouw Bekedam deelt mede dat het DB op dit moment een programma van eisen vaststelt. Daar zit ook een maximumbudget aan vast. Dat krijgt de deelraad ook. Wat in het voorliggende voorstel anders is, is dat er in het programma van eisen veel meer zaken worden vastgesteld. Zo staat de materiaalkeuze al in het programma van eisen. Ze herinnert zich dat bij de vaststelling van het IP Peppelweg gevraagd werd om meer fietsbeugels. In de nieuwe situatie kan de deelraad al van tevoren aangeven hoeveel fietsbeugels of andere zaken ze wil. Al die zaken worden door de deelraad vastgesteld aan de voorkant in samenspraak met bewoners na een bewonersavond. Natuurlijk wordt het budget alvast aangegeven maar misschien vindt de deelraad de voorgestelde beheerskosten wel te hoog en kan ze zodoende aangeven om er iets af te halen. Hiermee houdt de deelraad juist grip op de kosten. Op pagina 2 staat ook dat de deelraad het voorlopig ontwerp IP vaststelt. Er kunnen altijd nog wijzigingen plaatsvinden aangezien het een voorlopig ontwerp betreft; deze zijn echter altijd in overeenstemming met het programma van eisen. Dat betekent dus dat er nooit van een voorlopig ontwerp naar een definitief ontwerp een verhoging van de kosten kan zijn; die zijn immers door de deelraad vastgesteld in het programma van eisen. Natuurlijk zit daar altijd de risicoberekening van GW bij, maar het mag nooit boven het maximumbudget gaan dat de deelraad heeft vastgesteld in het begin. In de huidige situatie stelt de deelraad nergens een maximum vast.
Mevrouw Spaapen vraagt of er dan in de commissie gesproken wordt over bedragen van fietsbeugels, bomen, ondergrondse containers etc. anders kan de deelraad daar niet over beslissen.
Mevrouw Bekedam antwoordt dat er niet over bedragen gesproken wordt, maar dat de deelraad een maximumbudget vaststelt: dat is een totaalbudget. Dat gebeurt nu ook. Ze begrijpt niet waarom mevrouw Spaapen die opmerking maakt, zeker niet omdat de vorige portefeuillehouder bij de VVD in de fractie zit. Die heeft immers ook in de vorige periode een programma van eisen vastgesteld met een maximumbudget. Het kan toch niet zo zijn dat een dienst een opdracht krijgt zonder daarbij aan te geven wat het maximumbudget is?
Mevrouw Van Winsen stelt dat de portefeuillehouder nu echt de grootste onzin uitkraamt want een programma van eisen is totaal iets anders dan een bestek. DS+V ontwerpt in lijn met wat er in principe in de bestaande situatie nodig is; dat wordt dus eigenlijk op het oude bestek neergelegd. Vervolgens wordt er gekeken of er nog een herprofilering van de weg moet plaatsvinden of iets aan de verkeersveiligheid gedaan moet worden. Dergelijke toetsen vinden plaats en vervolgens komt het bij het DB terecht. Die gaat dan de regie voeren en dat is waar het hier om gaat: de regie op het tijdpad. Het DB kan wel zeggen met het programma van eisen te komen maar als het DB niet vooraf scherp heeft wat ze in een bepaald jaar wil langs zien komen, hetzij voor herstructureringsgebieden, hetzij voor bestaande situaties die gladgestreken moeten worden of waar kleine aanpassingen zitten, krijgt het DB de eindregie ook niet in handen.
Mevrouw Bekedam merkt op dat uiteraard met dS+V en GW besproken is dat een programma van eisen veel meer informatie zal moeten opleveren en dat er aan het begin veel meer wordt vastgesteld door de deelraad. Door de diensten zal er op een andere manier gewerkt moeten worden. Het zal dus niet meer op de oude manier gebeuren. Wat ze wilde aangeven is dat de vorige portefeuillehouder er ook een budget aan heeft vastgeknoopt.
 
De heer Berghout bemerkt dat er iets raars ontstaat. Er ligt een voorstel van het DB waarin een nieuwe werkwijze wordt voorgesteld ten aanzien van wat de raad mag doen bij IP’s. Nu ligt er een plan waarbij de raad veel mag gaan zeggen en veel meer van tevoren kan bespreken. Daar zou de deelraad heel blij mee moeten zijn. Hij kan zich voorstellen dat het DB het raar vindt als er zo op ingehakt wordt, maar het punt is dat er op dit moment verschillende interpretaties worden gegeven aan het verschil tussen een voorlopig ontwerp en een definitief ontwerp. Volgens hem is het zo dat een voorlopig ontwerp, zoals de deelraad dat mag vaststellen, bijna het definitieve ontwerp is waar alleen nog wat opmerkingen van de veiligheidsdiensten op van invloed kunnen zijn en dat er voor de rest niets verandert. Is dat juist?

Mevrouw Bekedam antwoordt bevestigend.
 

