2eHerziening
Gemeenteblad 2010
Deelgemeenteverordening 2010
De gemeenteraad, het college van burgemeester en wethouders en de burgemeester van de gemeente Rotterdam, elk voor zover het zijn bevoegdheden betreft;
gelezen het voorstel van het college van burgemeester en wethouders van 19 januari 2010; kenmerk 380198; raadsstuk 2010-320;
overwegende dat:
-
de gemeenteraad op 25 juni 2009 een aantal besluiten heeft genomen, alsmede heeft ingestemd met een aantal besluiten van het college, ter verbetering van het Rotterdamse bestuursmodel;
-
de deelgemeenten en hun besturen onvoorwaardelijke onderdelen vormen van het Rotterdamse bestuursmodel dat optimale betrokkenheid en invloed van bewoners en bedrijven wil combineren met de bestuurskracht die nodig is om de grootstedelijke vraagstukken aan te pakken;
-
de besturen van de deelgemeenten tezamen met het gemeentebestuur één gemeentelijke overheid vormen, die de opdrachtgever van de diensten is, en vanuit de diversiteit tussen deelgemeenten, met een voor de burger herkenbare kwaliteitsstandaard, adequaat en slagvaardig optreedt en resultaten levert;
-
de besturen van de deelgemeenten met het oog op bovenstaande overwegingen bevoegdheden overgedragen hebben gekregen op de terreinen wijkwelzijn, wijkeconomie, wijkveiligheid, onderdelen van de ruimtelijke ordening op wijkniveau en de buitenruimte;
-
de besturen van de deelgemeenten, los van de hen toegekende bevoegdheden, daarenboven in ieder geval verantwoordelijk zijn voor de communicatie met en de participatie van de bewoners, ondernemers en andere betrokken organisaties binnen de deelgemeente bij de voorbereiding, de vaststelling en de uitvoering van het (deel)gemeentelijk beleid, de gemeentelijke dienstverlening aan bewoners en ondernemers, het opstellen van gebiedsvisies, alsmede samen met het college voor het op- en vaststellen van integrale wijkactieprogramma’s, en tenslotte belast met de regie op de uitvoering van die wijkactieprogramma’s;
-
de gemeenteraad op 5 november 2009 de Verordening financiën decentrale besturen heeft vastgesteld waarmee een nadere regeling in de deelgemeenteverordening vervalt;
-
het centrumgebied en het gebied Pernis aangewezen worden als deelgemeente;
-
de gemeente Rozenburg per 18 maart 2010 een deelgemeente van Rotterdam wordt;
gelet op de artikelen 83 en 87 van de Gemeentewet;
besluiten vast te stellen:
DEELGEMEENTEVERORDENING 2010
TITEL I INLEIDENDE BEPALINGEN
1. In deze verordening wordt verstaan onder het aantal inwoners van een deelgemeente: het aantal inwoners volgens de door het Centrum voor Onderzoek en Statistiek vastgestelde bevolkingscijfers per 1 januari van het voorafgaande jaar.
2. Voor de vaststelling van het aantal inwoners, bedoeld in artikel 11 geldt als peildatum 1 januari van het jaar voorafgaand aan het jaar van de verkiezing van de gemeenteraad. Indien aannemelijk is dat een in artikel 11 genoemd aantal inwoners op genoemde datum is overschreden, stelt het Centrum voor Onderzoek en Statistiek op schriftelijk verzoek van een deelgemeentebestuur het aantal inwoners per de eerste dag van de vierde maand voorafgaande aan de maand van de kandidaatstelling vast. In dat geval geldt dit tijdstip als peildatum.
Artikel 2
In deze verordening wordt verstaan onder ingezetenen: zij die hun werkelijke woonplaats in de deelgemeente hebben.
Artikel 3
Degene die in de basisadministratie van de gemeente is ingeschreven op een adres gelegen binnen een deelgemeente, wordt voor de toepassing van deze verordening, behoudens tegenbewijs, geacht werkelijke woonplaats in die deelgemeente te hebben.
Artikel 4
In deze verordening wordt onder ambtenaar mede verstaan: degene die op arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht werkzaam is.
Artikel 5
In deze verordening wordt verstaan onder:
a. deelgemeente: het op basis van artikel 7 aangeduide gebied;
b. deelgemeentebestuur: ieder bevoegd orgaan van de deelgemeente;
c. bestuur van Pernis: ieder bevoegd orgaan van de commissie als bedoeld in artikel 83 van de Gemeentewet.
Artikel 6
Waar in deze verordening bepalingen van de Gemeentewet of de Kieswet van overeenkomstige toepassing worden verklaard, wordt gelezen voor:
a. gemeente: deelgemeente;
b. gemeentebestuur: deelgemeentebestuur; bestuur van
Pernis;
c. gemeenteraad en raad: deelraad; raad voor Pernis;
d. college: dagelijks bestuur;
e. burgemeester: voorzitter;
f. wethouder: lid van het dagelijks bestuur;
g. secretaris: deelgemeentesecretaris;
h. griffier: deelraadsgriffier;
i. gemeentehuis: deelgemeentekantoor;
j. gedeputeerde staten: college;
k. commissaris van de koningin: burgemeester.
1. De gemeente Rotterdam kent de volgende deelgemeenten:
-
Charlois;
-
Delfshaven;
-
Feijenoord;
-
Hillegersberg-Schiebroek;
-
Hoek van Holland;
-
Hoogvliet;
-
IJsselmonde;
-
Kralingen-Crooswijk;
-
Noord;
-
Overschie;
-
Pernis;
-
Prins Alexander;
-
Rotterdam Centrum;
-
Rozenburg.
2. Voor de in het eerste lid benoemde deelgemeenten, met uitzondering van de deelgemeente Pernis, wordt een deelgemeentebestuur ingesteld.
3. Voor de deelgemeente Pernis wordt een commissie ex artikel 83 van de Gemeentewet ingesteld, onder de naam: bestuur van Pernis.
4. De gemeenteraad stelt de grenzen van de deelgemeenten vast.
5. De gemeenteraad stelt de naam van de deelgemeenten vast.
Artikel 8
-
Titel II en Titel III zijn niet van toepassing op de in de artikel 7 eerste lid genoemde deelgemeente Pernis, met uitzondering van de in Titel V alsnog van toepassing verklaarde artikelen uit Titel II en Titel III
-
Titel V is niet van toepassing op de in artikel 7 eerste lid genoemde deelgemeenten, met uitzondering van de deelgemeente Pernis.
TITEL II DE INRICHTING EN SAMENSTELLING VAN HET DEELGEMEENTEBESTUUR
Hoofdstuk 1 Algemene bepalingen
Artikel 9
Een deelgemeentebestuur bestaat uit een deelraad, een dagelijks bestuur en een voorzitter.
Hoofdstuk 2 De deelraad
Artikel 10
De deelraad vertegenwoordigt de gehele bevolking van de deelgemeente.
1. De deelraad bestaat uit:
13 leden in een deelgemeente beneden de 15.001 inwoners;
19 leden in een deelgemeente van 15.001 – 55.000 inwoners;
25 leden in een deelgemeente boven de 55.000 inwoners.
2. Vermeerdering of vermindering van het aantal leden van de deelraad, voortvloeiende uit wijziging van het aantal inwoners van de deelgemeente, treedt eerst in bij de eerstvolgende periodieke verkiezing van de deelraad.
3. In afwijking van het eerste lid bestaat de deelraad van de deelgemeente Rotterdam Centrum uit 13 leden.
Artikel 12
1. De deelraad benoemt een voorzitter.
2. Na de verkiezing van de leden van de deelraad vangt het voorzitterschap van de deelraad aan op de dag van de benoeming van de leden van het dagelijks bestuur.
Artikel 13
-
Voor het lidmaatschap van de deelraad zijn de bepalingen van de Kieswet inzake de verkiezing van de leden van de gemeenteraad van overeenkomstige toepassing.
-
Kiesgerechtigd zijn die ingezetenen die ook gerechtigd zijn deel te nemen aan de gemeenteraadsverkiezingen. De registratie van de kiesgerechtigden verloopt via de daarvoor bedoelde procedures.
-
Artikel 14 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 14
Voor de toepassing van artikel G4 van de Kieswet brengt het centraal stembureau voor de verkiezing van de gemeenteraad de door hem geregistreerde aanduidingen van politieke groeperingen ter openbare kennis. Artikel G2, achtste lid, van de Kieswet is daarbij van overeenkomstige toepassing.
Artikel 15
1. Aan de lijsten van politieke groeperingen, die tevens deelnemen aan de verkiezing van de leden van de gemeenteraad, worden in afwijking van artikel I14 van de Kieswet gelijke nummers toegekend als die welke gelden voor die verkiezing.
2. Aan de lijst waarboven een samenvoeging van aanduidingen is geplaatst van twee of meer groeperingen die ook afzonderlijk aan de verkiezing van leden van de gemeenteraad deelnemen, wordt een nummer toegekend gelijk aan het laagste nummer dat deze groeperingen voor die verkiezing hebben verkregen.
