Regeling Burgerinitiatief Deelgemeente
HILLEGERSBERG-SCHIEBROEK
Artikel 1: Begripsomschrijving
In deze regeling wordt verstaan onder:
-
deelgemeentebestuur: de deelraad en het dagelijks bestuur (DB) van Hillegersberg-Schiebroek
-
deelraad: de deelraad van deelgemeente Hillegersberg-Schiebroek;
-
voorzitter: de voorzitter van de deelraad Hillegersberg-Schiebroek;
-
presidium: het presidium van de deelraad;
-
DB: het Dagelijks Bestuur van deelgemeente Hillegersberg-Schiebroek;
-
burgerinitiatief: een gemotiveerd schriftelijk voorstel van een initiatiefnemer voor een door de deelraad te nemen besluit over deelgemeentelijke aangelegenheden;
-
initiatiefnemer: ingezetene van de deelgemeente die het burgerinitiatief indient;
-
ingezetene: degene die op de dag van indiening van het burgerinitiatief 14 jaar of ouder is en in de deelgemeente Hillegersberg-Schiebroek woonachtig is.
Artikel 2: Geldigheid burgerinitiatief
-
De voorzitter toetst de geldigheid van het burgerinitiatief.
-
De voorzitter bericht de deelraad en de initiatiefnemer(s) binnen 2 weken na indiening van het burgerinitiatief of het burgerinitiatief geldig is.
-
Ongeldig is het burgerinitiatief dat een onderwerp als bedoeld in artikel 3 bevat of dat niet voldoet aan de voorwaarden zoals gesteld in artikel 4.
-
Indien een burgerinitiatief niet voldoet aan de eisen bedoeld in artikel 4, dan stelt de voorzitter de initiatiefnemer(s), gedurende een termijn van maximaal vier weken, in de gelegenheid om de vastgestelde gebreken te herstellen.
-
Indien de voorzitter het burgerinitiatief afwijst wegens strijdigheid met artikel 3 sub a, zal hij het burgerinitiatief doorzenden naar het betreffende bestuursorgaan.
Artikel 3: Onderwerp
Een burgerinitiatief kan nietworden ingediend over de volgende aangelegenheden:
-
de uitvoering van besluiten van hogere bestuursorganen waaromtrent de deelraad geen beleidsvrijheid en/of bevoegdheid heeft;
-
het vaststellen van de begroting, de jaarrekening en de goedkeuring van de begroting;
-
geldelijke voorzieningen voor ambtsdragers, gewezen ambtsdragers dan wel hun nagelaten betrekkingen of hun rechthebbenden;
-
benoemingen van personen en functioneren van personen;
-
een bezwaar in de zin van hoofdstuk 7 van de Algemene wet bestuursrecht tegen een besluit van het deelgemeentebestuur;
-
een klacht in de zin van hoofdstuk 9 van de Algemene wet bestuursrecht over een gedraging van het deelgemeentebestuur;
-
voorstellen die al eerder door de deelraad zijn behandeld en waarin zich geen nieuwe feiten hebben voorgedaan.
Artikel 4: Voorwaarden
-
1. Het burgerinitiatief bevat een voorstel aan de deelraad voor een door de deelraad te nemen besluit.
2. Het burgerinitiatief wordt schriftelijk ingediend bij de voorzitter van de deelraad.
3. Het burgerinitiatief wordt ondersteunt door ten minste het volgende aantal ingezetenen:
a. voor verzoeken met een buurt- of wijkgericht karakter 25 ingezetenen van de buurt;
b. voor verzoeken met een deelgemeentelijk karakter 50 ingezetenen van de deelgemeente.
4. Het burgerinitiatief bevat ten minste:
-
een nauwkeurige omschrijving van het voorstel;
-
het door de deelraad te nemen besluit;
-
een toelichting op het burgerinitiatief;
-
achternaam, de voornamen, het adres, de geboortedatum en de handtekening van de initiatiefnemer(s) en alle ingezetenen die het initiatief ondersteunen.
5. Indien uit de realisering van het burgerinitiatief kosten voortvloeien, wordt daarvan door de
initiatiefnemer(s) een globale raming gegeven.
-
-
Digitale handtekeningen zijn niet geldig.
Artikel 5: Agendering
-
Indien de voorzitter het burgerinitiatief toewijst, dan agendeert de commissie het burgerinitiatief voor de eerstvolgende vergadering van de deelraad.
-
De voorzitter nodigt de verzoeker schriftelijk uit voor de deelraadsvergadering waarvoor het burgerinitiatief is geagendeerd. De verzoeker of zijn plaatsvervanger heeft tijdens deze vergadering de gelegenheid om zijn burgerinitiatief (mondeling) nader toe te lichten.
-
De deelraad kan besluiten om over een burgerinitiatief het advies in te winnen van een commissie en/of het DB. De deelraad stelt daarbij een termijn vast waarbinnen dit advies moet zijn uitgebracht.
-
Zo spoedig mogelijk nadat de deelraad over het burgerinitiatief een besluit heeft genomen wordt dit besluit in Postiljon of Maasstad ter openbare kennis gebracht.
-
Tegelijkertijd met de bekendmaking wordt van het besluit mededeling gedaan aan de initiatiefnemer(s).
Artikel 6: Jaarverslag
De voorzitter brengt over elk jaar een verslag uit over de werking van het recht van burgerinitiatief in de praktijk, in het burgerjaarverslag.
Artikel 7: Slotbepaling
Deze regeling kan worden aangehaald als ‘Regeling Burgerinitiatief Deelgemeente Hillegersberg-Schiebroek’. De regeling treedt zes weken na de bekendmaking in werking.
