Direct naar hoofdmenu / zoekveld

RvO deelraadscommissies versie 1 april 2011

Afbeelding 1

Reglement van orde deelraadscommissies Hillegersberg-Schiebroek


Artikel 1 Deelraadscommissies

  1. Ten behoeve van de voorbereiding van de besluitvorming van de deelraad kan
de deelraad deelraadscommissies instellen zoals bedoeld in artikel 35 van

de Deelgemeenteverordening 2010.

  1. Op een commissie, als bedoeld in het vorige lid, is het bepaalde in dit Reglement van

Orde van toepassing. Voorts is het bepaalde in de artikelen 2, 11, 25-30, 41, 49-55 van het Reglement van Orde van de deelraad van overeenkomstige toepassing.

  1. De commissies zijn bevoegd om voor bepaalde onderwerpen subcommissies in te stellen.

  2. Dit reglement is niet van toepassing op de Commissie voor de behandeling van

Bezwaarschriften.

Artikel 2 Burgerleden in commissies


  1. Elke fractie heeft het recht om maximaal drie niet-raadsleden - burgercommissieleden genoemd - ter vervanging voor te dragen.

  2. Voor een dergelijke voordracht komen alleen in aanmerkingen niet-verkozen kandidaten van een geldig verklaarde lijst van kandidaten voor de laatst gehouden deelraadsverkiezingen.

  3. Voor de benoeming tot burgercommissielid zijn de voorwaarden, wet- en regelgeving, zoals aan de orde voor de benoeming van een lid van de deelraad van overeenkomstige toepassing

  4. Een burgercommissielid kan een deelraadslid afkomstig van een éénmansfractie die conform artikel 2 lid 2 door de commissie tot voorzitter is benoemd, vervangen als fractiewoordvoerder in de commissie.

  5. Een burgercommissielid kan een deelraadslid vervangen in alle commissies waarin een deelraadslid is benoemd.

  6. Burgercommissieleden hebben in de commissies dezelfde rechten en plichten als de overige commissieleden.


Artikel 3 Samenstelling en plaatsvervanging


  1. De leden van de commissies worden door de deelraad uit zijn midden benoemd.

  2. De commissie kiest uit haar midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter. De voorzitter maakt, na diens verkiezing, geen deel meer uit van de commissie. Zijn rol is die van technisch voorzitter. De plaatsvervangend voorzitter maakt, indien hij de voorzitter bij diens afwezigheid vervangt, wel deel uit van de commissie.

  3. Het lidmaatschap van een commissie eindigt wanneer het betrokken lid ophoudt lid van de deelraad te zijn.

  4. De zittingsduur van de commissie is gelijk aan die van de deelraad. Een tussentijdse benoeming tot lid geschiedt voor de resterende zittingsduur van de benoemende deelraad.

  5. De leden van de commissies mogen zich laten vervangen door een lid van hun fractie, tevens lid van de deelraad of een door de deelraad geïnstalleerd burgercommissielid. Deze vervanging kan eerst plaatsvinden nadat het deelraadslid zich heeft of is afgemeld bij de voorzitter van de desbetreffende commissie of bij de griffie.

Artikel 4 Secretariaat


  1. De griffier draagt zorg voor het vervullen van het secretariaat van de commissies.

  2. De griffier draagt zorg voor de verslaglegging van de commissievergaderingen.


Artikel 5 Deelraadsleden, leden van het dagelijks bestuur, de voorzitter, ambtenaren, deskundigen en derden


  1. Met instemming van de commissie kan de voorzitter van de commissie deelraadsleden of burgercommissieleden, die geen deel uitmaken van de commissie, toestaan aan de beraadslaging deel te nemen.

Een burgercommissielid dat op deze wijze deelneemt aan de beraadslagingen komt niet in aanmerking voor presentiegeld.

  1. De commissies kunnen door tussenkomst van de griffier, leden van het dagelijks bestuur voor overleg in de commissievergadering uitnodigen. De leden van het dagelijks bestuur kunnen zich daarbij door ambtenaren doen vergezellen.

  2. De commissies kunnen door tussenkomst van de griffier, het dagelijks bestuur verzoeken de deelgemeentesecretaris en andere ambtenaren in de vergadering aanwezig te laten zijn en deel te laten nemen aan de beraadslagingen als bedoeld in dit reglement.

  3. Al dan niet op verzoek van één of meer commissieleden kan de voorzitter deskundigen, of anderszins bij geagendeerde onderwerpen betrokkenen, uitnodigen en hen het woord verlenen.


Artikel 6 Vergaderfrequentie, oproeping en agenda, openbare kennisgeving


  1. De commissies vergaderen overeenkomstig een door het presidium vastgesteld vergaderrooster.

  2. Voordat de schriftelijke oproep wordt verzonden, bereidt de voorzitter ondersteund door de agendacommissie van de deelraad de agenda voor.