De Voorzitter benadrukt dat bij mandatering de bevoegdheid tot uitvoering weliswaar wordt weggegeven maar kan die bevoegdheid op elk moment bij ieder project weer teruggenomen worden. Bij een delegatie wordt de bevoegdheid en de verantwoordelijkheid voor het uitoefenen van de bevoegdheid overgedragen. Dat kan dan niet per project teruggenomen worden maar kan er hooguit een besluit genomen worden om die delegatie ongedaan te maken. Dat maakt het als het ware ook weer structureel ongedaan.
Hij brengt het amendement in stemming. Hij constateert dat er 9 stemmen (PvdA, CDA en GL) voor en 10 stemmen (VVD, OPLW en LR) tegen zijn. Daarmee is het amendement verworpen.
De heer Fens verzoekt om een schorsing.
De Voorzitter schorst de vergadering.
 
De Voorzitter heropent de vergadering en verzoekt om stemverklaringen.
De heer Fens meent dat de toezeggingen die de portefeuillehouder heeft gedaan, moeten worden opgevat als deel uitmakend van het ontwerpbesluit. Het verschil met het wel of niet aannemen van het amendement betekent eigenlijk dat het DB nu voor onbepaalde tijd de eindverantwoordelijkheid heeft voor het definitief ontwerp tenzij de raad dat met zwaarwegende motieven terugneemt. Hij heeft zich geërgerd aan de verschillende interpretaties die worden gegeven aan een definitief ontwerp, een voorlopig ontwerp, een programma van eisen en een bestek want hij heeft daar de meest klinkklare onzin bij gehoord. Een bestek en een programma van eisen liggen immers mijlenver uit elkaar.
Mevrouw Van Winsen merkt op dat dit geen stemverklaring is.
De Voorzitter zegt dat ze niet kan interrumperen op een stemverklaring en verzoekt de heer Fens zich te beperken tot een verklaring van zijn stemgedrag.
De heer Fens zegt dat het CDA het voorstel van het DB steunt.
De heer Van Holst zegt dat de OPLW toch besluit mee te gaan met het voorstel van het DB omdat we anders met lege handen staan.
Mevrouw Spaapen zegt dat de VVD, bij de constatering dat de coalitie overgaat tot kadaverdiscipline, zal tegenstemmen.
De heer Martinot deelt mede dat Leefbaar Rotterdam tegen het voorstel zal stemmen.
De heer Berghout heeft duidelijk gemaakt inhoudelijk voor dit voorstel te zijn maar hij wil formeel een aantekening maken t.a.v. de bevoegdheden. Het resultaat van deze rare manier van besluitvorming is dat hij nu toch met dit voorstel zou moeten instemmen ondanks zijn formele bezwaren. Daarin voelt hij zich gedwongen. Hij vindt dat hij eigenlijk zou moeten tegenstemmen, ware het niet dat de inhoud van dit voorstel hem dan boven die formele toestand gaat.
De heer Van Poeteren vraagt of hij daarop mag reageren.
De Voorzitter zegt dat er al namens zijn fractie een stemverklaring is afgegeven.
De heer Van Poeteren zegt tegen dit voorstel stemmen vanwege een andere reden, namelijk om een puur formele inhoudelijke juridische reden die ook door de heer Berghout wordt aangevoeld. Hij vraagt zich nadrukkelijk af of dit voorstel langs de juridische afdeling is geweest want volgens hem kan dit niet.
De Voorzitter antwoordt dat er een voorstel voorligt voor een te volgen werkwijze. Op het moment dat de deelraad dat besluit aanneemt, zal het DB moeten toetsen of dat gevolgen heeft voor de bevoegdhedenverdeling tussen raad en DB. Als dat volgens de juridische toets zou moeten leiden tot een mandaatbesluit of een delegatiebesluit, zal het DB de deelraad benaderen met zo’n voorstel. Op het moment dat het DB dat niet zal doen, zal zo’n voorstel niet nodig zijn. Hij brengt vervolgens het ontwerp-besluit in stemming. Hij constateert dat er 10 stemmen (CDA, GL, PvdA en OPLW) voor en 9 tegen (VVD en Leefbaar Rotterdam) zijn. Daarmee is het besluit aangenomen.
 
11.  Benoeming voorzitter commissie Bestuurlijke Zaken.
 
De heer Kamps stelt dat het zo is dat de commissie formeel de voorzitter benoemt. Een besluit hiertoe is dan niet meer nodig.
De Voorzitter meldt dat het formeel zo is dat de commissie de voorzitter kiest maar dat de gewoonte is ontstaan om dit in de deelraad vast te stellen.
 
De Voorzitter brengt het ontwerp-besluit in stemming. Hij constateert dat er 19 stemmen voor zijn. Daarmee is het besluit unaniem aangenomen. Hij feliciteert vervolgens de heer Berghout met het voorzitterschap van de commissie Bestuurlijke Zaken.
 
12.  Lijst van ingekomen stukken.
 
Er zijn geen vragen of opmerkingen over de lijst van ingekomen stukken.
 
13.  Rondvraag.
 
Er zijn geen vragen voor de rondvraag.
 
14.  Sluiting.
 
De Voorzitter dankt de aanwezigen en sluit de vergadering om 23.09 h.
 
Aldus vastgesteld door de deelgemeenteraad van Hillegersberg-Schiebroek in zijn openbare vergadering op 1 juli 2008,
 
De Griffier,                  de Voorzitter,
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
1
 
 
 
 

Zoeken
Uitgebreid zoeken