|
5. CULTUUR , SPORT EN
RECREATIE
|
|
|
Gemeentewet:
artikel 160;
|
voor zover dat betreft:
-
de beleidsvorming (wat het
kwaliteitsniveau, de hoeveelheid, de aard en de locatie betreft)
van wijkgebonden voorzieningen en activiteiten;
-
het (laten) exploiteren van
wijkgebonden voorzieningen;
-
het (laten) uitvoeren van
wijkgebonden activiteiten;
-
de bekostiging van de exploitatie
(inclusief groot onderhoud) van wijkgebonden voorzieningen en de
uitvoering van wijkgebonden activiteiten;
-
het vaststellen van de tarieven
voor de eindgebruikers van die wijkgebonden voorzieningen en
activiteiten (zoals de entreeprijzen);
-
de bepaling van het
kwaliteitsniveau van het groot onderhoud van de wijkgebonden
voorzieningen voor zover uitstijgend boven het door de gemeente
vastgestelde minimumniveau;
voor zover dat niet betreft:
-
besluiten tot het aangaan van
obligatoire overeenkomsten (inclusief het bepalen van de algemene
of bijzondere huurvoorwaarden van de voorzieningen);
-
de dagelijkse exploitatie (de
bedrijfsvoering) van de voorzieningen;
-
de uitvoering van het groot
onderhoud.
Dit alles op het terrein van sport
en recreatie.
Als wijkgebonden voorzieningen en
activiteiten worden aangemerkt:
alle voorzieningen en activiteiten op sportief en recreatief
gebied, voor zover die geen uitgesproken topsportkarakter hebben en
voor zover die geen uitgesproken stedelijk bereik hebben. Het
college van burgemeester en wethouders en de deelgemeentebesturen
kunnen overeenkomen dat voorzieningen met overwegend een stedelijk
bereik desalniettemin als wijkgebonden voorzieningen worden
aangemerkt. Wijkgebonden voorzieningen zijn bijvoorbeeld
sporthallen, zwembaden, sportvelden, tennisbanen, speelterreinen,
openluchtrecreatie, natuur en milieueducatie, wijkgebouwen en
activiteiten als sportstimulering.
Ten aanzien hiervan geldt: één en ander voor zover daarvoor
middelen in het deelgemeentefonds zijn opgenomen
|
|
6. WELZIJN
|
|
|
Wet maatschappelijke
ondersteuning:
artikel 10, eerste lid;
artikel 11;
artikel 12.
|
Voor al deze artikelen voor zover
het betreft de beleidsvelden1 tot en met 5 als genoemd in artikel
1, onder g, onderdeel 1° tot en met 5° en slechts waar het
aanvullend en gebiedsgericht beleid betreft binnen de stedelijk
vastgestelde kaders. Deze stedelijke kaders worden voorbereid in
samenspraak met de besturen van de deelgemeenten en Pernis.
Als wijkgebonden voorzieningen en
activiteiten worden aangemerkt:
voorzieningen op het maatschappelijke en sociaal-culturele vlak,
voor zover dat betreft:
-
de beleidsvorming (wat het
kwaliteitsniveau, de hoeveelheid, de aard en de locatie betreft)
van wijkgebonden voorzieningen en activiteiten;
-
het (laten) exploiteren van
wijkgebonden voorzieningen;
-
het (laten) uitvoeren van
wijkgebonden activiteiten;
-
de bekostiging van de exploitatie
(inclusief groot onderhoud) van wijkgebonden voorzieningen en de
uitvoering van wijkgebonden activiteiten;
-
het vaststellen van de tarieven
voor de eindgebruikers van die wijkgebonden voorzieningen en
activiteiten (zoals de entreeprijzen);
-
de bepaling van het
kwaliteitsniveau van het groot onderhoud van de wijkgebonden
voorzieningen voor zover uitstijgend boven het door de gemeente
vastgestelde minimumniveau;
voor zover dat niet betreft:
-
besluiten tot het aangaan van
obligatoire overeenkomsten (inclusief het bepalen van de algemene
of bijzondere huurvoorwaarden van de voorzieningen);
-
de dagelijkse exploitatie (de
bedrijfsvoering) van de voorzieningen;
-
de uitvoering van het groot
onderhoud.