  3. De voorzitter roept de leden - spoedeisende gevallen uitgezonderd - tenminste zeven werkdagen van tevoren schriftelijk tot de vergadering op door middel van een oproepingsbrief vergezeld van de conceptagenda, die zoveel mogelijk de te behandelen onderwerpen vermeldt, en de vergaderstukken.

  4. In spoedeisende gevallen kan de voorzitter na het verzenden van de schriftelijke oproeping tot uiterlijk 48 uur voor aanvang van een vergadering een aanvullende agenda opstellen.

  5. Tegelijkertijd brengt de voorzitter dag, tijdstip en plaats van de vergadering, alsmede de agenda en de daarbij behorende voorstellen - met uitzondering van de in artikel 25, lid 2 van Gemeentewet bedoelde stukken - ter openbare kennis op een bij die kennisgeving aan te geven wijze.

  6. Aan het begin van de vergadering stelt de commissie de conceptagenda vast.

  7. De commissie kan besluiten agendapunten af te voeren of stukken terug te zenden indien deze naar haar oordeel nog niet rijp voor behandeling zijn.



Artikel 7 Ingekomen stukken

1. Bij de deelraad c.q. de onderscheiden deelraadscommissies ingekomen stukken,

respectievelijk schriftelijke mededelingen die het dagelijks bestuur aan de deelraad c.q.

deelraadscommissie wenst te doen, worden op een lijst voor de onderscheiden

commissie geplaatst. Deze lijst wordt aan de leden toegezonden en bij de overige

stukken ter inzage gelegd.

2. In de procedurevergadering vindt behandeling plaats van de voorgestelde

(procedure van) afdoening van de ingekomen stukken.

3. Uitgezonderd voor de ingekomen stukken die in de commissie voor kennisgeving worden

aangenomen, doet de commissie een voorstel voor de procedurele afhandeling via de lijst

ingekomen stukken van de deelraad.


Artikel 8 Quorum


  1. De voorzitter opent de vergadering op het vastgesteld uur, indien meer dan de helft van het aantal leden (of hun plaatsvervangers) aanwezig is.

  2. Wanneer een kwartier na de voor de vergadering bepaalde tijd het vereiste aantal leden

niet aanwezig is, laat de voorzitter de namen van de afwezige leden door de griffier oplezen. Vervolgens deelt de voorzitter mede dat de vergadering niet kan worden gehouden. De voorzitter van de commissie kan met een tussentijd van tenminste vierentwintig uur een nieuwe vergadering beleggen. Deze vergadering wordt gehouden ongeacht hoeveel leden dan opkomen.


Artikel 9 Vragenhalfuur


  1. Tijdens de vergadering kunnen gedurende een half uur niet-leden het woord voeren en / of vragen stellen over op de agenda vermelde onderwerpen dan wel over niet-geagendeerde onderwerpen die tot het terrein van de betreffende commissie behoren.

Uitgezonderd hiervan zijn agendapunten betreffende het doen van keuzen, voordrachten of aanbevelingen van personen.

Bij onderwerpen die op de agenda staan wordt het inspreekrecht toegepast bij de aanvang van de behandeling van het betreffende agendapunt. Bij onderwerpen die niet op de agenda staan wordt het inspreekrecht toegepast voorafgaand aan de behandeling van de agenda van de vergadering.

  1. Als het onderwerp niet tot het werkterrein van de betreffende commissie behoort, wordt de inspreker of vragensteller verwezen naar de juiste commissie of de deelraad.

  2. De inspreekbijdrage en / of vragen worden uiterlijk om 15.00 uur van dag van de commissievergadering schriftelijk bij de griffie ingediend. Voor vragen geldt dat deze bijvoorkeur zijn voorzien van een beknopte toelichting. Indien niet aan het gestelde tijdstip is voldaan bepaalt de voorzitter of de in het eerste lid bedoelde personen alsnog in de gelegenheid worden gesteld het woord te voeren.

  3. De totale beschikbaar inspreektijd bedraagt 30 minuten (exclusief beantwoording). Zij die zich als spreker hebben gemeld, krijgen van de voorzitter, met inachtneming van het bepaalde in lid 1, in volgorde van aanmelding gedurende maximaal 5 minuten het woord. Afwijkingen van deze tijden kunnen door de voorzitter, gehoord de commissieleden, worden toegestaan.

  4. Indien de inspreker vragen stelt dan worden deze zo mogelijk nog in dezelfde vergadering behandeld en beantwoord in de volgorde waarin zij zijn ingediend. De voorzitter kan van deze volgorde afwijken indien daartoe naar zijn oordeel redenen van overwegend belang aanwezig zijn.

  5. Na afronding van het agendapunt waarvoor de spreker zich heeft aanmeld dan wel na mondelinge beantwoording van de vragen kan hij nog kort over hetzelfde onderwerp het woord voeren of vragen stellen en deze op zeer beknopte wijze toelichten.

  6. Vragen die niet aan de orde zijn gekomen worden in de volgende vergadering behandeld.


Artikel 10 Vragenkwartier (commissie aan dagelijks bestuur)


1. Alvorens de op de agenda vermelde punten in behandeling komen wordt er een

vragenkwartier gehouden, tenzij er bij de voorzitter geen vragen zijn ingediend.

