Direct naar hoofdmenu / zoekveld

Bijlage IB Lijst overgedragen collegebevoegdheden

Gemeenteblad 2010



Bijlage I B Lijst overgedragen collegebevoegdheden aan de dagelijks besturen van de deelgemeenten



Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Rotterdam heeft op 2 maart 2010 besloten de volgende bevoegdheden over te dragen aan de dagelijks besturen van de deelgemeenten;


 

Bevoegdheden

Opmerkingen

1. ALGEMEEN BESTUUR

 

Gemeentewet:
de artikelen 125 en 135.


Geldt niet voor de deelgemeente Rotterdam Centrum

Met betrekking tot:
- de bevoegdheden van de deelraad onderscheidenlijk de raad voor Pernis en het dagelijks bestuur;
- de handhaving van door de raad voor het gebied van de deelgemeente vastgestelde bestemmingsplannen, leefmilieuverordeningen.


Indien artikel 5:27, tweede lid, Awb, wordt toegepast, dient het dagelijks bestuur van de deelgemeente dit vooraf te melden aan de burgemeester.

Algemene wet bestuursrecht:
artikel 4:5.


Inspraakverordening Rotterdam 2005:

Geldt niet voor de deelgemeente Rotterdam Centrum

Voor wat betreft beleidsvoornemens tot de vaststelling of wijziging van:

  • bestemmingsplannen;

  • leefmilieuverordeningen;

  • stadsvernieuwingsplannen

is het dagelijks bestuur gehouden een inspraakprocedure te volgen, indien het college of de gemeenteraad hierover nadrukkelijk een besluit hebben genomen.

Subsidieverordening Rotterdam 2005, met
uitzondering van artikel 16, alsmede de Uitvoeringsregeling Subsidieverordening Rotterdam 2005
         
 

Uitsluitend voor zover het
betreft het subsidiëren van activiteiten die voortvloeien uit de aan de deelgemeentebesturen onderscheidenlijk wijkraad voor Pernis overgedragen bevoegdheden en waarbij een deelgemeentelijk belang aan de orde is, en voor zover
het het stellen van nadere regels betreft, slechts voor zover het gemeentebestuur daarin niet reeds heeft voorzien

Het college blijft bevoegd tot het uitoefenen van bevoegdheden op grond van deze verordening en de uitvoeringsregeling, zij het dat in het geval subsidie door het deelgemeentebestuur onderscheidenlijk de wijkraad voor Pernis is verleend aan X uit hoofde van een uit de Deelgemeenteverordening 2010 en de bijbehorende bevoegdhedenlijst voortvloeiend belang, het gemeentebestuur slechts uit andere hoofde dezelfde X een subsidie toe kan kennen.

2. OPENBARE ORDE EN VEILIGHEID

 

Drank- en Horecawet, met uitzondering van:
artikel 4, derde lid;
artikel 20, vijfde lid;
artikel 23;
artikel 26, tweede lid;
artikel 32, eerste lid, voor zover dat betreft de bevoegdheid van de burgemeester tot het doen van een intrekkingsvoorstel;
artikel 35.


Geldt niet voor de deelgemeenten Rotterdam Centrum en Pernis

 


Wet op de kansspelen:
artikel 3;
artikel 5;
artikel 6.


Geldt niet voor de deelgemeente Rotterdam Centrum

 

Wet op de dierenbescherming:
artikel 2.


Geldt niet voor de deelgemeente Rotterdam Centrum


 

Algemene Plaatselijke Verordening Rotterdam 2008:
artikel 2.1.9, met uitzondering van de genoemde
bevoegdheden van de burgemeester en het tweede lid,
onder f;
artikel 2.1.9a;
artikel 2.1.11 tot en met 2.1.23;
artikel 2.4.2;
artikel 2.4.3;
artikel 2.4.9 tot en met 2.4.11;
artikel 2.7.3;
artikel 4.1.5;
artikel 4.3.5;
artikel 4.3.6;
artikel 4.3.8;
artikel 4.4.1 tot en met 4.4.9;
artikel 4.4.11 tot en met 4.4.14;
artikel 4.5.1;
artikel 4.5.2;
artikel 4.5.3;
artikel 4.6.1;
artikel 5.1.1 tot en met 5.1.13;
artikel 5.2.1 tot en met 5.2.12;
artikel 5.3.1 tot en met 5.3.7;
artikel 5.4.1;
artikel 5.7.2 tot en met 5.7.6.