3. Vervolgens worden genummerd de lijsten van politieke groeperingen waarvan de aanduiding was geplaatst boven een kandidatenlijst waaraan bij de laatst gehouden verkiezing van de leden van de deelraad een of meer zetels zijn toegekend, zulks in de volgorde van het bij die verkiezing op de desbetreffende lijsten uitgebrachte aantal stemmen, met dien verstande dat aan de lijst van de groepering met het hoogste aantal stemmen het laagste of eerste vrije nummer wordt toegekend. Bij een gelijk aantal stemmen beslist het lot. De vorige volzinnen zijn van overeenkomstige toepassing op de samenvoeging van aanduidingen van twee of meer groeperingen.
4. De overige lijsten worden genummerd met de nummers volgend op het laatste krachtens het derde lid toegekende nummer, in de volgorde door het lot aangewezen.
Artikel 16
De leden van de stembureaus, benoemd voor de verkiezing van de leden van de gemeenteraad, oefenen hun taken ook uit bij de verkiezing van leden van de deelraad.
Artikel 17
Voorzover met betrekking tot de eerste vergadering na de periodieke verkiezing van de leden van de deelraad in nieuwe samenstelling medewerking moet worden verleend door de voorzitter van de deelraad, geschiedt dit door de voorzitter van het demissionaire dagelijks bestuur.
Artikel 18
1. In afwijking van artikel 89, eerste lid, onder q, van de Gemeentewet kan een lid van een deelraad tevens lid van het dagelijks bestuur van de betrokken deelgemeente zijn gedurende het tijdvak dat:
a. aanvangt op de dag van de stemming voor de verkiezing van de leden van de deelraad en eindigt op het tijdstip waarop de leden van het dagelijks bestuur van een deelgemeente aftreden, of
b. aanvangt op het tijdstip van zijn benoeming tot lid van het dagelijks bestuur van een deelraad en eindigt op het tijdstip waarop de goedkeuring van de geloofsbrief van zijn opvolger als lid van de deelraad onherroepelijk is geworden of waarop het centraal stembureau heeft beslist dat geen opvolger kan worden benoemd. Hij wordt geacht ontslag te nemen als lid van de deelraad met ingang van het tijdstip waarop hij zijn benoeming tot lid van het dagelijks bestuur van de deelraad aanvaart.
2. Artikel X 6 van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing
Artikel 19
De artikelen 11 en 12 van de Gemeentewet zijn op de leden van de deelraad van overeenkomstige toepassing.
Artikel 20
De deelraad stelt een reglement van orde vast voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden, dat aan het college wordt toegezonden.
Artikel 21
Op de vergaderingen van de deelraad zijn de artikelen 17 tot en met 32a van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.
Artikel 22
Op de ondersteuning van de deelraad is artikel 33 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.
Artikel 23
De gemeenteraad, het college of de burgemeester kan bepalen, dat over aan de deelraad, het dagelijks bestuur onderscheidenlijk de voorzitter van het dagelijks bestuur voorgelegde aangelegenheden, met gesloten deuren wordt vergaderd.
Hoofdstuk 3 Het dagelijks bestuur
Artikel 24
1. De voorzitter en leden van het dagelijks bestuur vormen tezamen het dagelijks bestuur.
2. De voorzitter van de deelraad is tevens voorzitter van het dagelijks bestuur.
Artikel 25
De deelraad benoemt de leden van het dagelijks bestuur.
1. Het aantal leden van het dagelijks bestuur bedraagt ten hoogste dertig procent van het aantal deelraadsleden, met dien verstande dat er niet minder dan drie en niet meer dan vijf leden van het dagelijks bestuur zijn.
2. In deelgemeenten, waar het lidmaatschap van het dagelijks bestuur een volledige betrekking is, kan de deelraad besluiten dat een of meer van die betrekkingen in deeltijd worden uitgeoefend.
3. Indien het tweede lid toepassing vindt, bedraagt, in afwijking van het eerste lid, het aantal leden van het dagelijks bestuur ten hoogste vijfendertig procent van het aantal deelraadsleden met een maximum van zeven, met dien verstande dat de tijdsbestedingsnorm van de gezamenlijke dagelijks bestuursleden ten hoogste tien procent meer bedraagt dan de tijdsbestedingsnorm van de gezamenlijke dagelijks bestuursleden zou hebben bedragen indien het tweede lid geen toepassing had gevonden.
4. Indien het tweede lid toepassing vindt, stelt de deelraad bij de benoeming van de leden van het dagelijks bestuur de tijdsbestedingsnorm van elk dagelijks bestuurslid vast.
5. Bij de berekening van het aantal leden van het dagelijks bestuur, bedoeld in het eerste en derde lid, wordt afgerond tot het dichtstbij gelegen hoogste getal.
Artikel 27
1. In afwijking van artikel 90, eerste lid, onder q, van de Gemeentewet kan een lid van het dagelijks bestuur tevens lid van de deelraad van de betrokken deelgemeente zijn gedurende het tijdvak dat:
a. aanvangt op de dag van de stemming voor de verkiezing van de leden van de deelraad en eindigt op het tijdstip waarop de leden van het dagelijks bestuur van een deelgemeente aftreden, of
b. aanvangt op het tijdstip van zijn benoeming tot lid van het dagelijks bestuur van een deelraad en eindigt op het tijdstip waarop de goedkeuring van de geloofsbrief van zijn opvolger als lid van de deelraad onherroepelijk is geworden of waarop het centraal stembureau heeft beslist dat geen opvolger kan worden benoemd. Hij wordt geacht ontslag te nemen als lid van de deelraad met ingang van het tijdstip waarop hij zijn benoeming tot lid van het dagelijks bestuur van de deelraad aanvaart.
2. Artikel X 6 van de Kieswet is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 28
De artikelen 37 tot en met 41b, alsmede 41c, tweede lid, van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op het lidmaatschap van het dagelijks bestuur.
1. Na de verkiezing van de leden van de deelraad treden de leden van het dagelijks bestuur af op het moment dat de deelraad tenminste de helft van het met inachtneming van artikel 26 bepaalde aantal leden van het dagelijks bestuur heeft benoemd en deze benoemingen zijn aangenomen.
2. Indien zoveel leden van het dagelijks bestuur hun ontslag indienen of worden ontslagen dat niet ten minste de helft van het met inachtneming van artikel 26 bepaalde aantal leden van het dagelijks bestuur in functie is, treedt de voorzitter in de plaats van het dagelijks bestuur totdat dit wel het geval is.
3. Artikel 43 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.
1. Indien degene wiens benoeming tot lid van het dagelijks bestuur is ingegaan, een functie bekleedt als bedoeld in artikel 90, eerste lid, van de Gemeentewet en het tweede of derde lid van dat artikel niet van toepassing zijn, draagt hij er onverwijld zorg voor dat hij uit die functie wordt ontheven.
2. De deelraad verleent hem ontslag indien hij dit nalaat.
3. Het ontslag gaat in terstond na de bekendmaking van het ontslagbesluit.
4. In het geval, bedoeld in het tweede lid, is artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
Artikel 31
1. Indien een lid van het dagelijks bestuur niet langer voldoet aan de vereisten bedoeld in artikel 36a, eerste en tweede lid, van de Gemeentewet, of een functie gaat bekleden als bedoeld in artikel 90, eerste lid, van de Gemeentewet en het tweede of het derde lid van dat artikel niet van toepassing zijn, neemt hij onmiddellijk ontslag. Hij doet hiervan schriftelijk mededeling aan de deelraad.
2. Artikel 30, tweede, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 32
1. Het dagelijks bestuur stelt een reglement van orde voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden vast, dat aan de deelraad en aan het college wordt toegezonden.
2. De artikelen 54 tot en met 60 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 4 De voorzitter
Artikel 33
1. Hetgeen in deze verordening bepaald wordt ten aanzien van een lid van het dagelijks bestuur, is van overeenkomstige toepassing op de voorzitter.
2. Artikel 77 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 34
Op het openen en ondertekenen van stukken is artikel 74 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 5 De commissies
1. De deelraad kan deelraadscommissies instellendie besluitvorming van de deelraad voorbereiden en met het dagelijks bestuur of de voorzitter kunnen overleggen. Hij regelt daarbij de taken, de bevoegdheden, de samenstelling en de werkwijze, daaronder begrepen de wijze waarop de leden van de deelraad inzage hebben in stukken waaromtrent door een deelraadscommissie geheimhouding is opgelegd. Deze inzage kan slechts worden geweigerd voor zover zij in strijd is met het openbaar belang.
2. De leden van het dagelijks bestuur kunnen geen lid zijn van een deelraadscommissie.
3. Bij de samenstelling van een deelraadscommissie zorgt de deelraad, voor zover het de benoeming in een dergelijke commissie betreft van leden van de deelraad, voor een evenwichtige vertegenwoordiging van de in de deelraad vertegenwoordigde groeperingen.