Dit alles op het terrein van
maatschappelijke en sociaal-culturele vlak.
|
|
Verordening Peuterspeelzaalwerk
2007.
|
|
|
7. MILIEU
|
|
|
Wet milieubeheer:
hoofdstuk 8;
hoofdstuk 13;
hoofdstuk 15, titel 15.4;
hoofdstuk 17;
hoofdstuk 18;
hoofdstuk 19;
hoofdstuk 20;
artikel 21.1.
Geldt niet voor de deelgemeenten
Rotterdam Centrum en Pernis
|
|
|
8. RUIMTELIJKE ORDENING EN
VOLKSHUISVESTING
|
|
|
Wet ruimtelijke ordening:
artikel 3.6
artikel 3.31
artikel 6.12, tweede lid
artikel 6.17
artikel 6.21, eerste en derde
lid
artikel 7.1
Aanvragen die zijn ingediend vóór
inwerkingtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
worden afgedaan op basis van de vóór inwerkingtreding van de Wabo
geldende bevoegdhedentoedeling.
Geldt niet voor de deelgemeenten
Rotterdam Centrum en Pernis
|
Bij artikel 6.12, tweede lid geldt
dat deze bevoegdheid is gedelegeerd voor zover de gemeenteraad dit
heeft overgedragen aan het college van B&W op grond van het
Delegatiebesluit Rotterdam 2008.
Indien er geen exploitatieplan
hoeft te worden vastgesteld, omdat het kostenverhaal verzekerd is,
bijvoorbeeld door middel van een anterieure overeenkomst of een
gemeentelijke gronduitgifte, dient de deelgemeente bij een
ruimtelijk besluit ook expliciet het besluit te nemen geen
exploitatieplan vast te stellen. Tegelijkertijd neemt de
deelgemeente dan de verantwoordelijkheid op zich om de toets van de
financiële paragraaf van het ruimtelijk besluit tijdig te laten
uitvoeren en het OBR tijdig de contractvorming bij ruimtelijke
ontwikkelingen te laten verzorgen.
|
|
Woningwet:
artikel 7, tweede lid
artikel 12a, eerste lid, onder
a
artikel 13
artikel 13a
artikel 15
artikel 92
Aanvragen die zijn ingediend vóór
inwerkingtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
worden afgedaan op basis van de vóór inwerkingtreding van de Wabo
geldende bevoegdhedentoedeling.
Geldt niet voor de deelgemeenten
Rotterdam Centrum en Pernis
|
Bij artikel 12a, eerste lid onder
a, geldt dat het betreft de vaststelling van welstandscriteria voor
door de raad aangewezen ontwikkelingsgebieden;
De overdracht van artikel 15 van de
Woningwet geldt slechts voor zover sprake is van een combinatie van
besluiten waar artikel 14 van de Woningwet geen onderdeel van
uitmaakt.
|
|
Wet algemene bepalingen
omgevingsrecht:
artikel 2.1, eerste lid
artikel 2.2, eerste lid
artikel 2.4, eerste en vijfde
lid
artikel
2.5
artikel 2.6
paragraaf 2.3
artikel 2.22, tweede lid
artikel 2.23, eerste lid
artikel 2.26
artikel 2.27
artikel 2.31
artikel 2.33
artikel 2.33a
artikel 3.3
artikel 3.4
artikel 3.5
artikel 3.23
artikel 4.2
artikel 5.2
artikel 5.14
artikel 5.19
Aanvragen die zijn ingediend vóór
inwerkingtreding van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht
worden afgedaan op basis van de vóór inwerkingtreding van de Wabo
geldende bevoegdhedentoedeling.
Geldt niet voor de deelgemeenten
Rotterdam Centrum en Pernis
|
Indien sprake is van op basis van
artikel 2.2, tweede lid, van de Wabo onder het instrument van de
omgevingsvergunning gebrachte vergunningverplichtingen, dan strekt
de overdracht van bevoegdheden zich tevens uit over deze
vergunningverplichtingen.