 

Afvalstoffenverordening Rotterdam 2009:
artikel 2, tweede lid,

artikel 14, tweede lid.


Geldt niet voor de deelgemeenten Rotterdam Centrum en Pernis

Bij artikel 2, tweede lid, geldt dat het betreft de wijkgebonden
huis-aan-huis-inzameling door personen, instellingen en verenigingen, die een sociaal, cultureel of maatschappelijk doel nastreven.





3. VERKEER, VERVOER EN WATERSTAAT

 

Wegenwet juncto Gemeentewet

Respectievelijk artikel 16 dan wel artikel 160.

Voor zover het de zorg voor het verkeren in goeden staat van:

de openbare (water)wegen, bruggen, straten, plantsoenen, pleinen en andere openbare buitenruimte.

Alsmede voor zover dit betreft het bepalen van de plaats van straatmeubilair.


Indien bij het uitoefenen van deze bevoegdheden:
(onderdelen van) de hoofdinfrastructuur ten behoeve van:
het openbaar vervoer,
de energievoorziening,
de telecommunicatie, of
de hoofdontsluiting(sweg)en, dient dit tijdig vooraf aan het college te worden gemeld.


Wegenverkeerswet 1994:
artikel 18;
artikel 148;
artikel 149.

Geldt niet voor de deelgemeenten Rotterdam Centrum en Pernis

Indien bij het uitoefenen van deze bevoegdheden:
(onderdelen van) de hoofdinfrastructuur ten behoeve van het openbaar vervoer, of
de hoofdontsluiting(sweg)en, dient dit tijdig vooraf aan het college te worden gemeld. 

4. ECONOMIE

 

Gemeentewet:
artikel 160, eerste lid, onder h.


Marktverordening Rotterdam 2008:

artikel 3;

artikel 3a.


Geldt niet voor de deelgemeenten Rotterdam Centrum en Pernis


Marktreglement Rotterdam 2008

artikel 6.


Geldt niet voor de deelgemeenten Rotterdam Centrum en Pernis

Alleen voor wat betreft het onderdeel algemeen belang

Winkeltijdenwet.

artikel 4, eerste en tweede lid;

artikel 5, tweede lid;

artikel 6, eerste lid;

artikel 7, tweede lid.


Geldt niet voor de deelgemeenten Rotterdam Centrum en Pernis


Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet.

artikel 3, derde en vierde lid;

artikel 4, derde en vierde lid.


Geldt niet voor de deelgemeenten Rotterdam Centrum en Pernis

 


5. CULTUUR , SPORT EN RECREATIE

 

Gemeentewet:
artikel 160;

voor zover dat betreft:

  • de beleidsvorming (wat het kwaliteitsniveau, de hoeveelheid, de aard en de locatie betreft) van wijkgebonden voorzieningen en activiteiten;

  • het (laten) exploiteren van wijkgebonden voorzieningen;

  • het (laten) uitvoeren van wijkgebonden activiteiten;

  • de bekostiging van de exploitatie (inclusief groot onderhoud) van wijkgebonden voorzieningen en de uitvoering van wijkgebonden activiteiten;

  • het vaststellen van de tarieven voor de eindgebruikers van die wijkgebonden voorzieningen en activiteiten (zoals de entreeprijzen);

  • de bepaling van het kwaliteitsniveau van het groot onderhoud van de wijkgebonden voorzieningen voor zover uitstijgend boven het door de gemeente vastgestelde minimumniveau;

voor zover dat niet betreft:

  • besluiten tot het aangaan van obligatoire overeenkomsten (inclusief het bepalen van de algemene of bijzondere huurvoorwaarden van de voorzieningen);

  • de dagelijkse exploitatie (de bedrijfsvoering) van de voorzieningen;

  • de uitvoering van het groot onderhoud.