4. Een lid van de deelraad is voorzitter van een deelraadscommissie.
5. De artikelen 19, tweede lid, 21, tweede lid, 22 en 23 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing op een vergadering van een deelraadscommissie, met dien verstande dat in artikel 21, tweede lid, voor ‘wethouder’ wordt gelezen ‘voorzitter dan wel een lid van het dagelijks bestuur’ en in artikel 23, vijfde lid, voor ‘artikel 25’ wordt gelezen ‘artikel 86’.
Artikel 36
1. De deelraad, het dagelijks bestuur of de voorzitter kan andere commissies dan bedoeld in artikel 35, niet zijnde bestuurscommissies, instellen, met dien verstande dat een lid van het dagelijks bestuur geen lid kan zijn van een door de deelraad ingestelde commissie en een lid van de deelraad geen lid kan zijn van een door het dagelijks bestuur ingestelde commissie, met uitzondering van een commissie die is ingesteld om te adviseren over de beslissing op ingediende bezwaarschriften of het een commissie betreft die belast is met de behandeling van en de advisering over klachten.
2. De deelraad, het dagelijks bestuur, onderscheidenlijk de voorzitter regelt ten aanzien van een door hem ingestelde commissie als bedoeld in het eerste lid de openbaarheid van de vergaderingen.
3. De deelraad heeft, in afwijking van lid 1, de mogelijkheid tot het instellen van een werkgeverscommissie ex. artikel 83 Gemeentewet waaraan het werkgeverschap ten aanzien van de deelraadsgriffies wordt gedelegeerd op het moment dat de deelraad besluit hiervoor een bestuurscommissie in te stellen.
4. De raad draagt, in de situatie waarin de deelraad besluit tot het instellen van een werkgeverscommissie ex. artikel 83 Gemeentewet, de bevoegdheid tot het nemen van persoonsgebonden besluiten rechtstreeks over aan deze bestuurscommissie met uitzondering van de besluiten bedoeld in artikel 107 van de Gemeentewet die op grond van artikel 40 van de Deelgemeenteverordening aan de deelraad zijn gedelegeerd.
Hoofdstuk 6 Geldelijke voorzieningen ten behoeve van de leden van de deelraad en van de commissies
Artikel 37
1. De leden van de deelraad ontvangen een bij verordening van de gemeenteraad vastgestelde vergoeding voor hun werkzaamheden en een tegemoetkoming in de kosten.
2. Leden van commissies, niet zijnde de voorzitter, lid van het dagelijks bestuur of lid van de deelraad, ontvangen een bij verordening van de gemeenteraad vastgestelde vergoeding voor het bijwonen van vergaderingen van die commissies.
Hoofdstuk 7 De deelgemeentesecretaris, de deelraadsgriffier en het overige personeel
Paragraaf 1. Algemene bepalingen
Artikel 38
-
In iedere deelgemeente is een deelgemeentesecretaris en een deelraadsgriffier.
-
De deelgemeentesecretaris is niet tevens deelraadsgriffier.
-
De in het eerste lid genoemden, alsmede de overige ambtenaren, werkzaam voor het deelgemeentebestuur, zijn in dienst van de gemeente Rotterdam.
-
Op de rechtspositie van de deelgemeentesecretaris en de overige ambtenaren werkzaam voor het deelgemeentebestuur, met uitzondering van de deelgemeentegriffier, dan wel overige voor de deelraad werkzame ambtenaren, is het Ambtenarenreglement en de overige voor de ambtenaren der gemeente Rotterdam geldende rechtspositieregelingen van overeenkomstige toepassing.
-
Op de rechtspositie van de deelgemeentegriffier, dan wel overige voor de deelraad werkzame ambtenaren, zijn het “Ambtenarenreglement” en de overige voor de ambtenaren der gemeente Rotterdam geldende rechtspositieregelingen, met uitzondering van de “mandaatregeling personeelsbesluiten”, van overeenkomstige toepassing.
Paragraaf 2. De deelgemeentesecretaris
Artikel 39
-
Op de deelgemeentesecretaris zijn de artikelen 101 tot en met 106 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.
-
Het functieniveau van de deelgemeentesecretaris wordt vastgesteld door het college.
-
Het college dan wel de burgemeester kunnen de deelgemeentesecretaris dan wel overige voor het dagelijks bestuur werkzame ambtenaren uitsluitend met instemming van het dagelijks bestuur naast hun werkzaamheden ten behoeve het dagelijks bestuur belasten met andere van gemeentewege in de deelgemeente te vervullen taken.
Paragraaf 3. De deelraadsgriffier
Artikel 40
-
Op de deelraadsgriffier zijn de artikelen 107 tot en met 107d van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.
-
Op de deelraadsgriffier is artikel 107e van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de bevoegdheid tot het stellen van regels, op grond van het Ambtenarenreglement en de overige voor de ambtenaren der gemeente Rotterdam geldende rechtspositieregelingen.
-
Het presidium van de gemeenteraad kan de deelraadsgriffier dan wel overige voor de deelraad werkzame ambtenaren uitsluitend met instemming van de voorzitter van de deelraad naast hun werkzaamheden ten behoeve de deelraad belasten met andere van gemeentewege in de deelgemeente te vervullen taken.
Paragraaf 4. Het overige personeel
Artikel 41
Voor de toepassing van het Ambtenarenreglement en de overige voor de ambtenaren der gemeente Rotterdam geldende rechtspositieregelingen wordt voor het hoofd van dienst gelezen: de deelgemeentesecretaris onderscheidenlijk de deelraadsgriffier.
TITEL III DE BEVOEGDHEID VAN HET DEELGEMEENTEBESTUUR
Hoofdstuk 8 Algemene bepalingen
Artikel 42
De deelraad, het dagelijks bestuur en de voorzitter behartigen de belangen van de deelgemeente.
Artikel 43
Het deelgemeentebestuur is in ieder geval:
-
verantwoordelijk voor de communicatie met en de participatie van de bewoners, ondernemers en andere betrokken organisaties binnen de deelgemeente bij de voorbereiding, de vaststelling en de uitvoering van het (deel)gemeentelijk beleid;
-
verantwoordelijk voor de gemeentelijke dienstverlening aan bewoners en ondernemers;
-
verantwoordelijk voor het opstellen van gebiedsvisies voor de wijken en buurten gelegen binnen de deelgemeente;
-
met het college verantwoordelijk voor het op- en vaststellen van integrale wijkactieprogramma’s op basis van de onder c genoemde gebiedsvisies;
-
belast met de regie op de uitvoering van de onder d. genoemde wijkactieprogramma’s.
Artikel 44
Het college dan wel de burgemeester kunnen de voorzitter of een door deze aan te wijzen lid van het dagelijks bestuur machtigen het gemeentebestuur in de deelgemeente te vertegenwoordigen.
-
De gemeenteraad, het college en de burgemeester dragen hun bevoegdheden, genoemd in bijlage 1 van deze verordening, over aan de deelraad, het dagelijks bestuur, onderscheidenlijk de voorzitter van het dagelijks bestuur.
-
De deelraad, het dagelijks bestuur dan wel de voorzitter kunnen ieder voor zich de gemeenteraad, het college onderscheidenlijk de burgemeester gemotiveerd verzoeken de overdracht krachtens artikel 45, eerste lid, van bepaalde bevoegdheden voor een bepaalde tijd of een bepaald gebied ongedaan te maken.
-
Van de overdracht, bedoeld in artikel 45, zijn uitgezonderd de bevoegdheden die betrekking hebben op de besluitvorming over een stedelijk project.
-
De gemeenteraad kan, op voorstel van het college, besluiten een project aan te merken als stedelijk project.
-
Het college kan besluiten een project aan te merken als stedelijk project, onder voorwaarde dat dit besluit binnen acht weken door de gemeenteraad bekrachtigd wordt. Het college doet van zijn besluit onverwijld schriftelijk mededeling aan het dagelijks bestuur dat het aangaat.
-
In het besluit tot het aanwijzen van een stedelijk project wordt bepaald:
a. de aard van het stedelijk project, door middel van een nauwkeurige beschrijving van het project, alsmede indien mogelijk de geografische begrenzing;
b. het tijdvak waarvoor de uitzondering op de overdracht van bevoegdheden geldt;
c. welke ambtelijke capaciteit van de betrokken deelgemeentebesturen benodigd is;
d. wat de kosten voor het onder c bepaalde zijn en hoe die kosten worden verdeeld.
Op besluiten van de deelraad, het dagelijks bestuur en de voorzitter van het dagelijks bestuur zijn de artikelen 139 tot en met 145 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 9 De bevoegdheid van de deelraad
Artikel 48
De deelraad kan de aan hem overgedragen bevoegdheden van de gemeenteraad, voor zover deze aan het college kunnen worden overgedragen, overdragen aan zijn dagelijks bestuur.