De bevoegdhedenoverdracht in het
kader van de Wabo is niet van toepassing op aanvragen om
omgevingsvergunning waarbij toestemming moet worden verleend op
basis van artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 3e, èn
sprake is van een van de volgende stedelijke projecten:
- Ahoy/Zuidplein/Vaanweg/Pleinweg
(Hart van Zuid, incl. Motorstraatgebied en 50 meter zwembad)
- Stadionpark/Nieuwe Kuip (incl.
ijsbaan)
- Parkstad
- Rotterdam The Hague Airport
- Alexanderknoop en Alexandrium
-
Veilingterrein/Gemeentekwekerij
- Brainpark Centrum incl. P&R
en doelgroepenstrook
- Wilhelminapier en het gebied
tussen Spoorweghaven en Rijnhaven
-
Infrastructuurprojecten, te weten:
-
tunnels;
-
P+R-voorzieningen;
-
metro;
-
tram;
-
hoofd- en verzamelwegen.
Bij uitoefening van de bevoegdheid
op grond van artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 3e,
is artikel 100 van de Deelgemeenteverordening 2010 van
toepassing.
Bij de overdracht van de
bevoegdheden uit de artikelen 2.26 en 2.27 van de Wabo geldt dat
het alleen betreft de bevoegdheid om advies te vragen c.q. een
verklaring van geen bedenkingen aan te vragen indien het dagelijks
bestuur bevoegd is te beslissen op een aanvraag om
omgevingsvergunning. Indien sprake is van een vraag van een ander
bestuursorgaan dan het dagelijks bestuur (gedeputeerde staten of
een minister), dan blijft het college bevoegd dit advies te geven
c.q. deze verklaring te verlenen.
|
|
Bouwbesluit.
Geldt niet voor de deelgemeenten
Rotterdam Centrum en Pernis
|
|
|
Bouwverordening 2010
Geldt niet voor de deelgemeenten
Rotterdam Centrum en Pernis
|
|
|
Bouwverordening Rotterdam 1993:
Geldt niet voor de deelgemeenten
Rotterdam Centrum en Pernis
|
met uitzondering van:
artikelen 2.5.30, vijfde lid,
4.11, derde lid, hoofdstuk 7a.
|
|
Bouwverordening Rotterdam 1989:
artikel 258, met uitzondering van het tweede lid;
artikel 352;
artikel 385;
artikel 386;
artikel 387;
artikel 388;
artikel 388ra;
artikel 388rb
artikel met 388rc, inclusief bijlage L (bevattende de nadere
regelen bedoeld in artikel 388rc).
Geldt niet voor de deelgemeenten
Rotterdam Centrum en Pernis
|
|
|
Huisvestingsverordening aangewezen
gebieden Rotterdam:
-
paragraaf 3.1 voor zover het
betreft de bevoegdheid van woonruimte-onttrekking door middel van
sloop, met uitzondering van artikel 3.1.9;
-
paragraaf 3.2 inzake splitsing van
woonruimte, met uitzondering van artikel 3.2.11;
-
artikel 4.1 inzake de
hardheidsclausule voor zover het betreft
woonruimteonttrekking door middel van sloop
of splitsing van woonruimte.
Geldt niet voor de deelgemeenten
Rotterdam Centrum en Pernis
|
|
|
Monumentenverordening 2010
Geldt niet voor de deelgemeenten
Rotterdam Centrum en Pernis
|
Met uitzondering van de bevoegdheid
tot het aanwijzen van monumenten.
Indien schadeclaims zijn te
voorzien dient voorafgaand overleg te worden gepleegd met het
college.
|
|
Brandbeveiligingsverordening
2009.
Geldt niet voor de deelgemeenten
Rotterdam Centrum en Pernis
|
|
|
Huisvestingsverordening stadsregio Rotterdam 2006:
paragraaf 3.2 voor zover het betreft de bevoegdheid van
woonruimteonttrekking door middel van sloop, met uitzondering van
artikel 16f;
paragraaf 3.3 inzake splitsing van woonruimte, met uitzondering van
artikel 17f.
Geldt niet voor de deelgemeenten Rotterdam Centrum
en Pernis
|
|
|
Besluit brandveilig gebruik bouwwerken (Stb 2008,
327).
- paragraaf 2.11 (gebruiksvergunning)
- paragraaf 2.12 (gebruiksmelding)
Geldt niet voor de deelgemeenten Rotterdam Centrum
en Pernis
|
|