2. Het lid dat tijdens het vragenkwartier vragen wil stellen, meldt dit onder aanduiding van

het onderwerp uiterlijk om 12.00 uur op de dag van de vergadering door tussenkomst

van de griffier bij de voorzitter. De voorzitter kan weigeren een onderwerp tijdens het

vragenkwartier aan de orde te stellen indien hij het onderwerp niet voldoende nauwkeurig

acht aangegeven of indien het onderwerp in de commissievergadering van die dag aan

de orde komt.

3. De voorzitter bepaalt de volgorde, waarin aangemelde onderwerpen tijdens het

vragenhalfuur aan de orde worden gesteld.

4. De voorzitter bepaalt per onderwerp de spreektijd voor de vragensteller, voor de leden

van het dagelijks bestuur en voor de overige leden.

5. Per onderwerp wordt aan de vragensteller het woord verleend om één of meer vragen

aan het dagelijks bestuur te stellen en een toelichting daarop te geven.

6. Na de beantwoording door het dagelijks bestuur krijgt de vragensteller desgewenst het

woord om aanvullende vragen te stellen.

7. Vervolgens kan de voorzitter aan andere leden het woord verlenen om hetzij aan de

vragensteller, hetzij aan het dagelijks bestuur vragen te stellen over hetzelfde onderwerp.



Artikel 11 Schriftelijke raadpleging


De voorzitter kan de commissie is spoedeisende gevallen, onder toezending van de desbetreffende stukken, buiten vergadering schriftelijk raadplegen, tenzij een van de leden binnen drie werkdagen na verzending van de stukken van zijn voorkeur voor behandeling ter vergadering blijk geeft.


Artikel 12 Verslag


  1. Het verslag wordt opgesteld onder de verantwoordelijkheid van de griffier.

  2. Het verslag wordt aan de leden van de commissie en de andere aanwezigen uiterlijk vijf werkdagen na de commissievergadering toegezonden.

  3. Het verslag wordt geacht voorlopig te zijn vastgesteld indien niet binnen vijf werkdagen na toezending van de besluitenlijst door een lid van de commissie of een van de andere aanwezigen schriftelijk aan de griffier is aangegeven dat er feitelijke onjuistheden zijn opgenomen in die besluitenlijst. Indien wel binnen de genoemde termijn is gereageerd wordt de besluitenlijst in de eerstkomende commissievergadering vastgesteld.

  4. Het verslag bevat: a. de namen van de voorzitter, de griffier, de aanwezige leden van het dagelijks bestuur en de ter vergadering aanwezige leden, alsmede van de leden die afwezig waren en overige personen die het woord gevoerd hebben; b. een vermelding van de zaken die aan de orde zijn geweest en het daarover uitgebrachte advies.


Artikel 13 Wijze van advisering


  1. De commissies brengen hun adviezen aan de deelraad schriftelijk uit.

  2. Indien een commissie niet tot een eensluidend advies komt, wordt ook het van de meerderheid afwijkende standpunt ter kennis van de deelraad gebracht.


Artikel 14 Inwerkingtreding


Dit reglement treedt in werking na vaststelling door de deelraad op 1 april 2011.










TOELICHTING REGLEMENT VAN ORDE DEELRAADSCOMMISSIES


Artikel 1 Deelraadscommissies

Voorheen was er sprake van vaste commissies van advies aan de deelraad en het dagelijks bestuur. Deze commissies bestonden uit deelraadsleden. Het voorzitterschap van deze commissies werd uitgeoefend door een lid van het dagelijks bestuur (toen nog lid van de deelraad). In het huidige duale systeem is dit niet meer mogelijk. De door de deelraad ingestelde deelraadscommissies zoals bedoeld in artikel 34 van de Deelgemeenteverordening 2002 bestaan uit deelraadsleden en adviseren alleen aan de deelraad. Het dagelijks bestuur kan ingevolge artikel 35 van de Deelgemeenteverordening 2002 ook commissies instellen, in deze commissies mogen echter geen deelraadsleden zitting nemen.

Een aantal artikelen uit het Reglement van Orde van de vergaderingen van de deelraad is van overeenkomstige toepassing op de deelraadscommissies:

Artikel 2 (de voorzitter), artikelen 5-7 (onderzoek van geloofsbrieven; installatie), artikel 11 (openbaarheid vergaderingen), artikelen 17 en18 (verhindering bijwoning vergadering en presentielijst), artikelen 28-32 (storen in rede/interrupties, beledigende uitdrukkingen/ontneming van het woord, schorsing vergadering, beraadslaging, het woord voeren door derden), artikelen 50-53 (besloten vergadering: algemeen, notulen, geheimhouding, opheffing geheimhouding), artikelen 54-56 (toehoorders en pers).



5

RvO Deelraadscommissies HIS - geldend na 1 april 2011


Zoeken
Uitgebreid zoeken