Artikel 49
De artikelen 147a, 147b, 155 en 182 tweede lid van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 10 De bevoegdheid van het dagelijks bestuur
Artikel 50
Het dagelijks bestuur is in ieder geval bevoegd:
a. het dagelijks bestuur van de deelgemeente te voeren, voor zover vallend binnen de hem gegeven bevoegdheden en voor zover niet bij of krachtens andere regelingen de deelraad of de voorzitter hiermee is belast;
b. beslissingen van de deelraad voor te bereiden en uit te voeren, voor zover niet bij of krachtens andere regelingen de voorzitter hiermee is belast;
c. regels vast te stellen over de ambtelijke organisatie van de deelgemeente, niet zijnde de organisatie van de deelraadsgriffie, met uitzondering van de bevoegdheid tot het stellen van regels, op grond van het Ambtenarenreglement en de overige voor de ambtenaren der gemeente Rotterdam geldende rechtspositieregelingen;
d. ambtenaren, voor zover werkzaam voor de deelgemeente, niet zijnde de deelraadsgriffier, dan wel overige voor de deelraad werkzame ambtenaren,te benoemen, te schorsen en te ontslaan;
e. te besluiten rechtsgedingen, bezwaarprocedures of administratief beroepsprocedures namens de deelgemeente of het deelgemeentebestuur te voeren, of handelingen ter voorbereiding daarop te verrichten, tenzij de deelraad, voor zover het de deelraad aangaat, in voorkomende gevallen anders beslist;
f. De artikelen 168 en 169 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 51
1. Het dagelijks bestuur kan de uitoefening van een of meer van zijn bevoegdheden opdragen aan een of meer leden van het dagelijks bestuur, tenzij de regeling waarop de bevoegdheid steunt zich daartegen verzet.
2. De opgedragen bevoegdheid wordt uit naam en onder verantwoordelijkheid van het dagelijks bestuur uitgeoefend.
3. Het dagelijks bestuur kan te dien aanzien alle aanwijzingen geven die het nodig acht.
Hoofdstuk 11 De bevoegdheid van de voorzitter
1. De voorzitter ziet toe op:
a. een tijdige voorbereiding, vaststelling en uitvoering van het deelgemeentelijk beleid en van de daaruit voortvloeiende besluiten, alsmede op een goede afstemming tussen degenen die bij die voorbereiding, vaststelling en uitvoering zijn betrokken;
b. een goede samenwerking met het gemeentebestuur en de andere deelgemeentebesturen;
c. de kwaliteit van procedures op het vlak van burgerparticipatie;
d. een zorgvuldige behandeling van bezwaarschriften;
e. een zorgvuldige behandeling van klachten door het deelgemeentebestuur.
2. De voorzitter brengt tegelijk met de in artikel 66 bedoelde stukken een burgerjaarverslag uit, waarin hij in ieder geval rapporteert over:
a. de kwaliteit van de deelgemeentelijke dienstverlening;
b. zijn bevindingen over het eerste lid, onder c.
3. De voorzitter bevordert overigens een goede behartiging van de deelgemeentelijke aangelegenheden.
TITEL IV DE FINANCIËN VAN DE DEELGEMEENTE
Hoofdstuk 12 De financiering van de deelgemeente
-
De financiën van de deelgemeente worden geregeld in de Verordening financiën decentrale besturen.
-
De begroting en de jaarstukken van de deelgemeenten worden niet
geïntegreerd in de begroting en de jaarstukken van de gemeente. -
De begroting en de jaarstukken van de deelgemeenten worden vastgesteld door de gemeenteraad.
TITEL V DE REGELING, INRICHTING EN SAMENSTELLING VAN HET BESTUUR VAN PERNIS
Hoofdstuk 13 Algemene bepalingen
Artikel 54
Het bestuur van Pernis bestaat uit de raad voor Pernis, het dagelijks bestuur en de voorzitter.
Hoofdstuk 14 De raad voor Pernis
Paragraaf 1 Algemeen
Artikel 55
De raad voor Pernis vertegenwoordigt de gehele bevolking van de deelgemeente.
Artikel 56
De raad voor Pernis bestaat uit negen leden die door de ingezeten worden gekozen.
Artikel 57
De artikelen 11, 12, 13, met uitzondering van het eerste lid, onder k en o en het tweede lid, en artikel 15, met uitzondering van het derde lid, van de Gemeentewet zijn ten aanzien van de leden van de raad van Pernis van overeenkomstige toepassing.
Artikel 58
Ten aanzien van het zitting nemen van de nieuw inkomende leden en het houden van de orde van vergaderingen van de raad voor Pernis zijn de artikelen 17 tot en met 20, 22 tot en met 32a van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.
Artikel 59
De artikelen 13 tot en met 16, 20 en 23 zijn van overeenkomstige toepassing.
Paragraaf 2 Het dagelijks bestuur
Artikel 60
-
Het dagelijks bestuur bestaat, inclusief de voorzitter, uit drie leden, die door de raad voor Pernis uit zijn midden worden benoemd.
-
De leden van het dagelijks bestuur treden af op het tijdstip van aftreden van de leden van de raad voor Pernis.
-
De artikelen 37 tot en met 41c, 43 en 44, derde tot en met vijfde lid, van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 61
1. Een lid van het dagelijks bestuur kan niet gelijktijdig met zijn functie de betrekking uitoefenen van ambtenaar door of vanwege het Rijk, de provincie of de gemeente aangesteld, tot wiens taak behoort het
verrichten van werkzaamheden in het kader van het toezicht op de raad voor Pernis.
2. Een lid van het dagelijks bestuur kan niet gelijktijdig met zijn functie een betrekking uitoefenen waarin hij door de wet of door een algemene maatregel van bestuur geroepen wordt de raad voor Pernis van advies te dienen.
Artikel 62
-
Indien degene wiens benoeming tot lid van het dagelijks bestuur is ingegaan, een betrekking uitoefent als bedoeld in artikel 61, eerste en tweede lid, draagt hij er onverwijld zorg voor dat hij van de uitoefening van die betrekking wordt ontheven.
-
De raad voor Pernis verleent hem ontslag indien hij dit nalaat.
-
Het ontslag gaat terstond in.
Artikel 63
-
Indien een lid van het dagelijks bestuur een betrekking gaat uitoefenen als bedoeld in artikel 61, eerste en tweede lid, neemt hij onmiddellijk ontslag. Hij doet hiervan schriftelijke mededeling aan de raad voor Pernis.
-
Artikel 62, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 64
Schorsing in en tussentijds verlies van het lidmaatschap van de raad voor Pernis brengt terstond schorsing in, onderscheidenlijk verlies van het lidmaatschap van het dagelijks bestuur mee.
Artikel 65
De raad voor Pernis kan een of meer leden van het dagelijks bestuur ontslag verlenen, indien dezen het vertrouwen van de raad voor Pernis niet meer bezitten. Op het ontslagbesluit is artikel 4:8 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing.
Artikel 66
-
Over een voorstel tot het verlenen van ontslag als bedoeld in artikel 65 wordt niet beraadslaagd of besloten, dan nadat de raad voor Pernis ten minste twee weken en ten hoogste drie maanden tevoren heeft verklaard, dat de betrokken leden van het dagelijks bestuur het vertrouwen van de raad voor Pernis niet meer bezitten.
-
De oproeping tot de vergadering waarin over dat voorstel wordt beraadslaagd of besloten wordt ten minste achtenveertig uur voor de aanvang of zoveel eerder als de raad voor Pernis heeft bepaald, bij de leden van de raad voor Pernis bezorgd. Zij vermeld het voorstel tot het verlenen van ontslag als bedoeld in artikel 65.
-
Artikel 28 van de Gemeentewet is niet van toepassing bij besluiten van de raad van Pernis ingevolge artikel 65 of ingevolge dit artikel.
-
De rechter treedt niet in de beoordeling van de gronden waarop de raad voor Pernis tot ontslag van een lid van het dagelijks bestuur heeft besloten.
Artikel 67
-
Bij verhindering, ontstentenis of ontslag van een lid van het dagelijks bestuur, of indien een lid van het dagelijks bestuur met de waarneming van het ambt van voorzitter is belast, wordt hij zo nodig vervangen door een lid van de raad voor Pernis, aan te wijzen door de raad voor Pernis.
-
Ten aanzien van degene die met de waarneming van een lid van het dagelijks bestuur is belast, zijn de artikelen 61 en 62 van overeenkomstige toepassing indien de raad voor Pernis zulks voorafgaande aan of bij de aanwijzing, bedoeld in het eerste lid, heeft bepaald.
Artikel 68
-
Het dagelijks bestuur stelt voor zijn vergaderingen en andere werkzaamheden een reglement van orde vast, dat aan de raad voor Pernis en aan het college wordt toegezonden.
-
De artikelen 53, 54 tot en met 60 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.
Paragraaf 3 De voorzitter
Artikel 69
-
De raad voor Pernis benoemt in zijn eerste vergadering onder leiding van het oudste aanwezige lid of een door deze aangewezen lid uit zijn midden een voorzitter.
-
Hetgeen in deze titel bepaald wordt ten aanzien van een lid van het dagelijks bestuur, is van overeenkomstige toepassing op de voorzitter.
Artikel 70
1. Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter wordt zijn ambt waargenomen door een lid van het dagelijks bestuur, door het dagelijks bestuur aan te wijzen.