Dit alles op het terrein van sport en recreatie.


Als wijkgebonden voorzieningen en activiteiten worden aangemerkt:
alle voorzieningen en activiteiten op sportief en recreatief gebied, voor zover die geen uitgesproken topsportkarakter hebben en voor zover die geen uitgesproken stedelijk bereik hebben. Het college van burgemeester en wethouders en de deelgemeentebesturen kunnen overeenkomen dat voorzieningen met overwegend een stedelijk bereik desalniettemin als wijkgebonden voorzieningen worden aangemerkt. Wijkgebonden voorzieningen zijn bijvoorbeeld sporthallen, zwembaden, sportvelden, tennisbanen, speelterreinen, openluchtrecreatie, natuur en milieueducatie, wijkgebouwen en activiteiten als sportstimulering.
Ten aanzien hiervan geldt: één en ander voor zover daarvoor middelen in het deelgemeentefonds zijn opgenomen

6. WELZIJN

 

Wet maatschappelijke ondersteuning:

artikel 10, eerste lid;

artikel 11;

artikel 12.




Voor al deze artikelen voor zover het betreft de beleidsvelden1 tot en met 5 als genoemd in artikel 1, onder g, onderdeel 1° tot en met 5° en slechts waar het aanvullend en gebiedsgericht beleid betreft binnen de stedelijk vastgestelde kaders. Deze stedelijke kaders worden voorbereid in samenspraak met de besturen van de deelgemeenten en Pernis.


Als wijkgebonden voorzieningen en activiteiten worden aangemerkt:
voorzieningen op het maatschappelijke en sociaal-culturele vlak, voor zover dat betreft:

  • de beleidsvorming (wat het kwaliteitsniveau, de hoeveelheid, de aard en de locatie betreft) van wijkgebonden voorzieningen en activiteiten;

  • het (laten) exploiteren van wijkgebonden voorzieningen;

  • het (laten) uitvoeren van wijkgebonden activiteiten;

  • de bekostiging van de exploitatie (inclusief groot onderhoud) van wijkgebonden voorzieningen en de uitvoering van wijkgebonden activiteiten;

  • het vaststellen van de tarieven voor de eindgebruikers van die wijkgebonden voorzieningen en activiteiten (zoals de entreeprijzen);

  • de bepaling van het kwaliteitsniveau van het groot onderhoud van de wijkgebonden voorzieningen voor zover uitstijgend boven het door de gemeente vastgestelde minimumniveau;

voor zover dat niet betreft:

  • besluiten tot het aangaan van obligatoire overeenkomsten (inclusief het bepalen van de algemene of bijzondere huurvoorwaarden van de voorzieningen);

  • de dagelijkse exploitatie (de bedrijfsvoering) van de voorzieningen;

  • de uitvoering van het groot onderhoud.

Dit alles op het terrein van maatschappelijke en sociaal-culturele vlak.

Verordening Peuterspeelzaalwerk 2007.

 

7. MILIEU

 

Wet milieubeheer:
hoofdstuk 8;
hoofdstuk 13;
hoofdstuk 15, titel 15.4;
hoofdstuk 17;
hoofdstuk 18;
hoofdstuk 19;
hoofdstuk 20;
artikel 21.1.


Geldt niet voor de deelgemeenten Rotterdam Centrum en Pernis



8. RUIMTELIJKE ORDENING EN VOLKSHUISVESTING

 

Wet ruimtelijke ordening:

artikel 3.6

artikel 3.31

artikel 6.12, tweede lid

artikel 6.17

artikel 6.21, eerste en derde lid

artikel 7.1


Aanvragen die zijn ingediend vóór inwerkingtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht worden afgedaan op basis van de vóór inwerkingtreding van de Wabo geldende bevoegdhedentoedeling.