Toelichting (artikelsgewijs)
Artikel 1
De Regeling burgerinitiatief Deelgemeente Hillegersberg-Schiebroek biedt het formele kader om initiatieven van burgers op de deelraadagenda te krijgen. In de definitie van het burgerinitiatief zijn de kernelementen weergegeven. Het element “gemotiveerd schriftelijk voorstel” is van procedurele aard zodat een goede behandeling in de deelraad kan worden gegarandeerd. Dit wordt uitgewerkt in artikel 4. Het burgerinitiatief maakt een inbreuk op het uitgangspunt dat de deelraad zijn eigen agenda opstelt. Deze inbreuk is daarom alleen gerechtvaardigd als het burgerinitiatiefvoorstel ook daadwerkelijk door een bepaald gedeelte van de bevolking (minimaal 150 ingezetenen van 14 jaar of ouder) wordt gedragen.
Artikel 2
Het is uit praktische overwegingen zoals uniformiteit, overzichtelijkheid en duidelijkheid raadzaam om indiening van een burgerinitiatiefvoorstel plaats te laten vinden door middel van een standaardformulier voor burgerinitiatieven. Om fraude met namen te voorkomen kan naar personalia gevraagd worden als adressen en geboortedata. Met name dat laatste gegeven kan niet aan openbare bronnen als telefoonboeken worden ontleend. Op grond van deze gegevens kan de voorzitter onderzoeken of het verzoek de steun van voldoende daartoe gerechtigde personen heeft.
Verzoeken waarover de deelraad niet bevoegd is, zal de voorzitter doorzenden naar het bevoegde bestuursorgaan. In veel gevallen zal dit het DB zijn. Toch is gekozen voor de ruimere term “bestuursorgaan” zodat ook naar provincie of waterschap kan worden doorverwezen.
Artikel 3
De beperkingen die dit artikel stelt aan de inhoud van een burgerinitiatief vloeien vooral voort uit doelmatigheidsoverwegingen. Het is bijvoorbeeld weinig zinvol om de deelraad te belasten met de beraadslaging over een onderwerp waarover hij uiteindelijk geen beslissende bevoegdheid heeft. De afstand tussen burger en bestuur zou alleen maar worden vergroot als de burger na het doorlopen van de burgerinitiatiefprocedure te horen krijgt dat de deelraad niets met het burgerinitiatief kan doen, omdat hij er niet over gaat.
Hoofdstuk XIII van de Gemeentewet richt zich op het stimuleren van een goed financieel beheer. Dit door in strikte bepalingen het vaststellen van de begroting en de jaarrekening vast te leggen. Hier worden onder andere eisen aan de te nemen besluiten gesteld en termijnen waarbinnen een en ander moet plaatsvinden neergelegd. Het is niet de bedoeling dat een burgerinitiatief deze (wettelijke) procedures doorkruist.
De geldelijke voorzieningen voor ambtsdragers, gewezen ambtsdragers dan wel hun nagelaten betrekkingen of hun rechthebbenden, de benoemingen en het functioneren van personen zijn uitgesloten van het burgerinitiatief. Het burgerinitiatief kan de belangen van betrokken personen in deze gevallen al dan niet in de uitoefening van hun ambt of functie schaden.
Tenslotte is het niet de bedoeling dat zaken die al in de deelraad aan de orde zijn geweest opnieuw onderwerp van bespreking worden als gevolg van een burgerinitiatief. Dit zou de besluitvorming in de deelraad te zeer kunnen frustreren.
Artikel 4
Ingevolge van artikel 170 lid 1 sub c Gemeentewet ziet de voorzitter toe op de kwaliteit van procedures op het vlak van burgerparticipatie. Door het burgerinitiatief te laten indienen bij de voorzitter is de voorzitter van meet af aan procesbewaker voor de procedure. De voorzitter is degene die toetst of de initiatiefnemer een geldig verzoek heeft ingediend dat voldoet aan de voorwaarden van artikel 4 en 5. Bijkomend voordeel is dat de voorzitter in Hillegersberg-Schiebroek bij de vergaderingen van de agendacommissie aanwezig is, zodat ook over de agendering geen onduidelijkheid kan ontstaan.
Artikel 5
Een burgerinitiatief (dat aan alle voorwaarden voldoet) wordt geplaatst op de agenda van de deelraadvergadering.
Wordt het burgerinitiatief geplaatst op de deelraadagenda, dan zal de deelraad zich in ieder geval moeten uitspreken over de behandeling van het burgerinitiatief.
De burger moet erop kunnen vertrouwen dat de voorzitter zijn/haar voorstel zo spoedig mogelijk toetst aan de vereisten en dat de deelraad een besluit neemt over de behandeling. Het gaat erom een termijn te kiezen die niet te lang is, maar ook niet te kort. Er moet voldoende tijd zijn om het burgerinitiatief te kunnen controleren.
In principe zal een burgerinitiatief direct in de deelraad behandeld dienen te worden. In een enkel geval kan het zo zijn dat de deelraad voorafgaand aan zijn besluitvorming advies van een commissie, van het DB of van beide wenst in te winnen.
Artikel 6
De deelraad kiest er voor om in een regeling over het burgerinitiatief de voorzitter te verplichten om jaarlijks een verslag over het burgerinitiatief in zijn burgerjaarverslag op te nemen. Hierbij valt te denken aan getalsmatige gegevens (aantal ingediende, aantal toegewezen en aantal afgewezen burgerinitiatieven), alsmede aan een beknopt overzicht van de inhoud van de burgerinitiatieven, de besluiten van de deelraad op de burgerinitiatieven en de motivering op grond waarvan de deelraad tot deze besluiten is gekomen.