2. Bij verhindering of ontstentenis van alle leden van het dagelijks bestuur wordt het ambt waargenomen door het oudste lid in jaren van de raad voor Pernis, tenzij de raad voor Pernis een ander lid met de waarneming belast.
3. Bij verhindering of ontstentenis van de voorzitter op de dag met ingang waarvan de zittende raad voor Pernis is afgetreden, zal het ambt worden waargenomen door een afgetreden lid van het dagelijks bestuur aan te wijzen door het afgetreden dagelijks bestuur of, bij ontstentenis van alle afgetreden leden van het dagelijks bestuur, door het oudste lid in jaren van de afgetreden raad voor Pernis, een en ander totdat in de waarneming overeenkomstig het eerste en tweede lid is voorzien.
Paragraaf 4 Commissies
Artikel 71
-
De raad voor Pernis kan ten hoogste vier commissies van advies (waaronder een commissie van advies inzake welzijnsaangelegenheden) instellen.
-
Hij regelt de taken en de samenstelling met inachtneming van het derde tot en met het zesde lid. Tevens stelt hij een reglement van orde voor de vergaderingen en de andere werkzaamheden van de commissies vast.
-
Leden van de raad voor Pernis kunnen een burgerlid voordragen ter benoeming als hun permanente vervanger in de door hen aan te geven vaste commissie van advies. Voor een dergelijke voordracht komen alleen personen in aanmerking waarvan de naam voorkomt op een geldig verklaarde lijst van kandidaten voor de laatst gehouden raadsverkiezingen waarop het lid van de raad voor Pernis dat de voordracht doet ook zelf staat vermeld.
-
In de commissie van advies over welzijnsaangelegenheden is het mogelijk als burgerlid één lid zitting te laten nemen namens ‘de sportverenigingen’, één lid namens de 'welzijnsverenigingen', één lid namens ‘de levensbeschouwelijke verenigingen of kerken’ en één namens de ‘ouderenorganisaties’, onder de voorwaarde dat de leden van de raad voor Pernis of hun, in overeenstemming met het derde en het vijfde lid benoemde, permanente vervangers, meer dan de helft van de leden van de vaste commissie van advies over welzijnsaangelegenheden uitmaken.
-
Een burgerlid geeft schriftelijk aan de voorzitter van de raad voor Pernis te kennen of hij de benoeming aanvaardt. Als het lidmaatschap van het raad voor Pernis als bedoeld in het derde lid eindigt, houdt ook het door hem voorgedragen burgerlid op lid van de vaste commissie van advies te zijn.
-
Ten aanzien van een commissie van advies die is belast met het voorbereiden van door de raad voor Pernis te nemen beslissingen op beroep- en bezwaarschriften, dan wel met het beslissen op beroepschriften, regelt de raad voor Pernis tevens:
-
de openbaarheid van de vergaderingen;
-
de voorbereiding, de uitvoering en de openbaarmaking van besluiten van de commissie.
Artikel 72
-
Een commissie kan in een besloten vergadering, op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, omtrent het in die vergadering met gesloten deuren behandelde en omtrent de inhoud van de stukken die aan de commissie werden overlegd, geheimhouding opleggen. Geheimhouding omtrent het in een besloten vergadering behandelde wordt tijdens die vergadering opgelegd. De geheimhouding wordt door hen die bij de behandeling aanwezig waren en allen die van het behandelde of de stukken kennis dragen, in acht genomen totdat de commissie haar opheft.
-
Op grond van een belang, genoemd in artikel 10 van de Wet openbaarheid van bestuur, kan de geheimhouding eveneens worden opgelegd door de voorzitter van de commissie, het dagelijks bestuur en de voorzitter, ieder ten aanzien van stukken die zij aan de commissie overleggen. Daarvan wordt op de stukken melding gemaakt. De geheimhouding wordt in acht genomen totdat het orgaan dat de verplichting heeft opgelegd, dan wel de raad voor Pernis haar opheft.
-
Indien de commissie zich ter zake van het behandelde waarvoor een verplichting tot geheimhouding geldt tot de raad voor Pernis heeft gericht, wordt de geheimhouding in acht genomen totdat de raad voor Pernis haar opheft.
Artikel 73
-
De instelling en opheffing van vaste commissies van advies aan het dagelijks bestuur en de regeling van hun taken en samenstelling geschiedt door de raad voor Pernis op voorstel van het dagelijks bestuur.
-
Andere commissies van advies aan het dagelijks bestuur worden door het dagelijks bestuur ingesteld en opgeheven.
-
Ten aanzien van een vergadering van een vaste commissie van advies aan het dagelijks bestuur die tevens tot taak heeft het dagelijks bestuur van advies te dienen bij de voorbereiding van de besluitvorming in de raad voor Pernis, zijn, met inachtneming van door de raad voor Pernis gestelde nadere regels, de artikelen 19, tweede lid en 23 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.
-
Bij de samenstelling van een vaste commissie van advies aan het dagelijks bestuur die tevens tot taak heeft het dagelijks bestuur van advies te dienen bij de voorbereiding van de besluitvorming in de raad voor Pernis, zorgt de raad voor Pernis, voor zover het de benoeming in een dergelijke commissie betreft van leden van deze raad, voor een evenwichtige vertegenwoordiging van de in de raad voor Pernis vertegenwoordigde groeperingen.
-
Artikel 72 is van overeenkomstige toepassing.
Paragraaf 5 Geldelijke voorzieningen
Artikel 74
-
De leden van de raad voor Pernis, niet zijnde lid van het dagelijks bestuur, ontvangen een vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van de raad voor Pernis volgens een door de gemeenteraad vast te stellen algemene regeling.
-
De leden van de commissies van advies van de raad voor Pernis, niet zijnde lid van het dagelijks bestuur, ontvangen voor het bijwonen van de vergaderingen van de vaste commissies van advies een vergoeding volgens een door de gemeenteraad vast te stellen algemene regeling.
-
De leden van het dagelijks bestuur alsmede de voorzitter ontvangen een vergoeding volgens een door de gemeenteraad vast te stellen algemene regeling.
Paragraaf 6 De deelgemeentesecretaris
Artikel 75
-
In de deelgemeente Pernis is een deelgemeentesecretaris.
-
De deelgemeentesecretaris, alsmede de overige ambtenaren, werkzaam voor het bestuur van Pernis, zijn in dienst van de gemeente Rotterdam.
-
Het dagelijks bestuur benoemt de deelgemeentesecretaris. Hij is tevens bevoegd de deelgemeentesecretaris te schorsen en te ontslaan.
-
Het dagelijks bestuur neemt geen besluit op grond van het tweede lid dan nadat de raad voor Pernis een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid is gesteld zijn oordeel ter kennis van het dagelijks bestuur te brengen.
-
Op de rechtspositie van de deelgemeentesecretaris en de overige ambtenaren werkzaam voor het bestuur van Pernis zijn het Ambtenarenreglement en de overige voor de ambtenaren der gemeente Rotterdam geldende rechtspositieregelingen van overeenkomstige toepassing.
Artikel 76
De deelgemeentesecretaris mag geen handelingen verrichten als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van de Gemeentewet. Het tweede lid van artikel 15 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 77
-
De deelgemeentesecretaris staat de raad voor Pernis, het dagelijks bestuur en de voorzitter alsmede de door hen ingestelde commissies bij de uitoefening van hun taak terzijde.
-
Het dagelijks bestuur stelt in een instructie nadere regels vast betreffende de taak en de bevoegdheid van de deelgemeentesecretaris.
-
Het dagelijks bestuur stelt geen instructie op grond van het tweede lid vast dan nadat de raad voor Pernis een ontwerpinstructie is toegezonden en in de gelegenheid is gesteld zijn oordeel ter kennis van het dagelijks bestuur te brengen.
Artikel 78
De deelgemeentesecretaris is in de vergadering van de raad voor Pernis en van het dagelijks bestuur aanwezig.
Artikel 79
1. De stukken die van de raad voor Pernis en van het dagelijks bestuur uitgaan, worden door de deelgemeentesecretaris mede ondertekend.
2. Het eerste lid is niet van toepassing indien de ondertekening van stukken die van het dagelijks bestuur uitgaan ingevolge artikel 75, tweede lid, van de Gemeentewet aan de deelgemeentesecretaris of een andere ambtenaar van de raad voor Pernis is opgedragen.
Artikel 80
1. Het dagelijks bestuur regelt de vervanging van de deelgemeentesecretaris.
2 Het dagelijks bestuur neemt geen besluit op grond van het eerste lid dan nadat de raad voor Pernis een ontwerpbesluit is toegezonden en in de gelegenheid is gesteld zijn oordeel ter kennis van het dagelijks bestuur te brengen.
Artikel 81
Ten aanzien van degene die de deelgemeentesecretaris vervangt is artikel 76 van overeenkomstige toepassing.
Artikel 82
Artikel 39, tweede en derde lid, en 41 zijn van overeenkomstige toepassing
Hoofdstuk 15 De bevoegdheid van het bestuur van Pernis
Paragraaf 1 De bevoegdheid van de raad voor Pernis
Artikel 83
-
De raad voor Pernis is belast met het behartigen van de belangen van de deelgemeente Pernis.