Geldt niet voor de deelgemeenten Rotterdam Centrum en Pernis

Bij artikel 6.12, tweede lid geldt dat deze bevoegdheid is gedelegeerd voor zover de gemeenteraad dit heeft overgedragen aan het college van B&W op grond van het Delegatiebesluit Rotterdam 2008.


Indien er geen exploitatieplan hoeft te worden vastgesteld, omdat het kostenverhaal verzekerd is, bijvoorbeeld door middel van een anterieure overeenkomst of een gemeentelijke gronduitgifte, dient de deelgemeente bij een ruimtelijk besluit ook expliciet het besluit te nemen geen exploitatieplan vast te stellen. Tegelijkertijd neemt de deelgemeente dan de verantwoordelijkheid op zich om de toets van de financiële paragraaf van het ruimtelijk besluit tijdig te laten uitvoeren en het OBR tijdig de contractvorming bij ruimtelijke ontwikkelingen te laten verzorgen.

Woningwet:

artikel 7, tweede lid

artikel 12a, eerste lid, onder a

artikel 13

artikel 13a

artikel 15

artikel 92


Aanvragen die zijn ingediend vóór inwerkingtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht worden afgedaan op basis van de vóór inwerkingtreding van de Wabo geldende bevoegdhedentoedeling.


Geldt niet voor de deelgemeenten Rotterdam Centrum en Pernis

Bij artikel 12a, eerste lid onder a, geldt dat het betreft de vaststelling van welstandscriteria voor door de raad aangewezen ontwikkelingsgebieden;


De overdracht van artikel 15 van de Woningwet geldt slechts voor zover sprake is van een combinatie van besluiten waar artikel 14 van de Woningwet geen onderdeel van uitmaakt.

Wet algemene bepalingen omgevingsrecht:

artikel 2.1, eerste lid

artikel 2.2, eerste lid

artikel 2.4, eerste en vijfde lid

artikel 2.5

artikel 2.6

paragraaf 2.3

artikel 2.22, tweede lid

artikel 2.23, eerste lid

artikel 2.26

artikel 2.27

artikel 2.31

artikel 2.33

artikel 2.33a

artikel 3.3

artikel 3.4

artikel 3.5

artikel 3.23

artikel 4.2

artikel 5.2

artikel 5.14

artikel 5.19


Aanvragen die zijn ingediend vóór inwerkingtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht worden afgedaan op basis van de vóór inwerkingtreding van de Wabo geldende bevoegdhedentoedeling.


Geldt niet voor de deelgemeenten Rotterdam Centrum en Pernis

Indien sprake is van op basis van artikel 2.2, tweede lid, van de Wabo onder het instrument van de omgevingsvergunning gebrachte vergunningverplichtingen, dan strekt de overdracht van bevoegdheden zich tevens uit over deze vergunningverplichtingen.


De bevoegdhedenoverdracht in het kader van de Wabo is niet van toepassing op aanvragen om omgevingsvergunning waarbij toestemming moet worden verleend op basis van artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 3e, èn sprake is van een van de volgende stedelijke projecten:

- Ahoy/Zuidplein/Vaanweg/Pleinweg (Hart van Zuid, incl. Motorstraatgebied en 50 meter zwembad)

- Stadionpark/Nieuwe Kuip (incl. ijsbaan)

- Parkstad

- Rotterdam The Hague Airport

- Alexanderknoop en Alexandrium

- Veilingterrein/Gemeentekwekerij

- Brainpark Centrum incl. P&R en doelgroepenstrook

- Wilhelminapier en het gebied tussen Spoorweghaven en Rijnhaven


- Infrastructuurprojecten, te weten:

  • tunnels;

  • P+R-voorzieningen;

  • metro;

  • tram;

  • hoofd- en verzamelwegen.