-
De artikelen 43 en 44 zijn van overeenkomstige toepassing.
-
Artikel 182, tweede lid, van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.
-
Het college, dan wel de burgemeester, kunnen de voorzitter van de raad voor Pernis of een door deze aan te wijzen lid van die raad machtigen het gemeentebestuur in Pernis te vertegenwoordigen.
Artikel 84
-
De gemeenteraad, het college en de burgemeester dragen hun bevoegdheden, genoemd in bijlage I van deze verordening, over aan de raad voor Pernis, onderscheidenlijk de voorzitter.
-
Artikel 45, tweede lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor “artikel 45, eerste lid,” gelezen wordt “artikel 84, eerste lid”.
-
Artikel 46 is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat voor “artikel 45” gelezen wordt “artikel 84, eerste lid”.
-
Artikel 50 sub a tot en met d, en f zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 85
-
De raad voor Pernis kan de aan hem overgedragen bevoegdheden van de gemeenteraad, voor zover deze aan het college kunnen worden overgedragen, overdragen aan zijn dagelijks bestuur.
-
Op besluiten van het dagelijks bestuur zijn de artikelen 139 tot en met 145 van de Gemeentewet van overeenkomstige toepassing.
-
De raad van Pernis kan regels stellen voor de uitvoering van bevoegdheden die aan het dagelijks bestuur zijn overgedragen of toegekend.
Artikel 86
-
De raad voor Pernis is bevoegd bezwaar te maken of beroep in te stellen, voor zover dat bezwaar of beroep rechtstreeks samenhangt met een op grond van deze verordening aan het bestuur van de raad voor Pernis is overgedragen of toegekende bevoegdheid.
-
De raad voor Pernis kan de bevoegdheid tot het maken van bezwaar of instellen van beroep overdragen aan het dagelijks bestuur.
Paragraaf 2 Bevoegdheden dagelijks bestuur
Artikel 87
-
Het dagelijks bestuur is bevoegd, indien ingevolge wettelijk voorschrift aan de raad voor Pernis of aan het dagelijks bestuur hetzij een recht van beroep hetzij een recht bezwaar te maken toekomt, spoedshalve beroep in te stellen of bezwaar te maken alsmede, voor zover de voorschriften dat toelaten, schorsing van de aangevochten beslissing of een voorlopige voorziening ter zake te verzoeken.
-
Het ingestelde beroep of het gemaakte bezwaar wordt ingetrokken, indien de raad voor Pernis de beslissing van het dagelijks bestuur tot het instellen van beroep of het maken van bezwaar niet in zijn eerstvolgende vergadering bekrachtigd.
Artikel 88
-
Het dagelijks bestuur van de deelgemeente Pernis berust bij het dagelijks bestuur van de raad voor Pernis.
-
Het dagelijks bestuur is belast met de voorbereiding van alles waarover in de vergadering van de raad voor Pernis zal worden beraadslaagd en besloten.
-
Het dagelijks bestuur is belast met de uitvoering van de besluiten van de raad voor Pernis, tenzij bij of krachtens de wet de voorzitter hiermee is belast.
-
De leden van het dagelijks bestuur zijn, tezamen en ieder afzonderlijk, aan de raad voor Pernis verantwoording verschuldigd voor het door het dagelijks bestuur gevoerde bestuur. Zij geven de raad voor Pernis mondeling of schriftelijk de door een of meer leden gevraagde inlichtingen waarvan het verstrekken niet in strijd is met het openbaar belang.
-
Artikel 51 is van overeenkomstige toepassing.
Paragraaf 3 Bevoegdheden voorzitter
Artikel 89
-
De voorzitter van de raad voor Pernis is tevens voorzitter van het dagelijks bestuur.
-
De artikelen 74, 75 en 170 eerste en derde lid van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing.
-
Artikel 52 is van overeenkomstige toepassing.
TITEL VI DE VERHOUDING TUSSEN HET DEELGEMEENTEBESTUUR EN HET GEMEENTEBESTUUR
Hoofdstuk 16 Algemeen
Artikel 90
In deze titel wordt onder deelgemeentebestuur tevens verstaan het bestuur van Pernis.
Artikel 91
-
Overleg tussen het gemeentebestuur en het deelgemeentebestuur dan wel hun ambtenaren vindt plaats op basis van gelijkwaardigheid en met inachtneming van ieders verantwoordelijkheid.
-
Ambtelijk overleg tussen gemeente en deelgemeente vindt alleen plaats met een bestuurlijke terugkoppeling.
-
Het college, het hoofd van de betrokken dienst, of de betrokken bestuursdienstdirectie verschaffen aan het deelgemeentebestuur desgevraagd alle informatie over aangelegenheden waaromtrent deelgemeentebestuur bevoegd is advies uit te brengen dan wel te beslissen.
-
Indien het deelgemeentebestuur inlichtingen wenst over een vertrouwelijke aangelegenheid of een aangelegenheid waaromtrent geheimhouding geboden is, worden deze inlichtingen uitsluitend verstrekt met toestemming van het college.
-
Het college kan hierbij om geheimhouding verzoeken.
Artikel 92
Het gemeentebestuur en het deelgemeentebestuur houden elkaar op de hoogte van hun besluitvorming dan wel de uitvoering van hun besluiten.
Hoofdstuk 17 Hoorplicht en recht op advies
Artikel 93
-
Het college draagt zorgt voor de organisatie van de betrokkenheid van de deelgemeentebesturen bij de voorbereiding van het opstellen van stedelijke kaders.
-
Over een voornemen tot een voorstel aan de gemeenteraad waarbij de belangen van één of meer deelgemeenten zijn betrokken, wint het college het advies in van de betrokken dagelijkse besturen.
-
Het college legt de adviezen van de dagelijkse besturen samen met het voorstel voor aan de gemeenteraad.
-
Het college wint over aangelegenheden die door hem worden afgedaan en waarbij de belangen van één of meer deelgemeenten zijn betrokken, het advies van de betreffende dagelijkse besturen in.
-
Het dagelijks bestuur kan het college verzoeken alsnog advies in te winnen over een aangelegenheid waarover het aanvankelijk niet is geraadpleegd.
-
Bij het inwinnen van advies verstrekt het college het dagelijks bestuur genoegzame informatie ter beoordeling van de betrokken aangelegenheid, indien mogelijk met opgave van keuzemogelijkheden.
-
Het college kan ten aanzien van de om advies voorgelegde aangelegenheden om geheimhouding verzoeken.
-
Het college kan het dagelijks bestuur een termijn stellen waarbinnen dit zijn advies dient uit te brengen. Zeer spoedeisende gevallen uitgezonderd bedraagt deze termijn tenminste drie weken.
-
Het deelgemeentebestuur draagt zorg voor de organisatie van de betrokkenheid van het college bij de voorbereiding van deelgemeentelijk beleid met stedelijke consequenties.
Artikel 94
1. Indien in een vergadering van de gemeenteraad een onderwerp behandeld wordt, waaromtrent een dagelijks bestuur een advies heeft uitgebracht, kan de voorzitter dan wel een door het dagelijks bestuur aan te wijzen lid van het dagelijks bestuur de behandeling bijwonen en het standpunt van het deelgemeentebestuur toelichten.
Dit geschiedt als de gemeenteraad dit wenselijk acht, dan wel als het dagelijks bestuur hierom verzoekt.
2. Indien in een openbare vergadering van de raadscommissies van de gemeenteraad een onderwerp behandeld wordt, waarbij de belangen van de deelgemeente betrokken zijn, kan de voorzitter of een door het dagelijks bestuur aangewezen lid van het dagelijks bestuur de behandeling bijwonen en het standpunt van het deelgemeentebestuur toelichten. Dit geschiedt als de desbetreffende raadscommissie dan wel de deelraad dit wenselijk acht. Zo mogelijk wordt hiervan tevoren mededeling gedaan aan de voorzitter van de desbetreffende raadscommissie.
3. De raadscommissies kunnen indien zij dit wenselijk achten een lid van het dagelijks bestuur, door het dagelijks bestuur daartoe aangewezen, in de gelegenheid stellen in haar besloten vergadering de behandeling van onderwerpen, waarbij de belangen van de deelgemeente betrokken zijn, bij te wonen en het standpunt van het dagelijks bestuur toe te lichten.
Artikel 95
Het college wijkt in zijn voorstellen aan de gemeenteraad dan wel in zijn beslissingen niet af van een advies van het dagelijks bestuur, als bedoeld in artikel 93, dan nadat zij hun voornemen daartoe schriftelijk ter kennis van het dagelijks bestuur hebben gebracht.
Hoofdstuk 18 Het intrekken van de bevoegdheden
Artikel 96
1. Indien er naar het oordeel van de gemeenteraad, het college onderscheidenlijk de burgemeester:
a. een stedelijk belang in de deelgemeente voorzieningen vordert, waaromtrent het deelgemeentebestuur geweigerd heeft daartoe zijn bevoegdheden te gebruiken;
b. het deelgemeentebestuur zich niet houdt aan geldende schriftelijke afspraken;
c. in strijd handelt met hetgeen bepaald is bij of krachtens de deelgemeenteverordening;
trekt de gemeenteraad, het college onderscheidenlijk de burgemeester de op de artikel 45 en 84 gebaseerde delegatie van bevoegdheden welke volgens het bevoegde orgaan noodzakelijk zijn om de gewenste voorziening te realiseren, in.
2. Het besluit waarin de delegatie van de in het vorige lid bedoelde bevoegdheden wordt ingetrokken geeft in elk geval aan om welke specifieke bevoegdheden het gaat, voor welke periode dit geldt en welk deelgemeentebestuur het betreft.
3. De deelraad, het dagelijks bestuur of de voorzitter nemen, nadat hen het besluit als bedoeld in het eerste lid, sub a is medegedeeld, zo spoedig mogelijk alle overige besluiten die noodzakelijk zijn ter realisering van de door het gemeentebestuur gewenste voorziening.
4. De gemeenteraad, het college, onderscheidenlijk de burgemeester neemt een besluit in de onder het eerste lid, sub b en c genoemde gevallen.
5. Indien de deelraad, het dagelijks bestuur onderscheidenlijk de voorzitter van de deelgemeente reeds een besluit heeft genomen ten aanzien van de onder het vierde lid genoemde gevallen, treedt het vierde lid niet eerder in werking dan nadat toepassing is gegeven aan artikel 99.
Artikel 97
1. Indien het gemeentebestuur een aanwijzing of een uitnodiging van hoger bestuur ontvangt tot de uitvoering waarvan een deelgemeentelijk bestuursorgaan of de raad voor Pernis bevoegd is, dan kunnen uitsluitend voor de uitvoering van deze aanwijzing, de betrokken bevoegdheden worden uitgeoefend door het gemeentebestuur.
2. Artikel 93 en volgende is van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 19 De schorsing en vernietiging van besluiten
Artikel 98
1. Besluiten van het deelgemeentebestuur worden op verzoek van het college terstond schriftelijk medegedeeld aan door het college te benoemen gemeentelijke organen.
2. Het college stelt een lijst op van categorieën besluiten die in alle gevallen terstond nadat zij genomen zijn, medegedeeld moeten worden.
Artikel 99
1. Het college kan besluiten van het deelgemeentebestuur schorsen wegens strijd met het recht of het algemeen belang binnen een termijn van vier weken nadat het besluit van dat bestuur aan het college op grond van artikel 98 is meegedeeld. Het besluit tot schorsing bepaalt de duur ervan. De schorsing kan eenmaal worden verlengd met dien verstande dat een schorsing ook na verlenging niet langer kan duren dan een jaar.
2. Schorsing stuit onmiddellijk de werking van het geschorste besluit.
3. Een besluit van het deelgemeentebestuur dat nog goedkeuring behoeft kan niet worden geschorst of vernietigd. Een besluit van het deelgemeentebestuur waartegen bezwaar of beroep openstaat dan wel aanhangig is, kan niet worden vernietigd.
4. Een besluit van een deelgemeentelijk bestuursorgaan wordt niet eerder vernietigd dan nadat aan het betreffende deelgemeentebestuur gelegenheid tot overleg is geboden. De motivering van het vernietigingsbesluit verwijst naar hetgeen in dat overleg aan de orde is gekomen.
6. Het college is bevoegd de schorsing te beëindigen zolang niet omtrent de vernietiging is beslist.
7. Een besluit waarvan de schorsing is geëindigd kan niet meer worden vernietigd.
8. Het college doet van een besluit tot schorsing, verlenging of beëindiging daarvan dan wel vernietiging onverwijld mededeling aan het deelgemeentebestuur en aan eventueel direct belanghebbenden en brengt dit besluit ter openbare kennis door plaatsing in één of meer ter plaatse verschijnende bladen.
Artikel 100
Indien aan het deelgemeentebestuur bevoegdheden van de gemeenteraad, het college of de burgemeester zijn overgedragen tot het nemen van besluiten die aan voorafgaand toezicht van hoger bestuur zijn onderworpen, pleegt het bij de voorbereiding van deze besluiten overleg met respectievelijk de gemeenteraad, het college of de burgemeester.
Hoofdstuk 20 Escalatie
Artikel 101
1. Indien een deelgemeentebestuur van mening is dat het college of de burgemeester:
-
op onjuiste gronden een bevoegdheid van het deelgemeentebestuur heeft ingetrokken of een besluit van het deelgemeentebestuur heeft geschorst of vernietigd;
-
zich niet houdt aan geldende schriftelijke afspraken;
-
in strijd handelt met hetgeen bepaald is bij of krachtens de deelgemeenteverordening;
kan het deelgemeentebestuur of kunnen de deelgemeentebesturen zich wenden tot de gemeenteraad met het verzoek om in de zaak te voorzien door in een motie een oordeel te geven.
2. Het in het eerste lid genoemde verzoek wordt ingediend bij voorzitter van de gemeenteraad.
TITEL VII OVERGANGS- EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 102
-
Vanaf het tijdstip waarop bevoegdheden krachtens artikel 45 en 84 respectievelijk naar de deelgemeentebesturen en het bestuur van Pernis overgaan, worden besluiten, genomen op grond van die bevoegdheden, geacht te zijn genomen door het deelgemeentebestuur respectievelijk het bestuur van Pernis.
-
Tevens worden vanaf dat tijdstip voor de uitoefening van die bevoegdheden te volgen wettelijke procedures voortgezet door het deelgemeentebestuur respectievelijk het bestuur van Pernis.
-
De in de lijst van bevoegdheden bij de deelgemeenteverordening 2002 genoemde projecten van stedelijk belang, kunnen in afwijking van artikel 46 van deze verordening door het college als stedelijk project worden aangemerkt.
-
Artikel 27 van de Deelgemeenteverordening 2002 blijft van toepassing voor de deelgemeente Rozenburg, totdat na de verkiezingen van 3 maart 2010 de deelraad van Rozenburg een nieuw dagelijks bestuur heeft benoemd op grond van artikel 25.
Artikel 103
Na de inwerkingtreding van deze verordening berusten besluiten, genomen op grond van de Deelgemeenteverordening 2002, op deze verordening.
Artikel 104
Deze verordening treedt in werking op 3 maart 2010.
Artikel 105
1. De Deelgemeenteverordening 2002 wordt ingetrokken.
2. De Verordening wijkraad voor Pernis wordt ingetrokken.
3. De Verordening Centrumraad wordt ingetrokken.
Artikel 106
Deze verordening wordt aangehaald als: Deelgemeenteverordening 2010.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van 18 februari 2010.
De griffier, De voorzitter,
J.G.A. Paans ing. A. Aboutaleb
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders op
19 januari 2010.
De secretaris, De burgemeester,
A.H.P. van Gils ing. A. Aboutaleb
Aldus vastgesteld door de burgemeester op 19 januari 2010.
De burgemeester,
ing. A. Aboutaleb
Dit gemeenteblad is uitgegeven op 16 maart 2010 en ligt op werkdagen van 8.30 tot 16.00 uur ter inzage bij het Kenniscentrum Bestuursdienst Rotterdam (KBR), locatie Stadswinkel Centrum, Coolsingel 40 (zijde Doelwater, tegenover hoofdbureau politie)
(Zie ook: www.bds.rotterdam.nl– Gemeentebladen)
Bijlage I a
Door de gemeenteraad zijn aan de deelraden en de raad voor Pernis overgedragen de navolgende bevoegdheden:
-
Subsidieverlening
Artikel 2, onder a, Subsidieverordening Rotterdam 2005, uitsluitend voor zover het betreft het subsidiëren van activiteiten waarbij een deelgemeentelijk belang aan de orde is, en voor zover het het stellen van nadere regels betreft, slechts voor zover het gemeentebestuur daarin niet reeds heeft voorzien.
Opmerking:
Indien een nadere regel of een beleidsregel van het gemeentebestuur reeds een onderwerp regelt, kan het deelgemeentebestuur met betrekking tot dit onderwerp geen andere nadere regels of beleidsregels vaststellen. De bijlage met beleidsdoelen, bedoeld in artikel 2, onder a, wordt door de deelraad vastgesteld.
-
Burgerinitiatief
Artikel 149 Gemeentewet, uitsluitend voor zover het betreft het vaststellen van een Verordening burgerinitiatief.
-
Buitenruimte
Artikel 147, tweede lid, Gemeentewet, uitsluitend voor zover het betreft de vaststelling van herprofilerings en herbestratingsplannen.
Opmerking:
Indien bij het uitoefenen van deze bevoegdheden (onderdelen van) de hoofdinfrastructuur ten behoeve van:
-
het openbaar vervoer,
-
de energievoorziening,
-
de telecommunicatie, of
-
de hoofd- en verzamelwegen zoals aangeduid in het Beleidsplan Verkeer en Vervoer 1993
in het geding zijn, dient dit tijdig vooraf aan het college te worden gemeld.