Bij uitoefening van de bevoegdheid op grond van artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 3e, is artikel 100 van de Deelgemeenteverordening 2010 van toepassing.


Bij de overdracht van de bevoegdheden uit de artikelen 2.26 en 2.27 van de Wabo geldt dat het alleen betreft de bevoegdheid om advies te vragen c.q. een verklaring van geen bedenkingen aan te vragen indien het dagelijks bestuur bevoegd is te beslissen op een aanvraag om omgevingsvergunning. Indien sprake is van een vraag van een ander bestuursorgaan dan het dagelijks bestuur (gedeputeerde staten of een minister), dan blijft het college bevoegd dit advies te geven c.q. deze verklaring te verlenen.

Bouwbesluit.


Geldt niet voor de deelgemeenten Rotterdam Centrum en Pernis

 

Bouwverordening 2010


Geldt niet voor de deelgemeenten Rotterdam Centrum en Pernis


Bouwverordening Rotterdam 1993:

Geldt niet voor de deelgemeenten Rotterdam Centrum en Pernis

met uitzondering van:
artikelen 2.5.30, vijfde lid,
4.11, derde lid, hoofdstuk 7a.

Bouwverordening Rotterdam 1989:
artikel 258, met uitzondering van het tweede lid;
artikel 352;

artikel 385;
artikel 386;
artikel 387;
artikel 388;
artikel 388ra;
artikel 388rb
artikel met 388rc, inclusief bijlage L (bevattende de nadere regelen bedoeld in artikel 388rc).


Geldt niet voor de deelgemeenten Rotterdam Centrum en Pernis

 

Huisvestingsverordening aangewezen gebieden Rotterdam:

  • paragraaf 3.1 voor zover het betreft de bevoegdheid van woonruimte-onttrekking door middel van sloop, met uitzondering van artikel 3.1.9;

  • paragraaf 3.2 inzake splitsing van woonruimte, met uitzondering van artikel 3.2.11;

  • artikel 4.1 inzake de hardheidsclausule voor zover het betreft
    woonruimteonttrekking door middel van sloop
    of splitsing van woonruimte.

Geldt niet voor de deelgemeenten Rotterdam Centrum en Pernis

 

Monumentenverordening 2010


Geldt niet voor de deelgemeenten Rotterdam Centrum en Pernis

Met uitzondering van de bevoegdheid tot het aanwijzen van monumenten.


Indien schadeclaims zijn te voorzien dient voorafgaand overleg te worden gepleegd met het college.

Brandbeveiligingsverordening 2009.


Geldt niet voor de deelgemeenten Rotterdam Centrum en Pernis

 

Huisvestingsverordening stadsregio Rotterdam 2006:
paragraaf 3.2 voor zover het betreft de bevoegdheid van woonruimteonttrekking door middel van sloop, met uitzondering van artikel 16f;
paragraaf 3.3 inzake splitsing van woonruimte, met uitzondering van artikel 17f.


Geldt niet voor de deelgemeenten Rotterdam Centrum en Pernis

 

Besluit brandveilig gebruik bouwwerken (Stb 2008, 327).

- paragraaf 2.11 (gebruiksvergunning)

- paragraaf 2.12 (gebruiksmelding)


Geldt niet voor de deelgemeenten Rotterdam Centrum en Pernis







Dit gemeenteblad is uitgegeven op 21 april 2010 en ligt op werkdagen van 8.30 tot 16.00 uur ter inzage bij het Kenniscentrum Bestuursdienst Rotterdam (KBR), locatie Stadswinkel Centrum, Coolsingel 40 (zijde Doelwater, tegenover hoofdbureau politie)

(Zie ook: www.bds.rotterdam.nl– Gemeentebladen)


Gemeenteblad 2010

Nummer 73

pagina 8




Zoeken
Uitgebreid zoeken