-
Winkeltijden
-
Artikel 3, 4, tweede lid, 7, eerste en tweede lid, Winkeltijdenwet
-
Artikel 12, tweede lid, Vrijstellingenbesluit Winkeltijdenwet
-
Opmerking:
Deze overdracht geldt niet voor de deelraad van de deelgemeente Rotterdam Centrum en de raad voor Pernis.
-
Educatie en Beroepsonderwijs
Artikelen 2.3.3 en 2.3.4 Wet educatie en beroepsonderwijs, uitsluitend voor zover het betreft de bepaling van de prioriteiten, doelgroepen en omvang van de educatieve activiteiten, gericht op sociale redzaamheid en Nederlands als tweede taal (kwalificatieniveaus 1 en 2).
Opmerking 1:
-
De deelgemeentebesturen stellen jaarlijks zo mogelijk vóór 1 juni voor het daarop volgende kalenderjaar de prioriteiten voor de wijkgerichte educatie vast, waarbij in voorkomende gevallen onderscheid wordt gemaakt naar doelgroepen. Onder wijkgerichte educatie wordt verstaan de kwalificatieniveaus 1 en 2 van de in de Wet educatie en beroepsonderwijs (Web) omschreven educatieve activiteiten gericht op sociale redzaamheid en Nederlands als tweede taal. Binnen twee weken na vaststelling sturen zij een afschrift van hun besluit aan het college.
-
Als onderdeel van het besluit, bedoeld in artikel 2.3.3 van de Web stelt de raad jaarlijks uiterlijk op 1 november voor het daaropvolgende kalenderjaar vast welk deel van het van het Rijk ontvangen budget voor educatie wordt bestemd voor de in het vorige lid bedoelde prioriteiten en doelgroepen. Daarbij wordt tevens het budget per deelgemeente vastgesteld. Alvorens dit besluit te nemen wordt dit voor advies voorgelegd aan de portefeuillehouders van de deelgemeenten in het periodiek bestuurlijk overleg.
-
Met inachtneming van het onder b. genoemde besluit stellen de deelgemeentebesturen de omvang en de soort vast van de educatieve activiteiten bedoeld onder a als basis voor offerte bij de Regionale Opleidingen Centra (ROC’s). De besprekingen over prijs, levertijd en kwaliteit van de activiteiten worden door de vertegenwoordigers centraal gevoerd door of namens het college.
-
De deelgemeentelijke activiteiten worden tezamen met de stedelijke en regionale activiteiten voor educatie opgenomen in de jaarlijks vóór 31 december van het daaropvolgende kalenderjaar door het college op grond van artikel 2.3.4 Web met de ROC’s te sluiten inkoopovereenkomsten educatie.
Opmerking 2:
Deze overdracht geldt niet voor de deelraad van de deelgemeente Rotterdam Centrum en de raad voor Pernis
-
Cultuur, sport en recreatie
Artikel 147, tweede lid, Gemeentewet, uitsluitend voor zover dat betreft:
-
de beleidsvorming (kwaliteitsniveau, hoeveelheid, aard) van wijkgebonden voorzieningen en activiteiten;
-
het laten exploiteren van wijkgebonden voorzieningen;
-
het laten uitvoeren van wijkgebonden activiteiten;
-
de bekostiging van de exploitatie van wijkgebonden voorzieningen en de uitvoering van wijkgebonden activiteiten;
-
het vaststellen van de tarieven voor de eindgebruikers van die wijkgebonden voorzieningen en activiteiten (zoals bijvoorbeeld de entreeprijzen);
-
de bepaling, en bekostiging, van het algemene kwaliteitsniveau van het groot onderhoud van de wijkgebonden voorzieningen, voor zover uitstijgend boven het vereiste minimumniveau;
en voor zover dat niet betreft:
-
besluiten tot het aangaan van obligatoire overeenkomsten;
-
de dagelijkse exploitatie (de bedrijfsvoering);
-
groot onderhoud (behalve de bepaling van het algemene kwaliteitsniveau).
één en ander op het terrein van sport en recreatie.
Opmerking:
Als
wijkgebonden voorzieningen en activiteiten worden aangemerkt:
alle voorzieningen en activiteiten op sportief en recreatief
gebied, voor zover die geen uitgesproken topsport karakter hebben
of voor zover die geen uitgesproken stedelijk bereik
hebben.Wijkgebonden voorzieningen zijn bijvoorbeeld sporthallen,
zwembaden, sportvelden, tennisbanen, speelterreinen,
openluchtrecreatie, natuur en milieueducatie, wijkgebouwen, en
activiteiten als sportstimulering. Ten aanzien hiervan geldt: één
en ander voor zover daarvoor op grond van de Verordening
financiering decentrale besturen middelen in het deelgemeentefonds
zijn opgenomen.
-
Ruimtelijke Ordening
Artikelen 3.1, 3.9, eerste lid, 3.10, 3.12, tweede lid, 3.40 en 6.12, tweede lid, Wet ruimtelijke ordening.
Opmerking 1:
De bevoegdheid uit artikel 3.1 Wro is alleen overgedragen voor zover gebruikmaking van die bevoegdheid nodig is ten behoeve van de realisatie van een binnen één bouwaanvraag passend project.
Bovendien geldt voor alle door de raad overgedragen bevoegdheden het volgende:
De ingevolge artikel 45 Deelgemeenteverordening uitgezonderde stedelijke projecten zijn:
Laurenskwartier
Stationskwartier
Lijnbaankwartier/Coolsingel
ErasmusMC-Hoboken
Science & Businesspark Schieveen/Wegen Noordrand
Stadshavens RDM / Waalhaven-Oost / Rijn- en Maashaven
Maasvlakte 2
Ahoy/Zuidplein/ Vaanweg/Pleinweg (= Hart van Zuid, incl. Motorstraatgebied en 50 meter zwembad)
Stadionpark/Nieuwe Kuip (incl. ijsbaan)
Parkstad
Rotterdam Airport
Chinees Centrum Katendrecht
MCRZ
Alexanderknoop en Alexandrium
Veilingterrein/Gemeentekwekerij
Brainpark Centrum incl. P&R en doelgroepenstrook
Rijksmonumenten
Infrastructuurprojecten, te weten:
• Tunnels;
• P+R-voorzieningen;
• Metro;
• Tram;
• Hoofd- en verzamelwegen
De overdracht van de bevoegdheden vervalt indien ten minste één vijfde van de, doch minimaal negen leden van de raad, binnen een termijn van vier weken na de kennisgeving via de doorlopende lijst, in een raadsvergadering te kennen geeft deze bevoegdheid voor een door deze raadsleden aangewezen project zelf te willen uitoefenen.
Bij uitoefening van de bevoegdheid op grond van artikelen 3.1, 3.10 en 3.40 Wro, is artikel 100 van de Deelgemeenteverordening 2010 op de deelgemeenten van toepassing.
Indien het gemeentebestuur een aanwijzing of een uitnodiging van hoger bestuur ontvangt tot de uitvoering waarvan op grond van artikel 44 van de Deelgemeenteverordening 2002 de deelraad bevoegd is, dan worden uitsluitend voor de uitvoering van deze aanwijzing de desbetreffende bevoegdheden uitgeoefend door het college.
De deelraad is bevoegd de bevoegdheden uit de artikelen 3.10 en 3.40 te delegeren aan het dagelijks bestuur.
Indien de verlening van een bouwvergunning slechts mogelijk is met toepassing van een van de zogenaamde gelijkwaardigheidsbepalingen als bedoeld in het Bouwbesluit en bij de verlening van de bouwvergunning wordt afgeweken van het advies van de dienst Stedenbouw en Volkshuisvesting, dient vooraf overleg gepleegd te worden met het college.
Deze bevoegdheden zijn niet overgedragen voor zover sprake is van een aanvraag om bouwvergunning die slechts kan worden gehonoreerd met een projectbesluit als bedoeld in artikel 3.10 van de Wet ruimtelijke ordening en/of na vaststelling van een nieuw bestemmingspan dat die ontwikkeling mogelijk maakt en waarbij de bevoegdheid tot het nemen van een projectbesluit of het vaststellen van een (project)bestemmingsplan niet is overgedragen aan de deelgemeenteraad.
Opmerking 2:
Deze overdracht geldt niet voor de deelraad van de deelgemeente Rotterdam Centrum en de raad voor Pernis.
-
Maatschappelijke ondersteuning
Artikel 3, Wet maatschappelijke ondersteuning.
Opmerking:
Voor zover het betreft de beleidsvelden 1 tot en met 5 als genoemd in artikel 1, onder g, onderdeel 1° tot en met 5° en slechts waar het aanvullend en gebiedsgericht beleid betreft binnen de stedelijk vastgestelde kaders.
Deze stedelijke kaders worden voorbereid in samenspraak met de deelgemeentebesturen en het bestuur van Pernis.
Het door de deelgemeenteraden vastgestelde beleid maakt onderdeel uit van het Rotterdams Meerjarenplan Wmo waarvan het stedelijk deel door de gemeenteraad wordt vastgesteld.
